Posts tonen met het label statusangst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label statusangst. Alle posts tonen

donderdag 10 februari 2022

De neoliberaal gemotiveerde toename van bestaansonzekerheid, de niet in goede banen geleide globalisering, groeiende ongelijkheid en de opkomst van het rechts-extremisme

Update. Ook Dean Baker besteedt nu aandacht aan het essay van Thomas B. Edsall: The big lie of the elites. Hij betoogt dat de globalisering door de elites bewust zo is vorm gegeven dat de laagopgeleiden en de lage inkomens moesten concurreren met de werknemers van de lage lonen landen. Waardoor de arbeidskosten konden worden verlaagd ten gunste van de winsten. Met als gevolg de groeiende bestaansonzekerheid die de rechts-extremisten de wind in de zeilen gaf. Dat had niet zo gehoeven. Maar de laagopgeleiden werd voorgehouden dat dit nu eenmaal de werking van de markt was en dat er niets tegen te doen was. Het is het verhaal van de afgelopen tientallen jaren.

Dean Baker schreef het boek Rigged:How Globalization and the Rules of the Modern Economy Were Structured to Make the Rich Richer, met als strekking:

There has been an enormous upward redistribution of income in the United States in the last four decades. In his most recent book, Baker shows that this upward redistribution was not the result of globalization and the natural workings of the market. Rather it was the result of conscious policies that were designed to put downward pressure on the wages of ordinary workers while protecting and enhancing the incomes of those at the top. Baker explains how rules on trade, patents, copyrights, corporate governance, and macroeconomic policy were rigged to make income flow upward.

 

We weten al hoe de door de neoliberale politiek gemotiveerde toename van bestaansonzekerheid heeft bijgedragen aan de opkomst van rechts-extremisme in de politiek. En we weten ook dat bestaansonzekerheid om meer gaat dan alleen armoede. Ook mensen boven het armoedeniveau die wel vrezen voor sociale daling, voelen zich in hun bestaan bedreigd en zijn vatbaar voor rechts-extremisme. Zie het onderzoek dat ik besprak in: 

Daar is ondertussen nog meer onderzoek bijgekomen en dat alles valt niet meer over het hoofd te zien. Gisteren besteedde Thomas B. Edsall, columnist van de New York Times, er volop aandacht aan in het essay Status Anxiety Is Blowing Wind Into Trump’s Sails. 

Uit een van de nieuwe studies die Edsall noemt, Beyond Populism: The Psychology of Status-Seeking and Extreme Political Discontent komt duidelijk naar voren hoe toename van bestaansonzekerheid het statuscompetitieve wereldbeeld aanwakkert, waarin de verklaring voor de ontstane problemen wordt gezocht in het bestaan van vijandige groeperingen, de elite en de immigranten. Waar rechts-extremistische politici maar al te graag op inspelen. Het herinnert eraan dat rechts-extremisme niets anders is dan een uitingsvorm van het statuscompetitiepatroon. Ook leggen de auteurs de nadruk op het verband met groeiende ongelijkheid, waarvan we wisten dat die de statuscompetitie aanwakkert.

Edsall besteedt ook aandacht aan de achterliggende oorzaak van die toename van bestaansonzekerheid, die we eerder tegenkwamen als de globalisering die niet in goede banen werd geleid. In de Verenigde Staten verdwenen vooral in de industrie banen door nieuwe handelsverdragen, terwijl weinig tot niets werd gedaan om de negatieve gevolgen daarvan op te vangen. De markt zou de overgangsproblemen vanzelf wel oplossen. Dat verklaart waarom Trump vooral stemmen kreeg in de regio's die het sterkt getroffen werden.

Toevallig staat Brad DeLong vandaag stil bij die achterliggende oorzaken en wel aan de hand van een net verschenen boek van de hand van "the thoughtful ex-neoliberal economist Glenn Hubbard", die voorzitter was van de Raad van Economische Adviseurs onder president George W. Bush. Deze ex-neoliberaal kijkt er met spijt en misschien wel schuldgevoel op terug hoe neoliberale regeringen de slachtoffers van hun beleid aan hun lot overlieten. Met grote gevolgen.

donderdag 5 maart 2020

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 20 - Een toename van inkomensongelijkheid bedreigt de democratie doordat het rechts-extremisme aanwakkert

Zoals we zagen in het vorige bericht van deze reeks, bestaat er in veel landen twijfel over of de democratie wel goed functioneert en is in verschillende landen die twijfel opvallend sterk toegenomen. Er zijn nogal wat aanleidingen die doen vermoeden dat die bedreigingen van de democratie samenhangen met de grote toename van ongelijkheid. Vandaar de stelling dat de strijd voor de democratie noodzakelijkerwijs samengaat met de strijd voor het terugdringen van ongelijkheid.

Er is nu de nieuwe studie The threat of social decline: income inequality and radical right support die laat zien dat de toename van inkomensongelijkheid in een land inderdaad samen gaat met een toename van steun voor rechts-extremistische partijen, partijen dus die een bedreiging vormen voor het voortbestaan van de democratie.

De onderzoekers analyseerden gegevens van het International Social Survey Programme (ISSP) voor 14 OECD landen over een periode van drie decennia (1987 - 2017). Het gaat om Australië, Oostenrijk, België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Nederland, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland. Van de in totaal 158.454 personen was het inkomen bekend, het wel of niet gestemd hebben op een rechts-extremistische partij en de subjectieve sociale status, dat wil zeggen het antwoord op de sociale ladder-vraag in de vorm van een cijfer tussen 1 en 10. Daarnaast was van elk land per jaar de mate van inkomensongelijkheid bekend.

De analyses leveren op dat een toename van inkomensongelijkheid na verloop van 8 tot 12 jaar voor alle inkomensgroepen de kans verhoogt op steun voor een rechts-extremistische partij. En opvallend: de grootste toename van die steun is te vinden bij degenen met een hoge subjectieve sociale status die tot de lage midden- en middeninkomensgroepen behoren. 

Dat is dus bepaald niet de groep die het al slecht heeft. Ze hebben immers een laag midden- of zelfs een middeninkomen. Maar ze geven zichzelf wel een hoog, geflatteerd, cijfer op de sociale ladder. Die combinatie maakt kennelijk dat ze als gevolg van een toename van ongelijkheid, dus een verlenging van de ladder, meer dan anderen een statusverlies vrezen. 

Meer inkomensongelijkheid verhoogt speciaal voor hen de statusangst. En door die statusangst zijn ze ontvankelijk voor de wereldbeelden van het rechts-extremisme, dat van de wereld als gevaarlijk en vol vijanden en dat van de wereld als een amorele jungle.

Maar misschien nog belangrijker: meer ongelijkheid leidt over dus de hele linie, van hoog tot laag, tot meer steun voor het rechts-extremisme. In andere woorden: inkomensongelijkheid verhoogt de statuscompetitie.

dinsdag 26 november 2019

Door toename van statuscompetitie, en dus van statusangst, worden mensen ziek en stemmen ze rechtser

Hoe te verklaren dat sinds eind jaren negentig de mortaliteit onder witte Amerikanen, dus het aantal sterfgevallen per jaar per 1000 personen, zo opvallend is toegenomen? Terwijl er onder de zwarte en de Latino-bevolking juist een afname was. Zie de ontwikkelingen in het plaatje hieronder.


Het is ontleend aan de pas verschenen studie Growing sense of social status threat and concomitant deaths of despair among whites. Op die opvallende mortaliteitstoename onder alleen de witte Amerikaanse bevolking werd eerder gewezen door Ann Case en Angus Deaton (2015).

De onderzoekers van deze nieuwe studie wijzen er op dat die toename geldt voor de witte bevolking van tussen de 25 en 54 jaar en niet beperkt is tot de laagopgeleiden, hoewel hij voor die groep wel het sterkst is.

Waaraan kan die opvallende ontwikkeling worden toegeschreven? Wat is er met die witte Amerikanen in die leeftijdsgroep aan de hand?

Case en Deaton wezen er al op dat die toegenomen mortaliteit samen lijkt te hangen met een toename van middelengebruik (alcohol, pijnstillers), van suïcides en van chronische stress (allostatische belasting). Wat hen er toe bracht om te spreken van deaths of despair.

Komt die ontwikkeling dan voort uit een verslechtering van de economische omstandigheden? Dat is onwaarschijnlijk, omdat ook de zwarte en de Latino-bevolking diezelfde of zelfs nog sterkere verslechtering ondergingen.

Dat brengt de onderzoekers er toe om na te gaan of er misschien speciaal onder de witte Amerikanen een toename van statusangst is geweest. Van de perceptie dat ze werden ingehaald door de zwarte bevolking en dat ze daardoor in hun subjectieve status werden bedreigd. En er blijken inderdaad allerlei aanwijzingen te zijn voor die toename van statusangst. Terwijl er tegelijkertijd van dat inhaalproces door de zwarte bevolking in werkelijkheid in het geheel geen sprake is.

In de analyses die de onderzoekers vervolgens hebben uitgevoerd, gebruiken ze op basis van ander onderzoek een stem op of voorkeur voor de Republikeinse partij (en voor Donald Trump) als indicator voor statusangst, dus voor het zich door de zwarte bevolking bedreigd voelen. Denk in dat verband ook aan het bericht Populisme verklaard door 'economie" of door "cultuur"? Niet of-of, maar en-en.

En uit die analyses blijkt op districtsniveau een samenhang tussen de aanhang van de Republikeinse partij en voor Trump en de morbiditeit. Een toename van een procent in het aandeel stemmen op de Republikeinen gaat gepaard met een toename van 1,49 sterfgevallen per 100.000 van de witte bevolking.

Een toename van statuscompetitie, en dus van statusangst, heeft dus zowel negatieve gezondheidseffecten als negatieve politieke effecten: een toename van rechts-extremistisch populisme.

dinsdag 2 oktober 2018

Door bestaansonzekerheid meer rechts-extremisme - Maar bestaansonzekerheid is niet alleen armoede, maar ook bedreiging van privileges (statusangst)

Er is een veelheid van aanwijzingen dat een toename van bestaansonzekerheid uitloopt op meer rechts-extremisme in de politiek.

Kenmerkend voor dat rechts-extremisme is het verheerlijken van "het eigen volk" of de eigen cultuur of, meer algemeen, de eigen groep en het vijandig bejegenen of denigreren van andere groepen, van buitenlanders, vreemdelingen, immigranten, armen en uitkeringstrekkers. Die trek vind je terug in de Sociale Dominantie Oriëntatie. Lees nog eens het bericht Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment.

Aan dat verband ligt waarschijnlijk de algemeen-menselijke verklaringsbehoefte ten grondslag. Bij bedreiging en tegenslag is het zaak om snel uit te vinden wat de oorzaak daarvan is, om tegenmaatregelen te kunnen nemen. Als de omstandigheden dan te complex zijn om snel te kunnen doorzien, dan kunnen mensen een verklaring omarmen die enige plausibiliteit heeft. De "anderen" hebben het gedaan. Toevlucht nemen tot een verklaring die misschien onjuist is, wordt dan verkozen boven een toestand van blijvende onzekerheid.
In dezelfde lijn ligt het ontstaan van de wereldreligies als een antwoord op de sterke toename van bestaansonzekerheid ten tijde van de overgang van jagen-verzamelen naar het beoefenen van de landbouw: Geloof in de enige God als bescherming tegen bestaansonzekerheid - Een biologische antropologie van de Bijbel - 12.
Update. En denk aan de mogelijkheid dat politici die daar belang bij denken te hebben verklaringsbehoefte uitbuiten en de vijandigheid tegen "de anderen" (moslims, immigranten, vluchtelingen, uitkeringstrekkers) aanwakkeren: De uitspraken van minister Blok sociaalwetenschappelijk bekeken - Politici zouden beter op de hoogte moeten zijn van het sociaalwetenschappelijk onderzoek.
Nu kan de vraag opkomen wat precies onder bestaansonzekerheid moet worden verstaan. Als je er armoede onder verstaat, dan stuit je op het probleem dat het niet bij uitstek de armen zijn die rechts-extremistisch stemmen. Zo waren Trump-stemmers niet meer werkloos en niet armer dan niet Trump-stemmers.

Dat heeft sommigen tot de conclusie gebracht dat niet "economische factoren" tot rechts-extremisme leiden, maar "culturele". Het zou gaan om raciaal ressentiment. Zie bijvoorbeeld  The past year of research has made it very clear: Trump won because of racial resentment.

Paul Krugman wijst daarop in zijn column van gisteren: Angry White mal Caucus. Trumpism is all about the fear of losing privilege. (Lees die column!) De Trump-aanhangers zijn vooral de blanke mannen die zich in hun privileges (opleiding, banen, macht) bedreigd voelen:
But it’s privilege under siege. An increasingly diverse society no longer accepts the God-given right of white males from the right families to run things, and a society with many empowered, educated women is finally rejecting the droit de seigneur once granted to powerful men.
And nothing makes a man accustomed to privilege angrier than the prospect of losing some of that privilege, especially if it comes with the suggestion that people like him are subject to the same rules as the rest of us.
Dat klopt natuurlijk. Maar is het je in je privileges bedreigd voelen, statusangst,  niet ook gewoon een vorm van bestaansonzekerheid? Zie eerder ook Toename van aanhang van populistische rechtse partijen hangt samen met toename van ervaren sociale daling.

maandag 20 november 2017

Toename van aanhang van populistische rechtse partijen hangt samen met toename van ervaren sociale daling

Waardoor is het succes van populistisch rechts-extremistische partijen in de laatste decennia zo toegenomen? We hebben gezien dat de toegenomen bestaansonzekerheid, onder meer als gevolg van gemaakte politieke keuzes, een belangrijke rol moet hebben gespeeld. Zie Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? voor een overzicht van onderzoek.

Er lijkt nu een stroom van onderzoek op gang te komen die met deze verklaring overeenkomt. Zo is er nu het onderzoek The politics of social status: economic and cultural roots of the populist right dat erop wijst dat de toename van mensen die zichzelf een lage sociale status toekennen (de zogenaamde subjectieve sociale status) een bijdrage heeft geleverd aan de toegenomen aanhang van populistisch rechtse partijen.

Allereerst: dat die aanhang is toegenomen, blijkt uit het plaatje hieronder.


Je ziet vanaf 1980 het gemiddelde percentage kiezers die een populistisch rechtse partij stemden in Europese democratische landen. En je ziet dus de toename van minder dan 2 procent in 1980 naar 12 procent in 2016.

Wat is hier gebeurd? De onderzoekers vermoedden dat een deel van de verklaring erin gelegen is dat mensen met meer "statusangst" meer geneigd zijn op populistisch rechts te stemmen en in lijn daarmee vijandiger staan tegenover immigranten en tegenover de heersende politici die in hun ogen beter voor zichzelf zorgen dan voor de gewone man. Die statusangst meten ze af aan die subjectieve sociale status, waarbij ze verwachten dat de angst voor sociale daling het grootst is bij de groep die zich net even boven de bodem bevindt.

Om dat te onderzoeken analyseerden ze de gegevens van het International Social Survey Program (ISSP). Die gegevens zijn beschikbaar over de jaren 1987, 1992, 1999, 2004, 2009 en 2014 voor het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Verenigde Staten, Australië, Polen, Zweden, Noorwegen, Slovenië, Tsjechië en Hongarije. Die subjectieve sociale status werd vastgesteld met de vraag "In onze maatschappij staan sommige groepen bovenaan en andere onderaan. Als u aan uzelf denkt, waar zou u zich plaatsen op een schaal van 1 tot 10?"

In het plaatje hieronder zie je, voor een van die landen (Denemarken), het verband afgebeeld tussen die subjectieve sociale status (horizontale as) en de kans om op een populistisch rechtse partij te stemmen (verticale as). Je ziet een grotere kans bij een lagere sociale status, met inderdaad de (kleine) kromming, die erop wijst dat die kans het grootst is even boven de allerlaagste sociale status. (Gecontroleerd werd voor beroep, opleiding, inkomen en werkend/werkloos.)


Er is dus inderdaad een verband tussen subjectieve sociale status (als proxy voor statusangst) en het sympathiseren met populistisch rechts.

Klopt het dan dat tussen 1987 en 2014 ook inderdaad de toename van mensen met een lage subjectieve sociale status verantwoordelijk kan worden gehouden voor het toegenomen succes van populistisch rechtse partijen?

Ja, daar zijn aanwijzingen voor. Want de onderzoekers laten zien dat in bijna alle twaalf landen de subjectieve sociale status van mannen zonder een hogere opleiding is afgenomen. Onder de lager- en middelbaar opgeleiden is er dus een proces geweest van ervaren sociale daling. Zie het plaatje hieronder.

De zwarte staafjes staan voor 1990 of daaromtrent en de grijze voor 2014. Hongarije (HU) is de uitzondering op het patroon.