Posts tonen met het label reclame. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reclame. Alle posts tonen

maandag 12 september 2022

De gevaren van het Grote Geld en de Terreur van de Kijkcijfers voor de informatievoorziening en daarmee voor de democratie

De democratie kan niet goed functioneren als de kiezers niet goed zijn geïnformeerd. Natuurlijk kan niet iedereen van alles op de hoogte zijn, maar een zeker niveau van geïnformeerdheid hoort in een democratie te worden nagestreefd. Dat betekent dat je als overheid de media waar de kiezers hun informatie aan ontlenen, niet aan de markt kunt overlaten. 

Als je dat wel doet, dan zet je de deur wijd open voor twee gevaren: de invloed van het Grote Geld en de Terreur van de Kijkcijfers. 

Het gevaar van het Grote Geld bestaat eruit dat je de democratie uitlevert aan de rijken en de vermogenden. Die kunnen niet alleen politici rechtstreeks omkopen, ze kunnen ook televisie- en radiokanalen, kranten en andere media opkopen en daarmee beïnvloeden hoe kiezers geïnformeerd worden. Zo geïnformeerd dat ze politici en politieke partijen in het zadel helpen die voor de rijken gunstige besluiten nemen. Minder progressieve belastingen. Minder geld naar de bestrijding van belastingfraude. Meer besluiten die overeenkomen met de politieke, meestal rechts-extremistische, voorkeuren van de rijken. 

Dit kan op den duur leiden tot afschaffing van de democratie. De Amerikaanse rijken deden middels Donald Trump een poging in die richting, die vooralsnog mislukt is. Maar ook zonder afschaffing kan kan er alleen een papieren democratie overblijven. Lees over het gevaar van het Grote Geld Dark Money. The Hidden History of the Billionaires Behind the Rise of the Radical Right van Jane Mayer. Of Democracy For Sale. Dark Money and Dirty Politics van Peter Geoghehan. 

Wat te doen? Allereerst: dring de extreme inkomens- en vermogensongelijkheid terug. En zorg voor een sterkere regulering van de commerciële media. Maar ja, daar heb je een functionerende democratie voor nodig.

Dan is er nog dat gevaar van de Terreur van de Kijkcijfers. De overheid kan besluiten, zoals in ons land, dat informatievoorziening een publieke taak is en dus een publieke omroep in stand houden. Ten behoeve van de democratie. Maar wat zal er dan gebeuren als je die publieke omroep mede door reclame-inkomsten laat financieren? Dan vervaagt het onderscheid tussen publiek en commercieel. De publieke omroep wordt dan als vanzelf geprikkeld om te bezwijken voor de Terreur van de Kijkcijfers. Ten koste van de informatievoorziening. 

Vandaag fulmineert Teun van de Keuken in de Volkskrant heel terecht tegen die "kijkcijfergekte" van de publieke omroep, in het bijzonder van de talkshows. Zie De publieke omroep verwart kijkcijfers met kwaliteit. Het doel is niet meer om de kijkers te informeren:

Vaak geven omroepcollega's en -bazen pas hun mening over een uitzending als de cijfers bekend zijn: 'Mooi programma! En goede cijfers!' (...) Bij slechte cijfers hoor je meestal niks. Wel schieten de programmamakers dan in de stress. Naarstig gaan ze op zoek naar oorzaken. (...)

En dan komt het grote aanpassen. Er moeten populairdere onderwerpen komen en leukere sprekers. Dat zie je ook in de talkshows, waar kennelijk een 'oorlog' woedt. Als je wilt winnen, nodig je geen mensen uit die ergens verstand van hebben. Dan nodig je populaire BN'ers en populisten (Henk Bleker) uit, die goed zijn voor de controverse.

Wat te doen? Teun van de Keuken roept op om niet mee te doen aan die 'talkshowoorlog'. 

Maak programma's die werkelijk inzicht bieden in de energiecrisis, inflatie, armoede, het klimaat, stikstof, wereldwijde spanningen, en de opvang van vluchtelingen (het liefst niet voor het hek in Ter Apel). Met mensen die er verstand van hebben.

Kortom: leg je toe op het uitvoeren van de publieke taak van een goede informatievoorziening. Omdat de democratie niet zonder kan.

Maar waarom gebeurt dat dan niet al? 

Nou, dat is heel eenvoudig: als je het uitvoeren van een publieke taak niet financiert met publieke middelen, maar met reclame-inkomsten, dan stel je de programmamakers bloot aan de Terreur van de Kijkcijfers. Een publieke taak moet je met publiek geld financieren. 

En dan verdwijnt die publieke taak ergens naar de achtergrond. Wordt een papieren werkelijkheid. Dan kun je, met Teun van de Keuken, oproepen wat je wilt, maar het gaat niet gebeuren.

dinsdag 19 oktober 2021

Over de sociale hervorming van het terugdringen van reclame - Niet alleen op internetplatforms

Een nipte meerderheid van Europarlementariërs roept grote bedrijven op om niet meer te adverteren via platforms als Facebook en Google. Omdat die bedrijven daarmee bijdragen aan "een door advertenties gefinancierd ‘ondoorzichtig en giftig ecosysteem’, dat een bedreiging vormt voor ‘de privacy, sociale cohesie en democratie wereldwijd’". Michael Persson en Laurens Verhagen maken daar vandaag melding van in de Volkskrant: Europarlementariërs roepen grote bedrijven op om niet langer te adverteren via Facebook en Google. 

Het probleem van die platforms is niet alleen de bekende schending van de privacy, maar ook dat het met het oog op die reclame-inkomsten nodig is om zoveel mogelijk de aandacht te trekken en vast te houden. En dat laatste blijkt vooral te gebeuren "door algoritmen die polariserende inhoud bevoordelen en echokamers creëren’". Of in de woorden van Facebook-klokkenluider Frances Haugen: "Het resultaat is meer verdeeldheid, meer schade, meer leugens, meer bedreigingen en meer strijd. In sommige gevallen heeft dit gevaarlijke online gebabbel geleid tot daadwerkelijk geweld dat zelfs mensen doodt’"

Een bedreiging dus voor sociale cohesie en democratie wereldwijd. 

Het onderliggende probleem is niet nieuw. Ook al voor het internettijdperk leefden we in een reclamemaatschappij. Een maatschappij waarin bedrijven hun spullen en diensten aan de man willen brengen en daarin onvermijdelijk met elkaar concurreren. Hoe meer de een erin slaagt om ons meer van zijn producten te laten kopen, hoe meer de anderen genoodzaakt zijn om op hun beurt meer aan reclame uit te geven. De reclame van het ene bedrijf werkt in tegen die van het andere bedrijf. Niet alleen als ze op dezelfde productmarkt opereren, maar ook daarbuiten, want het budget van de consument is eindig. (Vandaar de aanwijzingen dat blootstelling aan reclame bijdraagt aan het maken van schulden.)

De advertentiemarkt heeft dus een inherente neiging tot verspilling van middelen. Een situatie waarin met minder middelen hetzelfde resultaat zou kunnen worden bereikt. Dat vraagt om regulering en die is er ook wel. Denk aan de Nederlandse Reclame Code, waar ik in een eerder bericht bij stilstond: De Nederlandse reclame code: er is nog veel te winnen. Maar daarin gaat het om eisen waaraan individuele reclame-uitingen dienen te voldoen, niet over het totale volume. Hetzelfde geldt voor reclame-uitingen in de publieke of particuliere ruimte. Als ik goed ben geïnformeerd, gelden daar de gemeentelijke verordeningen en mag reclame niet hinderlijk zijn voor het verkeer of hinder of overlast veroorzaken voor omwonenden. Het totale volume zou daarin een rol kunnen spelen, maar wordt niet expliciet genoemd.

Dat laatste is wel het geval met reclame op televisie en radio. Naast de reclamecode gelden daar ook eisen met betrekking tot de maximale omvang van reclameblokken als proportie van de totale zendtijd.

Maar die laatste ontbreken, wederom, als ik goed ben geïnformeerd, voor die internetplatforms. Daar zijn het de reclame-inkomsten die maken dat het internet "vrij en open" is. In dat Volkskrantbericht hierboven wijst directeur Townsend Feehan van branchevereniging IAB Europe, de "European-level association for the digital marketing and advertising ecosystem", daarop. 

Maar dat het internet vrij en open is, wil niet zeggen dat er geen verborgen kosten zijn. En volgens die Europarlementariërs zijn die verborgen kosten dus aanzienlijk: minder privacy, minder sociale cohesie en bedreigde democratie.

Dat reclame in het algemeen, op welk medium dan ook, zulke kosten heeft, wisten we al. In 2011 was er het rapport Think of me as evil? opening the ethical debates in advertising van het World Wide Fund for Nature (WWF) en het Public Interest Research Centre (PIRC). Ik schreef daarover toen het bericht Maakt reclame ons materialistischer, ondankbaarder en daardoor ongelukkiger?

Dat rapport geeft een overzicht van het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van reclame op houdingen en welzijn van mensen. De conclusie is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat reclame negatieve gevolgen heeft:

1. toename van onze ecologische voetafdruk door het aanjagen van consumptie,
2. versterken van extrinsieke aspiraties (conformisme, uiterlijk vertoon, najagen van financieel succes en prestaties in de ogen van anderen, macht),
3. en daarmee het verzwakken van onze intrinsieke aspiraties (goede relaties met familie en vrienden, tevredenheid met jezelf, gemeenschapsgevoel, helpen van anderen, gerichtheid op collectief welzijn).

Daardoor heeft reclame een negatief effect op onze tevredenheid met het leven en ons geluk.

Anders gezegd, reclame versterkt onze neiging tot statuscompetitiegedrag en verzwakt de neiging tot gemeenschapsgedrag. Het duwt ons in de richting van het slechte statuscompetitie-evenwicht en maakt het bereiken van het goede gemeenschapsevenwicht moeilijker. 

Het zou dus een goede sociale hervorming zijn om als overheid veel meer paal en perk te stellen aan reclame-uitingen en aan de totale omvang van reclame. Denk weer even aan Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen. In een reclamemaatschappij zoals wij die hebben laten ontstaan, accepteren we ten onrechte die veel te hoge verborgen kosten.

In dat rapport van het WWF en het PIRC wordt precies die sociale hervorming bepleit. Aan het eind komen de auteurs tot twee aanbevelingen:

1. neem in de reclamecodes op dat reclame niet mag appelleren aan extrinsieke waarden (dus bijvoorbeeld niet een product mogen aanprijzen als een middel om "populair" te worden),
2. verminder de alomtegenwoordigheid van reclame: minder of geen reclame in de publieke ruimte, meer mogelijkheden om je er van af te sluiten (opt-out), meer publieke of anderszins niet commerciële financiering van nieuws en andere media. (En doe dit vooral voor en ten behoeve van kinderen.)

Tenslotte stellen ze voor om reclamemakers te verplichten om voor de negatieve gevolgen van blootstelling aan reclame te waarschuwen. Vergelijk maar met verplichte waarschuwingen tegen roken.

dinsdag 4 maart 2014

Veel televisiekijken op jonge leeftijd is slecht voor ontwikkeling van executieve functies

Veel televisiekijken op jonge leeftijd heeft negatieve gevolgen. Zo zijn er aanwijzingen dat de introductie van de televisie heeft bijgedragen (via gen-omgevingsinteractie) aan de groei van autismestoornissen. Ook lijkt het veel televisiekijken op jonge leeftijd de kans op crimineel gedrag en op antisociale en agressieve persoonlijkheidstrekken te verhogen. (Over de negatieve gevolgen van veel televisiekijken op oudere leeftijd heb ik het even niet.)

De nieuwe studie The Relation Between Television Exposure and Executive Function Among Preschoolers (betaalpoort) geeft nu inzicht wat de onderliggende oorzaak zou kunnen zijn.

De onderzoekers noemen eerst eerder onderzoek dat negatieve gevolgen laat zien voor schoolprestaties, aandachtsproblemen, woordenschat en sociale vaardigheden. Deze negatieve gevolgen lijken te maken te hebben met de executieve functies, dat wil zeggen, met de vermogens tot impulsonderdrukking, werkgeheugen en aandachtsflexibiliteit. Gebrekkige executieve functies lijken ten grondslag te liggen aan allerlei alledaagse problemen, zoals overdreven impulsief gedrag, problemen met het opvolgen van aanwijzingen en met geconcentreerd blijven. Wat al snel gepaard gaat met sociale en leerproblemen.

Tussen 2 en 5 jaar is er een snelle groei van de hersengebieden voor de executieve functies. Individuele verschillen zijn er al snel en lijken naast genetische oorzaken ook te maken te hebben met omgevingsverschillen. Het lijkt bijvoorbeeld dat een te controlerende, te veeleisende en te bestraffende omgeving slecht uitwerkt op de executieve functies. Maar daarnaast zou dus televisiekijken ook zo´n omgevingsoorzaak kunnen zijn.

En dat blijkt ook het geval te zijn. Uit dit nieuwe onderzoek blijkt dat hoe meer kinderen (van ruim vier jaar) televisiekijken en hoe vroeger ze er mee beginnen, hoe minder hun executieve functies zich hebben ontwikkeld. Het maakt wel uit naar welk soort programma´s ze vooral hebben gekeken. Kinderprogramma´s waarin verhalen verteld worden zonder onderbrekende reclameblokken blijken juist positief uit te werken. (Weg met reclame!) Maar voor het overige zijn de effecten negatief.

Hoe werden die executieve functies vastgesteld? Met behulp van bekende testjes. Kinderen moesten bijvoorbeeld namen noemen van cartoonfiguren op kaartjes die ze te zien kregen, maar dan op fluistertoon. Of gekeken werd hoe goed ze samen met de onderzoeker van blokken een toren konden bouwen en zich daarbij hielden aan de afspraak om dat om de beurt te doen.

Hoe belangrijk is nu de invloed van televisiekijken? Behoorlijk belangrijk. Zo ongeveer de helft van de verschillen in de scores van de kinderen op die testjes bleek te kunnen worden verklaard door de verschillen in televisiekijken.

Dat deze negatieve gevolgen er zijn, kan natuurlijk te maken hebben met het soort inhoud van televisieprogramma's. Dat sommige soorten programma's juist positief uitwerken, maar de meeste negatief, wijst daarop. Maar het kan ook zijn dat het televisiekijken andere activiteiten (buiten spelen, sociale omgang) verdringt, die veel beter waren geweest voor de ontwikkeling van die executieve functies.

donderdag 20 december 2012

Reclamemakers willen ons geld, niet ons welzijn

Nu er weer zo'n gênante Gouden Loekie Jaarverkiezing is geweest, is het goed om weer even stil te staan bij het wetenschappelijk onderzoek naar de negatieve effecten van reclame op ons welzijn. Zie daarover eerder dit jaar het bericht:

Maakt reclame ons materialistischer, ondankbaarder en daardoor ongelukkiger?

Er is wel wat voor te zeggen om voor te schrijven dat reclame-uitingen een waarschuwing moeten bevatten tegen de gevaren van blootstelling aan reclame. Of eenvoudiger: overheid, sta minder reclame in de media en in de publieke ruimte toe. Dat zou economisch gezien bovendien efficiënt zijn, in de zin van minder verspillend.

vrijdag 20 januari 2012

De Nederlandse reclame code: er is nog veel te winnen

De aanbeveling van het rapport waar ik hier over schreef om te verbieden dat reclame appelleert aan extrinsieke waarden, zoals succes en populariteit, is in de Nederlandse Reclame Code al voor een deel opgenomen. Althans voor wat de reclame voor alcoholhoudende dranken betreft. Ik citeer Artikel 8 van de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken:
Artikel 8. Sociaal of seksueel succesReclame voor alcoholhoudende drank mag niet de indruk wekken dat er een causaal verband is tussen de consumptie van alcoholhoudende drank en het hebben van sociaal en/of seksueel succes. Die indruk dat dit causale verband bestaat kan ook ontstaan door middel van de suggestie dat alcohol wordt geconsumeerd zonder dat de alcohol(consumptie) daadwerkelijk in beeld komt.
Meer in het bijzonder zijn de uitingen als omschreven in de toelichting bij artikel 8 niet toegestaan (deze opsomming is niet limitatief).
Toelichting artikel 8Sociaal succes
-uitingen waarin een of meer personen geportretteerd worden in een ‘ervoor’ versus ‘erna’ situatie, waarbij in de ‘ervoor’ situatie één of meerdere personen aantoonbaar tekort schieten in sociale- en/ of intermenselijke vaardigheden en na consumptie van alcoholhoudende drank in de ‘erna’ situatie over sociale en/of intermenselijke vaardigheden beschikken;
-uitingen waarin iemand een baan of een promotie op zijn werk krijgt als gevolg van alcohol(consumptie);
-uitingen waarin iemand overduidelijk meer maatschappelijke status verwerft als direct gevolg van alcohol(consumptie).
Seksueel succes
-uitingen waarin een situatie in een bar of discotheek of op een feestje getoond wordt waarbij andere personen pas willen dansen met de hoofdpersoon in de uiting nadat hij/zij alcoholhoudende drank heeft geconsumeerd (en die dat voor die tijd aantoonbaar niet willen);
-uitingen waarin personen geportretteerd worden in een ‘ervoor’ versus ‘erna’ situatie waarin het succesvol versieren/oppikken van iemand in een horecagelegenheid of het krijgen van een seksuele relatie uitgebeeld wordt, als direct gevolg van alcohol(consumptie);
-uitingen waarin een persoon zich ontdoet van zijn/haar kleding, een meer uitdagende positie aanneemt of zich overduidelijk seksueel beschikbaar stelt t.o.v. hetzij een andere persoon in de uiting, hetzij de kijker, waarbij het overduidelijk is dat dit het gevolg is van alcohol(consumptie).
NB: het tonen van één of meer personen die (reeds) seksueel of sociaal succesvol zijn, is op zich niet in strijd met artikel 8 RvA.
En in de Reclamecode voor voedingsmiddelen komt dit artikel voor:
11.In een reclame-uiting specifiek gericht op Kinderen mag bij de aanprijzing van een voedingsmiddel niet de indruk worden gewekt dat de consumptie van het aangeprezen voedingsmiddel hen meer status of populariteit onder leeftijdgenoten biedt dan de consumptie van een ander voedingsmiddel.
Meer heb ik niet kunnen vinden. (Zie hier voor de volledige reclamecode.) Reclame die appelleert aan het streven naar status en populariteit en seksueel succes is dus niet verboden voor andere producten dan alcoholhoudende dranken. En reclame die appelleert aan status en populariteit en die gericht is op kinderen is niet verboden voor alle andere producten dan voedingsmiddelen. Hier is dus nog veel te winnen.

maandag 16 januari 2012

Maakt reclame ons materialistischer, ondankbaarder en daardoor ongelukkiger?

Het World Wide Fund for Nature (WWF) en het Public Interest Research Centre (PIRC) hebben een een rapport laten samenstellen met een overzicht van het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van reclame op houdingen en welzijn van mensen. Het is hier te lezen. De conclusie van het rapport is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat reclame negatieve gevolgen heeft:
1. toename van onze ecologische voetafdruk door het aanjagen van consumptie,
2. versterken van extrinsieke aspiraties (conformisme, uiterlijk vertoon, najagen van financieel succes en prestaties in de ogen van anderen, macht),
3. en daarmee het verzwakken van onze intrinsieke aspiraties (goede relaties met familie en vrienden, tevredenheid met jezelf, gemeenschapsgevoel, helpen van anderen, gerichtheid op collectief welzijn).
Daardoor heeft reclame een negatief effect op onze tevredenheid met het leven en ons geluk.

Het rapport weerlegt drie argumenten dat het met de gevolgen van reclame wel zou meevallen:
1. het argument dat mensen door reclame alleen andere producten kopen en niet meer producten,
2. het argument dat reclame niet meer is dan een spiegel van de bestaande waarden (en dus niet die waarden beïnvloedt),
3. het argument dat reclame alleen maar de keuzevrijheid vergroot.
Aan het eind komen de auteurs tot twee aanbevelingen:
1. neem in de reclamecodes op dat reclame niet mag appeleren aan extrinsieke waarden (dus bijvoorbeeld niet een product mogen aanprijzen als een middel om "populair" te worden),
2. verminder de alomtegenwoordigheid van reclame: minder of geen reclame in de publieke ruimte, meer mogelijkheden om je er van af te sluiten (opt-out), meer publieke of anderszins niet commerciële financiering van nieuws en andere media. (En doe dit vooral voor en ten behoeve van kinderen.)
Tenslotte stellen ze voor om reclamemakers te verplichten om voor de negatieve gevolgen van blootstelling aan reclame te waarschuwen. Vergelijk maar met verplichte waarschuwingen tegen roken.

Omdat televisiekijken praktisch gelijk staat aan intensieve blootstelling aan reclame, kun je verwachten dat televisiekijken dezelfde negatieve gevolgen heeft. In het onderzoek naar de gevolgen van televisiekijken heet dat het cultiveringseffect. Het houdt in dat in de inhoud van televisieprogramma's de extrinsieke waarden meer worden benadrukt, ten koste van de intrinsieke waarden. Waardoor je van veel televisiekijken materialististischer wordt, wat wil zeggen dat je van consumptie meer goede dingen van het leven verwacht dan realistisch is. En daardoor wordt je minder tevreden met je leven. Dat dat inderdaad zo is, blijkt uit deze studie, die vorig jaar verscheen.

Tenslotte: denk ook aan dit bericht waarin ik inging op de positieve gevolgen van gevoelens van dankbaarheid en me afvroeg waarom we dan niet vaker dankbaar zijn. De economie, en daarmee onze reclamemakers, zijn niet zo geïnteresseerd in onze dankbaarheidsgevoelens. Dat consumeert niet zo lekker.

vrijdag 13 januari 2012

Minder werken: Juliet Schor, Lord Skidelski en Tim Jackson

Luister naar de podcast van de lezing die Juliet Schor eergisteren gaf aan de London School of Economics. Link onderaan dit bericht. Na de inleiding van ongeveer acht minuten begint de lezing. Ze gaat in op de voordelen van een kortere werkweek en op de mogelijkheden om daartoe te komen. Zie ook mijn eerdere bericht.

Aansluitend hoor je Lord Skidelski, de biograaf en kenner van (het werk van) Keynes. En daarna Tim Jackson, die ik nog niet beluisterd heb.

De lezing van Lord Skidelski is diepzinning en hier en daar erg geestig. Aan het eind pleit hij voor:

1. recht op deeltijdwerk (zoals wij in Nederland al hebben),

2. een basisinkomen,

3. hogere belastingen op consumptie, vooral van luxe goederen,

4. meer inperkingen van reclame-uitingen.
About time – Examining the case for a shorter working week - Video and audio - News and media - Home:

'via Blog this'

dinsdag 22 november 2011

Dankbaarheid verhoogt welzijn. Waarom zijn we dan vaak ondankbaar?

John Tierney geeft een mooi overzicht van het onderzoek naar de gunstige effecten van dankbaarheid. Zie het bericht hieronder. Door een houding van dankbaarheid te cultiveren voor wat je hebt en voor wat anderen voor je doen, verbeter je je gezondheid, slaap je beter, heb je minder last van angststoornissen en depressie, ben je tevredener met je leven en ben je aardiger voor anderen. Ook reageer je minder agressief op provocaties.

Dat weten we omdat onderzoekers op verschillende manieren bij proefpersonen gevoelens van dankbaarheid teweeg brachten. Bijvoorbeeld door hen te instrueren om een "dankbaarheidsdagboek" bij te houden, waarin ze op gezette tijden iets opschreven waarvoor ze dankbaar waren. Een aardige geste van iemand, iets wat ze hadden geleerd, een mooie zonsondergang, wat niet al. Of door hen een brief te laten schrijven aan iemand die hun leven ten goede had veranderd en die aan die persoon te laten voorlezen en overhandigen. Of door te arrangeren dat ze door iemand geholpen werden. De effecten daarvan konden dan worden vergeleken met een controlegroep die andere instructies hadden gekregen of die niet waren geholpen.

Toen ik hier bij stilstond, nam ik me voor om vaker dankbaar te zijn. Maar ook vroeg ik me af hoe het komt dat wij onderzoekers nodig hebben die ons er toe aanzetten om dankbaar te zijn. Waarom zijn we niet vanuit onszelf vaker dankbaar? Wat houdt ons tegen? Of waarom komen we niet op het idee?

Het heeft denk ik te maken met onze sterke sociale beïnvloedbaarheid. Dat werkt zoals altijd twee kanten op. Die onderzoekers zijn succesvol in staat om onze houding van dankbaarheid te vergroten. Maar in ons dagelijks leven staan we ook bloot aan sterke invloeden die de andere kant op werken. Ik denk natuurlijk aan de invloed van reclame en van televisieprogramma's over succesvolle beroemdheden, die veel meer bereikt hebben dan dat ons gelukt is. Al die boodschappen zijn bepaald niet bedoeld om onze dankbaarheid te vergroten. Integendeel, ze maken ons ontevreden en jaloers. En dat moet ook, want ondankbare mensen consumeren meer dan dankbare. Onze ondankbaarheid is goed voor "de economie". En ondankbare mensen  hebben meer interesse in beroemdheden en die beroemdheden leven van onze aandacht. 

Je kunt hier dus twee lessen uit trekken:

1. Wees vaker dankbaar.

2. Dat is gemakkelijker om te doen als je je minder blootstelt aan reclame en aan narcistische beroemdheden. Dus kijk minder televisie en kijk selectiever.

A Serving of Gratitude Brings Healthy Dividends - NYTimes.com:

'via Blog this'

zondag 20 november 2011

Meer schulden maken door blootstelling aan reclame

De huidige financieel-economische problemen in de Verenigde Staten en Europa zijn voor een groot deel terug te voeren op een schuldencrisis. En die schuldencrisis lijkt voorafgegaan te zijn door een lange periode van ongeveer een halve eeuw waarin mensen meer schulden zijn gaan maken. Over gegevens voor Europa beschik ik niet, maar die voor de V.S. zijn te vinden in dit paper.

De auteurs van dat paper vragen zich af of die toename van schulden er mee te maken heeft dat in ongeveer diezelfde periode de televisie opkwam en zichzelf snel over vrijwel alle huishoudens verspreidde. Want met de televisie nam de blootstelling aan reclame snel toe. Reclame roept op tot consumeren. Daarvoor is geld nodig en daar kunnen mensen meer over beschikken door meer te gaan werken en/of door meer te gaan lenen.

In de periode van het begin van de televisie wees John Kenneth Galbraith (de vader van James Galbraith) er in The Affluent Society al op dat de toename van reclame zou leiden tot economisch inefficiënt hoge niveau's van consumptie, arbeidsuren en schulden en een te laag niveau van vrije tijd. Dat "economisch inefficiënt" betekent dat mensen er beter aan toe zouden zijn als ze niet of minder aan reclame waren blootgesteld.

De onderzoekers van het paper waar ik hierboven naar linkte, onderbouwen het vermoeden dat het blootgesteld zijn aan reclame door televisiekijken leidt tot het meer aangaan van schulden. Daar voor keken ze naar waar in de V.S. eerder en waar later tussen 1945 en 1975 de televisie was doorgedrongen. En ze brachten die gegevens in verband met cijfers over schulden van huishoudens. Het blijkt dan dat de verspreiding van televisie samen ging met een toename van schulden ten behoeve van duurzame consumptiegoederen. Ook ging het samen met een toename van de arbeidsparticipatie.

Dit wijst erop dat de toename van schulden na de Tweede Wereldoorlog, althans in de V.S., op gang is gebracht doordat mensen televisie gingen kijken en daardoor ineens veel meer aan reclame werden blootgesteld. Opmerkelijk is trouwens dat het maken van schulden nog steeds sterk toenam nadat de televisie al tot vrijwel alle huishoudens was doorgedrongen en het aantal uren televisiekijken stabiliseerde.