Posts tonen met het label eurocrisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eurocrisis. Alle posts tonen

vrijdag 10 december 2021

Is de euro nu in veilig vaarwater? De onderliggende ontwerpfout blijft bestaan.

Volgens deze special van het Financieel Dagblad is de euro volwassen, maar heeft hij nog altijd groeipijn. 

Maar om goed zicht te krijgen op waar die groeipijn zit, is het beter om te rade te gaan bij The fragility of the Eurozone: Has it disappeared? van Paul de Grauwe en Yuemei Ji, dat verscheen in de Journal of International Money and Finance.

De Grauwe en Yi vragen zich af of de ontwerpfout in de opzet van de euro, waar De Grauwe als eerste op wees en waar ik in 2012 bij stilstond, nu voldoende is hersteld om van de euro een stabiele muntunie te maken. 

Die ontwerpfout bestaat eruit dat de eurolanden obligaties uitgeven (om geld binnen te halen) in een munt waar ze geen controle over hebben. Daardoor kunnen ze aan de opkopers van die obligaties, de fondsbeheerders of  "de financiële markten", niet garanderen dat ze over de middelen (de liquiditeit) beschikken om uit te betalen als de looptijd is verstreken. Als ze hun eigen centrale bank nog hadden, kon dat natuurlijk wel. 

Die fout kwam aan het licht toen de Grote Financiële Crisis uitbrak in 2008. Toen gingen de financiële markten de zwakkere ("perifere") eurolanden wantrouwen, ook al omdat Merkel (!) had verklaard dat de leningen die voorheen uitbundig aan die landen werden verstrekt, helaas niet gegarandeerd waren. Dat was een verrassing, want iedereen was daar stilzwijgend wel van uitgegaan.

Daardoor liepen de rentes die die landen (Griekenland, Italië, Spanje, Portugal, Ierland) over hun obligaties moesten betalen plotseling sterk op. Omdat de geldschieters liever hun geld uitleenden aan de kernlanden, zoals Duitsland en Nederland, waardoor die juist lagere rentes hoefden te betalen. En zo groeide de divergentie tussen de landen, terwijl de bedoeling van de euro juist was dat de landen zouden gaan convergeren. Je ziet het plotselinge uiteenlopen van de rentes (de spread) vanaf 2008 in het plaatje afgebeeld dat De Grauwe en Ji ontlenen aan Eurostat.

Waarin  je dus ook ziet dat die rentes tot dan toe gelijk opliepen. De ontwerpfout was er toen ook al, maar, ja, werd ontkend. Of er werd op vertrouwd dat er nooit meer een crisis zou komen. De neoliberale fantasiewereld.

Dat had het einde van de euro kunnen betekenen. Temeer omdat de, al weer, neoliberale oplossing eruit moest bestaan dat die zwakkere landen sterk moesten gaan bezuinigen en "economisch hervormen". Dan zou alles goed komen. 

Maar dat was natuurlijk niet zo. Griekenland werd de economische afgrond ingeduwd. En terwijl de Duitse economie snel herstelde, stagneerde de economie in landen als Spanje, Italië en Frankrijk. Toevallig stuurde de Duitse econoom Philipp Heimberger vandaag dit plaatje van de OECD de wereld in.

Helemaal rechts zie je de gevolgen van de coronacrisis.

Dat de eurozone nog bestaat, hebben we te danken aan het Whatever it takes van Mario Draghi in 2012, die toen president was van de Europese Centrale Bank, wat inhield dat de ECB onbeperkt liquiditeitssteun zou geven. Toen nog onder voorwaarden, maar toen in 2020 de coronacrisis uitbrak vervielen ook die voorwaarden. Denk ook aan mijn bericht Wat ons de coronacrisis leert over de rol van geld en van de overheidsbegroting. 

Daar kwam bovenop dat de Europese leiders tot een groot herstelplan besloten dat ook de uitgifte van gezamenlijke obligaties (eurobonds) inhield, wat tot dan toe een taboe was. De helft van de opbrengsten daarvan werd verdeeld over de landen die het meest door de pandemie werden getroffen. 

Het gevolg daarvan was dat er nu niet de divergentie optrad die er nog wel was na de crisis van 2008. 

Is daarmee alles in orde en is de ontwerpfout hersteld? De Grauwe en Ji twijfelen. Want het onderliggende probleem, dat van landen die niet hun eigen munt controleren, blijft bestaan. Het hangt ervan af wat de ECB in de toekomst zal doen. Optreden als lener in laatste instantie (lender of last resort) of niet? Strikt genomen weten we dat niet. Waardoor de euro een fragiele constructie blijft:

There is thus a fundamental credibility issue about the willingness of the ECB to be a lender of last resort in the government bond markets. This will continue to make the Eurozone a fragile construction.
 
Dat betreft dan de rol van de ECB. Maar daarnaast is er natuurlijk die van de nationale regeringen. Zullen die doorgaan op de weg die met het pandemieherstelplan is ingeslagen? In dat verband zijn de plannen van de nieuwe Duitse regering reden voor optimisme.

donderdag 30 april 2020

Wat ons de coronacrisis leert over de rol van geld en van de overheidsbegroting

Wat al voorzichtig begon na de Grote Financiële Crisis van 2008, lijkt nu met de wereldwijde coronacrisis zijn beslag te krijgen: we leren met zijn allen wat geld eigenlijk is, hoe het ontstaat en hoe je het met zijn allen kunt gebruiken. Want het blijkt nu dat een heel verkeerde opvatting over geld gangbaar was. Met grote negatieve gevolgen.

Ondanks dat geld een zo vanzelfsprekend onderdeel is van ons dagelijks leven, is het een geheimzinnig iets waar gemakkelijk misvattingen over ontstaan. Misvattingen die ook in serieuze media de ronde doen.

Ik stond eerder al stil bij de bekende misvatting dat geld ooit ontstaan zou zijn als ruilmiddel om de tekortkomingen van ruilhandel weg te nemen. Bij die ruilhandel kwamen transacties moeilijk tot stand, omdat je als je iets aan te bieden hebt, iemand moet vinden die daar behoefte aan heeft, maar tegelijk ook iets van dezelfde waarde heeft aan te bieden waar jij behoefte aan hebt. Dus werd geld, als ruilmiddel, uitgevonden. Dat past mooi in het neoklassieke economische denken, waarin de markt de bron is van alle welvaart en waarin mensen dat dus al vroeg uitvonden. Geld zou dus "spontaan" en decentraal zijn ontstaan.

Maar dat blijkt dus historisch niet te kloppen. Geld ontstond als krediet en had als functie om het tijdsverloop tussen de aanvang en het einde van een transactie te overbruggen. En die kredietverlening werd centraal georganiseerd, door een "overheid", met een centrale locatie, de tempel, waar goederen werden bezorgd en afgehaald. Die overheid schiep het geld, dat daarna kon worden gebruikt om belastingen te heffen. Zie, uit 2012, Het eerste geld was krediet, niet ruilmiddel. Dirk Bezemer.

Maar wat het betekent dat geld en overheid op die manier met elkaar zijn verbonden, kan gemakkelijk uit het oog worden verloren. Zeker na de neoliberale revolutie van omstreeks 1980 is het gangbaar geworden om te denken dat een overheid eerst belastingen moet heffen voor hij geld kan uitgeven. Lees het mooie overzicht Neoliberalism has tricked us into believing a fairytale about where money comes from van Mary Mellor.

Dat heeft geleid tot het huishoudboekjesdenken, dat inhoudt dat de overheid moet handelen als een huishouden zoals andere huishoudens. Niet meer geld uitgeven dan er binnenkomt. Beducht zijn voor tekorten. In Duitsland resulterend in een in de grondwet vastgelegde eis van begrotingsevenwicht (schwarze Null). Lees nog eens (uit 2017): De overheidsbegroting is nog steeds geen huishoudboekje - Over onkunde in de politiek en de media.

Maar een overheid met een eigen centrale bank (en een muntunie met een goed functionerende centrale bank) beheert geen huishoudboekje, maar een gehele economie. Waarin geld een middel is om die economie goed te laten werken. Om te stimuleren als de economie inzakt, bijvoorbeeld als er teveel gespaard wordt om te hoge schulden af te lossen. Of om af te koelen als hij oververhit raakt.

Dat betekent dat begrotingstekorten of -overschotten een (macro-)economische functie hebben. En precies dat zien we nu met de coronacrisis wel heel duidelijk zich afspelen. Om levens te sparen en om overbelasting van de gezondheidszorg te voorkomen, moeten grote delen van de economie worden stilgelegd. Met grote gevolgen voor inkomens en bestaanszekerheid. En overheden die besluiten, en dat dus ook blijken te kunnen besluiten, om het geld te laten rollen. Gezonde bedrijven moeten worden geholpen om deze periode te kunnen overbruggen. Werknemers moeten worden doorbetaald. Sterk oplopende kosten van de gezondheidszorg moeten worden opgebracht. Wetenschappelijk onderzoek moet gefinancierd worden.

En wat blijkt? Dat kan allemaal. Er gaan geen stemmen op dat nu eerst maar eens belastingen moeten worden verhoogd om al die extra uitgaven te financieren. De euro's hoeven niet eerst te worden verdiend voor ze kunnen worden uitgegeven. De Amerikaanse Fed, de Bank of England en de Europese Centrale Bank zijn zonder blikken of blozen overgegaan op monetaire financiering ("geld drukken").

En op een enkele uitzondering na is iedereen het er over eens dat dit uitgavenfeest niet straks moet worden verstoord door weer te gaan bezuinigen op de overheidsuitgaven. Zelfs Nederlandse politici hebben doorgekregen hoe fout het was om na de Grote Financiële Crisis van 2008 zo gauw mogelijk te gaan bezuinigen (PvdA'ers balen van 'verkeerde keuzes' in Rutte II). En hoe fout het zou zijn om dat straks te herhalen. In Duitsland worden stemmen sterker om begrotingsevenwicht als doelstelling te verlaten:Surfen auf der Schuldenwelle. Wie wird Fiskalpolitik nach Corona aussehen? Die Dogmen von gestern helfen nicht mehr.

En wie weet, komen de regeringsleiders van de eurozone nog eens tot het bevrijdende inzicht dat die begrotingsregels van het Verdrag van Maastricht een neoliberaal gedrocht zijn.

Uiteraard is het ook met het oog op de nauwelijks minder urgente klimaatcrisis van groot belang dat een realistischer visie op de rol van geld en van de overheidsbegroting terrein wint. Net zo als we de coronacrisis met zijn allen moeten aanpakken, zullen we dat ook moeten doen met de klimaatcrisis. En voor wat we met zijn allen kunnen, is het zaak om in te zien dat geld een collectief middel is om rampspoed te vermijden en om een betere en duurzamere maatschappij te creëren.

donderdag 2 april 2020

Kun je nu zoals Rutte denkt de euro redden met een "gift"? Vergeet het. Repareer de ontwerpfout

De Grote Financiële Crisis van 2008 legde in 2010 met de eurocrisis de ontwerpfout in de euro bloot. Het bleek toen dat de fondsbeheerders liever de overheidsobligaties van de noordelijke eurolanden (zoals Duitsland en Nederland) opkochten dan die van de perifere landen (zoals Italië en Spanje). Waardoor Duitsland en Nederland tegen lagere rentes konden lenen en Spanje en Italië hogere rentes moesten betalen.

Terwijl de invoering van de euro met het Stabiliteits- en Groeipact van 1997 werd "verkocht" met het vooruitzicht dat de landen er economisch door zouden convergeren, werd duidelijk dat de economieën juist gingen divergeren. De "sterke" landen profiteerden en de "zwakke" landen gingen erop achteruit.

Zo "zwak" waren die zwakke landen overigens niet (Spanje had toen een begrotingsoverschot), maar na de invoering van de euro gingen er grote kapitaalstromen naar toe in de veronderstelling dat die leningen nu wel veilig zouden zijn. Toen de kredietcrisis van 2008 ook Europa bereikte, werden die stromen abrupt beëindigd (zie De echte oorzaken van de eurocrisis, uit 2011). Waardoor dus de rentes voor Italië en Spanje omhoogschoten, en die voor Duitsland en Nederland omlaag. Dat was niet houdbaar, maar dus wel voordelig voor Duitsland en Nederland.

Die ontwerpfout had toen al kunnen worden hersteld. Sterker, er waren toen al stemmen die daarvoor pleitten. Denk aan Paul de Grauwe (Waarom je met hervormingen de eurocrisis niet oplost).

Nog sterker, in Duitsland zelf was er in 2011 al dit pleidooi in de Süddeutsche Zeitung: Was jetzt zu tun ist. Met deze passage, die ik in 2011 als volgt vertaalde (Süddeutsche Zeitung roept Merkel op om de euro te redden. Waar blijft Nederland?):
En die prijs is oftewel een nieuwe rol van de Europese Centrale Bank of gemeenschappelijke (euro-) obligaties. Het ene of het andere is onvermijdelijk, als de (financiële) markten gerustgesteld moeten worden. Maar tot nu toe schrikt de politiek er voor terug om duidelijke taal te spreken. De oplossing van de schuldencrisis is ook een verdelingsvraag: wie betaalt de kredieten die al lang zijn uitgegeven? Geheel zonder overdrachten van financieel sterke staten naar zwakke zal het niet lukken. Het alternatief voor deze redding - het ineen storten van de eurozone of het overblijven van een kernzone - heeft naar alle vooruitzichten veel onaangenamere gevolgen.
En nu, in 2020, zijn we dus eigenlijk nog geen stap verder. Weer is er de discussie, nu naar aanleiding van de coronacrisis, over die gemeenschappelijke euro-obligaties (eurobonds). Met weer Duitsland en Nederland als (profiterende) dwarsliggers. Onze minister van Financiën Wopke Hoekstra was in het overleg met zijn euro-collega's even weer vergeten dat het macro-economische belang ver uitstijgt boven dat van de overheidsfinanciën. Met, terecht, furieuze reacties van Spanje en Italië.

Onze minister-president Mark Rutte is daar kennelijk zo van geschrokken dat hij in overleg wil met Italië en Spanje en als zoethoudertje een eenmalige "gift" in het vooruitzicht stelt. Om maar te voorkomen dat die eurobonds er komen. Nederland blijft halsstarrig vasthouden aan een muntunie met ingebakken ontwerpfout. Als daar geen verandering in komt, dan heeft de euro geen toekomst. Het lijkt er op dat de Duitsers daarin de weg gaan wijzen en dat Nederland dan moet volgen. Dat zou wel met enig gezichtsverlies gepaard gaan.

Over die ontwerpfout is er vandaag ook in de Volkskrant: Coronavirus legt een nieuwe bom onder de euro van Steven Brakman en Harry Garretsen. Met als conclusie (mijn cursivering):
Wil de euro overleven, dan zullen links- of rechtsom meer transfers of risicodelingen plaats moeten vinden tussen noord en zuid. Dat kan enigszins verhuld via de (risico)spreiding van de financiële lasten via Euro-obligaties of rechtstreeks via het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), zoals onlangs op volkskrant.nl door Arnoud Boot en Dirk Schoenmaker (Columns & Opinie, 26 maart) is bepleit. Maar dit zijn uitvoeringen van hetzelfde basisidee: een systeem dat ongelijkheden tussen eurolanden beperkt. Zijn landen als Nederland daartoe niet bereid dan is de sombere conclusie dat de toekomst van de euro op het spel staat. En met de euro ook de EU. Bij de vorige eurocrisis in 2010 is de ontwerpfout van de euro niet gerepareerd. Laten we deze keer niet dezelfde fout maken. Een goed ontworpen transfersysteem is dus niet alleen een teken van saamhorigheid, waarvan momenteel terecht veel sprake is, maar domweg noodzakelijk in een muntunie.
Het is verhelderend om over dat ontstaan van de euro in de jaren negentig nog eens Eurotragedy. A Drama in Nine Acts van Ashoka Mody op te slaan (bestel bij je lokale boekhandel). Later meer daarover, maar nu alvast dit citaat (p. 27-8 van het ebook):
Kohl (Helmut Kohl, de Duitse bondskanselier) wanted the single currency to be his legacy as chancellor of European unity, but he understood that the German public fiercely opposed giving up the deutschmark. Hence, he endlessly reassured Germans that  that they would not pay to bail out other countries using the single currency. At the negotiating table, therefore, Germans insisted that the incomplete monetary union be governed by a fiscal rule, one that required member countries to keep their budget deficits below 3 percent of GDP.
They called this rule, in another masterly stroke of framing, a "convergence criterion". It created the illusion that the economies of countries that followed the rule would "converge" or align with the movements of other countries, making the single monetary policy more relevant to all. In June 1997, they made this rule the centerpeice of the Stability and Growth Pact (SGP). But of course, a budget rule, like a single currency, neither promotes convergence nor creates stability. To the contrary, a government forced by the rule to reduce its budget deficit during a recession will place its economy in a deeper recession. Divergent economies will not converge; they will diverge, and they will be more unstable.

dinsdag 24 maart 2020

Trekt de huidige generatie van politici de juiste les uit de coronacrisis voor de economie?

Update. Nu, eind mei, is al wel heel duidelijk geworden dat er in de Duitse politiek ten aanzien van de euro een wending ten goede is. Caroline de Gruyter vertelt er meer over: 
Hawks to doves? Germany's new generation of economists. Dit moet, zoals in de vorige update al vermoed, het werk zijn geweest van de SPD-minster van Financiën Olav Scholz, die zich omringd heeft met een nieuwe generatie economische adviseurs. En die ook in staat is geweest om kanselier Merkel en haar CDU-achterban op andere gedachten te brengen. Nu is de vraag of de Nederlandse politiek zal volgen. Dat zal dan inderdaad een volgen zijn, want er zijn helaas nog geen tekenen van het aantreden van een nieuwe generatie economische adviseurs op ons ministerie van Financiën. Daar lijkt nog het mantra rond te waren dat met de euro alles prima in orde is en dat alles goed komt als de zuidelijke eurolanden maar nog meer gaan bezuinigen en gaan "hervormen". Dat de euro een ontwerpfout kent waar de zuidelijke eurolanden onder gebukt gaan en de noordelijke van profiteren, daarvoor sluiten ze in Den Haag tot nu toe de ogen. Lees over die ontwerpfout vooral ook Economic theories that influenced the judges of Karlsruhe, waarin Paul de Grauwe die nog eens uitlegt. 
Update. Weliswaar is onze minister van Financiën Wopke Hoekstra tot het inzicht gekomen, zie hieronder, "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën", maar erg consistent in het uitdragen van dat inzicht is hij niet. Zo wekte hij ergernis, ja, verontwaardiging, bij zijn collega-ministers van de eurozone door Spanje en Italië te verwijten dat ze in de afgelopen jaren niet, zoals Nederland, hun begroting "op orde" hebben gebracht.
Daarbij volledig negerend dat de bezuinigingen van de regeringen-Rutte juist veel schade aan de Nederlandse economie hebben toegebracht en dat bovendien die bezuinigingen helemaal niet nodig zijn geweest om nu de economische gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. En negerend dat Italië en Spanje wel degelijk hebben bezuinigd en mede daardoor nog steeds hoge werkloosheidscijfers hebben en een stagnerende economie. En negerend dat juist Nederland als belastingparadijs voor grote ondernemingen schade creëert voor landen als Italië en Spanje.
Hoekstra gebruikte zijn verwijten als argument om de invoering van eurobonds tegen te houden. Met dat standpunt heeft hij nu alleen nog Oostenrijk, Finland en Duitsland mee. Met de kanttekening dat er binnen het Duitse ministerie van Financiën heel andere opvattingen bestaan. Zo heeft een belangrijk adviseur van minister Olaf Scholz, Jakob von Weizsäcker, in zijn eerdere functie in Brussel een model voor de invoering van eurobonds uitgewerkt. Zie Mark Schieritz, Was traut er sich? Olaf Scholz baut das Finanzministerium um – es könnte ein Zentrum für neue Ideen werden. Scholz zal hem met een reden naar zijn ministerie hebben gehaald.
Nederland zou nog wel eens vanuit Berlijn verrast kunnen worden. Want ondanks dat inzicht van Hoekstra lijkt het Haagse ministerie nog steeds op slot voor nieuwe ideeën.
Een van de vragen die Inki de Jonge van het Dagblad van het Noorden mij vorige week stelde was of de wereld door de coronacrisis naar een andere mindset toe moet. Ik zag dat als een vraag naar de lessen die nu getrokken zouden moeten worden en hier is het antwoord dat ik improviseerde:
,Zo’n grote gebeurtenis als dit leert ons twee lessen. De eerste is dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. En de tweede is dat we een sterke overheid nodig hebben. Dat laatste zijn we in de loop van de afgelopen veertig jaar uit het oog verloren. Het is een les die we na 2008 hadden moeten leren. Dat een kleine overheid, deregulatie, privatisering en marktdenken ons in een financiële crisis stortten. Die crisis had echter het merkwaardige gevolg dat de VVD, de partij die juist die waarden propageert, de grootste partij werd in Nederland. Terwijl de les had moeten zijn: we hebben een sterke overheid nodig. Deze coronacrisis kan ertoe leiden dat dat besef er alsnog komt.' (Zie De coronacrisis als sociaal experiment. 'Een epidemie houdt mensheid een spiegel voor, ook verschenen in de Leeuwarder Courant).
Als achtergrond van die improvisatie kunnen allerlei berichten op dit blog dienen, zoals die achter de labels bestaansonzekerheid, bezuinigingszeepbel, eurocrisis, kredietcrisis, neoliberalisme en verzorgingsstaat.

Hoe die improvisatie standhoudt, dat valt nu en in de komende weken en maanden (en jaren?) van dag tot dag te volgen. Het meest actueel is de vraag of de coronacrisis nu echt en voorgoed een einde maakt aan wat ik in 2011 de bezuinigingszeepbel noemde, de gedachte die bij politici postvatte dat na de crisis van 2008 - 2010 het terugdringen van de overheidstekorten prioriteit boven alles moest krijgen. De rotsvaste overtuiging die ook al ten grondslag lag aan de opzet van de euro, in het bijzonder aan het Stabiliteits- en Groeipact. Waarvan de naamgeving het onderliggende idee verraadt: als de overheidsfinanciën maar "op orde" zijn, dan kan de markt zijn werk doen en zal de economie wel weer gaan groeien.

Die bezuinigingszeepbel zou nu wel eens voorgoed kunnen barsten. Zie In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie. Onze huidige minister van Financiën is tot het inzicht gekomen "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën." Als "de huidige generatie van politici" (Bas Jacobs op 18 maart in Economen in tijden van corona 01) zich achter dat inzicht stelt, dan is er, eindelijk en helaas met een globale crisis als aanleiding, een heel belangrijke les geleerd. Zie ook naar de overheidsmaatregelen die in Duitsland worden genomen, waar afscheid wordt genomen van die economisch onzinnige schwarze Null. En in Groot-Britannië. En misschien in de Verenigde Staten, maar daar liggen Trump en de Republikeinen nog in de weg, met misschien rampzalige gevolgen.

Wat nog zorgen baart is of, als deze crisis eenmaal achter de rug is, de "budgettaire kramp" (Bas Jacobs) weer de kop opsteekt. Moeten overheden dan weer drastisch gaan bezuinigen om de ontstane tekorten weer terug te dringen? Zodat we weer terugkeren naar de lage rentes en lage economische groei, dus naar de "seculiere stagnatie"?

Nee, natuurlijk. Net zo als de landen na de Tweede Wereldoorlog hun hoog opgelopen schulden nooit hebben terugbetaald, omdat die "verdampten" in de naoorlogse economische groei, moet dat ook na de coronacrisis niet gebeuren. Niet alleen is dat niet nodig, het zou grote schade toebrengen aan het economische herstel.

Niet overtuigd? Lees voor een fraaie uitleg even A Short Comment on the UK Government’s Fiscal Policy in the Current Crisis.

donderdag 19 maart 2020

Wordt de euro door de coronacrisis eindelijk een normale, en dus succesvolle, muntunie?

Update. Er is nu in een open brief een oproep aan de Europese Raad, de raad dus van regeringsleiders van de Europese Unie, om over te gaan tot het uitgeven van gezamenlijke staatsobligaties van de eurolanden, van eurobonds. Zie An Open Letter to the Members of the European Council. Je kunt nog ondertekenen.
Dat mijn voorlaatste bericht over de eurocrisis (Waarom zou je de euro laten voortbestaan als die niet gebruikt wordt om de welvaartswinsten die mogelijk zijn ook te realiseren) al weer dateert van tien maanden geleden, moet niet worden opgevat als een teken dat die crisis is opgelost. De ontwerpfout in de opzet van de euro kwam aan het licht na de Grote Financiële Crisis van 2008 - 2010. Nu het coronavirus toeslaat, met grote economische gevolgen, blijkt dat die fout nog steeds niet afdoende is hersteld. Zie wat die economische gevolgen betreft en de reacties daarop het laatste bericht: In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie.

Waaruit bestaat die ontwerpfout? Ik herhaal nog maar een keer deze uitleg:
Na de introductie van de euro ontstond de indruk, die ook niet werd weersproken, dat de obligaties van de eurozonelanden allemaal even veilig waren. Daardoor ontstonden er grote kapitaalsstromen naar de zuidelijke eurolanden. Denk aan de prachtige tolwegen die in Spanje werden aangelegd, waar nauwelijks op wordt gereden.
Toen de crisis uitbrak, bleek ineens dat de leningen aan die landen niet gegarandeerd werden. Ze hadden immers geen eigen centrale bank meer en de Europese Centrale Bank mocht niet te hulp schieten. Het had toen misschien nog goed kunnen worden opgelost, met wat goede wil van Duitsland en Nederland. Maar het werd al snel duidelijk hoe de zaken er voor stonden na de verklaring van Angela Merkel dat elk land afzonderlijk, en niet Europa gezamenlijk, garant moest staan voor zijn financiële instituties. Geen gezamenlijke aansprakelijkheid, dat was de voorwaarde waaronder Duitsland met de euro akkoord was gegaan.
Goed doordacht was dat natuurlijk niet. Want toen kwamen de problemen. De kapitaalsstromen gingen retour naar de landen die de fondsbeheerders veilig vonden, dus naar Duitsland en Nederland. Die daardoor heel lage rentes konden gaan betalen, waar snel stijgende rentes voor de zuidelijke landen tegenover stonden. Er kwam een run uit de landen die als zwak werden gezien. Zo zwak waren ze ook weer niet, maar waarom zou je hun obligaties opkopen als je binnen dezelfde muntunie ook bij veiliger landen terecht kunt?
Die run had tot het uiteenvallen van de euro kunnen leiden, als niet Mario Draghi had ingegrepen met zijn whatever it takes. Waar Duitsland en Nederland zich wel bij moesten neerleggen. Maar het probleem zelf is daarmee niet afdoende opgelost.
Dat dat laatste zo is, bleek toen de opvolgster van Mario Draghi, Christine Lagarde, op haar persconferentie van 12 maart zich liet ontglippen dat ze het niet als taak van de ECB zag om het uiteenlopen van de rentes op staatsobligaties van de eurozonelanden (de spreads) tegen te gaan: “We are not here to close spreads, there are other tools and other actors to deal with these issues.”

Ze moet toch niet zo goed hebben opgelet toen ze door Draghi bij de overdracht werd bijgepraat. Zo lang de regeringsleiders van de eurozonelanden niet bereid zijn die ontwerpfout te herstellen, is het enige dat de euro behoedt voor uiteenvallen het whatever it takes van de ECB.

Dat Lagarde dat even was vergeten, kwam nogal stuntelig over. De rente die Italië moest betalen op zijn staatsobligaties schoot meteen omhoog, terwijl dat land toch al zo extreem geplaagd wordt door het coronavirus. Met als gevolg lagere rentes voor Duitsland en Nederland, omdat de fondsbeheerders daarnaar konden uitwijken. Zo kan een muntunie natuurlijk niet functioneren. Lagarde kwam spoedig op haar uitspraak terug, met excuses en bovendien nog een extra toelichting door de hoofdeconoom van de ECB, Philip Lane. Zo was het niet bedoeld, maar veel kwaad was al geschied.

Als de coronacrisis toch nog iets goeds voortbrengt, dan is het dat de regeringsleiders nu echt gaan inzien dat het zo niet verder kan. Paul de Grauwe, die al heel vroeg op die ontwerpfout wees, legde gisteren uit wat er zou moeten gebeuren: The ECB Must Finance COVID-19 Deficits. De ECB moet niet alleen staatsobligaties kunnen opkopen op de secundaire markten, zoals ze nu doet, maar ook op de primaire markten. Dat zou inderdaad neerkomen op het monetaire financieren van begrotingstekorten van overheden, wat tot nu toe door de opzet van de euro wordt tegengehouden. Maar het is een essentiële taak van een centrale bank in tijden van crisis.

Een daarmee vergelijkbare oplossing is om naast de nationale ook gezamenlijke staatsobligaties van de eurolanden uit te geven (eurobonds). En precies dat voorstel is nu dus weer opnieuw naar voren gebracht door de Italiaanse premier Giusppe Conte, speciaal om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden. Marcel de Boer schrijft daarover in het Financieel Dagblad: Met het coronavirus zijn eurobonds niet langer een taboe.

Het lijkt erop dat Duitsland, en in zijn kielzog, Nederland, het verzet tegen die eurobonds nu gaan opgeven. Dat is een belangrijke ontwikkeling, omdat het een onmisbare stap is in de richting van een normaal en dus succesvol functioneren van een muntunie. De oorspronkelijke opzet van de euro dateert uit de tijd van de neoliberale fantasiewereld dat er nooit meer financiële crisissen zouden optreden.

Dat was de tijd van de zogenaamde Great Moderation. Maar een fantasiewereld kan nooit lang standhouden.

vrijdag 13 maart 2020

In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie

'Mijn grondhouding is dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën'.
Wie zei dit en wanneer? Je zou denken een of andere Keynesiaanse macro-econoom die kritiek heeft op het bezuinigingsbeleid en op het streven naar begrotingsevenwicht dat de Nederlandse, Duitse en eurozone-politiek al zo lang in zijn ban heeft.

Maar nee hoor. De uitspraak werd gisteren gedaan door onze huidige minister van Financiën, Wopke Hoekstra. Zie het bericht in het Financieel Dagblad: Hoekstra zet crisisbuffer in van €90 mrd, zo nodig meer.

Om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden  wil Hoekstra de staatsschuld laten oplopen en zo nodig zelfs tot boven de 60 procent van het bruto binnenlands product, het maximum dat is toegestaan van het begrotingspact van de eurozonelanden.

Er is kennelijk (weer) een wereldwijde crisis nodig om af te kunnen stappen van de deflatoire bezuinigingspolitiek van de afgelopen jaren. Na de Grote Financiële Crisis (de kredietcrisis) van 2008 - 2010 vonden de politici het een goed idee om het begrotingstekort zo snel mogelijk terug te dringen. Dat was wat ik toen, in 2011, de bezuinigingszeepbel ging noemen. Het ging in tegen bekende en onderbouwde economische inzichten, maar very serious people vonden het een goed idee en die zouden wel gelijk hebben.

Tot nu toe vinden politici het moeilijk om van die bezuinigingspolitiek (austerity) afscheid te nemen. Ze wijzen er graag op dat het nu met de economie toch zo goed gaat en dat zulks bewijst dat ze het bij het rechte eind hadden. Maar daarbij negeren ze de schade die dat beleid heeft gehad voor de economie. In 2015 schatte Bas Jacobs die schade op 20 tot 30 miljard per jaar. Zie Waarom het niet klopt dat we nu kunnen investeren doordat we in het verleden zo goed hebben bezuinigd.

En die schade is niet alleen maar een abstract bedrag. Want we zien die schade elke dag. Aan de tekorten in de zorg en het onderwijs, aan de tekorten bij de gemeenten, aan de tekortschietende energietransitie en de stikstofcrisis, aan slechte kwaliteit van het werk en de maar niet afnemende armoede, ook van werkenden. Iedereen zou aan het werk zijn, maar er is nog zeker verborgen werkloosheid en daardoor achterblijvende loongroei. Zo goed gaat het helemaal niet.

Bij die uitspraak van Wopke Hoekstra moest ik eraan denken dat er in de jaren 30 van de vorige eeuw een wereldoorlog nodig was om de politici van hun deflatoire bezuinigingspolitiek af te helpen. Het werk van Keynes ("Zorg voor volledige werkgelegenheid, dan zorgt de overheidsbegroting wel voor zichzelf") was natuurlijk bekend, maar de politiek luisterde nog niet. Ik sloeg er nog even de biografie van Keynes van Peter Clarke op na (p. 17-8):
In Engeland zien we tegen het eind van de jaren dertig dat Neville Chamberlain politiek overwicht begint te krijgen, en dat was geen geweldig nieuws voor John Maynard Keynes. Maar het carrièreverloop van de econoom uit Cambridge nam een andere wending door de komst van de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder de crisis van de zomer van 1940, toen Engeland onder leiding van Winston Churchill alle zeilen bij moest zetten om als zelfstandige staat te overleven.
Dat was het moment waarop Keynes werkelijke politieke invloed begon uit te oefenen door de zorg voor de geldmiddelen voor de oorlog op zich te nemen. Plotseling was hij niet langer alleen maar een wetenschapper, hoe beroemd ook, maar werd hij zelf ook beleidsmaker, op het hoogste niveau van het ministerie van Financiën. Iedereen die vroeg hoe precies zijn taakomschrijving luidde, kreeg als antwoord dat hij 'gewoon' Keynes was.
En nu, in 2020, is er dus weer een wereldwijde crisis nodig om de politiek naar de inzichten van  "'gewoon' Keynes" te laten handelen. In Duitsland zien we dezelfde ontwikkeling en wordt even niet over de in de Grondwet vastgelegde schwarze Null gesproken. Minister van Financiën Olaf Scholz neemt zelfs het woord conjunctuurprogramma in de mond: Coronakrise - Regierung sagt Kredite in unbegrenzter Höhe zu.

En de Europese Commissie kondigt aan dat de regels van het Begrotingspact buiten werking worden gesteld: EU-Kommission lockert Schuldengrenzen für Staaten. Zorg voor de economie, dan komt de begroting later wel.

Prima natuurlijk, maar veel te laat. En pas als het onvermijdelijk is. Vreemd dat de lessen van de jaren 30 steeds opnieuw geleerd moeten worden.

dinsdag 28 mei 2019

Waarom zou je de euro laten voortbestaan als die niet gebruikt wordt om de welvaartswinsten die mogelijk zijn ook te realiseren?

Hoe staat het er eigenlijk voor met de eurocrisis? Mijn laatste bericht daarover dateert al weer van ruim een jaar geleden: Paul de Grauwe herinnert er nog eens aan dat de euro zonder gezamenlijke aansprakelijkheid niet levensvatbaar is.

Zijn er intussen maatregelen genomen om die crisis op te lossen? Nee, dat is duidelijk niet het geval. Hoewel er niet meer de acute vrees bestaat dat de muntunie uiteen zal vallen, zijn de onderliggende problemen bepaald niet opgelost.

De EMU (Economische en Monetaire Unie) werd opgezet in de jaren 90 van de vorige eeuw en werd bezegeld met het Verdrag van Maastricht in 1992. Dat was in de hoogtijdagen van het neoliberalisme.
Het was toen nog niet bon ton om dat woord te gebruiken, vanwege de toen heersende mening dat het hier niet ging om een ideologie, maar om een stelsel van objectieve economische inzichten. Daar is bijna iedereen ondertussen anders over gaan denken.
Dat hield in dat allerwegen de overtuiging heerste dat alle economische problemen konden worden opgelost door "hervormingen". Hervorming was het toverwoord en iedereen knikte instemmend als dat woord voorbijkwam. Het ging erom dat meer op de werking van de markt moest worden vertrouwd en minder op wat de overheid zou kunnen doen. Niet alleen moest de overheid een kopje kleiner worden gemaakt, ook moest het inzicht dat de overheidsbegroting een stabiliserende functie voor de economie zou kunnen hebben, overboord worden gezet.

Met die "hervormingen" en een verbod op hoge begrotingstekorten, zoals vastgelegd in dat Verdrag van Maastricht, zou alles goed komen. En voor het monetaire beleid betekende een en ander dat alles erop gericht moest zijn om de inflatie op of dicht tegen de 2 procent te houden. Een werkgelegenheidsdoelstelling was taboe, want het waren immers die "hervormingen" die daar voor zouden zorgen. Bovendien was oplopende werkloosheid soms nodig om de lonen te laten dalen en dat was weer nodig om "concurrerend" te kunnen zijn.

De onvolkomenheden in deze redeneringen kwamen hardhandig aan het licht bij het uitbreken van de Grote Financiële Crisis in 2008 - 2010. Ik citeer even uit dat vorige bericht over de ontwerpfout waar Paul de Grauwe op wees:
Na de introductie van de euro ontstond de indruk, die ook niet werd weersproken, dat de obligaties van de eurozonelanden allemaal even veilig waren. Daardoor ontstonden er grote kapitaalsstromen naar de zuidelijke eurolanden. Denk aan de prachtige tolwegen die in Spanje werden aangelegd, waar nauwelijks op wordt gereden.
Toen de crisis uitbrak, bleek ineens dat de leningen aan die landen niet gegarandeerd werden. Ze hadden immers geen eigen centrale bank meer en de Europese Centrale Bank mocht niet te hulp schieten. Het had toen misschien nog goed kunnen worden opgelost, met wat goede wil van Duitsland en Nederland. Maar het werd al snel duidelijk hoe de zaken er voor stonden na de verklaring van Angela Merkel dat elk land afzonderlijk, en niet Europa gezamenlijk, garant moest staan voor zijn financiële instituties. Geen gezamenlijke aansprakelijkheid, dat was de voorwaarde waaronder Duitsland met de euro akkoord was gegaan.
Goed doordacht was dat natuurlijk niet. Want toen kwamen de problemen. De kapitaalsstromen gingen retour naar de landen die de fondsbeheerders veilig vonden, dus naar Duitsland en Nederland. Die daardoor heel lage rentes konden gaan betalen, waar snel stijgende rentes voor de zuidelijke landen tegenover stonden. Er kwam een run uit de landen die als zwak werden gezien. Zo zwak waren ze ook weer niet, maar waarom zou je hun obligaties opkopen als je binnen dezelfde muntunie ook bij veiliger landen terecht kunt?
Die run had tot het uiteenvallen van de euro kunnen leiden, als niet Mario Draghi had ingegrepen met zijn whatever it takes. Waar Duitsland en Nederland zich wel bij moesten neerleggen.
Maar het probleem zelf is daarmee niet afdoende opgelost.
Dat laatste blijkt er bijvoorbeeld uit dat, in tegenstelling tot de oorspronkelijke convergentiedoelstelling, de economieën van de centrale en de zuidelijke eurozonelanden na 2008 sterk uiteen zijn gaan lopen (zijn gaan divergeren). Die ontwikkeling van hoge werkloosheid, armoede en stagnatie in Italië, Griekenland, Portugal en Spanje tegenover economische groei in Duitsland en Nederland wordt uitgebreid geanalyseerd door Philip Poppitz in Multidimensional inequality and divergence: The Eurozone crisis in retrospect, dat besluit met:
Because divergence seems to be remaining high, European policies aimed at economic convergence and social cohesion are needed now more than ever. Otherwise, doubts as to the perspectives of the euro will continue to arise, and macroeconomic policies for the whole euro area will face increasing policy trade-offs amid the high heterogeneity within the monetary union.
En zie in het bijzonder ook deze analyse van Servaas Storm van de stagnatie van de Italiaanse economie sinds 2009: Lost in deflation:Why Italy’s woes are a warning to the whole Eurozone. Waarin hij erop wijst, tegen de heersende opinie in, dat die stagnatie er vooral ook aan moet worden toegeschreven dat de Italianen wat betreft de naleving van de regels van de eurozone (bezuinigingen en hervormingen) roomser dan de Paus zijn geweest. Het waren immers Italiaanse economen die de boodschap verkondigden dat door bezuinigingen de economie snel weer zou gaan groeien. Zie De oorsprong van de bezuinigingszeepbel uit 2012.

Dat er echt wat moet veranderen in de opzet van de muntunie lijkt nu eindelijk in bredere kring door te dringen. Die oorspronkelijke ontwerpfout bestaat eruit dat landen hun eigen centrale bank hebben opgegeven en dat de ECB, die daarvoor in de plaats is gekomen, alleen beleid mag voeren voor de eurozone als geheel.

Dat betekent dat er zich in tijden van crisis zogenaamde landenspecifieke schokken kunnen voordoen. Zoals omschreven in het citaat hierboven over Paul de Grauwe. Door toetreden tot de euro zijn landen de aanpassingsmechanismen kwijtgeraakt van begrotingspolitiek, wisselkoersen en eigen monetair beleid. De Grauwe pleit daarom voor risicodeling tussen eurozonelanden.

Dat kan op verschillende manieren. László Andor, die van 2010 tot 2014 lid was van de Europese Commissie , pleit al langer voor een basis werkloosheidsverzekering voor de eurozone, die landen zou helpen om schokken op te vangen.

Maar nu is vooral een budgettaire stabilisatiefunctie in discussie, inhoudende dat de eurzonebegroting wordt uitgebreid met een schokfonds, waarin landen elk jaar geld inleggen waaruit kan worden uitgekeerd aan landen die in tijden van crisis in de problemen zijn gekomen.

Het voorstel van zo'n schokfonds is al vorig jaar gedaan door het IMF. Ons eigen Centraal Planbureau heeft zich nu gebogen over de mogelijkheden van zo'n schokfonds: Een budgettaire stabilisatiefunctie.

Het CPB laat zien dat zulke landenspecifieke (asymmetrische) schokken veel voorkomen en dat landen inderdaad slecht zijn toegerust om ze geheel zelfstandig op te vangen. En dat zulks een groot verschil is met een normale muntunie, zoals die bestaat tussen de staten van de Verenigde Staten.

De conclusie is dan ook dat het goed zou zijn om ook de euro meer vorm te geven als een normale muntunie. Dat wil zeggen, het CPB komt tot de conclusie dat invoering van een schokfonds welvaartsverhogend is.

Maar het valt op dat daar meteen aan wordt toegevoegd dat invoering  niet nodig is voor het voortbestaan van de euro.

Want er zijn ook andere, deels al bestaande middelen. De bankenunie en kapitaalmarktunie kunnen vervolmaakt worden. En er zijn al uitzonderingsclausules op de begrotingsregels en er is het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM).

Maar om daar voor in aanmerking te komen moeten landen natuurlijk weer aan de voorwaarden voldoen van de "solide begrotingspositie".

Ik vind het eigenaardig. Want waarom zou je de euro laten voortbestaan als die niet gebruikt wordt  om de welvaartswinsten die mogelijk zijn ook te realiseren?

Ook het CPB gaat kennelijk nog uit van die neoliberale fantasie dat met een "solide begrotingspositie" altijd alles goed komt. En dat bezuiniging dus altijd de aangewezen weg is om uit de problemen te komen. De gevolgen daarvan voor de vraag en dus voor de kans op langdurige stagnatie, zoals Servaas Storm die beschrijft voor Italië, nee, die blijven buiten beschouwing.

Maar toch, mooi dat er nu eindelijk discussie is over wat er echt nodig is om de euro goed te laten werken. Met echt oog voor de te boeken welvaartswinsten, ook voor de landen die er tot nu toe zo bekaaid afkomen.
De problemen met de euro zijn juist ook sociaalwetenschappelijk interessant, want het gaat hier om een probleem van zelforganisatie, niet tussen personen, maar tussen nationale staten. Zie nog eens, uit 2012, De eurocrisis als voorbeeld van falende zelf-organisatie.

dinsdag 24 juli 2018

De kleine overheid is dodelijk - Hoe de bezuinigingspolitiek in Spanje de mortaliteit opdreef

Of het kapitalisme zich als een economisch stelsel kan blijven handhaven, zal er waarschijnlijk van afhangen of de politiek, en dus wij met zijn allen, wel voldoende inzicht hebben in het belang van de verzorgingsstaat. Inzicht dus in het belang van zaken als sociale bescherming, toegankelijke gezondheidszorg, inkomensbeleid en macro-economisch werkgelegenheidsbeleid. Kapitalisme zonder een uitgebreide verzorgingsstaat lijkt niet levensvatbaar.

Dit valt te baseren op de ervaringen die landen hebben opgedaan met de wijze waarop ze reageerden op de Grote Financiële Crisis van 2008-2010. In Europa en met name in de eurozonelanden bestond die reactie eruit dat overheden gingen bezuinigen. De groeiende tekorten op de overheidsbegrotingen en de groeiende staatsschulden moesten zo snel mogelijk worden teruggedrongen.

Dat werd als de beste, ja, zelfs als de enige, oplossing gezien voor de gerezen problemen.Ook al omdat hij goed spoorde met de neoliberale ideologie van de kleine overheid, die zo'n grote invloed had op de regels van de euro.

Vrijwel alle economen waarschuwden en pleitten juist voor een expansief beleid. Want als de private sector bezig is om zijn schulden terug te dringen, valt de economie stil, groeit de werkloosheid en dalen de overheidsinkomsten. Maar de politici luisterden vooral naar elkaar en zo ontstond een sociale zeepbel, die ik vanaf 2011 de bezuinigingszeepbel noemde.

Het enige voordeel, maar dan ook echt het enige, van die ontwikkeling is dat we nu kunnen leren wat de rampzalige gevolgen zijn voor de bevolking van een overheidsbeleid dat erop gericht is om snel de overheidsuitgaven terug te dringen. Van een beleid dus dat ontspruit aan de neo-liberale ideologie van de kleine overheid.

In vorige berichten maakte ik al melding van studies die die gevolgen laten zien, waarin het ging om Griekenland, Groot-Brittannië en de Amerikaanse staat Kansas:
Daar is nu de nieuwe studie Austerity Policies and Mortality in Spain After the Financial Crisis of 2008, waarin het gaat over Spanje.

De onderzoekers vergeleken de ontwikkeling van de mortaliteit (het aantal sterfgevallen per jaar per 100.000 inwoners) in Spanje tussen 2010, toen de bezuinigingen begonnen, en 2015 met de trend daaraan voorafgaand en met de ontwikkeling in de Verenigde Staten, waar Obama met verhoging van uitgaven juist de economie stimuleerde (niet genoeg, maar daar gaat het nu niet om). 

Dat levert het volgende plaatje op:


Links laat de rode lijn de waargenomen ontwikkeling van de mortaliteit in Spanje tussen 2000 en 2015 zien. De zwarte lijn is de trend, met de twee onderbroken lijnen als de onzekerheidsmarges. Wat natuurlijk meteen opvalt is de abrupte en sterke toename vanaf 2010, toen de bezuinigingen begonnen. Rechts zie je de ontwikkeling in de Verenigde Staten. Ook daar is er met ingang van 2010 een verandering, maar die komt pas in 2015 boven de onzekerheidsmarge van de trend uit.

In getallen uitgedrukt, waren er in de periode 2010 - 2015 in Spanje 505.559 meer sterfgevallen dan je op grond van de trend van de voorafgaande tien jaar had mogen verwachten. De onderzoekers vermelden dat het aantal extra doden vergelijkbaar is met het aantal slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog, die van 1936 tot 1939 werd uitgevochten. Dit zou toch eigenlijk voorpaginanieuws moeten zijn, verzuchtte ik toen ik dat las.

Dat rampzalige bezuinigingsbeleid verlengde de economische recessie, met hoge en langdurige werkloosheid als gevolg. En we kennen de negatieve gezondheidseffecten van werkloosheid: Het kwaad van werkloosheid. Over prioriteiten van politieke leiders.

Maar daarnaast waren er ook de brute bezuinigingen op de gezondheidszorg, die heel rechtstreeks in verband staan met die mortaliteit. De onderzoekers melden dat tussen 2011 en 2015 het aantal artsen met 3000 afnam, het aantal verplegers met 5000 en het aantal andere posities in de gezondheidszorg met 40.000. En de wachttijden voor operaties, die voorheen vergelijkbaar waren met die in Zweden, namen sterk toe.

Kortom: de kleine overheid is dodelijk.

dinsdag 27 maart 2018

Posttraumatische stress in Griekenland als gevolg van het opgelegde bezuinigings- en hervormingsbeleid

Wat heeft het, economisch onzinnige, door de Eurogroep, de informele groep van ministers van Financiën onder leiding van Jeroen Dijsselbloem, aan Griekenland opgelegde bezuinigings- en "hervormings"beleid onder de Griekse bevolking aangericht?

Een geheel van maatregelen dat er o.a. op neerkwam dat het gemiddelde huishoudinkomen ontleend aan arbeid en pensioen met 40 procent daalde, dat de werkloosheid toenam tot 27 procent (56 procent onder 18-25 jarigen) en dat de uitgaven ten behoeve van de gezondheids- en de sociale zorg met rond de helft afnamen.

Enig inzicht in hoe traumatisch een en ander voor de Grieken moet zijn geweest, geeft de nieuwe studie Posttraumatic Stress During the Greek Economic Crisis: Is There Evidence for Mass Traumatization?

Antignonos Sochos, onderzoeker van de Universiteit van Bedfordshire in Engeland, analyseerde interviewgegevens die door een getrainde onderzoeksassistent verzameld waren in een arbeiders- en lagere middenklassewijk van Athene. Het ging om interviews met 1208 personen, vrijwel gelijk verdeeld over mannen en vrouwen.

Onderdeel van het interview was een vragenlijst waarin naar symptomen van posttraumatische stress werd gevraagd (de Impact of Events Scale—Revised).  Volg de link voor de lijst met vragen en de onderverdeling in subschalen.

Daaruit kwam naar voren dat bijna 60 procent van de ondervraagden leden aan ernstige symptomen van posttraumatische stress. De symptomen waren ernstiger bij degenen die de zorg voor anderen hadden, bij vrouwen en ouderen en bij lageropgeleiden.

Het gaat hier niet om een representatieve steekproef, maar toch, ter vergelijking: als er geen sprake is van traumatisering, dan komen ernstige symptomen voor bij ongeveer 1 procent van de bevolking. In ander onderzoek aangetroffen percentages bij getraumatiseerde groepen liggen tussen de 25 en 75 procent. Een onderzoek met een iets andere vragenlijst onder slachtoffers van de bekende Ponzi fraude van Bernie Madoff leverde op dat 56 procent leed aan ernstige symptomen van posttraumatische stress. Vergelijkbaar dus met het Griekse percentage.

Bernie Madoff zit nu zoals bekend voor de rest van zijn leven in de gevangenis.

Nee, de leden van die Eurogroep zitten niet in de gevangenis. Integendeel, Jeroen Dijsselbloem heeft nog steeds een goede pers.


woensdag 7 maart 2018

Paul de Grauwe herinnert er nog eens aan dat de euro zonder gezamenlijke aansprakelijkheid niet levensvatbaar is

De euro is uitgedacht in de neoliberale fantasiewereld waarin "hervormingen" en gedereguleerde financiële markten er altijd voor zouden zorgen dat alles goed komt. Crises zouden niet meer optreden of zouden als vanzelf snel weer oplossen.

Die fantasiewereld stortte ineen met de Grote Financiële Crisis van 2008-2010, waaraan al enkele waarschuwingen vooraf waren gegaan. Toen bleek hoe ondoordacht de euro in elkaar was gezet. En bleek hoe groot het risico was dat landen lopen die tot een muntunie toetreden en daarmee een eigen centrale bank opgeven.

Op de ontwerpfout die toen aan het licht kwam, heeft Paul de Grauwe als eerste gewezen. Ik stond daar in 2012 bij stil in het bericht Waarom je met hervormingen de eurocrisis niet oplost.

Wat is het geval? Na de introductie van de euro ontstond de indruk, die ook niet werd weersproken, dat de obligaties van de eurozonelanden allemaal even veilig waren. Daardoor ontstonden er grote kapitaalsstromen naar de zuidelijke eurolanden. Denk aan de prachtige tolwegen die in Spanje werden aangelegd, waar nauwelijks op wordt gereden.

Toen de crisis uitbrak, bleek ineens dat de leningen aan die landen niet gegarandeerd werden. Ze hadden immers geen eigen centrale bank meer en de Europese Centrale Bank mocht niet te hulp schieten. Het had toen misschien nog goed kunnen worden opgelost, met wat goede wil van Duitsland en Nederland. Maar het werd al snel duidelijk hoe de zaken er voor stonden na de verklaring van Angela Merkel dat elk land afzonderlijk, en niet Europa gezamenlijk, garant moest staan voor zijn financiële instituties. Geen gezamenlijke aansprakelijkheid, dat was de voorwaarde waaronder Duitsland met de euro akkoord was gegaan.

Goed doordacht was dat natuurlijk niet. Want toen kwamen de problemen. De kapitaalsstromen gingen retour naar de landen die de fondsbeheerders veilig vonden, dus naar Duitsland en Nederland. Die daardoor heel lage rentes konden gaan betalen, waar snel stijgende rentes voor de zuidelijke landen tegenover stonden. Er kwam een run uit de landen die als zwak werden gezien. Zo zwak waren ze ook weer niet, maar waarom zou je hun obligaties opkopen als je binnen dezelfde muntunie ook bij veiliger landen terecht kunt?

Die run had tot het uiteenvallen van de euro kunnen leiden, als niet Mario Draghi had ingegrepen met zijn whatever it takes. Waar Duitsland en Nederland zich wel bij moesten neerleggen.

Maar het probleem zelf is daarmee niet afdoende opgelost. En dat roept de vraag op of de laatste ontwikkelingen, de plannen die Duitsland en Frankrijk samen lijken te gaan ontwikkelen, wel voor die oplossing zullen zorgen. Verschillende voorstellen doen nu de ronde, zoals dat van een aantal Franse en Duitse economen.

En daar komt Paul de Grauwe weer in beeld. Want samen met Yuemei Ji herinnert hij er nog maar eens aan dat een oplossing echt alleen maar kan bestaan uit de aanvaarding van gezamenlijke aansprakelijkheid van alle deelnemende landen in de vorm van Eurobonds. Zie How safe is a safe asset. Zolang die er niet is, zal in een volgende crisis aan het licht komen dat de eurozone inherent instabiel is. De rentes op de overheidsobligaties zullen weer snel uiteen gaan lopen. Anders gezegd, als je een muntunie wilt, dan moet je die ook echt willen, dus met gezamenlijke aansprakelijkheid.

Merkwaardig dat de huidige politici, met Nederland voorop, dat maar niet willen of kunnen inzien. En dus ook niet inzien dat daarzonder de euro op den duur niet levensvatbaar is.

vrijdag 16 februari 2018

Over de euro en het eenzijdig voorgelichte kiezersvolk - in Duitsland en in Nederland

Update. Zie over Duitsland en de euro nu ook Thomas Fricke: Merkel riskiert die nächste Eurokrise. Met deze fraaie eerste zin:
Unser Wohlstand ist auf längere Sicht vielerlei Gefahren ausgesetzt: Donald Trump, Kim Jong Un, Islamismus, Klimawandel, Epidemien - und der Unionsfraktion im Deutschen Bundestag.
Of de bedreigingen voor de democratie in de Verenigde Staten afgewend kunnen worden, dat staat nog te bezien. Het valt te hopen dat de speciale aanklager Robert Mueller zijn onderzoek af kan maken naar de Russische inmenging in de verkiezingen via het team-Trump en naar de mogelijk daarmee samenhangende financiële malversaties.

Maar ook in Europa is het spannend, want het rechts-extremistische gevaar is bepaald nog niet afgewend. Spannend is hoe de politieke ontwikkelingen in Duitsland zullen uitpakken. En daarmee direct samenhangend, of de leiders van de eurozone in staat zullen blijken te zijn om op tijd de fantasiewereld te verlaten waarin de euro werd uitgedacht en de muntunie zo te hervormen dat hij voor alle landen en voor alle burgers gaat werken.

Het regeerakkoord van CDU/CSU en SPD geeft blijk van het inzicht dat het zo met de euro niet verder kan. De eerste aanwijzing daarvoor was dat Wolfgang Schäuble door Merkel werd weggepromoveerd naar het voorzitterschap van de Bondsdag. En nu heeft Merkel zich door de SPD laten overtuigen dat een nieuwe regering er, samen met Macron, werk van moet maken om de euro te hervormen.

Maar ondertussen blijft de SPD dalen in de peilingen en is het nog maar de vraag of de leden van de partij met het akkoord zullen instemmen.

Wat bovendien meespeelt is dat het Duitse kiezersvolk al jaren lang zeer eenzijdig is voorgelicht. Dat is al begonnen toen Merkel na het uitbreken van de Grote Financiële Crisis zelfvoldaan de zuidelijke eurozonelanden de schuld toeschoof voor de problemen bij de Duitse banken en harde bezuinigingen oplegde als oplossing. Dat viel goed bij de Duitse kiezers en het is bekend dat Merkel zich altijd goed liet informeren over de uitkomsten van de laatste opiniepeilingen.

Dat de Duitse media aan die eenzijdige voorlichting hebben meegewerkt, blijkt ook uit deze interessante inhoudsanalyse van enkele grote Europese dagbladen: de Duitse Süddeutsche Zeitung, de Franse Le Monde, de Italiaanse La Stampa en de Spaanse El País: Tales from a crisis: diverging narratives of the euro area.

Het ging er speciaal om hoe in de berichtgeving de schuldvraag werd beantwoord. Welke oorzaken en welke schuldigen werden aangewezen voor de in de eurozone gerezen problemen?

Welnu, in de samenvattende woorden van de onderzoekers:
The analysis showed that Süddeutsche Zeitung blames everyone but Germany, the chief suspects being Greece and the European Central Bank; the paper stresses the need to return to a perceived status quo of stability and fairness. Le Monde blames everyone including the French political class, but largely refrains from criticism of European institutions such as the European Commission and the European Central Bank. La Stampa sees Italy as the victim of unfortunate circumstances, including the European Union austerity measures promoted by Germany, and Italy’s own politicians. El País primarily blames Spain for misconduct during the boom years preceding the crisis.
Volgens de Süddeutsche Zeitung lag de schuld bij iedereen, behalve bij de Duitsers.

Dat staat voor het grote probleem dat ontstaat als het kiezersvolk jarenlang door politici en daar achteraanlopende media verkeerd is voorgelicht. Als de politiek begint door te krijgen dat er een andere weg moet worden ingeslagen, hoe verkoop je dat dan weer aan de kiezers? En hoe doe je dat als de politici bovenal beducht zijn voor gezichtsverlies?

Het schijnt dat de Nederlandse politici zich met schrik beginnen te realiseren dat ze misschien ook de kiezers beter moeten gaan voorlichten.

En de vraag is of dit alles nog op tijd komt om het aan de deuren rammelende rechts-extremisme en nationalisme de kop in te drukken.

woensdag 20 december 2017

Democratie, de eurocrisis en het leren van gemaakte fouten

De Grote Financiële Crisis (de kredietcrisis) van 2008-2010 heeft in Europa een langere nasleep gehad dan in de Verenigde Staten. Het herstel had ook in de V.S. sneller gekund, maar in Europa ging het wel heel traag.

Dat was, zoals bekend, het gevolg van de economisch gezien onverstandige manier waarmee op de crisis werd gereageerd. De fixatie op overheidstekorten zette het bezuinigingsbeleid (austeriteit) in werking, in de verwachting dat de economie weer zou aantrekken als al die, toch maar  "consumptieve", overheidsuitgaven snel zouden worden afgeknepen.

In plaats van, anti-cyclisch, overheidsinvesteringen in de tijd naar voren te halen, werden wonderen verwacht van de door het neoliberale bezuinigingsbeleid aangejaagde private investeringen. Maar die bleven uit, ondanks dat ondernemingen er gezien hun reserves toe in staat waren. Ja, als de overheid de vraag afknijpt, waarom dan investeren?

Het volharden in dit beleid en het opleggen ervan aan de perifere eurozonelanden, tegen alle aanwijzingen in dat het niet werkte, had duidelijke kenmerken van sektegedrag. Zie het bericht
Sekte-achtig beleid in de eurozone door een democratische tekort en volg de links daarin.

En dat brengt me op het verband met de werking van de democratie. Want de democratie is niet alleen een institutioneel gebouw van rechten (meningsvrijheid, vrijheid van vergadering, algemeen kiesrecht, scheiding der machten), maar ook een collectief proces van het zoeken van het beste beleid. Het gaat niet alleen om een mechanisme ter bepaling van wie er wel en wie er niet zijn zin krijgt, maar ook om een proces van vooruitgang en verbetering. Dus om een collectief leerproces. Denk even aan Hoe te leren van mislukkingen en halsstarrigheid te vermijden? Neem nu de Europese bezuinigingspolitiek.

Dat laatste maakt het interessant om te volgen hoe zich het beleid in de eurozone ontwikkelt. Want er waren al verschillende aanwijzingen dat de politici het ooit zo omarmde bezuinigingsbeleid bezig waren te verlaten. Zie bijvoorbeeld dit bericht van ruim een jaar geleden: Is er nu echt, eindelijk, dan toch, het einde van het bezuinigingsbeleid in Europa?

Maar eigenlijk zou je willen dat die koerswijziging in de volle openbaarheid plaats heeft en dat verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde beleid en de gemaakte fouten. Dat is immers essentieel als de democratie inderdaad een collectief leerproces is, waaraan uiteraard ook de kiezers behoren deel te nemen.

In dat licht geven de laatste ontwikkelingen te denken. Zo heeft Merkel haar minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, die min of meer optrad als de leider van de sekte, op een zijspoor gezet. Van Merkel wordt gezegd dat ze heel intelligent zou zijn. Maar haar individuele leerproces op het economische vlak verloopt langzaam. De jurist Schäuble moet in een interview bij zijn afscheid hebben gezegd dat het juist goed was dat hij weinig van economie wist, want dat maakte dat hij het beleid beter kon uitleggen.

Die "promotie" van Schäuble naar het voorzitterschap van de Duitse Bondsdag lijkt een stap in de Duitse koerswijziging. En die zou zijn beslag kunnen krijgen als er weer een Grote Coalitie komt van de CDU/CSU met de SPD, want die laatste partij heeft bij monde van Martin Schultz uitgesproken dat het in Europa anders moet.

En een andere stap lijkt te zijn dat Merkel er mee heeft ingestemd dat de Portugese minister van Financiën, Mário Centeno, de voorzitter wordt van de Eurogroep, het informele overlegorgaan van de ministers van Financiën van de eurozonelanden. Dus de opvolger wordt van Jeroen Dijsselbloem. Die in eigen land gevierd wordt, maar dat kan onmogelijk aan zijn economische deskundigheid toe worden geschreven.

Die benoeming van Centeno is opvallend, omdat de politieke en economische ontwikkelingen in Portugal het levende bewijs vormen van het succes van een (links) beleid dat juist niet bezuinigt, maar privatiseringen terugdraait, de vraag stimuleert en de pensioenen, het minimumloon en de uitkeringen verhoogt. Met als gevolg dat de private investeringen ineens begonnen te stijgen.

Her en der wordt de benoeming, en het feit dat Duitsland hem "goedkeurt", als een koerswijziging gezien. Lees het bericht Portugal Has Emerged as Europe’s Booming Anti-Germany in Foreign Policy van twee dagen geleden. Dat bericht eindigt met deze drie zinnen: 
To be sure, no one in Germany is apologizing about the straightjackets they insisted Europe’s debtors don. But the important thing isn’t whether Merkel goes on the public record crying “mea culpa.” Taking stock of Portugal’s achievement and easing up on the debtor countries — foremost Greece — would be compensation enough.
Maar vanuit het gezichtspunt van het collectieve leerproces van de democratie zou het nu juist wel belangrijk zijn dat er in het openbaar verantwoording wordt afgelegd over gemaakte fouten. Juist ook de kiezers horen te worden geïnformeerd.

zaterdag 2 december 2017

Spannende tijden voor de democratie

Spannende tijden voor de democratie. Spannender dan je zou wensen. Simon-Wren Lewis wijdt er vandaag een dringende beschouwing aan over de ontwikkelingen in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Waar het Grote Geld rechtstreeks en via de opgekochte media de politiek naar zijjn hand zet: If we treat plutocracy as democracy, democracy dies. Lezen alsjeblieft.

De grote vraag is of de democratie tegen deze plutocratische en rechts-extremistische aanvallen bestand is. Of in Groot-Brittannië de Labour-partij de tegenstand weet te mobiliseren. En of in de V.S. de scheiding der machten sterk genoeg zal blijken te zijn om de speciale aanklager Robert Mueller zijn werk te laten afmaken. En of de Democraten voldoende in staat zijn om zichzelf van het Grote Geld te bevrijden en de tegenstand te mobiliseren.

Maar ook in Europa is het spannend. Ja, wat valt daarover nog meer te zeggen dan ik al in al mijn berichten over de eurocrisis heb gedaan? Het laatste bericht was van eind september met als veelzeggende titel: Sekte-achtig beleid in de eurozone door een democratische tekort.

vrijdag 29 september 2017

Sekte-achtig beleid in de eurozone door een democratische tekort

Hoe het met de euro verder zal gaan, na de Franse en de Duitse verkiezingen, wie zal het zeggen? 

Maar terugkijkend op de geschiedenis ervan tot nu toe, blijft het verbazen hoe de politieke leiders zo volhard hebben en volharden in een beleid dat de economische handboeken negeert en dat doordrenkt is van de ideologie van neo- en ordo-liberalisme. Die volharding kan je op de gedachte brengen dat de euro door een soort sekte geregeerd wordt. Zie nog eens, uit 2015 al weer, Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af (met vier links).

Nu vragen Matthias Matthijs en Mark Blyth zich eveneens af hoe het kan dat een groep politici zo lang blijft volharden in een fout, irrationeel, beleid. Zie When Is It Rational to Learn the Wrong Lessons? Technocratic Authority, Social Learning, and Euro Fragility.

Ze geven een fraaie beschrijving en analyse van de geschiedenis van het eurozonebeleid en komen tot de conclusie dat de institutionele opzet van de euro, in het bijzonder het bestaan van een bovennationaal, slecht democratisch onderbouwd, beleidsveld, dat sekte-achtige (mijn woord) en irrationele beleid bevorderde.

Want wat is het geval? Al die politici in die bovennationale organen ontberen een rechtstreekse band met kiezers tegenover wie ze zich dienen te verantwoorden. Waar moeten ze zich dan door laten leiden? Wat geeft hen houvast?

Welnu, dat zijn de afgesproken regels. De afspraken die zijn gemaakt en de pacten die zijn gesloten. Er kan geen plaats zijn voor bovengeordende overwegingen die ertoe aanzetten om die regels te veranderen. Daardoor komt een irrationeel proces in gang, waarin de regels voorrang krijgen boven de uiteindelijke doelen.

Een omgeving waarin de juristen van het Duitse ministerie van Financiën, met Schäuble voorop, zich thuis voelden als een vis in het water. En een omgeving die wel moest leiden tot een botsing met de macro-econoom en kortstondige Griekse minister van Financiën, Yanis Varoufakis, die zich als enige wel oriënteerde op die uiteindelijke doelen. Lees Adults in the Room. My Battle With Europe's Deep Establishment voor een enerverend verslag van die clash.

Het is een fraaie analyse die Matthijs en Blyth geven. Een democratisch tekort als voorwaarde voor sekte-achtig volharden in slecht economisch beleid. Een analyse die verplichte kost zou behoren te zijn in de Brusselse en Frankfurtse burelen. Ik citeer tot slot drie alinea's uit hun conclusies:
Our answer is that non-sovereigns with sovereign responsibilities, but without sovereign capacities, must rule by appeal to authority. In the case of the EU governors, that authority is drawn from adherence to a set of ideas and institutional rules that, while irrational for the crisis environment in which they are employed, are the only ones such actors can draw upon to maintain their authority when under pressure since they have no democratic mandate to actually change policy.
While the overall policy response to the euro crisis was very much driven by the Eurozone member-state leaders, particularly by German chancellor Angela Merkel and her Finance Minister Wolfgang Schäuble, such that technocrats in both the Commission and the ECB took their cues from their “paymasters” in Berlin, that does not detract from the fact that those technocrats derived their legitimacy and authority from following and implementing the rules they were instructed to follow—whether they truly believed in those rules or not. Lacking democratic legitimacy themselves, they had very little choice in not doing so. In contrast, among national leaders, the appeal to such rules allowed them to expand their claims to authority beyond their electorate, into the institutions of supranational governance. Without appeal to such ideas, their authority, like their capacity, would stop at the border.
Seen in this way, “doubling down” on bad policy, as the EU has repeatedly done since 2010, is neither irrational nor purely ideological. Instead, as Keynes said about the adherence to deflation in the 1930s, it is locally rational but globally irrational. And as long as authority is produced and contested via appeal to these ordo- and neo-liberal ideas, and through reconstructed readings of past events, a rather unbalanced and ineffective macroeconomic policy mix will be the result. Just how long Europe can stand this policy mix remains an open question. But what our analysis suggests is that so long as the answer is framed in ordoliberal terms, those in authority will not be compelled to give an alternative answer.

vrijdag 21 juli 2017

Yanis Varoufakis over het Griekse drama - en over hoe het kwam dat de waarheid niet verteld mocht worden

De economiehoogleraar Yanis Varoufakis was van 27 januari 2015 tot 6 juli 2015 minister van Financiën van het geplaagde Griekenland in de regering Tsipras. Over zijn ervaringen en de gebeurtenissen in die periode, die eindigde met zijn terugtreden omdat hij het niet eens was met het buigen van die regering voor de onzinnige eisen van de schuldeisers (de "Trojka", de "instituties") schreef hij het boek Adults in the Room. My Battle With Europe's Deep Establishment.

Dat boek begint nu de passende positieve aandacht te krijgen. Lees de recensies in The Guardian, De Volkskrant en NRC/Handelsblad. En hier de bespreking op Inside Story.

En luister hieronder een half uurtje naar een interview met Varoufakis naar aanleiding van het verschijnen van het boek.

Het is een meeslepend en onthullend boek. Ik ben nu halverwege en kan het nauwelijks wegleggen. Later meer er over, maar nu alvast de allesoverheersende indruk die van alle indrukken bij mij het meest blijft hangen.



Daarin speelt de Duitse bondskanselier Merkel een cruciale rol. Hoe zit dat? Dat de institutionele opzet van de euro niet deugde, begon vanaf 2008, bij het uitbreken van de financiële crisis in de Verenigde Staten, aan het licht te komen. De eerste reactie van Merkel daarop was dat ze in een toespraak zelfvoldaan de Angelsaksische overheden en bankiers voorhield dat ze zoals de Duitsers de schwäbische Hausfrau als voorbeeld hadden moeten nemen.

Die schwäbische Hausfrau staat voor het altijd goed op de centjes passen en niet meer uitgeven dan er binnenkomt. Dat is inderdaad een behoorlijk goed voorbeeld voor individuele huishoudens, maar juist niet voor overheden die met een gehele economie te maken hebben. Zie mijn eerdere bericht
Een economische (en sociale) calamiteit van historische omvang - de Schwäbische Hausfrau en de bezuinigingszeepbel.

Maar nog los van dat beperkte economische inzicht waar Merkel blijk van gaf, kreeg ze niet lang daarna gevoelig het lid op de neus, toen de berichten binnen kwamen dat ook de Duitse banken, en de Franse, in grote problemen bleken te verkeren. Die banken moesten gered worden. Wat ook inhield dat er geld moest naar de Italiaanse, Portugese, Spaanse en Griekse regeringen, omdat die Duitse en Franse banken daar zo onverantwoordelijk hoge bedragen aan geleend hadden.

Hoe moest dat aan de Bondsdag en aan de Duitse kiezers verkocht worden? Terwijl ze juist zo voluit had ingespeeld op die Duitse zelfvoldaanheid (Am deutschen Wesen mag die Welt genesen). En ze de kiezers had voorgehouden dat het zo goed is om altijd zuinig op de centjes te zijn en dat dus bezuinigingen op de ziekenhuizen, de scholen, de infrastructuur, de sociale zekerheid en het milieu echt nodig waren.

Samen met de Fransen vond ze de oplossing. Toen de banken voor een tweede keer met heel veel geld gered moesten worden, werd dat gepresenteerd als een daad van solidariteit met de spilzieke en luie Grieken, 
who while unworthy and intolerable were still members of the European family and would therefore have to berescued. Conveniently, this necessitated providing them with a further gargantuan loan with which to pay off their French and German creditors, the failing banks.(p. 26)
Een geniale vondst, want:
This was the beauty of the Greek bailout, at least for France and Germany: it dumped most of the burden of bailing out the French and German banks onto taxpayers from nations even poorer than Greece, such as Portugal and Slovakia. They, together with unsuspecting taxpayers from the IMF's co-funders such as Brazil and Indonesia, would be forced to wire money to the Paris and Frankfurt banks. (p. 27)
En daarmee werd tot in lengte van jaren, tot vandaag de dag, de toon gezet. De luie Grieken hadden het gedaan en de schade kon deels op derden verhaald worden.

De Duitse kiezers werd een rad voor ogen gedraaid. En dat betekende dat het onmogelijk werd hen ooit nog de waarheid te vertellen.

Vandaar dat vanaf die tijd Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van Financiën, bij elk voorstel om de onhoudbare Griekse schuld kwijt te schelden, hoe miniem ook, geloofwaardig kon dreigen dat zulks aan de Duitse Bondsdag zou moeten worden voorgelegd en dat die daar nimmer mee zou instemmen. Dat zou immers betekenen dat Merkel hen eerder op het verkeerde been had gezet.

En zo kon ook die curieuze situatie ontstaan dat Varoufakis in een-op-een gesprekken met allerlei hoofd- of bijrolspelers in het drama op spontane instemming met zijn analyse kon rekenen, terwijl minuten later in de persconferenties in complete tegenstelling daarmee de officiële, door de Duitsers ingefluisterde, standpunten werden opgedreund. Er was een stilzwijgend complot gesmeed: de waarheid kon slechts achter gesloten deuren onder woorden worden gebracht.

Zo ontwikkelde zich het beeld van een sekte die in Europa aan de macht is.

donderdag 25 mei 2017

Waar komt de gevaarlijke obsessie met het concurrentievermogen van landen toch vandaan?

De menselijke sociale natuur is ambivalent. We zijn erop voorbereid om met anderen samen te werken, maar evenzeer op de mogelijkheid dat we met anderen moeten concurreren.

Die ambivalentie maakt dat er zich situaties kunnen voordoen waarin we moeten beslissen wat de beste gedragslijn is: samenwerking of competitie. Het spreekt vanzelf dat je met vrienden samenwerkt en met tegenstanders concurreert. Maar het kan ook gebeuren dat we eerst goed zouden moeten nadenken en ons goed zouden moeten informeren voor we een keuze maken.

Anders gezegd: er doen zich omstandigheden voor waarin we een informatieprobleem hebben. Waarin we graag hulp zouden krijgen, aanwijzingen voor hoe ons te gedragen en voor wat we van anderen hebben te verwachten. Dat verklaart het verschijnen van een soort self-help boekje als Friend & Foe. When To Cooperate, When To Compete, And How To Succeed At Both van Adam Galinsky en Maurice Schweitzer.

Maar zulke informatieproblemen spelen daarnaast ook in de sfeer van maatschappij-inrichting en economische politiek. We leven in een marktmaatschappij en dat houdt in dat we proberen zo goed mogelijk te profiteren van een economisch stelsel, het kapitalisme, waarin het domein van de markt bedoeld is om de concurrentie tussen ondernemingen, zelfstandigen en werknemers zijn werk te laten doen. Dat suggereert echter meer duidelijkheid dan in feite geboden kan worden, want in de reële markt draait niet alles om concurrentie, maar integendeel juist ook om samenwerking en onderling vertrouwen. 

Dit alles als inleiding op de vraag in de titel van dit bericht: hoe zit het met de economische relaties tussen landen? Hoe kunnen we in de economische politiek het beste onze relatie met andere landen zien? Moeten we er van uitgaan dat landen net als ondernemingen met elkaar concurreren?

Dat is een opvatting die je vaak tegenkomt, juist ook bij politici. Die hoor je vaak over het grote belang van het "concurrentievermogen" van het land. Dat vermogen (competitiveness) wordt dan gezien als het succes in de internationale handel. Als je betere en/of goedkopere producten aan te bieden hebt dan andere landen, dan kun je een handelsoverschot creëren. Je exporteert meer dan je importeert. Je blinkt uit in concurrentievermogen.

De vraag is echter of politici wel gelijk hebben met zo te schermen met het belang van dat concurrentievermogen.

Paul Krugman waarschuwde  al in 1994 voor de heersende obsessie met het concurrentievermogen (Competitiveness:A Dangerous Obsession). Het is bepaald niet zo dat het hebben van een handelsoverschot altijd gezien kan worden als een teken van economische sterkte. En het vooropgezette streven naar een positieve handelsbalans leidt gemakkelijk tot slechte economische politiek. Niet alleen protectionisme en handelsoorlogen kunnen het gevolg zijn, maar ook slecht binnenlands economisch beleid, gericht op lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden en lage milieu-eisen.

Sindsdien zijn er pogingen geweest om het begrip concurrentievermogen te herdefiniëren in een richting die het als doel van economisch beleid zinvoller maakt. Maar tegelijk maakt dat de term minder toepasselijk, omdat landen dan juist niet meer met elkaar concurreren, maar juist van elkaars beleid profiteren door positieve spillovers. Zie Competitiveness: From a Dangerous Obsession to a Welfare Creating Ability with Positive Externalities. Economisch verstandig beleid blijkt dan dus juist niet gebaseerd te zijn op het idee van concurrentie tussen landen.

Maar in de politieke praktijk is dat inzicht bij lange na nog niet gemeengoed. Te denken valt dan natuurlijk meteen aan wat we nog steeds in de eurozone zien gebeuren. Daar heerst nog volop de gevaarlijke obsessie met het concurrentievermogen. Met Duitsland voorop als prediker van de weldaden van het streven naar concurrentie tussen landen. Door middel van terugdringen van de overheidsuitgaven (de bezuinigingszeepbel) en van lage lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden.

Zie over de gevaren daarvan nu Martin Hellwig in de FAZ: Leistungsbilanzüberschüsse. Bitte nicht großdeutsch. Ik citeer deze cynische alinea:
Natürlich sind wir Deutsche stolz darauf, Exportweltmeister zu sein. Das ist fast so gut wie Fußball-Weltmeister – und lässt sich mit größerer Regelmäßigkeit erreichen. Man muss aber auch fragen, ob es wirklich im Interesse des Landes liegt, einen großen Teil der deutschen Ersparnisse im Ausland anzulegen – in Verbriefungen minderwertiger Hypotheken in den Vereinigten Staaten, in Krediten an irische oder spanische Banken, die ihrerseits Immobilienblasen finanzieren, in Kredite an Staaten, die dann ihre Schulden nicht bedienen können.
En zie ook de kritiek van Oostenrijkse econoom Georg Feigl (Was bringt die einseitige Exportorientierung?), met als conclusie:
Anstelle der einseitigen Exportorientierung ist eine aktivere Steuerung der Gesamtnachfrage gefragt – insbesondere mittels expansiver Budget- (zB goldene Investitionsregel) und Lohnpolitik (zB EGB-Kampagne „Europe needs a payrise“). Diese Nachfrageförderung sollte eingebettet werden in ein breiteres Konzept der – in den europäischen Verträgen als übergeordnetes wirtschaftspolitisches Ziel verankerte – Wohlstandsorientierung. Die Krise hat gezeigt, dass sozial- und wirtschaftspolitische Konvergenz und eine stabile wohlstandsorientierte Entwicklung keine Selbstverständlichkeiten sind, sondern eine aktive sozial- und wirtschaftspolitische Koordinierung bzw. eine Europäische Sozialunion erfordern.
Merkwaardig dat die obsessie met concurrentie tussen landen in de politiek zo opvallend blijft voortbestaan. Tegen de heersende economische inzichten in.

donderdag 23 maart 2017

De eurocrisis is grotendeels het gevolg van het eigenaardige Duitse anti-Keynesianisme

Europa heeft een probleem en het heet Duitsland. Dat wil zeggen; het Europese economische beleid, in het bijzondere het beleid van de eurozonelanden, wordt sterk beheerst door het eigenaardige Duitse, "ordoliberale", anti-Keynesiaanse denken en de overige landen bieden daartegen weinig tot geen weerstand. Een land als Nederland sluit zich er zelfs enthousiast bij aan.

Maar dat Duitse economische denken speelt zich af in een intellectueel isolement. Ik stond daar eerder bij stil in Marcel Fratzscher over het intellectuele isolement van de Duitse economen en politici en Hèt probleem van nu is niet Brexit, maar de Duitse dovemansoren - Over Eucken en Schacht. En door dat isolement krijgen denkfouten en verkeerde inzichten te weinig kans om gecorrigeerd en bijgesteld te worden.

Je vraagt je af hoe die opvallende ontwikkeling heeft kunnen plaats vinden. Iemand moet dat eens precies uitzoeken, bedacht ik zo nu en dan.

Welnu, dat is nu gebeurd. Jörg Bibow van het Levy Economics Institute of Bard College beschrijft de achtergronden van dat merkwaardige Duitse economische denken en van de fouten in dat denken in How Germany’s Anti-Keynesianism Has Brought Europe to Its Knees.

Ik heb het nu eenmaal doorgelezen en vind het fascinerende lectuur. Hopelijk krijgt het veel aandacht, ook in Nederland, waar de als knecht van de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble optredende Jeroen Dijsselbloem geheel ten onrechte voor een succesvol minister van Financiën wordt aangezien. Hier is de samenvatting:
This paper investigates the (lack of any lasting) impact of John Maynard Keynes’s General Theory on economic policymaking in Germany. The analysis highlights the interplay between economic history and the history of ideas in shaping policymaking in postwar (West) Germany. The paper argues that Germany learned the wrong lessons from its own history and misread the true sources of its postwar success. Monetary mythology and the Bundesbank, with its distinctive anti-inflationary bias, feature prominently in this collective odyssey. The analysis shows that the crisis of the euro today is largely the consequence of Germany’s peculiar anti-Keynesianism.
De eurocrisis is grotendeels het gevolg van het eigenaardige Duitse anti-Keynesianisme.