Posts tonen met het label eudaimonisch welzijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eudaimonisch welzijn. Alle posts tonen

woensdag 9 september 2020

Of pro-sociaal gedrag je gelukkiger maakt, hangt er van af of degenen met wie je omgaat zich ook pro-sociaal gedragen - Over eudaimonisch welzijn en de Dual Mode-theorie

We zagen al aanwijzingen voorbijkomen dat pro-sociaal gedrag gelukkiger maakt. Mensen voelen zich beter als ze anderen bijstaan, met anderen rekening houden en iets goeds doen voor anderen. 

Er is nu de pas verschenen meta-analyse Rewards of kindness? A meta-analysis of the link between prosociality and well-being, waarin het gaat om 201 onafhankelijke steekproeven met in totaal bijna 200.000 onderzochte personen. Pro-sociaal gedrag was soms informeel, zoals het helpen van vrienden, en soms formeel, zoals vrijwilligerswerk.

Over dat geheel genomen was er een zwak, maar statistisch significant, positief verband tussen pro-sociaal gedrag en welzijnsindicatoren (hedonisch of eudaimonisch geluk, psychisch functioneren en fysieke gezondheid). Dat het verband zwak is, hoeft niet te verbazen als je bedenkt dat er natuurlijk meer zaken zijn die ons welzijn beïnvloeden.

Onder dat gemiddelde zit een grote spreiding van de uitkomsten verborgen. In sommige studies was het verband veel sterker en in andere veel zwakker. De onderzoekers keken naar allerlei zogenaamde moderatoren die die verschillen zouden kunnen verklaren. Zo bleek bijvoorbeeld dat het verband groter was als het om het eudaimonische geluk ging. Daar kom ik zo op terug. Ook was het verband groter als pro-sociaal gedrag met een gevalideerde schaal was gemeten, dat wil zeggen met een vragenlijstje over hoe vaak je in bijvoorbeeld de afgelopen veertien dagen iets pro-sociaals hebt gedaan. En het verband was sterker bij informeel dan bij formeel pro-sociaal gedrag.

Zoals al eerder opgemerkt, is er het manco aan al dit onderzoek dat geen rekening wordt gehouden met de sociale omgeving van de onderzochte personen. Zie deel 3 van de reeks Hoe kan de sociologie een maatschappelijk belangrijker vak worden? Want het valt immers te verwachten dat het pro-sociale gedrag van anderen jou het veiligheidsgevoel verschaft dat jouw eigen pro-sociale gedrag uitlokt. Mensen zijn van nature altruïstisch, maar dan wel in een veilige en hen goedgezinde sociale omgeving. Zie Waardoor is pro-sociaal gedrag aanstekelijk? - Doordat het de sociale veiligheid verschaft die weer meer pro-sociaal gedrag uitlokt. 

En het zou goed kunnen dat de wel of niet aanwezigheid van een veilige sociale omgeving, dus van een sociaal netwerk van anderen die zich ook pro-sociaal gedragen, de belangrijkste moderator is voor het verband met welzijn. Als jij je pro-sociaal zou gedragen in een statuscompetitieve en dus onveilige of zelfs vijandige omgeving, dan wordt je daar meestal niet gelukkiger van. Vandaar immers Stelling 2 van de Dual Mode-theorie. Mensen zijn wel goed, maar niet gek.

Dat je gelukkiger wordt van pro-sociaal gedrag zou volgens die gedachte sterk afhangen van hoeveel anderen in jouw omgeving dat ook doen. Pro-sociaal gedrag is minder een kenmerk van individuen dan van sociale netwerken. Maar dat inzicht is nog maar heel weinig tot sociaalwetenschappelijk onderzoekers doorgedrongen.

Die gedachte wordt overigens wel opvallend ondersteund door de al genoemde bevinding van deze meta-analyse dat het verband groter is als welzijn is opgevat als eudaimonisch welzijn. Want hoe wordt dat eudaimonische welzijn gemeten? Met een vragenlijstje van 8 items waarvan twee precies slaan op de aard van die sociale omgeving, namelijk "Mijn sociale relaties zijn ondersteunend en waardevol" en "Mensen respecteren mij". Zie Je gelukkig voelen is prima, maar een zinvol leven leiden is beter. 

Anders gezegd, eudaimonisch welzijn is dus eigenlijk niet een individueel kenmerk, maar een kenmerk van een sociaal, "ego-gecentreerd", netwerk. Van jou en de mensen met wie je omgaat. En wat blijkt? Dan komt er precies uit wat de Dual Mode-theorie voorspelt: de mate waarin pro-sociaal gedrag gelukkiger maakt, hangt af van de mate van pro-sociaal gedrag van de sociale omgeving.

woensdag 19 september 2018

Door anderen te helpen voel je je beter - Want het verhoogt je gevoel van competentie

Mensen zijn zo fundamenteel sociaal dat het iets doen voor anderen voldoening verschaft. Zie het bericht Door helpen gelukkiger - Alle onderzoek op een rij. Pro-sociaal gedrag was in het verleden zo belangrijk voor overleving, omdat het samenwerken en delen mogelijk maakte, dat er een selectieproces moet hebben plaatsgevonden op de eigenschap om je er beter door te voelen iemand anders bij te staan.

De nieuwe studie Daily Ups and Downs. An Event-Sampling Study of the Mediated Moderation of Prosocial Engagement on Well-Being vertelt iets meer over de aard van dat verband tussen pro-sociaal gedrag en voldoening.

De onderzoekers vroegen de deelnemers aan het onderzoek (383 volwassenen) om een app op hun telefoon te downloaden, die hen gedurende twee weken vier maal per dag vroeg om een kort vragenlijstje te beantwoorden over of ze in de afgelopen uren iets voor iemand anders hadden gedaan en over hoe gelukkig en hoe vitaal ze zich voelden. (Vitaliteit slaat op het zogenaamde eudaimonisch welzijn.) Ook werd hen gevraagd hoe competent, hoe autonoom en hoe verbonden met anderen ze zich voelden (de drie doelen van de zelfbeschikkingstheorie).

Het bleek toen inderdaad dat mensen zich beter (gelukkiger en vitaler) gingen voelen nadat ze in de afgelopen uren meer iets voor een ander of anderen hadden gedaan. En het bleek dat dit er vooral aan lag dat het gevoel van competentie, het gevoel controle te hebben over je lot, werd verhoogd, vooral in die gevallen waarin mensen zich daarvoor weinig competent voelden.

Het is natuurlijk maar een onderzoekje. Maar het geeft toch te denken dat mensen zich door anderen te helpen competenter gaan voelen en niet, zoals je op het eerste gezicht zou verwachten, meer verbonden met anderen.

Ik kwam op de gedachte dat de evolutie kennelijk zo "slim" is geweest om ons gevoel van controle te hebben over ons leven mede afhankelijk te maken van hoeveel we voor anderen doen. Dat kun je wel fundamenteel sociaal noemen.

vrijdag 11 oktober 2013

Leidden jagers-verzamelaars het zinvolle leven? Ja, waarschijnlijk wel. Maar waarom hielden ze dan daarmee op?

Leidden jagers-verzamelaars in de Paleo Sociale Omgeving een zinvol leven? In de zin dat ze een hoog niveau van eudaimonisch welzijn hadden, samengaand met positieve gezondheidseffecten? Daar valt wel wat voor te zeggen (zie het vorige bericht).

Maar de gedachte weerspreekt de opvatting die je nog wel eens tegenkomt en die teruggaat tot Thomas Hobbes (1588-1679), dat onze voorouders in die tijd als barbaren leefden, zonder overheidsgezag, en dat daardoor het leven "solitary, poor, nasty, brutish, and short" was. Die bekende parafrase is uit hoofdstuk 13 van Leviathan, Hobbes' bekendste boek.

Toch zijn er voor de hand liggende aanwijzingen dat dat jagen en verzamelen nog zo gek niet was. Bedenk maar eens dat wij mensen de enige van de 10 tot 20 mensachtigen zijn die tot nu toe overleefd hebben. En dat wij met die leefwijze van jagen en verzamelen ons vanuit oostelijk Afrika over vrijwel de gehele aardbol verspreid hebben. Dat moet je dan toch wel een succesvolle leefwijze noemen. Met een manier van samenleven, gebaseerd op coördinatie en coöperatie (cooperative breeding!), die aanpassing aan sterk uiteenlopende en veranderende omstandigheden mogelijk maakte. En die niet te rijmen valt met het beeld van woestelingen die elkaar voortdurend het leven zuur maken. Zie ook Beyond War. The Human Potential For Peace van Douglas P. Fry, voor een zorgvuldige weerlegging van dat beeld.

Maar waarom zijn mensen dan met die leefwijze opgehouden? Er was toch, vanaf zo'n 8 tot 10 duizend jaar geleden, de Agrarische Revolutie? Met alles wat daaruit voortkwam, zo prachtig beschreven door Jared Diamond in Guns, Germs, and Steel. The Fates of Human Societies. De landbouw, dat was toch een uitvinding die het leven een heel stuk veraangenaamde?

Dat staat nog te bezien. Want we weten dat de eerste landbouwers gekenmerkt werden door een geringere lichaamslengte dan die van de jagers-verzamelaars, wat wijst op een slechtere gezondheidstoestand. Denk nog even aan dat Paleo dieet. En het is ook niet zo dat jagers-verzamelaars zo snel als mogelijk tot het bedrijven van landbouw overgingen toen ze kennismaakten met de uitvinding er van. Sterker, van de mogelijkheden van landbouw en veeteelt moeten ze al veel langer op de hoogte zijn geweest. Ze hadden in de loop van de honderdduizenden jaren van hun bestaan al zoveel kennis en inzicht van fauna en flora, dat ze best al veel eerder hadden kunnen gaan boeren.

Toevallig verscheen gisteren de studie 2000 Years of Parallel Societies in Stone Age Central Europe (betaalpoort), die daar aanwijzingen voor verschaft. De onderzoekers vonden dat landbouwers en jagers-verzamelaars in Midden-Europa nadat de landbouw was "gearriveerd", nog zo'n 2000 jaar min of meer als buren hadden samengeleefd. Dat jagen en verzamelen was zo aantrekkelijk dat je daar gewoon mee doorging, ook als anderen arriveerden die voor het boerenbestaan hadden gekozen.

Je kunt daaruit opmaken dat landbouw niet een uitvinding was, maar een leefwijze die noodzakelijk werd door de bevolkingstoename als gevolg van dat succes van het jagen en verzamelen. Dat mensen het paradijs verlieten, kwam niet door de zondeval, maar doordat dat paradijs niet iedereen meer kon voeden. Er zat niets anders op. 

donderdag 10 oktober 2013

Gedachten over de positieve gezondheidseffecten van een zinvol leven

Het leiden van een zinvol leven, eudaimonisch welzijn, is gunstig voor je gezondheid, omdat je immuunsysteem daar door beter functioneert. Je hebt een kleinere kans op ontstekingen en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen.

Een zinvol leven houdt o.a. in dat je pro-sociaal bent (je bekommert je om het welzijn van anderen), dat je waardevolle relaties hebt met anderen, dat je doelgericht en betrokken bent bij je dagelijkse bezigheden, dat je dingen doet waarbij je talenten aan bod komen en dat je een optimistische kijk op het leven hebt. Zie nog eens het vorige bericht.

Ik zei al, dat is om over na te denken. Gedachten die je dan hebt, kunnen bijvoorbeeld zijn:
  • Is een zinvol leven niet zo ongeveer het leven dat wenselijk was en veel voorkwam in de Paleo Sociale Omgeving? De sociale omgeving dus waarin de mensheid verreweg het grootste deel van haar bestaan heeft doorgebracht. Die van jagers-verzamelaars die voor hun overleving en hun voortbestaan sterk op elkaar waren aangewezen, in een sociaal verband van persoonlijke relaties. Denk aan de Big Two van de persoonlijkheid in zo een manier van samenleven, zoals bij de Tsimane. Wat daar telt is dat je vrijgevig, bescheiden en vriendelijk bent. En dat je je inspant voor het gezamenlijke welzijn. Als je dat allemaal doet, dan vergroot je de kans op overleving van de groep en dus je eigen overleving. En je voorkomt dat anderen je laten weten dat je verkeerd bezig bent. En ook dat draagt bij aan je kans op overleving.
  • Daar komt waarschijnlijk bij dat die inspanningen voor het gezamenlijk welzijn een beroep deden op je natuurlijke talenten. Hoe zo dan? (1) Er was een diversiteit aan activiteiten nodig, die verschillende vaardigheden vereisten. Dus was het efficiënt om de taken zo te verdelen dat iedereen zo veel mogelijk die dingen deed die hij/zij het beste kon. Dus werden de beschikbare talenten zo goed mogelijk gebruikt. (2) Maar ook andersom: degenen met talenten die het meest nuttig waren, zullen, via individuele én groepsselectie, de hoogste overlevingskansen hebben gehad. Die talenten zullen dus in volgende generaties meer zijn voorgekomen. En zo ontwikkelde zich een fit tussen de benodigde taken en de beschikbare talenten. Iedereen moest en kon de dingen doen die het meest bij zijn/haar talenten aansloten en die hij/zij daardoor ook het liefste deed.
  • Tja, dat klinkt behoorlijk paradijselijk. Maar die verhalen over het oorspronkelijke paradijs moeten natuurlijk ook ergens vandaan zijn gekomen.
  • Maar onze huidige maatschappij en onze manier van samenleven wijken natuurlijk behoorlijk af van die Paleo Sociale Omgeving. Wij groeien veel meer op in een maatschappij waarin er naast dat zinvolle leven van het gemeenschapsgedrag ook een grote dosis statuscompetitie heerst. Zie o.a. dit bericht en dit bericht. Dat is een grote uitdaging, die we maar beperkt het hoofd kunnen bieden. Vandaar de vervreemding.
  • Dat blijkt uit al die aanwijzingen dat het meer blootstaan aan statuscompetitie stressverhogend is en onze gezondheid negatief beïnvloedt. Zie o.a. dit bericht. Én het blijkt er dus ook uit dat als je, tegen die stroom in van de om zich heen grijpende statuscompetitie, toch in staat bent om nog enigszins een zinvol leven te leiden, dat dat dan gunstig uitwerkt op je immuunsysteem en je gezondheid.
  • Dat is natuurlijk een reden voor optimisme. Het "loont nog" om pro-sociaal te zijn en om de dingen te doen die aan je talenten tegemoet komen, in plaats van de dingen waarmee je alleen maar status verwerft en waarmee je veel geld zou kunnen verdienen.
  • Maar toch: daar staat weer tegenover dat er in onze maatschappij grote gezondheidsverschillen bestaan naar sociaaleconomische status. De rijkaards leven flink langer dan de arme sloebers. En bij het rijk worden in onze maatschappij helpt het als je flink meedoet aan de statuscompetitie.
  • Kortom: het algehele beeld is complex.

woensdag 9 oktober 2013

Je gelukkig voelen is prima, maar een zinvol leven leiden is beter

In het onderzoeksterrein van de positieve psychologie maken onderzoekers onderscheid tussen twee opvattingen over wat geluk is:
  1. de hedonische opvatting: geluk is gelijk aan de subjectieve ervaring van plezier en tevredenheid
  2. de eudaimonische opvatting: geluk is er bij het streven naar een zinvol leven en een nobel doel dat de bevrediging van egoïstische behoeften overstijgt
Dat onderscheid wordt nog duidelijker als je kijkt naar hoe die twee versies worden gemeten. Hedonisch geluk is meestal het antwoord op een vraag als "Hoe gelukkig zou u zeggen dat u bent de laatste tijd?" in de vorm van bijvoorbeeld een rapportcijfer tussen 0 en 10. Daartegenover meten onderzoekers de eudaimonische versie bijvoorbeeld met de volgende 8 uitspraken, waarvan je kunt aangeven hoezeer je het er mee oneens of eens bent (mijn vertaling uit het Engels):
  1. Ik leid een doelgericht en zinvol leven
  2. Mijn sociale relaties zijn ondersteunend en waardevol
  3. Ik ben betrokken bij en geïnteresseerd in mijn dagelijkse bezigheden
  4. Ik draag actief bij aan het geluk en welbevinden van anderen
  5. Ik ben kundig en capabel in de bezigheden die voor mij belangrijk zijn
  6. Ik ben een goed mens en leid een goed leven
  7. Ik ben optimistisch over mijn toekomst
  8. Mensen respecteren mij
Oké, maar dan zullen mensen die het zeer met deze uitspraken eens zijn, toch ook wel gelukkig zijn? Ja, dat is zo. De correlaties tussen de scores op deze twee maten is over het algemeen hoog. In het onderzoek dat aanleiding was tot dit blogbericht was hij 0,79. Maar dat is ook weer niet een perfecte samenhang. Maakt het dan wat uit of je meer gelukkig bent in de hedonische dan wel meer in de eudaimonische versie?

Ja en daar heeft de studie A functional genomic perspective on human well-being (pdf) meer over te melden. De onderzoekers vonden een intrigerend verschil in de samenhang van de beide versies van geluk met de werking van het immuunsysteem op het niveau van genenexpressie. Bij mensen met een hogere score op eudaimonisch geluk vonden ze o.a. een lagere expressie van pro-inflammatoire genen. Tegenover juist een hogere expressie bij mensen met een hoog hedonisch geluk. Anders gezegd, de kans op ontstekingen is lager als je eudaimonisch gelukkig bent dan wanneer je hedonisch gelukkig bent. Biologisch en voor je gezondheidstoestand maakt het dus verschil.

En dat is opmerkelijk, want het lijkt er op dat mensen subjectief gezien weinig tot geen verschil ervaren tussen hedonisch en eudaimonisch geluk. Je voelt je in beide gevallen oké, zoals er uit blijkt dat je in beide gevallen even weinig last hebt van depressieve symptomen. Maar op het biologische niveau is er wel degelijk een verschil en dat heeft (op den duur) gezondheidseffecten.

Het is natuurlijk ook weer niet zo dat het hedonische geluk slecht voor je is. Want de positieve gezondheidseffecten er van zijn bekend. Maar beter is dus het eudaimonische geluk.

Kortom: voel je je gelukkig? Oké. Prima. Maar is je leven ook wel doelgericht en zinvol? Heb je ook wel waardevolle sociale  relaties? Ben je dagelijks betrokken en geïnteresseerd? Draag je actief bij aan het welzijn van anderen? (Ben je pro-sociaal?) Doe je dingen waarin je kundig en capabel bent? Ben je een goed mens? Ben je optimistisch? Respecteren andere je? Als dat alles zo is, dan zou het kunnen dat je een ietsje minder (hedonisch) gelukkig bent, terwijl dat dan toch beter voor je is. De evolutie heeft ons kennelijk gestuurd in een richting waarin betrokkenheid bij anderen, ontplooiing van onze talenten en het leiden van een zinvol en goed leven bijdragen aan onze gezondheid en overleving. Dat is goed om even bij stil te staan. Update. Zie daarom nu ook het volgende bericht.

Aantekening voor mij zelf: Dit geeft ook een biologische onderbouwing van het onderzoek van Tim Kasser e.a. dat wijst op de positieve gezondheidseffecten van intrinsieke (in plaats van extrinsieke) aspiraties. Zie dit bericht.