Hoe kon het gebeuren dat er na de Grote Financiële Crisis van 2009 - 2010 in de politiek een obsessie ontstond met overheidsschulden? Met een consensus dat overheden zo snel mogelijk en zo veel mogelijk moesten bezuinigen?
Terwijl de crisis juist te maken had met de exorbitante schuldophoping in de private sector? En terwijl de economiehandboeken adviseerden om in zulke tijden juist de tekorten te laten oplopen en de economie te stimuleren? Kortom, hoe kon de politieke bezuinigingszeepbel ontstaan? (Mijn eerste bericht over die bezuinigingszeepbel dateert van 2011.)
Een aanleiding om nog eens bij die vraag stil te staan vormen de laatste twee columns van Coen Teulings in het Financieel Dagblad: Staatsschuld kost niet, staatsschuld rendeert juist en
Nieuwe‘Studiegroep Begrotingsruimte’ voor volgend kabinet kan niet op zelfde voet doorgaan.
Niet omdat Teulings daar nieuwe argumenten naar voren brengt tegen die obsessie met begrotingstekorten. Maar integendeel juist omdat die argumenten al lang bekend zijn. Het klopt niet om de overheidsbegroting gelijk te stellen aan een huishoudboekje. De overheid bestiert niet een huishouden, maar een hele economie, waardoor een heel andere kijk op "schulden" nodig is. Lees Teulings en lees ook nog eens De overheidsbegroting is nog steeds geen huishoudboekje - Over onkunde in de politiek en de media.
Een tweede aanleiding vormt de column van Paul Krugman van vorige week: Notes on Excessive Wealth Disorder. How not to repeat the mistakes of 2011.
Want daarin stelt hij precies die vraag naar hoe die politieke zeepbel kon ontstaan. En maakt hij, althans voor de Verenigde Staten, aannemelijk dat de invloed van het Grote Geld (Excessive Wealth Disorder) op de politieke agendavorming een grote rol heeft gespeeld.
Hoewel ook bij het grote publiek het huishoudboekjesdenken aanhang heeft, staan daar toch de sociale zekerheid en de gezondheidszorg en de werkloosheidsbestrijding hoger op de agenda. En daartegenover liggen de prioriteiten van de allerrijksten juist bij het terugdringen van het overheidstekort (bezuinigen!) en bij het uitkleden van de sociale zekerheid (de entitlements).
Het blijft tragisch. Terwijl het uitbreken van de Grote Financiële Crisis een gevolg was van de sterk toegenomen ongelijkheid en de groei van het Grote Geld, was het datzelfde Grote Geld dat maatregelen wist tegen te houden die de gevolgen ervan voor de Gewone Man hadden verzacht.
Over een nieuw sociaalwetenschappelijk zicht op mens en maatschappij. En over de lange weg daarnaartoe.
Posts tonen met het label Coen Teulings. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Coen Teulings. Alle posts tonen
vrijdag 28 juni 2019
maandag 12 juni 2017
Een natuurlijk experiment met een kleinere overheid. Het Kansas-debacle
Update. Zie nu, begin 2018, ook Kansas Provides Compelling Evidence of Failure of "Supply-Side" Tax Cuts.In de Amerikaanse staat Kansas hebben de Republikeinen, de ideologen van de kleine overheid, de afgelopen jaren hun kans gegrepen om hun ideologie in de praktijk te brengen. Onder leiding van Gouverneur Sam Brownback voerden ze drastische belastingverlagingen door, met de vaste overtuiging dat ze door deze "adrenalinestoot" snel de economische groei zouden kunnen aanjagen.
Met dit "natuurlijke experiment", zoals Brownback het noemde, zou vast en zeker bewezen worden dat een kleinere overheid beter is voor de economie. Geheel in overeenstemming met de adviezen van economen als Arthur Laffer en Stephen Moore, die eerder President George W. Bush aanzetten tot belastingverlagingen en die nu de auteurs-op-de-achtergrond zijn van de belastingplannen van President Donald Trump.
Maar de feitelijke ontwikkelingen in Kansas komen niet overeen met de hooggestemde verwachtingen. De economische groei en de groei van de werkgelegenheid lopen juist sterk achter bij het gemiddelde van de andere staten. Bovendien heeft de staat grote budgettaire problemen. Terwijl sterk bezuinigd werd op de uitgaven aan infrastructuur en onderwijs. Het Hooggerechtshof greep in met het oordeel dat het gebrek aan middelen in het onderwijs indruiste tegen de Grondwet.
Gematigde Republikeinen die dit beleid aanvankelijk ondersteunden, keren nu op hun schreden terug. Samen met de Democraten beschouwen ze het experiment als mislukt en hebben ze de belastingverlagingen grotendeels teruggedraaid. Tegen de wil van Brownback en andere diehard conservatieven in. Zie de recente berichten Kansas Republicans raise taxes, ending their GOP governor’s ‘real live experiment’ in conservative policy en Kansas Republicans end the state’s failed tax reform experiment. Update. En Finally, Something Isn’t the Matter With Kansas.
Het is een interessante ontwikkeling. De neoliberale ideologie van de kleine overheid kent nog steeds veel aanhangers, ook in Nederland. Mark Rutte behoort daartoe, maar ook de PvdA en de meeste andere politiek partijen. Het is de ideologie die ten grondslag lag aan het idee dat je er juist in een crisis snel weer bovenop komt door, procyclisch, snel en veel te gaan bezuinigen. Eigenlijk hebben we daarmee ook in Nederland een natuurlijk experiment meegemaakt. Dat net als in Kansas geheel verkeerd uitpakte (hoewel de media dat angstvallig proberen te negeren). Zie nog maar weer eens Bas Jacobs, Coen Teulings en de ING.
Dat verband tussen de omvang van de overheid en de economische groei ligt natuurlijk veel genuanceerder als je echt de moeite neemt om naar de wetenschappelijke literatuur te kijken. Die overzie ik geloof ik niet in zijn geheel, maar het lijkt me dat GOVERNMENT SIZE AND GROWTH: A SURVEY AND INTERPRETATION OF THE EVIDENCE van Andreas Bergh en Magnus Henrekson de stand van zaken goed weergeeft.
Zij komen tot de conclusie dat voor de rijkere landen inderdaad geldt dat een grotere omvang van de overheid (als percentage van het BNP) samengaat met een wat lagere economische groei. Maar ook geldt dat de richting van het oorzakelijke verband eigenlijk niet valt te achterhalen:
In fact, it is close to conceptually meaningless to discuss a causal effect from an aggregate such as government size on economic growth. Thus, scholars like Kneller et al. (1999) and Bassaniniet al. (2001) have in our view rightly concluded it is more fruitful to analyse separately the mechanisms through which different taxes and expenditure affect growth. Not all taxes are equally harmful, and some studies identify public spending on education and public investment to be positively related to growth.Maar ook wijzen Bergh en Henrekson op het gegeven dat er landen zijn, zoals de Scandinavische landen, waar een omvangrijke overheid juist heel goed samengaat met hoge economische groei. En dat zou er aan kunnen liggen dat dat landen zijn met een hoge mate van vertrouwen van burgers in elkaar. Dat vertrouwen maakt een omvangrijke overheid mogelijk, met weinig corruptie en weinig belastingontwijking en -fraude. Terwijl vertrouwen bovendien goed is voor de economie.
Dat is boeiend, als je bedenkt dat die ideologie van de kleine overheid psychologisch gezien wel eens zou kunnen voortkomen uit een lage mate van vertrouwen in anderen. Als je anderen wantrouwt, dan wil je zo weinig mogelijk van anderen afhankelijk zijn. En wil je dus zo weinig mogelijk collectief regelen.
Anderen zijn er immers alleen maar op uit om van jouw inspanningen te profiteren. Klaplopers en profiteurs! Moochers! Daar wil je niets mee te maken hebben. In die psychologie van de kleine overheid zou wantrouwen wel eens de cruciale factor kunnen zijn.
Update. Lees nu ook Paul Krugman over het Kansas-debacle en over de republikeinse partij: We’re Not Even In Kansas Anymore.
donderdag 8 december 2016
Coen Teulings over de schade van het bezuinigingsbeleid - De continuing story van de bezuinigingszeepbel
Voor wie het gemist heeft: nu een week geleden verbaasde Coen Teulings, hoogleraar economie in Cambridge en Amsterdan en oud-directeur van het Centraal Planbureau, zich er over dat het economisch beleid van de afgelopen zes jaar, dat door onnodige bezuinigingen zoveel economische schade heeft aangericht, nog steeds wordt verdedigd. Zie Het economisch beleid over de afgelopen zes jaar: waarom? (misschien is registreren vereist).
Toch is er van buiten al veel kritiek op geweest, door The Economist, de Financial Times, het IMF en de OESO. En in eigen land was er Bas Jacobs en was er het ING. En was er eerder (in 2012!) natuurlijk al Johan Witteveen.
Teulings maakt een vergelijking met Frankrijk, dat minder bezuinigde en dat wordt verweten niet genoeg te hervormen, maar dat het economisch beter gedaan heeft:
Teulings vraagt zich af hoe die bezuinigingsobsessie te verklaren. Een van die mogelijke verklaringen is dat dit soort misplaatste stoerdoenerij het bij de kiezers vooralsnog goed blijkt te doen. Maar hij gelooft dat de belangrijkste verklaring ligt in
Maar er is natuurlijk veel mis met je politiek als die je er toe brengt om fout economisch beleid te voeren. Nee, het blijft onvergeeflijk wat zich de afgelopen zes jaar in de Nederlandse politiek heeft afgespeeld.
(Mijn eerste bericht over de bezuinigingszeepbel dateert van 21 september 2011. Kon toen niet vermoeden dat ik er in december 2016 nog op zou terugkomen.)
Toch is er van buiten al veel kritiek op geweest, door The Economist, de Financial Times, het IMF en de OESO. En in eigen land was er Bas Jacobs en was er het ING. En was er eerder (in 2012!) natuurlijk al Johan Witteveen.
Teulings maakt een vergelijking met Frankrijk, dat minder bezuinigde en dat wordt verweten niet genoeg te hervormen, maar dat het economisch beter gedaan heeft:
Het Franse economisch beleid staat in ons land niet hoog aangeschreven. Frankrijk kampt al jaren met een hoge werkloosheid, vooral als gevolg van hoge minimumlonen en rigide ontslagbescherming. Je zou dus verwachten dat het land door de crisis zwaar geraakt is en zich maar moeizaam herstelt. Het tegendeel is waar. De Franse economie heeft het tussen 2010 en 2013 (de jaren van de grote bezuinigingen in Nederland) veel beter gedaan dan die van Nederland, zie de bijgaande figuur. Als Nederland in 2017 een vol procent meer groeit dan Frankrijk, dan heeft het eind 2017 eindelijk de sinds 2010 opgelopen achterstand weggewerkt.
Het economisch herstel is dus niet zozeer een succes van het gevoerde beleid. Het is eerder een inhaalactie om de eerdere schade ongedaan te maken. Als in 2017 de achterstand is weggewerkt, liggen beide landen in vergelijking tot 2010 weer op gelijke hoogte. Het verlies aan bbp van de tussenliggende jaren is echter blijvend. Over die periode van 2010 tot 2017 gaat dat bij elkaar om 13% van ons bbp, ofwel ruim € 80 mrd. Dat is vele malen meer dan de kosten van het redden van de banken.(De Figuur laat zien dat de groei in Nederland vooral na 2011 sterk achterbleef bij die van Frankrijk.)
Teulings vraagt zich af hoe die bezuinigingsobsessie te verklaren. Een van die mogelijke verklaringen is dat dit soort misplaatste stoerdoenerij het bij de kiezers vooralsnog goed blijkt te doen. Maar hij gelooft dat de belangrijkste verklaring ligt in
in het onderlinge wantrouwen binnen de eurozone en ons gepercipieerde bondgenootschap met de machtige oosterbuur. Wij zijn bang voor de spilzucht in Zuid-Europa, voelen aversie tegen ook maar één euro voor de Grieken. Alleen strengere Europese begrotingsregels kunnen ons daartegen beschermen.
Nederland heeft daarvoor in Europa campagne gevoerd. Het heeft ons niet geliefd gemaakt. En toen de handtekeningen eenmaal gezet waren, konden we niet meer terug. Bestuurlijk kon dat vanzelfsprekend wel — Brussel had met een overschrijding echt wel ingestemd — maar politiek niet.Dat kan als verklaring gelden, maar natuurlijk niet als excuus. Ik denk even terug aan Wouter Bos, die in 2013 het bezuinigingsbeleid als econoom als onverstandig, maar politiek gezien als verstandig beoordeelde. Zie Wouter Bos vindt doorgaan met fout beleid verstandig.
Maar er is natuurlijk veel mis met je politiek als die je er toe brengt om fout economisch beleid te voeren. Nee, het blijft onvergeeflijk wat zich de afgelopen zes jaar in de Nederlandse politiek heeft afgespeeld.
(Mijn eerste bericht over de bezuinigingszeepbel dateert van 21 september 2011. Kon toen niet vermoeden dat ik er in december 2016 nog op zou terugkomen.)
donderdag 30 oktober 2014
Er zijn goede economische argumenten voor minder ongelijkheid
In het lezenswaardige artikel Piketty versus de economische wetenschap van Nynke van Verschuer in Vrij Nederland komen economen aan het woord over ongelijkheid en de scheiding tussen wetenschap en politiek. Zo zegt Bas Jacobs dat hij de vraag naar hoeveel ongelijkheid je moet willen, een politieke vraag vindt. Waar hij zich dus niet mee bezig wil houden:
'Je kan er over twisten of je meer of minder gelijkheid wilt, of een grotere of kleinere overheid – maar dat is politiek. De econoom dient zich bezig te houden met de vraag hoe je politieke doelen tegen de laagste maatschappelijke kosten realiseert. Dat is een efficiëntievraagstuk. Dát is de taak van de econoom. De econoom is geen zedenpreker, geen moraalridder, geen verkapte filosoof en al helemaal geen verkapte politicus. En ik wil die rollen gescheiden houden.En Coen Teulings verklaart:
Ik onthoud me als econoom zoveel mogelijk van een politiek oordeel. Dat heeft óók te maken met mijn tijd bij het CPB. Je houdt je bezig met situaties waarin iederéén beter wordt van een bepaalde beleidsmaatregel. En als er wel iemand op achteruit gaat, dan schrijf je dat op, maar de belangenafweging wordt gemaakt door de politiek.Dat klinkt op het eerste gezicht verstandig en redelijk. Maar je kunt er vragen bij stellen. Want is die scheiding tussen politiek en wetenschap wel zo helder?
Neem nu dat criterium voor de bepaling van collectieve welvaartsverbeteringen waar beide naar verwijzen. Dat is het economische criterium van de efficiëntie of (Pareto-)optimaliteit. Dat houdt in dat alle veranderingen wenselijk zijn waarbij er tenminste sommigen op vooruit gaan en niemand er op achteruit. Het is een poging, ooit geformuleerd door Vilfredo Pareto (1848-1923), om de notie van "het algemene belang" te operationaliseren. Update. Zie ook het eerdere bericht Dreigt de overheid te groot te worden? Aanleiding voor deze vraag: het overlijden van James M. Buchanan.
Dat criterium speelt in de economische welvaartstheorie weliswaar een grote rol, maar het is bepaald ook niet het laatste woord. Want er is het voor de hand liggende bezwaar dat het geen rekening houdt met de mate van ongelijkheid. Vanuit een zeer ongelijke verdeling zijn Pareto-optimale veranderingen mogelijk zonder dat de ongelijkheid afneemt. Die kan zelfs toenemen, als er maar geen verliezers zijn.
Dat probleem kan worden ondervangen door het minder strenge neo-Paretiaanse criterium. (Ook wel Kaldor-criterium genoemd.) Dat staat ook veranderingen toe waarbij de winnaars er zoveel op vooruitgaan dat de verliezers daaruit zouden kunnen worden gecompenseerd. Let op het cursief: compensatie hoeft dus niet daadwerkelijk plaats te vinden. Een toepassing daarvan kan zijn dat een zeer ongelijke maatschappij met een kleine, extreem rijke bovenlaag (de 1 procent of de 0,1 procent), zich transformeert tot een verzorgingsstaat met progressieve belastingtarieven. De rijken gaan er dan op achteruit, maar de winst voor de rest is dan zo groot dat de verandering neo-Paretiaans gerechtvaardigd is.
Daar lijkt de gedachte achter te zitten dat die kleine groep rijken daarmee principieel zou kunnen instemmen. Ze zijn dan bereid om hun verlies te nemen. En het feit dat er verzorgingsstaten zijn ontstaan, wijst er op dat zulks tot de mogelijkheden behoort. Wij mensen zijn nu eenmaal niet allemaal egoïsten die alleen op eigen gewin uit zijn. We hebben ook allemaal emotioneel onderbouwde oordelen over wat een rechtvaardige verdeling is en dus over de mate van ongelijkheid die we aanvaardbaar vinden. En we zijn in staat om op basis daarvan een discussie te voeren over vooruitgang voor sommigen en wel of niet gecompenseerde verliezen voor anderen.
Die discussie is politiek, maar tegelijk ook economisch. Want neem nu al die nadelen die we kennen van grote ongelijkheid. Denk aan Richard Wilkinson van The Spirit Level. Why More Equal Societies Almost Always Do Better, die vorig jaar de WRR-lezing hield. Zie het bericht WRR-lezing over de schadelijke gevolgen van inkomensongelijkheid. Een enerverende gebeurtenis in de Nieuwe Kerk in Den Haag. Ik citeer daaruit:
Hoe groter de inkomensongelijkheid in een land, hoe slechter de gezondheid, hoe lager de levensverwachting, hoe slechter de onderwijsprestaties, hoe geringer het onderling vertrouwen, hoe meer geweld, hoe hoger de straffen, hoe groter de gevangenispopulatie en hoe lager de mobiliteit.
En hoe dat komt? Doordat ons sociale leven en onze onderlinge sociale verhoudingen er op achteruit gaan. Grotere verschillen tussen arm en rijk lokken meer statuscompetitie uit. Iedereen is meer bezig met zich omhoog te werken of te vermijden een loser te zijn. Vandaar een toename van narcisme en van zelfverheffing. En dat statuscompetitiegedrag verhoogt de ervaren stress, wat het leven voor iedereen minder aangenaam maakt. En dus ook korter.Al die nadelige effecten resulteren natuurlijk in economische kosten. En daar komt nog bij dat grote ongelijkheid ook nadelig uitwerkt op de mate van (stabiele) economische groei die nog valt te realiseren. Zie Inkomensongelijkheid is slecht voor stabiele economische groei.
Kortom, vanuit een toestand van grote ongelijkheid is een grote economische winst te behalen. Die gemakkelijk voldoet aan het neo-Paretiaanse criterium dat de verliezers zouden kunnen worden gecompenseerd. Daar is dus werk aan de winkel. Voor politici, maar ook voor economen. Want hoeveel ongelijkheid we zouden moeten willen, is dus ook een economisch vraagstuk.
Update. Zie ook Mark Thoma eergisteren over de noodzakelijke inbreng van economen bij het terugdringen van ongelijkheid: Are Economists Ready for Income Redistribution?
Update. Zie ook Mark Thoma eergisteren over de noodzakelijke inbreng van economen bij het terugdringen van ongelijkheid: Are Economists Ready for Income Redistribution?
donderdag 16 oktober 2014
De komende ontknoping van het Europese bezuinigingsdrama - En over de slaafsheid van de financiële pers
Het lijkt er op dat we de ontknoping naderen van het economische drama dat zich nu al jaren in Europa voltrekt. De politici dachten dat ze de financiële crisis en de daardoor in werking gezette eurocrisis te lijf moesten gaan door snel de overheidstekorten terug te dringen. Bezuinigen, veel en snel. Austeriteit, ging dat heten. Of, eufemistischer, consolidatie.
Hun diagnose was verkeerd en daardoor voldeed de gekozen oplossing niet aan de hooggestemde verwachtingen. De optimistische prognoses over de economische groei, die er snel zou komen, moesten keer op keer naar beneden worden bijgesteld. Kleine lichtpuntjes werden aangegrepen om het beleid te rechtvaardigen. Naar alternatieven werd niet gekeken. Naar kritiek werd niet geluisterd.
Nu is dat niet langer vol te houden. Het gaat maar steeds niet beter. Sterker, de eurozone dreigt een derde recessie in te glijden. Bij Italië en Frankrijk daagt het inzicht dat overheidsbezuinigingen averechts werken in een tijd dat private partijen hun schulden terugbrengen. En dat (sommige) neoliberale hervormingen in beter tijden zeker wenselijk zijn, maar onder de huidige omstandigheden de vraag nog verder doen inzakken.
Men komt tot de "ontdekking" dat er ook nog een economische conjunctuur bestaat. En een vak macro-economie, dat daar verstandige dingen over kan zeggen. Die al veel langer bekend waren, maar die, ideologisch gemotiveerd of gewoon door onwetendheid, waren vergeten, genegeerd of hooghartig als achterhaald beschouwd.
Tot voor kort waren het de kleine, perifere, eurozonelanden die zich moesten schikken in het Duitse dictaat van het bezuinigingsbeleid. Van het onverbiddelijke gebod, in wet en regels vastgelegd, dat de sluitende overheidsbegroting het allerhoogste goed zou zijn. Beter een begrotingsevenwicht dan een bloeiende economie. Een opvatting die naar absurditeit al op een lijn is gesteld met het rabiate anti-overheidsdenken van de extreem-rechtse Amerikaanse Tea Party.
Maar nu krijgen ook de grote eurozonelanden Italië en Frankrijk te maken met de negatieve uitwerkingen van het bezuinigingsbeleid. Waardoor beide landen in opstand komen en weigeren nog verder te doen alsof ze zich aan de begrotingsregels wensen te houden. Ze hebben aangekondigd dat ze begrotingen zullen opstellen die niet aan de eisen voldoen, omdat ze, terecht, denken dat dit hun economieën nog verder in het diepe zou duwen. Dat leidt tot een clash met Duitsland en dat lijkt ook precies waar ze op uit zijn.
Dat is een positieve ontwikkeling. Vandaar dat nu misschien de ontknoping nadert. Maar dat zou je niet zeggen als je op de Nederlandse financiële pers afgaat. In De Volkskrant valt Xander van Uffelen vandaag over Frankrijk heen alsof hij een volgeling is geworden van de Duitse Tea Party. Frankrijk zou arrogant zijn en al het geld weggeven aan uitkeringen en overheidsconsumptie. Stereotypering komt in de plaats van analyse en informatie. Maar al langer krijg je de indruk dat de financieel-economische journalisten in hun commentaren niet gehinderd worden door geïnformeerdheid, competentie en een kritische houding.
Een recente aanleiding voor die indruk is dat de Europese onafhankelijke denktank Bruegel begin van deze maand een vernietigend oordeel velde over het Nederlandse bezuinigingsbeleid. Ik besteedde er in het bericht Vernietigend oordeel denktank Bruegel over Nederlands bezuinigingsbeleid aandacht aan. Als het de Nederlandse krantenkoppen gehaald heeft, dan is mij dat niet opgevallen.
Een andere aanleiding is dat nota bene de Duitse televisie in een prachtige bijdrage, waaraan o.a. de economen Heiner Flassbeck en Peter Bofinger meewerkten, aan de kijkers uitlegden waarom het huishoudboekjesdenken van hun eigen regering van geen kant deugt. Ik verzuchtte dat als dat in Duitsland kan, waarom dan niet op de Nederlandse publieke omroep. Zie nog eens Duitse televisie legt kijkers uit wat er niet deugt aan het huishoudboekjesdenken van de Schwäbische Hausfrau (lees: Merkel).
Ik las vanochtend dan ook met grote instemming de column van Coen Teulings, de vorige directeur van het Centraal Plan Bureau en nu hoogleraar aan de universiteiten van Cambridge en Amsterdam, die gisteren verscheen in NRC/Handelsblad. Zie Hoe ons economisch beleid een fiasco werd (voor abonnees of met registratie). Hij legt daarin niet alleen uit wat voor slecht beleid de opvolgende Nederlandse regeringen hebben gevoerd en voeren, maar ook hoe onkritisch de journalisten dat beleid hebben gevolgd. Ik citeer de laatste alinea:
Hun diagnose was verkeerd en daardoor voldeed de gekozen oplossing niet aan de hooggestemde verwachtingen. De optimistische prognoses over de economische groei, die er snel zou komen, moesten keer op keer naar beneden worden bijgesteld. Kleine lichtpuntjes werden aangegrepen om het beleid te rechtvaardigen. Naar alternatieven werd niet gekeken. Naar kritiek werd niet geluisterd.
Nu is dat niet langer vol te houden. Het gaat maar steeds niet beter. Sterker, de eurozone dreigt een derde recessie in te glijden. Bij Italië en Frankrijk daagt het inzicht dat overheidsbezuinigingen averechts werken in een tijd dat private partijen hun schulden terugbrengen. En dat (sommige) neoliberale hervormingen in beter tijden zeker wenselijk zijn, maar onder de huidige omstandigheden de vraag nog verder doen inzakken.
Men komt tot de "ontdekking" dat er ook nog een economische conjunctuur bestaat. En een vak macro-economie, dat daar verstandige dingen over kan zeggen. Die al veel langer bekend waren, maar die, ideologisch gemotiveerd of gewoon door onwetendheid, waren vergeten, genegeerd of hooghartig als achterhaald beschouwd.
Tot voor kort waren het de kleine, perifere, eurozonelanden die zich moesten schikken in het Duitse dictaat van het bezuinigingsbeleid. Van het onverbiddelijke gebod, in wet en regels vastgelegd, dat de sluitende overheidsbegroting het allerhoogste goed zou zijn. Beter een begrotingsevenwicht dan een bloeiende economie. Een opvatting die naar absurditeit al op een lijn is gesteld met het rabiate anti-overheidsdenken van de extreem-rechtse Amerikaanse Tea Party.
Maar nu krijgen ook de grote eurozonelanden Italië en Frankrijk te maken met de negatieve uitwerkingen van het bezuinigingsbeleid. Waardoor beide landen in opstand komen en weigeren nog verder te doen alsof ze zich aan de begrotingsregels wensen te houden. Ze hebben aangekondigd dat ze begrotingen zullen opstellen die niet aan de eisen voldoen, omdat ze, terecht, denken dat dit hun economieën nog verder in het diepe zou duwen. Dat leidt tot een clash met Duitsland en dat lijkt ook precies waar ze op uit zijn.
Dat is een positieve ontwikkeling. Vandaar dat nu misschien de ontknoping nadert. Maar dat zou je niet zeggen als je op de Nederlandse financiële pers afgaat. In De Volkskrant valt Xander van Uffelen vandaag over Frankrijk heen alsof hij een volgeling is geworden van de Duitse Tea Party. Frankrijk zou arrogant zijn en al het geld weggeven aan uitkeringen en overheidsconsumptie. Stereotypering komt in de plaats van analyse en informatie. Maar al langer krijg je de indruk dat de financieel-economische journalisten in hun commentaren niet gehinderd worden door geïnformeerdheid, competentie en een kritische houding.
Een recente aanleiding voor die indruk is dat de Europese onafhankelijke denktank Bruegel begin van deze maand een vernietigend oordeel velde over het Nederlandse bezuinigingsbeleid. Ik besteedde er in het bericht Vernietigend oordeel denktank Bruegel over Nederlands bezuinigingsbeleid aandacht aan. Als het de Nederlandse krantenkoppen gehaald heeft, dan is mij dat niet opgevallen.
Een andere aanleiding is dat nota bene de Duitse televisie in een prachtige bijdrage, waaraan o.a. de economen Heiner Flassbeck en Peter Bofinger meewerkten, aan de kijkers uitlegden waarom het huishoudboekjesdenken van hun eigen regering van geen kant deugt. Ik verzuchtte dat als dat in Duitsland kan, waarom dan niet op de Nederlandse publieke omroep. Zie nog eens Duitse televisie legt kijkers uit wat er niet deugt aan het huishoudboekjesdenken van de Schwäbische Hausfrau (lees: Merkel).
Ik las vanochtend dan ook met grote instemming de column van Coen Teulings, de vorige directeur van het Centraal Plan Bureau en nu hoogleraar aan de universiteiten van Cambridge en Amsterdam, die gisteren verscheen in NRC/Handelsblad. Zie Hoe ons economisch beleid een fiasco werd (voor abonnees of met registratie). Hij legt daarin niet alleen uit wat voor slecht beleid de opvolgende Nederlandse regeringen hebben gevoerd en voeren, maar ook hoe onkritisch de journalisten dat beleid hebben gevolgd. Ik citeer de laatste alinea:
De internationale economische gemeenschap heeft het Nederlandse beleid met verbazing aanschouwd. Het thema is in mijn columns eerder aan de orde geweest: hoe komt het dat de Nederlandse financiële pers zich daar veelal weinig aan gelegen heeft laten liggen? Het doet denken aan de dagen van Colijn toen Nederland ook standvastig was, helaas met het verkeerde beleid. Zo bezien heeft SEO de verkeerde titel gekozen voor haar verjaardagsfeest. Beter was: ‘Luistert de financiële pers wel naar economen?’We hebben niet alleen een analyse nodig van hoe het kon gebeuren dat de Nederlandse economische politiek zo grondig en eensgezind de verkeerde weg insloeg, maar ook van de slaafsheid waarmee dat proces door de financieel-economische pers werd begeleid.
vrijdag 11 januari 2013
Studiegroep Begrotingsruimte heeft inzichten van CPB niet overgenomen
In vervolg op dit bericht: Hans Stegeman, econoom van de Rabobank, twittert dat Teulings in die studiegroep Begrotingsruimte een minderheidsstandpunt heeft ingenomen. In de vorm van een noot, namelijk deze (op p. 35):
Binnen de grenzen van een opgave van 20 miljard euro geeft de directeur CPB de voorkeur aan een directe additionele budgettaire doelstelling van 15 miljard euro binnen de kabinetsperiode. Daarmee kan worden voldaan aan de vereisten van het SGP (jaarlijkse verbetering van het structurele saldo met 0,5% per jaar). In aanvulling daarop is het verstandig om een voorzichtigheidsmarge in te bouwen van 5 miljard euro, en deze in te vullen met structurele maatregelen waartoe in de komende kabinetsperiode wordt besloten, maar die pas in latere kabinetsperioden hun volle effect op het EMU-saldo hebben. Deze strategie, bestaande uit een combinatie van een budgettaire doelstelling en structurele hervormingen gericht op een betere werking van de economie de Nederlandse overheidsfinanciën in de jaren ’80 van de vorige eeuw op orde heeft gebracht. Toen is al vanaf 1987 de werkgelegenheid gaan groeien en is pas later de staatsschuld gaan dalen. Het budgettaire effect van deze structurele maatregelen laat onvermijdelijk wat langer op zich wachten. Van een goed gekozen pakket van structurele maatregelen, dat leidt tot een beter functionerende woningmarkt, meer arbeidsaanbod en hogere productiviteitsgroei, wordt Nederland op termijn beter. Een dergelijk budgettair beleid vraagt dus om een langetermijnvisie, die zich uitstrekt tot voorbij het einde van de volgende kabinetsperiode. De consumptie zal ook in de komende jaren onder druk staan als gevolg van dalende huizenprijzen, lagere pensioenuitkeringen en hogere pensioenpremies. Een al te grote budgettaire opgave in de komende jaren zal de consumptie nog sterker drukken dan in de Economische Verkenning 2013-2017 al het geval is, en daarmee het economisch herstel remmen. Ook dit pleit voor het invullen van de voorzichtigheidsmarge door maatregelen die aangrijpen na de kabinetsperiode.Teulings heeft dus wel zijn poot stijf gehouden, maar er is niet naar hem geluisterd. Pijnlijk voor het CPB. Dank aan Stegeman. Ik moet daar overheen gelezen hebben toen ik dat advies las (zie dit bericht). Maar dat moeten er meer hebben gedaan, want ik kan me niet herinneren dat economische journalisten er aandacht aan besteedden. Waarom heeft Teulings daar niet zelf meer ruchtbaarheid aan gegeven? (Overigens: de vierde zin van die noot, die begint met "Deze strategie, bestaande uit", is moeilijk te begrijpen als je er niet ergens middenin het woord "heeft" bij denkt.)
Wat is eigenlijk een "politieke stellingname"? Paul Tang over Teulings en CPB
Paul Tang beklaagt zich er in de Groene Amsterdammer (zie de link onderaan) terecht over dat minister van Financiën Dijsselbloem het advies van Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau, dat verder bezuinigen niet wenselijk is, als "een politiek oordeel" naast zich neerlegde. Maar vervolgens lijkt Tang het er mee eens te zijn dat het ook inderdaad om een politieke stellingname ging.
Maar wat is eigenlijk een politieke stellingname? Als je inhoudelijke argumenten naar voren brengt die er op wijzen dat het ene beleid de voorkeur verdient boven het andere? Ben je dan al "politiek bezig"? Waardoor je aan de kant gezet kunt worden door er alleen maar tegenin te brengen dat wat jij zegt een politieke stellingname is, die gewoon, zonder verdere argumenten, kan worden geneutraliseerd met een tegengestelde politieke stellingname? Waardoor de rationele discussie niet eens kan beginnen?
Want dat valt op. Waarom benutten Dijsselbloem en met hem "het Politburo" (Paul Tang) van het ministerie van Financiën die stellingname van Teulings niet als een kans om eens aan het Nederlandse volk uit te leggen wat hen drijft? Waarom niet de rationele discussie aangaan? Dat heeft een democratie toch nodig? Daarzonder wekken Dijsselbloem en zijn Politburo de indruk dat ze zich hebben ingegraven in hun eigen "politieke oordeel" en dus niet meer geïnteresseerd zijn in argumenten. Het is nu eenmaal het ene oordeel tegenover het andere. En daarmee basta!
Een bijkomstigheid is dat Teulings het zichzelf niet gemakkelijker heeft gemaakt door tegelijk ook zijn fiat te geven aan het advies van de studiegroep Begrotingsruimte, en dat juist inhield dat onverkort en snel met bezuinigen moet worden doorgegaan. Tang wijst daar terecht op. Ik vond dat ook vreemd. Hij had in die studiegroep zijn poot stijf moeten houden. Dat had gepast bij zijn onafhankelijke positie.
Update. Zie ook het volgende bericht.
De Groene Amsterdammer - Teulings:
'via Blog this'
Maar wat is eigenlijk een politieke stellingname? Als je inhoudelijke argumenten naar voren brengt die er op wijzen dat het ene beleid de voorkeur verdient boven het andere? Ben je dan al "politiek bezig"? Waardoor je aan de kant gezet kunt worden door er alleen maar tegenin te brengen dat wat jij zegt een politieke stellingname is, die gewoon, zonder verdere argumenten, kan worden geneutraliseerd met een tegengestelde politieke stellingname? Waardoor de rationele discussie niet eens kan beginnen?
Want dat valt op. Waarom benutten Dijsselbloem en met hem "het Politburo" (Paul Tang) van het ministerie van Financiën die stellingname van Teulings niet als een kans om eens aan het Nederlandse volk uit te leggen wat hen drijft? Waarom niet de rationele discussie aangaan? Dat heeft een democratie toch nodig? Daarzonder wekken Dijsselbloem en zijn Politburo de indruk dat ze zich hebben ingegraven in hun eigen "politieke oordeel" en dus niet meer geïnteresseerd zijn in argumenten. Het is nu eenmaal het ene oordeel tegenover het andere. En daarmee basta!
Een bijkomstigheid is dat Teulings het zichzelf niet gemakkelijker heeft gemaakt door tegelijk ook zijn fiat te geven aan het advies van de studiegroep Begrotingsruimte, en dat juist inhield dat onverkort en snel met bezuinigen moet worden doorgegaan. Tang wijst daar terecht op. Ik vond dat ook vreemd. Hij had in die studiegroep zijn poot stijf moeten houden. Dat had gepast bij zijn onafhankelijke positie.
Update. Zie ook het volgende bericht.
De Groene Amsterdammer - Teulings:
'via Blog this'
dinsdag 2 oktober 2012
Coen Teulings over hervormen of bezuinigen - Me Judice
Coen Teulings legt nog eens uit waarom je nu hervormen en bezuinigen niet tegelijk moet doen. Zie de link hieronder. "Als je allebei tegelijk doet, knijp je de economie teveel af."
Begin maar met hervormen, dan komt bezuinigen later wel. Dat is prima. Hij laat ook duidelijk zien welke nadelen het heeft om taxivervoer afhankelijk te maken van een vergunningenstelsel en om huizenbezit (proberen) te bevorderen door de hypotheekrente aftrekbaar te maken. In beide gevallen geef je een soort subsidie. De taxichauffeur krijgt het recht om taxiritten te maken met inperking van concurrentie. De huizenkoper kan een (duurder) huis kopen. Maar in beide gevallen wordt die "subsidie" opgesoupeerd door de eerste "eigenaar". De taxichauffeur verkoopt zijn vergunning tegen een hogere prijs dan hij anders had kunnen vragen aan zijn opvolger. De huizenbezitter verkoopt zijn huis tegen een hogere prijs dan hij had kunnen krijgen als de "subsidie" er niet was geweest.
Dat betekent dat alleen de "eerste generatie" van de vergunning en van de hypotheekrente-aftrek profiteert. De tweede en alle volgende generaties betalen er gewoon voor. Daarom is het ook zo moeilijk om deze regelingen te beëindigen, anders gezegd, om te "hervormen". Les 1 is dus om met dit soort "subsidies" heel erg op te passen. Niet doen als hij alleen maar bij de eerste generatie neerdaalt. Dus als het gaat om rechten of bezittingen die verkoopbaar zijn. Les 2 is dat je als je de "subsidie" terugdraait, er onvermijdelijk verliezers zijn. Maar daar staan veel winnaars tegenover. Over het algemeen toch maar doen. Eens gemaakte fouten moet je herstellen.
Teulings heeft het ook over het Harberger-driehoekje. Dat driehoekje geeft in een vraag- en aanbodplaatje aan wat de verstorende werking is van een belastingheffing. Zie hier voor een uitleg in het geval dat het gaat om een prijsverhogende belasting (voor de liefhebber). Hij is, vind ik, wel erg kort door de bocht door te zeggen dat wij met een staatsschuld een rekening bij onze kinderen neerleggen. Zonder verdere toelichting zou dat dus betekenen dat je nooit een staatsschuld mag hebben. En dat zou ronduit gezegd krankjorum zijn. Want als je met geleend geld investeringen doet met een hoger rendement dan de rente die je betaalt, dan doe je dat ten bate van onze kinderen. Teulings zal toch niet, zoals sommige Republikeinen in de Verenigde Staten willen beweren dat alle overheidsuitgaven (per definitie?) opgaan aan consumptie? Of dat de verstorende werking van extra belastingheffing (dat Harberger-driehoekje) altijd groter is dan het netto-rendement van overheidsinvesteringen?
Coen Teulings over hervormen of bezuinigen - Me Judice:
'via Blog this'
Begin maar met hervormen, dan komt bezuinigen later wel. Dat is prima. Hij laat ook duidelijk zien welke nadelen het heeft om taxivervoer afhankelijk te maken van een vergunningenstelsel en om huizenbezit (proberen) te bevorderen door de hypotheekrente aftrekbaar te maken. In beide gevallen geef je een soort subsidie. De taxichauffeur krijgt het recht om taxiritten te maken met inperking van concurrentie. De huizenkoper kan een (duurder) huis kopen. Maar in beide gevallen wordt die "subsidie" opgesoupeerd door de eerste "eigenaar". De taxichauffeur verkoopt zijn vergunning tegen een hogere prijs dan hij anders had kunnen vragen aan zijn opvolger. De huizenbezitter verkoopt zijn huis tegen een hogere prijs dan hij had kunnen krijgen als de "subsidie" er niet was geweest.
Dat betekent dat alleen de "eerste generatie" van de vergunning en van de hypotheekrente-aftrek profiteert. De tweede en alle volgende generaties betalen er gewoon voor. Daarom is het ook zo moeilijk om deze regelingen te beëindigen, anders gezegd, om te "hervormen". Les 1 is dus om met dit soort "subsidies" heel erg op te passen. Niet doen als hij alleen maar bij de eerste generatie neerdaalt. Dus als het gaat om rechten of bezittingen die verkoopbaar zijn. Les 2 is dat je als je de "subsidie" terugdraait, er onvermijdelijk verliezers zijn. Maar daar staan veel winnaars tegenover. Over het algemeen toch maar doen. Eens gemaakte fouten moet je herstellen.
Teulings heeft het ook over het Harberger-driehoekje. Dat driehoekje geeft in een vraag- en aanbodplaatje aan wat de verstorende werking is van een belastingheffing. Zie hier voor een uitleg in het geval dat het gaat om een prijsverhogende belasting (voor de liefhebber). Hij is, vind ik, wel erg kort door de bocht door te zeggen dat wij met een staatsschuld een rekening bij onze kinderen neerleggen. Zonder verdere toelichting zou dat dus betekenen dat je nooit een staatsschuld mag hebben. En dat zou ronduit gezegd krankjorum zijn. Want als je met geleend geld investeringen doet met een hoger rendement dan de rente die je betaalt, dan doe je dat ten bate van onze kinderen. Teulings zal toch niet, zoals sommige Republikeinen in de Verenigde Staten willen beweren dat alle overheidsuitgaven (per definitie?) opgaan aan consumptie? Of dat de verstorende werking van extra belastingheffing (dat Harberger-driehoekje) altijd groter is dan het netto-rendement van overheidsinvesteringen?
Coen Teulings over hervormen of bezuinigen - Me Judice:
'via Blog this'
donderdag 13 september 2012
Eerst hervormen, pas later bezuinigen. En zelfs stimuleren! - Coen Teulings
Op de ochtend van de dag na de verkiezingen (!) laat Coen Teulings, de directeur van het Centraal Planbureau, weten dat het beter is om eerst te hervormen (hypotheekrente-aftrek!) en het bezuinigen nog tot later uit te stellen. Zie de link onderaan dit bericht. Die hervormingen moeten gebeuren, maar drukken wel de consumptie (van de huidige generatie). Als daar dan bezuinigingen bovenop zouden komen, dan zou dat de economie afknijpen en zou je het nog moeilijker maken om het overheidstekort terug te dringen.
Ik neem aan dat dit document op tafel komt te liggen bij de partijen die gaan onderhandelen over een nieuw kabinet.
Opvallend is dat Teulings hier de wenselijkheid van tijdelijke stimulering van de economie geheel onbesproken laat.
Maar zie daarover ook de Engelse econoom en hoogleraar aan de Universiteit van Oxford Simon Wren-Lewis, die wijst op dit eerdere artikel van Teulings en Pisany-Ferri. Waarin die er voor pleiten dat zeker landen als Nederland niet gebonden zouden moeten zijn aan de Europese begrotingsregels. Je leest daarin:
Fiscal consolidation and reforms: Substitutes, not complements | vox
Ik neem aan dat dit document op tafel komt te liggen bij de partijen die gaan onderhandelen over een nieuw kabinet.
Opvallend is dat Teulings hier de wenselijkheid van tijdelijke stimulering van de economie geheel onbesproken laat.
Maar zie daarover ook de Engelse econoom en hoogleraar aan de Universiteit van Oxford Simon Wren-Lewis, die wijst op dit eerdere artikel van Teulings en Pisany-Ferri. Waarin die er voor pleiten dat zeker landen als Nederland niet gebonden zouden moeten zijn aan de Europese begrotingsregels. Je leest daarin:
De aandacht is recentelijk gevestigd op de negatieve effecten van excessief lenen (door overheden). Echter, in deze tijd van het terugbrengen van schulden door de private sector, zouden de positieve effecten daarvan ook in de beschouwing moeten worden betrokken.Dat komt neer op een pleidooi voor tijdelijke stimulering van de economie. Het lijkt me wenselijk dat ook dit artikel bij de onderhandelaars op tafel komt te liggen. Stof tot nadenken en herbezinning.
Fiscal consolidation and reforms: Substitutes, not complements | vox
Abonneren op:
Posts (Atom)