vrijdag 13 februari 2015

Yanis Varoufakis werd in 2011 nog wel eens als econoom geïnterviewd door Nieuwsuur

Erik Wesselius twitterde deze link naar een interview van Nieuwsuur met Yanis Varoufakis, de nieuwe Griekse minister van Financiën, die nu in Europa nogal de aandacht trekt. Varoufakis legt in dat interview uit dat de steun aan Griekenland totale onzin is. En dat het in Europa heel anders zou moeten.

Je zou denken dat dat een recent interview is. Erik dacht dat eerst ook, tot ik hem er op attendeerde dat het dateert uit mei 2011. Bijna vier jaar geleden

Daaruit leer je twee dingen. Ten eerste dat Varoufakis, toen nog als hoogleraar economie, vier jaar geleden al ongeveer dezelfde analyse had van de problemen met Griekenland en met de eurozone als tegenwoordig. En dat is geen nieuws voor de volgers van zijn publicaties en van zijn boeiende en belangrijke blog.

Maar je leert er ook uit dat Nieuwsuur in 2011 nog openstond voor ideeën die afweken van wat de officiële lijn was van de Europese machthebbers. En dat het programma zich daarna keurig heeft geconformeerd aan de orthodoxie van die politieke elite. Het heeft zichzelf gelijkgeschakeld.

Zoals trouwens tot vandaag de dag geldt voor verreweg de meeste media in Europa. De Very Serious People dicteren niet alleen het beleid, maar weten ook de media er toe te bewegen om dat beleid met de gepaste eerbied te begeleiden. Zie ook dit bericht, vooral de laatste alinea.

Varoufakis was dus vanaf enig moment in 2011 niet meer welkom bij Nieuwsuur om zijn deskundige commentaar te geven. Kennelijk omdat hij niet genoeg tegen de machthebbers aan schurkte om door het journaille nog "serieus" te kunnen worden genomen.

Vandaar dat nu iedereen verrast is. Varoufakis? Nooit van gehoord.
Update. Zie nu ook Bill Black over hoe de BBC bericht over Varoufakis. Hij wordt een linkse charismatisch ideoloog genoemd. Terwijl hij een uitstekend academisch econoom is. Maar Jeroen Dijsselbloem wordt niet genoemd als wat hij wel degelijk is, namelijk:
a fanatic ideologue who has caused massive human misery because of the intersection of his inflexible ideology and economic incompetence

donderdag 12 februari 2015

Gaat geloof in de vrije markt samen met meer immoreel gedrag? Over VVD'ers

Vandaag maakt Kustaw Bessems zich kwaad op drie VVD'ers. Allereerst op Kamerlid Mark Verheijen, die in zijn vorige functie als gedeputeerde in Limburg duizenden euro's ten onrecht declareerde, maar dat afdoet met "Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt". En op fractievoorzitter Halbe Zijlstra en premier Rutte, die vinden dat het verhaal is opgeblazen. Zo erg is het volgens hen nou ook weer niet, om foute declaraties in te dienen.

Bessems trekt een vergelijking met het bovenal door de VVD gewilde strenge en onrechtvaardige sanctioneringsbeleid van de UWV als het gaat om uitkeringstrekkers. Die krijgen hoge boetes opgelegd voor het niet of onjuist verstrekken van informatie, ook als opzet niet duidelijk of zelfs onwaarschijnlijk is. Het contrast is nogal groot.

Uiteraard denkt iedereen meteen ook aan René Leegte, dat andere VVD-Kamerlid, die zich bellend in de trein neerbuigend had uitgesproken over de zorgen van Groningers over de aardgaswinning in hun regio. Hij sprak onder meer over het 'pappen' van de Groningers en over de VVD-strategie om gaswinning gaande te houden. Dat kwam in het nieuws doordat andere treinpassagiers konden meeluisteren.

En zo kwam het cynisme naar buiten waarmee de VVD de problemen benadert die voor de Groningers zijn ontstaan door de gaswinning. In het economisch onzinnige streven naar begrotingsevenwicht komt het de VVD niet goed uit dat de aardgasinkomsten zouden moeten teruglopen. Het optreden van René Leegte werd "stom" gevonden, maar dat leek meer te slaan op dat bellen in een eersteklascoupé, dan op dat cynisme zelf.

Nu gaat het natuurlijk te ver om hier meteen een beschouwing aan te verbinden dat VVD'ers meer geneigd zijn tot immoreel gedrag dan leden van andere politieke partijen. Maar desalniettemin zijn er wel aanwijzingen dat het aanhangen van een sterk geloof in de weldadige werking van het marktmechanisme, zoals VVD'ers geneigd zijn te doen, samen gaat met minder moreel gedrag.

Een sterk vertrouwen in de onzichtbare hand kan het gevoel geven dat egoïsme en zelfverrijking gelegitimeerd zijn, omdat het marktmechanisme er wel voor zorgt dat alles dan toch op zijn pootjes terechtkomt. Het is een wat primitieve gedachte, maar als die je goed uitkomt, dan stap je daar wel overheen. Zie voor aanwijzingen die in deze richting wijzen: Bankiers zijn, als bankiers, oneerlijk - Dat wijst op een bankencultuur van bedrog, Maakt het marktdenken mensen minder pro-sociaal? en De markt erodeert morele waarden. En niet te vergeten Zouden we beter af zijn als minder jongeren economie of bedrijfskunde studeerden?

Natuurlijk komt die financiële crisis van 2008, waar we nu nog steeds onder te lijden hebben, ook voor een groot deel voort uit datzelfde overdreven geloof in de wonderen van het vrije en ongereguleerde marktmechanisme. Bankiers gingen zich te buiten aan onbegrensde zelfverrijking, met grote risico's voor anderen. Het mag ieder weldenkend mens ondertussen wel duidelijk zijn geworden dat fraude in het drama een grote rol heeft gespeeld. En nog speelt. Update. Zie nu How Mortgage Fraud Made the Financial Crisis Worse.

En dat maakt de ontwikkelingen daarna wel ironisch. Want je had kunnen verwachten dat de financiële crisis die politieke en maatschappelijke stromingen had versterkt die met wat meer scepsis naar het marktmechanisme kijken. En wat meer inzicht hebben in de noodzaak van overheidsingrijpen en de wenselijkheid van regulering, macro-economische beleid, sociale bescherming en sociale en publieke voorzieningen. Die stromingen dus die zich meer in het linker gedeelte van het politiek spectrum ophouden.

Maar geheel tegengesteld aan die verwachtingen hebben we een ruk naar rechts meegemaakt. Dat gaat misschien wel snel veranderen, maar voorlopig zitten we daar nog mee. En dus ook met figuren in publieke functies als Mark Verheijen, René Leegte, Halbe Zijlstra en Mark Rutte.
Update 27-2-2015.  Na dit bericht is er in de media uitgebreid aandacht geweest voor integriteitssschendingen (keurig woord trouwens) van VVD-leden. RTL Nieuws stelde een overzicht samen: Corruptie, dubbele petten, omkoping: VVD'ers en hun affaires. En vandaag wordt bekend dat Mark Verheijen zijn lidmaatschap van de Tweede kamer neerlegt, nadat de Permanente Commissie Integriteit van de VVD concludeerde dat alles bij elkaar opgeteld de feiten en de dynamiek rondom zijn persoon niet passen in het integriteitskader van de partij. (Ook weer keurig onder woorden gebracht.) Reactie van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra: een persoonlijk drama, maar een logisch besluit. Geen drama voor de VVD. Geen drama voor de politiek.

dinsdag 10 februari 2015

Als aanbieders tegen elkaar aanschurken, werkt de markt niet optimaal - n.a.v. Chris Dillow

Chris Dillow had gisteren een aardig bericht over het verschijnsel van tegen elkaar aan schurkende aanbieders, die daardoor een niet optimale marktuitkomst genereren. Zie HEADING FOR EXTINCTION?

Het gaat dan bijvoorbeeld om politieke partijen die allemaal naar het midden kruipen, omdat daar de meeste stemmen zijn te halen. En om winkels die zich in elkaars nabijheid vestigen, omdat ze dan profiteren van elkaars aantrekkingskracht op klanten. En om commerciële televisiekanalen die qua programmering sprekend op elkaar lijken, omdat concurrentie om het populaire midden meer oplevert dan je juist van dat midden te onderscheiden. En om de publieke omroep die aan dat proces mee gaat doen hoe meer die zich moet bekostigen uit reclamegelden.

Zulke processen leveren niet-optimale marktuitkomsten op, want met een grotere "productdifferentiatie" zouden meer consumenten bediend worden. En zou de markt als geheel beter werken. Dat is voor het eerst opgemerkt door de econoom Harold Hotelling in 1929, die het fenomeen in dit artikel met uitbundig gebruik van wiskunde analyseerde. Chris Dillow verwijst ook naar Hotelling.

Er moet wel aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn. Als het om de politieke "markt" gaat, moeten de kiezersvoorkeuren op één dimensie (bijvoorbeeld links-rechts) te ordenen zijn en moeten ze min of meer normaal verdeeld zijn, dus met de meeste kiezers in het midden.

Maar je kunt je ook een verdeling van klanten in de fysieke ruimte voorstellen. In feite deed Hotelling dat zelf, toen hij zich afvroeg waar twee winkeliers zich in een straat zouden vestigen. Allebei precies in het midden, dus tegen elkaar aan geschurkt. Want onder de aanname dat klanten altijd voor de dichtstbijzijnde winkel kiezen, zou de winkelier die zich van het midden zou verwijderen, meteen klanten aan de concurrent verliezen.

Precies dat principe verklaart waarom onze stadscentra zo vercommercialiseerd zijn. En waarom winkelcentra aan zichzelf overgelaten de neiging hebben om zich te concentreren en uit te dijen. Waardoor er saaie woonbuurten ontstaan, waar voorzieningen ontbreken die naast een economische ook een sociale ontmoetingsfunctie hebben. Zie Steeds minder ontmoetingsplekken door schaalvergroting en ruimtelijke concentratie.

Conclusie: onder zulke voorwaarden zou interventie in de markt een optimale uitkomst dichterbij brengen. Dat zie je dus ook gebeuren. Stadsbesturen spannen zich in om kleinere winkelcentra te behouden en om horeca meer over de buurten te verspreiden. Zie Meer horeca, en dus ontmoetingsplekken, in de wijken - gemeente Utrecht.

In dezelfde lijn zou je ook een pleidooi kunnen houden om televisiekanalen door een monopolist te laten uitbaten. Eventueel door een overheidsmonopolie. Ook als die zijn inkomsten uit reclame zou moeten halen, dan zou hij gemotiveerd zijn om het gehele spectrum van kijkersvoorkeuren te bestrijken. Want dat zou het meeste opleveren. En meer kijkers zouden aan hun trekken komen.

Sterker: ik heb zo een pleidooi ooit gelezen, van de hand van een vurig aanhanger van het vrije marktprincipe. Die dus op basis van die analyse van Hotelling uit 1929 ontdekte dat een monopolie soms de voorkeur verdient. Ik weet alleen niet meer wie dat was en kan hem ook niet terugvinden.

Overigens, Chris Dillow wijst er op dat dat tegen elkaar aanschurken soms ook slecht kan aflopen. Hij denkt dan aan die politieke partijen die allemaal op het midden gokken en daardoor bij de kiezers de indruk wekken dat "het toch allemaal een pot nat is". En die riskeren te worden weggevaagd als het kiezerslandschap ineens wordt omgegooid.

En dat lijkt wel actueel te gaan worden. Update. Zie nu deze analyse van de verschuivingen in het Engelse kiezersvolk. Labour zou er goed aan doen om de afstand tot de Tories te vergroten.

maandag 9 februari 2015

In verzorgingsstaten juist grotere intrinsieke motivatie voor betaald werk

Stel dat je een grote prijs in de loterij zou winnen en daardoor de rest van je leven niet meer zou hoeven werken. Zou je dan toch betaald werk willen blijven doen? Als je daar ja op antwoordt, dan ben je meer intrinsiek gemotiveerd om betaald werk te doen. Een betaalde baan levert jou dan meer op dan alleen het salaris wat je er mee verdient. Dat kan bijvoorbeeld het gevoel zijn dat je je nuttig maakt. Of het kan zijn dat je het werk op zich waardeert. Zoiets als arbeidsethos.

De onderzoekers van de studie The bigger the worse? A comparative study of the welfare state and employment commitment (betaalpoort) wilden weten of die intrinsieke motivatie voor betaald werk er van afhangt in welk land je woont. Meer in het bijzonder: er van afhangt hoe royaal de sociale bescherming is, dus van de omvang van de verzorgingsstaat.

Waarom is dat interessant? Omdat er een redenering is dat een meer genereuze verzorgingsstaat het aantrekkelijker maakt om niet te werken. Er zijn immers uitkeringen en sociale voorzieningen. Waarom je dan nog uitsloven? Sociale bescherming zou een afhankelijkheidscultuur in het leven roepen, die ten koste zou gaan van de intrinsieke werkmotivatie.

Maar wat blijkt nu uit dit onderzoek? Het is juist andersom. De onderzoekers vergeleken 18 Europese landen met elkaar en vonden dat de intrinsieke werkmotivatie groter is in landen met meer sociale bescherming.

Ter illustratie: het land met de laagste gemiddelde intrinsieke werkmotivatie is Tsjechië. Slechts 22,6 procent van de beroepsbevolking zou er voor kiezen om betaald te blijven werken ook als dat financieel niet nodig was. En bovenaan staat Noorwegen, met 78,7 procent waarvoor dat geldt. Nederland staat op de tweede plaats met 76 procent. Bovenaan staan vooral de verzorgingsstaten. En onderaan landen als Tsjechië, Slovenië en Estland, landen met veel minder sociale bescherming. Een interessante uitzondering is Bulgarije, dat de laagste sociale bescherming heeft, gecombineerd met een hoge intrinsieke werkmotivatie.

Je zou kunnen denken dat in verzorgingsstaten de werkomstandigheden beter zijn, waardoor de baantevredenheid er hoger is. Dat klopt ook. Vergelijk weer Tsjechië, waar 39,7 procent zeer tevreden is met zijn baan, met Noorwegen, waar 70,5 procent zeer tevreden is. Maakt dat dan dat de intrinsieke werkmotivatie in verzorgingsstaten hoger is?

Nee, dat is ook weer niet zo. Want als je statistisch controleert voor de mate van baantevredenheid, dan blijft die intrinsieke werkmotivatie in verzorgingsstaten hoger. Wat dus betekent dat een werknemer met een bepaalde baantevredenheid een hogere intrinsieke werkmotivatie heeft als hij in Noorwegen woont dan wanneer hij in Tsjechië woont.

Dat is intrigerend. Het lijkt er op dat de verzorgingsstaat mensen er juist toe brengt om werk meer te waarderen los van de financiële opbrengst er van. En dat in landen waar die financiële opbrengst belangrijker is, de waarde van het werk zelf er op achteruitgaat.

Er is nog wel een complicatie. Want het kan zijn dat het oorzakelijke verband andersom ligt. Dus dat in landen met een hogere intrinsieke werkmotivatie gemakkelijker een verzorgingsstaat ontstaat. Maar de onderzoekers noemen aanwijzingen uit ander onderzoek dat sociale bescherming ook echt leidt tot een hogere intrinsieke werkmotivatie. Waarschijnlijk gaat het verband beide kanten op.

Dat zou wijzen op een positieve terugkoppeling en doet vermoeden dat verzorgingsstaten zich in de richting van steeds meer sociale bescherming zullen ontwikkelen.

zondag 8 februari 2015

Zondagochtendmuziek - Philharmonie Zuidnederland in Openluchttheater Valkenburg

Vorige week speelde de Philharmonie Zuidnederland in de Grote Zaal van Tivoli/Vredenburg onder leiding van Daniel Smith en met Ronald Brautigam als solist in werk van Hans Henkemans en het Pianoconcert nr. 26 van Mozart. Het hele concert, met ook nog een werk van Jan van Vlijmen en Mozarts Haffner Symfonie is hier nog te beluisteren.

De Philharmonie Zuidnederland is een recente samenvoeging van het Limburgs Symfonie Orkest en het Brabants Symfonie Orkest. Het is daardoor een groot orkest geworden. Maar ze speelden ook heel energiek, scherp en strak. Ik ben natuurlijk niet de grootste deskundige, maar ik vond het uitvoeringen van hoog niveau.

Hier spelen ze in het Openluchttheater Valkenburg.

donderdag 5 februari 2015

Waarom we meer moeten dagdromen - Maakt creatief en sociaal

Daniel Levittin, de auteur van het boek Een opgeruimde geest, geeft vandaag in De Volkskrant als belangrijkste advies dat we meer moeten dagdromen:
De natuurlijke toestand van de hersenen is dagdromen. En wij denken de hele dag dat we moeten strijden tegen dagdromen omdat het niet productief is. Terwijl het juist de stand van ons brein is waarin zelfkritiek en angst worden uitgeschakeld en waar creativiteit de ruimte krijgt.
En dat klopt. Als we ons veilig voelen en niet kritisch zijn op onszelf, wat er vaak op neerkomt dat we ons bezighouden met de mogelijke kritiek van anderen, dan is er ruimte om stil te staan bij de gedachten die spontaan bij ons opkomen. Door je open te stellen voor alles wat opborrelt, zie je soms ineens verbanden die tot dan verborgen bleven. Dagdromen verhoogt dus je creativiteit.

Dagdromen lukte mij in het verleden vaak heel goed bij het hardlopen. Ik liep hard ter ontspanning, niet om te presteren. En inderdaad, na zo'n half uur lopen dienden nieuwe ideeën zich zomaar moeiteloos aan. Jammer genoeg lukt dat hardlopen niet meer door een versleten knie.

Maar er is nog een ander gunstig effect van dagdromen. Dat heeft er mee te maken dat wij in een heel fundamenteel opzicht sociale dieren zijn. Zoals in het bericht Hoe fundamenteel sociaal zijn wij? uitgelegd, zijn onze hersenen er in een toestand van rust op voorbereid om de bedoelingen van anderen te begrijpen. Ons brein heeft een default-instelling waarin we naar binnen gericht zijn en dagdromen. En er is dan een netwerk actief dat maakt dat we sociaal zijn ingesteld. Het bereidt ons er op voor om op een goede manier met anderen om te gaan. Om ons in hen in te leven en hen te begrijpen.

Intrigerend. Als we naar binnen gericht zijn, dan zijn we op anderen gericht. Dat mag je wel fundamenteel sociaal noemen. En tegelijkertijd verhoogt dagdromen dus onze creativiteit.

Dagdromen moet. Hoe doen we dat? Volgens Levittin:
Door lichaamsbeweging (!) of door in de natuur te zijn. Lezen, muziek, kunst. Even je ogen sluiten of gewoon uit het raam staren - het zijn allemaal manieren om in de dagdroommodus te komen.
Wat houdt ons tegen? Volgens Levittin is dat de informatiestroom die elke dag over ons heen komt. En misschien ligt daar een paradox. We hebben veiligheid nodig om te kunnen dagdromen. Maar we denken dat het voor veiligheid nodig is om al die informatie in ons op te nemen en te verwerken. Want wie weet wat we niet allemaal aan informatie nodig hebben om het leven goed door te komen. Stel je voor dat je iets heel belangrijks mist. Vreselijk.

En zo komen we er dus niet toe om te dagdromen. En zijn we minder creatief en minder sociaal dan waartoe we in staat zijn.

woensdag 4 februari 2015

Over rotbanen, baanonzekerheid en psychische aandoeningen. En over symptoombestrijding

Medewerkers van het Trimbos-instituut hebben een studie gedaan naar het verband tussen werkomstandigheden en psychische aandoeningen. Het gaat om de studie The association between type and number of adverse working conditions and mental health during a time of economic crisis (2010–2012) (betaalpoort). Het Trimbos-instituut wijdt er vandaag een bericht aan. Het gaat om resultaten van een grootschalig epidemiologisch onderzoek, de Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2.

De onderzoekers keken naar vier kenmerken van de werkomstandigheden die zouden kunnen bijdragen aan de kans op psychische aandoeningen: een gebrek aan autonomie, psychische belasting, baanonzekerheid en gebrek aan sociale steun op het werk.

Werknemers met lage scores op tenminste drie van deze vier kenmerken werden gekarakteriseerd als degenen met een lage kwaliteit-baan. Zeg maar, met een rotbaan. Als je die mensen vergelijkt met degenen die op geen van de kenmerken laag scoorden, dan hebben ze een 3 tot 5 maal hogere kans op een psychische aandoening. Dat wil zeggen op oftewel een stemmingsstoornis (zoals depressie), een angststoornis of drugs- of alcoholafhankelijkheid.

Een rotbaan blijkt dus ook echt een rotbaan te zijn. Dat blijkt er ook uit dat het hebben van een rotbaan wat de kans op een psychische aandoening betreft vergelijkbaar blijkt te zijn met werkloos zijn of arbeidsongeschikt. Dat bevestigt maar weer dat het hebben van werk goed voor je is, maar dat dat niet zomaar geldt voor het werk zelf. Zie Verhoogt werk ons welzijn? Ja en nee.

Daarnaast valt in de resultaten vooral ook op dat van die vier baankenmerken de mate van baanonzekerheid het sterkste effect heeft op de kans op psychische aandoeningen. Werknemers met een hoge mate van baanonzekerheid hadden een 2 maal zo grote kans op elk van die drie psychische aandoeningen.

Je zou zeggen, dat pleit ervoor om terughoudend te zijn in het steeds maar flexibeler maken van de arbeidsmarkt. Mensen hebben nu eenmaal een sterke behoefte aan bestaanszekerheid en het zou goed zijn om daar in de inrichting van onze economie en arbeidsmarkt rekening mee te houden. En uiteraard pleit het er voor om een macro-economisch beleid te voeren dat gericht is op volledige werkgelegenheid.

Maar het valt op dat de onderzoekers geen aanbevelingen in die richting doen. Geheel en al in de lijn van de trend van symptoombestrijding, pleiten ze er voor dat werknemers moet worden geleerd om beter met baanonzekerheid om te gaan. Ik moest uiteraard meteen terugdenken aan het bericht Zoveel symptoombestrijding! Naar aanleiding van Rutger Bregman over de Week van de Werkstress. En verder commentaar hoeft dan eigenlijk niet meer.

Voor het overige liggen de resultaten in dezelfde lijn van de eerdere berichten Is flexibilisering van de arbeidsmarkt een goed idee? en Sociaal-economische statusverschillen en baanonzekerheid. En niet te vergeten Een baan met meer autonomie geeft minder kans op burn-out.

dinsdag 3 februari 2015

Hoe het lichtzinnige bezuinigingsbeleid het Griekse zelfmoordcijfer met tientallen procenten opdreef

De menselijke behoefte aan bestaanszekerheid is groter dan economische beleidsmakers lijken te onderkennen. Omdat we in een kapitalistische maatschappij doorgaans afhankelijk zijn van arbeid als inkomstenbron, is het van cruciaal belang om als overheid te streven naar volledige werkgelegenheid, naar sociale zekerheid, naar goede publieke voorzieningen en een gegarandeerde toegang daartoe. (Of En/of je moet zou de afhankelijkheid van arbeid kunnen terugdringen door een onvoorwaardelijk basisinkomen in te voeren.)

Hoe dan ook, wat overheden in geen geval zouden moeten is werkgelegenheid en het niveau van sociale en publieke voorzieningen als instrumenten gebruiken in het economische beleid. Precies dat hebben de bezuinigers in Europa de afgelopen jaren wel gedaan. Ze hadden andere doelen, zoals economische groei op lange termijn en evenwicht op de overheidsbegroting en kozen als middelen het laten oplopen van de werkloosheid, het bezuinigen op sociale en publieke voorzieningen en het "hervormen". Middelen dus die ten kosten gaan van de bestaanszekerheid van mensen.

Omdat het in de economie om mensen gaat en om de behoeften van mensen, horen zaken als werkgelegenheid en sociale en publieke voorzieningen doelen van dat beleid te zijn. Als ze dat niet zijn, dan zul je zien dat het beleid gevolgen heeft voor het welzijn en de gezondheid van mensen die daar door getroffen worden. En dat gaat om de hele bevolking, want ook als je je baan nog niet verloren hebt, moet je wel leven met de dreiging daarvan.

We weten al dat hoge werkloosheidscijfers rampzalige gevolgen hebben. Zie Zijn de Europese leiders zich bewust van de ellende van de massa werkloosheid? En zie Werkloosheid maakt werklozen én werkenden ongelukkiger.

En we weten dat mensen beter gedijen bij een gestage geringere economische groei dan bij een per saldo hogere groei, maar wel met ups en downs.

Maar nu wordt het ook steeds duidelijker hoe sterk de negatieve effecten zijn van de in Europa zo lichtzinnig ingeslagen weg van het bezuinigingsbeleid. In 2013 was er al het overzichtswerk The Body Economic. Why Austerity Kills. Zie Als bezuinigen in een depressie als een geneesmiddel getest was, dan zou er al lang mee gestopt zijn vanwege de dodelijke bij-effecten. Met een hoofdstuk over de ellende die in Griekenland werd aangericht. En er waren al eerder berichten over de opvallende toename van het Griekse zelfmoordcijfer.

Nu is er vandaag de studie The impact of economic austerity and prosperity events on suicide in Greece: a 30-year interrupted time-series analysis. De onderzoekers analyseerden voor een periode van 30 jaar hoe economische veranderingen en zelfmoordstatistieken van maand tot maand in Griekenland samenhingen.

Je ziet bij positieve gebeurtenissen een afname van de zelfmoordcijfers. Maar vanaf oktober 2008, toen de recessie begon, zie je het zelfmoordcijfer voor mannen met 13 procent stijgen, waarna het op datzelfde hogere niveau blijft. Daar kwam nog eens 18,5 procent bij vanaf juni 2011, toen de regering nieuwe bezuinigingsmaatregelen aankondigde. Vanaf diezelfde maand nam ook het totale zelfmoordcijfer toe met 35,7 procent. En vervolgens was er voor mannen een tijdelijke toename van 29,7 procent in april 2012, kort nadat een gepensioneerde man als ultieme protestdaad zelfmoord pleegde op het Syntagma-plein in Athene. Alle toenames zijn statistisch significant, wat er op wijst dat ze samenhingen met de gebeurtenissen die toen plaatsvonden.

Bedenk dat toenames van zelfmoord op zich natuurlijk tragisch zijn, maar daarnaast ook staan voor een algemenere verslechtering van de fysieke en mentale gezondheid van de bevolking. Zelfmoordcijfers vormen de topjes van de ijsbergen.

Wat er nog van te zeggen? Als je bedenkt hoe lichtzinnig en economisch slecht onderbouwd de Europese beleidsmakers er voor kozen om te gaan bezuinigen in een recessie en zulke bezuinigingen aan anderen op te leggen, dan, ja, dan mag je zacht gezegd wel verontwaardigd zijn.

maandag 2 februari 2015

Verdediger van de verzorgingsstaat - Klein eerbetoon aan Marcel van Dam

Vorige week schreef Marcel van Dam zijn laatste column voor de Volkskrant. Hij is, op 77-jarige leeftijd, bezig aan een nieuw en ambitieus boek en die wekelijkse column begon hem in de weg te zitten. Het lijkt me gepast om aan die laatste column en aan Marcel van Dam als columnist aandacht te besteden.

In die laatste column stond hij stil bij wat er de laatste tientallen jaren in Nederland is veranderd. Als meest omvattende, negatieve verandering noemt hij
de 'economisering' van de samenleving. Praktisch alle beleid staat in dienst van de economie zoals die wordt gedicteerd door een wereldwijd geliberaliseerde financiële markt. Geld flitst met de snelheid van het licht over de wereld, op zoek naar het hoogste rendement. Menselijke verhoudingen, gevraagde prestaties, de verhouding individu en samenleving, het onderwijs, de arbeidsmarkt, de verzorgingsstaat, alles is of wordt dienstbaar gemaakt aan economische wedijver en groei.
En dat lijkt mij een uitstekende kenschets van wat er aan de hand is. Er is inderdaad, niet onder het gewone volk, maar onder de min of meer intellectuele goegemeente, een opinion chic gegroeid dat de verzorgingsstaat een naïef en achterhaald ideaal is en dat in plaats daarvan de wedijver van het marktmechanisme in zoveel mogelijk zaken richtinggevend moet zijn. Mensen zijn alleen door prikkels als status en geld te bewegen om zich in te spannen en de markt zorgt er voor dat dan verder alles op zijn pootjes terecht komt.

Wat dat voor de politiek is gaan betekenen?
De politiek is verworden tot een proces van aanpassing aan veranderingen die worden geïnitieerd en gestuurd door anonieme machten waarop de bevolking geen greep heeft. Privatisering, verzelfstandiging en commercialisering, zoals in de media, de zorg, het vervoer, de post, de levering van water en energie sturen omvang en kwaliteit van productie en consumptie. Individuele belangen en hebzucht overwoekeren gemeenschappelijke belangen en solidariteit.
Het beeld is gaan overheersen dat er een bron van apolitieke deskundigheid bestaat, die van, laten we zeggen, het neoliberale gedachtegoed, waar de politiek zich aan moet aanpassen, desnoods tegen de wil van de kiezers in. Daardoor loopt de democratie gevaar.
Vanwege het onvermogen van de bevolking invloed uit te oefenen op het beleid is er sprake van grote gelatenheid. Verzet is ver te zoeken, vooral omdat er nauwelijks nog organisaties zijn die er leiding aan willen geven. In tegendeel: de sociaal-democratie en de vakbeweging, eerder felle tegenstanders van bijna alle afbraak die nu plaatsvindt, kozen in plaats van verzet voor de macht.
Genoeg geciteerd om duidelijk te maken dat Marcel van Dam zich in al die jaren heeft ingespannen om, tegen de goegemeente in, de verzorgingsstaat te verdedigen. Als de institutionele vormgeving van de solidariteit waartoe mensen in staat zijn, ook als het niet hun eigen naasten betreft.

Wat ik me vooral herinner zijn zijn herhaalde pogingen om te weerleggen dat de verzorgingsstaat onbetaalbaar zou zijn of zal worden. Ik wilde er nog even zijn boek Niemands land uit 2009 op naslaan, maar kon dat niet meer in mijn boekenkast terugvinden. Moet ooit eens niet tegen mijn periodiek opvlammende opruimwoede bestand zijn geweest. (Sorry, Marcel.) Hoe dan ook, Marcel voldeed over het algemeen aan mijn criterium voor wat een columnist te bieden moet hebben. Hij moet zich ergens in hebben verdiept en daar verslag van doen. Want we hebben een tegenwicht nodig tegen te veel oppervlakkigheid en anderen naar de mond praten.

Vindt de verdediging van de verzorgingsstaat ondersteuning in het sociaalwetenschappelijk onderzoek? Ja, dat kun je wel zeggen. Ik loop een aantal berichten van dit blog door.
Kortom, genoeg redenen voor een klein eerbetoon aan Marcel van Dam.

zondag 1 februari 2015

Zondagochtendmuziek - Alessandro Rolla Little Duo for Violin and Viola Maxim Novikov Karen Shahgalduan

Wat is er nog meer aan muziek te vinden voor de combinatie van viool en altviool? Zie eerder Zondagochtendmuziek - Passacaglia for Violin and Viola (Halvorsen, Johan).

Het was toeval dat ik de CD met zulke duetten van Alessandro Rolla (1757-1841) in handen kreeg, uitgevoerd door Isabelle Faust en Thomas Riehl (Pan Classics). Rolla moet een groot violist en altviolist zijn geweest en was dirigent van het orkest van de Scala in Milaan. Zonder een groot vernieuwer te zijn, schreef hij wel muziek van hoog niveau, die zonder meer onderhoudend is. En die combinatie van viool en altviool blijf ik interessant en welluidend vinden.

Op YouTube vind je deze uitvoering van een van die duetten door Maxim Novikov (altviool) en Karen Shahgaldyan (viool). Opgenomen tijdens een concert in Vologda. Vologda ligt in het noorden van Europees Rusland en lijkt, als je dit leest, historisch en cultureel een interessante stad. En ik ontdek dat het een zusterstad is van Zwolle.