Posts tonen met het label psychopathie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psychopathie. Alle posts tonen

dinsdag 10 augustus 2021

In een sociaal vluchtige maatschappij vergroot echtscheiding de kans op het ontwikkelen van een psychische aandoening

 Als je met wat afstand kijkt naar onze huidige manier van samenleven, dan valt op dat die gekenmerkt wordt door een grote mate van sociale vluchtigheid. Dat houdt in dat de stabiliteit, en dus vertrouwdheid, van ons sociale netwerk niet gegarandeerd is. In onze levensloop krijgen we te maken met verlies van relaties met vertrouwde anderen (familie, vrienden), met sociaal isolement en eenzaamheid en met het zoeken en  aangaan van nieuwe relaties. 

In de mensheidsgeschiedenis is dat een behoorlijk nieuwe toestand, die sterk afwijkt van de sociale stabiliteit en dus vertrouwdheid van de jagers-verzamelaarssamenlevingen (de Paleo Sociale Omgeving) waarin mensen verreweg het grootste deel van die geschiedenis hebben doorgebracht. Omdat wij een fundamenteel sociale diersoort zijn, die erop is ingesteld om in een vertrouwde sociale omgeving op te groeien, stelt die sociale vluchtigheid van onze huidige maatschappij ons voor grote uitdagingen. 

Dat wij fundamenteel sociaal zijn, betekent dat we hebben "geleerd" om veiligheid te associëren met het deel uitmaken van een kring van vertrouwde anderen. En dat betekent weer dat we in de problemen komen als die kring ontbreekt. Dat wil concreet zeggen dat we een psychische aandoening kunnen ontwikkelen. En op het niveau van de maatschappij betekent het concreet dat psychische aandoeningen veel voorkomen.

In de reeks berichten over psychische aandoeningen en de mismatch tussen aanleg en omgeving (hier het eerste bericht) zagen we dat al die verschillende psychische aandoeningen, die zo keurig in de DSM-5 geclassificeerd worden, een gemeenschappelijke factor lijken te hebben, met "verlies, geïntimideerd en/of vernederd en/of verraden worden - fundamentele bedreigingen van iemands fysieke en psychologische veiligheid -" als gemeenschappelijke oorzaak. En daarin herkennen we precies de uitdagingen van de sociale vluchtigheid: sociaal isolement, eenzaamheid en statuscompetitie.

Dit alles wijst erop dat de kans op het ontwikkelen van een psychische aandoening het grootst is in die fasen van de levensloop waarin die gemeenschappelijke oorzaak het vaakst de kop opsteekt. We zagen al dat dit het geval is in de fase van de adolescentie en de jonge volwassenheid, de fase waarin we de sociale veiligheid van het gezin verlaten en op zoek zijn naar nieuwe bronnen van die veiligheid. En we zagen dat het ontbreken van die veiligheid in het gezin een sterke voorspeller is van het ontwikkelen van een psychische aandoening. Beide wijzen er op dat in een sociaal vluchtige maatschappij gezinnen sterk sociaal geïsoleerd zijn. Daardoor maakt het veel uit of een gezin wel of niet sociale veiligheid verschaft. En daardoor is de fase van de adolescentie zo cruciaal in de levensloop.

Maar evenzeer maakt het daardoor veel uit of mensen wel of niet de veiligheid en vertrouwdheid van een partnerrelatie ervaren. Als er weinig andere vertrouwde relaties zijn, komt er veel neer op het wel of niet deel uitmaken van een partnerrelatie.

Precies in dat verband is er het vele onderzoek dat laat zien dat het verlies van een partnerrelatie, door echtscheiding, naast dus die fase van de adolescentie, sterk de kans vergroot op het ontwikkelen van een psychische aandoening. De nieuwe studie Relationship Dissolution and Psychopathology geeft van dat onderzoek een overzicht. 

Heel kort samengevat: hoewel ook het lijden aan een psychische aandoening de kans op echtscheiding vergroot, is er daarnaast een duidelijke bijdragen van het ervaren van een echtscheiding op de kans daarna een psychische aandoening te ontwikkelen. Uiteraard met allerlei factoren ("moderatoren") die die kans beïnvloeden, zoals of die echtscheiding zelf gewild is of niet en of er wel of niet ondersteunende vriendschapsrelaties zijn. 

Dat het verschil maakt of iemand na de echtscheiding wel of niet een nieuwe partner vindt, wijst op het grote belang van een partnerrelatie in een sociaal vluchtige maatschappij. 

maandag 30 november 2020

Het cluster van de morele gemeenschapsintuïties - Over empathie en rechtvaardigheid

Onze morele gemeenschapsintuïties lijken eruit te bestaan dat we vinden dat je met anderen rekening moet houden en hen moet bijstaan als dat nodig is (de intuïtie van de zorg voor anderen), dat je anderen in hun waarde moet laten (de intuïtie van het niet willen overheersen) en dat je rechtvaardigheid hoort na te streven. Zie het bericht Wat is het echte onderscheid tussen de progressief/linkse en de conservatief/rechtse morele intuïties?

Klopt het dat die drie intuïties inderdaad met elkaar samenhangen? In de zin dat als je mensen vergelijkt, het toegerust zijn met de ene intuïtie samengaat met de andere twee? En dat je mensen dus goed kunt indelen naar de mate waarin ze alle drie onderschrijven dan wel dat niet doen. Anders gezegd, vormen die drie intuïties een cluster?

Een aanwijzing in die richting komt naar voren uit de al in 2016 verschenen studie Empathy and motivation for justice: Cognitive empathy and concern, but not emotional empathy, predict sensitivity to injustice for others met Jean Decety als eerste auteur.

Daaruit blijkt namelijk dat mensen die meer blijk geven van empathische bezorgdheid ook degenen zijn die gevoeliger zijn voor onrechtvaardigheid. Want die empathische bezorgdheid brengt ons er toe om anderen bij te staan en om anderen in hun waarde te laten. Het vermogen tot empathie, tot het meeleven met anderen en het je in anderen kunnen verplaatsen, is immers een belangrijke element van pro-sociaal gedrag. Zie nog eens, uit 2011, Empathie en de duale menselijke sociale natuur, waarin het ook ging over Jean Decety.

Wat dus het toegerust zijn met de eerste twee intuïties bevordert, draagt ook bij aan de aanwezigheid van de derde, de gevoeligheid voor onrechtvaardigheid. En uit hetzelfde onderzoek blijkt dat ook de afwezigheid van die drie intuïties een cluster vormt, dat zoals was te verwachten samenhangt met de neiging tot psychopathie (anderen willen overheersen, egoïstische impulsiviteit, koudhartigheid).

Interessant is dat die gevoeligheid voor onrechtvaardigheid niet alleen betrekking kan hebben op de relatie tussen jou en anderen, maar ook op relaties tussen die anderen. Waar jezelf niet bij betrokken hoeft te zijn. Toch zijn mensen dus in staat om rechtvaardigheidsoordelen te hebben over zulke relaties die verder van henzelf af staan. En zelfs rechtvaardigheidsoordelen over maatschappelijke verhoudingen. Ook al er uit blijkend dat die morele gemeenschapsintuïties samenhangen met het progressief/linkse politieke denken.

Daarmee komt weer overeen dat die gevoeligheid voor rechtvaardigheid specifiek samenhangt met het meer cognitieve facet van empathische bezorgdheid. Dus met het je kunnen verplaatsen in anderen, met het je kunnen voorstellen dat je in hun schoenen zou staan. Het andere facet is de meer affectieve kant van empathie, het meeleven met iemand, het voelen van wat de ander voelt.

donderdag 2 augustus 2018

De Donkere Kern van de menselijke sociale natuur - Over statuscompetitie en persoonlijkheid

De menselijke sociale natuur is ambivalent. We zijn in staat tot gemeenschapsgedrag, pro-sociaal gedrag, dat ons in staat stelt om te delen en samen te werken. Maar we zijn ook in staat tot statuscompetitiegedrag, gedrag dat gericht is op het individuele belang, waarbij anderen automatisch gezien worden als concurrenten (in de strijd om status).

Die ambivalentie is in het verleden evolutionair succesvol geweest, omdat hij gepaard ging met flexibiliteit: het vermogen om je eigen gedrag aan te passen aan dat wat je in je sociale omgeving ziet gebeuren. Als daar het gemeenschapsgedrag overheerst, dan is het het beste om daar aan mee te doen, op straffe van uitsluiting als je dat niet doet. Maar overheerst het statuscompetitiegedrag, dan is het maar beter om daar ook voor te kiezen, op straffe van uitgebuit worden als je dat niet doet. Denk aan de Dual Mode-theorie.

Hoewel mensen dus over die flexibiliteit beschikken, leren we uit het persoonlijkheidsonderzoek dat sommigen van ons sterk neigen tot het statuscompetitiegedrag. Zo zijn ze bijvoorbeeld maar heel slecht in staat tot empathie, tot het meevoelen met het leed van anderen. Dat maakt dat ze sterk egoïstisch zijn ingesteld en dat de empathie waartoe ze nog wel in staat zijn, alleen in strategische zin wordt gebruikt.

We hebben gezien dat die statuscompetitieve persoonlijkheid in (tenminste) drie verschijningsvormen valt aan te treffen; narcisme, psychopathie en Machiavellianisme. Volg de link voor de omschrijvingen en de verschillen.

Maar hoewel er dus verschillen bestaan tussen die drie vormen, is er ook niet een gemeenschappelijke kern en hoe moeten we die karakteriseren?

De nieuwe studie The dark core of personality geeft antwoord op die vraag. Zie ook het artikel The Dark Core of Personality. What's your dark core score? dat Scientific American eraan wijdt.

De onderzoekers hebben verschillende theoretische vermoedens over waaruit die 'Donkere Kern' zou kunnen bestaan. Een daarvan is gebaseerd op de life history theory, die inhoudt dat het opgroeien in een instabiele sociale omgeving aanzet tot een "snelle levensloopstrategie": het opportunistisch en strategisch exploiteren van anderen. Die strategie, en het statuscompetitie-karakter ervan, kwamen we eerder tegen in het bericht Mannen zijn opportunistischer en wraakzuchtiger als ze in een omgeving met meer geweld zijn opgegroeid.

Die theoretische vermoedens worden vervolgens in vier studies empirisch getoetst. Daaruit komt uiteindelijk naar voren dat er inderdaad een Donkere Kern valt aan te wijzen, die bestaat uit:
een fundamentele neiging tot het najagen van het eigen belang, met daaraan gekoppeld
het negeren of accepteren of zelfs kwaadaardig nastreven van negatieve effecten voor anderen en
het aanhangen van overtuigingen die dienen om zulk gedrag te rechtvaardigen.
De aard van die rechtvaardiging kan verschillen. Zo bestaat hij bij de narcist uit de overtuiging dat hijzelf boven iedereen verheven is. En bij de psychopaat uit de overtuiging dat iedereen slecht is, wat betekent dat hij dat zelf ook mag zijn.

De behoefte om het eigen egoïsme te rechtvaardigen, wijst erop dat er zelfs in deze Donkere Kern nog iets bestaat van dat gemeenschapsgedrag. Want als die notie geheel zou ontbreken, dan was er immers ook geen rechtvaardiging nodig.

In dat Scientific American - artikel vind je het lijstje van 9 uitspraken waarmee de Donkere Kern bondig kan worden vastgesteld. Hoe meer iemand het met deze uitspraken eens is, hoe meer hij of zij tot de Donkere Kern van de menselijke persoonlijkheid kan worden gerekend:

The Dark Core Scale

1. It is hard to get ahead without cutting corners here and there.

2. I like to use clever manipulation to get my way.

3. People who get mistreated have usually done something to bring it on themselves.

4. I know that I am special because everyone keeps telling me so.

5. I honestly feel I'm just more deserving than others.

6. I'll say anything to get what I want.

7. Hurting people would be exciting.

8. I try to make sure others know about my successes.

9. It is sometimes worth a little suffering on my part to see others receive the punishment they deserve. 

maandag 9 november 2015

De dimensies van statuscompetitiegedrag - en de samenhang met depressie, angststoornis en manische symptomen

Het menselijke sociale gedrag kent twee patronen, dat van de statuscompetitie en dat van het gemeenschapsgedrag. In het verre verleden, in de Paleo Sociale Omgeving, waren mensen doordat ze in kleine groepen leefden in staat om het statuscompetitiegedrag sociaal te onderdrukken. Het was nodig om samen te werken en om voedsel te delen en dan kon je egoïsme, profiteursgedrag en meer willen dan een ander niet gebruiken.

Maar in onze huidige maatschappij is statuscompetitie veel moeilijker te onderdrukken en komt het dus ook veel meer voor. Ieder van ons moet leren daar mee om te gaan of heeft dat min of meer geleerd. Over wat dat bijvoorbeeld voor adolescenten betekent, zie de berichten De sociale uitdaging van de adolescentie: gemeenschap en/of statuscompetitie en Vriendschap? Of status? Waar het sociale leven van de adolescent om draait.

Allerlei nadelige effecten van statuscompetitiegedrag zijn bekend. Een cultuur van statuscompetitie leidt tot meer geweld, depressie en suïcide. Statuscompetitiegedrag verhoogt het stressniveau (allostatische overbelasting), maakt minder pro-sociaal, verhoogt de kans op pesten, evenals de kans op fraude en bedrog en de kans op futloosheid, vermoeidheid en hoofdpijn.

Er is nu nieuw onderzoek, The dominance behavioural system: A multidimensional transdiagnostic approach, dat statuscompetitiegedrag weet te onderscheiden in verschillende dimensies en laat zien hoe die samenhangen met psychopathologie, in het bijzonder met depressie, angststoornis en manische symptomen. De resultaten van het onderzoek, onder studenten van een Amerikaanse universiteit, vatten de onderzoekers samen in onderstaande figuur.



Die zes dimensies van statuscompetitiegedrag vind je in de linkerkolom. Ik geef van elk een korte aanduiding.

Studenten die hoog scoorden op authentic pride wilden (o.a.) presteren, streefden succes na en hadden een hoge zelfwaardering.

Zij die hoog scoorden op hubris (hoogmoed) waren egoïstisch, arrogant, zelfgenoegzaam en ijdel.

Een hoge mate van discomfort in leadership betekende dat je geen leiderschapspositie nastreeft en vermijdt om macht uit te oefenen. Een hoge score op deze dimensie betekent een lage geneigdheid tot statuscompetitiegedrag.

Hoog scoren op cooperation houdt in dat je bereid bent naar anderen te luisteren, dat je bereid bent tot compromissen en dat je graag samenwerkt. Ook hier betekent een hoge score een lage geneigdheid tot statuscompetitie.

Hoog scoren op influence betekent dat je je in staat acht om anderen ergens van te overtuigen, dat je je zin kunt doorzetten en dat er naar jou wordt geluisterd.

En tenslotte betekent ruthless ambition dat je alles doet om hogerop te komen en dat hogerop komen voor jou belangrijker is dan loyaal zijn aan anderen.

In de figuur zie door middel van de getekende pijlen welke dimensies samenhangen met manische symptomen, depressie en angststoornis.

Wat meteen opvalt is dat hoogmoed sterk samenhangt met elk van de drie psychische problemen. Als statuscompetitie aanzet tot hoogmoedigheid, wat zo is, dan is dat een weg waarlangs de statuscompetitie in onze maatschappij bijdraagt tot psychopathie.

Daartegenover staat dat een authentiek gevoel van trots, willen presteren en geloof in jezelf hebben, juist de kans op zowel manische symptomen, depressie en angst verminderen.

Ook voor overtuigingskracht (influence) geldt dat het de kans op depressie en angststoornis vermindert. Bedenk daarbij dat een geringe overtuigingskracht staat voor het hebben van een lage status en voor de neiging tot onderwerping en onderdanigheid. En die laatste neiging ('ik heb toch niets in te brengen", "naar mij wordt toch niet geluisterd") blijkt dus de kans op depressie en angststoornis te verhogen.

Tenslotte zie je het verband van de meedogenloze ambitie met de kans op manische symptomen.

Het ontbreken van pijlen bij het wel of niet nastreven van leiderschap en het wel of niet bereid zijn tot samenwerken wijst er op dat hier geen samenhang met psychopathie werd gevonden.

Samengevat zijn het dus vooral de hoogmoed, de meedogenloze ambitie en de onderworpenheid/onderdanigheid die maken dat statuscompetitiegedrag een bijdrage levert aan psychopathie. De andere drie dimensies zijn wat dit aangaat onschuldiger.

Er zijn wel wat beperkingen aan dit onderzoek. Zo ontbreken andere vormen van psychopathie, zoals narcisme en de anti-sociale persoonlijkheidsstoornis. En er is natuurlijk het bezwaar van de specifieke onderzoeksgroep: studenten. Je zou je bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat een geringe bereidheid tot samenwerking je nog niet opbreekt zolang je als student door het leven gaat. Maar dat dat anders wordt als je later in een arbeidssituatie terecht komt.

dinsdag 9 december 2014

Psychopathie en dominantie

Mensen die hoog scoren op een vragenlijst voor psychopathie hebben de neiging tot zelfoverschatting (grandioos zelfbeeld) en minachting voor anderen. En ze zien anderen als potentiële slachtoffers die ze ten eigen bate kunnen manipuleren. Anderen zijn minderwaardig en horen te worden gedomineerd. Daarbij gaat psychopathie samen met weinig empathie en een oppervlakkige charme. Er is een sterke overlap tussen psychopathie en narcisme. Zie De donkere drie: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme.

Al die trekken samen zorgen er voor dat psychopaten het beste gedijen in contacten met anderen die hen nog niet goed kennen. Als relaties langer duren en persoonlijker worden, dan gaan de partners doorkrijgen wat voor vlees ze in de kuip hebben. En zullen ze zich als dat mogelijk is uit de relatie terugtrekken.

Vandaar dat wel gezegd wordt dat psychopaten altijd wisselende contacten nodig hebben en die ook zoeken. Ze handhaven zich beter in meer individualistische maatschappijen en in meer stedelijke omgevingen. Omdat ze ook oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers, verklaart dat voor een deel de criminaliteitsverschillen tussen stad en platteland. Zie bijvoorbeeld Psychopathy as an Adaptation van Stuart Kinner.

Dat gedijen in contacten met onbekende anderen blijkt ook uit de nieuwe studie Subclinical Primary Psychopathy, but Not Physical Formidability or Attractiveness, Predicts Conversational Dominance in a Zero-Acquaintance Situation.

De onderzoekers lieten mensen die elkaar niet kenden tien minuten lang met elkaar converseren. Waarna ze analyseerden wie in die gesprekken het meest dominant waren. Dat wil zeggen, wie het meest aan het woord waren, het meest bepaalden waarover gepraat werd en het meest anderen interrumpeerden.

Je kunt verschillende kenmerken bedenken die dan van belang zouden kunnen zijn. In dit onderzoek werd gekeken naar fysieke aantrekkelijkheid, fysieke indrukwekkendheid (formidability), sociaal-economische status en prestige.

Maar de onderzoekers namen ook een psychopathievragenlijst af, die je hier ook zelf kunt invullen. Voorbeelden van uitspraken waarvan je moet aangeven of je het er mee eens of oneens bent, zijn:
  • Success is based on survival of the fittest; I am not concerned about the losers
  • In today's world, I feel justified in doing anything I can get away with to succeed
  • People who are stupid enough to get ripped off usually deserve it
Degenen van de proefpersonen die hoger scoorden, hebben dus meer psychopathische trekken.

Het bleek toen dan van al die kenmerken alleen de mate van psychopathie voorspellend was voor de mate van dominantie in die gesprekken. Niet status of prestige of fysieke verschijning, maar alleen de mate van psychopathie.

Kennelijk is zo een setting van een gesprek met onbekenden precies de omgeving waarin de psychopaat geprikkeld wordt tot overheersing. Het is een situatie waarin je ook zou kunnen overwegen om als gelijken met elkaar om te gaan. Als je nog niets van elkaar weet, zou dat ook het uitgangspunt kunnen zijn. Maar daarvoor zou een psychopaat nooit kiezen. Je moet domineren, want anders doen anderen dat.

Bedenk daarbij dat we in een maatschappij leven waarin veel van dit soort situaties voorkomen, vooral in de sfeer van werk en organisatie. Dat zou kunnen betekenen dat psychopaten een meer dan gemiddelde invloed hebben op de uitkomsten daarvan.

vrijdag 15 maart 2013

Zijn beurshandelaars psychopaten? Nee, dat niet. Maar er is wel iets met hen aan de hand.

Thomas Noll is een Zwitserse psychiater, die samen met anderen onderzoek heeft gedaan naar het gedrag van beurshandelaars in een gesimuleerd prisoner's dilemma. Dat is een spel uit de speltheorie, waarin je door met iemand anders samen te werken een voor beiden hoogste opbrengst kunt genereren. Maar je kunt er ook voor kiezen om te proberen zelf een nog hogere opbrengst te krijgen, wat dan ten koste gaat van de opbrengst van de ander. En mocht je allebei daarvoor kiezen, dan heb je allebei de laagst mogelijke opbrengst. Zie dit bericht over het prisoner's dilemma.

In die studie (A Comparison of Professional Traders and Psychopaths in a Simulated Non-Zero Sum Game - pdf) vergeleken de onderzoekers het gedrag van 28 beurshandelaars met dat van 24 psychopaten (patiënten van forensisch-psychiatrische ziekenhuizen) en van 24 gewone burgers. Ze verwachtten dat die beurshandelaars een mate van egoïsme en competitiviteit zouden laten zien die die van de psychopaten zou benaderen. Maar wat bleek: de beurshandelaars handelden zelfs nog egoïstischer en competitiever dan de psychopaten. In hun gedrag leken ze vooral uit te zijn op een hoge opbrengst voor zichzelf én een lage opbrengst voor de ander. Ze kozen vaker niet-coöperatief dan de psychopaten (die weer vaker niet-coöperatief kozen dan de gewone burgers). Dat leverde hen trouwens niet een hogere opbrengst op. Wel een lagere opbrengst voor de ander.

Natuurlijk kun je hieruit niet generaliseren naar alle beurshandelaars. Niet alle beurshandelaars zijn psychopaten. Maar het lijkt waarschijnlijk dat ze sterk competitief zijn ingesteld. En zich dus weinig gelegen laten liggen aan het door samenwerking tot stand brengen van een hoge gezamenlijke opbrengst. Of ze die eigenschap al bezaten toen ze hun beroep kozen of dat ze hem ontwikkeld hebben door de uitoefening van hun beroep, dat weten we niet.

Uit de uitslagen van de psychopatietests (de PPI-R) die de onderzoekers afnamen, blijkt dat de handelaren gemiddeld iets lager scoorden dan de gewone burgers en behoorlijk veel lager dan de psychopaten. Je kunt ze dus inderdaad geen psychopaten noemen. Maar ze scoorden opvallend hoog op de subschalen Machiavellistische egocentriciteit en sociale invloed. Terwijl bovendien hun antwoorden in hoge mate verdacht waren, in de zin van afwijkend en inconsistent.

Kortom, beurshandelaars zijn volgens dit onderzoek geen psychopaten, maar er is bepaald wel iets met hen aan de hand. Het onderzoek heeft in Duitsland veel aandacht getrokken. Thomas Noll was gisteren te gast bij Maybritt Illner. En hij werd door Der Spiegel geïnterviewd. Op de vraag of de fout ligt in het financiële systeem, antwoordde hij (mijn vertaling):
Het systeem maakt de handelaars tot asociale mensen. In de psychiatrie is er een theorie die onderscheid maakt tussen persoonlijkheidsdaders en situatiedaders. Bij de eersten zijn de risicofactoren vast in hun persoonlijkheid verankerd, ze zoeken actief naar situaties waarin ze hun nietsontziendheid kunnen uitleven. Daarentegen laten de situatiedaders slechts weinig of niets opvallends zien. Ze worden pas door de situatie een risico. Zoals de beurshandelaars. Die zijn nog heel jong als ze de banken binnenkomen - en laten zich dan gemakkelijk beïnvloeden. In ons onderzoek bleek dat het voor hen vaak zelfs belangrijker was om hun concurrenten te schaden dan om zelf winst te behalen.
Noll denkt dus dat het geheel aan de situatie ligt. Maar je kunt je ook afvragen of zulke situaties niet door sommigen meer gezocht worden dan door anderen. Het kan goed zijn dat  er naast het beïnvloedingseffect ook een selectie-effect is. Zie ook Werknemers in publieke sector zijn pro-socialer dan in het bedrijfsleven.

vrijdag 26 oktober 2012

Psychopathische leiders beoordeeld als communicatief, strategisch en creatief. Máár.....

In de studie Corporate Psychopathy: Talking the Walk, waar ik in het vorige bericht melding van maakte, bleek dat van ruim 200 veelbelovende managers er bijna 6 procent als psychopathisch of als potentieel of mogelijk psychopathisch kon worden beschouwd. Omdat er ook bekend was hoe hun functioneren werd beoordeeld, kunnen we nagaan hoe de mate van psychopathie van managers doorwerkt in hun beoordelingen.

Het blijkt dan dat een hogere psychopathie-score samenhangt met een positieve beoordeling op het vlak van communicatieve vaardigheden, strategisch denken en creativiteit. En die samenhang is er vooral met de eigenschappen van het Interpersonele Domein van de psychopathie, dus met mooipraterij, zichzelf grandioos vinden, pathologisch liegen en bedriegen en manipuleren. En er is een minder sterke samenhang met de eigenschappen van het Antisociale Domein, dus met zaken als als zich slecht kunnen beheersen, vroege gedragsproblemen en jeugddelinquentie. Dat wijst er dus op dat psychopaten er in het sociale verband van een onderneming in kunnen slagen om anderen, en hun beoordelaars, een rad voor ogen te draaien.

Of is het zo dat ze ondanks hun slechte eigenschappen in een bedrijf juist heel goed kunnen functioneren? Nee, dat blijkt niet het geval. Want tegelijk is hun beoordeling op het vlak van leidinggeven, prestaties en hun rol als teamspeler heel negatief. En ook hier is er die sterke samenhang, maar nu dus negatief, met dat Interpersonele Domein.

Commentaar van de auteurs (mijn vertaling):
charme en grandiositeit (hoogmoedigheid) kunnen aangezien worden voor zelfvertrouwen of een charismatische leiderschapsstijl; evenzo kunnen goede presentatie-, communicatie- en "impression management"-vaardigheden dat beeld versterken. Het vermogen van de psychopaat om te manipuleren kan er uit zien als de vaardigheid om anderen te beïnvloeden en te overtuigen, waar je de effectieve leider aan herkent. Gebrek aan realistische levensdoelen, een duidelijk negatieve trek die de psychopaat in het persoonlijk leven vaak in een benedenwaartse spiraal brengt, kan indien ingebed in de passende taal van het bedrijfsleven, fout geïnterpreteerd worden als strategisch denken of "visie", een zeldzaam en hoog gewaardeerd talent van bestuurders. Zelfs die trekken die staan voor een gebrek aan menselijk gevoel of emotionele armoede (gewetenloosheid, ontbreken van schuldgevoel en empathie) kunnen de psychopaat in een bedrijf ten dienste staan, waar het "hard" of "sterk" zijn (harde, impopulaire beslissingen nemen) of "het hoofd koel houden" (geen emoties laten zien in onaangename omstandigheden) in hun voordeel kunnen werken. Kortom, precies die vaardigheden die de psychopaat in de maatschappij zo onaangenaam (en soms schofterig) maken, kunnen een carrière in het bedrijfsleven mogelijk maken, zelfs bij negatieve prestatiebeoordelingen.
(Ik heb het nu wel speciaal over het bedrijfsleven, maar hoe zit het eigenlijk met het functioneren van psychopaten in de publieke sector? Komen ze daar net zo veel voor? Als je de berichten over fraude in de publieke sector volgt, dan zou je kunnen denken van wel. Wie weet. Maar er staat tegenover dat pro-sociaal gedrag meer voorkomt in de publieke dan in de private sector. Zie daarover eerder het bericht Werkers in publieke sector zijn pro-socialer dan in bedrijfsleven.)

donderdag 25 oktober 2012

Psychopathie in de gevangenis. En in het bedrijfsleven?

Robert D. Hare is de meest aangehaalde deskundige op het gebied van de psychopathie en het maatschappelijk functioneren van psychopaten. Hij is de opsteller van de Psychopathy Check List (PCL), de test die bedoeld is om de mate van psychopathie vast te stellen. Psychopathie heeft volgens die test vier domeinen (Interpersoneel, Affectief, Leefstijl en Anti-sociaal), met op elk domein vier à vijf eigenschappen. Volgens het plaatje hieronder, inclusief de statistische onderlinge samenhangen.



Van Hare is de uitspraak bekend dat "niet alle psychopaten in de gevangenis zitten, sommigen zitten in de bestuurskamers" (van grote ondernemingen). Wat weten we over het vóórkomen van psychopathie?

De scores op de PCL-R(evised) liggen tussen 0 en 40. Volgens Babiak en Hare, in hun boek Snakes in Suits. When Psychopaths Go To Work (pdf), hebben de meeste mensen een score van 5 of lager, terwijl de gemiddelde score voor mannelijke criminelen 22 is en voor vrouwelijke 19. Een score van 30 of hoger wordt gezien als een sterke aanwijzing dat je met een psychopaat te maken hebt. Van alle veroordeelden heeft ongeveer 15 procent van de mannen een score boven de 30 en ongeveer 10 procent van de vrouwen.

Snakes in SuitsBabiak en Hare schatten dat ongeveer 1 procent van de totale bevolking psychopaat zou blijken te zijn als je iedereen deze test zou kunnen afnemen. Maar voor nog eens 10 procent zou gelden dat die genoeg psychopathische trekken heeft om anderen tot last te zijn.

Hoe zit dat dan in het bedrijfsleven? Uiteraard is het moeilijk om daar iets over te zeggen, omdat je bij deze groep minder gemakkelijk die test kunt afnemen dan bij veroordeelden. Maar hij is een keer afgenomen bij 203 managers en bestuurders die door zeven Amerikaanse ondernemingen waren geselecteerd voor een management ontwikkelingsprogramma vanwege hun "high potential". Van die groep had 3,5 procent een score die het etiket psychopaat rechtvaardigde. Dat is natuurlijk niet zo veel, maar wel drie en een half maal zoveel dan die 1 procent in de bevolking als geheel. Zie verder ook het artikel Corporate Psychopathy: Talking the Walk (achter de poort).

woensdag 24 oktober 2012

De donkere drie: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme

De donkere kant van de menselijke sociale natuur lijkt in drie patronen voor te komen: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme. Aan dit artikel (achter de poort) van de Oostenrijkse onderzoeker John Rauthmann ontleen ik dat Paulhus en Williams in 2002 hiervoor de benaming de "Donkere Drie" van de menselijke persoonlijkheid introduceerden (Dark Triad). Het zijn deze Donkere Drie die ik in het vorige bericht noemde als "fout". Het artikel van Rauthmann handelt over de overeenkomsten en verschillen tussen deze drie.

Hoe worden ze in de wetenschappelijke literatuur omschreven? Ik volg hier de omschrijvingen van Rauthmann:
  • Psychopathie is de neiging tot impulsief zoeken naar spanning, koelbloedigheid, koude emotionaliteit, manipulatie en anti-sociaal gedrag. Wordt wel onderscheiden in een primaire component (emotionele oppervlakkigheid, gebrek aan empathie en berouw, oppervlakkige charme, en manipulatie) en een secundaire (sociaal afwijkend gedrag, weinig gesocialiseerd, impulsief, onverantwoordelijk, sensatie zoeken, delinquent gedrag).
  • Narcisme is de neiging tot een grandioos en overdreven positief zelfbeeld, gepaard met een negatieve kijk op anderen. Narcisten zijn extreem ijdel, zoeken aandacht en bewondering, voelen zich superieur,  claimen gezag en privileges en ze zijn exhibitionistisch, opschepperig en manipulatief.
  • Machiavellianisme is de neiging tot cynisme, misantropie, koelbloedigheid, pragmatisme en immoraliteit, afstandelijkheid, egoïsme en streven naar macht en geld, strategische lange-termijn planning en manipulatie.
In zijn onderzoek is Rauthmann nagegaan hoe psychopaten, narcisten en Machiavellianisten zichzelf zien, hoe ze anderen zien en hoe ze de interactie met anderen zien. En hij onderzocht hoe anderen hen zien en hoe anderen de interactie zien. Dat deed hij door studenten paarsgewijs een samenwerkingsspel te laten spelen (het NASA-spel), waarna ze allerlei vragen over de samenwerking en over het eigen en elkaars gedrag moesten beantwoorden. Ook moest iedere deelnemer vragenlijsten invullen waarmee de mate van psychopathie, narcisme en Machiavellianisme kon worden bepaald. De resultaten zijn genuanceerd en ik volg de interpretatie die Rauthmann er zelf van geeft.

Psychopaten werden door anderen (en door henzelf) als dominant en arrogant gezien en als weinig zorgzaam en zorgvuldig. Ze werden dan ook weinig sympathiek gevonden. Dit had geen effecten op hoe anderen de interactie beoordeelden, waarbij we moeten bedenken dat het om een kortdurend spel ging (7 minuten). Ze hadden een neutraal beeld van anderen.

Narcisten zagen zichzelf als dominant, houdend van gezelschap, open, zorgvuldig en intelligent. Door anderen werden ze niet bijzonder negatief beoordeeld, maar wel als arrogant. Zelf zagen ze anderen als weinig zorgvuldig. De interactie met hen werd niet als negatief gezien.

Machiavellianisten zagen zichzelf als weinig dominant, weinig houdend van gezelschap en weinig open. En dat oordeel komt overeen met dat van anderen. Zelf oordeelden ze negatief over anderen: weinig zorgzaam, weinig houdend van gezelschap, weinig open en weinig intelligent. Dat hun negatieve oordeel over zichzelf overeenkomt met het oordeel over anderen, klopt met het veronderstelde cynisme van Machiavellianisten ("niemand deugt, ikzelf ook niet"). Ook oordeelden ze negatief over de interactie.

Over het geheel genomen komt Rauthmann tot de conclusie dat het hier niet gaat om drie verschillende benamingen voor wat eigenlijk hetzelfde gedragspatroon is. Er zijn verschillen, maar wel vooral tussen psychopaten en narcisten enerzijds en Machiavellianisten anderzijds. Alles onder het voorbehoud dat het hier gaat om een kort durende interactie tussen personen die elkaar niet of nauwelijks kennen.
Update. En onder het voorbehoud dat het hier ging om een groep van 186 eerstejaars psychologiestudenten, met (waarschijnlijk) een geringe spreiding in de scores van psychopathie, narcisme en Machiavellianisme, zeker geringer dan in een steekproef uit de gehele bevolking.

donderdag 15 december 2011

Hoe ontstond de nationale statushiërarchie van het Hitler-bewind?

Mijn vorige bericht over de statushiërarchie van het Hitler-bewind besloot met:
Met deze eigenschappen, narcisme en psychopathie, was deze man (Hitler) tot zijn dertigste levensjaar een "obscure mislukkeling". Hoe kan het dat hij daarna aan het hoofd kwam te staan van een nationale statushiërarchie?
Ik probeer nu een antwoord te vinden in Kanttekeningen bij Hitler van Sebastian Haffner.

Een obscure mislukkeling was Hitler tot zijn dertigste levensjaar. Maar ook in die fase van zijn leven was hij, in de woorden van Haffner, buitengewoon met zichzelf ingenomen en altijd tot zelfoverschatting geneigd. Daardoor concentreerde hij zich al vroeg op de politiek als levensvervulling, emigreerde hij met dat doel van Oostenrijk naar Duitsland en besloot hij om politicus te worden. Hij leefde in die tijd als steuntrekker, zonder beroep of enig beroepsperspectief. Er zijn altijd meer narcistische mislukkelingen, die zich van alles in hun hoofd halen. Hoe valt te verklaren dat in het geval van Hitler dat wat hij in zijn hoofd haalde ook in zo grote mate werd gerealiseerd?

Toen Hitler had besloten om politicus te worden, bleef hij ook in die positie de eerste tien jaar, tot 1930, een mislukkeling. Hij pleegde een mislukte putsch en zijn partij bleef tot 1929 een onbelangrijk splinterpartijtje.

Toen begonnen de successen. Bij de verkiezingen in 1930 een verachtvoudiging van de stemmen. In 1932 nogmaals een verdubbeling. In januari 1933 werd hij rijkskanselier, waarna hij in juni van dat jaar alle concurrerende partijen ontbond. In 1934 werd hij ook rijkspresident en opperbevelhebber van de strijdkrachten. In een luttel aantal jaren van onbeduidende randfiguur tot almachtige dictator.

We moeten, schrijft Haffner, toegeven dat hij, toen hij eenmaal die almacht had, indrukwekkende prestaties leverde en grote successen boekte. Hij was een leek op het gebied van economie en economische politiek, maar hij had het benul om de 'financiële tovenaar', de econoom Hjalmar Schacht, aan te stellen als hoofd van de Reichsbank en daarna als minister van economische zaken. Die wist, o.a. door al bestaande stimuleringsplannen ook echt uit te voeren, de economie uit het slop te halen. Van zes miljoen werklozen in 1933 naar volledige werkgelegenheid in 1936 moet een prestatie genoemd worden.

Dat is opmerkelijk, want de economie had in de plannen van Hitler tot dan toe nauwelijks een rol gespeeld. Maar hij bezat, schrijft Haffner, voldoende politiek instinct om te begrijpen dat economische groei op dat moment belangrijker was dan budgettaire en monetaire stabiliteit. Omdat er nog een wereldwijde economische crisis heerste, ging dit economische wonder wel gepaard met het afsluiten van de Duitse economie van de rest van de wereld en met onder dwang opgelegde lage lonen en prijzen. Die dwang moet je heel letterlijk nemen, want de concentratiekampen waren er al.

De andere grote prestatie was dat Hitler in de eerste zes jaar van zijn heerschappij het land herbewapende, tot het in 1938 de sterkste land- en luchtmacht had in Europa. Dat wekte verbazing en bewondering omdat niemand dat van hem had verwacht. Je kunt vanuit het nu terugkijkend, van alles op deze prestaties afdingen, maar toen maakten ze het mogelijk dat hij als een wonderdoener werd gezien. En dat stak scherp af tegen het hulpeloos falen van alle andere regeringen en politieke partijen ten aanzien van de crisis.

Tot de successen begonnen, begin jaren dertig, had Hitler alleen zijn narcisme, zijn absolute geloof in zichzelf, en zijn vermogen tot volksmennerij, zijn hypnotiserende welbespraaktheid en zijn kunsten ter vervoering en beneveling van de massa. Onderdeel daar van waren de mateloze beledigingen aan het adres van de zittende regeringen. Alleen dat bracht hem echter tot niet meer dan vijf procent van de stemmen bij verkiezingen. Volgens Haffner steeg dat tot veertig procent door de economische crisis en dat volstrekte falen van alle andere partijen en tot vijftig procent door zijn prestaties. Het werd toen moeilijker om kritisch over Hitler te zijn, want "de man heeft toch heel wat gepresteerd". En je kon altijd en meestal gemeend er aan toevoegen dat "dat met de Joden mij ook niet bevalt".

(Een kleine vergelijking met het nu ligt zo voor de hand, dat ik het niet kan laten. Nu zien we in ons land dat veel, waarschijnlijk de meeste, Wilders-aanhangers ook denken en zeggen dat "dat met die Moslims mij ook niet bevalt". En verder moeten we natuurlijk afwachten wat Wilders nog echt gaat "presteren".)

Wat hebben we: narcisme, vermogen tot belediging en vervoering, prestaties. Wat ontbreekt er nog? Dat moeten het geweld en de agressie en de intimidatie zijn. Dat is de psychopathie. Die intimidatie moest worden opgebouwd. Hitler creëerde al eind jaren twintig zijn politieke partij, de NSDAP, en was daar absoluut leider van. Het was in de woorden van Haffner een partij vol strijdlust, een stomende en stampende verkiezingsmachine. En zijn tweede schepping was de SA, de Sturmabteilung, paramilitaire stoottroepen, strijdbaar, fanaat, gewelddadig en moordlustig. Vrees en intimidatie die door Hitler bewust werden aangewakkerd. Na zijn machtsovername zouden er koppen rollen. De SA had, schrijft Haffner, met bloeddorstige voorpret een 'nacht van de lange messen' aangekondigd. Die sfeer van intimidatie leidde er toe dat het bijna een opluchting was voor de prominenten van de voorgaande regeringen dat ze 'slechts' in concentratiekampen werden opgesloten.

Samengevat: hoe komt een narcistische mislukkeling, waarvan er zo veel zijn, aan de top van een nationale statushiërarchie te staan? Door dat volstrekte geloof in zichzelf goed te kunnen uitdragen, door beledigingen en door vervoering, door de duidelijke zwakte van de bestaande machthebbers, door een intimidatie-apparaat op te bouwen dat angst en vrees aanjaagt én door duidelijke prestaties te leveren. (Dat laatste en die zwakte van anderen hangen natuurlijk samen.)

Een andere keer over de moeilijke vraag wat we hier van moeten leren. Update. Zie Van narcistische mislukkeling tot leider van nationale statushiërarchie.

woensdag 26 oktober 2011

Steve Jobs: een kwetsbare én grandioze, psychopathische narcist?

Maureen Dowd heeft de biografie van Steve Jobs gelezen. Afgaande op wat zij schrijft, in het bijzonder op deze twee alinea's:
The monstre sacré fancied himself an “enlightened being,” but he was capable of frightening coldness, even with his oldest collaborators and family. Yet he often sobbed uncontrollably.
Isaacson told me that Jobs yearned to be a saint; but one of the colleagues he ousted from Apple mordantly noted that the petulant and aesthetic Jobs would have made an excellent King of France.
zou je denken dat hij een psychopathische narcist was. Maar het is moeilijk om hem in te delen bij een van de twee typen narcisten die zijn te onderscheiden, het kwetsbare en het grandioze type. Een combinatie, lijkt het, maar die komt dus weinig voor.

Ik kom nog een keer terug op de sociologie van het verschijnsel Steve Jobs.

dinsdag 25 oktober 2011

Het Hitler-bewind sociaalwetenschappelijk bekeken: de persoon

Ik kom terug op de vraag of je je voor het begrijpen van de collectieve zelfvernietiging van Duitsland in 1944-'45 vooral moet richten op de persoonlijke eigenschappen van Hitler of vooral op het sociale proces van het ontstaan van een extreme statushiërarchie. In het vorige bericht beschreef ik hoe zo'n statushiërarchie kan ontstaan en eindigde ik met de vraag hoe cruciaal de rol van de persoon van de leider, in dit geval Hitler, in dat proces is. Ik probeer daar een antwoord op te geven, na herlezing van Sebastian Haffners Kanttekeningen bij Hitler. Bij citaten vermeld ik de nummers van de pagina's van de Rainbow Pocket editie van 2010. In dit bericht ga ik in op de persoonlijke eigenschappen van Hitler zoals die uit Haffners beschrijvingen te voorschijn komen.

Allereerst: Hitler was in extreme mate een narcist. Deze eigenschap staat er direct mee in verband dat Hitler, hoewel hij aanvankelijk aan het hoofd van een staat kwam te staan, hij vervolgens de staat afschafte en inruilde voor een absolute heerschappij, sociaalwetenschappelijk gezegd, een statushiërarchie. In de woorden van Haffner:
 hij heeft (...) het vermogen tot functioneren van de staat bewust opgeofferd aan zijn persoonlijke almacht en onvervangbaarheid (...) Het Derde Rijk bezat (...) op zijn laatst vanaf de herfst van 1934 geen (...) grondwet meer. Ook kende en respecteerde het geen grondrechten die de macht van de staat tegenover de burger inperkten (...) Hitler heeft daarentegen opzettelijk een toestand geschapen waarbinnen de verschillende zelfstandige gezagsdragers onbegrensd, elkaar beconcurrerend en elkaar overlappend, naast en tegenover elkaar stonden, met slechts hem aan het hoofd van allemaal. Alleen op die manier kon hij zich verzekeren van de door hem gewenste absolute handelingsvrijheid in alle richtingen. Hij had immers het volkomen terechte gevoel dat iedere grondwettelijke ordening van macht zelfs de machtigste grondwettelijke instelling beknot: ook de machtigste man binnen een constitutionele staat heeft uiteindelijk met bevoegdheden te maken; hij kan niet iedereen alles bevelen; en op zijn minst is er ook voor gezorgd dat de staat eventueel zonder hem verder kan. Hitler wilde echter noch het een noch het ander en om die reden schafte hij de grondwet af zonder haar te vervangen. Hij wilde niet de hoogste dienaar van een staat zijn, maar De Führer, een absoluut heerser... (57-58)
De karaktertrek waaruit dit streven voortkwam noemt Haffner op drie plaatsen in het boek (58, 139 en 141) bindingsangst, ook omschreven als vrees voor het definitieve, en, door Frits Boterman in het nawoord, als de angst om zich vast te leggen. Haffner denkt dat die bindingsangst samenhing met:
zijn bewondering voor zichzelf (...) Omdat hij zich als onfeilbaar beschouwde en blindelings op zijn intuïtie vertrouwde, kon hij geen instellingen scheppen die hem in de weg zouden zitten; en omdat hij zich als onvervangbaar beschouwde en zijn hele programma in ieder geval tijdens zijn leven gerealiseerd wilde zien, kon hij niets planten dat tijd nodig had om te groeien, kon hij niets aan zijn opvolgers toevertrouwen, zelfs niet eens voor opvolgers zorgen (de gedachte aan opvolgers had hij altijd opvallend onplezierig gevonden). (139)
Die bewondering voor zichzelf noemt Haffner ook:
een totaal gebrek aan vermogen tot zelfkritiek. Hitler was zijn hele leven lang buitengewoon met zichzelf ingenomen en daardoor altijd tot zelfoverschatting geneigd. Stalin en Mao hebben de cultus rond hun persoonlijkheid gebruikt als een politiek instrument, zonder zichzelf een rad voor de ogen te laten draaien. Hitler was niet alleen het onderwerp van de Hitlercultus, hij was er ook de vroegste, hardnekkigste en vurigste aanhanger van. (15)
 Dat gebrek aan zelfkritiek kan er de oorzaak van zijn dat er bij Hitler
geen sprake (is) van een ontwikkeling en rijping van zijn karakter of persoonlijkheid. Zijn karakter ligt al vroeg vast - een betere formulering is misschien 'loopt al vroeg vast' - en blijft op een verbazingwekkende manier altijd dezelfde; er wordt niets meer aan toegevoegd. Een weinig innemend karakter overigens. Alle zachte, vriendelijke en verzoenende trekken ontbreken, tenzij men zijn contactschuwheid, die soms op schuchterheid lijkt, als een verzoenende karaktertrek wil beschouwen. Zijn positieve eigenschappen - wilskracht, durf, dapperheid, uithoudingsvermogen - behoren alle tot de 'harde' kant. En dat geldt al helemaal voor zijn negatieve eigenschappen: meedogenloosheid, wraakzucht, trouweloosheid en wreedheid. (14)
Alle kenmerken van narcisme lijken hier aanwezig. Sterk egoïsme, zichzelf als het middelpunt van de wereld beschouwen. Hangt samen met een gebrek aan vermogen tot empathie. Anderen zijn er om voor jouw doeleinden te gebruiken. Ontbreken van enige interesse in het welbevinden van anderen. Onveranderlijkheid van gedrag: omdat alles van waarde in de persoon zelf reeds aanwezig is, kan er geen enkele informatie van buiten komen die aanleiding is tot verandering. Als er problemen met anderen ontstaan, zijn de anderen daar altijd de oorzaak van.

Die meedogenloosheid en wreedheid kunnen een gevolg zijn van gebrek aan empathie, maar niet iedereen met gebrekkige empathische vermogens is meedogenloos en wreed. Die wreedheid lijkt een zelfstandige karaktertrek, die van de psychopathie. In de woorden van Haffner:
Hitler heeft talloze onschuldige mensen laten ombrengen, niet ten gunste van een militair of politiek doel, maar geheel voor zijn eigen voldoening. (155)
hij (...) gebruikte (de oorlog) als voorwendsel voor het plegen van massamoorden die met die oorlog niets te maken hadden, maar die voor hem altijd een persoonlijk verlangen waren geweest. (156)
Vanaf eind 1941 (...) werd (hij) slechts nog door moorddadige gekte gedreven. (178-179)
In deze laatste drie jaar genoot Hitler geen successen meer zoals in de voorbije elf jaar. Het kostte hem echter geen moeite om daarvan af te moeten zien, omdat hij in plaats daarvan meer dan ooit tevoren de lust kon botvieren van een killer die zijn laatste bedenking heeft afgeworpen, zijn slachtoffer in handen heeft en met hem kan uithalen wat hij wil. (180)
Die combinatie van narcisme en psychopathie is niet verrassend, want narcisme behoort tot de criteria voor de psychopathische persoonlijkheidsstoornis.

Met deze eigenschappen, narcisme en psychopathie, was deze man tot zijn dertigste levensjaar een "obscure mislukkeling" (10). Hoe kan het dat hij daarna aan het hoofd kwam te staan van een nationale statushiërarchie? Daarover in het volgende bericht. Update. Zie Hoe ontstond de nationale statushiërarchie van het Hitler-bewind?