Posts tonen met het label Gordon Allport. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gordon Allport. Alle posts tonen

vrijdag 10 mei 2019

Door meer contact en dus vertrouwdheid bewegen we naar het gemeenschapsevenwicht - Hoe kan de sociologie een maatschappelijk belangrijker vak worden? - deel 7

Update. Zie nu ook deel 8 van deze reeks: Wat is eigenlijk een sociaal probleem? De socioloog kan het je niet vertellen.
Als het vak sociologie zich zou baseren op het inzicht van de ambivalente menselijke sociale natuur  en op het inzicht dat van de twee sociale evenwichten die daaruit voortkomen het gemeenschapsevenwicht te prefereren valt boven het statuscompetitie-evenwicht, dan zou dat kunnen helpen om het vak maatschappelijk belangrijker te maken. Zie hier het vorige deel van deze reeks berichten.

Het theoretische construct van het gemeenschapsevenwicht zou dan richtinggevend werken voor onderzoeksvragen en voor beleidsadvisering. Het gaat dan om onderzoek naar de voorwaarden waaronder dat gemeenschapsevenwicht meer aanwezig is en over beleid om die voorwaarden dichterbij te brengen. Denk wat dat laatste betreft maar even aan de gedachte van het omwegbeleid.

Allerlei bestaand sociologisch onderzoek gaat natuurlijk al over die voorwaarden. Het zou vreemd zijn als dat niet zo was. Alleen, het is verspreid over allerlei theoretische aanzetten.

Een boeiende vraag is nu in hoeverre een en ander geïntegreerd kan worden in het kader van die drie stellingen van de Dual Mode-theorie, de theorie dus die zich rekenschap geeft van die ambivalente sociale natuur.

Ik moest in dat verband denken aan het onderzoek in het kader van de sociale contact-hypothese. Zie daarover de eerdere berichten Meer contact helpt tegen vooroordelen en tegen (gewelddadige) conflicten. En over hoe dat komt en Minder anti-immigrantensentiment door meer sociaal contact - Nieuwe aanwijzingen.

De aanduiding sociale contact-hypothese wijst er al op dat het hier niet gaat om een in een algemener theoretisch kader ingebedde aanzet. Maar dat kader is er dus wel. Want we weten dat de kans op gemeenschapsgedrag (of pro-sociaal gedrag) en dus op een beweging in de richting van het gemeenschapsevenwicht groter is als mensen meer met elkaar vertrouwd zijn. Onderlinge vertrouwdheid schept een gevoel van veiligheid, een toestand waarin statuscompetitie niet aan de orde is. Zie Draait alles om vertrouwdheid?

En die sociale contact-hypothese past daar precies in. Want hoe meer contact er tussen mensen is geweest, hoe meer ze met elkaar vertrouwd zijn. En dus hoe meer ze elkaar vertrouwen en hoe meer ze onderling, elkaar versterkend, gemeenschapsgedrag zullen vertonen.

Het is natuurlijk niet toevallig dat die sociale contact-hypothese in de sociologie, en breder de sociale wetenschap, is opgekomen. De oorsprong ervan ligt in het werk van Gordon Allport in de jaren vijftig van de vorige eeuw, waarin het ging om hoe mensen in de smeltkroes van een immigrantenmaatschappij kunnen leren om samen te leven. Want in de hedendaagse samenlevingen is die onderlinge vertrouwdheid altijd maar beperkt aanwezig.

In dat verband is er nu de pas verschenen studie Humans adapt to social diversity over time. De onderzoekers analyseerden datasets die beschikbaar waren voor meer dan 100 landen over een periode van 20 jaar.

Ze komen tot de conclusie dat een toename van (religieuze) diversiteit aanvankelijk leidt tot een verlaging van de kwaliteit van leven (een index waarin geluk, tevredenheid met het leven en de zelf-gerapporteerde gezondheid zijn gecombineerd), maar dat dit effect na verloop van tijd verdwijnt.

En dat verdwijnen kan er aan worden toegeschreven dat het sociale contact tussen groepen toeneemt en daarmee het onderlinge vertrouwen. Samengevat in het onderstaande plaatje:


Een toename van diversiteit heeft dus aanvankelijk tot gevolg dat het gemeenschapsevenwicht verder weg komt te liggen, maar als je op de langere termijn kijkt, dan zie je dat het door meer contact en daardoor meer onderling vertrouwen weer dichterbij komt.

En wat beleidsadvisering betreft, wijst dit dus op het belang van sociale contacten en daarmee op het bevorderen van de voorwaarden waaronder die contacten tot stand komen.

maandag 19 september 2016

Minder anti-immigrantensentiment door meer sociaal contact - Nieuwe aanwijzingen

In verreweg het grootste deel van de mensheidsgeschiedenis, de periode van de Paleo Sociale Omgeving, hebben mensen hun leven doorgebracht in een sociale kring van vertrouwden. Met de opkomst van de landbouwsamenlevingen, 8000 tot 10.000 jaar geleden, ontstond er een nieuwe sociale uitdaging: hoe om te gaan met vreemden en met leden van andere etnische groepen?

Omdat die uitdaging nieuw was, konden ontmoetingen met vreemden verschillende kanten opgaan: die van vriendelijke kennismaking en acceptatie tot wantrouwen en vijandigheid. Een in de sociale wetenschappen bekende hypothese, die teruggaat tot Gordon Allport (The Nature of Prejudice 1954), is dat de kans op acceptatie groter wordt naarmate er meer gelegenheid is geweest voor sociaal contact. Hoe meer contact, hoe meer vertrouwdheid en hoe meer acceptatie. Zie mijn eerdere bericht over de contacthypothese: Meer contact helpt tegen vooroordelen en tegen (gewelddadige) conflicten. En over hoe dat komt.

Er zijn veel aanwijzingen dat die sociale contacthypothese klopt. Studies in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hebben herhaaldelijk aangetoond dat autochtonen (whites) die in een wijk wonen met een groter aandeel minderheden en immigranten positiever staan tegenover leden van andere groepen dan degenen die in een homogeen witte wijk wonen. En dat moet er aan liggen dat ze meer gelegenheid hebben om met die anderen contact te hebben en er enige vertrouwdheid mee te ontwikkelen.

Maar er is kritiek mogelijk op dat onderzoek. Want het zou kunnen zijn dat als je naar verhuisbewegingen zou kijken, dat dan blijkt dat degenen met een anti-immigrantensentiment zulke gemengde wijken al hebben verlaten (white flight) of al eerder hebben besloten om er niet te gaan wonen (white avoidance). Waardoor degenen die immigranten en minderheden gemakkelijker accepteren in gemengde wijken zijn oververtegenwoordigd.

Of dat zo is en in welke mate dat zo is, kan natuurlijk alleen blijken uit onderzoek dat naar een langere periode kijkt. Precies zulk onderzoek is nu uitgevoerd in Engeland en Wales: “White Flight” orPositive Contact? LocalDiversity and Attitudesto Immigration in Britain.

De onderzoekers analyseerden de gegevens van Understanding Society. The UK Household Longitudinal Study over een periode van 20 jaar. En ze vinden niet of nauwelijks aanwijzingen voor white flight: er is geen verschil tussen autochtone bewoners met anti- en pro-immigrantensentiment in de neiging om uit een gemengde wijk weg te trekken. Wel is er een klein verschil in de geneigdheid om naar een gemengde wijk toe te trekken.

Een en ander betekent dat de sociale contacthypothese overeind blijft: slechts een klein deel van de positievere houding van witte bewoners van gemengde wijken tegenover minderheden en immigranten kan verklaard worden door zelfselectie, dus door white flight en white avoidance.

Wat dus blijft staan is dat contact mensen bij elkaar brengt.

(De afbeelding toont de sociaal-psycholoog Gordon Allport, 1897-1967.)