woensdag 12 juni 2013

Rudi Wielers over de gevaren van ongelijkheid. Nivelleren is geen feest, maar wel bitter noodzakelijk

Vandaag is Rudi Wielers te gast. Gisteravond sprak hij de onderstaande column uit tijdens het debat Nivelleren, een feest? van het Groninger Forum. 

Nivelleren is geen feest (maar bittere noodzaak)!

Rudi Wielers (universitair hoofddocent Rijksuniversiteit Groningen)

Nivelleren is geen feest. Mensen vinden het heel  vervelend om iets kwijt te raken dat ze als hun eigendom beschouwen. Het is nog veel vervelender om iets te verliezen doordat het  wordt afgepakt.  Veel mensen, zeker ook de mensen met een hoog inkomen, hebben hoge vaste lasten en zien door nivelleringsoperaties hun vrije bestedingsruimte aanzienlijk aangetast. Het huis verkopen is geen optie meer. Nivelleren creëert onzekerheid en onrust. Nivelleren is een pijnlijke operatie.

In politieke discussies over nivelleren is een belangrijke vraag of de financiële opbrengsten opwegen tegen de kosten van een dergelijke operatie.  Het antwoord is nee.  Er zijn zeer ingrijpende operaties nodig wil nivellering ongelijkheid substantieel reduceren. Nivelleren leidt niet eens tot een substantiële verbetering van de overheidsfinanciën. Financieel is een nivelleringsoperatie vrijwel nutteloos.

Toch is nivelleren noodzakelijk om ongelijkheid te verkleinen.  Inkomensongelijkheid gaat gepaard met veel symptomen van een ernstig ziektebeeld. Ongelijkheid maakt ziek. Ongelijkheid maakt een samenleving ziek.  Ongelijkheid maakt mensen ziek. Maatschappelijk ongewenste verschijnselen komen vaker voor in meer ongelijke dan in meer gelijke samenlevingen. Criminaliteit is een duidelijk voorbeeld. Naarmate de samenleving ongelijker is, is er meer criminaliteit. Dat is geen vanzelfsprekend verband. Juist in ongelijke samenlevingen wordt veel, heel veel geïnvesteerd in veiligheid. Door particulieren, die hun eigendommen beschermen, en door  de overheid, die steeds meer gevangenissen bouwt om het steeds grotere aantal criminelen in op te sluiten. Een aanzienlijk deel van het verdiende inkomen gaat op aan het verhogen van de veiligheid, maar in ongelijke samenlevingen blijft de criminaliteit hoog, ondanks de hoge en dikke muren.
   
Ongelijke samenlevingen vertonen andere symptomen van ziekte.  Veel van wat we beschouwen als onze grootste  maatschappelijke problemen hangen direct samen met ongelijkheid. In meer ongelijke samenlevingen hebben burgers minder sociale relaties met elkaar. In meer ongelijke samenlevingen is minder verticale sociale mobiliteit, is het dus moeilijker om van een ‘dubbeltje’ een ‘kwartje’ te worden. In ongelijke samenlevingen is niet alleen meer vermogenscriminaliteit, maar ook meer geweldscriminaliteit.  In meer ongelijke samenlevingen worden meer drugs gebruikt. In meer ongelijke samenlevingen zijn over het geheel genomen de schoolprestaties van kinderen slechter en is de schooluitval aanmerkelijk groter. In meer ongelijke samenlevingen is het aantal tienerzwangerschappen groter.  In meer ongelijke samenlevingen lijden meer mensen onder obesitas.  In meer ongelijke samenlevingen lijden meer mensen onder  psychische klachten.  In meer ongelijke samenlevingen zijn mensen minder gezond en leven ze minder lang.

Er is, kortom, een waslijst aan kwalijke symptomen die met ongelijkheid samenhangen. In de wetenschappelijke literatuur is de afgelopen jaren op dit terrein veel vooruitgang geboekt.  In de jaren negentig was het verband tussen ongelijkheid en deze symptomen nog dubieus, net zoals ook het kwalijke effect van roken op de ongezondheid lang omstreden is geweest. Door de artikelen en het boek The Spirit Level van Richard Wilkinson en Kate Pickett is die twijfel voor een groot deel weggenomen.  Het boek van Wilkinson en Pickett  is eigenlijk een saai boek. Ze laten van het ene na het andere maatschappelijke probleem zien hoe sterk het samenhangt met ongelijkheid. Hun grafieken laten voortdurend hetzelfde stijgende verband zien:  Hoe groter de ongelijkheid, hoe groter het probleem. Dat geldt niet alleen voor verschillen tussen landen, maar ook voor die tussen de  staten van de V.S.

In de wetenschappelijke literatuur is het statistische verband tussen de ernst van maatschappelijke problemen  en de mate van ongelijkheid na het onderzoek van Wilkinson en Pickett vrijwel niet meer omstreden. De discussie spitst zich toe op de vraag of ongelijkheid de oorzaak is van het ziektebeeld, of dat ongelijkheid slechts één van de symptomen is van een dieper proces. 

Voor wat betreft dat diepere proces spitst de belangstelling zich toe op de zogenoemde ‘winnaars-‘ en ‘verliezers-‘effecten.  Winnaars en verliezers-effecten zijn effecten van ongelijkheid, die die ongelijkheid bestendigen en verder vergroten.

 In onze samenleving komt iemands maatschappelijke positie voor een groot deel tot uitdrukking in de positie in de inkomenshiërarchie.  We leven niet meer in een standensamenleving, waarin de maatschappelijke positie al bij de geboorte werd vastgelegd. In een democratische marktsamenleving kunnen mensen hun talenten ontplooien en worden ze geacht en gestimuleerd om dat ook te doen.  Naarmate de bijdrage aan de samenleving groter is, zal ook het inkomen hoger zijn; mensen die niet willen of niet kunnen bijdragen hoeven niet op een houtje te bijten, maar moeten het met heel wat minder doen.  Hun inkomen is lager, en ze zijn ook opvallend minder gezond. Sociaal-geneeskundigen en medisch sociologen hebben lang geprobeerd de grote gezondheidsverschillen tussen de boven- en de onderkant te herleiden tot verschillen in leefstijl. Lager opgeleiden roken meer, eten vaker vet en drinken meer alcohol.

 Maar het wordt steeds duidelijker dat er vooral ook op het terrein van de gezondheid sterke ‘verliezers’-effecten bestaan. Een kenmerkend voorbeeld van een verliezerseffect is dat mensen onderaan de inkomenshiërarchie veel meer aan stress zijn blootgesteld.  Stressniveaus zijn te meten en de laatste jaren is aanmerkelijke vooruitgang geboekt in kennis van de omstandigheden waaronder stress ontstaat. Stress is een fysieke reactie op een ongewenste situatie. Ons lichaam produceert het stress-hormoon cortisol om aan te geven dat we ons in een gevaarlijke situatie bevinden en dat we er goed aan doen die situatie te ontvluchten. In situaties waarin anderen over ons oordelen en we het risico van een negatief oordeel niet kunnen ontlopen, wordt veel cortisol geproduceerd. Mensen laag in de inkomenshiërarchie zijn veel vaker aan dergelijke situaties blootgesteld dan mensen hoog in de hiërarchie. De gevolgen van langdurige blootstelling aan stress zijn groot. Overmatige productie van cortisol verhoogt de kans op hart- en vaatziekten en tast het immuunsysteem aan.  Dat uit zich in psychische klachten, zoals depressies en burn-out.  De persoonlijke en sociale schade van die gezondheidsproblemen is groot. Evenals de financiële schade, in de vorm van een verhoogd gebruik van medische zorgvoorzieningen. Helaas nemen onze rekenmeesters de hoge kosten van die verliezerseffecten niet waar.

Dit wil niet zeggen dat grote inkomensongelijkheid weldadige effecten heeft voor mensen bovenin de inkomenshiërarchie. Integendeel, ook zij zijn gebaat bij gelijkheid. Weliswaar lijden ze minder aan stress, omdat ze situaties meer naar de hand kunnen zetten,  maar het is zeker niet zo dat de rijkste mensen in een meer ongelijke samenleving gelukkiger zijn dan de rijkste mensen in een meer gelijke samenleving. De empirische gegevens wijzen eerder op het tegendeel.  

Een verklaring is wellicht dat rijke mensen in een ongelijke samenleving meer het risico lopen slachtoffer worden van ‘winnaars’-effecten.  Een ‘winnaars’-effect is dat mensen zich niet tevreden stellen met hun succes, maar bij het inboeken van de overwinning ook hun verwachting naar boven bijstellen.  De zoete smaak van het succes doet het verlangen naar nog meer succes alleen maar toenemen. Het is dit mechanisme dat ertoe leidt dat een CEO van een groot bedrijf niet tevreden is met zijn toch al hoge inkomen, maar vindt dat hij gezien de goede bedrijfsresultaten recht heeft op meer. Het is lang niet iedereen gegeven om die verwachtingen onder controle te houden.

Ook hier spelen fysiologische processen. Succes stimuleert de productie van testosteron, het hormoon dat ons zelfvertrouwen geeft en mensen niet alleen opgewonden maar ook agressief maakt. Dat zelfvertrouwen en die agressie zijn nodig om nieuwe prestaties neer te zetten. Succes leidt ook tot de productie van dopamine, een neurotransmitter, ook wel het ‘verleidingshormoon’ genoemd: de vreugde van het succes gaat gepaard met een verlangen naar nog groter succes.

Het onder controle houden van verwachtingen is des te moeilijker in een meer ongelijke samenleving.  In ongelijke samenlevingen wordt de eigen positie zeer sterk bepaald door de positie in de inkomenshiërarchie en zijn er altijd mensen die op onterechte gronden meer verdienen. Het gevolg is dat juist in ongelijke samenlevingen mensen hoog in de inkomenshiërarchie regelmatig ‘footloose’  raken, dat wil zeggen teveel bezig zijn met hun eigen inkomen en hun positie in de statushiërarchie, waardoor ze het zicht op de realiteit verliezen. Het gaat dan niet alleen om kunstenaars, voetballers of popsterren, die het vanwege een uitzonderlijk talent is gelukt een heel hoog inkomen te verwerven, maar ook om politici en CEO’s van grote bedrijven die de weg kwijtraken. Pas veel later, in een interview met omroep Max,  zijn ze in staat om dat toe te geven.

Er zijn, kortom, goede redenen waarom ook mensen bovenaan de inkomenshiërarchie gebaat zijn bij meer gelijkheid. We zouden daarom met ons allen voor ons allen die meer gelijke samenleving moeten nastreven en maatregelen moeten nemen om die meer gelijke samenleving tot stand te brengen. Nivelleren is geen feest. Het is een bij tijd en wijle noodzakelijke operatie om gezond  te blijven! 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen