zaterdag 14 november 2015

vrijdag 13 november 2015

Etnische diversiteit niet slecht voor vertrouwen - Waar het wel om gaat? Om vertrouwdheid!

De Volkskrant maakt er vanochtend melding van dat een her-analyse van data van Robert Putnam uitwijst dar het niet klopt dat mensen in meer etnisch gemengde wijken elkaar minder vertrouwen.

Als je de analyse overdoet en beter rekening houdt met andere, bekende oorzaken van vertrouwen, dan blijkt dat het niet om die diversiteit op zich gaat, maar om onderliggende factoren, zoals armoede en residentiële stabiliteit. Het artikel, Putting Diversity in its Place. The Continuing Significance of Race for Self-Reported Trust, verschijnt in de november aflevering van de American Journal of Sociology, maar nu is alleen nog de Abstract beschikbaar. Putnam moet er niet goed rekening mee hebben gehouden dat etnisch gemengde wijken vaak ook armer zijn en een groter verloop kennen.

Goed dat die her-analyse is uitgevoerd. Het resultaat lijkt te bevestigen dat het bij de vraag of mensen elkaar vertrouwen vooral gaat om hoe vertrouwd ze met elkaar zijn. Dus om hoe lang ze elkaar al kennen en hoe lang ze al contact hebben. Denk aan het bericht Draait alles om vertrouwdheid? en aan dit bericht over de bekende contacthypothese.

Want als een buurt meer een duiventil is, dan hebben de bewoners niet de tijd om elkaar te leren kennen. En dat is slecht voor het sociale leven in de buurt. Evenzo weten we dat als je individuen vergelijkt, het vaak verhuisd zijn negatieve gevolgen heeft.

Maar hoe zit het dan met armoede? Past dat ook in deze redenering? Ja, dat zou best eens kunnen. Want armoede gaat sterk gepaard met een laag opleidingsniveau en het blijkt steeds dat mensen met een lagere opleiding minder sociaal vertrouwen hebben. Zie Sociaal en institutioneel vertrouwen in Nederland (pdf).

Dat laatste ligt misschien aan persoonseigenschappen die bevorderlijk zijn voor het bereiken van een hoge opleiding én voor het gemakkelijk vertrouwen van andere mensen. (Update. Denk aan openness to experience, een van de vijf persoonlijkheidseigenschappen.) Maar het kan ook zijn dat je door een langere onderwijsloopbaan meer ervaring hebt opgedaan in het omgaan met onbekenden en in het contact maken met anderen. Waardoor je gemakkelijker anderen vertrouwt. Update. Ter verduidelijking: verschillen in opleiding zouden dan dus samenhangen met verschillen in de mate waarin je vertrouwdheid met anderen tot stand kunt brengen.

Maar de boodschap lijkt me vandaag dus vooral dat alles draait om vertrouwdheid.

dinsdag 10 november 2015

Helmut Schmidt overleden

Helmut Schmidt is overleden. Hij was bondskanselier van 1974 tot 1982. In de eerste berichten gaat het er nog vooral over dat hem als enige en laatste nog toegestaan werd om in televisie talkshows te roken. Er zullen hopelijk nog serieuzere In memoriams verschijnen.

Ik moet vooral terugdenken aan die indrukwekkende toespraak die hij eind 2011 hield op de SPD-partijdag. Waarin hij er bij de Europese politiek leiders op aandrong om zich er beter rekenschap van te geven dat Europa het kleinste werelddeel is, maar wel met de meeste nationaliteiten. En dat dat vraagt om een verstandiger en voorzichtiger politiek dan er nu gevoerd wordt.

Er zijn nog veel te weinig aanwijzingen dat ze naar hem hebben geluisterd.

Gebruik sociaalwetenschappelijke inzichten om overheidsbeleid te verbeteren

President Obama heeft de diensten van de federale overheid opgedragen om in hun programma's standaard na te gaan of en hoe de uitvoering door toepassing van sociaalwetenschappelijke inzichten kan worden verbeterd. Hij deed dat naar aanleiding van het eerste jaarverslag van het Social and Behavioral Sciences Team dat hij vorig jaar aan het werk had gezet. Zie hier David Nussbaum daarover: How the science of human behavior is beginning to reshape the US government.

Het is een belangrijke ontwikkeling. We plukken er nu de wrange vruchten van dat het overheidsbeleid in het verleden veel te sterk uitsluitend door het vak economie is beïnvloed. Wat niet onaanzienlijk heeft bijgedragen aan het ontstaan van de economische crisis van 2008. (Iets anders is dat politici zich in hun reactie op die crisis wel wat meer hadden kunnen aantrekken van de bekende macro-economische inzichten.)

Een zelfde ontwikkeling als in de Verenigde Staten is waar te nemen in Engeland. waar de regering-Cameron het Behavioral Insights Team heeft ingesteld.

In Nederland kennen we natuurlijk de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Maar daarin lijkt de inbreng van de toegepaste sociale wetenschappen slechts beperkt. Van de acht leden van de Raad is er slechts een, Godfried Engbersen, die daaruit afkomstig is.

Het zou goed zijn als Nederland het voorbeeld van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zou volgen. Zie het bericht Vuurwerkverbod wenselijk? Daar valt veel voor te zeggen voor een voorbeeld van toepassing van sociaalwetenschappelijke inzichten op een beleidsprobleem. Update. En niet te vergeten, zie natuurlijk ook Boete voor no-show in ziekenhuizen? en Over waarom je goede burgers niet kunt vervangen door goede prikkels.

maandag 9 november 2015

De dimensies van statuscompetitiegedrag - en de samenhang met depressie, angststoornis en manische symptomen

Het menselijke sociale gedrag kent twee patronen, dat van de statuscompetitie en dat van het gemeenschapsgedrag. In het verre verleden, in de Paleo Sociale Omgeving, waren mensen doordat ze in kleine groepen leefden in staat om het statuscompetitiegedrag sociaal te onderdrukken. Het was nodig om samen te werken en om voedsel te delen en dan kon je egoïsme, profiteursgedrag en meer willen dan een ander niet gebruiken.

Maar in onze huidige maatschappij is statuscompetitie veel moeilijker te onderdrukken en komt het dus ook veel meer voor. Ieder van ons moet leren daar mee om te gaan of heeft dat min of meer geleerd. Over wat dat bijvoorbeeld voor adolescenten betekent, zie de berichten De sociale uitdaging van de adolescentie: gemeenschap en/of statuscompetitie en Vriendschap? Of status? Waar het sociale leven van de adolescent om draait.

Allerlei nadelige effecten van statuscompetitiegedrag zijn bekend. Een cultuur van statuscompetitie leidt tot meer geweld, depressie en suïcide. Statuscompetitiegedrag verhoogt het stressniveau (allostatische overbelasting), maakt minder pro-sociaal, verhoogt de kans op pesten, evenals de kans op fraude en bedrog en de kans op futloosheid, vermoeidheid en hoofdpijn.

Er is nu nieuw onderzoek, The dominance behavioural system: A multidimensional transdiagnostic approachdat statuscompetitiegedrag weet te onderscheiden in verschillende dimensies en laat zien hoe die samenhangen met psychopathologie, in het bijzonder met depressie, angststoornis en manische symptomen. De resultaten van het onderzoek, onder studenten van een Amerikaanse universiteit, vatten de onderzoekers samen in onderstaande figuur.



Die zes dimensies van statuscompetitiegedrag vind je in de linkerkolom. Ik geef van elk een korte aanduiding.

Studenten die hoog scoorden op authentic pride wilden (o.a.) presteren, streefden succes na en hadden een hoge zelfwaardering.

Zij die hoog scoorden op hubris (hoogmoed) waren egoïstisch, arrogant, zelfgenoegzaam en ijdel.

Een hoge mate van discomfort in leadership betekende dat je geen leiderschapspositie nastreeft en vermijdt om macht uit te oefenen. Een hoge score op deze dimensie betekent een lage geneigdheid tot statuscompetitiegedrag.

Hoog scoren op cooperation houdt in dat je bereid bent naar anderen te luisteren, dat je bereid bent tot compromissen en dat je graag samenwerkt. Ook hier betekent een hoge score een lage geneigdheid tot statuscompetitie.

Hoog scoren op influence betekent dat je je in staat acht om anderen ergens van te overtuigen, dat je je zin kunt doorzetten en dat er naar jou wordt geluisterd.

En tenslotte betekent ruthless ambition dat je alles doet om hogerop te komen en dat hogerop komen voor jou belangrijker is dan loyaal zijn aan anderen.

In de figuur zie door middel van de getekende pijlen welke dimensies samenhangen met manische symptomen, depressie en angststoornis.

Wat meteen opvalt is dat hoogmoed sterk samenhangt met elk van de drie psychische problemen. Als statuscompetitie aanzet tot hoogmoedigheid, wat zo is, dan is dat een weg waarlangs de statuscompetitie in onze maatschappij bijdraagt tot psychopathie.

Daartegenover staat dat een authentiek gevoel van trots, willen presteren en geloof in jezelf hebben, juist de kans op zowel manische symptomen, depressie en angst verminderen.

Ook voor overtuigingskracht (influence) geldt dat het de kans op depressie en angststoornis vermindert. Bedenk daarbij dat een geringe overtuigingskracht staat voor het hebben van een lage status en voor de neiging tot onderwerping en onderdanigheid. En die laatste neiging ('ik heb toch niets in te brengen", "naar mij wordt toch niet geluisterd") blijkt dus de kans op depressie en angststoornis te verhogen.

Tenslotte zie je het verband van de meedogenloze ambitie met de kans op manische symptomen.

Het ontbreken van pijlen bij het wel of niet nastreven van leiderschap en het wel of niet bereid zijn tot samenwerken wijst er op dat hier geen samenhang met psychopathie werd gevonden.

Samengevat zijn het dus vooral de hoogmoed, de meedogenloze ambitie en de onderworpenheid/onderdanigheid die maken dat statuscompetitiegedrag een bijdrage levert aan psychopathie. De andere drie dimensies zijn wat dit aangaat onschuldiger.

Er zijn wel wat beperkingen aan dit onderzoek. Zo ontbreken andere vormen van psychopathie, zoals narcisme en de anti-sociale persoonlijkheidsstoornis. En er is natuurlijk het bezwaar van de specifieke onderzoeksgroep: studenten. Je zou je bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat een geringe bereidheid tot samenwerking je nog niet opbreekt zolang je als student door het leven gaat. Maar dat dat anders wordt als je later in een arbeidssituatie terecht komt.

zondag 8 november 2015

Zondagochtendmuziek - Sherry Dyanne - What Difference a Day Makes (Live in Van Holland)

Sherry Dyanne was me toch wat ontgaan. Maar vrijdagavond trad ze op in Cloud9 in Tivoli Vredenburg. Met Michiel Borstlap aan de piano.

Geheel gewijd aan Billy Holiday. Die hier begeleid wordt door haar muzikale vriend Lester Young en andere grootheden uit de geschiedenis van de jazz.

Maar Sherry Dyanne, wat een ontdekking!

vrijdag 6 november 2015

Hysterese: de schade van het bezuinigingsbeleid is niet alleen nog groter dan eerst gedacht, maar ook blijvend

In vervolg op mijn bericht van gisteren (Over het naderende einde van de eurozone), is vandaag de column van Paul Krugman (Austerity's Grim Legacy) een goede aanleiding om verder stil te staan bij de grote schade die door het bezuinigingsbeleid is aangericht. Wereldwijd, maar vooral ook in de eurozone en in Nederland.

Krugman wijst er op dat de economische schade van het bezuinigingsbeleid nu nog groter blijkt te zijn dan hij en andere critici hadden verwacht. Maar bovendien stapelen de aanwijzingen zich op dat die schade nog wel eens lang zou kunnen voortduren. Dat de economie in een toestand van hysterese, van stabiele lagere groei, terecht kan komen, was al eerder bekend. Maar op dit moment, ik citeer Krugman,
the evidence practically screams hysteresis. Even countries that seem to have largely recovered from the crisis, like the United States, are far poorer than precrisis projections suggested they would be at this point. And a new paper by Mr. Summers and Antonio Fatás, in addition to supporting other economists’ conclusion that the crisis seems to have done enormous long-run damage, shows that the downgrading of nations’ long-run prospects is strongly correlated with the amount of austerity they imposed.
What this suggests is that the turn to austerity had truly catastrophic effects, going far beyond the jobs and income lost in the first few years. In fact, the long-run damage suggested by the Fatás-Summers estimates is easily big enough to make austerity a self-defeating policy even in purely fiscal terms: Governments that slashed spending in the face of depression hurt their economies, and hence their future tax receipts, so much that even their debt will end up higher than it would have been without the cuts.
Zie speciaal voor Nederland ook mijn eerdere bericht Waar het over zou behoren te gaan: de economische schade van het bezuinigingsbeleid, waarin ik Bas Jacobs aanhaalde:
We zijn door de Grote Recessie meer dan 10 procent van het inkomen kwijtgeraakt, structureel. Vele bedrijven zijn failliet gegaan. En de langdurige werkloosheid is sterk opgelopen. Dit grote verlies is mede veroorzaakt door falend macro-economisch beleid. Teveel korte-termijntekortreductie en te weinig herstel van balansen in de private sector. Na vele jaren saneren komt Rutte II in 2016 eindelijk met een lastenverlichting. Het is nog steeds nodig, maar het is zwabberbeleid en het komt 6 jaar te laat.
Diezelfde Bas Jacobs heeft nu ook samen met twee CPB-medewerkers het CPB Achtergronddocument Macro-economie bij balansproblemen en in de liquiditeitsval uitgebracht. Daarin wordt uitvoerig en zorgvuldig uit de doeken gedaan waarom het zo'n slecht idee was van de opeenvolgende regeringen-Rutte om in de recessie te gaan bezuinigen. Hier is een samenvatting van de resultaten van de analyse:
wanneer balansproblemen ernstig zijn of de economie in de liquiditeitsval is beland, zal de economie zich niet uit zichzelf herstellen. De reden is dat de centrale bank niet meer met normaal monetair beleid de neerwaartse druk op de inflatie kan wegnemen. Zolang de nulondergrens op de nominale rente bindend is, stijgen de reële rentes, waardoor de consumptieve bestedingen en de investeringen afnemen. Door dalende inflatie worden ook balansproblemen groter, waardoor consumptieve bestedingen nog verder achterblijven. De output gap wordt bijgevolg groter en de neerwaartse druk op de prijzen wordt sterker. De economie kan dan op een pad van eindeloze stagnatie terecht komen zonder groei, deflatie en schuld-deflatiedynamiek. Monetair en budgettair beleid kunnen dit proces keren, maar alleen als deze voldoende krachtig worden ingezet en de outputgap geheel wordt gesloten zodat de deflatietendenzen worden omgebogen en inflatie ontstaat. Onvoldoende krachtige beleidsimpulsen, die de outputgap niet sluiten, zorgen voor een tijdelijke conjuncturele opleving waarna de economie weer wegglijdt in een stagnatiescenario. Structurele hervormingen en grotere loon- en prijsflexibiliteit hebben niet noodzakelijk gunstige kortetermijneffecten. Ze versterken namelijke de neerwaartse druk op de prijzen en verhogen op korte-termijn reële rentes en schuld-deflatiedynamiek, waardoor de neerwaartse (schuld-) deflatiespiraal aanhoudt.
Is het dan zo dat het bezuinigingsbeleid ook in Nederland self defeating is geweest? In de zin dat de overheidsschuld er door is gestegen in plaats van afgenomen? Ja, dat klopt. De overheidsschuld is sinds 2010, toen de bezuinigingen begonnen, als percentage van het BBP van jaar tot jaar toegenomen, van 59 procent in 2010 tot 68,8 procent in 2014. Zie Rijksjaarverslag 2014 in beeld.

Je kunt wel minder gaan uitgeven als je een tekort hebt, maar als je een overheid bent, dan heeft dat negatieve gevolgen op je economie. Waardoor er vervolgens minder geld binnenkomt. En je schuld toeneemt.

donderdag 5 november 2015

Over het naderende einde van de eurozone - en over de fantasiewereld waarin de euro werd uitgedacht (met 3 grafieken)

Begin van dit jaar, in het bericht Welke aanwijzingen zijn er om in Europa te mogen hopen op een terugkeer van het economisch verstand?, hoopte ik er nog op dat de Europese economische beleidsmakers van hun fouten zouden leren en andere wegen zouden inslaan. Ik noemde een aantal ontwikkelingen die dat optimisme leken te rechtvaardigen. Waar hoopte ik op?

Ik hoopte op het Europese parlement, dat uiterst kritisch was op de door de Trojka aan eurozonelanden opgelegde bezuinigingsbeleid. Maar ondertussen is gebleken dat het Europese parlement niets in te brengen heeft. De Eurogroep, bestaande uit de ministers van financiën van de eurozonelanden, kon gewoon doorgaan met het onderwerpen van Griekenland aan de trojka-dictaten, zonder dat daar enige kritische reactie van het parlement op is gevolgd.

Ik hoopte op de opstand van Frankrijk en Italië. En inderdaad, er zijn wat schermutselingen en beide landen lijken stilletjes, vooral stilletjes, de ruimte te krijgen om de eisen van het begrotingspact minder serieus te nemen. Maar dat is natuurlijk nog lang niet wat ze zouden moeten doen: een eigen, op hun economie toegesneden macro-economisch beleid voeren. (Zolang dat er niet is op het niveau van de eurozone.) Zie vandaag een sceptische Bill Mitchell daarover: Italian government is walking into the trap it set itself.

Ik hoopte op het initiatief van de Europese Commissie om op Europees niveau investeringen aan te wakkeren. Maar eigenlijk was het toen al duidelijk dat dat niet omvangrijk genoeg zou zijn en die indruk is bevestigd. Het blijft bij een mislukte poging om de oorspronkelijke opzet van de eurozone, met de ECB als enige institutie op het niveau van de muntunie, te doorbreken.

Ik hoopte op de gunstige effecten van de omslag in het optreden van de ECB, het min of meer aannemen van de rol van lener in laatste instantie en het agressievere streven naar een hogere inflatie. Maar die effecten hebben er feitelijk alleen uit bestaan dat de euro tot nu toe is gered. Zonder een overheidsinstantie die een macro-economisch beleid voert, is een centrale bank overvraagd. Nu is het ergste voorkomen, maar niets is verbeterd.

En ik hoopte op de opstand van de kiezers. Die was er weliswaar in Griekenland, maar die werd door de eurogroep de kop ingedrukt. Nu hebben de kiezers in Portugal van zich laten horen. Het ziet er naar uit dat ook dat geluid onschadelijk wordt gemaakt. Maar goed, je kunt enige hoop houden dat het idiote bezuinigingsbeleid uiteindelijk electoraal sneuvelt. Denk aan de ontwikkelingen in Engeland, waar Jeremy Corbyn bezig is om de Labourparty op het sociaal-democratische pad terug te krijgen. En denk aan Canada, waar Justin Trudeau met een anti-austerity koers de verkiezingen heeft gewonnen.

Enige hoop dus, maar de kansen lijken groter dat de eurozone al uiteen is gevallen voor de kiezers hebben ingegrepen. Geluiden dat de euro nooit had moeten worden ingevoerd en gedoemd is te mislukken, hoor je steeds vaker.

Wat de euro tot nu toe heeft "opgeleverd", dat kwam goed naar voren uit de presentatie van Peter Praet, lid van de directie van de ECB, op 1 oktober in Frankfurt. Die bestond uit een reeks van ontluisterende grafieken, waaruit je niet anders kunt concluderen dan dat de euro een faliekante mislukking is.

Neem de eerste grafiek, die laat zien hoe de verwachte economische groei door de jaren heen naar beneden werd bijgesteld.

Of neem de tweede grafiek, die laat zien hoe negatief de productiviteitsgroei afsteekt bij die in de Verenigde Staten. Dat was ook al zo voor de invoering van de euro, maar het verschil werd daarna alleen maar groter. Het wijst op een schrikbarend tekort aan investeringen in productiemiddelen, nota bene in een tijd dat geld vrijwel gratis beschikbaar is en de ondernemingen er in zwemmen.



En zie in de derde grafiek de sterke stijging van de werkloosheid en de toename van de ontmoedigden sinds de crisis van 2008. En denk ook even aan de bizar hoge werkloosheidscijfers in de perifere landen, waar de jeugdwerkloosheid tot tegen de 50 procent oploopt.

En het meest ijzingwekkend is wel de laatste grafiek van de presentatie (hier niet te zien), waaruit blijkt dat 61 procent van de inwoners van de eurozonelanden denkt dat de kinderen van nu het later moeilijker zullen hebben dan zijzelf. Daar staat slechts 19 procent tegenover die denkt dat kinderen van nu het later beter zullen hebben. Beter is een fiasco niet in een cijfer uit te drukken. Hoop op een betere toekomst? Vergeet het maar.

Dit slagveld overziende, vraag je je af op grond waarvan ooit aan de euro is begonnen. Hadden degenen die er aan de wieg van hebben gestaan dit niet kunnen zien aankomen?

Ja, dat hadden ze. Want er is voor gewaarschuwd. Het ging al een poos rond op internet, maar ik stuitte er pas op toen ik The Euro is a failure van Edward Harrison las. Harrison verwijst daar naar het uit 1992 daterende (!) artikel Maastricht and all that van de in 2010 overleden Britse econoom Wynne Godley. Godley kritiseert daarin het Verdrag van Maastricht, waarin tot de euro werd besloten en dat eerder dat jaar werd gesloten.

Wat was toen zijn kritiek? Laat ik de twee centrale alinea's citeren:
The central idea of the Maastricht Treaty is that the EC countries should move towards an economic and monetary union, with a single currency managed by an independent central bank. But how is the rest of economic policy to be run? As the treaty proposes no new institutions other than a European bank, its sponsors must suppose that nothing more is needed. But this could only be correct if modern economies were self-adjusting systems that didn’t need any management at all.
I am driven to the conclusion that such a view – that economies are self-righting organisms which never under any circumstances need management at all – did indeed determine the way in which the Maastricht Treaty was framed. It is a crude and extreme version of the view which for some time now has constituted Europe’s conventional wisdom (though not that of the US or Japan) that governments are unable, and therefore should not try, to achieve any of the traditional goals of economic policy, such as growth and full employment. All that can legitimately be done, according to this view, is to control the money supply and balance the budget. It took a group largely composed of bankers (the Delors Committee) to reach the conclusion that an independent central bank was the only supra-national institution necessary to run an integrated, supra-national Europe.
Het was de neoliberale fantasiewereld waaruit de euro is ontsproten. En die heeft ons een sekte van gelovigen opgeleverd, die nu in Europa nog steeds de lakens uitdeelt. Het vermogen van nationale overheden om een macro-economisch beleid te voeren en het hebben van een eigen centrale bank konden gerust worden afgestaan. Want als er maar een centrale bank is die de prijsstabiliteit in de gaten houdt, dan hoeven de overheden er alleen nog maar voor te zorgen dat hun tekort nooit hoger is dan 3 procent en hun schuld niet uitgaat boven de 60 procent van het BBP.

Dan zou de markt er verder wel voor zorgen dat alles goed komt. Inclusief de concurrentie tussen landen, die er automatisch voor zorgt dat er flink "structureel wordt hervormd". Lagere lonen, deregulering, versobering van de verzorgingsstaat en al die andere heilzame ontwikkelingen zouden als vanzelf optreden.

Dat er een overheid moet zijn die naast dat werk van een centrale bank ook nog eens een omvangrijke taak heeft om de economie op het goede pad te houden, nee, dat is in die fantasiewereld ondenkbaar.

Godley nog eens:
Let me express a different view. I think that the central government of any sovereign state ought to be striving all the time to determine the optimum overall level of public provision, the correct overall burden of taxation, the correct allocation of total expenditures between competing requirements and the just distribution of the tax burden. It must also determine the extent to which any gap between expenditure and taxation is financed by making a draft on the central bank and how much it is financed by borrowing and on what terms. The way in which governments decide all these (and some other) issues, and the quality of leadership which they can deploy, will, in interaction with the decisions of individuals, corporations and foreigners, determine such things as interest rates, the exchange rate, the inflation rate, the growth rate and the unemployment rate. It will also profoundly influence the distribution of income and wealth not only between individuals but between whole regions, assisting, one hopes, those adversely affected by structural change.
En lees dat stuk nog even verder om te zien hoe secuur hij beschrijft wat er in tijden van depressie in de eurozone zou gebeuren.

Zelden heeft iemand zo gelijk gekregen.

Wat er nu met de eurozone gaat gebeuren?

Oftewel hij stort in elkaar, in een klap of land voor land. Zie Bill Mitchell daarover: The Eurozone – being ‘trapped in a dysfunctional monetary system’.

Oftewel we gaan naar een democratische(!) Europese overheid, met een eigen belastingheffing en een eigen budgettair en macro-economisch beleid. Een muntunie dus die aan alle eisen voldoet die daarvoor staan. Zie A fully-fledged Economic and Monetary Union: the only way forward van de Europese Beweging.

Het tweede zou beter zijn. Maar ik denk dat die sekte die nu aan de macht is niet anders kan dan het eerste te laten gebeuren.

maandag 2 november 2015

Pro-sociaal gedrag en vertrouwen in anderen gaan samen op - en over waarom dat geen verrassing zou moeten zijn

Onderzoek geeft opnieuw een aanwijzing dat pro-sociaal gedrag en vertrouwen in anderen samen op gaan.

Jouw neiging tot pro-sociaal gedrag, dus tot het helpen en ondersteunen van anderen, wordt sterk beïnvloed door hoeveel van datzelfde gedrag je in jouw sociale omgeving meemaakt. Denk aan de Dual Mode-theorie. En hoe meer jij omgeven wordt door anderen die zich pro-sociaal gedragen, hoe meer jij geneigd zult zijn om andere mensen te vertrouwen. Het is eigenlijk zo eenvoudig als het maar zijn kan. Lees ook nog eens het verreweg meest gelezen bericht van dit blog Wat is eigenlijk pro-sociaal gedrag?

Het nieuwe onderzoek Two-Component Model of General Trust: Predicting Behavioral Trust from Attitudinal Trust (betaalpoort) van Toshio Yamagishi e.a. laat nu overtuigend zien dat de neiging tot het hebben van vertrouwen in andere mensen, interpersoneel vertrouwen, op verschillende manieren gemeten, sterk samenhangt met de neiging tot pro-sociaal gedrag. Bovendien hangt pro-sociaal gedrag sterk samen met het honoreren van het in jou gestelde vertrouwen door anderen.

Het zou geen verrassing moeten zijn. Dat het dat voor veel onderzoekers wel schijnt te zijn, komt waarschijnlijk doordat onderzoek er vaak uit bestaat dat steekproeven van personen worden ondervraagd.

Daardoor ben je automatisch gericht op het theoretiseren over en zoeken naar verbanden tussen kenmerken van personen. En krijg je er minder gemakkelijk zicht op dat personen die zich pro-socialer gedragen, de neiging hebben om elkaar "op te zoeken", om te clusteren. Waardoor ze vervolgens weer door hun omgeving meer beïnvloed worden om zich pro-sociaal te gedragen.

En waardoor ze natuurlijk ook gemakkelijker leren dat anderen zijn te vertrouwen.

Dat hele selectie- en beïnvloedingsproces, daar krijgen onderzoekers die alleen met vragenlijsten werken niet zo gemakkelijk zicht op.

Zie in dit verband ook (nog eens) de berichten Te geven is zaliger dan te ontvangen - Maar de gelegenheid maakt de gever en Door lidmaatschappen en vrijwilligerswerk niet meer sociaal vertrouwen - wel door persoonlijke contacten.