dinsdag 12 januari 2016

Hoopvol: Een of twee positieve contacten zijn genoeg om gebrek aan empathie met outgroup weg te nemen

Omdat wij met maar een klein deel van de sociale wereld om ons heen persoonlijk vertrouwd zijn, kunnen we over andere delen daarvan gemakkelijk allerlei negatieve vooroordelen ontwikkelen. We nemen dan soms snel "het zekere voor het onzekere". Tot nu toe blijkt het beste middel daartegen een toename van contacten tussen groepen te zijn. Zie Meer contact helpt tegen vooroordelen en tegen (gewelddadige) conflicten. En over hoe dat komt.
Dit is een citaat uit het bericht Over het vermogen om je empathie uit te schakelen. En over verantwoordelijke politici. In dat bericht en in het bericht waar ik in het citaat naar link, gaat het erover dat mensen in staat zijn tot het ontwikkelen van ingroup-outgroup indelingen en dat bovendien de maatschappij waarin wij leven tot het denken in zulke indelingen uitnodigt. Een actueel inzicht, mag je wel zeggen.

Een in de sociale wetenschappen al langer bestaand inzicht is dat negatieve vooroordelen minder worden als er meer contact is tussen groepen. Dit is bekend geworden als de contacthypothese, een term die in 1954 geïntroduceerd werd door de sociaal-psycholoog Gordon Allport (1897 - 1967). Door meer contact is er meer vertrouwdheid en we weten dat vertrouwdheid belangrijk bijdraagt aan empathie.

Er is nu nieuw onderzoek dat meer vertelt over wat voor contact, en hoeveel contact, dat dan zou moeten zijn: How learning shapes the empathic brain. Het onderzoek werd in Zwitserland uitgevoerd, waar een grote minderheid immigranten uit de Balkan woont, wat door veel Zwitsers als problematisch wordt gezien.

Stel je voor dat je een Zwitser bent. In het onderzoek word je een aantal keren met een andere Zwitser of met een Balkan-immigrant gekoppeld, waarbij na elke ronde de personen wisselen. Degene waar mee je gekoppeld bent, kan tegen inlevering van 5 Frank voorkomen dat jij een milde, maar ook weer niet prettige, schok krijgt toegediend op de rug van je hand. Maakt het dan verschil wie die ander is die daarover beslist, een mede-Zwitser of een Balkan-immigrant?

De onderzoekers gingen dat na doordat ze van te voren gemeten hadden hoe empathisch de proefpersonen reageerden op het zien van die toch wat pijnlijke ervaring van die schok door mede-Zwitsers en door Balkan-immigranten. Dit deden ze door de activiteit van de betreffende hersengedeeltes af te lezen (de personen lagen in een hersenscanner.) Meer activiteit in die gedeeltes staat voor meer empathie. Aan het eind van het onderzoek werden die metingen herhaald.

Toen bleek dat het geholpen worden door een Balkan-immigrant (door die schok te voorkomen) de empathie met die persoon, maar ook met andere Balkan-immigranten sterk verhoogde. Anders gezegd, positieve ervaringen met een lid van de outgroup generaliseerden naar de andere leden van die groep.

Bovendien bleek dat die toename van empathie tot stand kwam via een positiever gevoel over de leden van de outgroup. Een vergelijkbare toename van empathie was er niet bij de mede-Zwitsers, waar de empathie aanvankelijk al hoger was.

Hoe vaak moest je dan geholpen zijn voor dat die toename van empathie intrad? Na een grondige analyse van de gegevens kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat dit effect al optrad na een of twee keer geholpen te zijn. Leertheoretisch gezien: een of enkele positieve ervaringen met een tot dan negatieve stimulus was voldoende om je van je negatieve gevoelens te genezen.

Al met al levert het onderzoek sterke aanwijzingen op voor de geldigheid van de contacthypothese. Negatieve vooroordelen zijn te bestrijden door mensen met elkaar in contact te brengen en gelegenheden te creëren om iets voor elkaar te doen.

Dat geeft, in deze toch wat barre tijden, een beetje hoop.
(De afbeelding is afkomstig van Gordon Allport.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen