We wisten al dat gevoelens van bestaansonzekerheid er toe leiden dat mensen negatiever staan tegenover immigranten. Vrees voor maatschappelijke daling zou kunnen verklaren dat niet alleen de meer gedepriveerden, maar ook de meer bevoorrechten meer dan gemiddeld een anti-immigrantensentiment hebben. Zie Anti-immigranten sentiment beïnvloed door inkomenspositie en bestaansonzekerheid.
Nieuw onderzoek voegt daaraan toe dat ook gevoelens van wrok (bitterheid) een rol spelen. De studie Bitterness in Life and Attitudes Towards Immigration laat met Duitse representatieve paneldata zien dat mensen die vinden dat ze vergeleken met anderen in het leven niet hebben bereikt wat ze verdienen, zich meer zorgen maken over immigratie.
Het verband is sterk. Bovendien blijkt dat op een toename van wrok een toename van zorgen volgt. Een aanwijzing dus voor een oorzakelijk verband.
De onderzoekers denken dat mensen met wrokgevoelens teleurgesteld zijn in het leven en daardoor geneigd zijn om succes ook aan anderen, dus ook aan immigranten, te ontzeggen.
Een andere interpretatie zou zijn dat het succes van anderen hen extra confronteert met het eigen falen.
Hoe dan ook, willen we een ontspannen en gastvrije maatschappij tot stand brengen, dan weten we wat ons te doen staat. Voorkom dat mensen onnodig bestaansonzekerheid ervaren. En bestrijd de maatschappelijke ongelijkheid die veel mensen in wrok en bitterheid achterlaat.
Over een nieuw sociaalwetenschappelijk zicht op mens en maatschappij. En over de lange weg daarnaartoe.
maandag 30 november 2015
zondag 29 november 2015
Zondagochtendmuziek - Marcus Miller - North Sea Jazz Festival 2015
Mutli-instrumentalist, maar vooral basgitarist, Marcus Miller heeft al een lange en indrukwekkende carrière achter de rug. Hij heeft nu jonge musici om zich heen verzameld en reist de wereld rond.
Deze week was hij in Ronda in TivoliVredenburgh in Utrecht. En ik was er bij, samen met vriend en muziekkenner Jan Scheffers. Een geweldige avond. Ook met nummers van de nieuwe CD Afrodeezia, geïnspireerd door Millers speurtocht naar zijn wortels in Westelijk Afrika.
Eerder dit jaar traden ze op tijdens het North Sea Jazz Festival.
Deze week was hij in Ronda in TivoliVredenburgh in Utrecht. En ik was er bij, samen met vriend en muziekkenner Jan Scheffers. Een geweldige avond. Ook met nummers van de nieuwe CD Afrodeezia, geïnspireerd door Millers speurtocht naar zijn wortels in Westelijk Afrika.
Eerder dit jaar traden ze op tijdens het North Sea Jazz Festival.
donderdag 26 november 2015
Voorpaginanieuws: schade bezuinigingsbeleid 20-30 miljard euro per jaar, 200.000 tot 300.000 banen
Dat wordt voorpaginanieuws: Bas Jacobs rekent vandaag in Economisch-Statistische Berichten voor hoe groot de economische schade is van het onzinnige bezuinigingsbeleid dat sinds 2011 is gevoerd. Zie Overheid heeft met falend begrotingsbeleid een derde van de Grote Recessie veroorzaakt. Ik neem aan dat ik de laatste twee alinea's wel even mag citeren:
Dat wordt natuurlijk voorpaginanieuws. Het NOS-journaal zal er mee openen.
O wacht, nee, er volgt natuurlijk weer het grote zwijgen. De economieredacties hebben de afgelopen jaren zo dicht tegen het beleid aan geschurkt, dat ze nu maar liever niet onder ogen zien hoe slecht ze zich zelf hebben geïnformeerd. En hoe slecht ze hun lezers en kijkers hebben geïnformeerd.
Update. Zie nu ook Bas Jacobs: De vraag moet zo krachtig worden gestimuleerd dat overbesteding en inflatie ontstaat.
Op basis van de beste huidige inzichten kan daarom een pijnlijke conclusie worden getrokken: het Nederlandse begrotingsbeleid van 2011-2017 is extreem kostbaar geweest. Het gevoerde beleid kost bij huidige inzichten zo'n 20-30 miljard euro per jaar aan gemiste groei wanneer de schade van de grote recessie voor de helft tot driekwart permanent wordt. Zo'n inkomensverlies is het equivalent van zo'n 200.000 tot 300.000 banen. En dat op een rentebesparing van ongeveer 300 miljoen euro per jaar voor de hele economie.
Het Nederlandse begrotingsbeleid werd alle jaren geschraagd door een diep gewortelde consensus onder alle 'verantwoordelijke' politieke partijen: VVD, PVV, PvdA, CDA, D66, GroenLinks, CU en SGP. Deze partijen hebben mesjogge begrotingsbeleid gevoerd dat een derde van de Grote Recessie in Nederland heeft veroorzaakt. Het heeft er alle schijn van dat het overgrote deel van het inkomensverlies structureel is geworden (hysterese). En dat terwijl we een macro-economisch verwaarloosbaar voordeel hebben behaald van lagere rentelasten op de staatsschuld. Het is tragisch dat we de lessen van de geschiedenis niet hebben geleerd en sinds 2011 in volle glorie de fouten van de jaren 30 hebben herhaald.Zie begin deze maand ook al: Hysterese: de schade van het bezuinigingsbeleid is niet alleen nog groter dan eerst gedacht, maar ook blijvend.
Dat wordt natuurlijk voorpaginanieuws. Het NOS-journaal zal er mee openen.
O wacht, nee, er volgt natuurlijk weer het grote zwijgen. De economieredacties hebben de afgelopen jaren zo dicht tegen het beleid aan geschurkt, dat ze nu maar liever niet onder ogen zien hoe slecht ze zich zelf hebben geïnformeerd. En hoe slecht ze hun lezers en kijkers hebben geïnformeerd.
Update. Zie nu ook Bas Jacobs: De vraag moet zo krachtig worden gestimuleerd dat overbesteding en inflatie ontstaat.
woensdag 25 november 2015
Bij het overlijden van Douglass C. North - over markt en overheid
Vandaag het bericht dat economisch historicus en Nobelprijswinnaar in 1993 Douglass C. North is overleden. Zie Douglass C. North, Nobel Laureate Economist, Dies at 95. Hij was een van de grondleggers van de new institutional economics, waartoe ook Elinor Ostrom wordt gerekend.
North was vooral op zoek naar de oorzaken van de snelle economische groei in de laatste paar eeuwen in de Westerse wereld. En hij liet overtuigend zien dat de rol van instituties daarin cruciaal was. Denk aan door overheidswetgeving in het leven geroepen overeenkomstenrecht, eigendomsrechten, patenten en octrooien.
Daarmee ging hij in tegen het neoklassieke economische denken, dat er van uitging dat een zoveel mogelijk vrij gelaten marktmechanisme (laissez faire) als vanzelf de economische groei zou aanjagen. Technologische ontwikkeling zou dan spontaan gegenereerd worden en markten zouden als vanzelf in omvang toenemen.
Ik sloeg even zijn fraaie boek Structure and Change in Economic History uit 1981 er op na. En kwam terecht op p. 166-7, waar hij economisch historici aanhaalt die vooral wijzen naar deregulering als oorzaak van de industriële revolutie. Zijn antwoord daarop is vervat in dit wat langere citaat:
Maar nu, in 2015, in een tijd waarin we vrezen voor langdurige economische stagnatie als gevolg van (wederom!) een in de politiek wijd verbreide onderschatting van het belang van een positieve de rol van de overheid, kun je je afvragen of we niet nog twee stappen verder moeten gaan dan North deed in 1981.
Allereerst, we beseffen, of zouden behoren te beseffen, dat de economie naast een aanbodkant ook een vraagkant heeft. En dat dus economische groei niet alleen afhangt van overheidsbeleid voor de aanbodkant, waar North op wees, maar ook van macro-economisch beleid om in tijden van liquiditeitsval de vraag op peil te houden. Tragisch dat dit besef, zeker in Europa, maar zo beperkt tot de politiek doordringt. Denk aan alle berichten op dit blog over de bezuinigingszeepbel.
Maar daar komt nog een stap bij. Want je kunt bepaald niet verwachten dat de markt wel genoeg technologische innovatie verschaft als maar aan die institutionele voorwaarden van North is voldaan. Het blijkt immers dat veel technologische vernieuwingen pas tot stand komen als de overheid bereid is om investeringen te doen waarvoor private geldschieters terugdeinzen vanwege de hoge risico's. Zoals overtuigend naar voren gebracht door Mariana Mazzucato in dat prachtige boek The Entrepreneurial State. Zie ook het bericht Het misverstand dat in "de economie" alles draait om concurrentie.
North was vooral op zoek naar de oorzaken van de snelle economische groei in de laatste paar eeuwen in de Westerse wereld. En hij liet overtuigend zien dat de rol van instituties daarin cruciaal was. Denk aan door overheidswetgeving in het leven geroepen overeenkomstenrecht, eigendomsrechten, patenten en octrooien.
Daarmee ging hij in tegen het neoklassieke economische denken, dat er van uitging dat een zoveel mogelijk vrij gelaten marktmechanisme (laissez faire) als vanzelf de economische groei zou aanjagen. Technologische ontwikkeling zou dan spontaan gegenereerd worden en markten zouden als vanzelf in omvang toenemen.
Ik sloeg even zijn fraaie boek Structure and Change in Economic History uit 1981 er op na. En kwam terecht op p. 166-7, waar hij economisch historici aanhaalt die vooral wijzen naar deregulering als oorzaak van de industriële revolutie. Zijn antwoord daarop is vervat in dit wat langere citaat:
What has been missing in the argument, however, is that while laissez faire is identified as the key to the development, the term "laissez faire" not only has misleading ideological overtones but at least in part misses the point. It is true that the decline in mercantilist restrictions including repeal or reform of the Statute of Artificers (denk aan de ambachtsgilden - HdV), poor laws, acts of settlements, usury laws, navigation acts, and so forth is part of the story. Particularly significant to the developing of more efficient markets, however, is the better specification and enforcement of property rights over goods and services; and in many cases much more was involved than simply removing restrictions on the mobility of capital and labor - important as those changes were. Private and parliamentary enclosures in agriculture, the Statute of Monopolies establishing a patent law, and the immense development of a body of common law to better specify and enforce contracts also are part of the story. Laissez faire implies an absence of restraints; efficient markets imply well-specified and enforced property rights, which means the creation of a set of restraints encouraging productivity growth. The removal of restrictions widening the gap between private and social returns frequently required positive action by government - a government which we have seen was, as a result of the English revoltion, oriented toward such development.In een slogan samengevat: Niet meer markt, maar meer overheid en daardoor meer markt. Een mooie weerlegging van het naïeve marktdenken, uitgerekend in het jaar, 1981, dat Ronald Reagan in de Verenigde Staten tot president werd verkozen.
Maar nu, in 2015, in een tijd waarin we vrezen voor langdurige economische stagnatie als gevolg van (wederom!) een in de politiek wijd verbreide onderschatting van het belang van een positieve de rol van de overheid, kun je je afvragen of we niet nog twee stappen verder moeten gaan dan North deed in 1981.
Allereerst, we beseffen, of zouden behoren te beseffen, dat de economie naast een aanbodkant ook een vraagkant heeft. En dat dus economische groei niet alleen afhangt van overheidsbeleid voor de aanbodkant, waar North op wees, maar ook van macro-economisch beleid om in tijden van liquiditeitsval de vraag op peil te houden. Tragisch dat dit besef, zeker in Europa, maar zo beperkt tot de politiek doordringt. Denk aan alle berichten op dit blog over de bezuinigingszeepbel.
Maar daar komt nog een stap bij. Want je kunt bepaald niet verwachten dat de markt wel genoeg technologische innovatie verschaft als maar aan die institutionele voorwaarden van North is voldaan. Het blijkt immers dat veel technologische vernieuwingen pas tot stand komen als de overheid bereid is om investeringen te doen waarvoor private geldschieters terugdeinzen vanwege de hoge risico's. Zoals overtuigend naar voren gebracht door Mariana Mazzucato in dat prachtige boek The Entrepreneurial State. Zie ook het bericht Het misverstand dat in "de economie" alles draait om concurrentie.
dinsdag 24 november 2015
Hoe gezinnen pogen om sociale contacten in stand te houden - door niet te verhuizen
De aanwijzingen zijn sterk dat gezinnen historisch gezien in hoge mate sociaal geïsoleerd zijn. Bovendien lijkt dat isolement ook nu nog toe te nemen, er uit blijkend dat we steeds minder bij elkaar op bezoek gaan. Zie We gaan minder en minder en minder bij elkaar op bezoek. Gezinnen weer meer sociaal geïsoleerd.
In overeenstemming daarmee zou zijn dat mensen graag meer sociale contacten zouden willen dan ze hebben. En uit de CBS-publicatie Frequentie en kwaliteit van sociale contacten blijkt dat dit ook inderdaad het geval is. Er is duidelijk een onvervulde behoefte aan (ontmoetingsplekken en) sociale contacten.
Natuurlijk zou daarmee ook in overeenstemming zijn dat we in onze maatschappij een eenzaamheidsprobleem kennen. En wie zou willen ontkennen dat dat probleem er is? Zie Bijna veertig procent van de volwassen Nederlanders voelt zich eenzaam - RIVM.
En er zou mee in overeenstemming zijn dat het in ons volwassen leven nog maar weinig gebeurt dat we nieuwe vrienden maken. De vrienden die we hebben wonen vaak ver weg en ontmoeten we uitsluitend nadat langdurig de agenda's zijn geraadpleegd. Zie Waardoor maken we in ons volwassen leven maar weinig nieuwe vrienden?
En tenslotte zou je ook kunnen denken dat ons verhuisgedrag er door wordt beïnvloed. Want stel dat je ergens woont waar je dan toch, tegen alle kansen in, vrienden hebt gemaakt. Jonge gezinnen willen nog al eens vrienden maken via hun kinderen. Je treft elkaar in of bij de school en leert elkaar kennen via logeerpartijtjes van de kinderen.
De vrienden die je daar mee maakt, zijn dan natuurlijk een kostbaar "bezit". Misschien zo kostbaar dat je zelfs kansen op de arbeidsmarkt laat liggen omdat je er voor terugdeinst om daar voor te gaan verhuizen.
Volgens het mooie artikel Growing Families That Stay Put in de New York Times van een maand geleden is dat een opkomende trend. Ook als gezinnen door uitbreiding eigenlijk te klein behuisd zijn, kiezen ze er toch vaak voor om te blijven waar ze zijn. Vanwege de sociale inbedding in een netwerkje van buren- en vriendschapsrelaties. Lees dat artikel en bekijk ook de mooie foto's.
Zou je deze trend, als het een trend is, ook kunnen terugzien in de verhuisstatistieken? Misschien een beetje, want er zijn natuurlijk veel factoren die het aantal verhuizingen beïnvloeden. Zo wordt er in een economische crisis, na sterk gestegen huizenprijzen, weinig verhuisd. Zie Verhuizingen, 2014 van het Compendium voor de Leefomgeving.
Maar daar lees je ook dat ruim een derde van de verhuizingen voor rekening komt van twintigers, omdat mensen op die leeftijd het ouderlijk huis verlaten. En daarna een partner en/of een baan vinden, wat ook weer "verhuisbewegingen" tot gevolg heeft.
Maar al snel daarna wordt er minder verhuisd. Vooral minder als er tieners in het huis zijn. Want die hebben dan vriendjes gemaakt. En ouders hebben contacten opgedaan.
Samengevat: "Naarmate mensen ouder worden, is de verhuismobiliteit steeds lager". Want mensen koesteren dat kostbare bezit van vrienden die ze ondanks alles toch gemaakt hebben.
In overeenstemming daarmee zou zijn dat mensen graag meer sociale contacten zouden willen dan ze hebben. En uit de CBS-publicatie Frequentie en kwaliteit van sociale contacten blijkt dat dit ook inderdaad het geval is. Er is duidelijk een onvervulde behoefte aan (ontmoetingsplekken en) sociale contacten.
Natuurlijk zou daarmee ook in overeenstemming zijn dat we in onze maatschappij een eenzaamheidsprobleem kennen. En wie zou willen ontkennen dat dat probleem er is? Zie Bijna veertig procent van de volwassen Nederlanders voelt zich eenzaam - RIVM.
En er zou mee in overeenstemming zijn dat het in ons volwassen leven nog maar weinig gebeurt dat we nieuwe vrienden maken. De vrienden die we hebben wonen vaak ver weg en ontmoeten we uitsluitend nadat langdurig de agenda's zijn geraadpleegd. Zie Waardoor maken we in ons volwassen leven maar weinig nieuwe vrienden?
En tenslotte zou je ook kunnen denken dat ons verhuisgedrag er door wordt beïnvloed. Want stel dat je ergens woont waar je dan toch, tegen alle kansen in, vrienden hebt gemaakt. Jonge gezinnen willen nog al eens vrienden maken via hun kinderen. Je treft elkaar in of bij de school en leert elkaar kennen via logeerpartijtjes van de kinderen.
De vrienden die je daar mee maakt, zijn dan natuurlijk een kostbaar "bezit". Misschien zo kostbaar dat je zelfs kansen op de arbeidsmarkt laat liggen omdat je er voor terugdeinst om daar voor te gaan verhuizen.
Volgens het mooie artikel Growing Families That Stay Put in de New York Times van een maand geleden is dat een opkomende trend. Ook als gezinnen door uitbreiding eigenlijk te klein behuisd zijn, kiezen ze er toch vaak voor om te blijven waar ze zijn. Vanwege de sociale inbedding in een netwerkje van buren- en vriendschapsrelaties. Lees dat artikel en bekijk ook de mooie foto's.
Zou je deze trend, als het een trend is, ook kunnen terugzien in de verhuisstatistieken? Misschien een beetje, want er zijn natuurlijk veel factoren die het aantal verhuizingen beïnvloeden. Zo wordt er in een economische crisis, na sterk gestegen huizenprijzen, weinig verhuisd. Zie Verhuizingen, 2014 van het Compendium voor de Leefomgeving.
Maar daar lees je ook dat ruim een derde van de verhuizingen voor rekening komt van twintigers, omdat mensen op die leeftijd het ouderlijk huis verlaten. En daarna een partner en/of een baan vinden, wat ook weer "verhuisbewegingen" tot gevolg heeft.
Maar al snel daarna wordt er minder verhuisd. Vooral minder als er tieners in het huis zijn. Want die hebben dan vriendjes gemaakt. En ouders hebben contacten opgedaan.
Samengevat: "Naarmate mensen ouder worden, is de verhuismobiliteit steeds lager". Want mensen koesteren dat kostbare bezit van vrienden die ze ondanks alles toch gemaakt hebben.
zondag 22 november 2015
Zondagochtendmuziek - Mahler - Das Klagende Lied
Het Radio Filharmonisch Orkest viert het 70-jarig bestaan. En dat mag gevierd worden! Wat een geweldig orkest. Ze kunnen eigenlijk alles en alles op hoog niveau. Donderdag was ik met vele anderen toeschouwer bij de openbare repetitie in de grote zaal van Tivoli Vredenburg. De Negende van Mahler werd nog een keer doorgenomen als voorbereiding op de uitvoering die avond.
Het ging eigenlijk nog maar om een paar kleine dingen. Om het nog beter te doen dan we al kunnen. Dirigent Markus Stenz liet een heel zachte en subtiele strijkerspassage uit het derde deel een paar keer herhalen. "Try to connect even more", hoorde ik hem zeggen.
Hier is een prachtige uitvoering van Mahlers Das Klagende Lied, in de oorspronkelijke versie. Een van zijn vroegste werken, geschreven in zijn laatste jaar van het Weense conservatorium (1880). Het wordt voorafgegaan door een orkestbewerking van Schuberts Einsamkeit. Huiveringwekkend mooi.
Het ging eigenlijk nog maar om een paar kleine dingen. Om het nog beter te doen dan we al kunnen. Dirigent Markus Stenz liet een heel zachte en subtiele strijkerspassage uit het derde deel een paar keer herhalen. "Try to connect even more", hoorde ik hem zeggen.
Hier is een prachtige uitvoering van Mahlers Das Klagende Lied, in de oorspronkelijke versie. Een van zijn vroegste werken, geschreven in zijn laatste jaar van het Weense conservatorium (1880). Het wordt voorafgegaan door een orkestbewerking van Schuberts Einsamkeit. Huiveringwekkend mooi.
vrijdag 20 november 2015
Over het succesvol aanmoedigen tot moreel gedrag
Als je bedenkt dat onze morele intuïties van samenwerking, hulpvaardigheid, eerlijk delen en rechtvaardigheid hun oorsprong hebben in het verre verleden waarin we in kleine groepen de problemen van onderlinge afhankelijkheid oplosten, dan verbaast het niet dat we tegenwoordig veel gedrag zien dat niet met die gemeenschapsintuïties in overeenstemming is.
Want er zijn ten minste twee opvallende verschillen tussen die vroegere sociale omgeving en die van tegenwoordig.
Het ene is dat we nu te maken kunnen hebben met contacten tussen verschillende groepen of leden van verschillende groepen. Die gemeenschapsmoraal is er niet goed op toegesneden om voor zulke intergroepscontacten een leidraad te bieden. Voorbeelden uit de actualiteit liggen voor het oprapen. Voor contacten tussen groepen en voor het oplossen van problemen tussen groepen hebben we daarom, volgens Joshua Greene, een metamoraal nodig.
Joshua Greene is de auteur van Moral tribes. Emotion, Reason, and the Gap Between Us and Them en hij was vorige week een van de twee interessantste sprekers op de conferentie Institutions for moral behavior in Utrecht, die ik bijwoonde. (De andere van de twee was Frans de Waal.) Die metamoraal zou utilitaristisch moeten zijn, in de zin dat de leidraad zou moeten zijn dat het geluk van iedereen even zwaar zou moeten wegen. Greene werkt dat idee in dat boek verder uit, maar dat heb ik nog pas sinds gisteren in huis.
Het andere opvallende verschil is dat we tegenwoordig veel met anderen contact hebben van wie niet duidelijk is tot welke groep ze behoren. Anders gezegd, de groepsgrenzen zijn vaak diffuus, zelfs ook in die zin dat we vaak zelf niet eens weten of we wel tot een groep behoren en tot welke. Nog anders gezegd, we hebben in ons dagelijks leven veel met anderen te maken die we niet of nauwelijks persoonlijk kennen. Maar wat we doen of laten, kan voor die anderen wel grote gevolgen hebben.
Denk aan de zogenaamde onpersoonlijke criminaliteit: fraude, belastingontduiking, corruptie, verduistering, winkeldiefstal. Misdragingen die objectief gezien immoreel zijn, maar omdat er tussen pleger en benadeelden geen persoonlijke relatie bestaat, zijn onze morele intuïties meestal weinig werkzaam. En dat is tragisch, want de maatschappelijke kosten van zulk gedrag zijn hoog.
Het punt is dat we om zulk gedrag tegen te gaan niet zozeer een nieuwe moraal nodig hebben, zoals die metamoraal van Greene. Onze gemeenschapsmoraal zou naar inhoud volstaan. Het probleem is dat we hem in zulke onpersoonlijke situaties gemakkelijk terzijde schuiven. De bijbehorende emoties komen niet spontaan voldoende naar boven. Waardoor we onszelf en anderen kunnen wijsmaken dat we ze zijn "vergeten".
Vandaar dat Dan Ariely en anderen pleitten voor interventies die moreel gedrag aanmoedigen. Zie Three Principles to REVISE People’sUnethical Behavior (betaalpoort). Want uit onderzoek blijkt dat zulke aanmoedigingen wel degelijk effect kunnen hebben. Het blijkt te helpen als je belastingbetalers
er aan herinnert dat belastingopbrengsten aan iedereen ten goede komen. En de aanwezigheid van een eenvoudig bord met als tekst "Wees aardig voor elkaar" krijgt het voor elkaar dat een parkeerplek voor gehandicapten minder vaak door anderen gebruikt wordt.
Ook helpt het als je de situatie persoonlijker maakt. Het schijnt dat belastingformulieren met reeds ingevulde persoonlijke gegevens eerlijker worden ingevuld. En winkeldiefstal schijn je succesvol tegen te kunnen gaan door bij de kassa en de uitgang grote spiegels op te hangen.
En tenslotte schijnt het effect te hebben als je mensen er toe brengt om zichzelf als een moreel persoon te zien. Zo bevorder je het eerlijk invullen van een belastingaangifte of een verzekeringsclaim als je het formulier begint met het ondertekenen van een eerlijkheidsverklaring. In plaats van aan het eind ("ik heb dit formulier naar waarheid ingevuld").
Want er zijn ten minste twee opvallende verschillen tussen die vroegere sociale omgeving en die van tegenwoordig.
Het ene is dat we nu te maken kunnen hebben met contacten tussen verschillende groepen of leden van verschillende groepen. Die gemeenschapsmoraal is er niet goed op toegesneden om voor zulke intergroepscontacten een leidraad te bieden. Voorbeelden uit de actualiteit liggen voor het oprapen. Voor contacten tussen groepen en voor het oplossen van problemen tussen groepen hebben we daarom, volgens Joshua Greene, een metamoraal nodig.
Joshua Greene is de auteur van Moral tribes. Emotion, Reason, and the Gap Between Us and Them en hij was vorige week een van de twee interessantste sprekers op de conferentie Institutions for moral behavior in Utrecht, die ik bijwoonde. (De andere van de twee was Frans de Waal.) Die metamoraal zou utilitaristisch moeten zijn, in de zin dat de leidraad zou moeten zijn dat het geluk van iedereen even zwaar zou moeten wegen. Greene werkt dat idee in dat boek verder uit, maar dat heb ik nog pas sinds gisteren in huis.
Het andere opvallende verschil is dat we tegenwoordig veel met anderen contact hebben van wie niet duidelijk is tot welke groep ze behoren. Anders gezegd, de groepsgrenzen zijn vaak diffuus, zelfs ook in die zin dat we vaak zelf niet eens weten of we wel tot een groep behoren en tot welke. Nog anders gezegd, we hebben in ons dagelijks leven veel met anderen te maken die we niet of nauwelijks persoonlijk kennen. Maar wat we doen of laten, kan voor die anderen wel grote gevolgen hebben.
Denk aan de zogenaamde onpersoonlijke criminaliteit: fraude, belastingontduiking, corruptie, verduistering, winkeldiefstal. Misdragingen die objectief gezien immoreel zijn, maar omdat er tussen pleger en benadeelden geen persoonlijke relatie bestaat, zijn onze morele intuïties meestal weinig werkzaam. En dat is tragisch, want de maatschappelijke kosten van zulk gedrag zijn hoog.
Het punt is dat we om zulk gedrag tegen te gaan niet zozeer een nieuwe moraal nodig hebben, zoals die metamoraal van Greene. Onze gemeenschapsmoraal zou naar inhoud volstaan. Het probleem is dat we hem in zulke onpersoonlijke situaties gemakkelijk terzijde schuiven. De bijbehorende emoties komen niet spontaan voldoende naar boven. Waardoor we onszelf en anderen kunnen wijsmaken dat we ze zijn "vergeten".
Vandaar dat Dan Ariely en anderen pleitten voor interventies die moreel gedrag aanmoedigen. Zie Three Principles to REVISE People’sUnethical Behavior (betaalpoort). Want uit onderzoek blijkt dat zulke aanmoedigingen wel degelijk effect kunnen hebben. Het blijkt te helpen als je belastingbetalers
er aan herinnert dat belastingopbrengsten aan iedereen ten goede komen. En de aanwezigheid van een eenvoudig bord met als tekst "Wees aardig voor elkaar" krijgt het voor elkaar dat een parkeerplek voor gehandicapten minder vaak door anderen gebruikt wordt.
Ook helpt het als je de situatie persoonlijker maakt. Het schijnt dat belastingformulieren met reeds ingevulde persoonlijke gegevens eerlijker worden ingevuld. En winkeldiefstal schijn je succesvol tegen te kunnen gaan door bij de kassa en de uitgang grote spiegels op te hangen.
En tenslotte schijnt het effect te hebben als je mensen er toe brengt om zichzelf als een moreel persoon te zien. Zo bevorder je het eerlijk invullen van een belastingaangifte of een verzekeringsclaim als je het formulier begint met het ondertekenen van een eerlijkheidsverklaring. In plaats van aan het eind ("ik heb dit formulier naar waarheid ingevuld").
Niemand wil alleen zijn - Interview op Finster op Fryslân
Onder de titel Niemand wil alleen zijn staat het interview dat Wendy Kennedy van Omrop Fryslân met mij had, nu op de website van Finster op Fryslân (Venster op Friesland).
Het interview is in het Fries, maar de begeleidende tekst van Wendy in het Nederlands. Ik neem aan dat mijn Fries ook voor niet-Friezen behoorlijk goed te volgen is.
Zie Finster op Fryslân - Niemand wil alleen zijn.
Het interview is in het Fries, maar de begeleidende tekst van Wendy in het Nederlands. Ik neem aan dat mijn Fries ook voor niet-Friezen behoorlijk goed te volgen is.
Zie Finster op Fryslân - Niemand wil alleen zijn.
dinsdag 17 november 2015
Waardenoverdracht ouders-kinderen is vooral genetisch - meer over de mythe van de opvoedbaarheid
Stel je bent iemand die gemakkelijk anderen te hulp schiet. En iemand die een rechtvaardige wereld voorstaat en die vindt dat mensen gelijk behandeld horen te worden.
Of stel dat je iemand bent die vindt dat er in het leven gepresteerd moet worden, dat je ambitieus hoort te zijn en dat je naar macht moet streven.
En stel dat je constateert dat je opgroeiende kinderen wat deze waarden betreft behoorlijk op jou lijken. Je zou dan kunnen denken dat dat komt doordat jij hen zo hebt opgevoed.
In het eerste geval heb je hen bijgebracht dat je hulpvaardig moet zijn en eerlijk en dat iedereen gelijk is. Of je hebt hen bijgebracht dat het in het leven draait om succes, ambitie en macht.
Dan is er een grote kans dat je onderschat hoeveel van die gelijkenis tussen jou en je kinderen genetisch bepaald is. En dat je je eigen bijdrage als opvoeder overschat.
Dat je dat doet, is te begrijpen, want het overschatten van het belang van opvoeden voor het opgroeien van kinderen is een veel voorkomende fout. Denk aan Het misverstand opvoeding van Judith Rich Harris en aan wat ik eerder de mythe van de opvoedbaarheid noemde.
Nieuwe aanwijzingen voor het grote belang van de genetische overdracht van waarden in vergelijking met de overdracht door opvoeding komen uit de nieuwe studie Genetic and Environmental Parent–Child Transmission of Value Orientations: An Extended Twin Family Study (betaalpoort).
De onderzoekers ondervroegen een-eiige en twee-eiige tweelingen van tussen de 7 en 11 jaar oud en hun ouders over hun houding tegenover de 10 fundamentele waarden van Shalom Schwartz. Die waarden zie je hieronder in een cirkel afgebeeld, waarbij die waarden die dichterbij elkaar liggen in de werkelijkheid ook meer samen voorkomen. (Bron afbeelding. Anders gezegd, tegenover elkaar liggende driehoeken zijn elkaars tegengestelden. Als jij bijvoorbeeld veel waarde hecht aan succes en presteren (statuscompetitie), dan is de kans klein dat je het belangrijk vindt om hulpvaardig te zijn (gemeenschapsgedrag).
Om de vragenlijst voor de kinderen niet te lang te maken, werden vragen over twee waarden (traditie en universalisme) weggelaten.
Na statistische analyse van de overeenkomsten en verschillen tussen de ouders onderling, tussen de ouders en hun kinderen en tussen de een-eiige en de twee-eiige tweelingen komen de onderzoekers tot de conclusie dat de overeenkomst tussen ouders en hun kinderen bovenal moet worden toegeschreven aan de genetische overdracht. In de woorden van de onderzoekers:
The results of our study cast doubt on the conventional wisdom that similarity between family members regarding value priorities results from environmental sources. Although we found significant environmentally mediated parental effects for some value priorities (e.g., benevolence, security, power, and self-direction), the effects were rather small, providing less evidence for value socialization within families contributing to parent–child and siblings’ similarity in value priorities beyond genetic contributions. The twin family analyses yielded significant contributions of twins’ shared environments beyond parental influences that act to increase twins’ similarity. Those effects may reflect intragenerational shared social contexts, such as peer influences, which may be more important as a source of siblings’ similarity in value priorities. This may not be surprising because the primary school age marks the beginning of a trend toward independence from parents and an increasing identification with peers ...Judith Rich Harris werd wel verweten dat haar boodschap dat opvoeding weinig effect heeft, ouders er toe zou brengen om hun kinderen te verwaarlozen. Want ja, het maakt immers toch niet uit?
Maar Harris heeft daar tegen in gebracht dat ouders gelukkig bijna allemaal van hun kinderen houden en dat het die liefde voor hun kinderen is die maakt dat ze goed voor hen zorgen. Daar gaat het om, niet om de motivatie om hen "goed op te voeden". Ik vond hier dit mooie citaat:
Is my idea dangerous? I've never condoned child abuse or neglect; I've never believed that parents don't matter. The relationship between a parent and a child is an important one, but it's important in the same way as the relationship between married partners. A good relationship is one in which each party cares about the other and derives happiness from making the other happy. A good relationship is not one in which one party's central goal is to modify the other's personality.Tot zover deze keer over de mythe van de opvoedbaarheid.
I think what's really dangerous — perhaps a better word is tragic — is the establishment's idea of the all-powerful, and hence all-blamable, parent.
maandag 16 november 2015
Doe eens echt iets aan werkstress. Meer autonomie, minder hiërarchie, lagere werkdruk
Het is de Week van de Werkstress. En raad eens, wat staat daarin centraal? Dat er meer over werkstress gepraat moet worden! Werknemers moeten het eerder, bij zichzelf, signaleren en dan niet schromen om het bespreekbaar te maken.
Je verzint het niet. Terwijl onderzoek duidelijk heeft gemaakt dat werkstress is tegen te gaan door verbetering van de werkomstandigheden. Ja zeker, door de autonomie op de werkvloer te vergroten, door de organisatie minder hiërarchisch te maken, door het sociale klimaat op het werk te verbeteren en door de werkdruk te verminderen.
Maar nee, in plaats daarvan: signaleren en bespreekbaar maken. We schijnen in het tijdperk te leven waarin van elk collectief probleem een individueel probleem wordt gemaakt. Werkloosheid? Kun je als overheid niets aan doen. Macro-economisch beleid? Nooit van gehoord. Nee, lagere en kortere uitkeringen voor werklozen. Tegenprestaties. Sancties. Dat zal ze leren.
Zie over werkstress de berichten:
Mensen met burnout kunnen minder goed met negatieve emoties omgaan - Wat zegt dat over werkomstandigheden?
Een baan met meer autonomie geeft minder kans op burn-out - Dat pleit voor minder hiërarchie op het werk
De economische kosten van burn-out lijken aanzienlijk. En de autonomie in het werk neemt juist alleen maar af
En zie nog eens mijn bericht over de Week van de Werkstress van vorig jaar: Zoveel symptoombestrijding! Naar aanleiding van Rutger Bregman over de Week van de Werkstress.
Er lijkt nog niets veranderd.
Je verzint het niet. Terwijl onderzoek duidelijk heeft gemaakt dat werkstress is tegen te gaan door verbetering van de werkomstandigheden. Ja zeker, door de autonomie op de werkvloer te vergroten, door de organisatie minder hiërarchisch te maken, door het sociale klimaat op het werk te verbeteren en door de werkdruk te verminderen.
Maar nee, in plaats daarvan: signaleren en bespreekbaar maken. We schijnen in het tijdperk te leven waarin van elk collectief probleem een individueel probleem wordt gemaakt. Werkloosheid? Kun je als overheid niets aan doen. Macro-economisch beleid? Nooit van gehoord. Nee, lagere en kortere uitkeringen voor werklozen. Tegenprestaties. Sancties. Dat zal ze leren.
Zie over werkstress de berichten:
Mensen met burnout kunnen minder goed met negatieve emoties omgaan - Wat zegt dat over werkomstandigheden?
En zie nog eens mijn bericht over de Week van de Werkstress van vorig jaar: Zoveel symptoombestrijding! Naar aanleiding van Rutger Bregman over de Week van de Werkstress.
Er lijkt nog niets veranderd.
Abonneren op:
Posts (Atom)