zondag 30 november 2014

Eerst was er de staat, toen het geld en de markt. En dat primaat van de overheid is ook nu nog essentieel

Onze huidige economische crisis is niet een noodlot dat ons treft, maar de uitkomst van slecht economisch beleid. Doordat een groot deel van de private sector bezig is schulden af te lossen, is er een probleem van een tekortschietende vraag.

Tekortschietend in de zin van niet tegemoetkomend aan de bestaande productiecapaciteit. Er zijn veel mensen die zouden willen werken of meer uren zouden willen werken. Denk maar even aan het drama van de hoge (jeugd-)werkloosheid in landen als Griekenland, Italië en Spanje. Maar ook in andere Europese landen is er bepaald geen volledige werkgelegenheid. Veel fysiek kapitaal ligt ongebruikt en er wordt niet geïnvesteerd. Hoewel er geld genoeg is. Alleen: niet bij de mensen die het graag zouden uitgeven, maar bij de kapitaalverschaffers die liever veilige staatsobligaties kopen dan dat ze het productief investeren. Logisch, wie wil geld steken in producten die niet zullen worden verkocht?

Die tekortschietende vraag veroorzaakt dus economische stagnatie, deflatie of een te lage inflatie. Maar dat is helemaal niet nodig. In de huidige omstandigheden is stagnatie een beleidskeuze. En een foute keuze. Want waarom zouden we die ongebruikte productiecapaciteit ongebruikt moeten laten? Daarvoor is geen zinnig economisch argument.

Beleid dat de stagnatie doorbreekt, kan globaal worden aangeduid met het trefwoord helikoptergeld. Zie voor een mooie analyse The Simple Analytics of Helicopter Money: Why It Works – Always van Willem Buiter van Citygroup (zoon van Harm Buiter, oud-burgemeester van Groningen, en bekend van zijn slecht afgelopen affaire met Heleen Mees, maar dat geheel terzijde). Je kunt de vraag aanwakkeren, door bij iedereen die bezig is schulden af te lossen geld op de bankrekening over te maken.

De Centrale Bank kan dat geld bijdrukken of de overheid kan het op de kapitaalmarkt lenen, op het ogenblik tegen een rente van bijna nul procent. Maar een variant van helikoptergeld is dat je als overheid dat gedrukte of geleende geld gebruikt voor investeringen in infrastructuur of andere publieke goederen. Als je er maar voor zorgt dat er meer geld onder de mensen komt. Afhankelijk van hoe dringend zulke investeringen zijn, is die variant beter dan gewoon het geld op bankrekeningen overmaken.

Hoe dan ook, omdat ons geld fiat geld is, kan een tekortschietende vraag als gevolg van te weinig geld in omloop (liquiditeit) nooit een reden zijn om stagnatie te laten voortbestaan en passief te gaan zitten wachten op betere tijden. In geen geval zou een obsessie met begrotingsevenwicht, zoals die nu in Europa heerst, in de weg behoren te staan.

Dit alles overdacht ik toen ik bezig was Debt. The First 5,000 Years van David Graeber te herlezen. Zie ook Neo-liberalisme en burgermansmoraal - Notitie n.a.v. David Graeber. Graeber heeft in dat boek met veel succes een vergeten theorie over het ontstaan van geld en van de markt, het Chartalisme, opnieuw onder de aandacht gebracht. Volgens die theorie was de uitvinding van geld niet een spontane oplossing voor het probleem van de inefficiëntie van ruilhandel, maar een middel van staten om economische activiteit te bevorderen en belastingen te heffen. Volgens die theorie was er dus niet eerst een markt in de vorm van ruilhandel en kwam toen het geld. Integendeel, eerst was er de staat (vorstendommen) en toen kwam het geld.

Hoe ging dat in zijn werk en waarom is dat ook nu nog interessant? Graeber maakt aannemelijk dat vorstendommen zich de controle over goud- en zilvermijnen toe-eigenden, om met de munten een probleem op te lossen dat ontstond als ze oorlog wilden of moesten voeren. Want hoe breng je een leger soldaten op de been en hoe voorzie je die van voedsel, kleding, onderdak en materieel? Je kunt ze laten plunderen, maar dat is niet goed voor je relatie met het volk.

Daarom is het beter om je soldaten met die munten te betalen. Daar hebben ze op zich niets aan, behalve als je tegelijk belasting oplegt aan je onderdanen, te betalen met precies die munten. Want dat geeft de hele bevolking een prikkel om die soldaten van alles te voorzien wat ze nodig hebben, uiteraard in ruil voor munten. In de woorden van Graeber (p. 49-50):
if one simply hands out coins to the soldiers and then demands that every family in the kingdom was obliged to pay one of those coins back to you, one would, in one blow, turn one's entire national economy into a vast machine for the provisioning of soldiers, since now every family, in order to get their hands on the coins, must find some way to contribute to the general effort to provide soldiers with things they want. Markets are brought into existence as a side effect.
Dit is een wat gestileerd verhaal van hoe het in werkelijkheid zal zijn gegaan. Maar de portee is duidelijk: hoewel er nog geen helikopters waren, was er al wel helikoptergeld. En met de munten die iedereen meer wist te verwerven dan er nodig waren om de belastingen te betalen, ontstond, zonder dat het zo bedoeld was, een markt voor goederen en diensten. Eerst was er het geld, toen kwam de markt. Omdat met dat geld de vraag naar goederen en diensten werd gestimuleerd.

Overgeheveld naar het heden: We hebben nu wel een markt, maar een markt die stagneert. En er is een duidelijke parallel: net zo als de vorst toen de markt in het leven riep door geld te verdelen, kunnen we nu de stagnatie opheffen door datzelfde te doen. Door "de economie te stimuleren".

Alleen hoeven we dat nu natuurlijk niet te doen door oorlog te gaan voeren. (Zoals we wel deden toen we de Tweede Wereldoorlog ingingen en daarmee een einde maakten aan de Grote Depressie van de jaren 30 van de vorige eeuw.) Er zijn gelukkig vreedzamere en productievere manieren.

En heel langzaam, veel te langzaam, lijkt dat tot de Europese politici door te dringen. De overheid was lang geleden niet alleen essentieel om het geld en de markt in het leven te roepen, hij is nu ook essentieel om de markt in een recessie aan de praat te houden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen