Posts tonen met het label eenzaamheidsinterventies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eenzaamheidsinterventies. Alle posts tonen

donderdag 11 september 2014

Pak eenzaamheid aan als een collectief probleem - mijn advies voor de Nationale Eenzaamheid Prijs 2014

Wat is dit jaar mijn advies voor de toekenning van de Nationale Eenzaamheid Prijs? Zie hier voor mijn advies van vorig jaar.

Mijn uitgangspunt is dat eenzaamheid niet een individueel, maar een collectief probleem is. Over het geheel genomen mankeert er aan mensen die in een sociaal isolement terecht zijn gekomen helemaal niets. Het enige probleem dat ze hebben is dat ze in een maatschappij leven waarin wij met zijn allen gemakkelijk eenzaamheid laten ontstaan.

We hebben met zijn allen ons leven en onze levensloop zo ingericht dat onze sociale contacten wisselend en precair zijn. We kunnen in een bepaalde fase goede vrienden hebben, maar dat ze dat ook zullen blijven is niet gegarandeerd. We veranderen van baan en we verhuizen een paar keer in ons leven. We wonen minder vaak bij familie in de buurt dan vroeger gebruikelijk was. We laten een woon-werkafstand ontstaan waarbij contacten op het werk en contacten in de buurt gescheiden circuits zijn. We kunnen ons allerlei producten aanschaffen waarmee we ons in ons eentje kunnen vermaken (televisie), maar we zouden liever een kring van vertrouwden om ons heen hebben. Alleen: die schaf je niet zo makkelijk aan.

Als gevolg daarvan wonen velen van ons in buurten waar mensen elkaar niet of nauwelijks kennen. Dat schept een grote behoefte aan ontmoetingsplekken, maar door schaalvergroting en concentratie van voorzieningen (winkels, horeca, pretparken, uitgaansgebieden) zijn die er niet of moeten ze met veel moeite gecreëerd worden.

Dat alles heeft er toe geleid dat bijna 40 procent van de Nederlanders zegt zich eenzaam te voelen (30 procent enigszins eenzaam, en bijna 8 procent zeer of ernstig eenzaam). En dat laat overduidelijk zien dat eenzaamheid niet voortkomt uit individuele problemen, zoals gebrek aan sociale vaardigheden, maar samenhangt met het soort maatschappij dat wij met zijn allen hebben laten ontstaan.

Daarom was ik er vorig jaar mee ingenomen dat alle drie de genomineerden voor de Nationale Eenzaamheid Prijs 2013 eenzaamheid als een collectief probleem aanpakten. Alle drie waren er op gericht om buurtbewoners dichterbij elkaar te brengen. Daarom was mijn advies dat het niet uitmaakte welk project de prijs zou krijgen.

Dit jaar pakken twee van de drie genomineerden ook eenzaamheid aan als een probleem dat je collectief moet aanpakken. Van huis tot thuis zorgt er voor dat (nieuwe) bewoners van een verpleeghuis met elkaar in contact komen en elkaar leren kennen. En De Vitale Moestuin heeft bij drie zorgcentra een moestuin aangelegd om daarmee ontmoeting en contact tussen bewoners, bezoekers en omwonenden tot stand te brengen. Zie hier de beschrijvingen. Beide genomineerden geven er blijk van in te zien dat je collectief iets moet doen om mensen met elkaar in contact te brengen.

De derde genomineerde, WIE werkt!, is mij niet minder sympathiek, maar gaat uit van de welbekende cliëntbenadering. Huishoudelijke hulpmedewerkers signaleren wanneer een cliënt eenzaam is en geven dat door aan een instelling die vrijwilligers inzet om te helpen om de eenzaamheid te verminderen. Ik zeg natuurlijk niet dat dit niet moet gebeuren. Het moet natuurlijk ook gebeuren. Mensen die in nood verkeren moeten worden geholpen.

Maar groepsinterventies pakken de problemen aan op het niveau waarop eenzaamheid ontstaat. En zijn waarschijnlijk succesvoller. Ook al omdat ze preventief werken. Denk nog even aan dat onderzoek Eenzaam en dan? De (on)mogelijkheden van interventies bij ouderen (pdf), dat ik in dat bericht van vorig jaar noemde. Van de tien onderzochte interventies bleken er slechts twee als geslaagd te kunnen worden beschouwd, waarvan een de enige groepsinterventie was. Het lijkt er op dat een individuele, cliëntgerichte aanpak niet zo veel succes heeft.

Wat mij betreft krijgt dus Van huis tot thuis of De Vitale Moestuin de Eenzaamheid Prijs 2014.

dinsdag 28 januari 2014

Weer een ontmoetingsplek er bij

Na het bericht over een succesvolle ontmoetingsplek in het Brabantse Oss, is er nu een hartverwarmend verhaal over Doetinchem. Daar is in een voormalige school met weinig subsidie van de gemeente en met veel inzet van vrijwilligers een seniorenontmoetingsplek tot stand gekomen. Doordeweeks overdag geopend en in het weekend op zondagmiddag. En enkele avonden per week voor activiteiten. Zie het bericht Doorzettingsvermogen ouderen levert eigen ontmoetingsplek op van de nationale Coalitie Tegen Eenzaamheid. Het is er een drukte van belang.

Er is gewoon in het hele land heel veel vraag naar zulke ontmoetingsplekken. Niet alleen voor ouderen. Als iemand maar begint, dan melden zich wel vrijwilligers. Met weinig subsidie, zonder beroepskrachten en met veel zelforganisatie is er veel te bereiken. Want buurten horen ontmoetingsplekken te hebben, voor kinderen, voor volwassenen, voor ouderen. Een betere "eenzaamheidsinterventie" is er niet.

zondag 15 september 2013

Eenzaamheid is een collectief probleem. Nationale Eenzaamheid Prijs 2013 - Week tegen Eenzaamheid

Binnenkort is er weer de Week tegen Eenzaamheid (26 september t/m 5 oktober). Daaraan is de Nationale Eenzaamheid Prijs 2013 verbonden. Zie de link onderaan dit bericht. Uit honderden inzendingen zijn er drie genomineerd: de Goede Buurt(t) campagne, de Leesmap en Eet u mee? Volg vooral de link voor de beschrijvingen van die drie ideeën. Je kunt daar ook je stem uitbrengen.

Heb ik ook mijn stem uitgebracht? Nee. Omdat ik niet zo houd van dat gedoe met prijzen. Maar vooral ook omdat ik ze alle drie even goed vind.

Wat is namelijk het geval? Er bestaat al een wereld aan eenzaamheidsinterventies, maar die zijn vrijwel allemaal individueel gericht. Er zijn mensen die eenzaam zijn, die moeten we zien te vinden en die moeten we dan helpen. Het is de overbekende cliëntbenadering. De oorzaak zal wel bij de persoon liggen, dus moet die persoon geholpen worden. Dat leidt dan tot "activerend huisbezoek" of "vriendschapscursussen" en "sociale zelfredzaamheidscursussen", die eventueel wel in groepsverband worden gegeven, maar die gericht zijn op het vergroten van de individuele vaardigheden. Dat kan zelfs de vaardigheid zijn om maar in die eenzaamheid te berusten. Werken zulke interventies?

Dat is onderzocht door Tineke Fokkema en Theo van Tilburg, die daar in 2005 het rapport Eenzaam en dan? De (on)mogelijkheden van interventies bij ouderen (pdf) over schreven. Van de tien onderzochte interventies bleken er slechts twee als geslaagd te kunnen worden beschouwd. En uitgerekend een van die twee was de enige echte groepsinterventie, die er uit bestond dat in een woon-zorgcentrum groepsactiviteiten werden aangeboden.

En dat klopt met de gedachte dat eenzaamheid niet een individueel, maar een collectief probleem is. De manier waarop wij met zijn allen samenleven, of eigenlijk niet of nauwelijks samenleven, maakt dat de kans op eenzaamheid behoorlijk groot is. Daar zijn zogenaamde sociaal-structurele oorzaken voor, zoals geografische mobiliteit, uitzwerming, woon-werkafstand, functiescheiding, televisie (!), waardoor het sociale isolement van gezinnen historisch ongekend hoog is. Zie mijn Geld en 'de rest' (uit 2003 al weer). Mensen zijn door al die oorzaken behoorlijk langs elkaar heen gaan leven, zonder dat overigens als wenselijk te zien. Want onderzoek wijst uit dat de behoefte aan een socialere maatschappij overweldigend groot is. We zijn allemaal wel een beetje eenzaam.

Het zou dus goed zijn om in de strijd tegen eenzaamheid juist daarop aan te grijpen. Doorbreek de individualistische sleur en breng mensen samen. Daar heeft iedereen profijt van, ook de meest eenzamen. En dat is nu precies wat gebeurt in die drie genomineerde ideeën voor de Nationale Eenzaamheid Prijs 2013. Alle drie willen ze buurtbewoners bij elkaar brengen. En dat is precies waar het om moet gaan.

Wat mij betreft delen ze die prijs. Als er dan toch zo nodig een prijs moet worden uitgereikt.

Nationale Eenzaamheid Prijs 2013: stem! - Week tegen Eenzaamheid:

'via Blog this'

donderdag 12 september 2013

Kun je depressie in verpleeghuizen verminderen? En wat zegt dat over de oorzaken?

Onderzoekers van het UMC St Radboud (Nijmegen) en het VUmc (Amsterdam) hebben laten zien dat je depressieve klachten van verpleeghuisbewoners kunt verminderen. Zie het bericht Depressie in verpleeghuizen te lijf in Mediator. En zie hier het artikel in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet, waarin ze hun onderzoek en aanpak rapporteren (betaalpoort).

Hoe hebben ze dat gedaan? En wat zegt dat over de oorzaken van die depressieve klachten?

Allereerst de vraag of depressie bij verpleeghuisbewoners meer voorkomt dan bij vergelijkbare personen die niet in een verpleeghuis zijn opgenomen. Een antwoord daarop is nog niet zo gemakkelijk te geven. In de verpleeghuizen die deel uitmaakten van het onderzoek bleek dat een op de drie bewoners kampt met depressieve klachten. Martin Smalbrugge zegt in zijn dissertatie Anxiety and depression in nursing home patients dat de prevalentie van depressie bij verpleeghuisbewoners twee tot vier keer hoger is dan bij ouderen in de algemene bevolking.

Maar dan vergelijk je met alle ouderen, dus ook met de grote groep zonder somatische klachten of dementie. Misschien komt depressie onder thuiswonende leeftijdsgenoten met vergelijkbare klachten wel even vaak voor dan onder verpleeghuisbewoners. Een aanwijzing in die richting komt naar voren uit het promotie-onderzoek van Anne-Marie Eisses. Bovendien zijn verpleeghuisbewoners vaak al depressief voorafgaand aan de opname, door ziektes, handicaps en eenzaamheid, en knappen ze soms in het verpleeghuis op.

Maar dat neemt niet weg dat je depressie in verpleeghuizen dus kunt verminderen. Door een aanpak die de onderzoekers 'Doen bij Depressie" noemen. En die aanpak geeft wel degelijk inzicht in wat het verblijf in een verpleeghuis bijdraagt aan depressieve klachten bij bewoners.

Wat houdt die aanpak in? Allereerst worden bewoners regelmatig gescreend op depressieve klachten. Als daar aanwijzingen voor zijn, komt er een dagprogramma  en een 'plezierig activiteitenplan' om het dagritme te herstellen en de bewoner te activeren. Ik citeer uit dat artikel in Mediator:
Activiteitenbegeleidster Kim Advokaat straalt als ze begint te vertellen: ‘We gaan op zoek naar activiteiten waarmee een bewoner positieve ervaringen heeft. Als iemand zich moeilijk kan uiten, vragen we het aan de familie. Op basis van die observaties maak je samen met de psycholoog en verzorging/verpleging een plan. Het resultaat is geweldig.’
Een van de bewoners bleek gek op voetbal te zijn. Hij had gevoetbald en daarna bestuursfuncties bekleed. De zorgverleners spelen daar nu op in door veel met hem te praten over zijn favoriete sport en over wedstrijden op tv. Van een andere bewoonster ontdekte het team dat ze fijne herinneringen had aan haar moeder die haar elke ochtend wakker zong. ‘Vanaf dat moment hebben we een cd met dat nummer opgezet. Soms zongen we zelf. Het maakt het ook voor ons zoveel makkelijker als iemand niet tegenstribbelt, maar in een prettige stemming opstaat.’

Het kost wel veel tijd, zegt Advokaat. ‘Maar wat ik het mooiste vind: je maakt dieper contact met bewoners. Het is ongelooflijk hoeveel verschil kleine dingen kunnen maken.’
 Bij een echte depressie wordt bovendien de 'Dierbare Herinneringen Therapie' gestart:
‘Deze therapie is specifiek gericht op het systematisch ophalen van positieve herinneringen’, legt De Bonth uit. Het was ook voor haar wennen, want doorgaans vragen therapeuten juist naar de nare ervaringen als mogelijke bron van depressies. ‘Ik mocht me alleen richten op positieve zaken. Volgens een vast stramien’, aldus De Bonth.
Ze laat een video zien van een gesprek met een cliënt die een zwaar herseninfarct heeft gehad. ‘Ik heb gevoelsvervlakking, een verlies van emoties’, legt meneer Visser* uit. Meermalen herhaalt De Bonth dat ze samen gaan proberen positieve herinneringen terug te halen. Langzaam komt meneer Visser op gang. Opeens is hij niet meer te stuiten als hij zich het kleine Dakota-modelvliegtuigje uit zijn jeugd herinnert. Hij leeft helemaal op als hij vertelt over de kleuren, de motoren en het vliegen.
Tenslotte werd regelmatig gecheckt of de aanpak goed werkte.

Uit het onderzoek blijkt dus dat deze aanpak de depressieve klachten verminderden en/of de kwaliteit van leven verbeterde. Die effecten waren er zelfs al als alleen de screening had plaats gevonden. Waaraan is dat toe te schrijven?

Mij lijkt dat de aanpak niet zozeer een 'behandeling' is als wel een poging om voor de bewoners iets meer een normale sociale omgeving tot stand te brengen. Want in zo'n normale sociale omgeving ben je omgeven door familie, vrienden en anderen die je persoonlijk kennen. Waarmee je herinneringen deelt, waarmee je een praatje maakt en voor wie je een persoon bent in een kringetje van enige onderlinge verbondenheid. In zo een omgeving heb je een basaal gevoel van veiligheid en vertrouwdheid. Een omgeving waarin mensen zo nu en dan willen weten hoe het met je gaat.

Eenzaamheid, het wegvallen van die kring, is een van de grootste risicofactoren voor depressieve klachten. In veel gevallen is opname in een verpleeghuis gelijk aan het wegvallen van die sociale omgeving. Natuurlijk komt er bezoek, maar dat is anders dan daarvoor. Of er komt geen bezoek. En je wordt omgeven door andere bewoners en personeel waarmee je uiteraard niet die gezamenlijke geschiedenis hebt en die onderlinge verbondenheid. Je voelt je alleen en aan jezelf overgelaten.

Dat alles wordt anders als die mensen ineens echt willen weten hoe het met je gaat. En je dus screenen op depressieve klachten. En als ze daar iets aan willen doen, door activiteiten en een prettige dagindeling. Ze zijn in je geïnteresseerd. Dat alleen al. En ze nodigen je uit om herinneringen te delen. Waardoor zoiets als een gezamenlijke geschiedenis groeit. En waardoor dieper contact ontstaat. Gewoon, normaal, zoals mensen dat nodig hebben. De kleine dingen.

Het lijkt er op dat we er nog steeds te weinig van doordrongen zijn dat zo een 'normale' sociale omgeving voor mensen essentieel is. 

dinsdag 15 januari 2013

Een stappenplan tegen eenzaamheid, dat vooral bestaat uit partijen samenbrengen, vergaderen en informatie uitwisselen

Sinds we de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) hebben, heeft de overheid een wettelijke taak om eenzaamheid te bestrijden. In het kader van de decentralisering van taken, ligt deze taak bij de gemeenten. Een tijdje terug kreeg ik het rapport Lokaal sterk tegen eenzaamheid van het Verwey-Jonker Instituut onder ogen, waarin Rianne Verwijs en Trudi Nederland een stappenplan voor gemeenten presenteren voor interventies ter bestrijding van eenzaamheid. Ik was nieuwsgierig waar zo'n stappenplan nu uit zou bestaan. En ik verwachtte dat de laatste stap van dat plan zou bestaan uit een omschrijving van de handelingen of maatregelen die als verwacht gevolg hebben dat eenzaamheid minder voorkomt.

Maar ik werd teleurgesteld. Want dit blijken de stappen te zijn van dat stappenplan:
Stap 1 Formuleer uitgangspunten en doelstelling
Stap 2 Breng de lokale situatie in kaart
Stap 3 Stel een factsheet op met de belangrijkste bevindingen
Stap 4 Organiseer een lokale bijeenkomst
Stap 5 Stel de opbrengst van de lokale bijeenkomst vast
Stap 6 Zorg voor een follow-up
Die bijeenkomst in stap 4 is er een van, je raadt het al, de "relevante organisaties en instellingen". En wat is het doel van die bijeenkomst? Welnu: "partijen samenbrengen, draagvlak creëren, informatie uitwisselen, kansen en knelpunten inventariseren". Dat bevestigt het (voor)oordeel dat veel van het werk in de sociale sector bestaat uit vergaderen, uitwisselen, overleggen, signaleren, dus praten over de problemen in plaats van de problemen aan te pakken. Ik weet wel, dat oordeel klopt niet voluit, maar het is ook niet geheel bezijden de werkelijkheid.

Komt er dan tenminste in Stap 6 iets te voorschijn van wat er dan concreet volgens dit stappenplan gedaan moet worden? Nee, want die laatste stap bestaat weer uit een bijeenkomst, dit maal een werkbijeenkomst, waarin het "definitieve plan van aanpak" wordt vastgesteld. Maar wat die aanpak dan zou moeten zijn, nee, dat staat er niet, en dat was kennelijk vanaf het begin niet de opzet van dit stappenplan. Dat hele stappenplan had ook over willekeurig welk ander probleem kunnen gaan. Over zwerfjongeren, overlast, obesitas, noem maar op.

Nu moet ik natuurlijk niet teveel willen ophangen aan een zo'n stuk dat ik toevallig onder ogen krijg. Dus wilde ik eigenlijk wel meer weten over wat er in de sociale sector op het gebied van bestrijden van eenzaamheid feitelijk wordt gedaan. En van wat er bekend is over de effecten van die interventies. Via de literatuurlijst bij dit stappenplan vond ik dit rapport van het NIDI, waarin interventies ter voorkoming en vermindering van eenzaamheid onder ouderen op hun effecten worden geëvalueerd. Daar kom ik dan een volgende keer op terug.