Posts tonen met het label Hans Stegeman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hans Stegeman. Alle posts tonen

woensdag 16 februari 2022

Is het eigenlijk niet eigenaardig dat economen het morele domein uit hun vak hebben verbannen en aan de politiek hebben overgelaten? Want economie gaat toch over mensen?

Hans Stegeman legde gisteren in zijn column in het Financieel Dagblad heel beknopt uit dat grote ongelijkheid op allerlei manieren ten koste gaat van economische groei. Grote vermogens die bij een kleine groep geconcentreerd zijn, worden niet meer productief aangewend. De vermogenden zijn meer bezig met hun status te verdedigen en door te geven aan hun kinderen, dan met het bijdragen aan economische groei:

ultrarijke ondernemers gaan soms volslagen nutteloze dingen met hun kapitaal doen en rijke huishoudens hebben vaak als enige doel meer geld te verzamelen en goed te zorgen voor hun nageslacht. Door te teren op vermogen, handelen vermogenden extractief en bevestigen vooral hun eigen economische status
 
Er ontstaat een "rentenierseconomie",  met een groot onbenut potentieel, door de overdaad aan statusgoederen (positional goods) van de rijken, doordat de rijken alles doen om hun kinderen, ook als die niet zo slim zijn, een hoge positie te bezorgen en doordat slimme kinderen van arme ouders te weinig kansen krijgen. 

Er zijn natuurlijk meer negatieve gevolgen van te grote ongelijkheid. De rijke elite is al snel geneigd de democratie, waarin immers ieders stem even zwaar telt, als een bedreiging te zien. En zal daardoor zijn middelen aanwenden om niet alleen politici te beïnvloeden, maar ook door media op te kopen de publieke opinie. Zie Als je de ongelijkheid laat toenemen, dan creëer je rijken die de democratische overheid niet anders kunnen zien dan als een schurk die hun geld wil. Daardoor en door andere gevolgen dreigt een toenemende ongelijkheid een onomkeerbaar proces te worden. 

Hoe komt het eigenlijk dat de ongelijkheid zo is toegenomen? En dat de negatieve gevolgen ervan zo zijn onderschat? Een antwoord daarop zou wel eens te maken kunnen hebben met de aard van het vak economie. En met de invloed die dat vak op de politiek heeft uitgeoefend. 
 
Want wat is het geval? Economen vinden dat hun vak niet gaat over hoeveel ongelijkheid wenselijk is. Hans Stegeman begint daar zijn column mee:

Economen zeggen vaak dat de verdeling van welvaart, dus de uitkomst van het economisch proces, niet aan hen is. De politiek (vaak beïnvloed door gelobby) bepaalt immers de mate van ongelijkheid die een land wil hebben, niet de econoom.
 
Niet het vak economie, maar de politiek, in een democratie dus wij-met-zijn-allen, moet bepalen hoeveel ongelijkheid goed is. In die politieke besluitvorming kunnen ook morele overwegingen een rol spelen, maar daar houdt het vak economie zich niet mee bezig.
 
Hans Stegeman brengt daar dus tegenin dat ongelijkheid helemaal niet economisch neutraal is en dus niet door de economen buiten beschouwing kan worden gelaten. Dat is het argument dat we op dit blog al vroeg tegenkwamen. Zie deze berichten uit 2011: Inkomensongelijkheid is slecht voor stabiele economische groei, Inkomensongelijkheid is slecht voor (stabiele) economische groei - vervolg en De mythe dat ongelijkheid nodig is voor economische groei. Het vak economie zou moeten gaan inzien dat grote ongelijkheid slecht is voor de economie.

Maar is het eigenlijk ook niet eigenaardig dat economen het morele domein uit hun vak hebben verbannen en aan de politiek hebben overgelaten? Want economie gaat toch over mensen en morele noties zijn, hoe zeg je dat?, toch constituerend voor mensen? Als je de moraal weghaalt, dan heb je geen mensen meer. En die moraal gaat over de menselijke waardigheid van het iedereen-telt-mee.

Maar economen hebben ooit gekozen voor de "morele luchtledigheid" van hun vak. Dat ligt eraan dat ze "de markt" hebben aangewezen als enige en zaligmakende bron van welvaart en in die constructie, want dat is het, ontbreken morele noties. 
 
Maar dat is bepaald niet een onschuldig besluit. Want daarmee is hun vak "onmenselijk" geworden. In de zin dat wat het mens zijn uitmaakt, de moraal, genegeerd wordt. Zie mijn reeks berichten over wat die morele luchtledigheid voor het vak en voor het maatschappelijk denken zoal heeft betekend: De pogingen om het economieonderwijs te hervormen zijn nog niet zo succesvol - En dus over de morele luchtledigheid van het vak
 
Economie als een menselijk vak zou zich hebben laten leiden door de morele gemeenschapsintuïtie van het iedereen-telt-mee en dan had het de mate van ongelijkheid tussen mensen vanaf het begin in zijn analyses meegenomen als een cruciaal criterium. 
 
Gegeven de grote maatschappelijke invloed van het vak, hadden we dan nu in een menselijker maatschappij geleefd.

Bedenk overigens dat die morele luchtledigheid ook kleeft aan het vak sociologie: Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen.

vrijdag 10 september 2021

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat ondernemingen zich niet alleen aan de wet dienen te houden, maar daarbovenop ook moreel verantwoord horen te handelen

Hans Stegeman schreef op 7 september in zijn column in het Financieel Dagblad dat hij het verademend vindt dat de pensioenfondsen uit morele overwegingen een eind maken aan hun beleggingen in fossiele energie. Hij vindt dat baanbrekend. De fondsen hebben zich afgevraagd wat de invloed is van deze beleggingen op de wereld waarin we ons pensioen willen genieten. Welke samenleving willen we hebben? Een samenleving dus waarin er voor beleggen in fossiele bedrijven geen plaats meer is. 

Die morele overwegingen betreffen de morele intuïtie van het iedereen telt mee. Niet alleen iedereen die nu leeft, maar ook iedereen van de volgende generaties. Denk aan de twee grote uitdagingen waarover ik het had in Deel 3 van De mensheidsgeschiedenis in drie stappen, die van de onderlinge verhoudingen, en dus de democratie, en die van onze verhouding tot de aarde, en dus tot de volgende generaties. 

Natuurlijk past het betoog van Stegeman in een bredere beweging in de richting van het doorbrekende inzicht dat de maatschappij misschien toch een moreel project is. Een beweging dus die afscheid neemt van de morele luchtledigheid van het vak economie, dat zo lang een zo grote invloed heeft gehad op het maatschappelijke en politieke denken. Zie over die morele luchtledigheid het bericht De pogingen om het economieonderwijs te hervormen zijn nog niet zo succesvol - En dus over de morele luchtledigheid van het vak. 

De beweging die dus ook inhoudt dat het vanzelfsprekend zou moeten zijn dat ondernemingen zich niet alleen aan de wet dienen te houden, maar daarbovenop ook moreel verantwoord horen te handelen. Natuurlijk verwachten we van elkaar die morele verantwoordelijkheid in de persoonlijke levenssfeer. En in die sfeer van de persoonlijke verhoudingen lukt het ook vaak om dat moreel verantwoorde gedrag tot stand te brengen.

Maar dat ligt anders bij ondernemingen. Die opereren op de markt. En in dat domein heeft de gedachte postgevat, aangewakkerd door het vak economie, dat daar alles draait, ja, behoort te draaien, om winst en eigen belang. En dat morele overwegingen daar niet thuis horen. Denk terug aan de discussie in 1965 tussen Milton Friedman en Kenneth Boulding. 

Nu denken we dus dat we beter naar Kenneth Boulding hadden moeten luisteren, in plaats van naar Milton Friedman. En komen we tot de conclusie dat het eigenlijk toch wel een goed idee is om van ondernemingen maatschappelijk verantwoord, en dus moreel verantwoord, gedrag te mogen vragen. Een zorgplicht dus, een wettelijke taakopdracht tot verantwoord handelen. Met uiteindelijk een rechter die daarover in concrete gevallen een oordeel velt.

Want Hans Stegeman staat natuurlijk niet alleen. Denk aan het pleidooi van 25 Nederlandse hoogleraren ondernemingsrecht van vorig jaar, waarover het ging in het bericht Een wettelijke taakopdracht tot maatschappelijk verantwoord ondernemen - Over morele intuïties en het domein van de markt. 

Want de menselijke maatschappij is een moreel project, waar het domein van de markt niet van is uitgezonderd.

zaterdag 23 februari 2013

Rabobank over economisch beleid Rutte II: ideologie en magisch denken

Voor wie het gemist heeft: deze week verscheen het rapport Mind the fiscal speed limit van de Economische Onderzoeksafdeling van de Rabobank (auteurs: Hans Stegeman en Shahin Kamalodin). Hier te downloaden. Het is een keurige en uitvoerige analyse van de manier waarop de Nederlandse overheid de economische crisis probeert op te lossen. De manier dus van het zo snel mogelijk en zoveel mogelijk bezuinigen. Het hele rapport zou door velen grondig bestudeerd moeten worden. En de conclusies zijn, laten we zeggen, nogal hard. Ik citeer (mijn vertaling):
De meest pragmatische benadering voor landen met een sterke fiscale positie en lage rentes is een gematigde aanpassing om zo het herstel de kans te geven om vaart te krijgen. De Nederlandse regering heeft in plaats daarvan gekozen voor een "koude douche" benadering, deels uit ideologische overwegingen en deels als gevolg van het geloof dat de economie langs een of andere magische weg door zal gaan met groeien te midden van private en publieke bezuinigingen en een zwakke externe omgeving.
Hm. Ideologie en magisch denken. Lezen Rutte, Dijsselbloem, Asscher, Kamp en Samsom dat? En laten ze dat tot zich doordringen?