Posts tonen met het label mindfulness. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mindfulness. Alle posts tonen

woensdag 15 januari 2020

Is zelfbewustzijn iets wat onze hersenen leren om te doen? - deel 2

Wat gebeurt er na onze geboorte dat maakt dat we ergens aan het eind van ons tweede levensjaar zelfbewustzijn hebben ontwikkeld? Volgens de studie Learning to be conscious leren onze hersenen gedurende die periode om zich van zichzelf bewust te zijn. Zie hier het vorige bericht.

Als je je van jezelf bewust bent, dan neem je niet alleen jezelf en je omgeving waar, maar je hebt er ook een besef van dat je dat doet. In termen van de auteurs van die studie houdt zelfbewustzijn in dat je in staat bent om een afbeelding tot je beschikking te hebben van een toestand buiten jezelf (een eerste orde representatie) en daarbovenop een afbeelding van het gegeven dat je die afbeelding tot je beschikking hebt (een tweede orde representatie).

Zoals in het bericht Het ontstaan van zelfbewustzijn bij kinderen en de vroegste herinnering omschreven als "Als je dit leest, ben je in staat om het besef te hebben "ik lees dit"".

Wat houdt "ik" precies in? Ik zocht het nog even op bij Antonio Damasio in zijn Het zelf wordt zich bewust. Hersenen, bewustzijn, ik. Damasio maakt het onderscheid tussen het kernbewustzijn en het uitgebreid of biografisch bewustzijn, die in reikwijdte verschillen (p. 195-6):
Minimale reikwijdte geeft ruimte aan een zelfbesef waarbij je bijvoorbeeld thuis een kop koffie drinkt en je niet druk maakt over de herkomst van het kopje of de koffie, of over je hartslag, of over wat je vandaag moet doen. Je bent rustig aanwezig in het moment.
Dan gaat het om het bewustzijn van minimale reikwijdte, het besef van het 'hier-en-nu'. Dit kernbewustzijn "gaat over een persoon zijn, maar niet noodzakelijk over identiteit."
Vergelijk dat eens met net zo'n kop koffie drinken in een restaurant waar je hebt afgesproken met je broer die over de erfenis van je ouders wil praten, en over hoe je halfzuster, die een beetje vreemd doet, moet worden benaderd. Je bent nog steeds zeer aanwezig en 'in het moment' (…), maar nu wordt je ook beurtelings meegenomen naar talrijke andere plaatsen, met veel andere mensen én je broer (…). Fragmenten van hoe je leven is geweest stelt je geheugen snel ter beschikking, en fragmenten van hoe je leven al dan niet zou kunnen worden, zoals je je dat vroeger hebt voorgesteld of zoals je dat nu doet, maken ook deel uit van dit ervaringsmoment. Je bent in alle opzichten druk bezig met talrijke perioden van je leven, voorbije en toekomstige. Maar jij, dat wil zeggen, het mij in jou, verdwijnt nooit uit zicht.
Daar hebben we te maken met het uitgebreide of autobiografische bewustzijn, wat niet alleen gaat over een persoon zijn, maar ook over het autobiografische zelf.

De auteurs van die studie Learning to be conscious maken dit onderscheid niet, maar ik denk dat ze het in de eerste plaats hebben over het kernbewustzijn. Want als je als bijna tweejarige voor het eerst je van jezelf bewust bent, dan kan er niet veel meer zijn dan dat aanwezig zijn in het moment. Het hier en nu. Later, en op basis daarvan, groeit het uitgebreide of autobiografische bewustzijn.

Ik denk even aan mijn vroegste herinnering, toen mijn iets oudere nichtje mij vertelde dat "ze (mijn moeder en mijn tante) het over jou hebben". Dat zou wel eens het moment geweest kunnen zijn dat mijn zelfbewustzijn doorbrak.

Maar dat moet dan het kernbewustzijn geweest zijn. Ik besefte dat ik een persoon was. En ik besefte wat er gebeurde. Maar ik was in dat moment. Er was nog geen identiteit en geen autobiografie, maar die konden wel vanaf dat moment worden opgebouwd.

Daarna is het nog wel mogelijk dat alleen dat kernbewustzijn aanwezig is, dat je rustig aanwezig bent in het moment. Maar dat lijkt een niet-alledaagse toestand, waar mensen misschien wel een mindfulness training voor nodig hebben.

Daarvoor zijn dus onze hersenen bezig met een leerproces dat er in uitmondt dat op een gegeven moment dat kernbewustzijn er is. Daarover meer in het volgende bericht.

vrijdag 20 februari 2015

Door mindfulness-training meer pro-sociaal gedrag - en over hoe dat komt en over dagdromen

Nieuw onderzoek bevestigt eerdere resultaten dat mindfulness-training, naast gunstige cognitieve en welzijnseffecten, ook de kans op pro-sociaal gedrag verhoogt.

Het gaat om de net verschenen studie Mindfulness and Compassion: An Examination of Mechanism and Scalability. De onderzoekers vergeleken proefpersonen die drie weken lang een mindfulness-training hadden gedaan met een controlegroep die in die periode een ander soort cognitieve training volgden. De mindfulness-training bestond er uit dat je dagelijks, via Headspace,  een mindfulness meditatiesessie volgde van ongeveer 12 minuten.

Na die training kwamen de proefpersonen naar het laboratorium voor een testsessie. Daar moesten ze even wachten in een wachtruimte met drie stoelen, waarvan twee waren bezet. Vervolgens werd gekeken hoe ze reageerden op het binnenkomen van iemand die slecht ter been was. Het bleek toen dat degenen die de mindfulness-training achter de rug hadden vaker hun zitplaats aanboden dan degenen die de andere training hadden gevolgd. Met een statistisch significant verschil van 37 procent tegen 14 procent. (Die andere twee personen waren ingewijden, die dus niet hun plaats aanboden.)

Opmerkelijk is dat de mindfulness-training alleen gericht was op oefening in het aandacht hebben voor lichaam of ademhaling en het opmerken van afdwalende gedachten zonder daarover te oordelen. Het ging dus niet om compassie meditatie-training, waarvan al bekend was dat die de kans op pro-sociaal gedrag verhoogt. Zie het bericht Meer pro-sociaal gedrag door compassietraining. Compassietraining is bedoeld om gevoelens van compassie te vergroten voor jezelf en voor je naasten, maar ook voor anderen, vreemden en zelfs lastige personen. En dat blijkt dus te werken zoals bedoeld.

Maar nu weten we dus dat ook mindfulness-training zonder die gerichtheid op compassie mensen pro-socialer maakt. Het zou kunnen dat die training je empathische vermogens vergroot, waardoor je eerder geneigd bent iemand te helpen. Maar de proefpersonen in dit onderzoek bleken na die training niet te verschillen in een test voor empathische vaardigheden.

De onderzoekers houden het er op dat je door mindfulness-training leert om meer aandacht te hebben voor alles wat er gebeurt en om minder bezig te zijn met je eigen directe behoeftebevrediging. Als het ware jezelf te overstijgen. Je zou daardoor eerder opmerken dat iemand hulp nodig heeft en je zou eerder je eigen behoeften even aan de kant zetten. Ze verwijzen onder meer naar deze studie uit 2012: Self-awareness, self-regulation, and self-transcendence (S-ART): a framework for understanding the neurobiological mechanisms of mindfulness, waar ik nog wel eens meer tijd voor zou willen nemen.

Wat zou het verband zijn, ging ik denken, tussen dagdromen en mindfulness? Want we weten dat dagdromen hersengebieden activeert die samenhangen met gerichtheid op anderen. Zie Waarom we meer moeten dagdromen - Maakt creatief en sociaal. En bij dagdromen lijkt ook je neiging om alles meteen te willen beoordelen even buiten werking te worden gesteld.

Is ons leven zo gejaagd en gestrest geworden dat we er niet meer toe komen om genoeg te dagdromen, waardoor we in plaats daarvan mindfulness-trainingen gaan volgen?

zaterdag 5 juli 2014

Zo onaangenaam vinden mensen het ook weer niet om even alleen te zijn, met niets dan de eigen gedachten

Stel dat je meedoet aan een onderzoek en de onderzoekers vragen je om een tijdje (6 tot 15 minuten) alleen in een verder lege kamer op een stoel te zitten, met niets dan je eigen gedachten. Je hebt geen telefoon en andere spulletjes bij je. Je hebt als instructie meegekregen om jezelf bezig te houden met je eigen gedachten. Zou je dat als prettig ervaren? Of juist als onaangenaam?

Zo een onderzoek, Just think: The challenges of the disengaged mind (betaalpoort), werd gisteren gerapporteerd in het tijdschrift Science. En het kreeg al veel aandacht in de media. Als je op die media af gaat, dan krijg je de indruk dat mensen die ervaring overwegend onaangenaam vinden. Mensen kunnen niet (meer) gewoon stilzitten, alleen met hun eigen gedachten, is zo ongeveer de teneur van de berichten.

Maar is dat wel zo? Ja, als je een vergelijking maakt tussen proefpersonen die niets anders konden doen dan bezig te zijn met hun eigen gedachten en anderen die een boek konden lezen, naar muziek konden luisteren of op het Web konden surfen. Want op een schaal van 1 (heel onaangenaam) tot 9 (heel aangenaam) scoorde de tweede groep gemiddeld hoger (6,87) dan de eerste (3,20).

Maar dat kwam naar voren uit een apart onderzoekje waarbij de proefpersonen de instructies thuis moesten uitvoeren. Ook uit een andere deelstudie bleek dat mensen het onaangenamer vinden om thuis te doen wat de onderzoeker hen vroeg (gemiddelde score 4,35) dan in het laboratorium (gemiddelde score 5,12).

Dat laatste getal, 5,12 op een schaal van 1 tot 9, wijst er trouwens op dat die ervaring van het alleen zijn met je eigen gedachten, eigenlijk helemaal niet zo vreselijk onaangenaam werd gevonden. Als je 5 als het neutrale middelpunt neemt, dan zit het gemiddelde daar dus net iets boven. De onderzoekers melden ook dat iets minder dan de helft van de deelnemers (49,3 procent) op dat neutrale midden of daar onder zaten. Iets meer dan de helft scoorde dus aan de aangename kant. Zo erg was het dus blijkbaar ook weer niet.

Dat in de media een ander beeld naar voren komt, ligt er waarschijnlijk aan dat de onderzoekers in een deelonderzoek de proefpersonen de mogelijkheid gaven om zichzelf een (lichte) elektrische schok toe te dienen. Met het idee dat als ze er voor zouden kiezen om dat te doen, ze de ervaring van het alleen zijn met de eigen gedachten kennelijk nog erger vonden dan het ondergaan van een of meer elektrische schokken.

Wat bleek? Van de 18 mannelijke proefpersonen kozen 12 er voor om zich tenminste een schok toe te dienen, met een maximum van 4. Van de 24 vrouwen waren dat er 6, met een maximum van 9 schokken. (Er was ook een zogenaamde outlier: een man die zichzelf in een kwartier tijd 190 schokken gaf! Dat moet een interessant iemand zijn geweest.)

Maar wijst dat er op dat we de ervaring van het alleen zijn met onze eigen gedachten erger vinden dan de ervaring van een elektrische schok te ondergaan? Nee, dat lijkt me een vreemde interpretatie. Want met het jezelf die schok toedienen, ben je natuurlijk ook nog gewoon alleen met je eigen gedachten. Die schok verandert daar niets aan.

Veel meer voor de hand ligt het dat mensen met hun gedachten vooral bezig waren met die mogelijkheid van zichzelf een schok te geven. Want het grote verschil met die andere condities van het experiment is dat je een heel concreet iets hebt om over na te denken: doe ik het of doe ik het niet? Ja, het is een bizarre situatie waar in je bent verzeild geraakt. Die 12 mannen en die 6 vrouwen hebben, lijkt me, gedacht: ik zit hier nu toch, laat ik nog eens uitproberen hoe die schok nu eigenlijk voelt. Een soort nieuwsgierigheid. In plaats van: ik vind dit zo vreselijk, ik heb nog liever een elektrische schok.

Nee, de uitslag van het onderzoek is gewoon dat iets meer dan de helft van de proefpersonen het wel prettig vond om een poosje alleen te zijn met de eigen gedachten. Ook als je dat doet in een verder lege ruimte en omdat een onderzoeker dat van je vraagt.

Dat doet vermoeden dat zij er in slaagden om hun gedachten in een min of meer plezierige richting te sturen. In plaats van geplaagd te worden door negatieve dwanggedachten. En zo vreemd is dat niet, want er zijn gelukkig nog steeds velen onder ons die geen meditatie- of mindfulnesstraining nodig hebben om te leren hun gedachten te controleren

(Een van de onderzoekers is Timothy Wilson, de auteur van het mooie boek Strangers to Ourselves, vertaald als Vreemden voor onszelf. Waarom we niet weten wie we zijn, Uitgeverij Contact, 2006.)

zondag 1 januari 2012

Goede voornemens en therapeutische leefstijlveranderingen

Dat we vaak en tenminste een maal per jaar goede voornemens hebben, wijst er op dat mensen vaak tekort schieten in het praktiseren van een leefstijl die goed voor hen is.

Het is bekend dat factoren die met leefstijl te maken hebben, een oorzakelijk verband hebben met allerlei fysieke en psychische kwalen. Te denken valt aan hart- en vaatproblemen, obesitas, diabetes, kanker en stemmingsstoornissen. Voor de behandeling van zulke kwalen gaan we dan het medische circuit in of gaan we in psychotherapie. En dat moet natuurlijk ook. Maar je kunt je ook afvragen of artsen en therapeuten niet meer aandacht zouden moeten hebben voor behandelingen die gericht zijn op het bereiken van leefstijlveranderingen.

In dit artikel dat in oktober vorig jaar verscheen in de American Psychologist, houdt Roger Walsh een pleidooi voor meer aandacht voor therapeutische leefstijlveranderingen. De auteur is hoogleraar in de psychiatrie, filosofie en antropologie aan de Universiteit van Californië in Irvine. Hij lijkt mij een interessante man. Zie hier zijn website. Hij meldt o.a. dat hij circusacrobaat is geweest en dat hij recent een opleiding tot stand-up comedian heeft gevolgd. Maar met weinig succes, zegt hijzelf.

In dat artikel geeft hij een overzicht van het onderzoek naar de gunstige effecten op fysiek, mentaal en cognitief functioneren van de volgende acht leefstijlveranderingen:

1. meer bewegen,
2. beter, en meestal minder, eten,
3. meer tijd doorbrengen in de natuur,
4. meer en betere persoonlijke relaties (en dus minder sociaal isolement),
5. meer prettige bezigheden, waar je vrolijk van wordt,
6. meer ontspanning door mindfulness en meditatie,
7. meer religieuze en spirituele betrokkenheid (als die gericht is op liefde en vergeving, niet indien gericht op schuld en boete),
8. meer gerichtheid op iets doen voor anderen, zowel in de sfeer van de persoonlijke relaties als in die van de wereld als geheel en toekomstige generaties.

De dingen die op dit lijstje staan hebben onderlinge samenhangen die je gemakkelijk opvallen. Wat mij vooral opvalt is dat je, als je meer en betere persoonlijke relaties hebt (4), ook al snel meer plezier hebt en vaker lacht (5) en meer bezig bent met iets voor anderen te doen (8). En waarschijnlijk eet je ook beter en vooral minder (2), want teveel eten lijkt samen te hangen met gevoelens van eenzaamheid. En als je meer contacten hebt, ga je er ook vaker samen op uit en ben je dus misschien ook vaker in de natuur (3). (Of dat laatste echt zo is, weet ik eigenlijk niet.)

zaterdag 12 november 2011

Mindfulness, piekeren en moreel handelen

Susan Blackmore beschrijft in Het mysterie van het bewustzijn. Inzicht in het brein door meditatie en mindfulness (Arbeiderspers, 2009) hoe ze zeven weken lang probeerde om mindful de dag door te brengen, dat wil zeggen om steeds "in het huidige moment te blijven". Steeds als ze ging nadenken over wat ze gedaan had en of dat wel goed was en over wat ze nog moest doen en of dat wel zou lukken, probeerde ze tegen zichzelf te zeggen: Kom terug naar het heden, wees nu hier, laat het gaan. Ze ontdekte dat al die gedachten, dat gepieker, niet nodig waren om haar leven te leiden. Ook ontdekte ze dat het eigenlijk altijd goed voelde om in het huidige moment te zijn. Ik schrijf een stukje over (p. 18-19):
Het meteen loslaten van wat je zojuist hebt gedaan, werkt enorm bevrijdend, maar is in onze traditie tamelijk zorgwekkend. Van nature ben je bang dat je vreemd gedrag vertoont, jezelf voor schut zet, een te groot risico neemt of, nog verontrustender, geen enkel moreel besef hebt. Vreemd genoeg leek die vrees onterecht. Integendeel: het lichaam bleef nuttige en verstandige dingen doen, blijkbaar zonder al het getob dat mij zo essentieel leek. (...) Handelen in het nu en dan doorgaan lijkt misschien op het mijden van verantwoordelijkheid, maar ondertussen blijf je gewoon verantwoord handelen.
Het is alleen maar de ervaring van Susan Blackmore, maar het bevestigt het sociaalwetenschappelijke inzicht dat ons moreel handelen berust op goeddeels onbewuste, dat wil zeggen, niet verstandelijk beredeneerde, morele intuïties. Gepieker zal soms wel eens goed zijn, maar een voorwaarde voor moreel handelen is het waarschijnlijk niet.