donderdag 15 januari 2026

Een lange weg naar een sociaalwetenschappelijk zicht op mensen en samenleving -27 - Van tabula rasa naar trial and error en black box

Dat Homans de mens terugbracht in de sociologie, dat was natuurlijk vooruitgang. Hier het vorige bericht. Want hij liet daarmee zowel het mankement van die curieuze wetenschapsopvatting als dat van de eigenstandigheid van het vak achter zich. Hij herstelde het alledaagse inzicht dat de maatschappij mensenwerk is en dus ook in die hoedanigheid moet worden bestudeerd. 

Maar hoe zit het dan met de vraag of die maatschappij, als mensenwerk, wel genoeg tegemoetkomt aan wat mensen willen en kunnen? De vraag dus of dat mensenwerk niet alleen dient te worden bestudeerd, maar ook kan worden beoordeeld naar maatstaven van "mens en menselijkheid"? Moest de sociologie dan niet ook een sociale wetenschap worden die sociaal inferieure toestanden kan identificeren en verbetervoorstellen kan doen? Was dat niet urgent, na het Hitler-bewind en de Holocaust?

Nee, die stap komen we bij Homans niet tegen. Sterker, die vraag komt in het geheel niet aan de orde. Er zijn passages, zowel in Social Behavior als ook in het eerdere The Human Group, die heel goed als aanleiding hadden kunnen dienen om die stap te zetten. Maar nee, hoewel de mens terug is, dient hij niet als bron van een beoordeling van de mate waarin een sociale eenheid, een groep of maatschappij, tegemoetkomt aan wat mensen nodig hebben en aan wat ze kunnen. Dat was en bleef de gangbare en vanzelfsprekende vooronderstelling, dat de sociologie zich beperkt tot het doen van onderzoek en niet een verbetervak is.

Op die passages kom ik terug. Eerst maar even meer duidelijkheid over wat die mens nu eigenlijk is die Homans wilde terugbrengen.

Zoals gezegd, de kern daarvan bestaat eruit dat de mens een biologisch organisme is, dat in staat is tot operante conditionering. Dat wil zeggen, tot het herhalen van een gedrag dat in een bepaalde context "iets goeds" tot gevolg heeft. Het natuurlijke gedrag van de duif in de Skinner-box is om met de snavel her en der te pikken (trial and error). Als hij op een rode cirkel pikt, valt er een graankorrel de box in. Vervolgens pikt de duif minder in het wilde weg en vaker op de rode cirkel. Hij heeft door trial and error een gedrag aangeleerd dat beloond wordt. Skinner geloofde dat alle dierlijke gedrag, dus ook dat van mensen, op die trial and error gebaseerd is. En hij droeg dat geloof uit en was daarmee toonaangevend in het vak psychologie.

En Homans volgde hem daarin. Hoe leer je een baby zindelijkheid? Je kunt, zegt hij (p.18-9 van Social Behavior), hem op de pot zetten, maar het lukt pas als je na wachten op de gewenste daad een beloning toedient, 

with coos of approval or, better still, by taking him off the pot. Although people are well aware of such dramatic cases, they find it hard to believe that all human behavior, no matter how subtle, is haped by the differential reinforcement of quite simple actions producred the first time as if by chance. But then people once had a hard time believing that all the myriad and complex forms of life could have been produced by the slow, shaping action of natural selection on the variations, produced as if by chance, in simpler forms.

Dat was dus wat de socioloog aantrof die in die tijd te rade ging bij de psychologie. Alle menselijke gedrag is opgebouwd uit, valt te herleiden tot, het herhalen van een gedrag dat in het verleden een beloning heeft opgeleverd. Inderdaad moeilijk om te geloven, ook toen al. En al het onderzoek daarna wijst in één richting, het klopt ook niet.


Een fraai overzicht van dat onderzoek geeft Max S. Bennett in A Brief History of Intelligence (2023). In de vier miljard jaar van de evolutie van hersenen vallen vijf achtereenvolgende doorbraken te onderscheiden, waarvan het Skinneriaanse trial and error of learning by doing de tweede is. Daarna kwamen nog het vermogen tot learning before doing (voorstellingsvermogen), het vermogen om zich in anderen in te leven (denk aan de spiegelneuronen) en het uniek menselijke taalvermogen. Wat dat laatste betreft, Skinner deed in 1957 in Verbal Behavior een manmoedige poging om aannemelijk te maken dat ook het taalvermogen te herleiden zou zijn tot trial and error, maar die wordt niet als succesvol beschouwd.

Bovendien volgde Homans Skinner erin dat we niets hoeven te weten of te veronderstellen over wat zich in de mens afspeelt, over wat hij denkt of voelt. Er is een input, een prikkel, dan is er de black box en dan is er een output, een gedrag. We hoeven alleen op zoek naar verbanden tussen variabelen over wat binnenkomt, zoals de sterkte van een prikkel, en variabelen over wat er uit gaat, zoals de frequentie van een gedrag. In analogie met de structureel-functionalistische sociologie denkt ook Homans dat de verdere theorievorming zich in de variabelentaal kan voltrekken. Wat mensen denken en voelen dringt niet door tot de theorievorming. Die curieuze opvatting van wetenschappelijkheid keert in een nieuwe gedaante terug. Zowel sociale processen, het mensenwerk, als de innerlijke processen, het denken en voelen van mensen, horen genegeerd te worden.

Anders gezegd, met Homans zijn we van de tabula rasa terechtgekomen in het trial and error en de black box. Oké, vooruitgang, maar dan wel heel beperkt.

In het vervolg kom ik terug op die passages die er toch ook in zijn werk zijn te vinden, die een aanleiding hadden kunnen zijn om maatschappelijke toestanden te beoordelen op hoe goed ze aan menselijke behoeftes en vermogens tegemoetkomen.

Geen opmerkingen: