Posts tonen met het label Robert Reich. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Robert Reich. Alle posts tonen

donderdag 18 december 2025

Voor de derde keer: Hoe zal het met Trump aflopen?

Op 19 maart 2018 vroeg ik me af hoe het met Trump zou aflopen. Dat was ten tijde van zijn eerste presidentschap. En in een fase daarvan waarin niet langer kon worden ontkend dat hij, als kwaadaardige narcist en foute leider, niet in staat was om te functioneren binnen de grondwettelijke beperkingen van het presidentschap. Voor zover hij nog adviseurs had die hem op die beperkingen wezen, stuurde hij ze de laan uit. In zijn grootheidswaan meende hij alleen nog te kunnen vertrouwen op wat in hem zelf opwelde, op zijn eigen intuïties. We weten nu dat hij, na twee mislukte pogingen om hem af te zetten (impeachments), en na twee rechterlijke veroordelingen, er toch in slaagde zijn termijn vol te maken, maar wel tegen een verkiezingsnederlaag opliep. 

Nog twee weken voorafgaande aan die verkiezingen, op 18 oktober 2020, vroeg ik me voor de tweede keer af hoe het met Trump zou aflopen. We weten nu dat hij weigerde zich bij zijn nederlaag neer te leggen, door zijn aanhangers het Capitool te laten bestormen en door pogingen om het vaststellen van de verkiezingsuitslag in zijn voordeel te beïnvloeden. Uiteindelijk verliet hij een dag voorafgaande aan de inauguratie van zijn opvolger het Witte Huis. Daarna kon de hoop postvatten dat het daarmee zou zijn afgelopen. Zijn opvolger, Joe Biden, voerde een economisch verstandig en succesvol, maar propagandistisch minder geslaagd, beleid. Dat aanleiding gaf om te denken dat een nieuw politiek tijdperk was aangebroken, waarin bestaanszekerheid voor iedereen weer leidraad zou worden voor het politieke handelen.

En nu maken we Trumps tweede termijn mee, doordat de Amerikaanse kiezers hem een tweede kans hebben gegeven. Het is een nog altijd onopgelost vraagstuk hoe die kiezers dat een verstandig idee hebben kunnen vinden. Hoe dan ook, in die tweede termijn zijn alle remmen los. Met een "beleid", als je dat nog zo kunt noemen, dat een chaotische resultante is van Trumps intuïties en van zijn afnemende inhibities en cognitieve vermogens en van de sinistere plannen van degenen die hem opnieuw in het zadel hebben geholpen, de fundamentalistische christelijk-nationalisten van de Heritage Foundation (Project 2025), de in de high tech-sector miljardair geworden ondernemers als Elon Musk, Jeff Bezos en Mark Zuckerberg en de naar de tijd van de Sovjet-Unie hunkerende dictator in het Kremlin. 

En we zijn voor de derde keer op een punt aangekomen waar de vraag zich aandient hoe het met Trump zal aflopen. Zijn "beleid" is zo impopulair dat de eerste aanhangers de moed bij elkaar rapen en afhaken. De Epstein Files komen een dezer dagen in de openbaarheid. De ongemakkelijke vraag is tot welke wanhoopspogingen hij in staat zal zijn. Om de aandacht af te leiden. Om het onvermijdelijke noodlot af te wenden.

Robert Reich heeft er slecht van geslapen (The real threat in Trump’s madness. I hate to say this, but it must be faced). En hij is niet de enige. 

dinsdag 25 februari 2025

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 27 - In Duitsland waren de voorwaarden voor een ruk naar rechts aanwezig

Foute leiders zijn uitsluitend gedreven door de motieven van het statuscompetitiepatroon van het ieder-voor-zich en van het willen bereiken van de top van de statushiërarchie, dus van de alleenheerschappij. De menselijke sociale natuur zit nu eenmaal zo in elkaar dat dat statuscompetitiepatroon er deel van uitmaakt, naast en tegenover het gemeenschapspatroon, maar alleen onder speciale omstandigheden geactiveerd wordt. Bovendien verschillen mensen in het gemak waarmee die activering plaatsvindt. Bij de een wordt het statuscompetitiepatroon bij het minste of geringste getriggerd, bij de ander is daar veel meer voor nodig. Hier het vorige bericht.

Die verschillen zijn deels overerfelijk, maar liggen er ook aan hoeveel sociale onveiligheid mensen ervaren en in het verleden hebben ervaren. Als mensen zijn opgegroeid in een statuscompetitieve sociale omgeving, dus veel met statuscompetitiegedrag in aanraking zijn geweest, dan hebben ze een wereldbeeld ontwikkeld waarin het ieder-voor-zich de boventoon voert, dus een wereldbeeld van sociale onveiligheid. Dat is een wereld waarin het statuscompetitiepatroon actief is. Met voor de een als uitkomst dat de strijd om status wordt aangegaan, geprobeerd wordt om anderen af te troeven en zo hoog mogelijk in de statushiërarchie terecht te komen. En voor de ander de uitkomst van het zich erbij neerleggen dat die strijd verloren is en van het proberen om de schade van die nederlaag zoveel mogelijk te beperken. Waarbij die twee uitkomsten ook achtereenvolgens bij een en dezelfde persoon kunnen optreden: eerst de strijd aangaan en die vervolgens opgeven en zich terugtrekken. Die statuscompetitie heeft altijd de neiging om zich te stabiliseren in een statushiërarchie van overheersers en onderdrukten.

De mate van ervaren sociale onveiligheid is cruciaal voor wat volgt. Als mensen veel sociale veiligheid ervaren, dan is er geen aanleiding voor statuscompetitiegedrag en zal integendeel gemeenschapsgedrag, waarin iedereen meetelt, de boventoon voeren. Als er verder niets verandert, wat nooit het geval is, dan heerst het gemeenschapsevenwicht. Maar een toestand van sociale onveiligheid creëert daarentegen, ook weer als er verder niets verandert, de toestand van het statuscompetitie-evenwicht, waarin dus die statuscompetitie in een stabiele statushiërarchie is neergeslagen.

Oké, dat is de sociaalwetenschappelijke blik waarmee we het actuele fenomeen van de foute leiders kunnen duiden. Foute leiders hebben een wereldbeeld van de sociale onveiligheid van het ieder-voor-zich, waarin er voor hen slechts één weg bestaat naar de eigen veiligheid, de weg naar de alleenheerschappij en het onderdrukken en vernietigen van al hun vijanden. In de politieke actualiteit behoren immigranten altijd tot die vijanden. Naast natuurlijk de politieke tegenstanders. Denk aan Trump, die nu hij opnieuw aan de macht is, probeert om het justitiële en het militaire apparaat en de rechterlijke macht aan hem ondergeschikt te maken, zodat hij in de positie komt te verkeren dat hij iedereen die hem ooit heeft tegengewerkt uit kan schakelen. Dat is zoals Robert Reich hier uitlegt de kern van wat de foute leider ambieert, de alleenheerschappij en dus het geweldsmonopolie: What Trump is really trying to do.

Maar het begint meestal met het aanwijzen van die immigranten als de vijand. Want foute leiders moeten in een democratie eerst de weg bewandelen van het behalen van successen in verkiezingen. Zoals we nu wel weten, is een belangrijke voorwaarde voor die successen dat er onder de bevolking een duidelijke toename is geweest van gevoelens van bestaansonzekerheid. Zie De neoliberaal gemotiveerde toename van bestaansonzekerheid, de niet in goede banen geleide globalisering, groeiende ongelijkheid en de opkomst van het rechts-extremisme en Waardoor werd de PVV zo groot?

Die toestand van toegenomen bestaansonzekerheid is het ideale werkterrein van foute leiders. Onder de kiezers ligt een reservoir van sociale onveiligheidsgevoelens gereed om te worden aangeboord. Een reservoir van ontvankelijkheid voor de rechts-extremistische boodschap dat inderdaad de wereld onveilig is, dat er vijanden bestaan die moeten worden bestreden, ja, het land uit moeten en dat er maar één iemand is die daarvoor kan zorgen, de redder in nood, de rechts-extremistische voorman.

Of voorvrouw. En dan hebben we het over de verkiezingsuitslag in Duitsland, waar de aanhang van de rechts-extremistische AfD, onder leiding van Alice Weidel, verdubbelde. De andere partijen hebben tegen de AfD een Brandmauer opgericht, een belofte dus om er niet mee samen te werken. Anders dus dan in ons land, waar de rechts-extremisten van de foute leider Geert Wilders deel uitmaken van de regering. 

Sociaalwetenschappelijk gezien viel dat succes van de AfD, evenals de geografische spreiding ervan, te verwachten. In de Duitse politiek is de zogenaamde Schuldenbremse een algemeen geaccepteerd standpunt, dat zelfs in de Grondwet is vastgelegd. Dat schuldenplafond is er op gericht om het begrotingstekort zo klein mogelijk te houden, Het komt voort uit de Duitse variant van het neoliberale denken, waarin de markt de bron van welvaart is en waarin dus de overheid zoveel mogelijk terug moet treden. Een anti-overheidsideologie, die door de grote meerderheid van de economen ten sterkste wordt ontraden. Op dit blog heb ik er achter het label bezuinigingszeepbel vaak aandacht aan besteed. 

Dat de Duitsers dat plafond zelfs in de Grondwet hebben opgenomen, heeft ertoe geleid dat er nu al jarenlang veel te weinig is geïnvesteerd in de infrastructuur, in het openbaar vervoer, in woningbouw, in de gezondheidszorg en in het onderwijs, kortom in de publieke voorzieningen waarvan we weten dat die voor het welzijn van de bevolking, zeker voor de minderbedeelden, zo van groot belang zijn. Er is een oproep van meer dan vijftig vooraanstaande economen aan de Duitse politiek om dat schuldenplafond los te laten. Duitsland heeft een groot publieke investeringsoffensief hoognodig. Zie Gute Argumente für eine Reform der Schuldenbremse. Als ik het goed gevolgd heb, is die boodschap nu toch tot de Duitse politiek doorgedrongen. Maar in de verkiezingsdebatten heeft hij geen enkele rol gespeeld. Terwijl dat investeringstekort vele malen belangrijker is dan het immigratieprobleem, waar het wel vooral over ging.

Dat grote tekort een overheidsinvesteringen en -uitgaven heeft ongetwijfeld wel een rol gespeeld in de verkiezingsuitslag. De verdubbeling van de AfD kan er zeker voor een deel door worden verklaard. 

Dan over die geografische spreiding. Want de AfD was in het hele land succesvol, maar toch vooral in de deelstaten van het het gebied van de voormalige DDR. In de Volkskrant van vandaag zie je een kaart die laat zien dat de deelstaten waarin de AfD de grootste partij is geworden op één na allemaal in het voormalige DDR-gebied liggen. En dat valt er gemakkelijk uit te verklaren dat Oost nog altijd economisch achter is gebleven bij West. De salarissen liggen er lager en er is hogere werkloosheid. De levensverwachting ligt er lager. Daar komt bij dat de sanering na de Duitse eenwording gepaard ging met massaontslagen en grote onzekerheid. Historicus Krijn Thijs van het Duitsland Instituut Amsterdam zegt daarover:

Dat is de voedingsbodem voor een desillusie over de beloftes van het Westen die je nu 35 jaar later pas écht gestold ziet in de verkiezingsuitslag.

Kortom, de voorwaarden voor een Rechtsrück in Duitsland en in het bijzonder in het Oosten waren duidelijk aanwezig. Hier het vervolg.

dinsdag 22 februari 2022

Over de (sociaalwetenschappelijke) diepzinnigheid van het "Heb uw vijanden lief" - En over Martin Luther King als toegepast sociale wetenschapper

Robert Reich (@RBReich) zette vandaag dit citaat van Martin Luther King op twitter:

The chain reaction of evil — hate begetting hate, wars producing more wars — must be broken, or we shall be plunged into the dark abyss of annihilation.
 
En ik moest denken aan de tweede stelling van de Dual Mode-theorie, die inhoudt dat statuscompetitiegedrag statuscompetitiegedrag uitlokt (en gemeenschapsgedrag gemeenschapsgedrag). Want kwaadaardigheid, haat en oorlogen, dat zijn verschijningsvormen van de statuscompetitie. En hoe meer mensen in aanraking komen met statuscompetitiegedrag, hoe meer ze zelf ook dat gedrag vertonen. Kwaadaardigheid en haat verspreiden zich gemakkelijk. En het lijkt wel alsof we dat nu, in 2022, om ons heen zien gebeuren. Dat zal ook de reden zijn geweest dat Robert Reich, auteur van o.a. Superkapitalisme en de bedreiging voor onze democratie, dat citaat van Martin Luther King aanhaalde.

Iedereen zal al gauw instemmend knikken bij het lezen van dat citaat. Dat inzicht dat het kwaad zich snel vermeerdert, dat kennen we wel.

Maar waarom is dat eigenlijk zo? Dat moet wel te maken hebben met de flexibele menselijke sociale natuur. Met de fundamentele behoefte aan sociale veiligheid en met het inzicht dat mensen elkaar die veiligheid kunnen verschaffen. En dat mensen daardoor in het gemeenschapsevenwicht terecht kunnen komen, waarin ze het goed met elkaar voor hebben, elkaar ondersteunen en onderling samenwerken. Waarin iedereen meetelt.

Maar dat gemeenschapsevenwicht is niet gegarandeerd. Want als die sociale veiligheid wordt bedreigd, als dat andere gedragspatroon, dat van de statuscompetitie, de kop opsteekt, dan lokt die daardoor ontstane onveiligheid datzelfde gedrag uit. Er dreigt gevaar en daar moet je je tegen verdedigen. Het iedereen-telt-mee verdwijnt uit zicht en maakt plaats voor ieder-voor-zich. De statushiërarchie doemt op en het is zaak om daarin zo hoog mogelijk te eindigen. Ineens worden anderen concurrenten, die moeten worden verslagen. En dan verspreiden zich de kwaadaardigheid en de haat. Waarmee de grondslag wordt gelegd voor oorlog, dat destructieve collectieve gedrag dat zo uniek menselijk is.

Na enig zoeken vond ik de bron van dat citaat van Martin Luther King. Het gaat om een preek die onder de titel Loving your enemies is opgenomen in de verzameling preken A Gift of Love en die je hier kunt nalezen. 
 
Daarin bespreekt King de moeilijkheid van het opvolgen van de oproep van Jezus om je vijanden lief te hebben. Was Jezus niet eigenlijk een onpraktische idealist? King geeft daarop een antwoord met een grote diepzinnigheid.

Lees die preek vooral zelf, maar ik probeer de kern eruit te halen. Waarom zou je je vijanden lief hebben en vergeven? Dat kan alleen zinvol zijn als we beseffen dat die vijanden niet samenvallen met hun kwaadaardigheid. En daarop volgt een prachtige omschrijving van die duale menselijke sociale natuur:

we must recognize that the evil deed of the enemy-neighbor, the thing that hurts, never quite expresses all that he is. An element of goodness may be found even in our worst enemy. Each of us is something of a schizophrenic personality, tragically divided against ourselves. A persistent civil war rages within all of our lives. Something within us causes us to lament with Ovid, the Latin poet, “I see and approve the better things, but follow worse,” or to agree with Plato that human personality is like a charioteer having two headstrong horses, each wanting to go in a different direction, or to repeat with the Apostle Paul, “The good that I would I do not: but the evil which I would not, that I do.”

This simply means that there is some good in the worst of us and some evil in the best of us. When we discover this, we are less prone to hate our enemies. When we look beneath the surface, beneath the impulsive evil deed, we see within our enemy-neighbor a measure of goodness and know that the viciousness and evilness of his acts are not quite representative of all that he is. We see him in a new light. We recognize that his hate grows out of fear, pride, ignorance, prejudice, and misunderstanding, but in spite of this, we know God’s image is ineffably etched in his being.
 
Mij lijkt dat het nog weer diepere inzicht dat aan die vergevingsgezondheid ten grondslag ligt, eruit bestaat dat we inzien dat vijandigheid en kwaadaardigheid voortkomen uit het ervaren van onveiligheid en bedreiging. En "niets anders" is dan de verdedigingsreactie daarop, die we kunnen herkennen als een reactie waartoe we zelf ook in staat zouden kunnen zijn. We ontdekken als het ware onze gemeenschappelijke sociale natuur. 
 
En het delen van die ontdekking van gemeenschappelijkheid met onze vijanden, door hen te vergeven, is misschien wel de enige weg waarlangs we aan dat statuscompetitie-evenwicht van vijandigheid en kwaadaardigheid kunnen ontsnappen. Misschien wel, want er bestaat helaas ook de ultieme kwaadaardigheid van de psychopathische narcist, waar geen kruid van vergevingsgezindheid tegen is opgewassen.
 
En nu de passage uit die preek waarin we dat citaat tegenkomen waarmee dit bericht begon (door mij gecursiveerd):
 
Let us move now from the practical how to the theoretical why: Why should we love our enemies? The first reason is fairly obvious. Returning hate for hate multiplies hate, adding deeper darkness to a night already devoid of stars. Dark- ness cannot drive out darkness; only light can do that. Hate cannot drive out hate; only love can do that. Hate multiplies hate, violence multiplies violence, and toughness multi- plies toughness in a descending spiral of destruction. So when Jesus says “Love your enemies,” he is setting forth a profound and ultimately inescapable admonition. Have we not come to such an impasse in the modern world that we must love our enemies—or else? The chain reaction of evil—hate begetting hate, wars producing more wars—must be broken, or we shall be plunged into the dark abyss of annihilation.
 
Er valt wel wat voor te zeggen om de Bijbelverhalen te zien als de vroegste, of althans heel vroege, schriftelijke uitingen van het sociaalwetenschappelijke denken. En dus ook om Martin Luther King te zien als een toegepaste sociale wetenschapper.

maandag 27 augustus 2012

De twee bronnen van informatie over zelf-organisatie - Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (9)

Wat mensen nodig hebben, kunnen ze, als consument, voor een groot deel op de markt aanschaffen. Daar hebben ze geld voor nodig en om daar aan te komen, moeten de meeste mensen, als werknemer, ook de markt op, namelijk de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen ze, als burger, bij de overheid terecht voor veel van wat ze nodig hebben, voor collectieve goederen, zoals (spoor)wegen, zeedijken, ruimtelijke ordening, een schoon milieu, onderwijs, veiligheid, justitie en sociale zekerheid. Ook daar is natuurlijk geld voor nodig en dat brengen we op in de vorm van belastingen, heffingen en premies.

Nu kun je de zorg hebben dat we steeds meer een consumptiemaatschappij worden, dat wij onze rol van consument/werknemer overwaarderen en de rol van geïnformeerde en betrokken burger verwaarlozen. Dat is de zorg over het superkapitalisme dat onze democratie bedreigt, zoals zo goed verwoord door Robert Reich.

Er is alle reden voor die zorg van het superkapitalisme. Maar er is daarnaast nog een andere reden voor zorg. Want naast markt en overheid kunnen mensen hun welvaart ("wat ze nodig hebben") ook vergroten door zelf-organisatie. In onderling overleg en organisatie wenselijkheden en noodzakelijkheden tot stand brengen en beheren.

Zelf-organisatie gebeurt als routine op de kleine schaal van het huishouden. Maar ook op grotere schaal is er zelf-organisatie of zou die er kunnen zijn, zoals in straten, buurten en dorpen en in de vorm van verenigingen en coöperaties van mensen die een gezamenlijk doel nastreven.

In dit bericht wees ik er op dat wij zo onder de indruk kunnen raken van wat markt en overheid allemaal (kunnen) verschaffen, dat we geneigd zijn om zelf-organisatie als een curiosum te zien. We denken dan over onszelf vooral als consument/werknemer en als burger. Maar een persoon is natuurlijk meer dan dat. We zijn daarnaast ook nog lid van een gezin, familie en vriendenkring. En: we zijn samen met anderen actief in een kring van zelf-organisatie. Of we kunnen dat zijn. Of we zouden het misschien veel meer kunnen, of zelfs moeten, zijn dan we nu doen. Misschien is die zelf-organisatie nodig om volledig mens te zijn.

Zoals in dat vorige bericht al gemeld, valt daar veel voor te zeggen. Want de mensheid heeft zich voor verreweg het grootste deel van zijn bestaan weten te handhaven en succesvol over de aardbol weten te verspreiden door niets anders dan zelf-organisatie. De zelf-organisatie waartoe mensen in staat zijn, is als typisch menselijke, sociale uitvinding cruciaal geweest voor de overleving en het succes van de mensheid. En hij vormt de sociale grondslag voor onze sociale en vooral morele emoties en vaardigheden. Anders gezegd, als wij onszelf zouden reduceren tot consument/werknemer en burger, dan is het twijfelachtig of wij op den duur nog wel als hetzelfde sociale en morele wezen zouden blijven voortbestaan. Dat is een heel fundamentele reden om zelf-organisatie niet als een curiosum te zien.
De aap in ons
Dit is een diep inzicht, misschien te diep om gemakkelijk te kunnen worden gecommuniceerd. Maar toch lijkt het zich te verspreiden. Kijk maar eens op de website van de Stichting Zelforganisatie, met een aardig filmpje waarin Frans de Waal zelf-organisatie uitlegt. Toen ik naar dat filmpje keek, moest ik denken aan het laatste hoofdstuk van De Waals boek De aap in ons. Waarom we zijn wie we zijn. En kwam ik al bladerend terecht bij de volgende alinea (p. 225):
Onze samenlevingen werken waarschijnlijk het best als ze zo goed mogelijk de kleinschalige gemeenschappen van onze voorouders nabootsen. Wij zijn in elk geval niet geëvolueerd om te leven in in steden met miljoenen mensen, waar we overal tegen vreemden opbotsen, in donkere straatjes door hen bedreigd worden, naast hen in de bus zitten, en naar wie we in verkeersopstoppingen een vinger opsteken. Net als bonobo's in hun hechte gemeenschappen, waren onze voorouders vrijwel zeker omringd door mensen die ze kenden en met wie ze dagelijks contact hadden. Het is opmerkelijk dat onze samenlevingen zo ordelijk, productief en relatief veilig zijn. Maar planologen kunnen en moeten zorgen voor een betere benadering van het vroegere gemeenschapsleven, waarin iedereen de naam en het adres van elk kind kende.
Wat dat laatste betreft: niet alleen de planologen....

Tegelijk wijst dit inzicht er op dat we, als we zelf-organisatie in onze maatschappij en in onze manier van samenleven willen bevorderen, dat we dan twee bronnen van informatie kunnen aanboren over de voorwaarden waaronder dat zou kunnen lukken.

De eerste bron is de informatie die we hebben over hoe onze verre voorouders, de jagers-verzamelaars, in staat waren om zichzelf te organiseren. Wat waren precies de condities en op welke manier wisten mensen daarvan gebruik te maken. Anders gezegd: hoe zag die Paleo Sociale Omgeving er uit? En wat kunnen we er van leren?

En de tweede bron van informatie noemde ik al eerder: de resultaten van al het onderzoek van Elinor Ostrom naar hedendaagse succesvolle voorbeelden van zelf-organisatie. Zie nog eens dit bericht.

Wordt vervolgd! Update. Zie Zelforganisatie, onderlinge afhankelijkheid en oorsprong van de moraal.

zondag 8 juli 2012

The Wall Street Scandal of all Scandals - Robert Reich

In vervolg op dit bericht: nu Robert Reich over het schandaal aller schandalen.
Als het gaat om Wall Street en om de financiële sector in het algemeen, dan lijden de meesten van ons aan verontwaardigingsmoeheid gecombineerd met een overweldigend cynisme dat er nooit iets zal worden gedaan om deze misstanden te stoppen, omdat Wall Street te machtig is. Maar die moeheid en cynisme zijn zich zelf waar makend; er zal niets gebeuren als wij er aan toe geven.
Het alternatief is om vasthoudend en onversaagd te zijn in onze eis om de Glass-Steagall wet opnieuw in te voeren en de grote banken op te splitsen. De vraag is of het zich nu ontvouwende LIBOR-schandaal voldoende ammunitie en energie zal opwekken om eindelijk de klus te klaren.
Robert Reich (The Wall Street Scandal of all Scandals)

donderdag 15 maart 2012

Tijd om het kapitalisme te redden van zijn excessen. Robert Reich

Een helder verhaal van Robert Reich, minister van Arbeid in de regering-Clinton, auteur van o.a. Supercapitalism en recentelijk van Aftershock, over de teloorgang van de moraal in het publieke domein. En over het belang van het maken van onderscheid met de moraal van het persoonlijke domein. Hij sluit af met:
Het is wederom tijd om het kapitalisme te redden van zijn eigen excessen - en om een nieuw tijdperk van hervorming te baseren op de publieke moraal en op gezond verstand.
Zie ook mijn eerdere berichten over morele intuïties in het publieke (onpersoonlijke) domein en in het persoonlijke domein.
Robert Reich (The Difference Between Private and Public Morality):

'via Blog this'