Posts tonen met het label levensverwachting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label levensverwachting. Alle posts tonen

maandag 12 augustus 2024

Joseph Stiglitz over wat nodig is voor de overgang naar een nieuw gemeenschapstijdperk - 1

Veel, zo niet alle, van de politieke, economische en sociale verwikkelingen waarin we met zijn allen verzeild zijn geraakt, vallen te begrijpen als oftewel de laatste stuiptrekkingen van het neoliberale tijdperk oftewel als de eerste tekenen van wat voor ons ligt. Want we leven in de overgangsperiode van het afscheid van het neoliberalisme en de aankondiging van, ja, van wat?

Sociaalwetenschappelijk gezien is het niet zo moeilijk om daar zicht op te krijgen. De innerlijk tegenstrijdige menselijke sociale natuur zet onvermijdelijk op het macroniveau van nationale staten en de internationale verhoudingen een dynamica in werking van enerzijds bewegingen in de richting van het gemeenschapsevenwicht en anderzijds bewegingen in de richting van het statuscompetitie-evenwicht. Dat ligt eraan dat er op dat niveau altijd problemen zijn met sociale informatie, dat wil zeggen de gebrekkige informatie die mensen hebben over elkaars gedrag. Nog ervan afgezien dat sommigen er belang bij kunnen hebben om bewust misleiding en desinformatie te verspreiden.

De resultante daarvan is doorgaans een wirwar van aan elkaar tegengestelde bewegingen, maar er kunnen ook groepsniveaus en tijdperken zijn waarin een beweging in één richting overheerst. Zo zagen we na de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog een duidelijke beweging in de richting van het gemeenschapsevenwicht, van "de gemeenschap georganiseerd in de staat". Maar die werd in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw gevolgd door de tegengestelde beweging van het neoliberalisme, waarmee het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon als richtlijn werd verlaten ten gunste van het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon.

Maar ook daar kwam een eind aan, waardoor we ons nu bevinden in de overgangsfase naar een nieuw gemeenschapstijdperk. In zo'n overgang is het niet altijd meteen duidelijk waar we vandaan komen en waar we heen gaan. De wirwar van dagelijkse gebeurtenissen onttrekken het zicht op de grote lijn van wat er aan de hand is. Er is dus behoefte aan een inventarisatie, aan wat de Duitsers zo fraai een Bestandsaufnahme noemen. 

En precies aan die behoefte komt het pas verschenen How Neoliberalism Failed, and What a Better Society Could Look Like van Joseph E. Stiglitz voor een groot deel tegemoet.

Het neoliberalisme was gebaseerd op een vrijheidsbegrip dat werd verbonden met de meer politieke dan economische doctrine van de perfecte markt en perfecte competitie. Daarin gaat het om een abstract model waarin geheel van machtsongelijkheid wordt afgezien, waarvan de werkelijke maatschappij als een zo goed mogelijke benadering zou moeten worden vormgegeven. In dat model zou dus volledige vrijheid bestaan. 

Maar door het als politieke vuistregel te hanteren, ontstaat de verleiding om de ("nog") bestaande machtsverschillen als minder belangrijk over het hoofd te zien. Waardoor het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon onschuldig gaat ogen en het moreel luchtledige politieke en economische denken ruim baan krijgt. Mogelijk gemaakt door de politieke omarming van het economische mensbeeld waarin het sociaalwetenschappelijke inzicht van de innerlijk tegenstrijdige menselijke sociale natuur geheel ontbreekt. Waardoor noch kon worden geprofiteerd van de gunstige werking van het gemeenschapspatroon, noch de ongunstige werking van het statuscompetitiepatroon kon worden tegengegaan. 

Dat de politici zo in de ban raakten van dat neoliberalisme valt er enerzijds uit te verklaren dat het vak economie het leek aan te bevelen en dat dat vak een groot prestige had. Het eerste klopte niet of slechts gedeeltelijk en dat grote prestige was onverdiend. Maar anderzijds waren er degenen die, geleid door hun statuscompetitiepatroon, meenden dat ze beter af zouden zijn met die neoliberale politiek en die met hun hoge inkomens de rechtse denktanks financierden die de politici beïnvloedden. Als jij verwacht dat jij in het ieder-voor-zich van de statuscompetitie zult kunnen zegevieren en de overtuiging hebt dat die overwinning dan ook gerechtvaardigd is, dan zul je er alles aan doen om te voorkomen dat het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon politiek voet aan de grond krijgt. 

Als dat alles zo is, dan valt te verwachten dat die neoliberale politiek "succesvol" is in de zin dat degenen die het al goed hebben er nog beter uitkomen, anders gezegd, dat de inkomens- en vermogensongelijkheid toenemen. Sociaalwetenschappelijk gezegd, dat het statuscompetitie-evenwicht (een stabiele statushiërarchie) dichterbij wordt gebracht. Ter illustratie; dat is een toestand waarin erfenissen slechts licht worden belast en waarin dus de rijken hun vermogens aan hun kinderen kunnen doorgeven. Waardoor in Nederland zo'n 40 procent van de particuliere vermogens afkomstig is van erfenissen. Rijkdom neemt dan van de ene op de andere generatie alleen maar toe (Babyboomers laten honderden miljarden aan erfenissen na – en de ongelijkheid is al zo groot.)

Maar diezelfde politiek faalt natuurlijk volledig in het perspectief van het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon. Terug naar Joseph Stiglitz: wat valt er over dat falen zoal te zeggen? Die toename van ongelijkheid dus. En daarmee gepaard gaande, de toename van de monopolisering, want als machtsuitoefening niet gereguleerd wordt, dan ontstaan machtsmonopolies. Waardoor ook de economische groei, de groei dus van al datgene waar iedereen van zou kunnen profiteren, afneemt. Toename van ongelijkheid en economische groei gaan niet samen op. 

En waardoor de bestaansonzekerheid aan de onderkant van de hiërarchie toeneemt. Het ieder-voor-zich betekent immers dat de sociale zekerheid en de sociale bescherming doelbewust beperkt worden. Want in dat statuscompetitiemensbeeld is iedereen een potentiële profiteur en fraudeur. Iedereen die aan de onderkant is beland, dient zoveel mogelijk aan zijn lot te worden overgelaten. 

Kortom, het ieder-voor-zich creëert een mistroostige samenleving, waarin, zoals in Nederland, de hoogste welvaartsgroep acht tot negen jaar langer leeft dan de laagste. En waarin zoals in de Verenigde Staten zelfs de gemiddelde levensverwachting daalt (Deaths of Despair and the Future of Capitalism). 

In Nederland steeg de gemiddelde levensverwachting van 71,4 jaar in 1950 naar 82,1 jaar in 2019. Daarna was er een daling tot 81,4 jaar in 2021, naar ik aanneem door de coronapandemie, waarna hij weer toenam tot 81,8 jaar in 2023. Het coronaverlies was vorig jaar dus nog niet goedgemaakt. Mij valt in de CBS-grafiek op dat de toename het sterkst was tot rond 1980 en daarna wat begon af te vlakken. Voor wat het waard is: rond 1980 nam het neoliberale tijdperk van het ieder-voor-zich een aanvang.

Wat moet er gebeuren om aan die mistroostige wereld een einde te maken? Om de overgang naar een nieuw gemeenschapstijdperk in gang te zetten? In het volgende bericht gaan we na wat Joseph Stiglitz daarover te zeggen heeft. Hier het vervolg.

vrijdag 13 augustus 2021

In de neoliberale fantasiewereld hoort de overheid slechts bijzaak te zijn. Maar in de echte wereld is de overheid hard nodig voor een gezond en lang leven.

Na tientallen jaren van neoliberaal beleid, waarin de markt de maat der dingen was en de rol van de overheid moest worden teruggedrongen, begint het door te dringen hoe belangrijk de overheid is, niet alleen voor een goede werking van de economie, maar ook voor het welzijn en de gezondheid van de bevolking.

We zagen al dat de door het neoliberale beleid aangewakkerde groei van inkomensongelijkheid slecht is voor de economische groei (zie hier en hier). Maar nu stapelen de aanwijzingen zich op dat het terugdringen van overheidsuitgaven, het bezuinigen, waar neoliberale politici zo veel heil van verwachtten, slecht uitpakt voor de gezondheid van de bevolking. 

Ik stond daar in 2018 al bij stil in het bericht De kleine overheid is dodelijk - Hoe de bezuinigingspolitiek in Spanje de mortaliteit opdreef. Daarin ging het niet alleen over Spanje, maar ook over Griekenland, Groot Brittannië, de Verenigde Staten en andere landen.

Nu is daar de studie Local government funding and life expectancy in England: a longitudinal ecological study bij gekomen. Daaruit blijkt dat het tussen 2013 en 2017 sterk terugdringen van overheidsuitgaven ten behoeve van lokale overheden in Engeland de levensverwachting deed afnemen. Elke £100 reductie in uitgaven per per hoofd en per jaar hing samen met een gemiddelde afname van de levensverwachting van 65-jarigen van 0,8 maand voor mannen en 1,1 maand voor vrouwen.

In de discussie van het artikel geven de onderzoekers enig inzicht in hoe die bezuinigingen die dodelijke effecten kunnen hebben gehad:

Increased mortality could be attributed to decreased spending in adult social care, housing and homelessness prevention, and environmental and regulatory services. Evidence shows that decreased spending on people aged 65 years and older has led to increased use of accident and emergency services.11 Social isolation and loneliness are now recognised as important causes of death from cardiovascular disease and stroke,24 and decreased spending on social support services might affect mortality through these pathways over short time periods. Decreased investment in housing services has been associated with the sharp rise in homelessness since 2010.25 Homelessness is viewed as a key risk factor for drug-related and alcohol-related mortality.26,27 In addition, environmental services include a broad range of services targeted at population health, including infectious-disease control, food-and-water safety, and housing standards, which affect conditions associated with higher mortality from cardiovascular, respiratory, and communicable diseases, among others.28

In de neoliberale fantasiewereld hoort de overheid slechts bijzaak te zijn. Maar in de echte wereld is de overheid hard nodig voor een gezond en lang leven.

zaterdag 27 oktober 2018

In een veilige sociale omgeving, waarin mensen elkaar vertrouwen, leven mensen langer

Mensen gedijen als ze zich veilig voelen. Dat gevoel van veiligheid heeft twee componenten: een economische en een sociale.

Bij die economische component gaat het om (het gevoel van) bestaansonzekerheid. Als  mensen onzeker zijn of ze ook in de toekomst rond zullen kunnen komen, dan heeft dat negatieve gezondheidseffecten en kun je dus niet zeggen dat ze gedijen. Aanwijzingen in die richting komen uit het onderzoek dat uitwijst dat mensen met een lagere sociaal-economische status, die meer zorgen hebben over de toekomst, ook een lagere levensverwachting hebben, nog los van andere risicofactoren. Ook blijkt dat het ervaren van bestaansonzekerheid samengaat met het meer ervaren van fysieke pijn. En we kennen de negatieve gezondheidseffecten van baanonzekerheid en van de duur die wordt doorgebracht in flexibele arbeidsrelaties.

Maar er is daarnaast en/of daarmee samenhangend ook een sociale component van dat gevoel van veiligheid. In het onderzoek daarnaar gaat het dan om de mate waarin je andere mensen vertrouwt, in het bijzonder om het vertrouwen in mensen in het algemeen, dat bekend staat als het gegeneraliseerde vertrouwen (generalized trust).

Als je meer vertrouwen hebt in "mensen in het algemeen", dan is dat een aanwijzing dat je je sociale omgeving (straat, dorp/stad, regio, land) als veilig en welwillend inschat. Onderzoek naar de gezondheidseffecten van dat gegeneraliseerde vertrouwen en gezondheid is er al wel, met wisselende resultaten.

Maar nu is er de nieuwe studie Trust and all-cause mortality: a multilevel study of US General Social Survey data (1978–2010), die ondubbelzinnig een positief verband laat zien. De onderzoekers analyseerden data van de voor de Amerikaanse bevolking representatieve steekproeven van de US General Social Survey (GSS) data (1978–2010), gecombineerd met de National Death Index (NDI) until 2014.

De mate van vertrouwen werd zoals gebruikelijk vastgesteld met de vraag
Generally speaking, would you say that most people can be trusted, or that you cannot be too careful in dealing with other people?
Het percentage dat zegt dat je de meeste mensen kunt vertrouwen, was in de jaren 80 van de vorige eeuw 43 procent en daalde tot 34 procent aan het begin van de huidige eeuw.

De onderzoekers hadden ook een maat meegenomen voor de gemiddelde mate van vertrouwen rondom elke deelnemer aan het onderzoek (het contextuele vertrouwen). Voor dat doel hadden ze de Verenigde Staten in negen regio's ingedeeld. Dat maakt het onderzoek interessant omdat bekend is dat er in het Zuiden van de Verenigde Staten meer een statuscompetitieve cultuur (culture of honor) heerst, met minder onderling vertrouwen. Dat laatste bleek er ook uit dat het gegeneraliseerde vertrouwen in de twee zuidelijke regio's 27 en 29 procent was, tegenover 49 procent in de noordwestelijke regio.

Uit de analyses komt dan naar voren dat beide maten van vertrouwen (de individuele en de contextuele) positief samenhangen met de kans dat iemand in 2004 nog leefde. Anders gezegd, hoe meer je mensen in het algemeen vertrouwt en hoe meer je in een regio woont waarin mensen elkaar vertrouwen, dus hoe veiliger je sociale omgeving, hoe langer je leeft. Een veilige sociale omgeving draagt bij aan je gezondheid. En een minder veilige sociale omgeving werkt door een verhoogde kans op sociale stress en angst(stoornissen) negatief uit op je gezondheid.
In de referenties van dit onderzoek kwam ik ook deze interessante studie tegen: Self-rated health, generalized trust, and the Affordable Care Act: A US panel study, 2006–2014. Die laat zien dat dat gegeneraliseerde vertrouwen ook afhangt van de bestaanszekerheid die de overheid verschaft. Het vertrouwen in andere mensen nam in de VS toe nadat de Affordable Care Act (Obamacare) was aangenomen.

dinsdag 20 maart 2018

De afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten zou wel wat meer aandacht mogen krijgen - Ook van het CBS

Het CBS heeft nieuwe projecties gemaakt van de levensverwachting in 2014. Zie Steeds langer leven zonder beperkingen. Volgens die projecties zullen "we" in 2040 zowel een langere levensverwachting hebben zonder fysieke beperkingen als in een als goed ervaren gezondheid.

Goed nieuws dus.

Maar hoe zat dat ook al weer met die levensverwachting zonder chronische ziekten? Want de cijfers wijzen erop dat die ontwikkeling juist ongunstig is. Zie mijn bericht uit 2014: Is het CBS (we leven langer in goede gezondheid) te optimistisch? Waarom chronische ziekten weggelaten? en dit bericht uit 2012: We leven langer. Maar ook langer met meer stress?

Dat die ontwikkeling ongunstig is, kun je gemakkelijk aflezen uit deze tabel op Statline: Gezonde levensverwachting; vanaf 1981. Daaruit blijkt dat de cijfers voor de periode 1981 - 2016 voor de levensverwachting zonder chronische ziekten als enige van de zes indicatoren een dalend verloop hebben. Voor mannen van 65 jaar daalde het aantal te verwachten levensjaren zonder chronische ziekten van 6,9 in 1981 naar 4,1 in 2016. En voor vrouwen van dezelfde leeftijd van 7,4 in 1981 naar 3,4 in 2016.

Wat daarvan te denken? Enerzijds kun je denken dat die toename van chronische ziekten te maken heeft met de toegenomen screening en veranderde diagnostische criteria. Het CBS wijst daarop en ik maakte daar hier melding van.

Maar het lijkt anderzijds onwaarschijnlijk dat de toename uitsluitend daaraan is toe te schrijven. Want die afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten gaat gestaag, van jaar tot jaar, door en dat zal niet het geval zijn met de toename van de screening en de verandering van de diagnostiek.

Bovendien: er zijn goede redenen om van een echte toename van chronische ziekten te spreken. Veel van die chronische ziekten komen voort uit chronische ontstekingsprocessen, die samenhangen met stress oftewel de type II allostatische belasting.

En we weten dat de aard van de sociale omgeving van mensen daarin een belangrijke rol spelen. Als mensen die omgeving als minder veilig ervaren, doordat ze eenzaam zijn of doordat ze verwikkeld zijn in negatieve en competitieve interacties, dan werkt dat stressverhogend. Zie de berichten op dit blog achter het label stress, in het bijzonder De weg van eenzaamheid en sociale stress via verhoogde ontstekingsactiviteit naar gezondheidsproblemen en Prestatiedruk, competitie, stress en ziek worden. Over de amygdala en het voortdurend alert moeten zijn.

En het zou wel eens kunnen zijn dat onze sociale omgeving in de afgelopen decennia minder gunstig is geworden. Eenzaamheid zou kunnen zijn toegenomen. En op de arbeidsmarkt heeft de toegenomen flexibilisering aanwijsbaar negatieve gezondheidseffecten die verlopen via toegenomen stress.

Die afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten zou dus best wel wat meer aandacht mogen krijgen. ook van het CBS.

maandag 23 juni 2014

Is het CBS (we leven langer in goede gezondheid) te optimistisch? Waarom chronische ziekten weggelaten?

(Gezonde) levensverwachting bij geboorteHet CBS heeft de sterfte- en gezondheidscijfers van de afgelopen 30 jaar geprojecteerd naar 2030. En concludeert dat we afkoersen op een langer leven in goede gezondheid. Als de projecties kloppen, zullen we in 2030 niet alleen langer leven, maar ook langer zonder fysieke beperkingen en langer met een als goed ervaren gezondheid. Zie het plaatje en vergelijk de staafjes van 2009-2012 met die van 2030.

Dat is goed nieuws. Een van de beste indicatoren voor de kwaliteit van leven in een samenleving is de levensverwachting en vooral de levensverwachting in gezonde jaren.

Maar wacht, was het niet zo dat de levensverwachting zonder chronische ziekten in de afgelopen 30 jaar juist was gedaald?

Ja, dat was zo. Zie nog eens het bericht We leven langer. Maar ook langer met meer stress? 

Wat bezielt het CBS om wel die fysieke gezondheid en de als goed ervaren gezondheid naar 2030 te projecteren en niet de gezondheid zonder chronische ziektes? Dat zou het beeld veel minder optimistisch hebben gemaakt. Wil het CBS liever alleen goed nieuws brengen?

Als je het rapport er op naslaat waarop het bericht is gebaseerd (Bevolkingstrends 2014. Projecties van de gezonde levensverwachting tot 2030), dan vind je na enig zoeken een mogelijke reden voor het niet meenemen van die chronische ziekten (p. 6):
Bij de levensverwachting zonder chronische ziekten speelt de medische praktijk een belangrijke rol. Wanneer meer chronische ziekten worden gediagnosticeerd, bijvoorbeeld door intensievere screening of doordat diagnostische criteria worden gewijzigd, daalt de levensverwachting zonder chronische ziekten, ook al leidt betere screening en behandeling er waarschijnlijk toe dat men in fysieke zin juist langer gezond blijft.
Maar dat kan niet doorslaggevend zijn. Ook die twee wel gebruikte indicatoren hebben hun beperkingen. En daar komt bij dat de prevalentie van die chronische ziekten ook een belangrijke indicator is voor hoe gestresst wij met zijn allen leven en de afgelopen 30 jaar meer zijn gaan leven. Met meer statuscompetitie en een toenemende kans op eenzaamheid. Alles lijkt er op te wijzen dat die maatschappelijke ontwikkelingen tot 2030 gewoon of zelfs versterkt zullen doorgaan. Die intensievere screening is bepaald niet de enige verklaring voor de toename van chronische ziekten.

Dus vraag je je af wat het CBS heeft bezield.