woensdag 19 augustus 2020

Waardoor is pro-sociaal gedrag aanstekelijk? - Doordat het de sociale veiligheid verschaft die weer meer pro-sociaal gedrag uitlokt

Hoe komt het dat het pro-sociale gedrag van anderen de kans vergroot dat we ook onszelf meer pro-sociaal gaan gedragen? Wat verklaart dat pro-sociaal gedrag aanstekelijk is? Die aanstekelijkheid was op dit blog al eerder aanleiding om het woord gemeenschapsgedrag te prefereren boven pro-sociaal gedrag, omdat daar al dat sociale beïnvloedingsproces in besloten ligt. Het gaat om gedrag "als in een gemeenschap", dus om gedrag dat je oftewel met zijn allen doet of helemaal niet. Maar omdat het woord gemeenschapsgedrag vooralsnog alleen op dit blog is ingeburgerd, hou ik het nu maar even bij pro-sociaal gedrag.

Dat pro-sociaal gedrag aanstekelijk is, zagen we in eerdere berichten langskomen: Wie goed doet, doet dubbel goed. Pro-sociaal gedrag is aanstekelijk, Ook pro-sociaal gedrag in de media lokt pro-sociaal gedrag uit en Dreumesen schieten meer te hulp als iemand het goede voorbeeld heeft gegeven. En zie ook Nieuwe aanwijzingen voor de flexibele menselijke sociale natuur - gemeenschapsgedrag lokt gemeenschapsgedrag uit en de berichten over het verschijnsel van crowding-in.

En er is nu de nieuwe studie Prosocial modeling: A meta-analytic review and synthesis, waarin uit een meta-analyse van 88 studies met in totaal 25.354 proefpersonen blijkt dat er alles samengenomen een gematigd positief effect is van het waarnemen van pro-sociaal gedrag op het eigen pro-sociale gedrag. Het gaat dan om zaken als het doneren van geld, het geven van fooi, het oprapen van iets voor iemand die dat per ongeluk heeft laten vallen, iemand te hulp schieten en het kiezen voor samenwerken in plaats van profiteren.

Maar nu terug naar de vraag wat daarvoor de verklaring zou kunnen zijn. In die nieuwe studie worden drie gangbare verklaringen genoemd: imitatie van het gedrag, de neiging tot conformeren en de neiging om het doel van het gedrag over te nemen (goal contagion). En het zou kunnen zijn dat het een zogenaamd onderzoekerseffect is, dat wil zeggen de neiging van proefpersonen om te voldoen aan wat ze denken dat de onderzoeker van hen wil. De auteurs concluderen dat die verklaring van goal contagion het beste uit de bus komt. Mensen zouden dus als ze zien dat een persoon iemand anders helpt, daardoor zelf ook besluiten dat het goed is om anderen te helpen.

Dat is interessant. Want het zou aardig passen in het vermoeden dat bij mij steeds meer is komen bovendrijven, namelijk dat pro-sociaal gedrag een reactie is op signalen die erop wijzen dat je je bevindt in een veilige sociale omgeving. Of op signalen die je eraan herinneren dat je sociale omgeving eigenlijk best wel veilig is. Een veiligheid die eruit bestaat dat mensen bereid zijn om anderen te helpen en om bij te springen als dat nodig is.

Dat vermoeden gaat terug op de gedachte dat alle dieren, en dus ook mensen, voor de uitdaging staan om zich zoveel mogelijk te bevinden in een veilige omgeving, een omgeving die gunstig is voor overleving en reproductie. Eerder in de mensheidsgeschiedenis was die veiligheid er in de groep van jagers-verzamelaars waarin samengewerkt en gedeeld werd. In die groep was pro-sociaal gedrag niet alleen veilig om uit te voeren, omdat je er op kon rekenen dat anderen er geen misbruik van maakten, maar ook omdat je eigen overleving en reproductie er baat bij had. Je deelde mee in de opbrengsten van het samenwerken. Sociale onveiligheid bestond uit het niet deel uitmaken van zo’n groep en in je eentje moeten zien te overleven.

In de huidige samenleving is die veilige omgeving er meestal wel in het gezin waarin een kind opgroeit. (Meestal, want we kennen helaas ook het probleem van kindermishandeling.) Daardoor leren kinderen al snel om op de zorgzaamheid die ze ervaren te reageren met hulpvaardigheid. Denk weer even aan die dreumesen die te hulp schieten. En aan al die studies van Michael Tomasello en medewerkers waaruit blijkt dat kinderen al heel jong anderen helpen als ze daartoe in staat zijn. Dat is hun natuurlijke reactie op de zorgzame omgeving die ze in het gezin aantreffen.

De natuurlijkheid van die reactie blijkt eruit dat in een toestand van ervaren veiligheid de nervus vagus (de zwerfzenuw) gematigd geactiveerd is, wat precies de lichamelijke toestand is (rest and digest) waarin je gemakkelijk anderen te hulp schiet. Terwijl in een toestand van onveiligheid oftewel die zwerfzenuw bovenmatig wordt geactiveerd, waardoor je in het statuscompetitiepatroon schiet (fight or flight), of sterk verlaagd geactiveerd (immobilisation), waardoor je te maken kunt krijgen met een depressie of angststoornis. Zie De belichaming van pro-sociaal gedrag - En wat we daarvan kunnen leren. En denk aan de polyvagaaltheorie van Stephen W. Porges.

Maar in de huidige maatschappij is het gezin maar een klein eilandje in een grote zee van sociale vluchtigheid en daarmee kans op statuscompetitie. Bij het ouder worden is er buiten dat eigen gezin dus de onzekerheid over het gedrag van anderen en dus de mogelijkheid van de sociale onveiligheid van de statuscompetitie. En dat is precies de omgeving waarin we niet alleen "nieuwe" sociale veiligheid zoeken (dus vrienden willen maken), maar ook het pro-sociale gedrag dat we tegenkomen beschouwen als signalen voor het bestaan van sociale veiligheid. "O ja, mensen zijn eigenlijk heel goedaardig en behulpzaam." Dat besef vergroot ons veiligheidsgevoel, waardoor we ook zelf gemakkelijker te hulp schieten.

En dat komt dus wel wat overeen met die goal contagion-verklaring van die auteurs van die nieuwe studie. Maar het verschaft ook een onderliggende mechanisme: pro-sociaal gedrag draagt bij aan sociale veiligheid, die op zijn beurt weer meer pro-sociaal gedrag uitlokt.

Geen opmerkingen: