Posts tonen met het label Adam Tooze. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Adam Tooze. Alle posts tonen

dinsdag 26 november 2024

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 13 - De drie wegen waarlangs de foute leider de alleenheerschappij grijpt

In het geval dat een foute leider opereert in het domein van de democratische nationale staat, loopt hij er tegen aan dat de grote meerderheid van de bevolking zich niet aan hem wenst te onderwerpen. Hier het vorige bericht.

En precies die onderwerping is wat hem drijft. En is het enige wat hem drijft. De democratie moet worden afgeschaft en omgevormd tot een statushiërarchie met hemzelf aan de top. De absolute alleenheerschappij. Als resultaat van de strijd van het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon, waaruit de foute leider als grote overwinnaar tevoorschijn moet komen.

Dat hij daarbij de grote meerderheid niet achter zich krijgt, ligt eraan dat dat andere sociale gedragspatroon, het gemeenschapspatroon van het iedereen-telt-mee, nu eenmaal bij de meeste mensen sterk geactiveerd is. De mensheid heeft een evolutionair verleden achter zich waarin de overleving van de soort sterk afhankelijk was van het samenwerken en delen dat door dat gemeenschapspatroon mogelijk werd gemaakt. 

Dat verklaart dat onze hang naar het iedereen-telt-mee nog altijd bij de meeste mensen de overhand heeft boven het ieder-voor-zich. Dat is, zoals bekend, een toestand die de neiging heeft zichzelf in stand te houden, want mensen verschaffen door hun gemeenschapsgedrag elkaar het gevoel van sociale veiligheid dat het gemeenschapsgedrag bevordert.

Een en ander betekent dat er voor de foute leider twee elkaar perfect aanvullende wegen openliggen om zijn doel te bereiken:

  • De weg van de desinformatie, van het verbergen van zijn ware bedoelingen en van het voorwenden dat hij erop uit is de belangen van het volk te dienen,
  • De weg van het zaaien van onrust, gevaar en chaos, dat wil zeggen van het vergroten van gevoelens van sociale onveiligheid, waardoor hij zichzelf kan presenteren als de grote redder in nood, als de verlosser waar iedereen op kan vertrouwen. Waarmee hij dus de "onderschikkingshelft" van het statuscompetitiepatroon probeert te verbreiden. In de zin van: "Leg je nu maar neer bij mijn alleenheerschappij. Dan komt alles goed."

We zagen hoe die twee wegen werden bewandeld door de foute leider Adolf Hitler, in de vorm van de propaganda en de persoonsverheerlijking en van het aanwakkeren van de angst voor en de haat tegen de grote vijand, het Jodendom. 

Ook zagen we daar dat de foute leider interessant is voor de vermogenden die in ruil voor hun steun voordelen mogen verwachten als hij eenmaal aan de macht is. Op 20 februari 1933 beloofde Hitler aan zo'n 25 leiders uit het bedrijfsleven (IG Farben, Krupp, Vereinigte Stahlwerke, Telefunken, AEG) dat hij zou "afrekenen met links" als zij met financiële donaties over de brug zouden komen. Ik sloeg er hoofdstuk 4. Partners: The Regime and German Business van The Wages of Destruction van Adam Tooze op na (p. 101):

The meeting of 20 February and its aftermath are the most notorious instances of the willingness of German big business to assist Hitler in establishing his dictatorial regime. (...) ... what Hitler and his government did promise was an end to parliamentary democracy and the destruction of the German left and for this most of German big business was willing to make a substantial down-payment.

Dat wijst op het fenomeen dat de miljardairs een alleenheerschappij wel zien zitten, zolang zij die voldoende onder controle hebben. Dat wijst op de derde weg die voor de foute leider open ligt:

  • Laat je financieren door het grootkapitaal in ruil voor de toezegging dat je hun belangen zult behartigen als je eenmaal aan de macht bent.

Nu naar de actualiteit, in het bijzonder naar de actualiteit in de Verenigde Staten, waar de foute leider Donald Trump de verkiezingen won en zich voorbereidt op zijn tweede presidentschap en het vestigen van de alleenheerschappij. Zijn die drie wegen ook aan zijn gedrag te onderkennen? Wordt vervolgd.

woensdag 20 november 2024

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 12 - De foute leider die volgelingen om zich heen verzamelt en de foute leider die de nationale staat wil overnemen

Een vast element in het fenomeen van de foute leider in de context van een nationale staat is het gegeven dat hij zich altijd ver verwijdert van de opvattingen en de wensen van de grote meerderheid van de bevolking. Hier het vorige bericht. 

Dat ligt eraan dat het wereldbeeld van de foute leider voortkomt uit de meest extreme activering van het statuscompetitiepatroon die denkbaar is. In dat wereldbeeld is hijzelf superieur aan iedereen, staat hij aan de top van de iedereen omvattende statushiërarchie die hij bij elkaar heeft gefantaseerd. Uit de botsing van die fantasie met de pijnlijke realiteit groeit de vijandigheid van dat wereldbeeld. Zolang zijn fantasie niet in de werkelijkheid is omgezet, zijn er anderen die zijn superioriteit nog niet erkend hebben, die zich nog niet bij hun ondergeschikte positie hebben neergelegd, die hem nog niet als hun redder in nood aanbidden. Die anderen zijn dus zijn vijanden.

In het kleinere verband van de meer persoonlijke relaties kan de foute leider er wel eens in slagen om zich te omringen met volgelingen. Dat lukt in die gevallen waarin hij over charismatische trekken beschikt, die anderen doen geloven dat ze voor hun welzijn, of hun "verlossing", van zijn bijzondere gaven afhankelijk zijn. We hebben dan te maken met een voldragen persoonlijkheidscultus. De foute leider weet dan een kring van volgelingen om zich heen te verzamelen, die zich onder zijn leiding van de vijandige buitenwereld afzondert. Er is dan een extreme statushiërarchie ontstaan, met de foute leider aan de top en een homogene groep van toegewijde volgelingen die hun zelfstandig oordeelsvermogen hebben ingeleverd. De paranoïde persoonlijkheid van de foute leider maakt dat die constellatie geen levensvatbaarheid heeft.

Een wel heel uitgesproken voorbeeld daarvan was de persoonlijkheidscultus rond de foute leider Jim Jones, die op 18 november 1978 uitliep op de door hun leider bevolen collectieve zelfmoord van 909  volgelingen. Een derde daarvan waren kinderen die door hun eigen ouders werden omgebracht. Lees Jonestown voor een verontrustend verslag van de gebeurtenissen en wat daar aan voorafging. Pijnlijk om te lezen, maar nog eens duidelijk makend hoe noodlottig en kwaadaardig die extreme activering van het statuscompetitiepatroon kan uitpakken als er geen grenzen aan zijn gesteld.

Het verschil met het schoolvoorbeeld van de foute leider, Adolf Hitler, is dat het daar ging om een foute leider die niet alleen volgelingen om zich heen verzamelt, maar die erop uit is de macht te grijpen in een nationale staat. Zijn kring van volgelingen is dan altijd niet meer dan een deel van de bevolking, vrijwel altijd slechts een minderheid, terwijl hij wel ambieert die hele bevolking aan zich te onderwerpen. De uitdaging is dan om zijn extreme en kwaadaardige plannen door te zetten tegen een meerderheid in die daar niet van gediend is en zich zou kunnen verzetten.

En precies daarom moet een foute leider in een nationale staat niet alleen een staatsgreep, maar ook een "maatschappijgreep" plegen en moet hij zijn toevlucht nemen tot intimidatie, propaganda en desinformatie. In het geval van die desinformatie gaat het erom zijn ware bedoelingen zoveel mogelijk te verhullen en om voor te wenden dat hij toch vooral de belangen van het volk zal dienen. Hitler liet in de eerste jaren van zijn bewind zijn minister van Economische Zaken en president-directeur van de Reichsbank Hjalmar Schacht een succesvol werkgelegenheidsbeleid voeren. Op de golven daarvan steeg Hitlers populariteit tot grote hoogte.

Maar toen Schacht vanaf 1936-37 die successen wilde consolideren, de Reichsmark wilde devalueren, de export bevorderen om de betalingsbalans te verbeteren en de steeds dreigende inflatie te beteugelen, bleek overduidelijk dat het Hitler andere plannen had: de al sterk verhoogde bewapening nog verder opvoeren, met het oog op een genocidale veroveringsoorlog. Schacht en zijn medewerkers werden ontslagen. De extreem hoge bewapeningsuitgaven gingen ten koste van de levensstandaard van de bevolking. De dreigende inflatie werd door rantsoenering van de eerste levensbehoeften (voedsel, kleding) beteugeld. 

En na de eerste oorlogsuccessen liep het Duitse leger in de winter van 1941 een paar honderd kilometer voor Moskou vast, om vervolgens door het Rode Leger te worden teruggedrongen. Hitler moet daar toen al op gereageerd hebben met het Duitse volk daarvan de schuld te geven. Als dat volk niet bereid bleek om in de strijd om het bestaan tot het uiterste te gaan, dan moest het maar "verdwijnen". Hij was een foute leider, met een particuliere obsessie waarin zijn volk slechts een middel was om die obsessie te verwezenlijken. Waarin de onvermijdelijke nederlaag niet alleen gepaard moest gaan met zijn eigen zelfmoord, maar ook met de ondergang van het Duitse volk. (Ik raadpleegde ten behoeve van de voorgaande alinea's weer eens The Wages of Destruction. The Making and Breaking of the Nazi Economy van Adam Tooze.)

Dat alles speelde zich af toen al die Duitsers die Hitler aanvankelijk zo vurig bewonderden, begonnen door te krijgen dat hen een rad voor ogen was gedraaid. Dat ze in de val van een foute leider waren gelopen. Het bleek weer eens dat een foute leider ver verwijderd is van de opvattingen en de wensen van de grote meerderheid van de bevolking.

Een foute leider kan dus opereren binnen het domein van de persoonlijke relaties of in het domein van een nationale staat. In het eerste geval is er een voldragen persoonlijkheidscultus, in het tweede geval loopt de foute leider er tegen aan dat hij de grote meerderheid van de bevolking niet zomaar meekrijgt en dus zijn toevlucht moet nemen tot intimidatie, propaganda en desinformatie. 

Hoe dan ook, in beide gevallen is de catastrofale afloop gegarandeerd. Hier het vervolg.

woensdag 18 januari 2023

De Nederlandse polycrisis: een moedeloos makende waslijst van problemen - die met elkaar samenhangen en een gemeenschappelijke oorzaak hebben - deel 1

Adam Tooze verstaat onder een polycrisis een toestand waarin we niet alleen te maken hebben met meerdere crises, maar waarin het totaal van die crises gevaarlijker is dan de optelsom ervan. Dat ligt eraan dat verschillende crises elkaar (kunnen) versterken. De ene crisis maakt de ander ernstiger. Zie Defining polycrisis - from crisis pictures to the crisis matrix.

Het kan daarnaast ook nog zijn dat het gevaar van een polycrisis groter is dan de optelsom doordat al die crises een en dezelfde bron hebben. Waardoor we er niet komen door die crises elk afzonderlijk aan te pakken. We zouden er beter aan doen door iets aan die bron te doen. Of eigenlijk: alleen dan werken we echt aan een oplossing.

Die gedachte kwam bij me op toen ik aan de hand van recente berichten in de media een waslijstje probeerde te maken van de problemen, de crises, waar de Nederlandse politiek en dus wij allen op het ogenblik mee geconfronteerd worden. Er kwam bij dat ik her en der opving dat mensen moedeloos beginnen te worden van al het slechte nieuws dat op hen afkomt. Sommigen besluiten zelfs om het nieuws helemaal niet meer te volgen. Het zou goed zijn als meer mensen inzagen dat veel problemen samenhangen en eenzelfde oorzaak hebben, waar bovendien iets aan te doen is.

Maar eerst maar die waslijst van problemen. In willekeurige volgorde en zonder volledigheid te claimen. In dit bericht de eerste vijf. De rest volgt.

De rechtspraak kampt met grote problemen door te grote werkdruk. "De kiem daarvan ligt bij de eerste twee kabinetten van premier Rutte (VVD) en minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) die bezuinigden op de financiering van de rechtspraak. Het gevolg: jarenlang werden geen nieuwe rechters aangenomen waardoor er nu een groot tekort is. (De rechter ligt er wakker van: het lukt niet meer om op tijd én goed te vonnissen)

Instellingen voor de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) sloten in 2022 vanwege geldgebrek en personeelstekorten een derde van klinische behandelplekken voor volwassenen met ernstige persoonlijkheidsstoornissen, terwijl de wachtlijsten voor deze plekken al jaren toenemen. De Nederlandse Zorgautoriteit onderzocht of de zorgplicht wordt geschonden. Dat zou niet het geval zijn, omdat vervangende zorg beschikbaar is. Maar die klinische behandelplekken zijn juist nodig omdat die vervangende, ambulante zorg onvoldoende is. (Een derde van specialistische ggz-bedden opgeheven, ‘zorg zakt door ondergrens’.)

De toestand bij de Belastingdienst is kritiek, door sterk verouderde computersystemen en ernstige personeelstekorten. Dat betekent dat de belastingheffing gevaar loopt, en dat er sterk verminderd toezicht is op belastingaangiftes en dat het invoeren van nieuwe wetgeving "nauwelijks" mogelijk is. Die computersystemen hadden al lang moeten worden vervangen. "De oorsprong van het personeelstekort ligt bij jarenlange bezuinigingen die in 2016 culmineerden in een uit de hand gelopen vertrekregeling. Duizenden medewerkers vertrokken, veelal de beste mensen met de grootste kansen elders op de arbeidsmarkt." (De toestand bij de Belastingdienst is kritiek)

Er is achterstallig onderhoud aan de infrastructuur:  bruggen, sluizen en viaducten. Met veiligheidsrisico's en toenemend oponthoud op de weg: Achterstallig onderhoud aan bruggen eist zijn tol: meer hinder en files de komende jaren.  In de brief van de regering aan de Tweede Kamer lees je: "Het beeld in de rapportage is dat de infrastructuur grotendeels voldoet, maar niet overal. Op alle netwerken is het effect van uitgesteld onderhoud op de netwerken zichtbaar. Er zijn meer storingen. De keuze voor het moment van onderhoud of vervanging wordt bepaald op basis van de feitelijke technische conditie en de middelen die beschikbaar zijn." Er zijn dus in het verleden te weinig middelen beschikbaar gesteld.

Er is al jaren een groot woningtekort door bewust overheidsbeleid om die markt zoveel mogelijk vrij te laten. "Als de markt niet werkt, moet de overheid de markt anders organiseren, of zelf het aanbod van nieuwbouwwoningen sturen.": Huidige problemen op de woningmarkt vragen om actievere rol van overheid. Tegelijk legde de overheid in 2013 de woningcorporaties een forse verhuurderheffing op om de overheidsfinanciën weer op orde te brengen, waardoor de huursector doelbewust is verwaarloosd: Het Rijk verwaarloost doelbewust de Nederlandse volkshuisvesting.

Wordt vervolgd. Hier Deel 2.

zondag 18 september 2022

Een sociaalwetenschappelijk zicht op hoe Nederlanders reageerden op de Duitse Bezetting - 5. Over hoe het Duitse volk zelf niet in verzet kwam

De vraag waardoor niet meer Nederlanders gedurende de Duitse bezetting van 1940-1945 in verzet kwamen, in verzet tegen de Duitse terreurmaatregelen en de vervolging van Joodse landgenoten, heeft een algemenere strekking. Zie ook het vorige bericht.  

Want die bezetting, terreur en vervolging vormen een bijzonder geval van het vaker voorkomende verschijnsel van het collectief bedreigd zijn, waartegen een verdediging mogelijk zou zijn als maar genoeg mensen daaraan zouden meedoen. En dat laatste is dus vaak niet zo. Hoe komt dat?

Een ander geval is de situatie waarin de Duitsers zelf verkeerden gedurende de opkomst van Hitler in de jaren dertig en na het uitbreken van de oorlog, met de inval in Polen, in 1939. Hoewel de steun voor Hitler opliep, haalde hij bij de laatste Rijksdagverkiezing voor de machtsovername, op 5 maart 1933, geen meerderheid. En na de aanvankelijke economische (en militaire) successen werd het voor de Duitse bevolking al gauw duidelijk dat die succesvolle economie niet voor hun welzijn bedoeld was, maar voor het voeren van een roekeloze oorlog die slechts op een ramp kon uitlopen. 

Onder die oorlogseconomie en onder die oorlog had ook het Duitse volk zelf te lijden, dus nog afgezien van het leed dat aan anderen werd toegebracht. Er was weliswaar enig verzet en er waren een of twee mislukte aanslagen op Hitler. Maar ook toen de meeste Duitsers al wel door hadden gekregen dat ze zich door een narcistische fantast hadden laten begeesteren en dat het niet goed zou aflopen, bleven ze passief en zelfs apathisch en kwam er geen volksopstand.

Ik bladerde even door The Wages of Destruction van Adam Tooze, dat hier en hier al aan de orde kwam.  Nadat de militaire successen duidelijk tot het verleden behoorden en de geallieerde bombardementen op de Duitse steden waren begonnen, was er van die aanvankelijke begeestering weinig meer over. Tooze schrijft daarover (p. 602-3):

...the impact of the events of July 1943 (het bombardement op Hamburg) cannot be exaggerated. Even the most rabid adherents of the Third Reich could hardly deny that 'the end was nigh'. (...) Not surprisingly, as the news from Hamburg leaked, the Gestapo picked up reports of shock and dismay from across the country. (...) The SD noted that party members were no longer wearing their party badges in public and people were avoiding the Hitler salute wherever possible. Speer (Albert Speer) found that even party audiences no longer responded to his boasts about the triumphs of the armaments miracle. Amongst senior industrial leaders, the SD reported, there was no longer anyone who believed in the possibility of a German victory. To admit as much in public, however, was extremely dangerous.

Dat laatste slaat op de terreur van het bewind tegen de eigen bevolking. Een onafhankelijke rechtspraak bestond al lang niet meer. Tooze (p. 603):

The politcization of the judiciary, which had taken on ever more aggressive forms since the beginning of the war, was intensified. By 1943 the courts were issuing death penalties against Germans for defeatism and sabotage at the rate of a hundred a week. Even prominent businessmen were no longer immune. (...) In the autumn of 1943 two senior branch managers of the Deutsche Bank were arrested and executed for making defeatist remarks. A designated board member of the electricity giant RWE suffered the same fate...

Het is natuurlijk moeilijk om nog een goed beeld te krijgen van wat dit voor de Duitse bevolking betekende. Als je The German War. A Nation Under Arms, 1939-1945 van Nicholas Stargardt er op naslaat, dan lees je (p. 373-4):

Most ominously for a Security Service primed to prevent a repeat of the 1918 revolution, during the course of August 1943 it reported growing public dissent. When the Lord Mayor of Göttingen boarded a train from Hamburg, refugees spotted his golden Party badge and told him quitley that there would be a reckoning. A woman even held her sleeve up to his nose so that he could smell the stench of the smoke on her clothes. Party officals were so often abused and threatened in public, especially in cities which had recently been bombed, that in the late summer of 1943 many stopped wearing their uniforms and Party badges in public. (...) In Marburg, Lisa de Boor was thrilled: "'Everywhere in the streets, in the shops, at the station, people are talking to one another saying that it can't go on like this.' 

Ook lees je daar dat het onder de Duitse bevolking rond ging dat de bombardementen een wraakactie waren voor wat de Duitsers de Joden hadden aangedaan (p. 375):

As evacuees from northern and western Germany brought tales of horror they had endured to the unscathed south and east of the country, everywhere 'terror bombing' was ascribed to 'the Jewish retaliation'. Nazi propaganda had played its part in preparing this response by insisting that the Jewish lobby in London and Washingtom was behind the bombing in an attempt to exterminate the German nation. But the tenor of popular reasoning was now different: it was what the Germans had done to the Jews that had provoked them to use their power to bomb German cities.

Wat er meteen op wijst dat de bevolking behoorlijk goed op de hoogte was van de massamoord op de Joden. Denk ook aan Peter Longerichs "Davon haben wir nichts gewusst!". Die kennis drong zich nu natuurlijk op, maar dat zette ook nu niet aan tot verzet. Stargardt (p.380):

The regime could demand silence from the German people, but it could not alter the fact that the shared secret of the murder of the Jews had been broached openly across Germany and that such talk did not strenghten support for the regime. But it did not provoke real action either: dissent never progressed beyond the talk of regime change and a separate peace.

Het bleef dus bij woorden. De verschrikkingen gingen door. Tot uiteindelijk die narcistische fantast, waar ze al zo lang op waren uitgekeken, op 30 april 1945 in zijn Berlijnse bunker zelfmoord pleegde. Gedurende zijn leven kwam het Duitse volk niet in verzet.

Wat maakt dat collectief en massaal verzet tegen terreur en onderdrukking zo moeilijk van de grond komt? Wat hield de Nederlanders tegen gedurende de Duitse bezetting van 1940-1945? Wat hield de Duitsers zelf tegen, nadat ze doordrongen waren geraakt van de ware aard van het Hitler-bewind?

Het zijn vragen die ook nu nog, of weer, van groot belang zijn, in een tijd waarin het rechts-extremisme weer her en der de kop opsteekt. Wordt vervolgd. Hier het volgende bericht.

maandag 1 februari 2021

De combinatie van incompetentie en overtuigingskracht van de narcistische leider - En over Hitler en Trump

Sinds we nationale staten kennen, is het zo nu en dan gebeurd dat een kwaadaardige narcist erin slaagt om in een staat aan de macht te komen. Gelukkig nog niet zo vaak dat er voldoende materiaal is om er algemeenheden aan te onderkennen. We moeten het doen met gevalsstudies.

Een wel zeer ingrijpend geval is de opkomst en uiteindelijke val van Adolf Hitler. En je kunt wel zeggen dat daar zeer intensief studie van is gemaakt. Er is een bibliotheek aan boeken over verschenen.

Een ander geval is het vierjarige presidentschap van Donald Trump, dat we nu net achter de rug hebben. Ook over dit geval begint er een reeks boeken te ontstaan. Die nog wel zal groeien.

De twee gevallen zijn in veel opzichten totaal verschillend. Maar dat kan niet het zicht onttrekken aan twee opvallende overeenkomsten in het gedrag van de narcistische leider: (1) de combinatie van incompetentie en overtuigingskracht, en (2) het volstrekte onvermogen om de nederlaag onder ogen te zien. Eerst maar over die combinatie van incompetentie en overtuigingskracht.

Die incompetentie van de narcist komt eruit voort dat hij niet in staat is om van zijn fouten te leren, omdat hij niet vermag in te zien dat hij ooit een fout maakt. Dat maakt leren onmogelijk. In al die gevallen waarin hij toch van mening en gedrag lijkt te veranderen, zal hij alles in het werk stellen om zichzelf en anderen ervan te overtuigen dat hij altijd al vond wat hij nu vindt en altijd al deed wat hij nu doet. Meer in het algemeen bestaat er voor een narcist geen waarheid waar hij het hoofd voor zou moeten buigen. 

Van zowel Hitler als Trump is hun incompetentie opvallend. In het geval van Hitler zou dat nog bestreden kunnen worden, omdat hij na zijn machtsgreep aanvankelijk successen boekte. Maar al heel snel dienden zich de voortekenen aan van de uiteindelijke nederlaag. 

De door hem aangestelde Hjalmar Schacht wist de Duitse economie erboven op te krijgen en de werkloosheid terug te brengen. Maar toen dat min of meer gelukt was, bleek dat het Hitler daar eigenlijk niet om te doen was. Het ging hem om een oorlogseconomie in het leven te roepen. Dat wordt door Adam Tooze in The Wages of Destruction. The making and breaking of the Nazi economy gedetailleerd uit de doeken gedaan. Tegen alle economische logica in en en ten koste van de burgerbevolking werd de militaire macht uitgebreid. Tot een omvang die niet meer te rijmen was met het niet voeren van een oorlog.

Daarmee was eigenlijk die uiteindelijke nederlaag al bezegeld. Want zulke buitenproportionele militaire uitgaven bleken in de loop van de volgende jaren economisch niet op te brengen.  Ook al waren er de "noodmaatregelen" in de vorm van grootschalige dwangarbeid en plundering van bezette gebieden. Tooze concludeert (p.662) dat het eigenlijk al in 1939, ook aan Hitler zelf, duidelijk was dat de oorlog niet gewonnen zou kunnen worden. De incompetentie bestaat eruit dat hij die toch begon en tot het einde doorzette. Tooze voert "ideologie" daar voor als verklaring aan (p. 663-5):

The key to Hitler's ideology was (...) his obsessive fixation on racial struggle and in particular the antagonism between Aryans and Jews.

(...) it was this paranoid sense of menace that precipitated Hitler's decision to launch his strike against Poland and then against the Western coalition that continued to stand obstinately in his way.

(...) this peculiar combination of strategic and economic factors, overarched  by Hitler's abiding anti-Semitic obsession, is capable not only of accounting for Hitler's decision to go to war. It can also make sense of his subsequent willingness to escalate the conflict to an even larger scale.

Die paranoïde obsessie met de wereld als een strijdtoneel tussen rassen, met de superioriteit van het eigen ras en van hemzelf als de leider daarvan, past bij het patroon van het kwaadaardige narcisme. En wijst erop dat incompetentie en narcisme eigenlijk altijd samengaan.

Maar narcisme gaat ook altijd samen met overtuigingskracht. Een narcist is zo rotsvast overtuigd van zijn eigen grootsheid, dat hij anderen met zijn zelfverzekerdheid kan bedwelmen. iemand die zo zeker van zijn zaak is, die kan het eigenlijk niet mis hebben. Als je zelf wat onzeker bent, en welk normaal mens is dat niet, dan kun je misschien niet een andere verklaring voor zoveel zelfverzekerdheid bedenken dan dat de persoon wel over bijzondere gaven moet beschikken. De narcist krijgt een aureool, hij wordt omschreven als charismatisch. En krijgt aanhangers. En hoe meer aanhangers, hoe groter zijn aantrekkingskracht. En als de maatschappelijke omstandigheden daarvoor gunstig zijn, bedreigingen, bestaansonzekerheid, dan kan een narcist aan de macht komen.

Bij Trump zien we diezelfde combinatie van incompetentie en overtuigingskracht. Die incompetentie is genoegzaam bekend. Hij kreeg voor de rijke Amerikanen een belastingverlaging voor elkaar, omdat de Republikeinen die van hem wilden. Maar tot het voeren van "beleid", met rationele afwegingen van doelen en middelen, was hij duidelijk niet in staat. Zijn tijd besteedde hij aan twitteren, televisiekijken golfen en het toespreken van zijn aanhangers. Competente adviseurs hadden grote moeite om zijn aandacht te trekken en verdwenen meer en meer uit beeld. Alleen de allertrouwste aanhangers bleven over. Obsessief narcisme verdraagt niet dat er enig waardevol advies zou kunnen worden ontvangen.

En zijn narcistische overtuigingskracht, zijn "charisma", zorgt er tot nu voor dat er nog steeds een behoorlijk grote Trump-aanhang bestaat.

In het volgende bericht over het narcistische onvermogen om de nederlaag onder ogen te zien.

maandag 11 december 2017

De actualiteit van de jaren 30 bevestigd: meer succes voor de nazi's in kiesdistricten met meer bezuinigingen en lastenverzwaringen

Update. Dit onderzoek krijgt terecht veel aandacht. Nu in Newsweek: RAISING TAXES AND CUTTING SOCIAL PROGRAMS LED TO HITLER AND THE NAZIS, STUDY SAYS. En nu ook in ESB: Opkomst nazi’s door bezuinigingen.
Na de Grote Financiële Crisis van 2008-2010 (de kredietcrisis) raakten de regeringen geobsedeerd door de wens de begrotingstekorten zo snel mogelijk terug te dringen. Dat zou de economie wel gauw weer aanjagen. Dus moest er bezuinigd worden, op de overheidsinvesteringen en de sociale zekerheid, en moesten de lasten verzwaard worden. Na de sociale zeepbellen die de crisis hadden veroorzaakt, heerste er in de kringen van de politici de sociale zeepbel van het bezuinigen. De meeste economen kwamen ertegen  in het geweer, maar de politici meenden beter te weten.

De door die economen voorspelde negatieve gevolgen bleven niet uit: de werkloosheid en de armoede groeiden en de snelle opleving van de economische groei bleef uit. De overheidstekorten namen juist toe of namen veel minder af dan was voorspeld. Zelden is het herstel na een crisis zo langzaam verlopen.

En er werd gewezen op een ander akelig gevolg: net zo als het bezuinigingsbeleid van de regering-Brüning in de jaren 30 van de vorige eeuw in Duitsland had bijgedragen aan de opkomst en het succes van Hitler en zijn nazipartij, nam ook na de Grote Financiële Crisis nu in tal van landen waar werd bezuinigd de aanhang van rechts-extremistische partijen toe.
Denk aan dit bericht uit 2013: Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann). En volg de link naar de powerpoint in het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?
Maar hoe sterk zijn eigenlijk de aanwijzingen dat dat economisch onverstandige en onnodige bezuinigingsbeleid in de jaren 30 bijdroeg aan de opkomst van Hitler?

Een stuk sterker dan ze al waren, door de vandaag verschenen studie AUSTERITY AND THE RISE OF THE NAZI PARTY van Gregori Galofré-Vilà, Christopher M. Meissner, Martin McKee en David Stuckler. 
Ja, dat is dezelfde Martin McKee van Martin McKee over het vergeten belang van verzorgingsstaat en bestaanszekerheid - WRR Lecture 2016: Living on the edge en Martin McKee: toenemende kwetsbaarheid en onzekerheid zijn gevolg van politieke keuzes.
De onderzoekers analyseerden de gegevens over het stemgedrag en over de bezuinigingen, belastingen en de werkloosheid voor de kiesdistricten in Duitsland in de jaren 30. Het blijkt dan dat het succes bij de elkaar opvolgende verkiezingen (1930, 1932 en 1933) van Hitler groter was in die districten waar door lokale en regionale overheden meer werd bezuinigd en waar de belastingen, zoals de regionaal geheven inkomensbelasting, meer werd verhoogd. Dat succes kwam vooral tot stand door dat kiezers van de centrumpartij naar de nazi's overliepen.

Zou het wat hebben uitgemaakt als de regering-Brüning een ander, niet-deflationair, beleid had gevoerd? Jazeker, daar lijkt het wel op. Want in dat geval hadden de nazi's waarschijnlijk niet voldoende zetels gehaald om, in 1933, met behulp van een andere rechtse partij, aan de regeringsmacht te komen.

Opvallend: er was geen verband met de werkloosheidscijfers. Wel haalde de communisten meer stemmen in districten met hogere werkloosheid.

Een en ander wijst erop dat het vooral de middenklasse was die als gevolg van de toegenomen bestaansonzekerheid zijn toevlucht zocht bij de nazi's. Daartoe werden ze ook expliciet door Hitler verleid, omdat die hen beloofde dat hij de uitgaven zou verhogen, in het bijzonder voor de infrastructuur (de Autobahnen), de sociale zekerheid en de ouderenzorg.
Lees The Wages of Destruction. The Making and Breaking of the Nazi Economy van Adam Tooze voor hoe Hitler met die beloftes omging nadat hij aan de macht was gekomen.
Natuurlijk denk je daarbij even aan de parallel met de verkiezingsbeloftes van figuren als Wilders en Trump.