Posts tonen met het label zelfmoord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelfmoord. Alle posts tonen

dinsdag 16 augustus 2022

Een sociaalwetenschappelijk zicht op hoe Nederlanders reageerden op de Duitse Bezetting - 1

Als je sociale wetenschap beoefent, dan is het onvermijdelijk, ja, zelfs gewenst, dat je sociaalwetenschappelijke inzichten en je eigen persoonlijke ervaringen en geschiedenis met elkaar in verband brengt. In een aantal eerdere berichten op dit blog ging ik in op een heel vroege herinnering aan een gebeurtenis aan het eind van mijn tweede levensjaar, die enkele weken voor de Bevrijding van de Duitse Bezetting plaats vond. Die had er mee te maken dat mijn vader (Hendrik de Vos, 1907 - 1998) bij het Verzet betrokken was geraakt en dat er gedurende de laatste vier maanden van de Bezetting door de Engelsen gedropte wapens bij ons in de bijkeuken verborgen lagen. Zie hier het laatste van deze reeks berichten. En volg de links naar de daaraan voorafgegane berichten als je die nog niet gelezen mocht hebben.

Ik kondigde al aan dat ik ook in zou gaan op wat er sociaalwetenschappelijk over die ervaringen en gebeurtenissen zoal valt te zeggen. Het wordt tijd om dat nu ook te gaan doen. Dat ik daar mee gewacht heb, zal er mee te maken hebben dat ik niet goed wist waar te beginnen. Dat weet ik eigenlijk nog niet, maar zolang je niet begint, gebeurt er niets.

Ik begin dus maar gewoon ergens en dat is bij de vraag wat er sociaalwetenschappelijk te zeggen valt over de verschillende reacties onder de Nederlandse bevolking op de Duitse bezetting. Er ontwikkelde zich een verzetsbeweging, maar hoe groot was die? Bij het NIOD kom je de schatting tegen van 45.000 personen die in georganiseerd verband verzet pleegden. Dat getal tref je ook aan bij Shirley Haasnoot en Bas Kromhout (10 grote Nederlandse verzetshelden), die eraan toevoegen dat die door honderdduizenden anderen gesteund en geholpen werden. Dat verzet riskant was, blijkt er uit dat er aan het eind van de oorlog van die 45.000 nog zo'n 35.000 in leven waren. Tijdens de oorlogsjaren werden zo'n 20.000 mensen wegens verzetsdaden opgepakt. Er bestaat ook een schatting dat zo'n vijf procent van de bevolking (van 9 miljoen) actief was in het verzet, waartegenover er ook zo'n vijf procent actief meewerkten, collaboreerden, met de Duitsers. De rest "was niet ‘fout’ maar steunde ook geen verzet of vervolgden en ging zo goed en zo kwaad als dat ging door met het dagelijkse leven."

De bezetting door de Duitsers was een overname van het gezag van een soevereine staat en dus een geval van onderdrukking en overheersing van de bevolking van die staat. Hij kwam voort uit het extreem statuscompetitieve wereldbeeld van het Hitler-bewind, waarin Duitsland door oorlog andere landen aan zich diende te onderwerpen, omdat vermeende vijanden, het "internationale Jodendom" voorop, dienden te worden geëlimineerd. Eenzelfde wereldbeeld zien we nu, in 2022, weer om zich heen grijpen, met allerlei idiote samenzweringstheorieën, maar dat terzijde.

Even afgezien van die vijf procent die met de Duitsers collaboreerden, en die de bezetting dus niet als overheersing en onderdrukking ervoeren, welke reacties konden er sociaalwetenschappelijk gezien van Nederlanders worden verwacht? Heel algemeen geformuleerd, vallen er twee reactiemogelijkheden op bedreigingen te onderscheiden, die van het vechten of vluchten (mobilisatie met angst) en die van de immobilisatie en terugtrekking (immobilisatie met angst). Denk aan de polyvagaaltheorie van Stephen W. Porges, die op dit blog al een paar keer langskwam en die helder wordt beschreven door Stanley Rosenberg in in De nervus vagus als bron van herstel. (Op dat boek kom ik zeker nog een keer terug.)

Weer heel algemeen geformuleerd, konden Nederlanders er dus na de Duitse inval en gedurende de bezetting voor "kiezen" om te vechten, dus actief verzet te plegen, te vluchten, zoals naar Engeland, zoals velen in mei 1940 deden of dat probeerden, of zich terug te trekken. Er waren er ook honderden die zichzelf om het leven brachten (zie De zelfmoordgolf van mei 1940). Eerlijk gezegd weet ik niet of je dat als ultieme vlucht moet zien of als ultieme terugtrekking. 

Van dat vluchten afgezien, was er dus een kleine minderheid die er vroeger of laten voor koos om te vechten. Dus om actief verzet te plegen. En een grote meerderheid die daar niet voor koos, oftewel om dat ze zich terugtrokken, oftewel om andere redenen. Want er zullen misschien veel meer zijn geweest van degenen die zo goed en zo kwaad mogelijk doorgingen met hun dagelijks leven, die wel mee hadden willen doen met het verzet als ze maar de mogelijkheden daartoe hadden gezien. Daarover meer in het vervolg. Hier het vervolg.

dinsdag 6 december 2016

Martin McKee over het vergeten belang van verzorgingsstaat en bestaanszekerheid - WRR Lecture 2016: Living on the edge

De WRR-lezing van Martin McKee over het vergeten belang van bestaanszekerheid is nu te bekijken op de site van de WRR. Ook vind je daar de tekst van de lezing en de dia's.

Uiterst belangrijk en actueel materiaal. Klik hieronder voor de lezing. En/of lees verder voor een korte samenvatting met citaten.



McKee begint met ons te herinneren aan het grote belang van wat er na de Tweede Wereldoorlog in de West-Europese landen gebeurde: de opbouw van de verzorgingsstaat, vanuit het toen allesoverheersende inzicht dat aan de fundamentele behoefte aan bestaanszekerheid van mensen tegemoet moet worden gekomen en dat de overheid daarvoor onmisbaar is. (De nummers in de tekst verwijzen naar de dia's.)
One of the greatest achievements of post-war Western Europe was to provide security for its people. We had collective security from external threats, in the form of NATO. But we also had security from internal threats. [2] These internal threats were summarised in the United Kingdom by William Beveridge as "the five giant evils" of society: Want, Disease, Ignorance, Squalor, and Idleness” and the struggle against these giants was the basis of the post-war British welfare state. 
The desire for security among politicians and the population then was understandable. People had lived through the depression of the 1930s and the Second World War. Many had direct experience of uncertainty. (...) Across Europe, politicians, from the right and the left, were establishing new systems that would provide security for their populations. So by the late 1950s, Europe’s leaders who had learned the lessons of the 1930s and 1940s were in power and were determined not to repeat the mistakes of the past. The state and employers took on many risks once borne by individuals and families. The resulting 2 security allowed people to look to the future with confidence, contributing to marked improvements in health and well-being. And this was based on a political consensus.
Maar toen kwam in de jaren 80 de Reagan-Thatcher revolutie. De lessen uit het verleden waren vergeten. De overheid was het probleem. Er moest worden geprivatiseerd en gedereguleerd en geflexibiliseerd. De verzorgingsstaat moest worden afgebroken. Bestaanszekerheid? Een luxe waar mensen wel zonder kunnen.

Dat alles liep uiteindelijk uit op de crisis van 2008.
It was much later that the situation really did change. The year was 2008, and the cause was a sequence of events far away. Banks in the United States had accumulated vast cash reserves and they needed to do something with them. The ingenuity of the bankers knew no bounds. High salaries attracted a new generation, with a new set of skills, into the financial services sector. Tragically, as we now know, many of the new generation had little idea about what they were doing either. [ 5] We had been warned. The movie, The Wolf of Wall Street, revealed a situation in which decisions were fuelled by liberal amounts of cocaine.
I don’t need to tell you what happened. [ 6] The movie The Big Short tells the story far better than I could ever manage. But the bottom line was that governments gave a very large amount of our money to save the banks, what we now term “welfare for Wall Street”, leaving none for the ordinary people. Many of these ordinary people had, until then, been coping. But only just. 
Overal begon de werkloosheid toe te nemen. Degenen die hun baan hielden of toch nog een baan vonden, werden geconfronteerd met de gevolgen van de liberalisering van de arbeidsmarkt. Lagere of stagnerende lonen. Het nul-urencontract vond ingang.
British employees of the sandwich chain Subway must agree that "The company has no duty to provide you with work. Your hours of work are not predetermined and will be notified to you on a weekly basis as soon as is reasonably practicable in advance by your store manager. The company has the right to require you to work varied or extended hours from time to time." 
In Nederland hadden we de sterke groei van de tijdelijke contracten en van de zzp'ers. En natuurlijk ook de nul-urencontracten, maar met meer beperkingen.

Met als gevolg toenemende armoede, ook van degenen met een baan. De term precariaat ontstond om deze nieuwe "klasse" aan te duiden. De term staat op zijn eenvoudigst gezegd voor: het gemis aan bestaanszekerheid.

McKee haalt dan eigen onderzoek aan naar de grote negatieve gezondheidseffecten van werkloosheid en precaire arbeidsomstandigheden en naar de er mee samenhangende toenames van zelfmoordcijfers. (En hij vermeldt dat in Frankrijk wel, maar in Engeland niet, zelfmoorden van werknemers als werkgerelateerd worden gezien tenzij het tegendeel kan worden aangetoond.)

Volgens de om zich heen grijpende neo-liberale fantasie zou deze toename van onzekerheid op de terreinen van arbeid, inkomen, huisvesting en voedselvoorziening (voedselbanken) onvermijdelijk zijn. Maar natuurlijk is dat niet zo.
Crucially, the institutions of society, and in particular government, can protect those whose lives are precarious, by both reducing the risk of a shock and by mitigating its effects should it occur, for example by creating safety nets. As has been noted, “a strong welfare state protects workers” from the consequences of employment precariousness.
Tussentijdse samenvatting:
So let me summarise so far. We have shown how the financial crisis and the subsequent imposition of austerity impacted on people in many ways. An estimated 5 million EU citizens lost their jobs between 2008 and 2010. Many others experienced reductions in income. Some lost their homes and while there is no system for collecting comparable data, surveys in countries such as Spain and the UK suggest that numbers of homeless increased by about 15% between 2008 and 2010. Others went without food. Their lives became more precarious. And as we have shown, this meant that not only were they are greater risk of misfortune but the consequences were worse when they experienced it.
And what we have described is just the tip of the iceberg. Many who have escaped these experiences live in constant fear of the future. Their jobs and income may be secure for now, but for how much longer? They can still afford their homes, but will this continue? And if they have to move, what will this mean for getting to work, for their social support networks, and for their children’s schooling? 
Waarna McKee een vergelijking maakt met de toestand in het Duitsland van de jaren 30, in de tijd van de opkomst van het Hitler-bewind.
We collected data on voting patterns in the five Reichstag elections between 1928 and 1933 and on a variety of measures of the economy. These included government spending and tax withheld from wages, hourly wages and economic output. By using small geographical areas of analysis, we were able to construct a dataset at the level of constituencies. Our analyses showed a clear association between the depth of austerity and the rise in support for the National Socialists. Crucially, what we were seeing was not simply the result of impoverishment. The very poor, a group that was hit hard by job losses, tended to turn to the communists. It was those just above them in the pecking order who turned to the Nazis, the group who had something to lose. 
En dan nog twee citaten uit zijn afsluitende woorden:
Anyone who believes in the enlightenment values of evidence and enquiry, of tolerance and mutual respect, and the more recent value of solidarity cannot ignore those factors that are driving politics today. And this means that we must understand the lives of those who see the world in a very different way from many of us here. 
But there is another reason why we should be concerned. And this is that our democratic systems are based on a social contract. And those with power should not use it to breach that contract. That can, as we know from history, have consequences for us all.
Anders gezegd: dat idee na de Tweede Wereldoorlog van die verzorgingsstaat als hoeder van bestaanszekerheid voor iedereen, is dat niet hoognodig toe aan een herwaardering? Heeft de sociaal-democratie nog iets meer te bieden dan de keuze tussen Samsom en Asscher?

Je vraagt je natuurlijk af of zo'n met wetenschappelijk onderzoek onderbouwde lezing sporen heeft nagelaten bij die ongeveer 350 toehoorders uit de sfeer van politiek, ministeries en adviesraden daar in Theater Diligentia in Den Haag.

Je mag hopen dat zulks het geval is. Want zo niet, dan hebben we na de volgende verkiezingen net als in de jaren 30 in Duitsland en net als nu in de Verenigde Staten een gevaarlijk man aan de macht. 

dinsdag 3 februari 2015

Hoe het lichtzinnige bezuinigingsbeleid het Griekse zelfmoordcijfer met tientallen procenten opdreef

De menselijke behoefte aan bestaanszekerheid is groter dan economische beleidsmakers lijken te onderkennen. Omdat we in een kapitalistische maatschappij doorgaans afhankelijk zijn van arbeid als inkomstenbron, is het van cruciaal belang om als overheid te streven naar volledige werkgelegenheid, naar sociale zekerheid, naar goede publieke voorzieningen en een gegarandeerde toegang daartoe. (Of En/of je moet zou de afhankelijkheid van arbeid kunnen terugdringen door een onvoorwaardelijk basisinkomen in te voeren.)

Hoe dan ook, wat overheden in geen geval zouden moeten is werkgelegenheid en het niveau van sociale en publieke voorzieningen als instrumenten gebruiken in het economische beleid. Precies dat hebben de bezuinigers in Europa de afgelopen jaren wel gedaan. Ze hadden andere doelen, zoals economische groei op lange termijn en evenwicht op de overheidsbegroting en kozen als middelen het laten oplopen van de werkloosheid, het bezuinigen op sociale en publieke voorzieningen en het "hervormen". Middelen dus die ten kosten gaan van de bestaanszekerheid van mensen.

Omdat het in de economie om mensen gaat en om de behoeften van mensen, horen zaken als werkgelegenheid en sociale en publieke voorzieningen doelen van dat beleid te zijn. Als ze dat niet zijn, dan zul je zien dat het beleid gevolgen heeft voor het welzijn en de gezondheid van mensen die daar door getroffen worden. En dat gaat om de hele bevolking, want ook als je je baan nog niet verloren hebt, moet je wel leven met de dreiging daarvan.

We weten al dat hoge werkloosheidscijfers rampzalige gevolgen hebben. Zie Zijn de Europese leiders zich bewust van de ellende van de massa werkloosheid? En zie Werkloosheid maakt werklozen én werkenden ongelukkiger.

En we weten dat mensen beter gedijen bij een gestage geringere economische groei dan bij een per saldo hogere groei, maar wel met ups en downs.

Maar nu wordt het ook steeds duidelijker hoe sterk de negatieve effecten zijn van de in Europa zo lichtzinnig ingeslagen weg van het bezuinigingsbeleid. In 2013 was er al het overzichtswerk The Body Economic. Why Austerity Kills. Zie Als bezuinigen in een depressie als een geneesmiddel getest was, dan zou er al lang mee gestopt zijn vanwege de dodelijke bij-effecten. Met een hoofdstuk over de ellende die in Griekenland werd aangericht. En er waren al eerder berichten over de opvallende toename van het Griekse zelfmoordcijfer.

Nu is er vandaag de studie The impact of economic austerity and prosperity events on suicide in Greece: a 30-year interrupted time-series analysis. De onderzoekers analyseerden voor een periode van 30 jaar hoe economische veranderingen en zelfmoordstatistieken van maand tot maand in Griekenland samenhingen.

Je ziet bij positieve gebeurtenissen een afname van de zelfmoordcijfers. Maar vanaf oktober 2008, toen de recessie begon, zie je het zelfmoordcijfer voor mannen met 13 procent stijgen, waarna het op datzelfde hogere niveau blijft. Daar kwam nog eens 18,5 procent bij vanaf juni 2011, toen de regering nieuwe bezuinigingsmaatregelen aankondigde. Vanaf diezelfde maand nam ook het totale zelfmoordcijfer toe met 35,7 procent. En vervolgens was er voor mannen een tijdelijke toename van 29,7 procent in april 2012, kort nadat een gepensioneerde man als ultieme protestdaad zelfmoord pleegde op het Syntagma-plein in Athene. Alle toenames zijn statistisch significant, wat er op wijst dat ze samenhingen met de gebeurtenissen die toen plaatsvonden.

Bedenk dat toenames van zelfmoord op zich natuurlijk tragisch zijn, maar daarnaast ook staan voor een algemenere verslechtering van de fysieke en mentale gezondheid van de bevolking. Zelfmoordcijfers vormen de topjes van de ijsbergen.

Wat er nog van te zeggen? Als je bedenkt hoe lichtzinnig en economisch slecht onderbouwd de Europese beleidsmakers er voor kozen om te gaan bezuinigen in een recessie en zulke bezuinigingen aan anderen op te leggen, dan, ja, dan mag je zacht gezegd wel verontwaardigd zijn.

dinsdag 18 februari 2014

Bewoners van rijkere landen zijn tevredener met hun leven, maar ervaren hun leven als minder zinvol. En over religie

Shigehiro Oishi en Ed Diener gingen in de studie Residents of Poor Nations Have a Greater Sense of Meaning in Life Than Residents of Wealthy Nations (betaalpoort) niet alleen na of bewoners van rijkere landen tevredener zijn met hun leven, maar ook of ze meer hun leven als zinvol ervaren. Dat eerste bleek wel te kloppen, maar het tweede niet.

Sterker, het was juist omgekeerd: bewoners van armere landen ervaren hun leven als zinvoller. Preciezer gezegd, ze antwoorden de vraag "Voelt u dat uw leven een belangrijk doel of betekenis heeft?" meer bevestigend dan bewoners van rijkere landen. Als je naar de scatterplot in het artikel kijkt, dan zie je bijvoorbeeld dat bewoners van arme landen als Ethiopië en Sierra Leone veel meer vinden dat hun leven zinvol is dan bewoners van rijke landen als Frankrijk, Spanje, Japan en Hong Kong.

Waar kan dat aan liggen? De onderzoekers wijzen op eerder onderzoek dat uitwijst dat tevredenheid met het leven vooral bepaald wordt door de beschikking over de zaken die gemak verschaffen, zoals elektriciteit, telefoon, televisie en computers. Zaken die in armere landen minder aanwezig zijn.

Maar waar zou dan de ervaring van een zinvol leven van afhangen? De onderzoekers kijken vooral naar de rol van religie. En het blijkt te kloppen dat bewoners van armere landen religieuzer zijn en dat religie samengaat met het meer ervaren van een doel in het leven. Maar dan gaat het om de samenhang tussen gemiddeldes. Als je naar het wel of niet religieus zijn van individuen kijkt, dan blijkt dat de rijkdom van een land het leven minder zinvol maakt, onafhankelijk van religie. Dat wil zeggen dat het niet alleen het minder religieus zijn is dat maakt dat bewoners van rijkere landen minder een doel in het leven ervaren.

Waar kan het nog meer aan liggen? Waar de onderzoekers iets over kunnen zeggen, zijn onderwijs, aantal kinderen en de mate van individualisme. En inderdaad: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe minder kinderen en hoe individualistischer, hoe minder het leven als zinvol ervaren wordt.

Wat hiervan te denken? We weten dat het gevoel een zinvol leven te leiden voor je gezondheidstoestand gunstiger is dan de tevredenheid met je leven. Zie nog eens het bericht Je gelukkig voelen is prima, maar een zinvol leven leiden is beter, dat in die richting lijkt te wijzen. Er is dus "iets" in die armere landen dat zorgt voor een meer zinvol leven en in dat opzicht gezondheidsbevorderend is. Uiteraard wordt dat teniet gedaan door een veelheid van gezondheidsverslechterende factoren: armoede op zich, slechtere hygiëne, woonomstandigheden, minder medische voorzieningen en wat niet al. En dat rijkere landen dat "iets" minder hebben, betekent dus dat de betere medische voorzieningen in die landen daar voor althans voor een deel compenseren.

Wat dat "iets" is, zou kunnen samenhangen met die geringere mate van individualisme. Mensen zijn er meer op elkaar aangewezen en dat geeft meer gevoelens van onderlinge betrokkenheid en voor anderen iets te kunnen betekenen.

En we weten dat zo een sociale omgeving gezondheidsbevorderend is. Zie nog eens Gezondheid en sociale omgeving (2): sociale steun ontvangen, waarnemen en geven. Daarmee komt overeen wat de onderzoekers ook vaststellen, namelijk dat het zelfmoordcijfer in rijkere landen hoger ligt dan in armere landen. En dat die samenhang deels verklaard wordt doordat bewoners van die rijkere landen minder een doel in het leven ervaren. Als je geen doel in het leven hebt, dan krijg je eerder zelfmoordgedachten. Dat "iets" is dus die sociale omgeving van grotere onderlinge betrokkenheid en gemeenschapsgevoel. En dat staat tegenover de grotere kans op eenzaamheid en statuscompetitie in de rijkere landen.

Tot slot nog even over de rol van religie. Die is kennelijk belangrijk. En dat zal er mee te maken hebben dat religie het gemakkelijker maakt om een doel in het leven te hebben. Dat doel wordt je als het ware van buiten of van boven af automatisch aangereikt. Als je niet religieus bent, dan moet je op eigen kracht je leven zin geven, zeker in een individualistische samenleving. De uitdaging is dan om zelf te bepalen wat het doel en de zin van het leven zouden kunnen zijn. En veel mensen kunnen die uitdaging heel goed aan.

Maar sommige gelovigen denken daar anders over. Neem de Amerikaanse republikeinse Senator  Mike Fair, die denkt dat jonge mensen niet tegelijk in evolutie kunnen geloven en een doel in het leven kunnen hebben. Als je niet in God gelooft, dan zou het leven zinloos zijn. Daarom vindt hij dat creationisme en intelligent design op scholen onderwezen moeten worden.

maandag 13 mei 2013

Als bezuinigen in een depressie als een geneesmiddel getest was, dan zou er al lang mee gestopt zijn vanwege de dodelijke bij-effecten

Als bezuinigen in een depressie als een geneesmiddel getest was, dan zou er al lang mee gestopt zijn vanwege de dodelijke bij-effecten. Dit betogen socioloog David Stuckler en medicus/epidemioloog Sanjay Basu vandaag in de New York Times, waar ze ruimte krijgen om hun net verschenen boek The Body Economic: Why Austerity Kills te introduceren. Zie de link onderaan.


Stuckler en Basu schatten dat in de Verenigde Staten tussen 2007 en 2010, dus in de eerste drie jaren van de kredietcrisis, een totaal van 4750 "extra" zelfmoorden plaats vonden, vooral in de staten met de hoogste werkloosheidstoename. Is een toename van het zelfmoordcijfer, en van gezondheidsproblemen, nu eenmaal onvermijdelijk verbonden met economische neergang? Nee, want het maakt uit welk beleid overheden voeren. In landen waar sterk werd bezuinigd, vooral op sociale voorzieningen en gezondheidszorg, is de gezondheid van de bevolking sterker achteruitgegaan dan in landen die hun voorzieningen op peil hielden en de economie stimuleerden. Het beleid ten aanzien van de overheidsbegroting kan een zaak zijn van leven en dood.

Een extreem voorbeeld is Griekenland. De publieke gezondheidsuitgaven zijn daar sinds 2008 met 40 procent verlaagd, vooral om aan de eisen van de troika - het IMF, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank - te kunnen voldoen. 35000 banen in de gezondheidszorg gingen verloren. De kindermortaliteit steeg met 40 procent. Nieuwe HIV-infecties verdubbelden. In het zuiden van Griekenland heerst er weer malaria. (En er was een sterke stijging van het zelfmoordcijfer.)

Hiertegenover staat IJsland, dat er van profiteerde een eigen munt te hebben, dat geen streng bezuinigingsbeleid voerde en waarvan de economie verbeterde. De gezondheidszorg bleef op peil. En het zelfmoordcijfer nam niet toe.

Analyses van data van landen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 en na de financiële crisis in Azië laten een zelfde beeld zien. Oost-Europese landen die kozen voor een economische shock therapie, met radicale privatiseringen en massa-ontslagen, hadden de grootste toename in zelfmoorden, hartaanvallen en alcohol-gerelateerde sterfgevallen. En de Aziatische landen die het meest radicaal de bezuinigingen uitvoerden die door het IMF waren opgelegd, kenden hongersnoden en sterke toenames van infectieziekten. (Het IMF bood in 2012 zijn verontschuldigingen aan.)

Stuckler en Basu berekenen dat elke dollar investering in publieke gezondheidsprogramma's zo veel als 3 dollar economische groei kunnen opleveren. Zulke investeringen redden niet alleen levens in een recessie, maar ze kunnen ook helpen bij het economisch herstel. In hun beleid zouden overheden de volgende drie principes in acht moeten nemen:
  1. Richt geen schade aan. De gezondheidseffecten van het fiscale en het monetaire beleid zouden door een onafhankelijke instantie beoordeeld moeten worden. Als bezuinigen in een depressie als een geneesmiddel getest was, dan zou er al lang mee gestopt zijn vanwege de dodelijke bij-effecten.
  2. Beschouw werkloosheid als de pandemie die het is. Het is de voornaamste oorzaak van depressie, angststoornissen en zelfmoordgedachten.
  3. Voer de uitgaven aan de publieke gezondheidszorg op in slechte tijden. Het is duurder om een epidemie onder controle te krijgen dan om hem te voorkomen.
Ze besluiten met (mijn vertaling):
Je hoeft niet een economische ideoloog te zijn - en dat zijn wij zeker niet - om in te zien dat de prijs van het bezuinigingsbeleid in menselijke levens kan worden uitgedrukt. Wij praten slecht beleid uit het verleden niet goed, noch pleiten we voor een algemene kwijtschelding van schulden. Het is de taak van de beleidsmakers in Amerika en Europa om de juiste mix van fiscaal en monetair beleid te bepalen. Maar wat wij hebben vastgesteld is dat het bezuiningingsbeleid - zwaar, direct, blindelings snijden in sociale en gezondheidsuitgaven - niet alleen averechts werkt, maar bovendien dodelijk is.
(Zie ook nog eens mijn bericht Het kwaad van werkloosheid. Over prioriteiten van politieke leiders. En
Are European leaders aware of the miseries of mass unemployment?)

vrijdag 18 november 2011

In cultuur van statuscompetitie niet alleen meer geweld, maar ook meer depressie en zelfmoord

In een cultuur van statuscompetitie (ook wel "eer-cultuur" genoemd) zijn mensen er allereerst op uit om hun reputatie te verdedigen. Om niet een loser te zijn, moet iedereen voortdurend als competent en krachtig op anderen overkomen. Daardoor heeft iedereen "een kort lontje". Alles wordt snel als een persoonlijke aanval of bedreiging gezien, waartegen je krachtig moet optreden.

In zo'n cultuur is dus de competitie om status altijd manifest aanwezig. Dat is het verschil met een statushiërarchie, waarin de verschillen in status behoorlijk vastliggen en, althans voorlopig, geaccepteerd zijn.

Statuscompetitie-culturen kunnen voorkomen op scholen, in bedrijven, in buurten of in landen of andere geografische eenheden. Zo zijn er veel aanwijzingen dat de zuidelijke staten van de Verenigde Staten er meer last van hebben dan de noordelijke.

Het is bekend dat er in een statuscompetitie-cultuur meer geweld voorkomt. Maar nu zijn er ook aanwijzingen dat er meer depressie en zelfmoord voorkomt. Onderzoekers vonden dat het zelfmoordcijfer in staten van de V.S. met meer een statuscompetitie-cultuur hoger is dan in andere staten. Ook vonden ze dat de bewoners meer lijden aan depressie, maar tegelijk minder anti-depressiva slikken. En waarschijnlijk ook minder in therapie gaan, maar dat is niet onderzocht. Bovendien hebben de statuscompetitie-staten met meer depressies ook een hoger zelfmoordcijfer. Zie de studie Culture of honor and violence against the self.

Je kunt ook nog bij personen nagaan, met een vragenlijst, of ze meer of minder de "ideologie" van de statuscompetitie aanhangen. Dan blijkt dat bij degenen die dat meer doen, meer depressie voorkomt.

Een statushiërarchie vinden we niet prettig, maar statuscompetitie is nog erger.