Wie ben ik eigenlijk? Waarom stellen we ons die vraag zo vaak en waardoor is het vinden van een antwoord zo moeilijk?De powerpoint-presentatie is hier te bekijken.
Over een nieuw sociaalwetenschappelijk zicht op mens en maatschappij. En over de lange weg daarnaartoe.
Posts tonen met het label authenticiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label authenticiteit. Alle posts tonen
dinsdag 23 april 2019
Wie ben ik eigenlijk? Waarom stellen we ons die vraag zo vaak en waardoor is het vinden van een antwoord zo moeilijk?
Morgen naar Nijmegen om voor Quo Vadis, dispuut van C.S.F.R. Nijmegen, een lezing te geven over:
donderdag 21 maart 2019
Een gevoel van zelf-continuïteit geeft zin aan het leven, maar dat gaat niet zonder verbondenheid met anderen en nostalgie helpt daarbij
Gedurende de zo ongeveer 98 procent van de tijd dat de mensheid bestaat, brachten mensen hun leven door in een groep van vertrouwde anderen. Ik verwees daar eerder naar met de term Paleo Sociale Omgeving. Zo'n groep van vertrouwde anderen is ook precies de sociale omgeving waar een groepsdier op is ingesteld en waarin hij gedijt.
De tegenwoordige sociale omgeving waarin mensen hun leven doorbrengen, wijkt daar sterk vanaf. De groep van vertrouwde anderen is ingekrompen, tot het kringetje van gezin, familie en wat vrienden.
Dat betekent dat er buiten die vertrouwde groep een heel nieuw sociaal domein is bijgekomen: al onze contacten met anderen die we niet zo goed kennen, helemaal (nog) niet kennen of die we nooit beter zullen leren kennen. Ik noem dat het domein van de sociale vluchtigheid. Volg de link voor een onderzoek naar hoe mensen met uitdagingen van sociale vluchtigheid omgaan.
Als je je een keer realiseert hoe nieuw die sociale vluchtigheid voor de mens als groepsdier is, krijg je er gemakkelijker aandacht voor hoeveel van onze huidige individuele en maatschappelijke problemen eruit lijken voort te komen of ermee samenhangen.
Ik stond daar bij stil in het college dat ik dinsdag gaf aan Groningse sociologiestudenten, waarvan je de dia's hier kunt bekijken: Van nature sociaal. Maar blijft dat zo? Daar tref je ook het onderstaande plaatje aan, waarin het verschil tussen "TOEN" en "NU" wordt afgebeeld.
Stel je voor dat jij dat sterretje bent. Dat dus TOEN werd omgeven door die groep van vertrouwde anderen. Waarvan Nu alleen nog maar dat kleine kringetje is overgebleven, in een zee van sociale vluchtigheid. Die uit anderen bestaat, die natuurlijk ook elk zo'n klein kringetje om zich heen hebben.
Ga naar de presentatie voor een overzicht van allerlei individuele en maatschappelijke problemen die met sociale vluchtigheid samen hangen.
Een probleem dat daar niet aan de orde komt, is dat van de zogenaamde zelf-continuïteit. Dat hangt ermee samen dat sociale vluchtigheid ons er altijd toe aanzet om onszelf zo gunstig mogelijk te presenteren tegenover anderen. We willen immers voorkomen dat anderen op ons zouden neerkijken, ons niet voor vol of zelfs als loser zouden zien. Dat is de statuscompetitie die zonder sociale vertrouwdheid al gauw de kop opsteekt.
Doordat we ons dus voortdurend beter of anders voordoen dan we echt zijn, kan het gebeuren dat we ons in onze meer reflexieve ogenblikken gaan afvragen wie we nu eigenlijk echt zijn. Wat is ons authentieke zelf? Achter al die mini-toneelstukjes die we opvoeren?
Dat is een vraag die we onvermijdelijk in ons eentje moeten beantwoorden. Want al die anderen kennen ons alleen van wat wij hen hebben voorgespiegeld.
En dat betekent dat met die vraag naar het authentieke zelf de vraag naar zelf-continuïteit naar voren komt. Want de zoektocht naar het authentieke zelf is niets anders dan de zoektocht naar zelf-continuïteit: naar datgene wat er in je leven tot dan toe gemeenschappelijk was aan al die rollen die je hebt gespeeld.
In dat verband is er nu de interessante studie How nostalgia infuses life with meaning: From social connectedness to self‐continuity. Waaruit aanwijzingen naar voren komen dat een versterking van het gevoel van zelf-continuïteit de verbindende schakel vormt tussen het nostalgisch terugkijken naar gebeurtenissen in het verleden en het gevoel van zinvolheid van je leven.
En wat blijkt? Die nostalgie blijkt je ertoe aan te zetten je meer verbonden te voelen met anderen. Waarschijnlijk doordat je terugdenkt aan episodes waarin die verbondenheid groot was. En het is precies dat gevoel van verbondenheid dat maakt dat je meer zelf-continuïteit ervaart.
Dat lijkt te bevestigen dat we die zelf-continuïteit inderdaad ontlenen aan die kleine kringetjes van vertrouwde anderen waar we in ons leven toe hebben behoord. Voor zelf-continuïteit is verbondenheid nodig. Met alleen maar sociale vluchtigheid lukt het niet.
En maakt het wat uit? Jazeker, want dat gevoel van zelf-continuïteit die verschaft ons dat o zo fundamentele gevoel dat ons leven zin heeft.
De tegenwoordige sociale omgeving waarin mensen hun leven doorbrengen, wijkt daar sterk vanaf. De groep van vertrouwde anderen is ingekrompen, tot het kringetje van gezin, familie en wat vrienden.
Dat betekent dat er buiten die vertrouwde groep een heel nieuw sociaal domein is bijgekomen: al onze contacten met anderen die we niet zo goed kennen, helemaal (nog) niet kennen of die we nooit beter zullen leren kennen. Ik noem dat het domein van de sociale vluchtigheid. Volg de link voor een onderzoek naar hoe mensen met uitdagingen van sociale vluchtigheid omgaan.
Als je je een keer realiseert hoe nieuw die sociale vluchtigheid voor de mens als groepsdier is, krijg je er gemakkelijker aandacht voor hoeveel van onze huidige individuele en maatschappelijke problemen eruit lijken voort te komen of ermee samenhangen.
Ik stond daar bij stil in het college dat ik dinsdag gaf aan Groningse sociologiestudenten, waarvan je de dia's hier kunt bekijken: Van nature sociaal. Maar blijft dat zo? Daar tref je ook het onderstaande plaatje aan, waarin het verschil tussen "TOEN" en "NU" wordt afgebeeld.
Ga naar de presentatie voor een overzicht van allerlei individuele en maatschappelijke problemen die met sociale vluchtigheid samen hangen.
Een probleem dat daar niet aan de orde komt, is dat van de zogenaamde zelf-continuïteit. Dat hangt ermee samen dat sociale vluchtigheid ons er altijd toe aanzet om onszelf zo gunstig mogelijk te presenteren tegenover anderen. We willen immers voorkomen dat anderen op ons zouden neerkijken, ons niet voor vol of zelfs als loser zouden zien. Dat is de statuscompetitie die zonder sociale vertrouwdheid al gauw de kop opsteekt.
Doordat we ons dus voortdurend beter of anders voordoen dan we echt zijn, kan het gebeuren dat we ons in onze meer reflexieve ogenblikken gaan afvragen wie we nu eigenlijk echt zijn. Wat is ons authentieke zelf? Achter al die mini-toneelstukjes die we opvoeren?
Dat is een vraag die we onvermijdelijk in ons eentje moeten beantwoorden. Want al die anderen kennen ons alleen van wat wij hen hebben voorgespiegeld.
En dat betekent dat met die vraag naar het authentieke zelf de vraag naar zelf-continuïteit naar voren komt. Want de zoektocht naar het authentieke zelf is niets anders dan de zoektocht naar zelf-continuïteit: naar datgene wat er in je leven tot dan toe gemeenschappelijk was aan al die rollen die je hebt gespeeld.
In dat verband is er nu de interessante studie How nostalgia infuses life with meaning: From social connectedness to self‐continuity. Waaruit aanwijzingen naar voren komen dat een versterking van het gevoel van zelf-continuïteit de verbindende schakel vormt tussen het nostalgisch terugkijken naar gebeurtenissen in het verleden en het gevoel van zinvolheid van je leven.
En wat blijkt? Die nostalgie blijkt je ertoe aan te zetten je meer verbonden te voelen met anderen. Waarschijnlijk doordat je terugdenkt aan episodes waarin die verbondenheid groot was. En het is precies dat gevoel van verbondenheid dat maakt dat je meer zelf-continuïteit ervaart.
Dat lijkt te bevestigen dat we die zelf-continuïteit inderdaad ontlenen aan die kleine kringetjes van vertrouwde anderen waar we in ons leven toe hebben behoord. Voor zelf-continuïteit is verbondenheid nodig. Met alleen maar sociale vluchtigheid lukt het niet.
En maakt het wat uit? Jazeker, want dat gevoel van zelf-continuïteit die verschaft ons dat o zo fundamentele gevoel dat ons leven zin heeft.
woensdag 27 februari 2019
Afscheid nemen van het geluksideaal van het authentieke zelf kun je niet in je eentje - En over Carl Cederström
We zijn er als groepsdier op ingesteld om op te groeien en ons leven door te brengen in een leeftijdsheterogene groep van vertrouwde anderen. Dat arrangement bestond ook in de lange periode van het bestaan van de mensheid waarin we als jagers-verzamelaars leefden (de Paleo Sociale Omgeving).
Maar in onze huidige manier van samenleven is de kring van vertrouwde anderen nog maar klein en brengen we daarnaast veel tijd door in vluchtige contacten. Dat we, nog steeds als groepsdier, die sociale vluchtigheid maar beperkt waarderen (het is altijd nog beter dan sociaal geïsoleerd zijn), blijkt eruit dat we ons beter voelen in vertrouwde contacten dan in vluchtige contacten.
We weten al het een en ander over de uitdagingen van de sociale vluchtigheid. Die uitdagingen brengen ook met zich mee dat we het verlangen kennen om te weten wie we nu echt zelf zijn. Het verlangen naar ons ware, authentieke zelf. En het daarmee gepaard gaande verlangen naar zelfontplooiing.
Dat lijkt eruit voort te komen dat we in vluchtige relaties voortdurend bezig zijn om onszelf zo gunstig mogelijk te presenteren. En omdat het in vluchtige relaties al snel gaat om het jezelf en de ander in te delen in een statushiërarchie, ben je dus vaak bezig met jezelf als sterker en competenter voor te doen dan je echt bent. Het is moeilijk om dan nog aan zelfontplooiing toe te komen. En om je eigen, authentieke zelf te leren kennen.
Daarentegen hoef je er in vertrouwde relaties niet mee aan te komen om je anders of sterker voor te doen dan je echt bent. Je hebt immers die lange gezamenlijke geschiedenis, waardoor je elkaar door en door kent. Vandaar dat statusvertoon en vriendschap elkaar slecht verdragen.
Dat huidige verlangen naar het ware, authentieke zelf is dus goed te begrijpen. En het is te begrijpen dat het niet zo gemakkelijk is om echt jezelf te kunnen zijn. We zagen al dat het beter lukt als je beter in staat bent tot zelf-compassie en zelf-controle. Maar dat zijn vaardigheden waar bepaald niet iedereen zo maar over beschikt.
Maar zou je ook helemaal af kunnen zien van dat verlangen naar het authentieke zelf en naar de ontplooiing ervan? De Zweedse onderzoeker Carl Cederström, auteur van het boek Ons Geluksideaal, pleit ervoor om precies dat te doen.
Dat boek ken ik nog niet. Maar de VPRO Gids van volgende week wijdt een artikel aan zijn werk, naar aanleiding van het Human-programma Brainwash Talks, dat a.s. zondag op NPO 2 wordt uitgezonden. Ik citeer daaruit:
Dat betekent natuurlijk ook dat we maar beperkt in staat zijn om dat in ons eentje te doen. Want het gaat om een andere manier van samenleven. Cederström daarover:
Maar in onze huidige manier van samenleven is de kring van vertrouwde anderen nog maar klein en brengen we daarnaast veel tijd door in vluchtige contacten. Dat we, nog steeds als groepsdier, die sociale vluchtigheid maar beperkt waarderen (het is altijd nog beter dan sociaal geïsoleerd zijn), blijkt eruit dat we ons beter voelen in vertrouwde contacten dan in vluchtige contacten.
We weten al het een en ander over de uitdagingen van de sociale vluchtigheid. Die uitdagingen brengen ook met zich mee dat we het verlangen kennen om te weten wie we nu echt zelf zijn. Het verlangen naar ons ware, authentieke zelf. En het daarmee gepaard gaande verlangen naar zelfontplooiing.
Dat lijkt eruit voort te komen dat we in vluchtige relaties voortdurend bezig zijn om onszelf zo gunstig mogelijk te presenteren. En omdat het in vluchtige relaties al snel gaat om het jezelf en de ander in te delen in een statushiërarchie, ben je dus vaak bezig met jezelf als sterker en competenter voor te doen dan je echt bent. Het is moeilijk om dan nog aan zelfontplooiing toe te komen. En om je eigen, authentieke zelf te leren kennen.
Daarentegen hoef je er in vertrouwde relaties niet mee aan te komen om je anders of sterker voor te doen dan je echt bent. Je hebt immers die lange gezamenlijke geschiedenis, waardoor je elkaar door en door kent. Vandaar dat statusvertoon en vriendschap elkaar slecht verdragen.
Dat huidige verlangen naar het ware, authentieke zelf is dus goed te begrijpen. En het is te begrijpen dat het niet zo gemakkelijk is om echt jezelf te kunnen zijn. We zagen al dat het beter lukt als je beter in staat bent tot zelf-compassie en zelf-controle. Maar dat zijn vaardigheden waar bepaald niet iedereen zo maar over beschikt.
Maar zou je ook helemaal af kunnen zien van dat verlangen naar het authentieke zelf en naar de ontplooiing ervan? De Zweedse onderzoeker Carl Cederström, auteur van het boek Ons Geluksideaal, pleit ervoor om precies dat te doen.
Dat boek ken ik nog niet. Maar de VPRO Gids van volgende week wijdt een artikel aan zijn werk, naar aanleiding van het Human-programma Brainwash Talks, dat a.s. zondag op NPO 2 wordt uitgezonden. Ik citeer daaruit:
Laten we stoppen met het verafgoden van zelfontplooiing en het onafhankelijke, sterke ik, zegt Cederström. "In plaats van een geluksideaal dat gebaseerd is op de gedachte dat we ons ware zelf moeten vinden en authentiek moeten zijn, doen we er misschien beter aan op zoek te gaan naar een geluksideaal waarin we zelf wat minder belangrijk zijn en niet per se naar authenticiteit moeten streven. Minder belangrijk in de zin dat we gaan beseffen dat we fundamenteel afhankelijk van elkaar zijn.En dus dat we ons er beter rekenschap van geven dat we een groepsdier zijn. Dat meer van die vertrouwde sociale omgeving nodig heeft. Waarin die zoektocht naar het ware zelf helemaal niet nodig is, omdat die vertrouwdheid de grenzen tussen jou en de anderen doet wegvallen.
Dat betekent natuurlijk ook dat we maar beperkt in staat zijn om dat in ons eentje te doen. Want het gaat om een andere manier van samenleven. Cederström daarover:
Zo'n geluksideaal zou ons de weg kunnen wijzen naar nieuwe vormen van leven en werken, een wereld waarin marktwaarde niet langer zaligmakend is, waar empathie belangrijker is dan zelfzucht. Een naïeve gedachte allicht, geeft hij toe, maar alles is beter dan vasthouden aan een geluksideaal dat misleidend is gebleken en in toenemende mate ongeluk on ongelijkheid heeft voortgebracht.Anders gezegd, terwijl we nu een tijd meemaken waarin het statuscompetitiepatroon lijkt te gaan overheersen over het gemeenschapspatroon, is het juist de omgekeerde beweging die we hard nodig hebben.
donderdag 7 februari 2019
Zelf-compassie en zelfcontrole zijn belangrijk om nog jezelf te kunnen zijn
De samenleving waarin wij ons bewegen is er een die, in vergelijking met de Paleo Sociale Omgeving van lang geleden, gekenmerkt wordt door een grote mate van sociale vluchtigheid. Ons sociale leven bestaat voor een groot deel uit ontmoetingen en relaties met anderen die we niet zo goed kennen.
Daardoor zijn we er vaak mee bezig hoe we op anderen overkomen en hoe we willen overkomen. En dus met de reacties van anderen op hoe wij ons presenteren. Denk even aan Erving Goffmans The Presentation of Self in Everyday Life, dat in 1956 verscheen en vele malen is herdrukt. Het vormde het begin van wat de dramaturgische analyse van het sociale leven ging heten, waarin het erom gaat dat mensen voortdurend, meer of minder onbewust, bezig zijn met impression management.
Dat bezig zijn met hoe we willen overkomen is begrijpelijk als de sociale relaties vluchtig van aard zijn. Iedereen vraagt zich dan af met wat voor iemand hij te maken heeft. En andersom is iedereen ervan doordrongen dat anderen zich die vraag stellen. Hoe je je presenteert en hoe je je tegenover wie presenteert, is dan een voortdurende opgave.
Dat kan ertoe leiden, en leidt er kennelijk vaak toe, dat mensen zich gaan afvragen wie ze zelf nu eigenlijk zijn. Wat is je authentieke zelf? Hoe vind je nog je ware zelf achter al die vaak verschillende facades waarmee je jezelf aan anderen presenteert? Die vragen hebben enige urgentie, want het blijkt dat mensen zich beter voelen als ze meer het gevoel hebben dat ze zichzelf kunnen zijn.
Bedenk daarbij dat dat authenticiteitsprobleem zich niet of veel minder voordoet als het sociale leven zich meer afspeelt tussen vertrouwde anderen. Als mensen hun leven doorbrengen in een groep van vertrouwde contacten, zoals dat het geval was in die Paleo Sociale Omgeving van de jagers-verzamelaars, dan is er altijd de gezamenlijke geschiedenis die maakt dat niemand zich anders hoeft voor te doen dan hij is. De opdracht van het zich presenteren is geheel afwezig. Je kunt zijn wie je bent, want anderen, en jijzelf, weten wie je bent.
De vraag naar het authentieke zelf en de dringendheid van die vraag zijn dus "moderniteitsproducten". Onvermijdelijke gevolgen van de sociale vluchtigheid van het tegenwoordige sociale leven.
Waarin natuurlijk nog wel eilandjes van sociale vertrouwdheid bestaan, de kringen van familie en vrienden, waarin nog een gezamenlijke geschiedenis bestaat. En het is inderdaad zo dat mensen zich beter voelen in die kring van vertrouwde contacten en we weten dat dat eraan ligt dat mensen in die contacten meer het gevoel hebben dat ze zichzelf kunnen zijn. Zie Hoe komt het dat we ons in vertrouwde contacten beter voelen dan in vluchtige contacten?
Toch slagen sommige mensen er nog behoorlijk goed in om ondanks die sociale vluchtigheid zichzelf te kunnen zijn en hun authentieke zelf te bewaren. Dat zijn degenen die in staat zijn tot zelf-compassie. Zie eerder het bericht Kunnen we nog wel onszelf zijn? In een toestand van sociale vluchtigheid is voor authenticiteit zelf-compassie nodig.
Het hebben van zelf-compassie houdt in dat je in staat bent om (a) aardig te zijn voor jezelf in plaats van streng en veroordelend, (b) in te zien dat het algemeen menselijk is om fouten te maken en om je wel eens slecht te voelen, en (c) je falen en je pijn met gelijkmoedigheid (mindful) te constateren. Mensen met meer zelf-compassie zijn minder bezig met hoe anderen over hen oordelen en dus ook minder met zich altijd maar zo goed mogelijk voor te doen.
En volgens de nieuwe studie Choosing goals that express the true self: A novel mechanism of the effect of self‐control on goal attainment helpt het ook als je beter in staat bent tot zelfcontrole. Dus tot het volgen van een uitgezette gedragslijn en het weerstaan van verleidingen om daarvan af te wijken.
Het blijkt namelijk dat het bekende verband tussen het hebben van zelfcontrole en succesvol zijn in het bereiken van je doelen, mede verklaard wordt doordat mensen met meer zelfcontrole zichzelf meer doelen stellen die overeenkomen met hun authentiek zelf. Die dus in staat zijn om zich meer door hun ware zelf te laten leiden
Want het nastreven van zaken die uit je ware zelf voortkomen, die dus echt zelf gekozen zijn, is natuurlijk motiverender en beter vol te houden, dan het najagen van doelen die van buitenaf zijn opgelegd of waartoe je je hebt laten overhalen of waarvan je denkt dat je er goede sier mee kunt maken.
Dat we in een toestand leven met een grote mate van sociale vluchtigheid, betekent dus dat het om nog onszelf te kunnen zijn, aankomt op individuele eigenschappen als zelf-compassie en zelfcontrole. En het betekent ook dat niet iedereen even goed in staat is om zichzelf te kunnen zijn.
Daardoor zijn we er vaak mee bezig hoe we op anderen overkomen en hoe we willen overkomen. En dus met de reacties van anderen op hoe wij ons presenteren. Denk even aan Erving Goffmans The Presentation of Self in Everyday Life, dat in 1956 verscheen en vele malen is herdrukt. Het vormde het begin van wat de dramaturgische analyse van het sociale leven ging heten, waarin het erom gaat dat mensen voortdurend, meer of minder onbewust, bezig zijn met impression management.
Dat bezig zijn met hoe we willen overkomen is begrijpelijk als de sociale relaties vluchtig van aard zijn. Iedereen vraagt zich dan af met wat voor iemand hij te maken heeft. En andersom is iedereen ervan doordrongen dat anderen zich die vraag stellen. Hoe je je presenteert en hoe je je tegenover wie presenteert, is dan een voortdurende opgave.
Dat kan ertoe leiden, en leidt er kennelijk vaak toe, dat mensen zich gaan afvragen wie ze zelf nu eigenlijk zijn. Wat is je authentieke zelf? Hoe vind je nog je ware zelf achter al die vaak verschillende facades waarmee je jezelf aan anderen presenteert? Die vragen hebben enige urgentie, want het blijkt dat mensen zich beter voelen als ze meer het gevoel hebben dat ze zichzelf kunnen zijn.
Bedenk daarbij dat dat authenticiteitsprobleem zich niet of veel minder voordoet als het sociale leven zich meer afspeelt tussen vertrouwde anderen. Als mensen hun leven doorbrengen in een groep van vertrouwde contacten, zoals dat het geval was in die Paleo Sociale Omgeving van de jagers-verzamelaars, dan is er altijd de gezamenlijke geschiedenis die maakt dat niemand zich anders hoeft voor te doen dan hij is. De opdracht van het zich presenteren is geheel afwezig. Je kunt zijn wie je bent, want anderen, en jijzelf, weten wie je bent.
De vraag naar het authentieke zelf en de dringendheid van die vraag zijn dus "moderniteitsproducten". Onvermijdelijke gevolgen van de sociale vluchtigheid van het tegenwoordige sociale leven.
Waarin natuurlijk nog wel eilandjes van sociale vertrouwdheid bestaan, de kringen van familie en vrienden, waarin nog een gezamenlijke geschiedenis bestaat. En het is inderdaad zo dat mensen zich beter voelen in die kring van vertrouwde contacten en we weten dat dat eraan ligt dat mensen in die contacten meer het gevoel hebben dat ze zichzelf kunnen zijn. Zie Hoe komt het dat we ons in vertrouwde contacten beter voelen dan in vluchtige contacten?
Toch slagen sommige mensen er nog behoorlijk goed in om ondanks die sociale vluchtigheid zichzelf te kunnen zijn en hun authentieke zelf te bewaren. Dat zijn degenen die in staat zijn tot zelf-compassie. Zie eerder het bericht Kunnen we nog wel onszelf zijn? In een toestand van sociale vluchtigheid is voor authenticiteit zelf-compassie nodig.
Het hebben van zelf-compassie houdt in dat je in staat bent om (a) aardig te zijn voor jezelf in plaats van streng en veroordelend, (b) in te zien dat het algemeen menselijk is om fouten te maken en om je wel eens slecht te voelen, en (c) je falen en je pijn met gelijkmoedigheid (mindful) te constateren. Mensen met meer zelf-compassie zijn minder bezig met hoe anderen over hen oordelen en dus ook minder met zich altijd maar zo goed mogelijk voor te doen.
En volgens de nieuwe studie Choosing goals that express the true self: A novel mechanism of the effect of self‐control on goal attainment helpt het ook als je beter in staat bent tot zelfcontrole. Dus tot het volgen van een uitgezette gedragslijn en het weerstaan van verleidingen om daarvan af te wijken.
Het blijkt namelijk dat het bekende verband tussen het hebben van zelfcontrole en succesvol zijn in het bereiken van je doelen, mede verklaard wordt doordat mensen met meer zelfcontrole zichzelf meer doelen stellen die overeenkomen met hun authentiek zelf. Die dus in staat zijn om zich meer door hun ware zelf te laten leiden
Want het nastreven van zaken die uit je ware zelf voortkomen, die dus echt zelf gekozen zijn, is natuurlijk motiverender en beter vol te houden, dan het najagen van doelen die van buitenaf zijn opgelegd of waartoe je je hebt laten overhalen of waarvan je denkt dat je er goede sier mee kunt maken.
Dat we in een toestand leven met een grote mate van sociale vluchtigheid, betekent dus dat het om nog onszelf te kunnen zijn, aankomt op individuele eigenschappen als zelf-compassie en zelfcontrole. En het betekent ook dat niet iedereen even goed in staat is om zichzelf te kunnen zijn.
woensdag 23 januari 2019
Kunnen we nog wel onszelf zijn? In een toestand van sociale vluchtigheid is voor authenticiteit zelf-compassie nodig
Doordat onze manier van samenleven gekenmerkt wordt door een grote mate van sociale vluchtigheid, bevinden we ons vaak in relaties waarin we elkaar nog niet zo heel goed kennen.
Daardoor voelen we ons vaak onzeker over hoe we ons het beste kunnen gedragen. De ander kent ons niet of nog niet goed en dus zijn we vaak bezig met hoe we over komen en hoe we willen overkomen. En met hoe we een goede indruk kunnen maken en kunnen voorkomen dat we sociale blunders maken.
Dat betekent dat een toestand van sociale vluchtigheid niet bevorderlijk is voor het gevoel jezelf te kunnen zijn, voor het je gedragen volgens je authentieke zelf. Je zult je immers vaak anders voordoen dan je echt bent. Denk ook aan het bericht Waardoor hebben adolescenten eigenlijk niet allemaal het gevoel dat ze zichzelf kunnen zijn?
We zagen eerder dat dat gebrek aan authenticiteit, aan het jezelf kunnen zijn, als onprettig wordt ervaren. Dat mensen zich beter voelen in contacten met vertrouwde anderen dan in vluchtige contacten bleek er aan te liggen dat mensen in die vertrouwde contacten meer het gevoel hadden zichzelf te kunnen zijn. Zie Hoe komt het dat we ons in vertrouwde contacten beter voelen dan in vluchtige contacten?
Maar wat kun je er in je eentje aan doen om je gevoel van authenticiteit te vergroten? Gegeven dat we nu eenmaal met die toestand van sociale vluchtigheid te maken hebben.
Volgens de nieuwe studie A Compassionate Self Is a True Self? Self-Compassion Promotes Subjective Authenticity helpt het als je meer compassie met jezelf hebt.
Als je zelf-compassie hebt, dan ben je in staat om (a) aardig te zijn voor jezelf in plaats van streng en veroordelend, (b) in te zien dat het algemeen menselijk is om fouten te maken en om je wel eens slecht te voelen, en (c) je falen en je pijn met gelijkmoedigheid (mindful) te constateren.
De onderzoekers verwachtten dat je door zelf-compassie minder bang bent voor negatieve oordelen van anderen, dat je je minder snel schaamt en dat je optimistischer in het leven staat. En dat je daardoor vaker het gevoel hebt jezelf te kunnen zijn.
En dat komt ook in grote lijnen uit de verschillende deelstudies die de onderzoekers hebben uitgevoerd. Zo blijkt dat mensen die van zichzelf meer zelf-compassie hebben, ook meer het gevoel hebben zichzelf te zijn. En is het zo dat mensen op dagen waarop ze meer zelf-compassie hadden, ook meer het gevoel van authenticiteit hadden.
En er komen aanwijzingen uit het onderzoek dat het verband tussen zelf-compassie en authenticiteit tot stand komt (statistisch gemediëerd wordt) door de verminderde vrees voor negatieve beoordeling door anderen en door een meer optimistische instelling.
Een en ander suggereert dat een toestand van sociale vluchtigheid een sociale uitdaging is waartegen je beter bestand bent als je in staat bent tot zelf-compassie. Anders gezegd, een toestand waarin verschillen in het vermogen tot zelf-compassie tussen mensen aan het licht komen. Verschillen die niet aan het licht zouden komen in een toestand van onderlinge vertrouwdheid, waarin mensen zichzelf kunnen zijn.
Een toestand dus waarin er vraag ontstaat naar compassietraningen, als een soort substituut voor de vertrouwde sociale contacten die mensen eigenlijk nodig hebben. Denk ook aan dat mooie boek The Compassionate Mind van Paul Gilbert.
Daardoor voelen we ons vaak onzeker over hoe we ons het beste kunnen gedragen. De ander kent ons niet of nog niet goed en dus zijn we vaak bezig met hoe we over komen en hoe we willen overkomen. En met hoe we een goede indruk kunnen maken en kunnen voorkomen dat we sociale blunders maken.
Dat betekent dat een toestand van sociale vluchtigheid niet bevorderlijk is voor het gevoel jezelf te kunnen zijn, voor het je gedragen volgens je authentieke zelf. Je zult je immers vaak anders voordoen dan je echt bent. Denk ook aan het bericht Waardoor hebben adolescenten eigenlijk niet allemaal het gevoel dat ze zichzelf kunnen zijn?
We zagen eerder dat dat gebrek aan authenticiteit, aan het jezelf kunnen zijn, als onprettig wordt ervaren. Dat mensen zich beter voelen in contacten met vertrouwde anderen dan in vluchtige contacten bleek er aan te liggen dat mensen in die vertrouwde contacten meer het gevoel hadden zichzelf te kunnen zijn. Zie Hoe komt het dat we ons in vertrouwde contacten beter voelen dan in vluchtige contacten?
Maar wat kun je er in je eentje aan doen om je gevoel van authenticiteit te vergroten? Gegeven dat we nu eenmaal met die toestand van sociale vluchtigheid te maken hebben.
Volgens de nieuwe studie A Compassionate Self Is a True Self? Self-Compassion Promotes Subjective Authenticity helpt het als je meer compassie met jezelf hebt.
Als je zelf-compassie hebt, dan ben je in staat om (a) aardig te zijn voor jezelf in plaats van streng en veroordelend, (b) in te zien dat het algemeen menselijk is om fouten te maken en om je wel eens slecht te voelen, en (c) je falen en je pijn met gelijkmoedigheid (mindful) te constateren.
De onderzoekers verwachtten dat je door zelf-compassie minder bang bent voor negatieve oordelen van anderen, dat je je minder snel schaamt en dat je optimistischer in het leven staat. En dat je daardoor vaker het gevoel hebt jezelf te kunnen zijn.
En dat komt ook in grote lijnen uit de verschillende deelstudies die de onderzoekers hebben uitgevoerd. Zo blijkt dat mensen die van zichzelf meer zelf-compassie hebben, ook meer het gevoel hebben zichzelf te zijn. En is het zo dat mensen op dagen waarop ze meer zelf-compassie hadden, ook meer het gevoel van authenticiteit hadden.
En er komen aanwijzingen uit het onderzoek dat het verband tussen zelf-compassie en authenticiteit tot stand komt (statistisch gemediëerd wordt) door de verminderde vrees voor negatieve beoordeling door anderen en door een meer optimistische instelling.
Een en ander suggereert dat een toestand van sociale vluchtigheid een sociale uitdaging is waartegen je beter bestand bent als je in staat bent tot zelf-compassie. Anders gezegd, een toestand waarin verschillen in het vermogen tot zelf-compassie tussen mensen aan het licht komen. Verschillen die niet aan het licht zouden komen in een toestand van onderlinge vertrouwdheid, waarin mensen zichzelf kunnen zijn.
Een toestand dus waarin er vraag ontstaat naar compassietraningen, als een soort substituut voor de vertrouwde sociale contacten die mensen eigenlijk nodig hebben. Denk ook aan dat mooie boek The Compassionate Mind van Paul Gilbert.
dinsdag 1 augustus 2017
Hoe komt het dat we ons in vertrouwde contacten beter voelen dan in vluchtige contacten?
Dat wij groepsdieren zijn, wil zeggen dat we er als gevolg van onze evolutionaire geschiedenis op zijn ingesteld om op te groeien en ons te bewegen in een groep van vertrouwde anderen.
In zo'n groep werken we samen en delen we de beschikbare middelen. En hebben we een gezamenlijke geschiedenis, die eraan bijdraagt dat we de onderlinge relaties als vanzelfsprekend accepteren. Daardoor is de onderlinge (status-)competitie afwezig of neemt hij onschuldige vormen aan, zoals die van spel en wat we tegenwoordig sport noemen. Wat de ruimte creëert om jezelf te kunnen zijn, want je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent. Er zijn redenen om te denken dat het leven in zo'n groep van vertrouwde anderen het zinvolle leven is. Zie Gedachten over de positieve gezondheidseffecten van een zinvol leven.
Maar in onze huidige maatschappij is zo'n groep van vertrouwde anderen (familie, vrienden) er nog maar beperkt. Niet alleen is hij voor de meesten van ons nog maar klein van omvang (vandaar de problemen van het sociale isolement van gezinnen en van eenzaamheid), maar ook hebben we daarnaast contacten met anderen met wie we niet of veel minder vertrouwd zijn. Dat zijn de vluchtige contacten of "zwakke bindingen" of "kennissen".
We weten al dat je veel van die vluchtige contacten kunt hebben, terwijl je toch eenzaam bent. Wat eenzaamheid betreft, kunnen we dus het gemis aan die vertrouwde contacten niet compenseren door vluchtige contacten.
Maar het is ingewikkeld, want toch blijken die vluchtige contacten iets toe te voegen aan ons geluksgevoel. Mij lijkt dat je dat moet opvatten als een aanwijzing dat voor de meesten van ons die kring van vertrouwde anderen te klein is. We zoeken naar meer en vinden dat een beetje door die contacten aan de rand van onze groep.
Maar je zou verwachten dat we de voorkeur geven aan de omgang met die vertrouwde contacten. Omdat we daarin meer ons zelf kunnen zijn.
En precies dat komt uit het nieuwe onderzoek Hedonic Benefits of Close and Distant Interaction Partners: The Mediating Roles of Social Approval and Authenticity.
Het onderzoek werd uitgevoerd met behulp van de Experience Sampling Method, die inhield dat een groep van 178 studenten gedurende twee weken vier maal per dag op toevallige tijdstippen een mail ontvingen met een kort vragenlijstje over de laatste interactie die ze daar voor gehad hadden en over hoe goed of slecht ze zich voelden. Dat laatste gebeurde met behulp van de Positive and Negative Affect Schedule .Zo ontstond een bestand van bijna 7000 korte verslagen van sociale interacties. (Natuurlijk had je liever een bredere groep gehad dan alleen studenten.)
De onderzoekers konden vervolgens laten zien dat de studenten zich beter hadden gevoeld in contacten met vertrouwde anderen dan in vluchtige contacten.
En waardoor voelden ze zich beter? Doordat ze meer het gevoel hadden te worden geaccepteerd (meer gerespecteerd worden, aardiger gevonden worden) en meer het gevoel hadden zichzelf te kunnen zijn (trouw aan zichzelf, niet beïnvloed, trouw aan eigen principes en waarden).
Ook een klein en beperkt onderzoekje kan dus zomaar uitwijzen dat wij nog steeds die sociale diersoort zijn die zich graag omgeven voelt door vertrouwde anderen.
In zo'n groep werken we samen en delen we de beschikbare middelen. En hebben we een gezamenlijke geschiedenis, die eraan bijdraagt dat we de onderlinge relaties als vanzelfsprekend accepteren. Daardoor is de onderlinge (status-)competitie afwezig of neemt hij onschuldige vormen aan, zoals die van spel en wat we tegenwoordig sport noemen. Wat de ruimte creëert om jezelf te kunnen zijn, want je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent. Er zijn redenen om te denken dat het leven in zo'n groep van vertrouwde anderen het zinvolle leven is. Zie Gedachten over de positieve gezondheidseffecten van een zinvol leven.
Maar in onze huidige maatschappij is zo'n groep van vertrouwde anderen (familie, vrienden) er nog maar beperkt. Niet alleen is hij voor de meesten van ons nog maar klein van omvang (vandaar de problemen van het sociale isolement van gezinnen en van eenzaamheid), maar ook hebben we daarnaast contacten met anderen met wie we niet of veel minder vertrouwd zijn. Dat zijn de vluchtige contacten of "zwakke bindingen" of "kennissen".
We weten al dat je veel van die vluchtige contacten kunt hebben, terwijl je toch eenzaam bent. Wat eenzaamheid betreft, kunnen we dus het gemis aan die vertrouwde contacten niet compenseren door vluchtige contacten.
Maar het is ingewikkeld, want toch blijken die vluchtige contacten iets toe te voegen aan ons geluksgevoel. Mij lijkt dat je dat moet opvatten als een aanwijzing dat voor de meesten van ons die kring van vertrouwde anderen te klein is. We zoeken naar meer en vinden dat een beetje door die contacten aan de rand van onze groep.
Maar je zou verwachten dat we de voorkeur geven aan de omgang met die vertrouwde contacten. Omdat we daarin meer ons zelf kunnen zijn.
En precies dat komt uit het nieuwe onderzoek Hedonic Benefits of Close and Distant Interaction Partners: The Mediating Roles of Social Approval and Authenticity.
Het onderzoek werd uitgevoerd met behulp van de Experience Sampling Method, die inhield dat een groep van 178 studenten gedurende twee weken vier maal per dag op toevallige tijdstippen een mail ontvingen met een kort vragenlijstje over de laatste interactie die ze daar voor gehad hadden en over hoe goed of slecht ze zich voelden. Dat laatste gebeurde met behulp van de Positive and Negative Affect Schedule .Zo ontstond een bestand van bijna 7000 korte verslagen van sociale interacties. (Natuurlijk had je liever een bredere groep gehad dan alleen studenten.)
De onderzoekers konden vervolgens laten zien dat de studenten zich beter hadden gevoeld in contacten met vertrouwde anderen dan in vluchtige contacten.
En waardoor voelden ze zich beter? Doordat ze meer het gevoel hadden te worden geaccepteerd (meer gerespecteerd worden, aardiger gevonden worden) en meer het gevoel hadden zichzelf te kunnen zijn (trouw aan zichzelf, niet beïnvloed, trouw aan eigen principes en waarden).
Ook een klein en beperkt onderzoekje kan dus zomaar uitwijzen dat wij nog steeds die sociale diersoort zijn die zich graag omgeven voelt door vertrouwde anderen.
woensdag 14 juni 2017
Waardoor hebben adolescenten eigenlijk niet allemaal het gevoel dat ze zichzelf kunnen zijn?
Adolescenten staan in onze manier van samenleven voor grote uitdagingen. Ze moeten voldoen aan de eisen van de school en ze moeten een plek zien te vinden in de sociale omgeving van de leeftijdsgenoten. Adolescenten zijn in onze maatschappij ook altijd scholieren.
Dat zijn uitdagingen die slecht tegemoetkomen aan de menselijke behoefte aan authenticiteit, aan de behoefte om jezelf te kunnen zijn. Het onderwijs blijft nu eenmaal een setting waarin je door een molen gaat van vakken, roosters, proefwerken, huiswerkverplichtingen en examens. En de peer group nodigt uit tot een strijd om wie populair is en in die strijd kun je vaak juist niet jezelf zijn.
In de studie Happy To Be “Me?” Authenticity, Psychological Need Satisfaction, and Subjective Well-Being in Adolescence keken onderzoekers naar het belang van jezelf kunnen zijn voor het welzijn van adolescenten. De mate waarin je van oordeel bent dat je jezelf kunt zijn, werd vastgesteld met de Authenticity Scale, die eruit bestaat dat je van de volgende 12 uitspraken moet aangeven in hoeverre ze op jou van toepassing zijn:
Uit het onderzoek, deels in Nederland en deels in Engeland uitgevoerd, blijkt een duidelijke samenhang tussen de mate van authenticiteit en het welzijn (gemeten aan het ervaren van positieve en negatieve gevoelens en aan de tevredenheid met het leven). Je voelt je beter als je meer jezelf kunt zijn.
Voor alle duidelijkheid, dat wijst erop dat adolescenten/scholieren dus maar beperkt zichzelf kunnen zijn. Hoogstwaarschijnlijk als gevolg van die structuren die wij aan hen opleggen, die van de school en van de groep van leeftijdsgenoten. Een (flink) deel slaagt er desondanks in om toch behoorlijk goed zichzelf te zijn, maar een ander deel lukt dat veel minder. En dat blijkt gevolgen te hebben voor hoe je je voelt. Hoe minder authenticiteit, hoe minder positieve gevoelens, hoe meer negatieve gevoelens en hoe minder tevreden met je leven.
De onderzoekers keken ook naar de samenhang met de mate waarin werd tegemoetgekomen aan de intrinsieke behoeften aan autonomie, verbondenheid met anderen en competentie. (Denk aan de zelfbeschikkingstheorie.) Het bleek toen dat degenen die meer het gevoel hadden zichzelf te kunnen zijn, ook hoger scoorden op de mate waarin aan die drie behoeften werd tegemoetgekomen.
En dat zegt dus ook iets over de beperkte mate waarin onze adolescenten een leven kunnen leiden waarin die drie fundamentele, intrinsieke behoeften kunnen worden gerealiseerd.
Want zou eigenlijk niet iedereen dat gevoel van autonomie moeten kennen, het gevoel dus van niet alleen maar te moeten doen wat anderen zeggen? En dat gevoel van verbonden te zijn met anderen? En dat gevoel van competentie, van iets te kunnen wat de moeite waard is?
Dat zijn uitdagingen die slecht tegemoetkomen aan de menselijke behoefte aan authenticiteit, aan de behoefte om jezelf te kunnen zijn. Het onderwijs blijft nu eenmaal een setting waarin je door een molen gaat van vakken, roosters, proefwerken, huiswerkverplichtingen en examens. En de peer group nodigt uit tot een strijd om wie populair is en in die strijd kun je vaak juist niet jezelf zijn.
In de studie Happy To Be “Me?” Authenticity, Psychological Need Satisfaction, and Subjective Well-Being in Adolescence keken onderzoekers naar het belang van jezelf kunnen zijn voor het welzijn van adolescenten. De mate waarin je van oordeel bent dat je jezelf kunt zijn, werd vastgesteld met de Authenticity Scale, die eruit bestaat dat je van de volgende 12 uitspraken moet aangeven in hoeverre ze op jou van toepassing zijn:
- I think it is better to be yourself, than to be popular.
- I don’t know how I really feel inside.*
- I am strongly influenced by the opinions of others.*
- I usually do what other people tell me to do.*
- I always feel I need to do what others expect me to do.*
- Other people influence me greatly.*
- I feel as if I don’t know myself very well.*
- I always stand by what I believe in.
- I am true to myself in most situations.
- I feel out of touch with the ‘real me.’*
- I live in accordance with my values and beliefs.
- I feel alienated from myself.*
Uit het onderzoek, deels in Nederland en deels in Engeland uitgevoerd, blijkt een duidelijke samenhang tussen de mate van authenticiteit en het welzijn (gemeten aan het ervaren van positieve en negatieve gevoelens en aan de tevredenheid met het leven). Je voelt je beter als je meer jezelf kunt zijn.
Voor alle duidelijkheid, dat wijst erop dat adolescenten/scholieren dus maar beperkt zichzelf kunnen zijn. Hoogstwaarschijnlijk als gevolg van die structuren die wij aan hen opleggen, die van de school en van de groep van leeftijdsgenoten. Een (flink) deel slaagt er desondanks in om toch behoorlijk goed zichzelf te zijn, maar een ander deel lukt dat veel minder. En dat blijkt gevolgen te hebben voor hoe je je voelt. Hoe minder authenticiteit, hoe minder positieve gevoelens, hoe meer negatieve gevoelens en hoe minder tevreden met je leven.
De onderzoekers keken ook naar de samenhang met de mate waarin werd tegemoetgekomen aan de intrinsieke behoeften aan autonomie, verbondenheid met anderen en competentie. (Denk aan de zelfbeschikkingstheorie.) Het bleek toen dat degenen die meer het gevoel hadden zichzelf te kunnen zijn, ook hoger scoorden op de mate waarin aan die drie behoeften werd tegemoetgekomen.
En dat zegt dus ook iets over de beperkte mate waarin onze adolescenten een leven kunnen leiden waarin die drie fundamentele, intrinsieke behoeften kunnen worden gerealiseerd.
Want zou eigenlijk niet iedereen dat gevoel van autonomie moeten kennen, het gevoel dus van niet alleen maar te moeten doen wat anderen zeggen? En dat gevoel van verbonden te zijn met anderen? En dat gevoel van competentie, van iets te kunnen wat de moeite waard is?
Abonneren op:
Posts (Atom)
