vrijdag 30 maart 2012

Hans van den Doel overleden

Vanochtend in de Volkskrant de overlijdensadvertentie voor Hans van den Doel. Hij was van 1967 tot 1973 kamerlid voor de PvdA. Werd daarna hoogleraar politiciologie in Nijmegen en later hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Zie hier het wel heel korte In Memoriam van Ed van Thijn op de website van de PvdA.

Ik heb zijn boek Democratie en Welvaartstheorie jarenlang als tentamenliteratuur gebruikt in mijn colleges. Het was een intellectueel feest om dat boek aan studenten uit te leggen. Ik heb de derde druk uit 1990 nu voor mij liggen en zie op bol.com dat er in 1998 ook nog een vierde druk van is verschenen. Ik ben nog steeds een groot bewonderaar van dat boek. Het geeft een heldere en systematische uiteenzetting van de werking van de democratie op basis van de economische welvaartstheorie. Van den Doel was een leerling van Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen, bij wie hij promoveerde. Maar dit boek is vooral ook beïnvloed door Pieter Hennipman, de grote Nederlandse econoom en welvaartstheoreticus, die in 1994 overleed.

Als ik het me goed herinner, kwam ik door Hans van den Doel in aanraking met die welvaartstheorie. En die bracht me er op dat er naast een economische welvaartstheorie hoognodig een sociologische welvaartstheorie nodig is. Die op sociaalwetenschappelijke gedragstheoretische inzichten gebaseerd zou moeten zijn. En dat leidde tot het vak Sociale Welvaart, dat ik jaren heb gegeven en dat ook nu nog onderdeel is van de opleiding sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hans van den Doel kreeg in 1981 een beroerte. Volgens een interview met hem in NRC/Handelsblad van 11 februari 1993, waarvan ik het knipsel heb bewaard, gebeurde dat tijdens het bespelen van het orgel van de gereformeerde kerk in Bloemendaal. Hij lag twee maanden in coma en is er nooit meer volledig van hersteld.

Hans van den Doel was ook een van de "oprichters" van Nieuw Links. Omdat ik als (verlegen) HBS-scholier de bijeenkomsten van Nieuw Links eind jaren zestig in Trianon (Utrecht) bezocht, moet ik hem toen  ook wel persoonlijk hebben gesproken. Maar persoonlijk contact hebben we verder nooit gehad.
Correctie. Eind jaren zestig was ik nog wel behoorlijk verlegen, maar niet meer scholier. Ik studeerde toen al sociologie en Nieuw Links begon al eerder. Dat laatste klopt, want het boekje Tien over rood. Uitdaging van Nieuw Links aan de PvdA verscheen in 1966 en was het resultaat van bijeenkomsten in de jaren daarvoor.

De overheid draagt verantwoordelijkheid voor de vraag. En dus voor de depressie

Vandaag zegt Klaas Knot, president van De Nederlandse Bank, in de Volkskrant dat Nederland boven zijn stand heeft geleefd. We zullen volgens hem moeten wennen aan structureel lagere groeicijfers. In de jaren negentig teveel geconsumeerd en dat moet nu maar eens afgelopen zijn. Dat de koopkracht en het consumentenvertrouwen dalen, dat is dus precies wat volgens Knot moet gebeuren.

Maar is dat wel zo? Kunnen we nog wel zo vertrouwen op de deskundigheid van De Nederlandse Bank? Zie ook dit bericht, dat laat zien hoe DNB met de wetenschappelijke literatuur omgaat. De Amerikaanse econoom Brad DeLong, die recent samen met Larry Summers nog eens liet zien hoe slecht het uitpakt om te bezuinigen in een tijd van recessie (zie dit bericht), wijst er nu nog maar eens op dat de huidig economische problemen vooral conjunctureel van aard zijn. Zie de link onderaan dit bericht. Er is overduidelijk vraaguitval. Wat wil je, met een zo laag consumentenvertrouwen?

Er zijn wel degelijk lange-termijn risico's, grotendeels voortkomend uit de vergrijzing. Maar er wordt nu te weinig geïnvesteerd vanwege de middellange-termijn risico's die samenhangen met de conjunctuur en dat overheerst de lange-termijn fundamentele risico's.
...het risico dat de internationale investeerders op het ogenblik proberen te vermijden door zich op de overheidsobligaties van de V.S., Japan en Duitsland te storten, is niet een "fundamenteel" risico. Er zijn geen psychologische voorkeuren, natuurlijke grondstofbeperkingen of technologische factoren die het investeren in private ondernemingen nu riskanter maken dan vijf jaar geleden. Nee, het risico komt voort uit de weigering van overheden om als het er op aan komt, de totale vraag in overeenstemming te brengen met het totale aanbod, om zo massale werkloosheid te voorkomen.
Het beïnvloeden van de totale vraag is een taak van de overheid. (...)
Gedurende 62 jaar, van 1945-2007, met enkele forse maar tijdelijke en plaatselijke onderbrekingen, konden ondernemers er op rekenen dat de vraag er zou zijn als zij het aanbod schiepen. Dit speelde een belangrijke rol in het opbouwen van het toneel waarop de twee snelste generaties van globale economische groei die de wereld ooit heeft gezien zich konden afspelen. Maar dat toneel is nu ontruimd.
De huidige economische problemen zijn door onszelf veroorzaakt, niet door ons als consumenten, maar door ons als kiezers. Door regeringen aan de macht te laten die de economische problemen niet begrijpen. Of niet willen begrijpen.
"The Shadow of Depression" by J. Bradford DeLong | Project Syndicate:

'via Blog this'

donderdag 29 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (15): de rol van religie

Geloof in een schepper kun je zien als een imaginaire uitbreiding van de sociale omgeving. En het ligt dan in dezelfde lijn als het verschijnsel van de imaginaire vrienden. Gelovigen zullen zich tegen die gedachte verzetten, omdat ze zich bekeerd voelen. En dat voelt anders dan dat ze zelf de bron zijn van hun geloof. Maar als we dat verzet even negeren, dan kun je je net zoals bij die imaginaire vrienden afvragen of het in een schepper geloven een toevoeging tot of vervanging is van iemands sociale omgeving. En als dat zo zou zijn, dan zou het ook kunnen zijn dat geloven een positief gezondheidseffect heeft.

Dat is moeilijk te onderzoeken. Want mensen die geloven, zijn vaak lid van een kerk of een geloofsgemeenschap en delen daardoor ook in de realiteit een sociale omgeving met hun geloofsgenoten. Nu heb ik wel eens onderzoek onder ogen gehad, waaruit je kon opmaken dat, ook als je rekening houdt met die echte sociale omgeving van geloofsgenoten, gelovigen toch nog een betere gezondheid (of een hoger welbevinden) hebben dan niet-gelovigen. Ik heb dat onderzoek nog niet teruggevonden, maar blijf zoeken.

Daartegenover staat dit onderzoek van Lim en Putnam uit 2010. Zij vinden dat gelovigen (in de Verenigde Staten) een hogere levenstevredenheid hebben dan niet-gelovigen. Maar zij laten zien dat dit verschil volledig verklaard kan worden uit het feit dat die gelovigen meer sociale contacten hebben (omdat ze elke week naar de kerk gaan). Het gaat dus niet om dat meer persoonlijke en subjectieve aspect van geloven, dus het particuliere beeld van een schepper als iemand waarmee je een persoonlijke relatie hebt.

woensdag 28 maart 2012

Van het Ultimatum-spel naar het Dictator-spel in de realiteit: afnemende vakbondsmacht en zelfverrijking in de V.S.

Harald Meyersohn in de Washington Post (zie de link onderaan dit bericht) bespreekt het onderzoek van Emmanuel Saez, waaruit blijkt dat van de inkomensgroei in 2010 in de Verenigde Staten 97% naar de 1% rijkste Amerikanen ging. De resterende 3% moest worden verdeeld over de 99% anderen.

Het gaat er op lijken dat de Amerikanen in een wel heel realistische variant van een verschuiving van Ultimatum-spel naar Dictator-spel (zie mijn vorige bericht) terecht zijn gekomen. Meyersohn noemt ook onderzoek waaruit blijkt dat de sociaal-economische mobiliteit tussen generaties in de V.S. sterk is afgenomen. De rijken weten dus hun rijkdom steeds beter door te geven aan hun kinderen. En hij noemt gegevens die laten zien dat in 1968, toen 28 procent van de werkende bevolking lid was van een vakbond, er 53% van het nationale inkomen naar de middenklasse ging. In 2010, toen nog maar 11,9% lid was van een vakbond, was het aandeel van de middenklasse gedaald tot 46,5%.

Tja, hoe meer de macht van vakbonden afneemt, en dus hoe meer je opschuift naar het Dictator-spel, hoe meer je in een dictatuur van de rijken, een plutocratie, terecht komt.

En die dictatuur doet zijn werk ook door met onbeperkte middelen de werking van de democratie in zijn voordeel te beïnvloeden. Zie daarover de laatste column van Paul Krugman.

Concentrated wealth is a long-term threat to America - The Washington Post:

'via Blog this'

dinsdag 27 maart 2012

Hoe leren kinderen eerlijk delen? Eerst: hoe verdelen volwassenen?

Over het algemeen leren kinderen bij het opgroeien om eerlijk te delen. Hoewel ze aanvankelijk nog vooral op eigen voordeel georiënteerd zijn, ontwikkelen ze tussen het derde en het achtste levensjaar een aversie tegen ongelijkheid. Zie hier. Die aversie is een van onze morele intuïties. En gedurende het opgroeien zie je dat ze ook meer gaan delen met anderen. Zie hier. Wat is verantwoordelijk voor deze ontwikkeling? Ligt het aan sociale vaardigheden als het je kunnen verplaatsen in een andere persoon en het kunnen meevoelen met een ander (empathische bezorgdheid)? Of ligt het aan het verstandelijk begrijpen wat eerlijk en rechtvaardig is?

Uit dit recente onderzoek van Steinbeis, Bernhardt en Singer valt op te maken dat het eerst en vooral ligt aan de ontwikkeling van het vermogen tot impulsbeheersing. De onderzoekers lieten kinderen van tussen de zes en dertien jaar oud twee verdelingsopgaven uit de speltheorie spelen, het Dictator-spel en Ultimatum-spel.

In het Dictator-spel moet je een bedrag verdelen tussen jou en een andere persoon. Die andere persoon kan niets anders doen dan accepteren wat hij krijgt. Er staat jou dus niets in de weg om egoïstisch te verdelen: veel voor jezelf en weinig voor de ander. Dat wil zeggen, als je vindt dat eerlijk delen belangrijk is, dan staat dat gevoel je in de weg en zul je het bedrag minder egoïstisch of zelfs precies gelijk verdelen.


De gever kan hier 10 dollar naar eigen goeddunken verdelen. Hij kan 8 zelf houden en dan krijgt de ontvanger 2. Of hij houdt het hele bedrag voor zichzelf. (Je zou het niet een "spel" noemen, maar die naam heeft het nu eenmaal omdat het door speltheoretici is bedacht.)


In het Ultimatum-spel moet je ook een bedrag verdelen, maar heeft de ontvanger de mogelijkheid om de verdeling af te wijzen. En in het geval dat hij dat doet, krijgt geen van beide spelers iets uitgekeerd. Als de ontvanger de verdeling wel accepteert, dan krijgen beiden het bedrag volgens die verdeling (net zoals in het Dictator-spel). In een voorbeeld is speler 1 de verdeler en speler 2 degene die accepteert of afwijst. Speler 1 kan 10 dollar verdelen. Hij kan een bedrag van tussen de 1 cent en 10 dollar aan speler 2 aanbieden. In het plaatje geeft hij een bedrag x (ongeveer 3 dollar) weg en houdt de rest. Als speler 2 het aanbod accepteert, krijgt hij dus dat bedrag x (zeg, 3 dollar) en krijgt speler 1 het bedrag 10-x (zeg, 7 dollar). Maar speler 2 kan het bod ook afwijzen en dan krijgen beide spelers niets.

Bedenk dat in beide gevallen de spelers elkaar niet kennen en elkaar ook niet voor of na het spel ontmoeten. Alles speelt zich af op een computerscherm.

Als je volwassenen beide spelen als gever laat spelen, wat Steinbeis, Bernhardt en Singer gedaan hebben, dan kun je nagaan hoe hun verdelingen verschillen. Het blijkt dan dat ze gemiddeld genomen in het Ultimatum-spel meer aanbieden dan in het Dictator-spel. Je kunt zeggen dat ze er rekening mee houden dat de andere speler hun verdeling kan afwijzen, waardoor ze beide niets krijgen. Je kunt ook zeggen dat ze in het Dictator-spel de mogelijkheid om meer aan zich zelf te geven, benutten. (De onderzoekers geven informatie over de gemiddelde verdeling in het Supplement bij het artikel, maar dat is kennelijk nog niet beschikbaar, want ik krijg geen toegang.)

Hoe dan ook, dit laat zien dat mensen weliswaar houden van eerlijk delen, maar dat ze in hun verdelingsgedrag wel degelijk worden beïnvloed door de macht van de ander. Als die niets heeft in te brengen, dan verdelen ze egoïstischer dan wanneer die wel iets heeft in te brengen. Anders gezegd: als je mensen de kans geeft om zich ongestoord zelf te verrijken ten nadele van anderen, dan hebben ze de neiging om die kans te benutten. Dat zegt toch iets over hoe we de maatschappij moeten inrichten, lijkt me.

In een volgend bericht ga ik in op wat de onderzoekers te melden hebben over hoe kinderen van verschillende leeftijden zich in deze beide spelen gedragen.

zondag 25 maart 2012

Noahpinion: Hoe kun je zowel tegen bezuinigingen als tegen stimuleren zijn?

Noahpinion verbaast zich over de anti-Keynesiaan John Cochrane, waar ik eerder (hier en hier) over berichtte, en die nu laat weten dat het bezuinigingsbeleid in Europa niet werkt. Zie de link hieronder. Dan zou je denken dat hij misschien wel pleit voor tijdelijk meer overheidsbestedingen, stimuleren dus. Maar nee, daar is hij ook tegen. Ook al laten Brad DeLong en Larry Summers net nog weer eens zien dat tijdelijke overheidstekorten de aangewezen weg zijn in een depressie met een lage rente.

Het wordt steeds moeilijker om de anti-Keynesianen nog te volgen. Steeds meer blijkt dat het opvolgen van hun voorschriften om meteen te bezuinigen heel slecht uitwerkt. Oké, dat geven ze, althans Cochrane, toe. Maar als dan blijkt dat veranderingen in de overheidsuitgaven van invloed zijn op de economie, hoe kun je dan van mening zijn dat zowel het terugdringen áls het opvoeren van de overheidsbestedingen slecht zijn voor de economie? Dan moet je al aannemelijk willen maken dat de huidige omvang van de bestedingen helemaal precies op het juiste niveau zit. Dat is zacht gezegd onwaarschijnlijk. Noahpinion besluit met:
Tegenstanders van overheidsbestedingen zijn gedwongen om te buigen voor het overweldigende gewicht van de evidentie dat het bezuinigen slecht is geweest voor de economie. Maar ze weigeren nog steeds om de logische implicatie te accepteren dat het verhogen van de bestedingen de economie zou hebben laten groeien. Ik begrijp het gewoon niet.
Noahpinion: Cochrane blasts austerity AND stimulus...???:

'via Blog this'

De wereld is één groot data probleem - Gilad Elbaz en Factual

Zou dat kunnen? Alle data die ergens beschikbaar zijn, beschikbaar maken voor iedereen? Waarom niet? We leven in een informatiemaatschappij, wat wil zeggen dat de kosten van informatieverspreiding steeds maar lager worden. En omdat mensen nu eenmaal nieuwsgierig zijn.... Nou ja, de meeste mensen. Giliad Elbaz, die in 2008 Factual begon, verwacht er veel goeds van (zie de link hieronder):
Als alle data helder (en beschikbaar) waren, dan zouden veel minder mensen waarde aan de wereld onttrekken. En veel meer mensen zouden waarde toevoegen.
De vader van Gil Elbaz herinnert zich
dat toen hij het Israel-Palestina conflict aan zijn zoon probeerde uit te leggen, zijn zoon antwoordde dat de haat zou ophouden als de twee partijen het maar eens zouden kunnen worden over de feiten.
Ontwapenend naïef. En dus heel intrigerend.
Factual’s Gil Elbaz Wants to Gather the Data Universe - NYTimes.com:

'via Blog this'

woensdag 21 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (14): huisdieren en vriendschappen tussen soorten

Mensen houden huisdieren en dat lijkt tot op zekere hoogte een vervanging te zijn voor relaties met andere mensen, soortgenoten dus. Die vervanging blijkt er uit dat het hebben van een of meer huisdieren gezondheidsbevorderend is. Zie dit bericht. Maar het sluiten van vriendschap met iemand van een andere soort, komt in het dierenrijk meer voor. Sander Voormolen schreef daar gisteren over in NRC/Handelsblad.

Het bericht (Konijn verdrijft eenzaamheid van gorilla) vertelt over de gorilla Samantha in de dierentuin van Erie (Pennsylvania, V.S.) die na het verlies van haar partner haar dagen in eenzaamheid doorbracht. De oppassers kwamen op het idee om haar een huisdier te geven. Dat werd een konijn, Panda geheten. Ze werden voorzichtig aan elkaar gekoppeld, met in het begin nog een "konijnenluikje" als ontsnappingsmogelijkheid. Maar de twee sloten al gauw vriendschap. Ze zijn altijd in elkaars nabijheid en delen voedsel. Panda mag zelfs aan de knuffel van Samantha komen, een babygorillapop die Samantha vaak als haar eigen jong bij zich draagt en bij wie niemand in de buurt mag komen. (Gorilla's hebben kennelijk ook imaginaire vrienden!)

Sander Voormolen e-mailde hierover met Frans de Waal, die terug mailde: 
We weten dat voor mensen huisdieren goed gezelschap zijn, waarschijnlijk is dat ook zo voor de gorilla met haar konijn.
Hij wijst er op dat de beroemde gorilla Koko in zijn leven diverse katjes heeft gehouden. Vriendschap tussen verschillende soorten komt meer voor, vooral bij dieren die bij mensen leven of in dierentuinen. Maar:
Het komt in het wild voor, maar dan is het meestal tijdelijk. Zoals in het geval van de leeuwin in Kenia die een tijdje een oryx-kalfje hield.
En hij wijst op het boek Unlikely Friendships dat hierover geschreven is en dat verhaalt over een olifant die beste maatjes is met een schaap, een reuzenschildpad en een nijlpaardjong die onafscheidelijk zijn, een ijsbeer en een sledehond die vriendschap sluiten. Dat boek ga ik bestellen. Trouwens, als je afbeeldingen zoekt met unlikely friendships, dan kijk je je ogen uit!