Posts tonen met het label prikkels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prikkels. Alle posts tonen

vrijdag 16 augustus 2019

Hoe door privatisering zelfverrijking en corruptie werden aangewakkerd. En over hoe dat was te verwachten

Twee berichten die, op heel verschillende niveau's, aan het zelfde thema raken: het thema van de verhouding tussen de markt (de private sector) en de overheid (de publieke sector).

In het bericht Eigenaren bedachten schimmige bedrijfsstructuur om miljoenen uit PrivaZorg te halen op het onvolprezen Follow the Money doet Siem Eikelenboom uitvoerig en gedetailleerd verslag van het onderzoek, in samenwerking met Trouw, naar wantoestanden in de geprivatiseerde (van publieke naar private sector) thuiszorg. We lezen hoe bestuurders van de thuiszorginstelling PrivaZorg met schimmige constructies zichzelf wisten te verrijken ten koste van publieke (AWBZ-)middelen.

En in het bericht Bad governance: How privatization increases corruption in the developing world, verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Regulation & Governance, lezen we hoe het International Monetary Fund (IMF) in de periode van 1982 tot 2014 in 141 ontwikkelingslanden aan de toename van corruptie en zelfverrijking heeft bijgedragen door privatisering van overheidsbedrijven als voorwaarde te stellen voor financiële ondersteuning.

In beide gevallen gaat het over de privatiseringsgolf die zich wereldwijd heeft afgespeeld als uitvloeisel van de neoliberale ideologie, die verkondigde dat we de overheid in de eerste plaats als probleem dienen te zien in plaats van als oplossing. Zich baserend op de gedachte dat mensen allereerst op eigen belang uit zijn en dus door de prikkels van de markt dienen te worden gemotiveerd. Als die prikkels van de concurrentie er onvoldoende zijn, dan spannen ze zich niet genoeg in.

Dat mensbeeld gaat er geheel aan voorbij dat de menselijke natuur naast dat statuscompetitiepatroon, dat appelleert aan egoïstische motieven, ook nog het daaraan tegengestelde gemeenschapspatroon kennen, dat erop gericht is om iets goeds te doen voor anderen. Afhankelijk van hoeveel statuscompetitiegedrag dan wel gemeenschapsgedrag ze in hun omgeving waarnemen, zullen mensen meer voor het ene dan wel het andere gedrag kiezen. Als iedereen competitief en dus egoïstisch is, dan is de kans groot dat jij dat ook bent. En andersom, als iedereen rekening houdt met anderen en bij wil dragen aan een betere wereld, dan is de kans groot dat jij je voelt aangesproken en daaraan meedoet.

En omdat de markt meer appelleert aan die egoïstische motieven en de overheid meer aan het algemeen belang en solidariteit met anderen, zul je dus kunnen verwachten dat mensen in de private sector meer egoïstisch gedrag vertonen dan in de publieke sector. En er zijn aanwijzingen die met die verwachting overeenstemmen. Zie de berichten Werkers in publieke sector zijn pro-socialer dan in bedrijfsleven en Mensen die er meer voor anderen willen zijn, werken meer in de publieke sector dan in de marktsector.

Die neoliberale privatiseringsgolf is geheel voorbijgegaan aan dat inzicht van de ambivalente menselijke sociale natuur (ook bekend, althans op dit blog, als de Dual Mode-theorie). En je kunt wel zeggen dat de gevolgen daarvan rampzalig zijn geweest. Die ambivalentie in de menselijke sociale natuur maakt het noodzakelijk om heel voorzichtig te zijn bij politieke keuzes tussen markt en overheid.

Het schijnt trouwens dat we die les beginnen te leren. Want in veel landen zien we dat eerdere privatiseringen weer worden teruggedraaid. Er wordt weer volop gerenationaliseerd. Wat eerder de markt op werd geduwd, komt nu weer terug in overheidshanden. Zie, uit 2017: Na de privatiseringsgolf is er nu volop renationalisering - Welke lessen zijn daaruit te trekken?

vrijdag 17 november 2017

Meer over waarom je met financiële prikkels ("incentives") op moet passen

Kate Raworth gaat in hoofdstuk 3 (Nurture Human Nature. From rational economic man to social adaptable humans) van haar boek Doughnut Economics in op aanwijzingen die we hebben dat het economische mensbeeld van "nutsmaximalisering" grote gebreken vertoont.

Daar gaat het bijvoorbeeld over het beroemd geworden onderzoek van Gneezy en Rustichini over de effecten van het invoeren van een boete op het te laat afhalen door ouders van hun kinderen bij de kinderopvang.

De bedoeling daarvan was dat ouders daardoor minder te laat zouden komen. Maar het omgekeerde gebeurde: door de "prijs" op te laat komen, gingen ze het te laat komen beschouwen als een "dienst" die je kon aanschaffen. In plaats van zoals eerst een morele verplichting te voelen om op tijd te zijn.

Boodschap: pas op met (economische) prikkels. Zie nog eens: Waarom het niet eenvoudig is om mensen met prikkels te beïnvloeden.

Maar Raworth noemt ook ander onderzoek dat ik nog niet kende. Zo is er de studie Prosocial behavior and incentives: Evidence from field experiments in rural Mexico and Tanzania. De onderzoekers vroegen bewoners van verschillende dorpen in Tanzania of ze dachten dat hun buurman bereid zou zijn om te helpen bij het onderhoud en verzorgen van de beplanting rondom de dorpsschool (gras maaien, bomen planten). (Ze vroegen naar de buurman om sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen.)

Het bleek toen dat de ingeschatte hulpbereidheid het hoogst was (97%) in het geval van een in het vooruitzicht  gestelde hoge individuele beloning (een evenredig deel van een dagloon). Maar als een beloning helemaal niet werd genoemd, was de ingeschatte hulpbereidheid hoger (82%) dan wanneer een lage beloning (1/5 van dat dagloondeel) in het vooruitzicht werd gesteld (64%).

Het eerste is in overeenstemming met de economische theorie; als je maar genoeg geld biedt, dan willen mensen zich wel ergens voor inspannen. Maar het tweede is dat niet. En dat wijst erop dat de kracht van een, meer of minder normatief aangestuurde, bereidheid tot pro-sociaal gedrag groter kan zijn dan die van een financiële prikkel.

Daarnaast werd mensen ook gevraagd om daadwerkelijk mee te helpen. Ook weer onder verschillende condities, waaronder een hoge of een lage individuele beloning en geen beloning.

Op de dag dat het werk moest gebeuren, kwam iedereen opdagen. De verschillen in beloningen hadden dus geen enkel effect. Een econoom zou dat vreemd vinden, want die zou verwachten dat mensen meer zouden komen opdagen als er geld zou zijn te verdienen.

Maar interessant was vooral ook dat na afloop degenen zonder beloning (of met een collectieve beloning in de vorm van een donatie aan de school) veel tevredener waren met wat ze gedaan hadden dan degenen die een individuele beloning hadden gekregen. Van de laatste groep voelde meer dan de helft zich ongelukkig, tegenover 4% van degenen zonder beloning en 6% van degenen met de donatie voor de school.

Ook waren degenen zonder beloning veel meer bereid om in de toekomst vaker mee te helpen.

Dat komt ermee overeen dat pro-sociaal gedrag bijdraagt tot geluksgevoelens. Zie Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen.

Voor een econoom is dat niet zo goed te snappen.

vrijdag 10 november 2017

Mensen gedragen zich pro-socialer als je hen er even aan herinnert wat moreel juist is

Mensen zijn morele wezens, maar geen morele robots. We zijn in staat om rekening te houden met anderen, dus tot pro-sociaal of gemeenschapsgedrag, maar we kunnen ook egoïstisch zijn of zelfs vijandig (statuscompetitiegedrag).

Vaak is het voor de hand liggend en vanzelfsprekend om rekening te houden met anderen. Je komt dan niet eens op het idee om egoïstisch te zijn. Maar vaak is er ook onduidelijkheid; je kunt het ene, maar ook het andere doen.

Hoe krijg je mensen er in zulke situaties toe om voor het morele gedrag te kiezen? Verschillende mogelijkheden zijn bekend en hun effecten zijn ook sociaalwetenschappelijk onderzocht. Zo kun je een kleine beloning in het vooruitzicht stellen. Of juist een boete voor het egoïstische gedrag. Maar zulke "prikkels" hebben hun bezwaren. Zie Waarom het niet eenvoudig is om mensen met prikkels te beïnvloeden en Over waarom je goede burgers niet kunt vervangen door goede prikkels - Sam Bowles.

Nieuw onderzoek wijst nu uit dat je ook kunt volstaan met mensen er even aan te herinneren wat het juiste morele gedrag is. Dus met het geven van een duwtje in de goede richting (een nudge). Zie  What’s the right thing to do? Increasing pro-sociality with simplemoral nudges.

De onderzoekers lieten mensen keuzes maken tussen pro-sociale en egoïstische opties in het Dictator-spel en in het gevangenendilemma. Het bleek toen dat degenen die van te voren de vraag kregen voorgelegd wat volgens hen (of volgens anderen) de moreel juiste keuze zou zijn, meer voor het pro-sociale gedrag gingen.

Dat effect bleef bestaan in een volgende keuzesituatie, waarin ze er niet nog eens die vraag kregen voorgelegd. En hetzelfde effect werd gevonden in een vervolgonderzoekje waarin mensen konden kiezen hoeveel ze aan een goed doel wilden geven.

We zouden met zijn allen, en als maatschappij, beter af zijn als we ons vaker pro-sociaal gedroegen. Maar misschien beseffen we niet genoeg dat mensen vaak een duwtje in de goede richting nodig hebben. We zijn weliswaar morele wezens, maar geen morele robots.

dinsdag 15 september 2015

Over waarom je goede burgers niet kunt vervangen door goede prikkels - Sam Bowles

De econoom Sam Bowles legt op Me Judice in vijf en een halve minuut uit waarom je goede burgers (Aristoteles) niet kunt vervangen door goede prikkels (Adam Smith):



(Met dank aan Peter van der Meer.) Bowles haalt het bekend geworden onderzoek aan van Gneezy en Rustichini uit 2000, waarin zij laten zien dat het heffen van een boete averechts kan werken. Dat economen toch vaak prikkels, positieve of negatieve, aanprijzen, komt doordat ze er van uitgaan dat mensen egoïstisch zijn. Waardoor ze er geen oog voor hebben dat mensen in staat zijn tot moreel gedrag.

En dat kan vervelende gevolgen hebben. Misschien doelt Jesse Klaver ook hier op, met zijn betoog tegen het "economisme". Maar ik moet zijn boek De mythe van het economisme nog lezen.

Ik schreef eerder over dat onderzoek naar de averechtse uitwerking van het invoeren van een boete in:

Waarom het niet eenvoudig is om mensen met prikkels te beïnvloeden

Boete voor no-show in ziekenhuizen?

Boete voor no-show in ziekenhuizen? Peiling van Erasmus MC

De vervolgvraag is natuurlijk hoe we dat morele gedrag, het gedrag van goede burgers, zoveel mogelijk in stand kunnen houden en zelfs kunnen bevorderen.

Vandaar de grote aandacht op dit blog voor de voorwaarden voor pro-sociaal gedrag en voor de mogelijkheden om beleid te voeren dat die voorwaarden in positieve zin beïnvloedt. Zie de berichten achter het label pro-sociaal gedrag.

woensdag 16 mei 2012

Boete voor no-show in ziekenhuizen? Peiling van Erasmus MC

Het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam is een van de ziekenhuizen die een boete oplegt als patiënten niet op hun afspraak komen opdagen. Uit een peiling bij ruim driehonderd van hun patiënten blijkt dat ruim twee derde voorstander is van een boetesysteem.

In dit bericht besprak ik onderzoek dat er op wijst dat er omstandigheden kunnen zijn waaronder een boetebeleid niet effectief is. En zelfs averechts kan werken. Het Erasmus MC wijst er op dat er ook tegenstand tegen het boetebeleid bestaat, "inclusief twijfels over het gewenste effect". Met een link naar mijn bericht. Zie hier.

donderdag 12 april 2012

Boete voor no-show in ziekenhuizen?

Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de Tweede Kamer laten weten ziekenhuizen niet te willen voorschrijven om een boete op te leggen aan patiënten die niet op een afspraak verschijnen (de no-shows).  Ze reageert daarmee op een aangenomen motie van het kamerlid Mulder (VVD). Zie hier de brief van de minister aan de Kamer.

Is het verstandig om patiënten die niet op komen dagen te beboeten? Op het internet kom je veel reacties tegen die het opleggen van een boete toejuichen. Mensen die niet komen opdagen veroorzaken onnodige kosten voor het ziekenhuis en dus, via de premies die wij betalen, voor ons allemaal. Dat zou niet ongestraft mogen gebeuren. En zoveel moeite kost het niet om een afspraak te onthouden. Je komt opmerkingen tegen als "daarvoor zijn al lang geleden agenda's uitgevonden". Als je zulke reacties leest, kun je daar eigenlijk wel mee instemmen. Er is hier duidelijk een morele intuïtie in het spel die zegt dat je anderen geen schade hoort toe te brengen door eigen nalatigheid. En dat zulk gedrag gesanctioneerd mag worden.

Uit de brief van minister Schippers blijkt echter dat de meeste ziekenhuizen niet volgens deze morele intuïtie handelen. De minister heeft een enquête naar alle ziekenhuizen laten sturen, waarop een kwart van de ziekenhuizen heeft gereageerd. Daarvan was er weer een kwart die een boete (een no-show tarief) had ingevoerd. Er van uitgaande dat ziekenhuizen met een boetebeleid wat meer gereageerd hebben dan ziekenhuizen zonder boetebeleid, dan heeft tot nu toe minstens driekwart van de ziekenhuizen geoordeeld dat ze hun morele intuïtie beter niet konden volgen.

Is dat verstandig van die ziekenhuizen? De minister aarzelt. Ze noemt het voorbeeld van het Medisch Centrum Haaglanden (MCH), waar het invoeren van een boete de no-shows heeft teruggebracht van 7.5% naar 4%. Dat zou dus pleiten voor een boete. Maar het MCH combineerde de invoering van een boete met het sturen van een herinnering, waardoor je niet kunt nagaan wat aan die herinnering en wat aan de aangekondigde boete moet worden toegeschreven.

Dat ziekenhuizen terughoudend zijn, kan ook liggen aan de kosten die gemoeid zijn met het aanpassen van de ziekenhuisadministratie en aan de uitvoering van dat boetebeleid. Voor Radio 1 hoorde ik vandaag een vertegenwoordigster van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen verklaren dat een speciale groep van patiënten verantwoordelijk is voor de meeste no-shows: mensen die over de hele linie moeite hebben met hun leven op orde te houden en een laag inkomen hebben. Daardoor zou de boete weinig effectief zijn en de inning zou veel kosten met zich mee brengen.

Maar er kan nog een andere reden zijn voor de terughoudendheid van de meeste ziekenhuizen. Die heeft te maken met sociaalwetenschappelijke inzichten in de werking van financiële prikkels. Ik schreef daarover eerder dit bericht, waarin ik het onderzoek van Gneezy en Rustichini besprak. In dat onderzoek bleek dat het invoeren van een (kleine) boete op het te laat ophalen door ouders van hun kind bij de crèche, er juist toe leidde dat ouders daarna vaker te laat kwamen. Toen vervolgens het systeem van de boete weer werd losgelaten, in de hoop dat de frequentie van het te laat ophalen weer zou terugkeren naar het vroegere niveau, gebeurde dat niet. Ook toen de boete niet meer werd geheven, bleven de ouders vaker hun kind te laat ophalen dan dat ze deden voor dat de boete werd ingevoerd.

Dat onderzoek, uit 2000, was nogal spraakmakend. En de huidige discussie over de boete voor no-shows in ziekenhuizen is een goede aanleiding om het weer in de herinnering terug te roepen. Zou datzelfde averechtse effect ook hier kunnen optreden?

Het optreden van dat averechtse effect is op twee manieren geïnterpreteerd. De eerste is dat het heffen van een boete in zulke gevallen als een indicatie werkt voor de omvang van de veroorzaakte schade. En dat kan er toe leidden dat mensen gaan denken dat het met die schade nog wel meevalt. Dat Medisch Centrum Haaglanden hanteerde een boete van €43. Patiënten kunnen gaan denken dat het voor dat bedrag nog wel te doen is om een keer niet op te dagen als dat beter uitkomt. Daardoor zou het aantal no-shows kunnen gaan toenemen. Patiënten die daar voor nog altijd trouw komen opdagen, zullen misschien daar na wel eens de boete op de koop toe nemen.

De tweede interpretatie is dat de transactie tussen ziekenhuis en patiënt door de invoering van de boete meer als een louter economische transactie wordt gezien. En minder als een sociale transactie, waarin ook morele intuïties meespelen. Het grote voordeel van een sociaal-moreel element in een transactie is dat mensen hun aangegane verplichtingen nakomen omdat ze vinden dat dat zo hoort. En dat sociaal-morele element zorgt er wellicht voor dat het aantal no-shows in ziekenhuizen zonder boetebeleid zo laag is. Invoeren van een boete zou dat sociaal-morele (intrinsieke) element kunnen vernietigen. Dat dat zou kunnen gebeuren, kun je ook opmaken uit reacties waarin mensen zich boos maken over de soms lange wachttijden in ziekenhuizen. In de trant van: "Oké, als wij dan een boete moeten betalen als we een afspraak een keer zijn vergeten, dan willen wij ook gecompenseerd worden voor idioot lange wachttijden." Je zet dus een proces in werking van wat economen noemen het compleet maken van het contract. Het sociaal-morele element, dat van geven en nemen, wordt geheel verdrongen.

Dit is een voorbeeld van het zogenaamde crowding-out effect. Wie weet zouden sommige patiënten die nu vaak niet komen opdagen, dat door die boete wat minder vaak doen. Maar als daartegenover anderen die zich nu keurig gedragen, dat daarna minder gaan doen, dan is het de vraag wat je er mee opschiet.

Kortom, dat minister Schippers voorlopig het opleggen van boetes nog maar niet aan ziekenhuizen wil gaan voorschrijven, dat lijkt mij wel verstandig.

zaterdag 26 november 2011

Waarom het niet eenvoudig is om mensen met prikkels te beïnvloeden

Uit vorige berichten blijkt dat bonussen en prestatiebeloning vaak niet zo werken als de bedenkers er van verwachten. In beide gevallen gaat het om het gebruik van prikkels (ïncentives") om mensen zo te beïnvloeden dat ze meer het gedrag vertonen dat degene die de prikkels toedeelt wenselijk vindt. En in deze beide gevallen gaat het om beïnvloeding in een arbeidsrelatie. De werkgever neemt iemand in dienst, maar is bevreesd dat de werknemer zijn werk niet goed doet als hij met een vast salaris beloond wordt.

Ook over de ingewikkelde effecten van het gebruik van prikkels buiten de arbeidsrelatie is de laatste jaren meer bekend geworden. Een spraakmakende studie was die van Gneezy en Rustichini uit 2000. Ze lieten zien wat het effect was van het invoeren van een (kleine) boete op het te laat ophalen door ouders van hun kind bij de crèche. Dit had niet het verwachte effect dat het minder vaak voorkwam dat ouders hun kind te laat ophaalden. Integendeel, het kwam vaker voor. Vervolgens werd het systeem van de boete weer losgelaten, in de hoop dat de frequentie van het te laat ophalen weer zou terugkeren naar het vroegere niveau. Maar dat gebeurde niet. Ook toen de boete niet meer werd geheven, bleven de ouders vaker hun kind te laat ophalen dan dat ze deden voor dat de boete werd ingevoerd.

In dit artikel dat net verschenen is, blikt Gneezy nog eens op die resultaten terug. Hij wijst er op dat die boete,  en prikkels in het algemeen, naast het bestraffende (of belonende) effect, ook informatie kunnen verschaffen. Je kunt je voorstellen dat die ouders voordat de boete werd geïntroduceerd, niet goed op de hoogte waren van de negatieve gevolgen van het te laat komen. Ze hadden er waarschijnlijk wel een vermoeden van dat het personeel van de crèche er last van had, omdat die graag naar huis wilden. En misschien vreesden ze dat het slechte humeur dat daardoor werd opgewekt, voor hun kind onaangenaam zou zijn. En waarschijnlijk voelden ze door al deze gedachten een morele verplichting om het te laat komen zoveel mogelijk te vermijden.

Het invoeren van die boete, en het niet al te hoge bedrag er van (ongeveer 3 dollar), werd waarschijnlijk opgevat als informatie over hoe schadelijk het was om te laat te komen. Die 3 dollar werd een maat voor de omvang van de schade. En als je dat bedrag betaalde, dan was de veroorzaakte schade dus gecompenseerd. Je had dus als het ware de verleende dienst van het te laat mogen komen aangeschaft. Waardoor het gevoel van die morele verplichting was verdwenen. En dat gevoel is in zulke situaties blijkbaar zo fragiel dat het niet terugkeerde nadat het systeem van de boete weer werd teruggedraaid. Die 3 dollar bleef het "anker" voor de inschatting van de schade. (Dat verschijnsel dat een gevoel van morele verplichting teniet wordt gedaan door het invoeren van een boete, wordt door onderzoekers crowding out genoemd.)

Ik denk dat die boete ook nog op een andere manier informatie verschafte. Gedacht vanuit de Dual Mode-theorie verwacht je dat ouders minder vaak te laat zullen komen als ze denken dat heel weinig ouders dat ook doen. Als het weinig voorkomt, wijst dat er op dat ook anderen te laat komen als afkeurenswaardig beschouwen, en dat versterkt het gevoel van morele verplichting om op tijd te zijn. Ouders weten niet precies hoe weinig of hoe vaak het voorkomt, want dat kunnen ze maar heel beperkt waarnemen. Het feit dat er een boete wordt ingevoerd, verschaft dan de informatie dat het te laat komen blijkbaar veel voorkomt. Meer dan ze dachten. "Ja, anders zouden ze die boete niet invoeren...." Die informatie maakt het iets gemakkelijker om het dan ook eens een keer te doen. Als dat beter uitkomt. Anderen doen het immers ook.

Volgens die interpretatie zou het terugdraaien van het boetesysteem het te laat komen misschien hebben kunnen terugbrengen naar het aanvankelijke niveau. Dan had dat gepaard moeten gaan met de mededeling dat nog maar zo weinig ouders te laat komen dat de boete niet meer nodig was. Maar dat was dan onwaar geweest...

Dat recente artikel van Gneezy waar ik hierboven naar linkte, geeft een mooi overzicht van het onderzoek naar de effecten van prikkels. Ik kom er zeker nog een keer op terug.