Posts tonen met het label Bas Jacobs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bas Jacobs. Alle posts tonen

dinsdag 7 september 2021

Economische welvaartstheorie en brede welvaart - En over schaarste en morele luchtledigheid

Nu we met horten en stoten bezig zijn om het neoliberale tijdperk achter ons te laten, en we ons dus realiseren dat de overheid terug is, komt daarmee ook de discussie terug over de wenselijkheden waar het overheidsbeleid zich op zou moeten oriënteren. In dat verband gaat het over het vervangen van het criterium van het bruto binnenlands product door zoiets als brede welvaart. Ik stond daar bij stil in een aantal berichten, waaronder De rol van sociale welvaart en van bestaanszekerheid in de Monitor Brede Welvaart 2018 van het CBS is beperkt. 

Er zijn verschillende pogingen gedaan om brede welvaart te omschrijven en te operationaliseren. En tot nu toe lopen die uit op een lijst van indicatoren waar van alles op is aan te merken. Niet goed theoretisch onderbouwd, willekeurig overkomend en vaak gekozen omdat ze nu eenmaal beschikbaar zijn. Dat is niet verrassend, want we staan nog maar aan het begin van deze ontwikkeling.

Bas Jacobs kijkt nu naar al deze pogingen en levert er kritiek op vanuit de economische welvaartstheorie. Zie Het beleidsdebat over welvaart mist theoretische fundering. Hij geeft daarin een mooi overzicht van die economische welvaartstheorie. En komt daarna tot deze conclusie (de subscripts i hebben het kopiëren niet doorstaan):

Er is uiteindelijk maar één criterium voor de (brede) maatschappelijke welvaart W: een gewogen optelling van het nut ui(xi) van alle individuen i in de samenleving die alleen afhangen van (een vector van) schaarse goederen xi: W=∑igiui(xi), waar gi het welvaartsgewicht is van individu i dat aangeeft hoe zwaar dat individu meetelt. Aggregatie van welvaart is mogelijk, maar alleen als (politiek bepaalde) welvaartsgewichten gi worden gebruikt. Onderzoekers kunnen een socialewelvaartsfunctie poneren en de gevolgen van verschillende opvattingen van rechtvaardigheid doorrekenen (Bergson, 1938; Samuelson, 1947), of proberen om de welvaartsgewichten te schatten uit gebleken overheidsvoorkeuren voor herverdeling (Jacobs et al., 2017).

Een kwantificering van welvaart is alleen mogelijk als expliciet wordt gemaakt hoe groot de betalingsbereidheid is voor verschillende onderdelen van maatschappelijke welvaart, en hoe zwaar iedereen meetelt voor de welvaart. Iedere beleidseconoom of onderzoeker die welvaartsmaatstaven aggregeert over mensen en goederen, hoort daarom expliciet te vermelden dat dit normatieve politieke oordelen zijn waarover de wetenschap uiteindelijk niet kan beslissen.

Twee opmerkingen daarbij. Ten eerste zien we de afgrenzing van het vak economie als het vak dat zich specifiek bezig zou houden met de welvaart voor zover afhankelijk van schaarse goederen (goederen in ruime zin). Die afgrenzing is bedoeld om andere sociale wetenschappen, die zich bezighouden met zoiets als "subjectief welzijn", buiten de deur te houden. Je komt hem in elk inleidend economieboek tegen. Maar onderbouwd wordt hij eigenlijk nooit. 

En dat is vreemd, want als je er even over nadenkt, realiseer je je dat natuurlijk alles schaars is. Jacobs noemt eerder in het artikel een aantal zaken die niet schaars zouden zijn:

Ten eerste zijn de gebruikte maatstaven voor welvaart niet uitsluitend gebaseerd op de behoeftebevrediging of het nut dat mensen ontlenen aan schaarse goederen. Zo kunnen de CBS-indicatoren ‘subjectief welzijn’, ‘gezondheid’, ‘overgewicht’, ‘vertrouwen in mensen’, of ‘contact met familie’ toe- of afnemen zonder dat daarvoor een economisch offer wordt gebracht. Hetzelfde probleem speelt in de benadering van UU/Rabo, bijvoorbeeld voor de variabelen ‘subjectief welzijn’ of ‘sociale contacten’. Welvaartsmaatstaven horen te worden begrensd tot die zaken die schaars zijn.

Is subjectief welzijn niet schaars? Is gezondheid niet schaars? Vertrouwen in mensen? Sociale contacten? Kun je die allemaal zomaar laten toenemen? Dat is curieus. De crux zit natuurlijk in die term "economisch offer". Die verder niet wordt gedefinieerd. En die je in een cirkel terecht laat komen: economie is de wetenschap van de welvaart ontleend aan schaarse goederen en schaarse goederen zijn goederen waarvoor een economisch offer gebracht moet worden. Hier klopt iets niet.

En de tweede opmerking gaat natuurlijk over de morele luchtledigheid die we hier zien opduiken. Als het gaat over rechtvaardigheid en normatieve oordelen, dan geeft de economische welvaartstheorie niet thuis. Mensen zijn morele wezens, maar het vak economie sluit daar de ogen voor. Zie daarover het bericht van gisteren: De pogingen om het economieonderwijs te hervormen zijn nog niet zo succesvol - En dus over de morele luchtledigheid van het vak.  

dinsdag 24 maart 2020

Trekt de huidige generatie van politici de juiste les uit de coronacrisis voor de economie?

Update. Nu, eind mei, is al wel heel duidelijk geworden dat er in de Duitse politiek ten aanzien van de euro een wending ten goede is. Caroline de Gruyter vertelt er meer over: 
Hawks to doves? Germany's new generation of economists. Dit moet, zoals in de vorige update al vermoed, het werk zijn geweest van de SPD-minster van Financiën Olav Scholz, die zich omringd heeft met een nieuwe generatie economische adviseurs. En die ook in staat is geweest om kanselier Merkel en haar CDU-achterban op andere gedachten te brengen. Nu is de vraag of de Nederlandse politiek zal volgen. Dat zal dan inderdaad een volgen zijn, want er zijn helaas nog geen tekenen van het aantreden van een nieuwe generatie economische adviseurs op ons ministerie van Financiën. Daar lijkt nog het mantra rond te waren dat met de euro alles prima in orde is en dat alles goed komt als de zuidelijke eurolanden maar nog meer gaan bezuinigen en gaan "hervormen". Dat de euro een ontwerpfout kent waar de zuidelijke eurolanden onder gebukt gaan en de noordelijke van profiteren, daarvoor sluiten ze in Den Haag tot nu toe de ogen. Lees over die ontwerpfout vooral ook Economic theories that influenced the judges of Karlsruhe, waarin Paul de Grauwe die nog eens uitlegt. 
Update. Weliswaar is onze minister van Financiën Wopke Hoekstra tot het inzicht gekomen, zie hieronder, "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën", maar erg consistent in het uitdragen van dat inzicht is hij niet. Zo wekte hij ergernis, ja, verontwaardiging, bij zijn collega-ministers van de eurozone door Spanje en Italië te verwijten dat ze in de afgelopen jaren niet, zoals Nederland, hun begroting "op orde" hebben gebracht.
Daarbij volledig negerend dat de bezuinigingen van de regeringen-Rutte juist veel schade aan de Nederlandse economie hebben toegebracht en dat bovendien die bezuinigingen helemaal niet nodig zijn geweest om nu de economische gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. En negerend dat Italië en Spanje wel degelijk hebben bezuinigd en mede daardoor nog steeds hoge werkloosheidscijfers hebben en een stagnerende economie. En negerend dat juist Nederland als belastingparadijs voor grote ondernemingen schade creëert voor landen als Italië en Spanje.
Hoekstra gebruikte zijn verwijten als argument om de invoering van eurobonds tegen te houden. Met dat standpunt heeft hij nu alleen nog Oostenrijk, Finland en Duitsland mee. Met de kanttekening dat er binnen het Duitse ministerie van Financiën heel andere opvattingen bestaan. Zo heeft een belangrijk adviseur van minister Olaf Scholz, Jakob von Weizsäcker, in zijn eerdere functie in Brussel een model voor de invoering van eurobonds uitgewerkt. Zie Mark Schieritz, Was traut er sich? Olaf Scholz baut das Finanzministerium um – es könnte ein Zentrum für neue Ideen werden. Scholz zal hem met een reden naar zijn ministerie hebben gehaald.
Nederland zou nog wel eens vanuit Berlijn verrast kunnen worden. Want ondanks dat inzicht van Hoekstra lijkt het Haagse ministerie nog steeds op slot voor nieuwe ideeën.
Een van de vragen die Inki de Jonge van het Dagblad van het Noorden mij vorige week stelde was of de wereld door de coronacrisis naar een andere mindset toe moet. Ik zag dat als een vraag naar de lessen die nu getrokken zouden moeten worden en hier is het antwoord dat ik improviseerde:
,Zo’n grote gebeurtenis als dit leert ons twee lessen. De eerste is dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. En de tweede is dat we een sterke overheid nodig hebben. Dat laatste zijn we in de loop van de afgelopen veertig jaar uit het oog verloren. Het is een les die we na 2008 hadden moeten leren. Dat een kleine overheid, deregulatie, privatisering en marktdenken ons in een financiële crisis stortten. Die crisis had echter het merkwaardige gevolg dat de VVD, de partij die juist die waarden propageert, de grootste partij werd in Nederland. Terwijl de les had moeten zijn: we hebben een sterke overheid nodig. Deze coronacrisis kan ertoe leiden dat dat besef er alsnog komt.' (Zie De coronacrisis als sociaal experiment. 'Een epidemie houdt mensheid een spiegel voor, ook verschenen in de Leeuwarder Courant).
Als achtergrond van die improvisatie kunnen allerlei berichten op dit blog dienen, zoals die achter de labels bestaansonzekerheid, bezuinigingszeepbel, eurocrisis, kredietcrisis, neoliberalisme en verzorgingsstaat.

Hoe die improvisatie standhoudt, dat valt nu en in de komende weken en maanden (en jaren?) van dag tot dag te volgen. Het meest actueel is de vraag of de coronacrisis nu echt en voorgoed een einde maakt aan wat ik in 2011 de bezuinigingszeepbel noemde, de gedachte die bij politici postvatte dat na de crisis van 2008 - 2010 het terugdringen van de overheidstekorten prioriteit boven alles moest krijgen. De rotsvaste overtuiging die ook al ten grondslag lag aan de opzet van de euro, in het bijzonder aan het Stabiliteits- en Groeipact. Waarvan de naamgeving het onderliggende idee verraadt: als de overheidsfinanciën maar "op orde" zijn, dan kan de markt zijn werk doen en zal de economie wel weer gaan groeien.

Die bezuinigingszeepbel zou nu wel eens voorgoed kunnen barsten. Zie In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie. Onze huidige minister van Financiën is tot het inzicht gekomen "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën." Als "de huidige generatie van politici" (Bas Jacobs op 18 maart in Economen in tijden van corona 01) zich achter dat inzicht stelt, dan is er, eindelijk en helaas met een globale crisis als aanleiding, een heel belangrijke les geleerd. Zie ook naar de overheidsmaatregelen die in Duitsland worden genomen, waar afscheid wordt genomen van die economisch onzinnige schwarze Null. En in Groot-Britannië. En misschien in de Verenigde Staten, maar daar liggen Trump en de Republikeinen nog in de weg, met misschien rampzalige gevolgen.

Wat nog zorgen baart is of, als deze crisis eenmaal achter de rug is, de "budgettaire kramp" (Bas Jacobs) weer de kop opsteekt. Moeten overheden dan weer drastisch gaan bezuinigen om de ontstane tekorten weer terug te dringen? Zodat we weer terugkeren naar de lage rentes en lage economische groei, dus naar de "seculiere stagnatie"?

Nee, natuurlijk. Net zo als de landen na de Tweede Wereldoorlog hun hoog opgelopen schulden nooit hebben terugbetaald, omdat die "verdampten" in de naoorlogse economische groei, moet dat ook na de coronacrisis niet gebeuren. Niet alleen is dat niet nodig, het zou grote schade toebrengen aan het economische herstel.

Niet overtuigd? Lees voor een fraaie uitleg even A Short Comment on the UK Government’s Fiscal Policy in the Current Crisis.

vrijdag 13 maart 2020

In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie

'Mijn grondhouding is dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën'.
Wie zei dit en wanneer? Je zou denken een of andere Keynesiaanse macro-econoom die kritiek heeft op het bezuinigingsbeleid en op het streven naar begrotingsevenwicht dat de Nederlandse, Duitse en eurozone-politiek al zo lang in zijn ban heeft.

Maar nee hoor. De uitspraak werd gisteren gedaan door onze huidige minister van Financiën, Wopke Hoekstra. Zie het bericht in het Financieel Dagblad: Hoekstra zet crisisbuffer in van €90 mrd, zo nodig meer.

Om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden  wil Hoekstra de staatsschuld laten oplopen en zo nodig zelfs tot boven de 60 procent van het bruto binnenlands product, het maximum dat is toegestaan van het begrotingspact van de eurozonelanden.

Er is kennelijk (weer) een wereldwijde crisis nodig om af te kunnen stappen van de deflatoire bezuinigingspolitiek van de afgelopen jaren. Na de Grote Financiële Crisis (de kredietcrisis) van 2008 - 2010 vonden de politici het een goed idee om het begrotingstekort zo snel mogelijk terug te dringen. Dat was wat ik toen, in 2011, de bezuinigingszeepbel ging noemen. Het ging in tegen bekende en onderbouwde economische inzichten, maar very serious people vonden het een goed idee en die zouden wel gelijk hebben.

Tot nu toe vinden politici het moeilijk om van die bezuinigingspolitiek (austerity) afscheid te nemen. Ze wijzen er graag op dat het nu met de economie toch zo goed gaat en dat zulks bewijst dat ze het bij het rechte eind hadden. Maar daarbij negeren ze de schade die dat beleid heeft gehad voor de economie. In 2015 schatte Bas Jacobs die schade op 20 tot 30 miljard per jaar. Zie Waarom het niet klopt dat we nu kunnen investeren doordat we in het verleden zo goed hebben bezuinigd.

En die schade is niet alleen maar een abstract bedrag. Want we zien die schade elke dag. Aan de tekorten in de zorg en het onderwijs, aan de tekorten bij de gemeenten, aan de tekortschietende energietransitie en de stikstofcrisis, aan slechte kwaliteit van het werk en de maar niet afnemende armoede, ook van werkenden. Iedereen zou aan het werk zijn, maar er is nog zeker verborgen werkloosheid en daardoor achterblijvende loongroei. Zo goed gaat het helemaal niet.

Bij die uitspraak van Wopke Hoekstra moest ik eraan denken dat er in de jaren 30 van de vorige eeuw een wereldoorlog nodig was om de politici van hun deflatoire bezuinigingspolitiek af te helpen. Het werk van Keynes ("Zorg voor volledige werkgelegenheid, dan zorgt de overheidsbegroting wel voor zichzelf") was natuurlijk bekend, maar de politiek luisterde nog niet. Ik sloeg er nog even de biografie van Keynes van Peter Clarke op na (p. 17-8):
In Engeland zien we tegen het eind van de jaren dertig dat Neville Chamberlain politiek overwicht begint te krijgen, en dat was geen geweldig nieuws voor John Maynard Keynes. Maar het carrièreverloop van de econoom uit Cambridge nam een andere wending door de komst van de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder de crisis van de zomer van 1940, toen Engeland onder leiding van Winston Churchill alle zeilen bij moest zetten om als zelfstandige staat te overleven.
Dat was het moment waarop Keynes werkelijke politieke invloed begon uit te oefenen door de zorg voor de geldmiddelen voor de oorlog op zich te nemen. Plotseling was hij niet langer alleen maar een wetenschapper, hoe beroemd ook, maar werd hij zelf ook beleidsmaker, op het hoogste niveau van het ministerie van Financiën. Iedereen die vroeg hoe precies zijn taakomschrijving luidde, kreeg als antwoord dat hij 'gewoon' Keynes was.
En nu, in 2020, is er dus weer een wereldwijde crisis nodig om de politiek naar de inzichten van  "'gewoon' Keynes" te laten handelen. In Duitsland zien we dezelfde ontwikkeling en wordt even niet over de in de Grondwet vastgelegde schwarze Null gesproken. Minister van Financiën Olaf Scholz neemt zelfs het woord conjunctuurprogramma in de mond: Coronakrise - Regierung sagt Kredite in unbegrenzter Höhe zu.

En de Europese Commissie kondigt aan dat de regels van het Begrotingspact buiten werking worden gesteld: EU-Kommission lockert Schuldengrenzen für Staaten. Zorg voor de economie, dan komt de begroting later wel.

Prima natuurlijk, maar veel te laat. En pas als het onvermijdelijk is. Vreemd dat de lessen van de jaren 30 steeds opnieuw geleerd moeten worden.

woensdag 18 september 2019

Waarom het niet klopt dat we nu kunnen investeren doordat we in het verleden zo goed hebben bezuinigd

Dit is een vervolg op het bericht van gisteren: Hoe zit het in Nederland met de bezuinigingszeepbel? Vandaag is het Prinsjesdag. We zullen zien.
Vanaf volgend jaar gaat het kabinet extra investeren door miljarden euro's te gaan lenen: Hoekstra: investeringsfonds om Nederland klaar te maken voor een toekomst met minder groei. 

Dat is mooi. Er wordt wel gezegd dat de regering door in de afgelopen jaren zoveel te bezuinigen nu de ruimte heeft om geld te lenen. Anders gezegd, doordat we zo "rijk zijn", dus een groot begrotingsoverschot hebben, kunnen we nu geld lenen om te investeren.

Maar dat is een verkeerde redenering. Door al die bezuinigingen zijn we juist armer geworden, als je kijkt naar de economie in plaats van naar de overheidsbegroting. 

In 2015 schatte Bas Jacobs de schade van het bezuinigingsbeleid op 20 tot 30 miljard per jaar. Investeringen die nu nodig zijn, zijn voor een groot deel nodig om die schade te herstellen. Denk aan de infrastructuur, het woningtekort, de jeugdzorg, de zorg voor ouderen, de tekorten bij de gemeenten, de energietransitie, de landbouw. 

Maar denk ook aan al het leed en de toename van bestaansonzekerheid die die bezuinigingen de afgelopen jaren hebben teweeggebracht. Die schade kan helemaal niet meer worden hersteld.

dinsdag 17 september 2019

Hoe zit het in Nederland met de bezuinigingszeepbel? Vandaag is het Prinsjesdag. We zullen zien.

Update. Zie nu ook deze mooie analyse van de achtergronden van de in Duitsland, eindelijk, oplaaiende discussie over de zinvolheid van het beleid gericht op begrotingsevenwicht (de Duitse bezuinigingszeepbel): German rebalancing—out of exit options.
Update. Vanaf volgend jaar gaat het kabinet extra investeren door miljarden euro's te gaan lenen: Hoekstra: investeringsfonds om Nederland klaar te maken voor een toekomst met minder groei. Dat is mooi. Er wordt wel gezegd dat de regering door in de afgelopen jaren zoveel te bezuinigen nu de ruimte heeft om geld te lenen. Anders gezegd, doordat we zo "rijk zijn", dus een groot begrotingsoverschot hebben, kunnen we nu investeren.
Maar dat is een verkeerde redenering. Door al die bezuinigingen zijn we juist armer geworden, als je kijkt naar de economie in plaats van naar de overheidsbegroting. In 2015 schatte Bas Jacobs de schade van het bezuinigingsbeleid op 20 tot 30 miljard per jaar. Investeringen die nu nodig zijn, zijn voor een groot deel nodig om die schade te herstellen. Denk aan de infrastructuur, het woningtekort, de jeugdzorg, de zorg voor ouderen, de tekorten bij de gemeenten, de energietransitie, de landbouw. En denk aan al het leed en de toename van bestaansonzekerheid die die bezuinigingen de afgelopen jaren hebben teweeggebracht. Die schade kan helemaal niet worden hersteld.
Sinds 2011, het jaar dat ik dit blog begon, staan er berichten op dit blog over de bezuinigingszeepbel. Die term sloeg op het sociale verschijnsel dat politici en beleidsmakers in veel landen na de Grote Financiële Crisis van 2009 - 2010 een obsessie ontwikkelden met begrotingstekorten van de overheid en gingen uitdragen dat overheden zo veel en zo snel mogelijk moesten bezuinigen als antwoord op de door Crisis ontstane problemen.

Ik noem dat een sociaal verschijnsel, omdat die opvatting niet spoorde met wat de economiehandboeken voorschreven. Er was geen rechtvaardiging voor die consensus te vinden in de mainstream van het vak economie. Denk aan wat Nobelprijswinnaar Paul Krugman allemaal heeft geschreven over de economische ongeletterdheid van de voorstanders van bezuinigen. Een mooi overzicht daarvan lees je in zijn What Have We Learned From The Crisis?

En denk in ons land aan de pogingen van econoom en VVD-lid wijlen Johan Witteveen (ex-minister van Financiën en ex-voorzitter van het IMF) om Mark Rutte en andere VVD-voormannen er van te overtuigen dat hun verhaal over het overheidstekort niet klopte. Het meest dodelijke daarvan, voor die VVD-voormannen, was wel dat ze volgens Witteveen wisten dat het verhaal niet klopte, maar er toch naar handelden. Zie, uit 2012: Johan Witteveen: "Ik heb gezegd: het verhaal over het tekort is niet juist en dat weten jullie".

En denk in ons land aan alle pogingen van Bas Jacobs om de voorstanders van bezuinigen als remedie tegen de gevolgen van de crisis op andere, en betere, gedachten te brengen. Uit 2016: Bas Jacobs: De vraag moet zo krachtig worden gestimuleerd dat overbesteding en inflatie ontstaat.

Er leek dus het verschijnsel van de sociale zeepbel ten grondslag te liggen aan die merkwaardige consensus onder politici, in Nederland, in Duitsland, in Groot-Brittannië en in de Eurogroep van ministers van Financiën van de eurozone, dat juist nu de overheidstekorten zo snel mogelijk moesten worden teruggedrongen. Bij gebrek aan economische geletterdheid kregen degenen die het eerst en het hardst riepen bijval van anderen, waardoor nog weer anderen zich daarbij aansloten, want als zoveel mensen iets roepen, dan zal dat wel kloppen. Zie nog eens mijn eerste bericht over de bezuinigingszeepbel.

Waarmee overigens niet gezegd is dat die sociale zeepbel zo maar uit het niets kon ontstaan en groeien. Er lagen ook wel degelijk belangen (het Grote Geld) en ideologische overtuigingen (de ideologie van de kleine overheid) aan ten grondslag.

Maar als het goed is, loopt een sociale zeepbel op den duur leeg, doordat hij niet is opgewassen tegen de feiten en de feitelijke ontwikkelingen. Dat is met de bezuinigingszeepbel nu al een poos aan de gang. Zo is in Duitsland, nota bene het land van het huishoudboekje van die schwäbische Hausfrau, de discussie opgelaaid over de zinvolheid van het in de Grondwet vastgelegde (!) beleid van de Schuldenbremse of de schwarze Null.

En in Nederland? Vandaag is het Prinsjesdag. We zullen zien.

maandag 12 juni 2017

Een natuurlijk experiment met een kleinere overheid. Het Kansas-debacle

Update. Zie nu, begin 2018, ook Kansas Provides Compelling Evidence of Failure of "Supply-Side" Tax Cuts. 
In de Amerikaanse staat Kansas hebben de Republikeinen, de ideologen van de kleine overheid, de afgelopen jaren hun kans gegrepen om hun ideologie in de praktijk te brengen. Onder leiding van Gouverneur Sam Brownback voerden ze drastische belastingverlagingen door, met de vaste overtuiging dat ze door deze "adrenalinestoot" snel de economische groei zouden kunnen aanjagen.

Met dit "natuurlijke experiment", zoals Brownback het noemde, zou vast en zeker bewezen worden dat een kleinere overheid beter is voor de economie. Geheel in overeenstemming met de adviezen van economen als Arthur Laffer en Stephen Moore, die eerder President George W. Bush aanzetten tot belastingverlagingen en die nu de auteurs-op-de-achtergrond zijn van de belastingplannen van President Donald Trump.

Maar de feitelijke ontwikkelingen in Kansas komen niet overeen met de hooggestemde verwachtingen. De economische groei en de groei van de werkgelegenheid lopen juist sterk achter bij het gemiddelde van de andere staten. Bovendien heeft de staat grote budgettaire problemen. Terwijl sterk bezuinigd werd op de uitgaven aan infrastructuur en onderwijs. Het Hooggerechtshof greep in met het oordeel dat het gebrek aan middelen in het onderwijs indruiste tegen de Grondwet.

Gematigde Republikeinen die dit beleid aanvankelijk ondersteunden, keren nu op hun schreden terug. Samen met de Democraten beschouwen ze het experiment als mislukt en hebben ze de belastingverlagingen grotendeels teruggedraaid. Tegen de wil van Brownback en andere diehard conservatieven in. Zie de recente berichten Kansas Republicans raise taxes, ending their GOP governor’s ‘real live experiment’ in conservative policy en Kansas Republicans end the state’s failed tax reform experiment. Update. En Finally, Something Isn’t the Matter With Kansas.

Het is een interessante ontwikkeling. De neoliberale ideologie van de kleine overheid kent nog steeds veel aanhangers, ook in Nederland. Mark Rutte behoort daartoe, maar ook de PvdA en de meeste andere politiek partijen. Het is de ideologie die ten grondslag lag aan het idee dat je er juist in een crisis snel weer bovenop komt door, procyclisch, snel en veel te gaan bezuinigen. Eigenlijk hebben we daarmee ook in Nederland een natuurlijk experiment meegemaakt. Dat net als in Kansas geheel verkeerd uitpakte (hoewel de media dat angstvallig proberen te negeren). Zie nog maar weer eens Bas Jacobs, Coen Teulings en de ING.

Dat verband tussen de omvang van de overheid en de economische groei ligt natuurlijk veel genuanceerder als je echt de moeite neemt om naar de wetenschappelijke literatuur te kijken. Die overzie ik geloof ik niet in zijn geheel, maar het lijkt me dat GOVERNMENT SIZE AND GROWTH: A SURVEY AND INTERPRETATION OF THE EVIDENCE van Andreas Bergh en Magnus Henrekson de stand van zaken goed weergeeft.

Zij komen tot de conclusie dat voor de rijkere landen inderdaad geldt dat een grotere omvang van de overheid (als percentage van het BNP) samengaat met een wat lagere economische groei. Maar ook geldt dat de richting van het oorzakelijke verband eigenlijk niet valt te achterhalen:
In fact, it is close to conceptually meaningless to discuss a causal effect from an aggregate such as government size on economic growth. Thus, scholars like Kneller et al. (1999) and Bassaniniet al. (2001) have in our view rightly concluded it is more fruitful to analyse separately the mechanisms through which different taxes and expenditure affect growth. Not all taxes are equally harmful, and some studies identify public spending on education and public investment to be positively related to growth.
Maar ook wijzen Bergh en Henrekson op het gegeven dat er landen zijn, zoals de Scandinavische landen, waar een omvangrijke overheid juist heel goed samengaat met hoge economische groei. En dat zou er aan kunnen liggen dat dat landen zijn met een hoge mate van vertrouwen van burgers in elkaar. Dat vertrouwen maakt een omvangrijke overheid mogelijk, met weinig corruptie en weinig belastingontwijking en -fraude. Terwijl vertrouwen bovendien goed is voor de economie.

Dat is boeiend, als je bedenkt dat die ideologie van de kleine overheid psychologisch gezien wel eens zou kunnen voortkomen uit een lage mate van vertrouwen in anderen. Als je anderen wantrouwt, dan wil je zo weinig mogelijk van anderen afhankelijk zijn. En wil je dus zo weinig mogelijk collectief regelen.

Anderen zijn er immers alleen maar op uit om van jouw inspanningen te profiteren. Klaplopers en profiteurs! Moochers! Daar wil je niets mee te maken hebben. In die psychologie van de kleine overheid zou wantrouwen wel eens de cruciale factor kunnen zijn.
Update. Lees nu ook Paul Krugman over het Kansas-debacle en over de republikeinse partij: We’re Not Even In Kansas Anymore.

donderdag 8 september 2016

Bas Jacobs: De vraag moet zo krachtig worden gestimuleerd dat overbesteding en inflatie ontstaat

De Balie organiseert op 20 september het Prinsjesdaggesprek: De balans van het land. Economen bespreken de Miljoenennota en het economisch beleid van de regering. Naast Bas Jacobs, zijn dat Bas ter Weel, Arnoud Boot en Sandra Philippen.

Na de berichten op dit blog:
zijn we natuurlijk vooral nieuwsgierig naar de bijdrage van Bas Jacobs, hoogleraar Economie en Openbare Financiën aan de Erasmus Universiteit.

Welnu, die valt nu al te lezen in het artikel Langdurige stagnatie? Je gaat het pas zien als je het door hebt, dat vandaag in ESB is verschenen (registratie vereist). Voor de niet-economen onder ons hier de twee inleidende zinnen en de conclusie:
Alle beschikbare data wijzen op grote permanente schade van de Grote Recessie en een aanzienlijk risico op langdurige stagnatie. Macro-economisch beleid moet dat voorkomen door de geaggregeerde vraag voldoende te stimuleren, zowel monetair, budgettair als fiscaal.
CONCLUSIES 
Een visie op macro-economische politiek ontbreekt volledig in Nederland. Alle beschikbare data wijzen op fragiel economisch herstel, sterke hysterese-effecten en een aanzienlijk risico op langdurige stagnatie. Beleid uitsluitend gericht op structurele hervormingen en budgettaire orthodoxie is de vijand van het goede. Zo kostte het begrotingsbeleid van de kabinetten-Rutte I en II een derde van de gemiste bbp-groei sinds 2008 (zes procent bbp) bij conservatieve schattingen van de begrotingsmultiplier (Jacobs, 2015b). Te geringe vraagstimulansen zorgen slechts voor kortstondige oplevingen; zolang onderbesteding aanhoudt, zal de economie na verloop van tijd weer terugvallen in stagnatie en desinflatie. De vraag moet daarom zo krachtig worden gestimuleerd dat overbesteding en inflatie ontstaat. Alleen dan kan de economie aan de nul-ondergrens op de rente ontsnappen, wordt langdurige stagnatie vermeden en kan onnodige structurele schade aan de economie worden voorkomen.
Dat zijn conclusies uit een macro-economische analyse op grond van de reguliere economische handboeken.

Maar de Nederlandse politici hebben in hun "wijsheid" ooit besloten dat die handboeken wel uit het raam gegooid konden worden. Hoog tijd om daar buiten weer op zoek te gaan.

Update. Ondertussen is er ook het ING-rapport Snoeien om te groeien? dat in dezelfde richting wijst. Lees ook de reactie van Bas Jacobs daarop: ING heeft gelijk: overheidsbeleid in de periode 2011-2017 kostte volgens het CPB ongeveer 365.000 banen

donderdag 31 maart 2016

Update over rampzalig eurocrisisbeleid - En over hoe Draghi er nog het beste van probeert te maken

Een korte update over het rampzalige bezuinigingsbeleid als antwoord op de eurocrisis. Mijn vorige bericht over de eurocrisis en het bezuinigingsbeleid dateert al weer van ruim een maand geleden: Over de intellectuele valkuil van de neo-klassieke economie en de sekte die daaruit is voortgekomen.

Het falen van dat beleid zou nu in de media voortdurend de voorpagina's moeten halen. Maar de media doen hun werk niet. Niet in Nederland. (En niet in Engeland. Zie vandaag weer Simon Wren-Lewis daarover: When the media is biased against the facts.).

Vandaag geeft Thomas Fazi een fraai overzicht van alle aanwijzingen voor het falen van het Europese bezuinigingsbeleid. Zie How Austerity Has Crippled The European Economy – In Numbers. Falen op alle criteria die je maar kunt bedenken: economische groei, inflatie, werkloosheid, armoede, ongelijkheid, schulden en interne divergentie. Zie over Thomas Fazi eerder dit bericht.

Door dat falende beleid van de overheden ligt
er nu veel op het bord van de Europese Centrale Bank. En het lijkt er op dat ECB-voorzitter Draghi de enige is van de Europese financieel-economische machthebbers die inzicht heeft in wat er aan de hand is. De ECB doet al datgene wat nog mogelijk is om de economie aan de praat te krijgen en erger te voorkomen. En laat dat voortdurend gepaard gaan met oproepen aan overheden om de economie te stimuleren.

Maar kortzichtige en ongeïnformeerde politici buitelen nu over elkaar heen in hun kritiek op de ECB. Bas Jacobs gaat vandaag op die kritiek in: Monetaire paniek. Het is terecht dat de ECB de economie wil stimuleren. Dat moet ze ook doen om haar opdracht, een inflatie van tegen de 2 procent, uit te voeren. Als overheden zouden stimuleren, was dat niet nodig.

Helpt het? Bij lange na niet genoeg. Maar dat ligt er aan dat het Verdrag van Maastricht beleid verbiedt dat wel zou werken. Zoals door aan te kondigen de kwantitatieve verruiming (QE) niet terug te draaien. Zodat de verwachtingen gecreëerd worden dat de toekomstige inflatie ook langdurig hoger dan 2 procent kan worden.

In feite zou dat neer komen op "helikoptergeld". En daar zou het uiteindelijk wel eens op uit kunnen draaien.

En dat alles om er ondanks de fouten van het macro-economisch beleid toch nog het beste van te maken.

donderdag 26 november 2015

Voorpaginanieuws: schade bezuinigingsbeleid 20-30 miljard euro per jaar, 200.000 tot 300.000 banen

Dat wordt voorpaginanieuws: Bas Jacobs rekent vandaag in Economisch-Statistische Berichten voor hoe groot de economische schade is van het onzinnige bezuinigingsbeleid dat sinds 2011 is gevoerd. Zie Overheid heeft met falend begrotingsbeleid een derde van de Grote Recessie veroorzaakt. Ik neem aan dat ik de laatste twee alinea's wel even mag citeren:
Op basis van de beste huidige inzichten kan daarom een pijnlijke conclusie worden getrokken: het Nederlandse begrotingsbeleid van 2011-2017 is extreem kostbaar geweest. Het gevoerde beleid kost bij huidige inzichten zo'n 20-30 miljard euro per jaar aan gemiste groei wanneer de schade van de grote recessie voor de helft tot driekwart permanent wordt. Zo'n inkomensverlies is het equivalent van zo'n 200.000 tot 300.000 banen. En dat op een rentebesparing van ongeveer 300 miljoen euro per jaar voor de hele economie.
Het Nederlandse begrotingsbeleid werd alle jaren geschraagd door een diep gewortelde consensus onder alle 'verantwoordelijke' politieke partijen: VVD, PVV, PvdA, CDA, D66, GroenLinks, CU en SGP. Deze partijen hebben mesjogge begrotingsbeleid gevoerd dat een derde van de Grote Recessie in Nederland heeft veroorzaakt. Het heeft er alle schijn van dat het overgrote deel van het inkomensverlies structureel is geworden (hysterese). En dat terwijl we een macro-economisch verwaarloosbaar voordeel hebben behaald van lagere rentelasten op de staatsschuld. Het is tragisch dat we de lessen van de geschiedenis niet hebben geleerd en sinds 2011 in volle glorie de fouten van de jaren 30 hebben herhaald.
Zie begin deze maand ook al: Hysterese: de schade van het bezuinigingsbeleid is niet alleen nog groter dan eerst gedacht, maar ook blijvend.

Dat wordt natuurlijk voorpaginanieuws. Het NOS-journaal zal er mee openen.

O wacht, nee, er volgt natuurlijk weer het grote zwijgen. De economieredacties hebben de afgelopen jaren zo dicht tegen het beleid aan geschurkt, dat ze nu maar liever niet onder ogen zien hoe slecht ze zich zelf hebben geïnformeerd. En hoe slecht ze hun lezers en kijkers hebben geïnformeerd.
Update. Zie nu ook Bas Jacobs: De vraag moet zo krachtig worden gestimuleerd dat overbesteding en inflatie ontstaat.

vrijdag 6 november 2015

Hysterese: de schade van het bezuinigingsbeleid is niet alleen nog groter dan eerst gedacht, maar ook blijvend

In vervolg op mijn bericht van gisteren (Over het naderende einde van de eurozone), is vandaag de column van Paul Krugman (Austerity's Grim Legacy) een goede aanleiding om verder stil te staan bij de grote schade die door het bezuinigingsbeleid is aangericht. Wereldwijd, maar vooral ook in de eurozone en in Nederland.

Krugman wijst er op dat de economische schade van het bezuinigingsbeleid nu nog groter blijkt te zijn dan hij en andere critici hadden verwacht. Maar bovendien stapelen de aanwijzingen zich op dat die schade nog wel eens lang zou kunnen voortduren. Dat de economie in een toestand van hysterese, van stabiele lagere groei, terecht kan komen, was al eerder bekend. Maar op dit moment, ik citeer Krugman,
the evidence practically screams hysteresis. Even countries that seem to have largely recovered from the crisis, like the United States, are far poorer than precrisis projections suggested they would be at this point. And a new paper by Mr. Summers and Antonio Fatás, in addition to supporting other economists’ conclusion that the crisis seems to have done enormous long-run damage, shows that the downgrading of nations’ long-run prospects is strongly correlated with the amount of austerity they imposed.
What this suggests is that the turn to austerity had truly catastrophic effects, going far beyond the jobs and income lost in the first few years. In fact, the long-run damage suggested by the Fatás-Summers estimates is easily big enough to make austerity a self-defeating policy even in purely fiscal terms: Governments that slashed spending in the face of depression hurt their economies, and hence their future tax receipts, so much that even their debt will end up higher than it would have been without the cuts.
Zie speciaal voor Nederland ook mijn eerdere bericht Waar het over zou behoren te gaan: de economische schade van het bezuinigingsbeleid, waarin ik Bas Jacobs aanhaalde:
We zijn door de Grote Recessie meer dan 10 procent van het inkomen kwijtgeraakt, structureel. Vele bedrijven zijn failliet gegaan. En de langdurige werkloosheid is sterk opgelopen. Dit grote verlies is mede veroorzaakt door falend macro-economisch beleid. Teveel korte-termijntekortreductie en te weinig herstel van balansen in de private sector. Na vele jaren saneren komt Rutte II in 2016 eindelijk met een lastenverlichting. Het is nog steeds nodig, maar het is zwabberbeleid en het komt 6 jaar te laat.
Diezelfde Bas Jacobs heeft nu ook samen met twee CPB-medewerkers het CPB Achtergronddocument Macro-economie bij balansproblemen en in de liquiditeitsval uitgebracht. Daarin wordt uitvoerig en zorgvuldig uit de doeken gedaan waarom het zo'n slecht idee was van de opeenvolgende regeringen-Rutte om in de recessie te gaan bezuinigen. Hier is een samenvatting van de resultaten van de analyse:
wanneer balansproblemen ernstig zijn of de economie in de liquiditeitsval is beland, zal de economie zich niet uit zichzelf herstellen. De reden is dat de centrale bank niet meer met normaal monetair beleid de neerwaartse druk op de inflatie kan wegnemen. Zolang de nulondergrens op de nominale rente bindend is, stijgen de reële rentes, waardoor de consumptieve bestedingen en de investeringen afnemen. Door dalende inflatie worden ook balansproblemen groter, waardoor consumptieve bestedingen nog verder achterblijven. De output gap wordt bijgevolg groter en de neerwaartse druk op de prijzen wordt sterker. De economie kan dan op een pad van eindeloze stagnatie terecht komen zonder groei, deflatie en schuld-deflatiedynamiek. Monetair en budgettair beleid kunnen dit proces keren, maar alleen als deze voldoende krachtig worden ingezet en de outputgap geheel wordt gesloten zodat de deflatietendenzen worden omgebogen en inflatie ontstaat. Onvoldoende krachtige beleidsimpulsen, die de outputgap niet sluiten, zorgen voor een tijdelijke conjuncturele opleving waarna de economie weer wegglijdt in een stagnatiescenario. Structurele hervormingen en grotere loon- en prijsflexibiliteit hebben niet noodzakelijk gunstige kortetermijneffecten. Ze versterken namelijke de neerwaartse druk op de prijzen en verhogen op korte-termijn reële rentes en schuld-deflatiedynamiek, waardoor de neerwaartse (schuld-) deflatiespiraal aanhoudt.
Is het dan zo dat het bezuinigingsbeleid ook in Nederland self defeating is geweest? In de zin dat de overheidsschuld er door is gestegen in plaats van afgenomen? Ja, dat klopt. De overheidsschuld is sinds 2010, toen de bezuinigingen begonnen, als percentage van het BBP van jaar tot jaar toegenomen, van 59 procent in 2010 tot 68,8 procent in 2014. Zie Rijksjaarverslag 2014 in beeld.

Je kunt wel minder gaan uitgeven als je een tekort hebt, maar als je een overheid bent, dan heeft dat negatieve gevolgen op je economie. Waardoor er vervolgens minder geld binnenkomt. En je schuld toeneemt.

donderdag 17 september 2015

Waar het over zou behoren te gaan: de economische schade van het bezuinigingsbeleid

Omdat het gros van de economie-journalistiek dicht aanschurkt tegen de politici, is er veel te weinig aandacht in de media voor de economische schade van het bezuinigingsbeleid.

In Nederland en in Europa ging onder de politici na de eerste schrikreactie op de crisis van 2008 het sprookje rondzingen dat het snel en veel bezuinigen op de overheidsuitgaven de economie snel weer aan de praat zou krijgen. En veel is er bezuinigd. En nu het eindelijk met de economie weer ietsje beter gaat, dragen de politici graag de boodschap uit dat ze gelijk hadden. 

Je kunt wel zeggen dat die boodschap veel te weinig wordt weersproken. Niet alleen in de journalistiek, maar ook in de politiek zelf. Het moet bij de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer over van alles zijn gegaan, maar het flagrante falen van het bezuinigingsbeleid stond bepaald niet op de voorgrond. Het merendeel van de oppositie is al evenzeer onderdeel van de bezuinigingszeepbel. 

Gelukkig dat NRC/Handelsblad gisteren het woord gaf aan econoom Bas Jacobs. Zie Wat ze u niet vertelden gisteren. Jacobs kan waardering opbrengen voor sommige hervormingen, maar acht het bizar dat de overheid na 2011 als een bezetene is gaan bezuinigen. Daardoor verslechterde steeds de economie, wat weer leidde tot nieuwe bezuinigingen en lastenverzwaringen. Met weer nieuwe verslechteringen tot gevolg. Om maar te voldoen aan de Europese eis van een begrotingstekort van maximaal drie procent. Het is, zegt Jacobs, als een hond die achter zijn eigen staart aanrent.

Dat is bizar omdat de overheid nu bezig is netto vermogen op te bouwen, in plaats van in de diepste crisis in 80 jaar de pijn daarvan over de tijd uit te smeren.

Kun je de schade van dat foute beleid in euro's uit drukken? Jacobs schat dat het falende beleid, samen met dat op het terrein van de huizenmarkt, banken en pensioenfondsen, een structureel inkomensverlies van 11-12 procent per jaar van het nationale inkomen heeft veroorzaakt. 

Een verlies dat een structureel gat in de overheidsbegroting van 5 procent van het nationale inkomen betekent. Hoe ironisch dat dat percentage ongeveer even groot is als de winst voor de overheidsfinanciën van alle (bezuinigings)maatregelen die sinds 2008 zijn doorgevoerd.

Conclusie van Jacobs: 
Het op orde brengen van de staatsfinanciën is ... een uiterst pijnlijk en economisch onnodig kostbaar experiment geweest. (...)
We zijn door de Grote Recessie meer dan 10 procent van het inkomen kwijtgeraakt, structureel. Vele bedrijven zijn failliet gegaan. En de langdurige werkloosheid is sterk opgelopen. Dit grote verlies is mede veroorzaakt door falend macro-economisch beleid. Teveel korte-termijntekortreductie en te weinig herstel van balansen in de private sector. Na vele jaren saneren komt Rutte II in 2016 eindelijk met een lastenverlichting. Het is nog steeds nodig, maar het is zwabberbeleid en het komt 6 jaar te laat.
 Het is goed dat het in de krant staat. Maar nieuw is de kritiek natuurlijk niet. Zelfs het CPB was begin dit jaar al kritisch. Om nog maar te zwijgen van het vernietigende rapport van de Brusselse denktank Bruegel eind vorig jaar. En er was natuurlijk ook Coen Teulings.

Je zou wensen dat het eens iets zou uithalen. In de journalistiek. Een ander beleid. Misschien zelfs excuses.

Of komen er nieuwe leiders naar voren, zoals Jeremy Corbyn in Engeland?

Nee, zo onwaarschijnlijk is dat niet. Zie Why a resurgent, unapologetic left is on the rise globally.

donderdag 30 oktober 2014

Er zijn goede economische argumenten voor minder ongelijkheid

In het lezenswaardige artikel Piketty versus de economische wetenschap van Nynke van Verschuer in Vrij Nederland komen economen aan het woord over ongelijkheid en de scheiding tussen wetenschap en politiek. Zo zegt Bas Jacobs dat hij de vraag naar hoeveel ongelijkheid je moet willen, een politieke vraag vindt. Waar hij zich dus niet mee bezig wil houden:
'Je kan er over twisten of je meer of minder gelijkheid wilt, of een grotere of kleinere overheid – maar dat is politiek. De econoom dient zich bezig te houden met de vraag hoe je politieke doelen tegen de laagste maatschappelijke kosten realiseert. Dat is een efficiëntievraagstuk. Dát is de taak van de econoom. De econoom is geen zedenpreker, geen moraalridder, geen verkapte filosoof en al helemaal geen verkapte politicus. En ik wil die rollen gescheiden houden.
En Coen Teulings verklaart:
Ik onthoud me als econoom zoveel mogelijk van een politiek oordeel. Dat heeft óók te maken met mijn tijd bij het CPB. Je houdt je bezig met situaties waarin iederéén beter wordt van een bepaalde beleidsmaatregel. En als er wel iemand op achteruit gaat, dan schrijf je dat op, maar de belangenafweging wordt gemaakt door de politiek.
Dat klinkt op het eerste gezicht verstandig en redelijk. Maar je kunt er vragen bij stellen. Want is die scheiding tussen politiek en wetenschap wel zo helder?

Neem nu dat criterium voor de bepaling van collectieve welvaartsverbeteringen waar beide naar verwijzen. Dat is het economische criterium van de efficiëntie of (Pareto-)optimaliteit. Dat houdt in dat alle veranderingen wenselijk zijn waarbij er tenminste sommigen op vooruit gaan en niemand er op achteruit. Het is een poging, ooit geformuleerd door Vilfredo Pareto (1848-1923), om de notie van "het algemene belang" te operationaliseren. Update. Zie ook het eerdere bericht Dreigt de overheid te groot te worden? Aanleiding voor deze vraag: het overlijden van James M. Buchanan.

Dat criterium speelt in de economische welvaartstheorie weliswaar een grote rol, maar het is bepaald ook niet het laatste woord. Want er is het voor de hand liggende bezwaar dat het geen rekening houdt met de mate van ongelijkheid. Vanuit een zeer ongelijke verdeling zijn Pareto-optimale veranderingen mogelijk zonder dat de ongelijkheid afneemt. Die kan zelfs toenemen, als er maar geen verliezers zijn.

Dat probleem kan worden ondervangen door het minder strenge neo-Paretiaanse criterium. (Ook wel Kaldor-criterium genoemd.) Dat staat ook veranderingen toe waarbij de winnaars er zoveel op vooruitgaan dat de verliezers daaruit zouden kunnen worden gecompenseerd. Let op het cursief: compensatie hoeft dus niet daadwerkelijk plaats te vinden. Een toepassing daarvan kan zijn dat een zeer ongelijke maatschappij met een kleine, extreem rijke bovenlaag (de 1 procent of de 0,1 procent), zich transformeert tot een verzorgingsstaat met progressieve belastingtarieven. De rijken gaan er dan op achteruit, maar de winst voor de rest is dan zo groot dat de verandering neo-Paretiaans gerechtvaardigd is.

Daar lijkt de gedachte achter te zitten dat die kleine groep rijken daarmee principieel zou kunnen instemmen. Ze zijn dan bereid om hun verlies te nemen. En het feit dat er verzorgingsstaten zijn ontstaan, wijst er op dat zulks tot de mogelijkheden behoort. Wij mensen zijn nu eenmaal niet allemaal egoïsten die alleen op eigen gewin uit zijn. We hebben ook allemaal emotioneel onderbouwde oordelen over wat een rechtvaardige verdeling is en dus over de mate van ongelijkheid die we aanvaardbaar vinden. En we zijn in staat om op basis daarvan een discussie te voeren over vooruitgang voor sommigen en wel of niet gecompenseerde verliezen voor anderen.

Die discussie is politiek, maar tegelijk ook economisch. Want neem nu al die nadelen die we kennen van grote ongelijkheid. Denk aan Richard Wilkinson van The Spirit Level. Why More Equal Societies Almost Always Do Better, die vorig jaar de WRR-lezing hield. Zie het bericht WRR-lezing over de schadelijke gevolgen van inkomensongelijkheid. Een enerverende gebeurtenis in de Nieuwe Kerk in Den Haag. Ik citeer daaruit:
Hoe groter de inkomensongelijkheid in een land, hoe slechter de gezondheid, hoe lager de levensverwachting, hoe slechter de onderwijsprestaties, hoe geringer het onderling vertrouwen, hoe meer geweld, hoe hoger de straffen, hoe groter de gevangenispopulatie en hoe lager de mobiliteit.
En hoe dat komt? Doordat ons sociale leven en onze onderlinge sociale verhoudingen er op achteruit gaan. Grotere verschillen tussen arm en rijk lokken meer statuscompetitie uit. Iedereen is meer bezig met zich omhoog te werken of te vermijden een loser te zijn. Vandaar een toename van narcisme en van zelfverheffing. En dat statuscompetitiegedrag verhoogt de ervaren stress, wat het leven voor iedereen minder aangenaam maakt. En dus ook korter.
Al die nadelige effecten resulteren natuurlijk in economische kosten. En daar komt nog bij dat grote ongelijkheid ook nadelig uitwerkt op de mate van (stabiele) economische groei die nog valt te realiseren. Zie Inkomensongelijkheid is slecht voor stabiele economische groei.

Kortom, vanuit een toestand van grote ongelijkheid is een grote economische winst te behalen. Die gemakkelijk voldoet aan het neo-Paretiaanse criterium dat de verliezers zouden kunnen worden gecompenseerd. Daar is dus werk aan de winkel. Voor politici, maar ook voor economen. Want hoeveel ongelijkheid we zouden moeten willen, is dus ook een economisch vraagstuk.
Update. Zie ook Mark Thoma eergisteren over de noodzakelijke inbreng van economen bij het terugdringen van ongelijkheid: Are Economists Ready for Income Redistribution?

maandag 2 december 2013

When Prophecy Fails - Worden we geregeerd door een sekte?

Nu onze regering steeds meer op een sekte gaat lijken, wordt het tijd om weer eens bij het sociale mechanisme van When Prophecy Fails stil te staan.

Dat slaat op het verschijnsel dat voor het eerst in 1956 door Leon Festinger, Henry Riecken en Stanley Schachter werd beschreven in hun studie naar een sekte die het einde van de wereld voorspelde. De voorspelling was dat dat op een bepaalde datum zou gebeuren: op 21 december 1954 voor het aanbreken van de ochtend. Toen de catastrofe uitbleef, losten de sekteleden de ontstane cognitieve dissonantie op door het geloof in hun malle ideeën met nog meer energie uit te dragen. De ontstane onzekerheid moest een tegenwicht krijgen in de groei van het aantal aanhangers. Als zoveel mensen hierin geloven, dan moet wat wij denken wel waar zijn.

Ditzelfde sociale mechanisme lijkt ook werkzaam te zijn bij de aanhangers van het marktdenken, het neoliberalisme en de anti-overheidsideologie. Door de kredietcrisis en de economische recessie die daarop volgde, zijn zij niet aan hun ideeën gaan twijfelen, maar er integendeel nog sterker in gaan volharden. Het meest afschrikwekkende voorbeeld daarvan is het optreden van de Republikeinse partij in de Verenigde Staten. Afschrikwekkend, omdat een van de twee grote politiek partijen er geheel door getroffen is geraakt. Lees nog eens Paul Krugman daarover.

Maar even afschrikwekkend is dat we in ons land een hele regering aan de macht hebben die verstrikt is geraakt in het mechanisme van When Prophecy Fails. Ten tijde van het regeerakkoord van Rutte-2 was er bij de politici die dat akkoord sloten de rotsvaste overtuiging dat alle problemen waren veroorzaakt door te grote overheidstekorten. Tegen alle evidentie in. En niet alleen bij de VVD, maar ook bij de PvdA.

Hoe dat kon? Ja, dat kun je je ook afvragen bij die sekteleden die in UFO's en in het naderende einde van de wereld geloofden. Het publieke domein is niet zo maar onder de knie te krijgen. Maar ja, je wilt de politiek in en dan moet je een overtuiging hebben. En dan sluit je je ergens bij aan. En zo kun je aanhanger worden van de vuistregel dat de overheid meer kwaad dan goed kan doen. Of dat een begrotingsevenwicht absoluut noodzakelijk is. En als dat bij de kiezers, die het ook niet precies weten, blijkt aan te slaan, dan kan het zo maar gebeuren dat je op het regeringspluche terecht komt.

Vervolgens voer je dat akkoord uit. En dan blijkt dat de zaken niet zo verlopen als je gedacht had. Je bezuinigt en bezuinigt en bezuinigt, maar het begrotingstekort blijft hoog. En de werkloosheid loopt op. En dan wordt je ook nog afgewaardeerd door Standard & Poor. Terwijl je juist had verkondigd dat dat zou dreigen te gebeuren als je niet was gaan bezuinigen.

Bas Jacobs vreesde al dat onze ministers uit die afwaardering, die trouwens intern inconsistent is, zouden concluderen dat de ingeslagen weg precies de juiste is. En jawel hoor, dat is precies wat ze hebben gedaan. Vandaag zet Bas al hun uitspraken op een rijtje. Het falen van het beleid is geen aanzet tot twijfel, maar juist een aanmoediging om het beleid versterkt door te zetten. When Prophecy Fails in volle werking.

Hoe is dat nu mogelijk? Welnu, Festinger, Riecker en Schachter noemen de volgende vijf voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om dat sociale mechanisme in het leven te roepen:
The individual must have a deeply held conviction; actions must have been taken for the sake of this belief that are difficult to undo; the belief must be able to be disconfirmed by events in the world; such undeniable disconfirmatory evidence must occur and be recognized by the individual; and the individual believer must have social support
Je was er diep van overtuigd dat je gelijk had. Je hebt daarnaar gehandeld, zodat je moeilijk weer terug kunt. Je overtuiging was zo concreet (bezuinigen lost ons probleem op), dat hij door de feitelijke ontwikkelingen kan worden weerlegd. Die weerlegging valt ook niet te ontkennen. Maar: je bent met een sociale kring van medegelovigen, die elkaar steunen in het besluit om niet toe te geven aan de feitelijke werkelijkheid. Je gaat er nog een keer extra tegenaan.

Het is een verontrustende gedachte, dat we door een sekte geregeerd lijken te worden.

woensdag 16 oktober 2013

Hoe staat het met het doel van volledige werkgelegenheid? Gloort er hoop? En over de Commissie Melkert

Diederik Samsom heeft in het Kamerdebat over het akkoord met drie oppositiepartijen gezegd (cursivering van mij):
En er kon worden voldaan aan de gezamenlijke en met de dag groeiende wens om alles op alles te zetten om werkgelegenheid te stimuleren, op korte en op langere termijn.
Dat volgens hem de wens om, ook op korte termijn, de werkgelegenheid te stimuleren met de dag groeit, dat zou kunnen betekenen dat in de politiek en misschien zelfs vooral in de PvdA eindelijk weer het inzicht groeit dat de overheid tot taak heeft om volledige werkgelegenheid in stand te houden. Dat was ooit een van de vijf doelen waarop het overheidsbeleid zich onomstreden zou moeten richten. En het was het doel dat vooral in de sociaaldemocratie centraal stond. En belangrijker was dan bijvoorbeeld nivelleren van inkomens.

En het zou kunnen dat dit geen loze woorden zijn. Want inderdaad van dit laatste akkoord schijnt enige stimulerende werking uit te gaan. Bas Jacobs moest enige moeite doen om dat uit de cijfers te halen, maar zijn conclusie is toch:
Al met al lijkt er toch een impulsje van een kleine 2 mld te komen voor de economie, dankzij het laten oplopen van het begrotingstekort en de truc met het naar voren halen van belastingopbrengsten. Ik vind het allemaal prima; er wordt mij al teveel afgeknepen en ieder miljard minder tekortreductie is nu meegenomen voor de Nederlandse economie. Alleen jammer dat je daar pas achter komt als je achter het budgettaire rookgordijn van de regering hebt gekeken.
Het is niet veel, maar je moet er al blij mee zijn. En het blijft verbazen dat een regering met de PvdA niet al uit eigen beweging tot dat kleine stapje kon komen. Maar dat Samsom het nu nodig vindt om op te merken dat die wens tot stimulering met de dag groeit, dat geeft enige hoop.

Zou het concept-rapport van de Commissie Melkert, dat linkse oplossingen voor de crisis moest ontwikkelen, al op het bureau van Samsom liggen? Want Melkert kondigde, nu al weer bijna een jaar geleden, aan dat de doelstelling van volledige werkgelegenheid daarin heel centraal zou staan. En Hans Spekman, de PvdA-voorzitter, liet enige tijd geleden via twitter weten dat het rapport nog deze herfst uit zou komen.

Ik ben heel benieuwd.

zaterdag 7 september 2013

Jokken als laatste verdediging van het bezuinigingsbeleid - Rutte jokt over de rentelasten van de Nederlandse overheid | Politieke Economie - Bas Jacobs

De H.J. Schoo-lezing van Mark Rutte lokte allerlei reacties uit over de ontbrekende visie en over de vaardigheid van de premier om een tekst uit het hoofd te leren. Maar relevanter is de vraag of de uitspraken van de premier wel voldoende met de waarheid overeenkwamen.

Bas Jacobs komt tot de conclusie dat de premier jokt over de ontwikkeling van de Nederlandse rentelast op de staatsschuld. Zie de link onderaan. De rentelast is juist niet opgelopen, maar is juist lager dan in 2008 en is op het laagste niveau in 43 jaar tijd. Jacobs vindt het factless politics.

Waarom doet Mark Rutte dat?
Koste wat kost probeert hij het Nederlandse volk angst aan te jagen dat de Nederlandse overheidsfinanciën onhoudbaar worden als we nu niet bezuinigen of de lasten verzwaren. Niets is minder waar.
Rutte jokt over de rentelasten van de Nederlandse overheid | Politieke Economie - Bas Jacobs:

'via Blog this'

woensdag 3 april 2013

Bas Jacobs - De wetenschappelijke zondeval van Mathijs Bouman

Bas Jacobs heeft gelijk: nu steeds meer blijkt dat de bezuinigingszeepbel een, ja, een zeepbel is, wringen de voorstanders van "meer bezuinigen!, nu!, nu!" zich in allerlei bochten om maar niet hun ongelijk te hoeven bekennen. Hij reageert nu op Matthijs Bouman, die zich vandaag verlaagt tot het beschadigen van de geloofwaardigheid van de criticasters van het bezuinigingsbeleid. En die beweert dat die cricicasters geen gelijk kunnen hebben, omdat hun theorie van de liquiditeitsval contra-intuïtief is.

Ja, en dat is precies het probleem dat de menselijke cognitieve en moreel-emotionele intuïties niet zomaar toepasbaar zijn op het publieke domein van het macro-economisch beleid. Zie o.a. hier. En hier.

Een heel mooie en informatieve reactie van Bas Jacobs. Inclusief leeslijst. Echt niemand kan later meer zeggen dat hij het niet geweten heeft. Volg de link hieronder. Lezen!

De wetenschappelijke zondeval van Mathijs Bouman | Economisch Statistische Berichten:

'via Blog this'

woensdag 27 februari 2013

Waarom gaat het niet over de echte economie? | Bas Jacobs

Lees vandaag Bas Jacobs. Link hier onderaan. Al was het maar om de vraag:
Wanneer nemen onze journalisten de uiterst serieuze taak weer serieus om zo geïnformeerd mogelijk en zo goed mogelijk te berichten over de Nederlandse economische situatie?
 En om van hem te horen waar het echt over moet gaan.

Waarom gaat het niet over de echte economie? | Economisch Statistische Berichten:

'via Blog this'

donderdag 17 januari 2013

De blinde vlekken van Rutte-II - Bas Jacobs

Bas Jacobs zet nog eens op een rijtje wat Nederlandse politici tot zich zouden moeten laten doordringen. Volg de link hier onderaan. Een citaat::
Nederland moet ophouden met de onzinnige gewoonte het begrotingstekort te verheffen tot het ultieme criterium van de economische toestand van Nederland. De overheid dient zich te bekommeren om de welvaart van de Nederlandse huishoudens. Tussen 2008 en 2013 zullen zo’n 250.000 mensen extra werkloos zijn geworden (CPB, 2012c). De koopkracht zal vanaf 2010 vier jaar op rij zijn gedaald (CPB, 2012c). Van 2009 tot en met de eerste helft van 2012 zijn zo’n 35.000 bedrijven failliet gegaan (CBS, 2012a,b).
En de laatste alinea:
Ben Bernanke, president van het stelsel van Amerikaanse centrale banken, heeft zijn academische sporen verdiend met zijn werk over de Grote Depressie. Hij zei deze week op de Universiteit van Michigan dat een van de belangrijkste redenen waarom de Grote Depressie niet werd gestopt, was dat politici te bang waren om ook maar iets te doen dat onorthodox was. Een betere typering had hij niet kunnen geven van Colijn cum suis in de jaren dertig en de regering Rutte-II nu. De Nederlandse politieke elite grijpt steeds terug op economische orthodoxie uit angst, maar niet omdat we niet beter zouden kunnen weten.
De blinde vlekken van Rutte-II - Me Judice:

'via Blog this'

zondag 6 januari 2013

Laat de feiten eens doordringen tot onze politici – Bas Jacobs antwoordt Sweder van Wijnbergen

Bas Jacobs reageert vandaag op een inderdaad "onnodig badinerende" aanval van Sweder van Wijnbergen op een bericht van Bas waarin hij voorrekende dat het nu stimuleren van de Nederlandse economie wel degelijk een positief effect heeft op de economie. En dat niet het meeste van dat geld zou weglekken naar het buitenland, wat een belangrijk argument is van de voorstanders van bezuinigen om niet te stimuleren. Zie de link onderaan dit bericht. Dat argument is trouwens op zich al merkwaardig, want dat zou aanleiding moeten geven tot een oproep om stimulering van de economie internationaal te coördineren. En zulke oproepen, die ken ik eigenlijk niet van de voorstanders van bezuinigen. Hoewel daar meteen bij moet worden gezegd dat Sweder Van Wijnbergen het wel eens is met de oproep van Blanchard van het IMF tot een expansiever beleid van de grote landen. Dus: stimulering zou inderdaad moeten, maar door meerdere landen tegelijk. Stimulering in Nederland alleen zou niet helpen; alles zou weglekken doordat consumenten het geld besteden aan geïmporteerde goederen.

Bas Jacobs weerlegt nu de argumenten van Sweder van Wijnbergen en hij doet dat keurig, gedocumenteerd en zakelijk. Zo kan het ook, zou je zijn tegenstander willen toeroepen. Kan het zijn dat mijn indruk juist is dat de discussie tussen voor -en tegenstanders van bezuinigen asymmetrisch is wat betreft zakelijkheid en gedocumenteerdheid? Ik had natuurlijk wel enige aarzeling toen ik de club van voorstanders als "de bezuinigingssekte" omschreef, maar, hm, het is toch gewoon zo?

Ik sluit af met het citaat van Christina Romer, waarmee ook Bas Jacobs afsluit (in mijn vertaling):
Beleidsmakers en veel te veel economen lijken te argumenteren op basis van ideologie in plaats van op basis van evidentie ... de evidentie is sterker dan hij ooit geweest is dat begrotingsbeleid er toe doet - dat overheidsstimulering de economie helpt om banen te creëren en dat het terugbrengen van het begrotingstekort op zijn minst op korte termijn de groei verlaagt. En niettemin lijkt deze evidentie niet door te dringen tot de politici (het wetgevingsproces). Dat is onaanvaardbaar. We zullen nooit onze problemen kunnen oplossen als we niet in staat zijn om het tenminste over de feiten eens te zijn."
Alstublieft, laat de feiten eens doordringen tot onze politici.

Sweder van Wijnbergen en de multiplier « Politieke Economie – Bas Jacobs:

'via Blog this'

maandag 17 december 2012

De Studiegroep Begrotingsruimte bepaalt onze economische politiek. Dat is niet vertrouwenwekkend

Lex Hoogduin twitterde dat hij liever had gehad dat dit kabinet 5 miljard euro meer had bezuinigd en bovendien meer aan het begin van de kabinetsperiode. Ik reageerde daarop met de uitroep dat dat haast niet serieus bedoeld kon zijn. Waarop zijn reactie, ook aan Rens van Tilburg en Ewald Engelen, was dat we dan nog maar eens het laatste rapport (Stabiliteit en vertrouwen) van de Studiegroep Begrotingsruimte moesten nalezen.

En dat heb ik dus vanochtend gedaan. Nu moet ik daar meteen bij zeggen dat ik niet genoeg ingevoerd ben om alle ins en outs van dat rapport goed te doorgronden. Maar mij valt wel op dat er in het rapport niet naar de overheidsbegroting wordt gekeken vanuit het perspectief van de gehele economie. Of beter gezegd, wel vanuit dat perspectief, maar dan met een heel beperkt zicht op het verband tussen de overheidsfinanciën en de gehele economie. En in het bijzonder de kans op economische groei.

Want wat zegt de Studiegroep over dat verband? Wat je er over kunt vinden, komt goed beschouwd neer op deze ene zin, die al in de eerste alinea van de samenvatting is te vinden:
Het advies is er (wel) op gericht om de schokbestendigheid van de Nederlandse overheidsfinanciën te versterken, opdat vertrouwen en daarmee economische groei wordt ondersteund.
Daarmee is de toon gezet. De "theorie" over economische groei van de Studiegroep is dat die groei afhankelijk is van "vertrouwen" en dat dat vertrouwen weer afhankelijk is van hoe goed of slecht het er voor staat met de overheidsfinanciën. Die theorie is wel heel eenvoudig. Evenals de er uit volgende redenering, namelijk dat we "vertrouwen" nodig hebben en dat daar voor de overheidsbegroting "op orde" moet komen en dat er dus veel bezuinigd moet worden. Hoe veel? Nou, laten we maar als richtlijn nemen dat het tekort niet hoger mag zijn dan 3 procent, zoals de EU voorschrijft.

Natuurlijk, ik ben geen vak-econoom. Maar ik weet genoeg van economie om hier ongerust van te worden. Want zo eenvoudig ligt het natuurlijk niet in de macro-economie. Waarom besteedt de Studiegroep geen aandacht aan de mogelijke negatieve effecten van overheidsbezuinigingen in een tijd van recessie? Een tijd waarin bijna de gehele private economie bezig is om zijn schulden terug te brengen. Waarom komt het woord recessie niet voor in het advies, behoudens als een terzijde in een tabel?

En waarom staat de Studiegroep er niet bij stil dat de voorspellingen over economische groei, die gebaseerd zijn op die "vertrouwenstheorie", steeds te optimistisch blijken te zijn? Moeten zulke aanwijzingen dat de theorie te eenvoudig is, niet serieuzer worden genomen?

En hoe komt het toch dat economische politiek van deze en de vorige regering vrijwel geheel gedicteerd lijkt te worden door de Studiegroepen Begrotingsruimte? Zijn politici tegenwoordig macro-economisch zo weinig ingevoerd dat ze niet in staat zijn tot het nodige tegenspel?

O ja, een van de economen waarvan de Studiegroep advies heeft ingewonnen, was Bas Jacobs. Maar naar hem is duidelijk slecht geluisterd. Daarom nog maar eens een link naar zijn inbreng in het rondetafelgesprek van Tweede Kamer-leden op 2 december. Om de gedachten te bepalen hier alvast deze zin uit de Samenvatting:
De aangescherpte begrotingsregels (die 3 procent) miskennen de werkelijke oorzaken van de eurocrisis (bankenproblemen en systeemdefecten in de muntunie) en frustreren het verkleinen van de macro-economische onevenwichtigheden.
Het is niet vertrouwenwekkend dat die Studiegroep en daarmee onze regering zo eenzijdig opereren.