dinsdag 25 maart 2014

Over hoe kortzichtig het is om naar begrotingsevenwicht te streven - Waarom Duitsland geen voorbeeld is

De Duitse regering is er trots op: na bijna een halve eeuw van schulden maken, zal er naar verwachting volgend jaar niets hoeven te worden geleend. De begroting zal in evenwicht zijn. Er zal net zoveel uitgaan als er binnenkomt. Er kan zelfs aan belastingverlaging gedacht worden. Een geweldige prestatie. En een voorbeeld voor Rutte en Samsom.

Maar wacht. De overheidsbegroting is toch geen huishoudboekje? Nee, natuurlijk niet. Zie voor de argumenten: Keynesiaans stimuleringsbeleid: economische argumenten zijn dwingend, maar politieke missie is vereist, Zullen politici (en kiezers) ooit het verschil begrijpen tussen de overheidsbegroting en het huishoudboekje? en Over de broekriem en het huishoudboekje - Nog eens over de gevaren van beeldspraak in het publieke domein.

Mark Schieritz maakt zich daarom vandaag in Zeitonline zorgen over die trots van de Duitse regering. En verbaast zich er over dat de sociaaldemocraten daarin gewillig meedoen. Want wat is er aan de hand?

Dat evenwicht komt vooral tot stand doordat een groot deel van de collectieve lasten uit de begroting is verwijderd. Het gaat om de kosten van de sociale verzekeringen, zoals die tegen ziektekosten, en van de zorg. Grote bedragen, die dus niet meer uit de belastingopbrengsten, maar uit te stijgen premies betaald gaan worden. En dat betekent een verschuiving van de lasten van arm naar rijk, omdat progressief geheven belastinginkomsten worden ingeruild voor premieheffingen die vooral door lagere inkomens worden opgebracht. Ter illustratie: Duitse huishoudens met een inkomen van boven de 200.000 Euro betalen rond de 14 procent aan inkomstenbelasting en slechts ongeveer één procent aan premies voor de sociale verzekeringen.

Blijkbaar moeten de rijken worden ontzien en moeten de armen betalen. Die toenemende ongelijkheid maakt de maatschappij niet stabieler. De regering-Merkel (mét de sociaaldemocraten!) mag er dan trots op zijn dat ze de komende generaties niet meer met een schuld opzadelen, maar ze geven tegelijkertijd wel een instabielere samenleving door.

Maar afgezien daarvan zet Schieritz ook vraagtekens bij de financiële stabiliteit. Want blijven op deze manier de sociale voorzieningen betaalbaar? De ambtenaren op het ministerie van financiën zijn kennelijk druk aan het rekenen. Het zou helpen als de lonen meer zouden stijgen. Maar de regering houdt niet van hogere lonen vanwege de export.

Bij dat alles komt nog dat de Duitse regering uiterst sober is wat de uitkeringen aan de gemeentes en de uitgaven voor wegen, spoorwegen, onderwijs en kinderopvang betreft. En dat zijn precies de zaken die een land werkelijk vooruit helpen, verzucht Schieritz. De uitgaven voor infrastructuur voldoen misschien net voor het hoognodige onderhoud. (Denk aan de sjofele toestand van de Duitse snelwegen.) Maar, zo eindigt Schieritz zijn betoog:
Die Zukunft des Standorts – und damit auch den Wohlstand kommender Generationen – sichert es nicht.
Das ist das Problem mit der schwarzen Null: Ein ausgeglichener Haushalt sagt für sich genommen wenig darüber aus, wie nachhaltig ein Land wirtschaftet. Dabei gibt es Alternativen. Die Regierung hätte die zusätzliche Ausgaben finanzieren können, indem sie im Haushalt an anderer Stelle einspart, die Steuern erhöht oder sich beim Abbau der Neuverschuldung etwas mehr Zeit lässt. Die Schuldenregeln hätten das sogar erlaubt.
Aber ganz offenbar war die schwarze Null wichtiger.
Kortom, het komt nogal kortzichtig over om zo obsessief te streven naar begrotingsevenwicht. Het is verwonderlijk dat voorstanders van dat beleid er nog steeds in slagen om een image van degelijkheid en verantwoordelijkheid te cultiveren. Terwijl ze, in de woorden van (VVD-lid!) Johan Witteveen, lijken te lijden aan een collectieve psychose.

Dat was Duitsland. Update. Zie nu ook De onzin van het Duitse huishoudboekjesdenken.
Over Nederland hebben we het maar even niet.

Maar vandaag is er ook nog dit pleidooi uit Engeland om je niet zo blind te staren op het overheidstekort, maar om ook te kijken naar wat de overheid nog meer nalaat aan toekomstige generaties: Six fiscal reforms for the UK’s ‘lost generation. Ik neem er kortheidshalve dit gedeelte uit over, maar het hele artikel (van John Muellbauer van de Universiteit van Oxford) is een absolute aanrader (mijn alinea indeling):
The ratio of government debt to national income matters: interest has to be paid on the debt, and current national income is a rough proxy for the future national income that will generate the tax revenue to service the debt.
But the current exclusive concern with this debt is a big mistake. The government’s asset position is just as important because assets help to generate future income to service the debt, or alternatively can be sold to pay down debt. What is needed is a more comprehensive definition both of liabilities (including the discounted cost of payments under Public Finance Initiative (PFI) contracts – see Parker 2012), and of assets, including potentially income-generating physical assets.
For example, roads generate revenue directly, even without road pricing or toll roads, from the taxes on petrol and licences, and indirectly from the economic activity they lubricate. The real rate of return in the UK on such infrastructure investment – for example, upgrading the A1 road in the northeast – greatly exceeds the current cost of funding such investment. Furthermore, much of government-owned land is obviously saleable and not hard to value. It makes no sense to include only financial assets in government net debt and to exclude potentially saleable land.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen