dinsdag 12 februari 2013

Geld maakt niet gelukkig. Of toch wel? Of toch niet?

Maakt geld toch wel gelukkig? De nieuwe studie Rising Income and the Subjective Well-Being of Nations  (pdf) van Ed Diener, Louis Tay en Shigehiro Oishi lijkt daarop te wijzen. Vorig jaar was er ook de studie The New Stylized Facts About Income and Subjective Well-Being (betaalpoort) van Daniel W. Sacks, Betsey Stevenson en Justin Wolfers. Er zijn al reacties uitgelokt, zoals deze van Mathijs Bouman, waarin het "linkse idee" van de economie van het genoeg naar de prullenmand wordt verwezen.

Maar wat zeggen deze nieuwe onderzoeken nu precies? Het lijkt mij om twee vragen te gaan:
  • Is het zo dat meer geld steeds wat minder geluk/tevredenheid/welbevinden oplevert? Anders gezegd: is geld een "normaal" goed, dus een goed met afnemend marginaal nut?
  • Is het welzijnseffect van meer inkomen afhankelijk van wat er met het inkomen van anderen gebeurt? Als iedereen meer gaat verdienen, dan zou het positieve effect van jouw inkomenstoename geringer zijn dan wanneer alleen jouw inkomen zou toenemen. Anders gezegd: het gaat om het relatieve inkomen.
Het antwoord op die eerste vraag was, en is ook nu nog, dat inkomen een normaal goed is. Hoe meer je er van hebt, hoe minder wat extra's jou nog aan extra geluk of tevredenheid of welzijn oplevert. Die twee studies die ik hierboven noem, zijn in hun presentatie verwarrend. Ze suggereren inderdaad dat je nooit genoeg geld kunt hebben. Maar in beide analyses wordt gewerkt met de logaritme van het inkomen, wat betekent dat de gevonden verbanden wijzen op een afnemend marginaal effect van inkomen. Peter van der Meer attendeerde me op dit citaat uit de Sacks/Stevenson/Wolfers-studie:
But of course, the logarithmic relationship implies that each percent increase in income raises measured well-being by a similar amount, and hence each extra dollar raises well-being by less than the previous. That is, going from $1000 to $2000 raises satisfaction by twice as much as going from $2000 to $3000 and by the same amount as going from $10,000 to $20,000.
En het is nog maar de vraag of deze studies aantonen dat het relatieve inkomen er niet toe doet. Dus dat mensen alleen maar in hun eigen inkomen geïnteresseerd zouden zijn en zich niet zouden vergelijken met anderen. Zo vinden Diener, Tai en Oishi inderdaad dat rijke mensen in een rijk land zich beter af voelen dan iemand die net zo rijk is, maar in een arm land woont. Als het relatieve inkomen er toe zou doen, dan zou die rijke in het arme land zich juist beter moeten voelen, zo redeneren de onderzoekers. Maar ze geven zelf als mogelijke verklaring dat die rijke persoon in dat rijke land profiteert van de welvaart in dat land, waardoor er goede wegen zijn, goede scholen, goede ziekenhuizen etc. Allemaal zaken die in de meeste arme landen ontbreken. Dat betekent dat het mogelijke effect van relatief inkomen in de analyses niet geïsoleerd is. Of in de woorden van Peter van der Meer:
Het effect van relatief inkomen wordt niet getoetst. Er wordt alleen gesuggereerd dat relatief inkomen er niet toe doet. Probleem bij het toetsen van relatief inkomen is het creëren van vergelijkingsgroepen. Daar waar dat gedaan is, is het effect van relatief inkomen altijd veel sterker dan dat van absoluut inkomen.
Kortom, dat we de oude wijsheid dat geld niet gelukkig maakt helemaal overboord kunnen gooien, daarvoor lijkt het nog te vroeg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen