maandag 2 april 2012

Vergroot televisiekijken op jonge leeftijd de kans op autisme? Vandaag Wereld Autisme Dag

Wat kan de oorzaak zijn van de sterke toename van het aantal autisme diagnoses bij kinderen en volwassenen? Aanleiding tot deze vraag is dat het vandaag World Autism Awareness Day is. In Nederland is deze dag zelfs uitgebreid tot een Autismeweek. Ingrid Robeyns wijdt er op Crooked Timber een aantal blogberichten aan. In dit bericht wijst ze op de vooral in Nederland heersende neiging om te vinden dat die toename in diagnoses niet een aanwijzing is voor een echte toename van autisme stoornissen. Er zou "alleen maar" meer vraag naar diagnoses zijn omdat ouders en andere volwassenen steeds minder tolerant zijn voor afwijkend en lastig gedrag. En omdat het etiket autisme nodig is voor medicatie en voor ondersteuning. Bovendien wil de farmaceutische industrie graag die medicijnen verkopen.

Die verklaringen voor de toename van autisme (en AD(H)D) diagnoses kunnen wat mij betreft best kloppen. Sterker, ik denk dat ze kloppen. Maar ze sluiten helemaal niet uit dat er daarnaast ook nog een echte toename van autisme heeft plaats gevonden. Een interessante onderzoekslijn vind ik die waarin een verband wordt gelegd met de toename van televisiekijken door kinderen. Want het is opvallend dat de periode van de introductie en verspreiding van de televisie ongeveer samenvalt met de toename van autisme diagnoses.

Een behoorlijk overtuigende studie naar dit verband vind ik dit onderzoek van Waldman, Nicholson en Adilov. (De versie waar ik naar link is recent en zit voor degenen zonder een abonnement achter een poort. Maar eerdere versies zijn op internet te vinden.) De auteurs kijken naar de introductie en verspreiding van kabeltelevisie abonnementen tussen 1972 en 1992 in provincies van Californië en Pennsylvania en gaan na of er een verband is met de groei van de autisme in die provincies. Specifiek kijken ze naar leeftijdscohorten die drie jaar of jonger waren toen de kabeltelevisie werd geïntroduceerd. Na veel statistische bewerkingen en controles komen ze tot de conclusie dat de introductie van kabeltelevisie inderdaad heeft bijgedragen tot de toename van autisme diagnoses. Ze berekenen dat 18 procent van de toename van autisme kan worden toegeschreven aan de toename van kabeltelevisieprogramma's voor kinderen.

De vraag blijft natuurlijk wat er precies gebeurt met kinderen die in hun eerste drie levensjaren veel naar televisie kijken. Waarschijnlijk lijkt dat er een gen-omgevingsinteractie plaats vindt. In de zin dat het televisiekijken de kans op autisme vergroot voor die kinderen die al een genetische aanleg in die richting hebben. Maar hoe dat dan precies werkt?

Het zou kunnen zijn dat het veel televisiekijken ten koste gaat van de tijdsbesteding aan sociale interactie met anderen. En dat "bad" in die sociale wereld, dat ook prikkelt en uitdaagt tot actieve deelname aan die wereld, lijkt noodzakelijk voor een gunstige sociale en morele ontwikkeling. Het lijkt plausibel dat kinderen die op die jonge leeftijd veel televisiekijken minder tijd in dat sociale bad doorbrengen. In plaats daarvan gaan ze wel op in al die sociale gebeurtenissen die zich op dat scherm afspelen. Maar dat doen ze noodzakelijkerwijs puur eenzijdig: ze zijn toeschouwer. Misschien heeft ook die overmaat aan toeschouwen op die jonge leeftijd iets te maken met de ontwikkeling van autisme verschijnselen.

Tenslotte: jaren geleden las ik een eerste versie van dit onderzoek. De onderzoekers waren er toen, vraag niet hoe, achter gekomen dat het aantal autisme diagnoses samenhing met hoeveel neerslag er was gevallen in de eerste levensjaren. Ze gingen er toen aan denken dat het te weinig buiten spelen misschien iets met het ontstaan van autisme te maken had. Tot ze er over gingen nadenken wat die kinderen dan wel zouden doen als ze niet buiten speelden. Ja, televisiekijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen