dinsdag 20 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 7- En over Edy Korthals Altes

De derde stap in de mensheidsgeschiedenis begon met de Industriële Revolutie en die is nog maar zo kort geleden op de schaal van die gehele geschiedenis dat we er nog middenin zitten en dus nog niet weten waar hij op zal uitlopen. Zie ook het vorige bericht in deze reeks.

In dat vorige bericht sloot ik af met de constatering dat verschillende elementen van die Industriële Revolutie, maar vooral de toename van de vraag naar arbeid en in het bijzonder ook geschoolde arbeid, de aanzet gaven tot democratisering van de nationale staten. De ontwikkelingen brachten een stedelijk proletariaat voort, dat zich gemakkelijker als een maatschappelijke kracht liet organiseren dan de agrarische bevolking. Waardoor belangenbehartigende organisaties ontstonden, zoals vakbonden en socialistische en sociaal-democratische politieke partijen.

Dat streven naar democratisering en gelijkberechtiging kon zo snel de kop opsteken en brede aanhang verwerven doordat de kiemen ervan nog steeds in de menselijke sociale natuur aanwezig waren. De morele jagers-verzamelaarsintuïties die gericht waren op samenwerken en delen, zochten, nu de kansen daartoe zich aandienden, een verwerkelijking in de instituties van het algemeen kiesrecht (begin vorige eeuw) en van de verzorgingsstaat (tweede helft vorige eeuw).

Een en ander ging gepaard met een geweldige wetenschappelijke en technische vooruitgang, verbetering van de gezondheidszorg, intensivering van de landbouw en winning van fossiele energiebronnen.

Nu, in 2018, zijn we op een punt aanbeland, waar twee grote uitdagingen zich aandienen die we het hoofd zullen moeten bieden om zicht te houden op een toekomst van de mensheid:
  • de uitdaging van de onderlinge verhoudingen. Zullen we het met de Industriële Revolutie in het leven geroepen kapitalisme zo kunnen vormgeven dat het blijft voldoen aan onze behoeften aan democratie, gelijkberechtiging en mensenrechten?
  • de uitdaging van onze verhouding tot de aarde. Zullen we met zijn allen (democratie!) in staat zijn om het kapitalisme en onze manier van leven zo om te buigen dat we die kenmerken van Moeder Aarde in stand houden die ons tot nu toe ten dienste hebben gestaan? Anders gezegd: zullen we een circulaire economie tot stand weten te brengen? En zullen we over kunnen gaan op een duurzame landbouw?
Het zich aandienen van deze twee uitdagingen is eigenlijk niet meer te missen. Er zijn er die nog de ogen ervoor willen sluiten, maar dat gaat hen steeds moeilijker af.

In dat verband is het natuurlijk niet toevallig hoe sterk deze twee uitdagingen overeenkomen met de twee eisen waaraan volgens Kate Raworth het vak economie zou moeten voldoen. Enerzijds de eis dat de economie (als een doughnut) naar binnen toe begrensd is door de aard van de menselijke basisbehoeften en naar buiten toe door de eindigheid van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen.

En als je die uitdagingen in je hoofd hebt, dan lees je natuurlijk ook met grote interesse en instemming dat mooie interview dat Fokke Obbema in de Volkskrant had met de 94-jarige oud-diplomaat Edy Korthals Altes: 'De nieuwe mens stemt mij hoopvol'. Ik citeer even zijn antwoord op de vraag wat de zin van ons leven is:
Dat is een grote vraag die vooral gaat woelen naarmate we ouder worden. Omdat hij verband houdt met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden? Ik zou nuchter willen beginnen: de zin is wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur.
De liefde voor de mens: de eerste uitdaging, die van de onderlinge verhoudingen. De liefde voor de natuur: de tweede uitdaging, die van onze verhouding tot de aarde.

Korthals Altes denkt dat er "een nieuwe mens" nodig is om die uitdagingen het hoofd te bieden. Als antwoord op de vraag wat hij toekomstige generaties toewenst:
Mensen, besef wat mens-zijn is. (stilte) Want dat is een ongelofelijk wonder en een enorm voorrecht. Dus kom in beweging. Maak er ernst mee. Richt je niet op miljonair worden, maar zet je in voor een nieuwe, rechtvaardige samenleving en een nieuw denken over vrede en veiligheid. Met hart en ziel. De krachten die we zelf in het leven hebben geroepen, zoals ongelijkheid en klimaatverandering, dwingen ons die nieuwe mens te verwezenlijken. Als we dat niet inzien, loopt het vast.
Die nieuwe mens, natuurlijk, die moet er komen. Maar hij is eigenlijk al heel oud, de mens namelijk, die de morele intuïties ontwikkelde om samenwerken en delen mogelijk te maken.

Die moet zich alleen nog wel even instellen op de twee uitdagingen waar we nu tegen aanlopen. Lees hier het volgende bericht.

zondag 18 november 2018

Zondagochtendmuziek - Fr. Couperin - Pieces de violes avec la basse chifree (1728)

Misschien ben je pas ontvankelijk voor deze muziek als je eerst tot rust bent gekomen. Maar het zou ook kunnen zijn dat het luisteren ernaar je tot rust brengt.

Francois Couperin (1668 - 1733) kennen we vooral van zijn werk voor klavecimbel: L'Art de toucher le clavecin. Dat door Alexandre Tharaud zo mooi op piano werd gespeeld. En waar Bach en Brahms door werden beïnvloed.

Maar zijn werk voor viola da gamba en continuo mag er ook zijn. Hier gespeeld door Mikko Perkola en Aapo Häkkinen.

Muziek die niet goed bij deze tijd past. Heel goed om er dan toch naar te luisteren.

vrijdag 16 november 2018

Vooroordelen wegnemen via internet, kan dat?

Voor- en tegenstanders van Zwarte Piet zijn met elkaar in gesprek gegaan. Kick Out Zwarte Piet-voorman Jerry Afriyie en "Blokkeer-Friezen" troffen elkaar in de woonkamer van activiste en vlogster Joyce Beukema in Leeuwarden. Zie het bericht in de Leeuwarder Courant: Blokkeerders in gesprek met Kick Out Zwarte Piet. Een citaat:
,,We zijn een gesegregeerd land”, zei Afriyie. ,,Iedereen zit achter zijn eigen muren, in zijn eigen bubbel. Gelukkig zijn er mensen die proberen om over die muren heen te klimmen. Iets zei me dat ik hier vanavond moest zijn. Ik ben heel blij dat ik het gedaan heb.”
Volgens de sociaalwetenschappelijke contacthypothese is de kans groot dat de beide partijen meer begrip voor elkaar hebben gekregen en dat de wederzijdse vooroordelen wat zijn verzacht. Zie hier de berichten op dit blog achter het label contacthypothese. 

Het ging hier om een face-to-face contact. Jeryy Afriye nam de moeite om er voor naar Leeuwarden te reizen.

Vaak zal het niet zo gemakkelijk zijn om tegenstanders face-to-face bij elkaar te krijgen. Zou het ook via internet kunnen? Kunnen vooroordelen ook via online contacten worden verminderd?

Ja, dat blijkt het geval te zijn. Australische onderzoekers ontwikkelden een online programma, E-contact, waarmee leden van verschillende groepen elkaar leren kennen en met elkaar samenwerken. Zo brachten ze katholieken en protestanten in Noord-Ierland, moslim en katholieke leerlingen van gesegregeerde scholen in Australië, homoseksuelen en heteroseksuelen en mensen met en zonder schizofrenie online met elkaar in contact.

Met als resultaat dat mensen meer begrip voor elkaar kregen en dat vooroordelen werden verminderd. Hier doen de onderzoekers daar verslag van: How research is helping to reduce prejudice between people online. Een uitgebreider overzicht vind je hier: Improving Intergroup Relations in the Internet Age: A Critical Review. 

Als het internet aan zichzelf wordt overgelaten, is er het levensgrote gevaar dat iedereen zich in zijn eigen zeepbel opsluit. En dat het kuddegedrag juist wordt versterkt.

Maar je blijkt het internet dus ook te kunnen inzetten om mensen juist dichter bij elkaar te brengen.

woensdag 14 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 6

De derde stap van de mensheidsgeschiedenis begon met de opkomst van de industrie en daarmee van het proletariaat, de stedelijke arbeidersklasse. Zie hier het vorige bericht in deze reeks.

Door het proces van de enclosures, de privatisering van de gemeenschappelijke landbouwgronden, al vroeg begonnen in Engeland, maar zich in de negentiende eeuw uitbreidend over het vasteland, transformeerde de subsistence economy in een op winst gerichte economie, die in handen was van grootgrondbezitters. Onteigende kleine boeren en overbodig geworden boerenknechten trokken naar de steden, waar de nieuwe fabrieken voor een nieuwe vraag naar arbeid zorgden.

Er is een uitbundige historische literatuur waarin dit proces wordt beschreven en gedocumenteerd. In mijn boekenkast staan:
Karl Polanyi, The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time
Robert L. Heilbroner, De ontwikkeling van de economische samenleving
J.L. Hammond en Barbara Hammond, The Village Labourer 1760 - 1832. A Study of the Government of England Before the Reform Bill
Brian Inglis, Poverty and the Industrial Revolution
Een klassieker, helaas niet in mijn boekenkast, is
E.P Thompson, The Making of the Englsih Working Class
Maar hier gaat het nu om de vraag wat er gebeurde met die morele gemeenschapsintuïties die in de landbouwsamenlevingen op het dorpsniveau tot uitdrukking waren gekomen in de collectieve zorg dat iedereen in staat was om het hoofd boven water te houden. Door de onderlinge afhankelijkheid en vertrouwdheid waren de voorwaarden daar nog behoorlijk aanwezig om de morele intuïties van samenwerken en delen in de onderlinge verhoudingen te vertalen.

De trek naar de steden vond vaak plaats via de sociale netwerken die in het platteland hun oorsprong hadden. Die naar de stad meegenomen sociale verbanden maakten het mogelijk om elkaar bij te staan in geval van nood. Je kon bij ziekte of ongeval of overlijden van een naaste op wat hulp en bijstand van kennissen rekenen.

Die onderlinge hulpverlening werd gaandeweg breder georganiseerd, in Engeland in de vorm van de friendly societies, in Amerika van de fraternal societies (in mijn boekenkast: David T. Beito, From Mutual Aid to the Welfare State. Fraternal Societies and Social Services, 1890 - 1967) en in Nederland van de "bussen", de onderlinge fondsen, voorlopers van de ziekenfondsen en uitvaartverzekeringen.

We zien dus, aan het begin van de derde stap van de mensheidsgeschiedenis, dat die morele intuïties van samenwerken en delen nog een concretisering vinden in de zelf-organisatie van de onderlinge hulpverlening. Die zelf-organisatie was niet volledig dekkend, want er was daarnaast ook nog de liefdadigheid en er waren de Armenwetten.

En gaandeweg het proces van industrialisering zien we dat wat aanvankelijk nog door zelf-organisatie geregeld wordt, overgaat naar oftewel de markt (commerciële verzekeringen) oftewel naar de overheid (sociale zekerheid, gezondheidszorg).

Die uitbreiding van zowel de markt als de overheid moet de voorwaarden hebben gecreëerd voor het proces naar democratisering van de overheid, dus voor de introductie van het algemene, passieve en actieve, kiesrecht.

En natuurlijk kon dat democratische idee dat iedereen moest mee kunnen beslissen, zo om zich heen grijpen doordat er nog steeds die morele gemeenschapsintuïties bestonden. De democratie was een poging om, na de ellendige ongelijkheden in de landbouwsamenlevingen, weer wat van de gelijkheid van de jagers-verzamelaarssamenlevingen terug te veroveren, maar nu op het grootschalige niveau van de nationale staat.

En nu, in 2018, weten we dat dat terugveroveren van de democratie en de gelijkheid nog steeds een opgave is. In het volgende bericht meer daarover.

maandag 12 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 5

De eerste stap van de mensheidsgeschiedenis was het begin: het ontstaan van de moderne mens in en door de aanpassing aan het uitdijende savannelandschap in Oostelijk Afrika, waarschijnlijk zo'n 300.000 jaar geleden. Die aanpassing hield in, zoals we zagen, dat mensen zich door jagen en verzamelen en een sociaal patroon van samenwerken en delen een bestaan verschaften. Zie hier het vorige bericht in deze reeks.

Die aanpassing was zo succesvol dat er zo ongeveer 8.000 tot 10.000 jaar geleden een moment kwam dat op verschillende locaties de bevolkingsdichtheid zo hoog werd dat mensen landbouw begonnen te beoefenen en zich vestigden. Dit noemen we de Agrarische Revolutie. De gevolgen van deze tweede stap waren immens. In termen van de Dual Mode-theorie uitgedrukt: omstandigheden dienden zich aan waaronder het statuscompetitiepatroon in de maatschappelijke verhoudingen ging overheersen boven het gemeenschapspatroon. De oeroude neiging tot het vormen van statushiërarchieën kon weer de overhand nemen. Er kwamen vorstendommen en keizerrijken, er heerste ongelijkheid tussen arm en rijk en tussen mannen en vrouwen en onderdrukking en slavernij.

Door allerlei oorzaken, teveel om hier op te sommen, begon een paar honderd jaar geleden een ontwikkeling die leidde tot wat we de Industriële Revolutie zijn gaan noemen. Volgens Rosenberg en Birdzell, Jr. (How the West Grew Rich. The Economic Transformation of the Industrial World) begon die ontwikkeling in het Westen in de Middeleeuwen, breidde in de eeuwen daarna de handel zich uit en begon zo ongeveer in de periode 1750 - 1850 de ontwikkeling van de industrie. En tegen het eind van de negentiende eeuw waren zo ongeveer de institutionele voorwaarden, zoals nieuwe eigendomsverhoudingen, aanwezig die grote ondernemingen mogelijk maakten.

Het kapitalisme brak door. De derde stap in de mensheidsgeschiedenis werd gezet. En dat is nog zo kort geleden dat je kunt zeggen dat we nu, in 2018, ons nog midden in die derde stap bevinden. Zodat we dus ook nog niet weten hoe die geschiedenis verder zal gaan.

Een van de vele gevolgen was dat de vraag naar arbeid, en vooral ook naar geschoolde arbeid, toenam. Die vraag concentreerde zich in de industriële gebieden, dus in de steden. Dat proces van verstedelijking ging gepaard met intensivering en schaalvergroting van de landbouw. Was in Nederland in 1807 nog 40 procent van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw en visserij, dat aandeel was in 1989 gedaald tot 1 à 2 procent (CBS, Statistiek in tijdreeksen). Het grootste deel van de daling kan overigens worden toegeschreven aan de periode na de Tweede Wereldoorlog.

Die toename van de vraag naar arbeid en van de concentratie ervan in de fabrieken en de stedelijke gebieden, was cruciaal, omdat de instandhouding van de grote ongelijkheid van de landbouwsamenleving erdoor werd bemoeilijkt. Er waren weliswaar de nieuwe rijken, de kapitalisten, maar die vonden een tegenwicht in de georganiseerde arbeid, de vakbeweging. En parallel daaraan was er op het niveau van de nationale staat de opkomst van het algemeen kiesrecht en dus van de democratie.

En de democratie, waarin iedereen meetelde, is niets minder dan een nieuwe sociale vorm waarin de morele intuïties van het samenwerken en delen een uitdrukking vonden. Daarover meer in het volgende bericht.

zondag 11 november 2018

Zondagochtendmuziek - JOHN COLTRANE Alabama

Vorige week, voorafgaand aan de Sunday Afternoon Jazz in TivoliVredenburg met Jesse van Ruller en Seamus Blake, bekeken we de indrukwekkende documentaire Chasing Trane over John Coltrane. Je kunt hem hier ook op YouTube bekijken, maar je moet dan wel registreren.

Hier speelt Coltrane Alabama, door hem geschreven naar aanleiding van de bomaanslag door de Ku Klux Clan op de 16th Street Baptist Church in Birmingham, Alabama, op 15 september 1963, waarbij vier meisjes omkwamen.

McCoy Tyner, piano, Jimmy Garrison, bas en Elvin Jones, drums.

vrijdag 9 november 2018

Vandaag 80 jaar geleden - Nu, in 2018, is het zaak om de geschiedenis te kennen en er de lessen uit te leren.

Vandaag 80 jaar geleden was er in Duitsland in de nacht van 9 op 10 november de Reichspogromnacht, de nacht van het door het nationaalsocialistische bewind georganiseerde en aangestuurde geweld tegen Joodse burgers. Een goed overzicht van de gebeurtenissen geeft de Wikipedia-pagina Novemberpogrome 1938

In Nederland wordt die nacht nog vaak met Kristallnacht aangeduid. Dat is de naam die de nazi's er zelf aangaven en die slaat op de ingegooide etalageruiten van Joodse winkels.Omdat er nogal wat meer gebeurde dan dat er ruiten werden ingegooid, is in Duitsland nu al jaren de naam Pogromnacht in gebruik. Terecht.

Het is goed om je weer eens in die gebeurtenissen te verdiepen. Zeker in de tijd waarin we nu leven, met het opkomende rechts-extremisme.

Wat er toen gebeurde? Ik citeer uit de Wikipedia-pagina:
Dabei wurden vom 7. bis 13. November 1938 etwa 400 Menschen ermordet oder in den Suizid getrieben. Über 1.400 Synagogen, Betstuben und sonstige Versammlungsräume sowie tausende Geschäfte, Wohnungen und jüdische Friedhöfe wurden zerstört.[1] Ab dem 10. November wurden ungefähr 30.000 Juden in Konzentrationslagern inhaftiert, wo Hunderte ermordet wurden oder an den Haftfolgen starben.
Die Pogrome markieren den Übergang von der Diskriminierung der deutschen Juden seit 1933 zur systematischen Verfolgung, die knapp drei Jahre später in den Holocaust mündete..[2]
Door je er in te verdiepen, hoe moeilijk dat ook is, kun je een beetje tot je laten doordringen hoe zulke wandaden kunnen plaatsvinden. En hoe ze onderdeel kunnen zijn van een maatschappelijk proces met vreselijke uitkomsten.

Ik moest denken aan Albert Speer, tot het eind een van de naaste medewerkers van Hitler, die omdat hij na de oorlog schuld bekende, slechts tot 20 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Joachim Fest probeerde er in de gesprekken die hij met Speer voerde achter te komen hoe hij aan zulke vreselijke daden had kunnen meewerken. Hij vroeg bijvoorbeeld ook hoe hij in 1938 die Pogromnacht had ervaren. Zijn antwoord kwam er op neer dat hij het zich niet herinnerde:
Hij had een keer kunnen reconstrueren, zei hij, dat hij op de ochtend (...) na de Kristallnacht langs de synagoge in Fasanenstrasse moest zijn gekomen, in elk geval had die op zijn route gelegen. Maar met de beste wil van de wereld kon hij er verder niets over zeggen, verzekerde hij ons telkens weer.
Zie voor meer: Hoe kunnen gewone mensen tot zoiets komen? Het geval-Speer.

En ik sloeg ook nog dat indrukwekkende boek van Michael Wildt er op na: Volksgemeinschaft als Selbstermächtigung. Gewalt gegen Juden in der deutschen Provinz 1919 - 1939, dat veel te weinig aandacht heeft gekregen. Wildt beschrijft hoe dat idee van de Volksgemeinschaft, waar "buitenstaanders" van werden uitgesloten, stap voor stap ingang vond en hoe dat proces gepaard ging met over het land verspreide geweldsincidenten. Met slachtoffers, daders en: toeschouwers. Die soms ingrepen, maar al te vaak alleen maar toekeken.

En dus pakte ik zopas ook nog weer eens "Davon haben wir nichts gewusst!" Die deutschen und die Judenverfolgung 1933 - 1945 van Peter Longerich uit de kast. Ook te weinig aandacht gekregen.

Longerich wijdt een hoofdstuk aan de Novemberpogrom. Hoewel er aanwijzingen zijn dat de grote meerderheid van de Duitse bevolking afwijzend stond tegenover de gebeurtenissen, was er al zoveel intimidatie dat er nauwelijks tegenacties en geen demonstraties plaats vonden. Longerich daarover (p. 123-124):
Die passive Hinnahme von Gewalt und Rechtlosigkeit durch die Bevölkerung wurde wiederum in der Propaganda als kollektive Zustimmung zu den Gewaltaktionen ausgegeben. Nun, da es dem Regime gelungen war, den Pogrom ohne massiven Widerstand der Bevölkerung durchzuführen, machte es in seiner öffentlichen Darstellung der Ereignisse die Bevölkerung zu Komplizen des gewalttätigen Anschlags auf die deutschen Juden.
Nu, in 2018, is het zaak om de geschiedenis te kennen en er de lessen uit te leren.

woensdag 7 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 4

De tweede stap in de mensheidsgeschiedenis, de overgang naar de landbouwsamenlevingen, is op de tijdlijn van de gehele geschiedenis nog maar kort geleden. Zo kort geleden, 8-10.000 jaar, dat het nu, in 2018, misschien nog wel te vroeg is om te concluderen dat het een verstandige stap was. En niet, zoals in de woorden van Jared Diamond, de grootste vergissing die de mensheid ooit gemaakt heeft. Zie het vorige bericht in deze reeks.

De sociale gevolgen van de Agrarische Revolutie zijn ronduit dramatisch te nomen. De nog altijd in de menselijke natuur aanwezige drang tot statuscompetitie, als erfenis meegegeven door de gemeenschappelijke voorouder van chimpansee en mensachtigen, kon in de nieuwe economische verhoudingen niet meer goed worden beteugeld.

Er ontstonden plotsklaps aanspraken op eigendom: land, water, werktuigen, gebouwen, voorraden, ja, zelfs vrouwen en slaven. En er ontstonden dynastieën, die hun bezittingen wilden doorgeven aan volgende generaties. De institutie van het eerstegeboorterecht ontwikkelde zich, maar ook de jongere zonen moesten tevreden worden gesteld. Waardoor elke dynastie een prikkel had om land en bezittingen uit te breiden. En dus kwamen legers en oorlogen de mensheidsgeschiedenis binnen.

Zo kwamen er de eerste staten, met een sterke man aan het roer, met belastingheffing, een bureaucratie, een onderdrukkingsapparaat en een leger. Zorgvuldig doordachte en uitgewerkte statushiërarchieën, maar wel gemodelleerd naar het Alfamannetjes-model van de primaten. Wat jagers-verzamelaars niet kenden en niet wilden kennen, grote ongelijkheid, armoede en rijkdom naast elkaar, werd hét kenmerk van de landbouwsamenleving.

Anders gezegd, het statuscompetitiepatroon overheerste het gemeenschapspatroon.

Maar helemaal weggevaagd was dat laatste ook weer niet. Het had zich teruggetrokken op het onderste niveau van het maatschappelijk bouwwerk. Het niveau van, zeg maar, de werkers op het land, de boeren die zich dorpsgewijs organiseerden en er zo zorg voor droegen dat iedereen genoeg opbrengsten had om er zelf van te leven en om aan de eisen van de kasteelheer te voldoen.

Dit hield bijvoorbeeld in dat de individueel bewerkte gronden, naast de gemeenschappelijke weidegronden, periodiek werden herverdeeld, zodat de beste gronden rouleerden. Een aardige beschrijving van die dorpsgemeenschappen vind je in Functional and historical explanations for village social organization in northern Europe van Robert H. Layton.

En, niet te vergeten, denk ook aan al die vormen van zelf-organisatie van boeren en vissers, die werden bestudeerd door Elinor Ostrom. Die voor haar werk in 2009 de Nobelprijs voor economie kreeg toegekend. Zie in dat verband de berichten op dit blog achter het label Elinor Ostrom.

Dat gemeenschapspatroon van samenwerken en delen wist zich dus in die landbouwsamenlevingen in het verborgene te handhaven. In het verborgene, in die zin dat de geschiedschrijvers er maar weinig aandacht voor hadden en zich vooral concentreerden op de beschrijvingen van de vorstenhuizen.

Dat het zich toch wist te handhaven, en in de menselijke sociale natuur aanwezig bleef, zorgde er voor dat er in de mensheidsgeschiedenis ook nog een derde stap kon worden gezet. Daarover meer in het volgende bericht.

dinsdag 6 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 3

Voor het overgrote deel van de mensheidsgeschiedenis, 95 tot 98 procent, voerden mensen de uiterst succesvolle leefwijze van het jagen en verzamelen en het samenwerken en delen. Zie het vorige bericht in deze reeks.

Die lange periode begon met de eerste stap in de mensheidsgeschiedenis: de aanpassing aan het savannelandschap, waarvoor dat samenwerken en delen een vereiste was. Gaandeweg bleek dat die manier van samenleven ook geschikt was om onder andere geografische en klimatologische omstandigheden een bestaan op te bouwen.

Zoals in het vorige bericht uiteengezet, was voor dat samenwerken en delen een behoorlijke mate van sociale harmonie noodzakelijk. Voor het toentertijd bestaan van die harmonieuze en vreedzame verhoudingen zijn velerlei aanwijzingen. Ik stond daar eerder, hier en hier en hier, bij stil.

Dat wil ook weer niet zeggen dat er geen conflicten en geweld voorkwamen. Want het handhaven van de harmonie was een collectieve opgave, omdat egoïsme en statuscompetitie, nog altijd in de menselijke sociale natuur aanwezig, moesten worden bestreden.

En dat kon wel degelijk, in laatste instantie, met gebruik van geweld gepaard gaan. Het schijnt dat Richard Wrangham daar meer informatie over verschaft in zijn nieuwste , nog te verschijnen boek The Goodness Paradox: The Strange Relationship Between Virtue and Violence in Human Evolution.

Dat collectieve onderdrukken van egoïsme, statuscompetitie en de daaruit voortkomende conflicten, werd sterk bemoeilijkt met de introductie van de landbouw, zo ongeveer 8 - 10.000 jaar geleden.. Het was overigens niet zo dat mensen de landbouw "uitvonden", maar er na lang aarzelen tot overgingen omdat door de toegenomen lokale bevolkingsdichtheid de opbrengsten van het jagen en verzamelen verminderden.

Daar waar landbouw het gemakkelijkst te beoefenen was, zoals in het gebied van de Eufraat en de Tigris, begon het met vallen en opstaan en verspreidde het zich. Lees daarover vooral Guns, Germs, and Steel. The Fates of Human Societies van Jared Diamond. In het Nederlands vertaald als Zwaarden, paarden en ziektekiemen. de ongelijkheid in de wereld verklaard.

Dat gebeurde inderdaad met vallen en opstaan, want het was een uiterst hachelijke onderneming. Jared Diamond noemde het de grootste vergissing die de mensheid ooit heeft gemaakt. Want de landbouw bracht allerlei plagen met zich mee: mislukte oogsten en dus hongersnood, en epidemieën, door het houden van vee en huisdieren. We stonden daar bij stil in de berichten over het Oerboek van de mens. zoals hier en hier.

Maar daar kwam nog bij dat de landbouweconomie gepaard ging met grote ongelijkheid en daarmee tot grootschalige conflicten, zeg maar oorlogen. De nog steeds bestaande neigingen tot egoïsme en statuscompetitie konden niet langer collectief worden onderdrukt en kregen een sociale vorm in de statushiërarchieën van vorstendommen en keizerrijken. En in onderdrukking en slavernij.

Dat pas met de introductie van de landbouw, met de Agrarische Revolutie, het grootschalige geweld de mensheidsgeschiedenis binnenkwam, stuit nog wel eens op ongeloof. De aanwijzingen ervoor komen o.a. uit de bestudering en vergelijking van nog waargenomen jagers-verzamelaarssamenlevingen en tuinbouw- en kleinschalige landbouwsamenlevingen.

Een recente studie is Implications of the Neolithic Revolution for Male-Male Competition and Violent Conflict van Menelaos Apostolou. Hij laat met de gegevens van de Standard Cross-Cultural Sample van 186 pre-industriële samenlevingen zien dat gewelddadige conflicten (op de basis van statuscompetitie tussen mannen) talrijker zijn in landbouwsamenlevingen dan in jagers-verzamelaarssamenlevingen.

De tweede stap in de mensheidsgeschiedenis bestaat er dus uit dat op landbouw werd overgestapt en dat daarmee een eind kwam aan de daarmee vergeleken harmonieuze en vreedzame sociale verhoudingen van de jagers-verzamelaarssamenlevingen. Zie hier het vervolgbericht.

zondag 4 november 2018

Zondagochtendmuziek - Roy Hargrove & The RH Factor @ Live at North Sea Jazz Festival 2009 full

Ach, gisteravond ineens het bericht dat Roy Hargrove is overleden. De New York Times staat er nu bij stil: Roy Hargrove, Trumpeter Who Gave Jazz a Jolt of Youth, Dies at 49.

Twee maanden geleden was ik nog bij een optreden in de Blue Note in New York. Na afloop zat hij met een flesje frisdrank aan de bar. Er leek niets aan de hand.

Nu blijkt dat hij al 13 jaar nierproblemen had en dialyses onderging. Hij overleed in het ziekenhuis aan hartfalen.

Uit dat New York Times In Memoriam:
Into his final days, dogged by failing health, Mr. Hargrove remained a fixture of the jam sessions at Smalls in Greenwich Village. When not on tour, he spent multiple nights each week in that low-ceilinged basement, his slight, nattily dressed frame emerging occasionally from a corner to blow a smoky, quietly arresting solo.
Hier een optreden met zijn band RH Factor op het North Sea Jazz Festival in 2009.