dinsdag 28 september 2021

Morele oordelen zonder alle relevante informatie te hebben meegewogen, kunnen de plank misslaan. Over het coronatoegangsbewijs

Ik zag op het Journaal een interview met een artiest, ik meen een rapper, die overwoog zijn optredens niet door te laten gaan. Omdat hij geen bezoekers zou mogen toelaten die niet beschikken over een coronatoegangsbewijs. En hij wilde niet "discrimineren", geen onderscheid maken. De precieze bewoordingen kan ik niet helemaal terughalen, maar het was duidelijk dat hij een beroep deed op de morele gemeenschapsintuïtie van het iedereen telt mee. Niemand hoort te worden buitengesloten. Ook de manier waarop hij sprak, verried de morele lading van zijn standpunt.

Ook was er staatssecretaris Mona Keizer, die verklaarde tegenstander te zijn van het coronatoegangsbewijs en die werd voorgedragen voor ontslag, omdat ze daarmee inging tegen het kabinetsbeleid en het principe dat de regering met één mond praat. Ze kon het beleid niet meer rijmen met haar geweten en vond dat het funest was voor de saamhorigheid in de maatschappij. Ook hier zien we de morele lading.

Tegelijk is er een meerderheid van de Nederlandse bevolking die het coronatoegangsbewijs accepteert, ja, ondersteunt. Ook was er een Tweede Kamermeerderheid. En er zijn berichten dat het in andere landen (Frankrijk, Italië) algemeen als vanzelfsprekend geaccepteerd wordt. 

Dat zal er aan liggen dat het coronatoegangsbewijs evenzeer appelleert aan die morele gemeenschapsintuïties, namelijk aan de notie dat je anderen geen schade mag toebrengen. Een notie die gemakkelijk is te herleiden tot datzelfde iedereen telt mee. Als iedereen meetelt, hoor je niet een ander schade te berokkenen. Er valt zelfs veel voor te zeggen, volgens de Theory of Dyadic Morality, dat die notie van het geen schade toebrengen de kern vormt van dat complex van onze morele gemeenschapsintuïties. 

Een en ander wijst er op dat onze morele intuïties ons niet altijd als een soort algoritme één kant op sturen. Zoals ik al memoreerde, komt er bij het "toepassen" van die intuïties op concrete gevallen het probleem kijken van het wel of niet beschikken over alle relevante informatie. Bij het luisteren naar die rapper in het Journaal wilde ik hem toeroepen dat hij toch niet zou willen dat er bij zijn optreden bezoekers besmet zouden raken. En ik verwonderde me erover dat de interviewer dat niet ter sprake bracht. Had hij dat wel overwogen? Had hij daarover nagedacht?

Kennelijk niet, want hij gaf er geen blijk van het morele dilemma te hebben ervaren dat dan zou zijn ontstaan. Ook Mona Keizer zou je willen vragen of het willens en wetens laten oplopen van de besmettingen en het daardoor langer laten duren van de pandemie, met de onvermijdelijke extra overlijdensgevallen, wel zo goed zou zijn voor de saamhorigheid in de maatschappij.

Morele oordelen zonder alle relevante informatie te hebben meegewogen, kunnen dus de plank misslaan. Eigenlijk besef je dan dat het je zo goed mogelijk informeren alvorens te oordelen ook tot die morele gemeenschapsintuïties zou moeten worden gerekend.

Geen opmerkingen: