Posts tonen met het label Paul de Grauwe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul de Grauwe. Alle posts tonen

vrijdag 10 december 2021

Is de euro nu in veilig vaarwater? De onderliggende ontwerpfout blijft bestaan.

Volgens deze special van het Financieel Dagblad is de euro volwassen, maar heeft hij nog altijd groeipijn. 

Maar om goed zicht te krijgen op waar die groeipijn zit, is het beter om te rade te gaan bij The fragility of the Eurozone: Has it disappeared? van Paul de Grauwe en Yuemei Ji, dat verscheen in de Journal of International Money and Finance.

De Grauwe en Yi vragen zich af of de ontwerpfout in de opzet van de euro, waar De Grauwe als eerste op wees en waar ik in 2012 bij stilstond, nu voldoende is hersteld om van de euro een stabiele muntunie te maken. 

Die ontwerpfout bestaat eruit dat de eurolanden obligaties uitgeven (om geld binnen te halen) in een munt waar ze geen controle over hebben. Daardoor kunnen ze aan de opkopers van die obligaties, de fondsbeheerders of  "de financiële markten", niet garanderen dat ze over de middelen (de liquiditeit) beschikken om uit te betalen als de looptijd is verstreken. Als ze hun eigen centrale bank nog hadden, kon dat natuurlijk wel. 

Die fout kwam aan het licht toen de Grote Financiële Crisis uitbrak in 2008. Toen gingen de financiële markten de zwakkere ("perifere") eurolanden wantrouwen, ook al omdat Merkel (!) had verklaard dat de leningen die voorheen uitbundig aan die landen werden verstrekt, helaas niet gegarandeerd waren. Dat was een verrassing, want iedereen was daar stilzwijgend wel van uitgegaan.

Daardoor liepen de rentes die die landen (Griekenland, Italië, Spanje, Portugal, Ierland) over hun obligaties moesten betalen plotseling sterk op. Omdat de geldschieters liever hun geld uitleenden aan de kernlanden, zoals Duitsland en Nederland, waardoor die juist lagere rentes hoefden te betalen. En zo groeide de divergentie tussen de landen, terwijl de bedoeling van de euro juist was dat de landen zouden gaan convergeren. Je ziet het plotselinge uiteenlopen van de rentes (de spread) vanaf 2008 in het plaatje afgebeeld dat De Grauwe en Ji ontlenen aan Eurostat.

Waarin  je dus ook ziet dat die rentes tot dan toe gelijk opliepen. De ontwerpfout was er toen ook al, maar, ja, werd ontkend. Of er werd op vertrouwd dat er nooit meer een crisis zou komen. De neoliberale fantasiewereld.

Dat had het einde van de euro kunnen betekenen. Temeer omdat de, al weer, neoliberale oplossing eruit moest bestaan dat die zwakkere landen sterk moesten gaan bezuinigen en "economisch hervormen". Dan zou alles goed komen. 

Maar dat was natuurlijk niet zo. Griekenland werd de economische afgrond ingeduwd. En terwijl de Duitse economie snel herstelde, stagneerde de economie in landen als Spanje, Italië en Frankrijk. Toevallig stuurde de Duitse econoom Philipp Heimberger vandaag dit plaatje van de OECD de wereld in.

Helemaal rechts zie je de gevolgen van de coronacrisis.

Dat de eurozone nog bestaat, hebben we te danken aan het Whatever it takes van Mario Draghi in 2012, die toen president was van de Europese Centrale Bank, wat inhield dat de ECB onbeperkt liquiditeitssteun zou geven. Toen nog onder voorwaarden, maar toen in 2020 de coronacrisis uitbrak vervielen ook die voorwaarden. Denk ook aan mijn bericht Wat ons de coronacrisis leert over de rol van geld en van de overheidsbegroting. 

Daar kwam bovenop dat de Europese leiders tot een groot herstelplan besloten dat ook de uitgifte van gezamenlijke obligaties (eurobonds) inhield, wat tot dan toe een taboe was. De helft van de opbrengsten daarvan werd verdeeld over de landen die het meest door de pandemie werden getroffen. 

Het gevolg daarvan was dat er nu niet de divergentie optrad die er nog wel was na de crisis van 2008. 

Is daarmee alles in orde en is de ontwerpfout hersteld? De Grauwe en Ji twijfelen. Want het onderliggende probleem, dat van landen die niet hun eigen munt controleren, blijft bestaan. Het hangt ervan af wat de ECB in de toekomst zal doen. Optreden als lener in laatste instantie (lender of last resort) of niet? Strikt genomen weten we dat niet. Waardoor de euro een fragiele constructie blijft:

There is thus a fundamental credibility issue about the willingness of the ECB to be a lender of last resort in the government bond markets. This will continue to make the Eurozone a fragile construction.
 
Dat betreft dan de rol van de ECB. Maar daarnaast is er natuurlijk die van de nationale regeringen. Zullen die doorgaan op de weg die met het pandemieherstelplan is ingeslagen? In dat verband zijn de plannen van de nieuwe Duitse regering reden voor optimisme.

vrijdag 18 juni 2021

Klaas Knot in Witteveenlezing: bezuinigen is en was een grote fout - En dus over sociale zeepbellen

Nadat ik dit blog begon, in augustus 2011, groeide snel het aantal berichten achter het label "bezuinigingszeepbel" en "eurocrisis".  Tot vandaag schreef ik 259 berichten met het eerste en 264 met het tweede label. 

Het eerste bericht over de bezuinigingszeepbel verscheen op 9 september 2011 en was getiteld Sociale zeepbellen in economie en politiek. En op 21 september schreef ik De bezuinigingszeepbel. Volg de links om ze te lezen. 

En het eerste bericht over de eurocrisis verscheen, onder de titel Paul de Grauwe over de Europese bankencrisis, op 21 oktober 2011. Met een link naar een artikel van Paul de Grauwe die toen al helder uitlegde wat er niet deugde aan de opzet van de euro. Zeer de moeite waard om nu na bijna tien jaar te herlezen!

Beide series berichten handelden over de obsessie met overheidstekorten die politici na de Grote Financiële Crisis van 2008-2010 in zijn greep kreeg. De oplossing voor de ontstane problemen moest gezocht worden in het zo snel mogelijk terugdringen van de overheidstekorten. Op nationaal niveau en op het niveau van de eurozonelanden, de landen die so wie so gebonden waren aan de regels van het Stability and Growth Pact, dat de omvang van overheidsschulden sterk limiteerde.

Die obsessie kwam duidelijk voort uit de toen nog volop heersende neoliberale ideologie waarin de markt de maat der dingen is en de overheid zich zoveel mogelijk dient terug te trekken. Financiële en economische crisissen zouden tot het verleden behoren en wat er nog aan conjunctuurpolitiek nodig was, kon door de centrale banken afgehandeld worden. Dat de overheidsbegroting ook een macro-economische functie zou kunnen hebben, dat was achterhaald Keynesiaans gedachtengoed. 

En al helemaal niemand had ooit gehoord van  Abba Lerner (1903 - 1982) en zijn Functional Finance, d.w.z. "the principle of judging fiscal measures by the way they work or function in the economy".  Zie mijn bericht Geloof niet in de mythe van de gezonde overheidsfinanciën! De overheidsbegroting hoort functioneel te zijn van 20 januari 2016. Nee, politici bleven in de ban van het huishoudboekjesdenken.

Die intellectuele fantasiewereld had na de Grote Financiële Crisis definitief in moeten stortten, maar de politici bleven volharden in hun obsessie. Dat was niet omdat ze zich zo goed geïnformeerd hadden, want vooraanstaande macro-economen waarschuwden voor de negatieve gevolgen, zowel economisch als maatschappelijk. Naast de al genoemde Paul de Grauwe was dat vooral ook Paul Krugman, die ik op dit blog in die tijd dan ook vaak aanhaalde. Zie hier alle berichten met het label Paul Krugman. Maar politici praatten vooral elkaar na en zo ontstond die bezuinigingszeepbel.

Een van die macro-economen die probeerde om die bezuinigingsobsessie te doen keren, was in ons land Johan Witteveen (1921 - 2019), ex-minister van Financiën en ex-directeur van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en vooraanstaand VVD-er. In die laatste rol probeerde hij tevergeefs om Mark Rutte en andere VVD-politici ervan te overtuigen dat er in een tijd van recessie juist niet moest worden bezuinigd, maar integendeel geïnvesteerd. Ik stond daar op 7 september 2012 bij stil in het bericht Johan Witteveen: "Ik heb gezegd: het verhaal over het tekort is niet juist en dat weten jullie". 

Vooral dat laatste was nogal dodelijk, want hij wilde ermee zeggen dat ze hem wel begrepen hadden, maar uit opportunistisch-ideologische overwegingen er toch liever voor kozen om te gaan bezuinigen. Misschien ook omdat ze bang waren de kiezers niet te kunnen overtuigen, die immers systematisch in verkiezingscampagnes met dat huishoudboekjesdenken waren gevoerd.

Hoe ironisch is het nu dat Klaas Knot, directeur van De Nederlandse Bank, een week geleden uitgerekend in de Johan Witteveenlezing niet alleen uitvoerig uiteenzette hoe verkeerd het is om nu na de coronacrisis te gaan bezuinigen, maar ook dat het verkeerd was om dat na de crisis van 2008 - 2010 te doen. Je kunt die lezing hier in zijn geheel nalezen. Hij zet daar een betoog op dat heel goed door bijvoorbeeld Paul Krugman (en in Nederland door Bas Jacobs en Coen Teulings) had kunnen worden gehouden, overigens zonder naar hen, of naar wie dan ook, te verwijzen.

En zonder ook met zoveel woorden toe te geven dat hijzelf  in het verleden meezong in dat bezuinigingskoor. En toen nooit ook maar enig blijk gaf van het beheersen van de inzichten die hij nu verkondigt. Martin Visser stond daar op 12 juni bij stil in loopt corona op zijn eind, is Knot bekeerd... 

Het is altijd moeilijk en pijnlijk om toe te geven dat je onderdeel bent geweest van een sociale zeepbel. En hoewel het te prijzen valt dat je dan uiteindelijk je informatieachterstand hebt ingehaald, zou het natuurlijk nog beter zijn om je openlijk af te vragen hoe je het in het verleden zo fout hebt kunnen hebben. Al was het maar om zulke sociale zeepbellen in de toekomst beter te kunnen herkennen en te vermijden.

donderdag 2 april 2020

Kun je nu zoals Rutte denkt de euro redden met een "gift"? Vergeet het. Repareer de ontwerpfout

De Grote Financiële Crisis van 2008 legde in 2010 met de eurocrisis de ontwerpfout in de euro bloot. Het bleek toen dat de fondsbeheerders liever de overheidsobligaties van de noordelijke eurolanden (zoals Duitsland en Nederland) opkochten dan die van de perifere landen (zoals Italië en Spanje). Waardoor Duitsland en Nederland tegen lagere rentes konden lenen en Spanje en Italië hogere rentes moesten betalen.

Terwijl de invoering van de euro met het Stabiliteits- en Groeipact van 1997 werd "verkocht" met het vooruitzicht dat de landen er economisch door zouden convergeren, werd duidelijk dat de economieën juist gingen divergeren. De "sterke" landen profiteerden en de "zwakke" landen gingen erop achteruit.

Zo "zwak" waren die zwakke landen overigens niet (Spanje had toen een begrotingsoverschot), maar na de invoering van de euro gingen er grote kapitaalstromen naar toe in de veronderstelling dat die leningen nu wel veilig zouden zijn. Toen de kredietcrisis van 2008 ook Europa bereikte, werden die stromen abrupt beëindigd (zie De echte oorzaken van de eurocrisis, uit 2011). Waardoor dus de rentes voor Italië en Spanje omhoogschoten, en die voor Duitsland en Nederland omlaag. Dat was niet houdbaar, maar dus wel voordelig voor Duitsland en Nederland.

Die ontwerpfout had toen al kunnen worden hersteld. Sterker, er waren toen al stemmen die daarvoor pleitten. Denk aan Paul de Grauwe (Waarom je met hervormingen de eurocrisis niet oplost).

Nog sterker, in Duitsland zelf was er in 2011 al dit pleidooi in de Süddeutsche Zeitung: Was jetzt zu tun ist. Met deze passage, die ik in 2011 als volgt vertaalde (Süddeutsche Zeitung roept Merkel op om de euro te redden. Waar blijft Nederland?):
En die prijs is oftewel een nieuwe rol van de Europese Centrale Bank of gemeenschappelijke (euro-) obligaties. Het ene of het andere is onvermijdelijk, als de (financiële) markten gerustgesteld moeten worden. Maar tot nu toe schrikt de politiek er voor terug om duidelijke taal te spreken. De oplossing van de schuldencrisis is ook een verdelingsvraag: wie betaalt de kredieten die al lang zijn uitgegeven? Geheel zonder overdrachten van financieel sterke staten naar zwakke zal het niet lukken. Het alternatief voor deze redding - het ineen storten van de eurozone of het overblijven van een kernzone - heeft naar alle vooruitzichten veel onaangenamere gevolgen.
En nu, in 2020, zijn we dus eigenlijk nog geen stap verder. Weer is er de discussie, nu naar aanleiding van de coronacrisis, over die gemeenschappelijke euro-obligaties (eurobonds). Met weer Duitsland en Nederland als (profiterende) dwarsliggers. Onze minister van Financiën Wopke Hoekstra was in het overleg met zijn euro-collega's even weer vergeten dat het macro-economische belang ver uitstijgt boven dat van de overheidsfinanciën. Met, terecht, furieuze reacties van Spanje en Italië.

Onze minister-president Mark Rutte is daar kennelijk zo van geschrokken dat hij in overleg wil met Italië en Spanje en als zoethoudertje een eenmalige "gift" in het vooruitzicht stelt. Om maar te voorkomen dat die eurobonds er komen. Nederland blijft halsstarrig vasthouden aan een muntunie met ingebakken ontwerpfout. Als daar geen verandering in komt, dan heeft de euro geen toekomst. Het lijkt er op dat de Duitsers daarin de weg gaan wijzen en dat Nederland dan moet volgen. Dat zou wel met enig gezichtsverlies gepaard gaan.

Over die ontwerpfout is er vandaag ook in de Volkskrant: Coronavirus legt een nieuwe bom onder de euro van Steven Brakman en Harry Garretsen. Met als conclusie (mijn cursivering):
Wil de euro overleven, dan zullen links- of rechtsom meer transfers of risicodelingen plaats moeten vinden tussen noord en zuid. Dat kan enigszins verhuld via de (risico)spreiding van de financiële lasten via Euro-obligaties of rechtstreeks via het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), zoals onlangs op volkskrant.nl door Arnoud Boot en Dirk Schoenmaker (Columns & Opinie, 26 maart) is bepleit. Maar dit zijn uitvoeringen van hetzelfde basisidee: een systeem dat ongelijkheden tussen eurolanden beperkt. Zijn landen als Nederland daartoe niet bereid dan is de sombere conclusie dat de toekomst van de euro op het spel staat. En met de euro ook de EU. Bij de vorige eurocrisis in 2010 is de ontwerpfout van de euro niet gerepareerd. Laten we deze keer niet dezelfde fout maken. Een goed ontworpen transfersysteem is dus niet alleen een teken van saamhorigheid, waarvan momenteel terecht veel sprake is, maar domweg noodzakelijk in een muntunie.
Het is verhelderend om over dat ontstaan van de euro in de jaren negentig nog eens Eurotragedy. A Drama in Nine Acts van Ashoka Mody op te slaan (bestel bij je lokale boekhandel). Later meer daarover, maar nu alvast dit citaat (p. 27-8 van het ebook):
Kohl (Helmut Kohl, de Duitse bondskanselier) wanted the single currency to be his legacy as chancellor of European unity, but he understood that the German public fiercely opposed giving up the deutschmark. Hence, he endlessly reassured Germans that  that they would not pay to bail out other countries using the single currency. At the negotiating table, therefore, Germans insisted that the incomplete monetary union be governed by a fiscal rule, one that required member countries to keep their budget deficits below 3 percent of GDP.
They called this rule, in another masterly stroke of framing, a "convergence criterion". It created the illusion that the economies of countries that followed the rule would "converge" or align with the movements of other countries, making the single monetary policy more relevant to all. In June 1997, they made this rule the centerpeice of the Stability and Growth Pact (SGP). But of course, a budget rule, like a single currency, neither promotes convergence nor creates stability. To the contrary, a government forced by the rule to reduce its budget deficit during a recession will place its economy in a deeper recession. Divergent economies will not converge; they will diverge, and they will be more unstable.

dinsdag 24 maart 2020

Trekt de huidige generatie van politici de juiste les uit de coronacrisis voor de economie?

Update. Nu, eind mei, is al wel heel duidelijk geworden dat er in de Duitse politiek ten aanzien van de euro een wending ten goede is. Caroline de Gruyter vertelt er meer over: 
Hawks to doves? Germany's new generation of economists. Dit moet, zoals in de vorige update al vermoed, het werk zijn geweest van de SPD-minster van Financiën Olav Scholz, die zich omringd heeft met een nieuwe generatie economische adviseurs. En die ook in staat is geweest om kanselier Merkel en haar CDU-achterban op andere gedachten te brengen. Nu is de vraag of de Nederlandse politiek zal volgen. Dat zal dan inderdaad een volgen zijn, want er zijn helaas nog geen tekenen van het aantreden van een nieuwe generatie economische adviseurs op ons ministerie van Financiën. Daar lijkt nog het mantra rond te waren dat met de euro alles prima in orde is en dat alles goed komt als de zuidelijke eurolanden maar nog meer gaan bezuinigen en gaan "hervormen". Dat de euro een ontwerpfout kent waar de zuidelijke eurolanden onder gebukt gaan en de noordelijke van profiteren, daarvoor sluiten ze in Den Haag tot nu toe de ogen. Lees over die ontwerpfout vooral ook Economic theories that influenced the judges of Karlsruhe, waarin Paul de Grauwe die nog eens uitlegt. 
Update. Weliswaar is onze minister van Financiën Wopke Hoekstra tot het inzicht gekomen, zie hieronder, "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën", maar erg consistent in het uitdragen van dat inzicht is hij niet. Zo wekte hij ergernis, ja, verontwaardiging, bij zijn collega-ministers van de eurozone door Spanje en Italië te verwijten dat ze in de afgelopen jaren niet, zoals Nederland, hun begroting "op orde" hebben gebracht.
Daarbij volledig negerend dat de bezuinigingen van de regeringen-Rutte juist veel schade aan de Nederlandse economie hebben toegebracht en dat bovendien die bezuinigingen helemaal niet nodig zijn geweest om nu de economische gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. En negerend dat Italië en Spanje wel degelijk hebben bezuinigd en mede daardoor nog steeds hoge werkloosheidscijfers hebben en een stagnerende economie. En negerend dat juist Nederland als belastingparadijs voor grote ondernemingen schade creëert voor landen als Italië en Spanje.
Hoekstra gebruikte zijn verwijten als argument om de invoering van eurobonds tegen te houden. Met dat standpunt heeft hij nu alleen nog Oostenrijk, Finland en Duitsland mee. Met de kanttekening dat er binnen het Duitse ministerie van Financiën heel andere opvattingen bestaan. Zo heeft een belangrijk adviseur van minister Olaf Scholz, Jakob von Weizsäcker, in zijn eerdere functie in Brussel een model voor de invoering van eurobonds uitgewerkt. Zie Mark Schieritz, Was traut er sich? Olaf Scholz baut das Finanzministerium um – es könnte ein Zentrum für neue Ideen werden. Scholz zal hem met een reden naar zijn ministerie hebben gehaald.
Nederland zou nog wel eens vanuit Berlijn verrast kunnen worden. Want ondanks dat inzicht van Hoekstra lijkt het Haagse ministerie nog steeds op slot voor nieuwe ideeën.
Een van de vragen die Inki de Jonge van het Dagblad van het Noorden mij vorige week stelde was of de wereld door de coronacrisis naar een andere mindset toe moet. Ik zag dat als een vraag naar de lessen die nu getrokken zouden moeten worden en hier is het antwoord dat ik improviseerde:
,Zo’n grote gebeurtenis als dit leert ons twee lessen. De eerste is dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. En de tweede is dat we een sterke overheid nodig hebben. Dat laatste zijn we in de loop van de afgelopen veertig jaar uit het oog verloren. Het is een les die we na 2008 hadden moeten leren. Dat een kleine overheid, deregulatie, privatisering en marktdenken ons in een financiële crisis stortten. Die crisis had echter het merkwaardige gevolg dat de VVD, de partij die juist die waarden propageert, de grootste partij werd in Nederland. Terwijl de les had moeten zijn: we hebben een sterke overheid nodig. Deze coronacrisis kan ertoe leiden dat dat besef er alsnog komt.' (Zie De coronacrisis als sociaal experiment. 'Een epidemie houdt mensheid een spiegel voor, ook verschenen in de Leeuwarder Courant).
Als achtergrond van die improvisatie kunnen allerlei berichten op dit blog dienen, zoals die achter de labels bestaansonzekerheid, bezuinigingszeepbel, eurocrisis, kredietcrisis, neoliberalisme en verzorgingsstaat.

Hoe die improvisatie standhoudt, dat valt nu en in de komende weken en maanden (en jaren?) van dag tot dag te volgen. Het meest actueel is de vraag of de coronacrisis nu echt en voorgoed een einde maakt aan wat ik in 2011 de bezuinigingszeepbel noemde, de gedachte die bij politici postvatte dat na de crisis van 2008 - 2010 het terugdringen van de overheidstekorten prioriteit boven alles moest krijgen. De rotsvaste overtuiging die ook al ten grondslag lag aan de opzet van de euro, in het bijzonder aan het Stabiliteits- en Groeipact. Waarvan de naamgeving het onderliggende idee verraadt: als de overheidsfinanciën maar "op orde" zijn, dan kan de markt zijn werk doen en zal de economie wel weer gaan groeien.

Die bezuinigingszeepbel zou nu wel eens voorgoed kunnen barsten. Zie In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie. Onze huidige minister van Financiën is tot het inzicht gekomen "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën." Als "de huidige generatie van politici" (Bas Jacobs op 18 maart in Economen in tijden van corona 01) zich achter dat inzicht stelt, dan is er, eindelijk en helaas met een globale crisis als aanleiding, een heel belangrijke les geleerd. Zie ook naar de overheidsmaatregelen die in Duitsland worden genomen, waar afscheid wordt genomen van die economisch onzinnige schwarze Null. En in Groot-Britannië. En misschien in de Verenigde Staten, maar daar liggen Trump en de Republikeinen nog in de weg, met misschien rampzalige gevolgen.

Wat nog zorgen baart is of, als deze crisis eenmaal achter de rug is, de "budgettaire kramp" (Bas Jacobs) weer de kop opsteekt. Moeten overheden dan weer drastisch gaan bezuinigen om de ontstane tekorten weer terug te dringen? Zodat we weer terugkeren naar de lage rentes en lage economische groei, dus naar de "seculiere stagnatie"?

Nee, natuurlijk. Net zo als de landen na de Tweede Wereldoorlog hun hoog opgelopen schulden nooit hebben terugbetaald, omdat die "verdampten" in de naoorlogse economische groei, moet dat ook na de coronacrisis niet gebeuren. Niet alleen is dat niet nodig, het zou grote schade toebrengen aan het economische herstel.

Niet overtuigd? Lees voor een fraaie uitleg even A Short Comment on the UK Government’s Fiscal Policy in the Current Crisis.

donderdag 19 maart 2020

Wordt de euro door de coronacrisis eindelijk een normale, en dus succesvolle, muntunie?

Update. Er is nu in een open brief een oproep aan de Europese Raad, de raad dus van regeringsleiders van de Europese Unie, om over te gaan tot het uitgeven van gezamenlijke staatsobligaties van de eurolanden, van eurobonds. Zie An Open Letter to the Members of the European Council. Je kunt nog ondertekenen.
Dat mijn voorlaatste bericht over de eurocrisis (Waarom zou je de euro laten voortbestaan als die niet gebruikt wordt om de welvaartswinsten die mogelijk zijn ook te realiseren) al weer dateert van tien maanden geleden, moet niet worden opgevat als een teken dat die crisis is opgelost. De ontwerpfout in de opzet van de euro kwam aan het licht na de Grote Financiële Crisis van 2008 - 2010. Nu het coronavirus toeslaat, met grote economische gevolgen, blijkt dat die fout nog steeds niet afdoende is hersteld. Zie wat die economische gevolgen betreft en de reacties daarop het laatste bericht: In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie.

Waaruit bestaat die ontwerpfout? Ik herhaal nog maar een keer deze uitleg:
Na de introductie van de euro ontstond de indruk, die ook niet werd weersproken, dat de obligaties van de eurozonelanden allemaal even veilig waren. Daardoor ontstonden er grote kapitaalsstromen naar de zuidelijke eurolanden. Denk aan de prachtige tolwegen die in Spanje werden aangelegd, waar nauwelijks op wordt gereden.
Toen de crisis uitbrak, bleek ineens dat de leningen aan die landen niet gegarandeerd werden. Ze hadden immers geen eigen centrale bank meer en de Europese Centrale Bank mocht niet te hulp schieten. Het had toen misschien nog goed kunnen worden opgelost, met wat goede wil van Duitsland en Nederland. Maar het werd al snel duidelijk hoe de zaken er voor stonden na de verklaring van Angela Merkel dat elk land afzonderlijk, en niet Europa gezamenlijk, garant moest staan voor zijn financiële instituties. Geen gezamenlijke aansprakelijkheid, dat was de voorwaarde waaronder Duitsland met de euro akkoord was gegaan.
Goed doordacht was dat natuurlijk niet. Want toen kwamen de problemen. De kapitaalsstromen gingen retour naar de landen die de fondsbeheerders veilig vonden, dus naar Duitsland en Nederland. Die daardoor heel lage rentes konden gaan betalen, waar snel stijgende rentes voor de zuidelijke landen tegenover stonden. Er kwam een run uit de landen die als zwak werden gezien. Zo zwak waren ze ook weer niet, maar waarom zou je hun obligaties opkopen als je binnen dezelfde muntunie ook bij veiliger landen terecht kunt?
Die run had tot het uiteenvallen van de euro kunnen leiden, als niet Mario Draghi had ingegrepen met zijn whatever it takes. Waar Duitsland en Nederland zich wel bij moesten neerleggen. Maar het probleem zelf is daarmee niet afdoende opgelost.
Dat dat laatste zo is, bleek toen de opvolgster van Mario Draghi, Christine Lagarde, op haar persconferentie van 12 maart zich liet ontglippen dat ze het niet als taak van de ECB zag om het uiteenlopen van de rentes op staatsobligaties van de eurozonelanden (de spreads) tegen te gaan: “We are not here to close spreads, there are other tools and other actors to deal with these issues.”

Ze moet toch niet zo goed hebben opgelet toen ze door Draghi bij de overdracht werd bijgepraat. Zo lang de regeringsleiders van de eurozonelanden niet bereid zijn die ontwerpfout te herstellen, is het enige dat de euro behoedt voor uiteenvallen het whatever it takes van de ECB.

Dat Lagarde dat even was vergeten, kwam nogal stuntelig over. De rente die Italië moest betalen op zijn staatsobligaties schoot meteen omhoog, terwijl dat land toch al zo extreem geplaagd wordt door het coronavirus. Met als gevolg lagere rentes voor Duitsland en Nederland, omdat de fondsbeheerders daarnaar konden uitwijken. Zo kan een muntunie natuurlijk niet functioneren. Lagarde kwam spoedig op haar uitspraak terug, met excuses en bovendien nog een extra toelichting door de hoofdeconoom van de ECB, Philip Lane. Zo was het niet bedoeld, maar veel kwaad was al geschied.

Als de coronacrisis toch nog iets goeds voortbrengt, dan is het dat de regeringsleiders nu echt gaan inzien dat het zo niet verder kan. Paul de Grauwe, die al heel vroeg op die ontwerpfout wees, legde gisteren uit wat er zou moeten gebeuren: The ECB Must Finance COVID-19 Deficits. De ECB moet niet alleen staatsobligaties kunnen opkopen op de secundaire markten, zoals ze nu doet, maar ook op de primaire markten. Dat zou inderdaad neerkomen op het monetaire financieren van begrotingstekorten van overheden, wat tot nu toe door de opzet van de euro wordt tegengehouden. Maar het is een essentiële taak van een centrale bank in tijden van crisis.

Een daarmee vergelijkbare oplossing is om naast de nationale ook gezamenlijke staatsobligaties van de eurolanden uit te geven (eurobonds). En precies dat voorstel is nu dus weer opnieuw naar voren gebracht door de Italiaanse premier Giusppe Conte, speciaal om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden. Marcel de Boer schrijft daarover in het Financieel Dagblad: Met het coronavirus zijn eurobonds niet langer een taboe.

Het lijkt erop dat Duitsland, en in zijn kielzog, Nederland, het verzet tegen die eurobonds nu gaan opgeven. Dat is een belangrijke ontwikkeling, omdat het een onmisbare stap is in de richting van een normaal en dus succesvol functioneren van een muntunie. De oorspronkelijke opzet van de euro dateert uit de tijd van de neoliberale fantasiewereld dat er nooit meer financiële crisissen zouden optreden.

Dat was de tijd van de zogenaamde Great Moderation. Maar een fantasiewereld kan nooit lang standhouden.

dinsdag 28 mei 2019

Waarom zou je de euro laten voortbestaan als die niet gebruikt wordt om de welvaartswinsten die mogelijk zijn ook te realiseren?

Hoe staat het er eigenlijk voor met de eurocrisis? Mijn laatste bericht daarover dateert al weer van ruim een jaar geleden: Paul de Grauwe herinnert er nog eens aan dat de euro zonder gezamenlijke aansprakelijkheid niet levensvatbaar is.

Zijn er intussen maatregelen genomen om die crisis op te lossen? Nee, dat is duidelijk niet het geval. Hoewel er niet meer de acute vrees bestaat dat de muntunie uiteen zal vallen, zijn de onderliggende problemen bepaald niet opgelost.

De EMU (Economische en Monetaire Unie) werd opgezet in de jaren 90 van de vorige eeuw en werd bezegeld met het Verdrag van Maastricht in 1992. Dat was in de hoogtijdagen van het neoliberalisme.
Het was toen nog niet bon ton om dat woord te gebruiken, vanwege de toen heersende mening dat het hier niet ging om een ideologie, maar om een stelsel van objectieve economische inzichten. Daar is bijna iedereen ondertussen anders over gaan denken.
Dat hield in dat allerwegen de overtuiging heerste dat alle economische problemen konden worden opgelost door "hervormingen". Hervorming was het toverwoord en iedereen knikte instemmend als dat woord voorbijkwam. Het ging erom dat meer op de werking van de markt moest worden vertrouwd en minder op wat de overheid zou kunnen doen. Niet alleen moest de overheid een kopje kleiner worden gemaakt, ook moest het inzicht dat de overheidsbegroting een stabiliserende functie voor de economie zou kunnen hebben, overboord worden gezet.

Met die "hervormingen" en een verbod op hoge begrotingstekorten, zoals vastgelegd in dat Verdrag van Maastricht, zou alles goed komen. En voor het monetaire beleid betekende een en ander dat alles erop gericht moest zijn om de inflatie op of dicht tegen de 2 procent te houden. Een werkgelegenheidsdoelstelling was taboe, want het waren immers die "hervormingen" die daar voor zouden zorgen. Bovendien was oplopende werkloosheid soms nodig om de lonen te laten dalen en dat was weer nodig om "concurrerend" te kunnen zijn.

De onvolkomenheden in deze redeneringen kwamen hardhandig aan het licht bij het uitbreken van de Grote Financiële Crisis in 2008 - 2010. Ik citeer even uit dat vorige bericht over de ontwerpfout waar Paul de Grauwe op wees:
Na de introductie van de euro ontstond de indruk, die ook niet werd weersproken, dat de obligaties van de eurozonelanden allemaal even veilig waren. Daardoor ontstonden er grote kapitaalsstromen naar de zuidelijke eurolanden. Denk aan de prachtige tolwegen die in Spanje werden aangelegd, waar nauwelijks op wordt gereden.
Toen de crisis uitbrak, bleek ineens dat de leningen aan die landen niet gegarandeerd werden. Ze hadden immers geen eigen centrale bank meer en de Europese Centrale Bank mocht niet te hulp schieten. Het had toen misschien nog goed kunnen worden opgelost, met wat goede wil van Duitsland en Nederland. Maar het werd al snel duidelijk hoe de zaken er voor stonden na de verklaring van Angela Merkel dat elk land afzonderlijk, en niet Europa gezamenlijk, garant moest staan voor zijn financiële instituties. Geen gezamenlijke aansprakelijkheid, dat was de voorwaarde waaronder Duitsland met de euro akkoord was gegaan.
Goed doordacht was dat natuurlijk niet. Want toen kwamen de problemen. De kapitaalsstromen gingen retour naar de landen die de fondsbeheerders veilig vonden, dus naar Duitsland en Nederland. Die daardoor heel lage rentes konden gaan betalen, waar snel stijgende rentes voor de zuidelijke landen tegenover stonden. Er kwam een run uit de landen die als zwak werden gezien. Zo zwak waren ze ook weer niet, maar waarom zou je hun obligaties opkopen als je binnen dezelfde muntunie ook bij veiliger landen terecht kunt?
Die run had tot het uiteenvallen van de euro kunnen leiden, als niet Mario Draghi had ingegrepen met zijn whatever it takes. Waar Duitsland en Nederland zich wel bij moesten neerleggen.
Maar het probleem zelf is daarmee niet afdoende opgelost.
Dat laatste blijkt er bijvoorbeeld uit dat, in tegenstelling tot de oorspronkelijke convergentiedoelstelling, de economieën van de centrale en de zuidelijke eurozonelanden na 2008 sterk uiteen zijn gaan lopen (zijn gaan divergeren). Die ontwikkeling van hoge werkloosheid, armoede en stagnatie in Italië, Griekenland, Portugal en Spanje tegenover economische groei in Duitsland en Nederland wordt uitgebreid geanalyseerd door Philip Poppitz in Multidimensional inequality and divergence: The Eurozone crisis in retrospect, dat besluit met:
Because divergence seems to be remaining high, European policies aimed at economic convergence and social cohesion are needed now more than ever. Otherwise, doubts as to the perspectives of the euro will continue to arise, and macroeconomic policies for the whole euro area will face increasing policy trade-offs amid the high heterogeneity within the monetary union.
En zie in het bijzonder ook deze analyse van Servaas Storm van de stagnatie van de Italiaanse economie sinds 2009: Lost in deflation:Why Italy’s woes are a warning to the whole Eurozone. Waarin hij erop wijst, tegen de heersende opinie in, dat die stagnatie er vooral ook aan moet worden toegeschreven dat de Italianen wat betreft de naleving van de regels van de eurozone (bezuinigingen en hervormingen) roomser dan de Paus zijn geweest. Het waren immers Italiaanse economen die de boodschap verkondigden dat door bezuinigingen de economie snel weer zou gaan groeien. Zie De oorsprong van de bezuinigingszeepbel uit 2012.

Dat er echt wat moet veranderen in de opzet van de muntunie lijkt nu eindelijk in bredere kring door te dringen. Die oorspronkelijke ontwerpfout bestaat eruit dat landen hun eigen centrale bank hebben opgegeven en dat de ECB, die daarvoor in de plaats is gekomen, alleen beleid mag voeren voor de eurozone als geheel.

Dat betekent dat er zich in tijden van crisis zogenaamde landenspecifieke schokken kunnen voordoen. Zoals omschreven in het citaat hierboven over Paul de Grauwe. Door toetreden tot de euro zijn landen de aanpassingsmechanismen kwijtgeraakt van begrotingspolitiek, wisselkoersen en eigen monetair beleid. De Grauwe pleit daarom voor risicodeling tussen eurozonelanden.

Dat kan op verschillende manieren. László Andor, die van 2010 tot 2014 lid was van de Europese Commissie , pleit al langer voor een basis werkloosheidsverzekering voor de eurozone, die landen zou helpen om schokken op te vangen.

Maar nu is vooral een budgettaire stabilisatiefunctie in discussie, inhoudende dat de eurzonebegroting wordt uitgebreid met een schokfonds, waarin landen elk jaar geld inleggen waaruit kan worden uitgekeerd aan landen die in tijden van crisis in de problemen zijn gekomen.

Het voorstel van zo'n schokfonds is al vorig jaar gedaan door het IMF. Ons eigen Centraal Planbureau heeft zich nu gebogen over de mogelijkheden van zo'n schokfonds: Een budgettaire stabilisatiefunctie.

Het CPB laat zien dat zulke landenspecifieke (asymmetrische) schokken veel voorkomen en dat landen inderdaad slecht zijn toegerust om ze geheel zelfstandig op te vangen. En dat zulks een groot verschil is met een normale muntunie, zoals die bestaat tussen de staten van de Verenigde Staten.

De conclusie is dan ook dat het goed zou zijn om ook de euro meer vorm te geven als een normale muntunie. Dat wil zeggen, het CPB komt tot de conclusie dat invoering van een schokfonds welvaartsverhogend is.

Maar het valt op dat daar meteen aan wordt toegevoegd dat invoering  niet nodig is voor het voortbestaan van de euro.

Want er zijn ook andere, deels al bestaande middelen. De bankenunie en kapitaalmarktunie kunnen vervolmaakt worden. En er zijn al uitzonderingsclausules op de begrotingsregels en er is het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM).

Maar om daar voor in aanmerking te komen moeten landen natuurlijk weer aan de voorwaarden voldoen van de "solide begrotingspositie".

Ik vind het eigenaardig. Want waarom zou je de euro laten voortbestaan als die niet gebruikt wordt  om de welvaartswinsten die mogelijk zijn ook te realiseren?

Ook het CPB gaat kennelijk nog uit van die neoliberale fantasie dat met een "solide begrotingspositie" altijd alles goed komt. En dat bezuiniging dus altijd de aangewezen weg is om uit de problemen te komen. De gevolgen daarvan voor de vraag en dus voor de kans op langdurige stagnatie, zoals Servaas Storm die beschrijft voor Italië, nee, die blijven buiten beschouwing.

Maar toch, mooi dat er nu eindelijk discussie is over wat er echt nodig is om de euro goed te laten werken. Met echt oog voor de te boeken welvaartswinsten, ook voor de landen die er tot nu toe zo bekaaid afkomen.
De problemen met de euro zijn juist ook sociaalwetenschappelijk interessant, want het gaat hier om een probleem van zelforganisatie, niet tussen personen, maar tussen nationale staten. Zie nog eens, uit 2012, De eurocrisis als voorbeeld van falende zelf-organisatie.

woensdag 7 maart 2018

Paul de Grauwe herinnert er nog eens aan dat de euro zonder gezamenlijke aansprakelijkheid niet levensvatbaar is

De euro is uitgedacht in de neoliberale fantasiewereld waarin "hervormingen" en gedereguleerde financiële markten er altijd voor zouden zorgen dat alles goed komt. Crises zouden niet meer optreden of zouden als vanzelf snel weer oplossen.

Die fantasiewereld stortte ineen met de Grote Financiële Crisis van 2008-2010, waaraan al enkele waarschuwingen vooraf waren gegaan. Toen bleek hoe ondoordacht de euro in elkaar was gezet. En bleek hoe groot het risico was dat landen lopen die tot een muntunie toetreden en daarmee een eigen centrale bank opgeven.

Op de ontwerpfout die toen aan het licht kwam, heeft Paul de Grauwe als eerste gewezen. Ik stond daar in 2012 bij stil in het bericht Waarom je met hervormingen de eurocrisis niet oplost.

Wat is het geval? Na de introductie van de euro ontstond de indruk, die ook niet werd weersproken, dat de obligaties van de eurozonelanden allemaal even veilig waren. Daardoor ontstonden er grote kapitaalsstromen naar de zuidelijke eurolanden. Denk aan de prachtige tolwegen die in Spanje werden aangelegd, waar nauwelijks op wordt gereden.

Toen de crisis uitbrak, bleek ineens dat de leningen aan die landen niet gegarandeerd werden. Ze hadden immers geen eigen centrale bank meer en de Europese Centrale Bank mocht niet te hulp schieten. Het had toen misschien nog goed kunnen worden opgelost, met wat goede wil van Duitsland en Nederland. Maar het werd al snel duidelijk hoe de zaken er voor stonden na de verklaring van Angela Merkel dat elk land afzonderlijk, en niet Europa gezamenlijk, garant moest staan voor zijn financiële instituties. Geen gezamenlijke aansprakelijkheid, dat was de voorwaarde waaronder Duitsland met de euro akkoord was gegaan.

Goed doordacht was dat natuurlijk niet. Want toen kwamen de problemen. De kapitaalsstromen gingen retour naar de landen die de fondsbeheerders veilig vonden, dus naar Duitsland en Nederland. Die daardoor heel lage rentes konden gaan betalen, waar snel stijgende rentes voor de zuidelijke landen tegenover stonden. Er kwam een run uit de landen die als zwak werden gezien. Zo zwak waren ze ook weer niet, maar waarom zou je hun obligaties opkopen als je binnen dezelfde muntunie ook bij veiliger landen terecht kunt?

Die run had tot het uiteenvallen van de euro kunnen leiden, als niet Mario Draghi had ingegrepen met zijn whatever it takes. Waar Duitsland en Nederland zich wel bij moesten neerleggen.

Maar het probleem zelf is daarmee niet afdoende opgelost. En dat roept de vraag op of de laatste ontwikkelingen, de plannen die Duitsland en Frankrijk samen lijken te gaan ontwikkelen, wel voor die oplossing zullen zorgen. Verschillende voorstellen doen nu de ronde, zoals dat van een aantal Franse en Duitse economen.

En daar komt Paul de Grauwe weer in beeld. Want samen met Yuemei Ji herinnert hij er nog maar eens aan dat een oplossing echt alleen maar kan bestaan uit de aanvaarding van gezamenlijke aansprakelijkheid van alle deelnemende landen in de vorm van Eurobonds. Zie How safe is a safe asset. Zolang die er niet is, zal in een volgende crisis aan het licht komen dat de eurozone inherent instabiel is. De rentes op de overheidsobligaties zullen weer snel uiteen gaan lopen. Anders gezegd, als je een muntunie wilt, dan moet je die ook echt willen, dus met gezamenlijke aansprakelijkheid.

Merkwaardig dat de huidige politici, met Nederland voorop, dat maar niet willen of kunnen inzien. En dus ook niet inzien dat daarzonder de euro op den duur niet levensvatbaar is.

vrijdag 29 januari 2016

Hoog tijd voor een andere politiek. En voor een ander vak economie - N.a.v een rede van Paul de Grauwe

Paul de Grauwe, die als eerste wees op de systeemfouten in het stelsel van de eurozone, legt in deze rede ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Universiteit van Maastricht nog eens uit welke kapitale ontwerpfouten er zijn gemaakt bij de introductie van de euro.



Neem een halfuurtje om bijgepraat te worden. En blader nog eens door mijn eerdere berichten over en naar aanleiding van Paul de Grauwe, zoals Paul de Grauwe haalt zijn gelijk binnen. Terecht en Paul Krugman neemt zijn hoed af voor die andere Paul.

Aan het eind van zijn betoog gaat hij in op de vraag hoe het nu met de euro verder moet. En daar bepleit hij om te proberen met kleine stapjes vooruit te komen. Want de grote stap die eigenlijk nodig is, een politieke unie, is politiek niet haalbaar. Maar na die kleine stapjes te hebben uiteengezet, een gemeenschappelijke werkloosheidsverzekering en een gemeenschappelijke consolidatie van schulden, moet hij eigenlijk wel toegeven dat zelfs die kleine stapjes politiek niet haalbaar zijn. 

En dat wijst ons op het treurige gegeven dat er in Europa een sekte aan de macht is, die met dubbele volharding reageert op de opeenstapeling van weerleggingen van het eigen gelijk. Vandaar dat het meer in de rede ligt om ons voor te bereiden op het uiteenvallen van de eurozone. Zie Over het naderende einde van de eurozone.

Maar het betoog van Paul de Grauwe is ook om een andere reden interessant. Het gaat om een passage van twee à drie minuten die begint na 10 minuten. Hij zet daar het economische recept uiteen voor de zwakkere landen binnen de eurozone, inhoudende dat die landen hun economie moeten flexibiliseren. Dat is het bekende neoliberale stokpaardje van de Europese elite: de lonen en de uitkeringen en de overheidsuitgaven moeten omlaag. Economisch gezegd: interne devaluatie. Dat is ook precies het beleid dat aan de "perifere" landen is opgelegd.

Wat dan opvalt is dat De Grauwe niet een economisch argument gebruikt voor de ondeugdelijkheid van dat recept. Nee, wat het onwerkzaam maakt is dat het tot een politieke opstand leidt. De bevolking pikt het niet om zo in de misère en de armoede te worden geduwd. Klopt. Kijk naar Griekenland, Portugal en Spanje. Het economische recept stuit dus op een politieke grens.

En dat leert iets over het vak economie en over hoe economen, ook Paul de Grauwe dus, de afbakening met de politiek zien. Het leert ons dat het vak economie zich zo heeft ontwikkeld, althans een groot gedeelte van het vak, dat alles in dienst moet staan van dat ene einddoel: de perfecte werking van het marktmechanisme. In plaats van dat het vak zich in dienst stelt van het menselijk welzijn, is het er geheel en al op ingesteld om het abstracte ideaal van de perfecte markt te verwezenlijken. Mensen en wat mensen nodig hebben zijn bijzaken.

In dat wereldbeeld is de arbeidsmarkt niet te onderscheiden van andere markten, zeg die van aardappelen. Aardappeloverschot? De aardappelprijs is te hoog. Werkloosheid? De prijs van arbeid is te hoog. Lager die lonen. Een hongerloon is niet een misstand, nee, het is een economisch instrument. Bestaansonzekerheid? Net goed. Dat leert de arbeiders om met een lager loon genoegen te nemen. Wees flexibel!

Nu denken veel economen niet zo. En naar ik meen te weten ook Paul de Grauwe niet. Maar het is wel een manier van denken die door veel economen wordt aangehangen. En, en dat is erger, waar veel politici hun oren naar laten hangen.

Conclusie: niet alleen moet er in de politiek veel veranderen, ook het vak economie moet weer over mensen  gaan. Moet in dienst staan van het menselijk streven naar welvaart, welzijn en bestaanszekerheid. En dat laatste zou veel meer voorop moeten staan. Want de menselijke natuur zit zo in elkaar dat bestaanszekerheid wel een heel hoge prioriteit heeft. 

Immers, we weten dat mensen liever een gestage geringere inkomenstoename hebben dan een per saldo hogere, maar met ups en downs. En we weten wat die zogenaamde "interne devaluatie", die schandalige daling van lonen en uitkeringen en overheidsuitgaven, voor menselijk leed heeft veroorzaakt. Denk alleen maar even aan het zelfmoordcijfer in Griekenland. Update. En denk aan die andere kwalijke gevolgen van bestaansonzekerheid: wrok en negatieve sentimenten tegenover immigranten en vreemdelingen. Zie hier en hier.

Het is hoog tijd dat we een vak economie krijgen dat zich in dienst stelt van de basale behoefte aan bestaanszekerheid. Zodat die behoefte niet langer alleen maar langs de weg van de politiek behartigd hoeft te worden. En zodat economen niet meer kunnen zeggen: we weten wel hoe het moet, maar ja, de politiek staat in de weg. Hoe bizar is dat eigenlijk.

dinsdag 16 juni 2015

Krijgen we de Duitsers terug in het hok? Besluit Europese Hof van Justitie helpt

Krijgen we de Duitsers terug in het hok? Ik bedoel natuurlijk niet alle Duitsers, maar de leden van de politiek-economische elite die met hun wereldvreemde ordo-liberale leerstellingen het Europese eenwordingsproject om zeep helpen en daarbij grote economische schade en menselijke ellende hebben veroorzaakt. Het verbaast dat ze zo halsstarrig aan die leerstellingen blijven vasthouden en ze zo ongeremd aan andere landen willen opdringen. Evenals dat het verbaast dat die andere landen tot nog toe zo weinig weerwerk hebben geboden. Lees nog eens Wat het meest blijft verbazen: het eurozoneschandaal.

Maar er zijn twee ontwikkelingen aan de gang die doen hopen dat "we" de Duitsers, enigszins oneerbiedig gezegd, ik geef het toe, terug in het hok krijgen.

De eerste is natuurlijk de ontwikkeling die in gang is gezet met de uitkomst van de verkiezingen in Griekenland. De nieuwe Griekse regering lijkt niet te willen buigen voor het vooral door Duitsland geëiste bezuinigingsdictaat. Waarschijnlijk zal Merkel terugdeinzen voor een Grexit en dan moet ze dus door de bocht. Als dat gebeurt, dan hebben de Griekse kiezers de aanzet gegeven tot een terugkeer van het gezonde verstand in Europa. Misschien krijgen we nog deze week duidelijkheid daarover.

De tweede ontwikkeling is dat vandaag het Europese Hof van Justitie te Luxemburg heeft besloten dat de Europese Centrale Bank volgens de huidige regelingen een normale centrale bank is. Dat wil zeggen, dat ze bevoegd is om op secundaire markten staatsobligaties op te kopen, omdat zulks valt onder het reguliere monetaire beleid. Anders gezegd, Draghi krijgt gelijk van het Hof met zijn Whatever it takes - speech op 26 juli 2012.

Dat is een belangrijke uitspraak van het Hof, omdat een muntunie zonder een centrale bank met een functie als lener in laatste instantie niet kan functioneren. Zie nog eens mijn bericht Europese Hof van Justitie: ECB mag echte centrale bank zijn. Maar moet wel uit de Troika. De onduidelijkheid die daarover tot nu toe bestond, was een fatale weeffout in de regeling van de muntunie. Hij was de oorzaak van het sterke uiteenlopen van de rentes op staatsobligaties tussen de perifere landen en de kernlanden (Duitsland, Nederland, Finland, Oostenrijk). Waardoor de problemen na de crisis van 2008 alleen maar verergerden, overigens zodanig dat die kernlanden daarvan profiteerden. Het was Paul de Grauwe die de eer toekomt als eerste op deze weeffout te hebben gewezen. Zie Oplossing eurocrisis vereist (nog steeds) een echte Europese Centrale Bank - Paul de Grauwe.

Dat het Europese Hof dit besluit heeft genomen, is eigenlijk geen verrassing meer, omdat het advies van de Advocaat-Generaal van het Hof op 14 januari van dit jaar al in deze richting wees. Maar het is wel interessant hoe de Duitsers nu zullen reageren. Want het Duitse constitutionele Hof in Karlsruhe heeft eerder uitgesproken dat dat opkoopprogramma van de ECB in strijd zou zijn met de Duitse grondwet. Het Europese Hof wijst die redenering af en stelt dat Karlsruhe zich aan Luxemburg dient te onderwerpen.

Anders gezegd, de Duitsers moeten terug in het hok.

woensdag 18 februari 2015

Het misverstand dat in "de economie" alles draait om concurrentie

Naast het misverstand dat "de economie" bestaat uit het bedrijfsleven, is er ook het wijdverbreide misverstand dat in "de economie" alles draait om concurrentie. Als er maar voldoende concurrentie is tussen aanbieders en als landen maar genoeg concurreren op hun "concurrentiekracht" (competitiviteit), dan zal de economie bloeien en zal de economische groei grote hoogten bereiken.

Dat misverstand ligt ten grondslag aan het grootscheepse proces van deregulering, liberalisering en privatisering dat we in veel landen de laatste tientallen jaren hebben meegemaakt. In dat proces zijn zeker ook schadelijke prijsopdrijvende kartels en beschermingsconstructies opgeruimd. Ook in Nederland, dat voordien bekend stond als het kartelparadijs. En het is juist Europese regelgeving geweest die dat proces heeft bevorderd. Dat wijst er op dat er te weinig concurrentie kan zijn. Maar we hebben ook geleerd dat het concurrentiedenken kan doorschieten.

Ook ligt het ten grondslag aan de economische doctrine die in Europa heerst, namelijk dat landen onderling dienen te concurreren om wie het meest exporteert en het minst importeert. Een strijd dus om wie het grootste betalingsbalansoverschot tot stand weet te brengen.

Er zijn goede redenen om vraagtekens te zetten bij een onbeperkt vertrouwen in de weldadige werking van concurrentie. Zowel als het gaat om concurrentie tussen aanbieders als concurrentie tussen landen. Nu over concurrentie tussen aanbieders; later meer over concurrentie tussen landen.

We weten al langer dat concurrentie tussen aanbieders onder bepaalde voorwaarden tot sub-optimale resultaten leidt. Met de aard van die voorwaarden houdt de theorie van het marktfalen zich bezig. Dan gaat het om het bestaan van externaliteiten (denk aan vervuiling), van informatie-asymmetrie (denk aan artsen), van publieke goederen (denk aan infrastructuur, schone lucht) en van het natuurlijke monopolie (denk aan het spoorwegennet). De mooiste samenvatting van al het denkwerk en onderzoek dat op dit terrein is verricht, vind je in Policy Analysis. Concepts and Practice van David Weimer en Aidan Vining, waarvan in 2010 de vijfde druk is verschenen. Ik heb er jarenlang college over gegeven.

Onder genoemde voorwaarden is er reden voor overheidsingrijpen in de markt of zelfs voor overheidsproductie. Maar omdat de overheid ook niet perfect is, is het wel zaak om de consequenties van marktfalen en van mogelijk overheidsfalen tegen elkaar af te wegen. In ieder geval zijn er dus aanwijsbare voorwaarden waaronder je niet zomaar kunt vertrouwen op concurrentie tussen aanbieders om een optimale uitkomst te genereren.

Maar genoeg daarover. Dit is alles bekende kost, hoewel niet bij sommige marktfundamentalisten.

Want naast die bestaande theorie van het marktfalen zijn er nog tenminste vier redenen om stil te staan bij de beperkingen van concurrentie als welvaartsgenererend mechanisme:
  1. Voor het tot stand komen van economische transacties is voldoende vertrouwen tussen partijen nodig, omdat contracten nooit volledig zijn. Je moet dus vaak op elkaars goede wil kunnen vertrouwen. Naast concurrentie is er vertrouwen nodig voor het bereiken van economische efficiëntie. Een fraai overzicht van het onderzoek op dit gebied is Trust, Growth and Well-being: New Evidence and Policy Implications (pdf) van Algan en Cahuc uit 2013. Zie ook Calculativeness, trust, and the reciprocity complex: is the market the domain of cynicism? van Rudi Wielers en mijzelf.
  2. Concurrentie kan uitkomsten tot stand brengen die velen van ons (dat hoeft niet iedereen te zijn) moreel afkeuren. We zijn nu eenmaal toegerust met rechtvaardigheids- en zorgemoties en concurrentie garandeert niet dat daar aan voldaan is. Vandaar de ontwikkeling van en de stabiele steun voor het idee van de verzorgingsstaat.
  3. Door alleen te vertrouwen op concurrentie kunnen we tekort doen aan het menselijk vermogen tot intrinsieke motivatie, de motivatie dus om dingen te doen voor jezelf of voor anderen omdat het je bevrediging en voldoening verschaft. Het concurrentiedenken houdt met deze motivatie geen rekening met mogelijk negatieve gevolgen.
  4. Concurrentie alleen zorgt maar beperkt voor investeringen die gericht zijn op innovatie. Zulke riskante investeringen komen vaak alleen tot stand als aanbieders een monopolie-achtige omvang hebben bereikt of als de overheid die taak op zich neemt. Zie het werk van Mariana Mazzucato.
In komende berichten zal ik hier verspreid over de tijd verder aandacht aan besteden. Een aardig recent boek is ook De limieten van de markt van Paul de Grauwe.

woensdag 14 januari 2015

Europese Hof van Justitie: ECB mag echte centrale bank zijn. Maar moet wel uit de Troika

De Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg heeft vandaag zijn advies aan het Hof uitgebracht over de vraag of het opkoopprogramma van staatsobligaties door de ECB (Mario Draghi's whatever it takes) verenigbaar is met het mandaat van de bank. Zie hier het persbericht en hier het volledige advies. Die vraag was bij het Hof terechtgekomen doordat het Duitse Constitutionele Hof als zijn oordeel had gegeven dat dit programma niet verenigbaar zou zijn met de Duitse grondwet, maar niettemin de zaak had doorverwezen naar het Europese Hof.

Hoe dat nu verder gaat met dat Duitse Hof is interessant, maar vooraleerst is de boodschap van het Europese Hof, gesteld dat die het advies overneemt, wat eigenlijk altijd gebeurt, overduidelijk: de ECB blijft binnen zijn mandaat met het opkoopprogramma. En dat is belangrijk nieuws.

Want bedenk dat dat opkoopprogramma, of eigenlijk alleen al de aankondiging daarvan, een grote weeffout in het eurozonestelsel herstelde. In dat stelsel was namelijk niet voorzien in een functie als lener in laatste instantie van de ECB. Een functie die alle andere centrale banken wel hebben. En dat had tot gevolg dat na het uitbreken van de financiële crisis de perifere eurozonelanden slachtoffer werden van de financiële markten. Wat er overigens op wijst dat de ontwerpers van de muntunie er toen nog overmoedig van uitgingen dat financiële crisissen voor goed tot het verleden zouden behoren.

De financiële markten gingen namelijk twijfelen aan de kredietwaardigheid van die landen, juist omdat ze niet een eigen centrale bank hadden. Daardoor werden de rentes op de staatsobligaties opgedreven. Landen als Duitsland en Nederland gingen daar van profiteren doordat ze steeds lagere rentes hoefden te betalen. Het geld moet ergens heen. De twijfel van de geldschieters kwam er dus uit voort dat ze er niet als bij andere landen buiten de eurozone op konden rekenen dat er altijd een centrale bank zou zijn die in uiterste nood zou bijspringen.

Dat uiteenlopen van die rentes was een aanwijzing voor die weeffout. En het lag er niet aan dat die perifere landen niet genoeg hervormden, zoals Duitsland en Nederland (Jan Kees de Jager!) voortdurend maar beweerden. Of dat ze allemaal hoge tekorten hadden. Paul de Grauwe vroeg als eerste aandacht voor die weeffout. Zie deze column van hem uit 2012 en zie Oplossing eurocrisis vereist (nog steeds) een echte Europese Centrale Bank - Paul de Grauwe, maar die waarschuwing was er al veel eerder. Vandaar dat Draghi in 2012 aankondigde dat de ECB alles zou doen wat nodig was om de rentes op de staatsobligaties te stabiliseren. Waarmee hij de euro redde.

Tegen de zin van Duitsland. Het land dat achteraf beschouwd de muntunie nooit echt heeft omhelsd. Want de eisen die de Duitsers stelden aan de optuiging van de ECB (alleen prijsstabiliteit) en de begrotingsregels (nooit meer dan 3 procent tekort) die ze hebben doorgedrukt, ontbeerden goede economische onderbouwing. Lees nog eens Vervolgstappen in de ontknoping van het Europese bezuinigingsdrama - Het is de hoogste tijd met dit citaat van Heiner Flassbeck:
Es war eben nicht „ökonomischer Verstand“, sondern mangelnder ökonomischer Verstand auf der deutschen Seite, der den Anfang und das Ende der Geschichte von der Europäischen Währungsunion markiert.
Dat andere landen toch akkoord gingen, moet er weer mee te maken hebben gehad dat ze in de neoliberale roes verkeerden dat financiële crisissen nooit meer zouden optreden. Het zou allemaal wel meevallen. En als het toch verkeerd ging, dan zouden de Duitsers wel bijdraaien.

Maar goed, nu is er dus het oordeel dat het opkopen van staatsobligaties binnen het mandaat van de ECB valt. Bovendien is er een passage in het advies die impliceert dat het Europese Hof van oordeel is dat de opstelling van "Karlsruhe" (het Duitse Constitutionele Hof) in feite niet in overeenstemming is te brengen met het bestaan en het voortbestaan van de muntunie. Een muntunie waarin elk land de vrijheid zou hebben om bij elke maatregel een absoluut voorbehoud te maken, zou immers in de praktijk niets meer voorstellen.

Zal Karlsruhe buigen? Mark Schieritz wijst vandaag op een passage die er op neerkomt dat het Europese Hof het verzoek aan Karlsruhe richt om zich aan Luxemburg te onderwerpen. Dat wordt nog spannend. In de woorden van Schieritz:
Deshalb geht man in Luxemburg davon aus, dass die Richter in Karlsruhe die Entscheidung des EuGH als “maßgeblich erachten” werden. Das ist nichts weniger als die Aufforderung an das BVerfG, sich gefälligst dem europäischen Gericht zu unterwerfen. Man könnte auch sagen: Es ist eine Kriegserklärung. Es wird spannend sein zu sehen, wie die deutschen Richter damit umgehen.
Wat tenslotte vandaag ook nog langs kwam, is de verwijzing (van wie, kan ik niet terugvinden) naar een passage in het persbericht waaruit valt op te maken dat het Europese Hof van oordeel is dat de ECB zich dient te beperken tot de "ondersteuning" van het economische beleid van de lidstaten en dat ze zich dient te onthouden van het aan landen voorschrijven van economische beleidsmaatregelen. Het gaat om deze passage:
However, given the significant role which the ECB plays in financial assistance programmes (design, approval and regular monitoring), its actions might in certain circumstances be perceived as being more than mere “support” for economic policy. Thus, in the event of the OMT programme being implemented, the ECB must, if the programme is to retain its character of a monetary policy measure, refrain from any direct involvement in the financial assistance programme that applies to the State concerned.
Dat zou tenslotte een tweede heel belangrijke beslissing zijn. Want de ECB is zich tot nu toe te buiten gegaan aan het in detail voorschrijven aan landen welke hervormingen ze zouden moeten doorvoeren. Als lid van de Troika, maar ook daarbuiten. Het Hof vindt die handelwijze wel degelijk in strijd met het mandaat van de ECB. Dat zou betekenen dat de ECB de Troika zou moeten verlaten en zich niet meer het recht zou behoren toe te eigenen om aan de nationale politiek voor te schrijven welk economisch beleid er moet worden gevoerd.

Dit heeft vandaag minder aandacht gekregen, maar lijkt mij van groot belang voor de democratie in Europa. Update. Zie nu ook Merijn Knibbe: Has the ECB to leave economic policy to the politicians?

dinsdag 13 januari 2015

Hoe worden sommige jongemannen zo gevaarlijk dat ze aanslagen gaan plegen?

Ik vroeg me af wat er met sommige jonge mannen aan de hand is dat ze gevaarlijk worden en terreurdaden plegen. Zie het bericht Wat is het onderliggende probleem van terroristische daden? De islam of gevaarlijke jonge mannen? Het vinden van een volledig antwoord zal nog heel wat voeten in de aarde hebben. Maar de column van Paul de Grauwe vandaag lijkt ons een eindje in de goede richting te brengen. Ik waag een poging.

Ons economisch stelsel, het kapitalisme, zo stelt De Grauwe, heeft twee problemen: de ongelijke verdeling van de welvaart en de morele neutraliteit.

Dat eerste probleem brengt met zich mee dat:
Belangrijke delen van de bevolking (...) niet geïntegreerd (raken) en (...) werkloos en arm achter(blijven). Vooral migranten hebben daar last van. Ze komen terecht in een vicieuze cirkel: het systeem respecteert hen niet, en dit leidt dan ook tot een verlies aan zelfrespect en identiteit. Velen gaan dan op zoek naar identiteit en zelfrespect.
Dat zijn maar een paar zinnen, maar er zit een belangrijk sociaalwetenschappelijk inzicht in besloten. Het inzicht namelijk dat mensen niet alleen naar die materiële welvaart streven die het kapitalisme tot stand brengt, maar ook nog naar zaken als "identiteit en zelfrespect".

Door die ongelijkheid roept het kapitalisme een sterke mate van statuscompetitie in het leven. Degenen die in die competitie het onderspit delven, zijn niet alleen materieel arm. Ze ondergaan daarnaast ook de vernedering van het falen. En dat tekortschieten bedreigt hun identiteit en zelfrespect. Dus gaan mensen daarnaar op zoek.

Om te bepalen waar dat toe kan leiden, moeten we stilstaan bij dat tweede probleem, dat van die morele neutraliteit. Paul de Grauwe bedoelt daarmee dat onze maatschappij:
ultratolerant (is) ten aanzien van moraal en godsdienst. Het systeem laat alle visies, opinies en morele normen toe. Ze staat daar volledig onverschillig tegenover.
Bij velen leidt dit tot een reactie van verwerping en een zoektocht naar iets dat houvast biedt.
En daar komen we bij nog iets anders dat mensen klaarblijkelijk nodig hebben: zoiets als een moreel houvast.

Mijn aanvulling zou hier zijn dat het hier in de eerste plaats gaat om individualisme als kernprobleem en dat het gebrek aan moraal en normen daaraan inherent is. Dat zoeken naar een houvast bestaat dan bovenal uit het zoeken naar een sociale context die niet alleen morele richting geeft, maar ook de ervaring van geborgenheid verschaft. Update. Zie het bericht Juist in individualistische cultuur meer geneigdheid tot "eigen volk eerst" voor aanwijzingen dat mensen in een individualistische cultuur ook een triviale kans aangrijpen om een groepsgevoel te kunnen ervaren.

Kortom, wat we nu hebben is een kritiek op het kapitalisme, die stelt dat dit systeem er in tekortschiet om zaken als zelfrespect, moreel houvast en geborgenheid (identiteit) te verschaffen. Die kritiek lijkt sterk op sociaalwetenschappelijke inzichten in de traditie van Emile Durkheim (1858-1917), maar dat terzijde.

Wat zegt dit nu over gevaarlijke jonge mannen en terreurdaden? Om daar terecht te komen, zijn er nog wel wat vervolgstappen nodig. In de eerste plaats misschien de stap dat het vooral jongeren zijn die van deze problemen te lijden hebben. Want het is precies in hun levensfase dat de statuscompetitie en de sociale context de grote uitdagingen zijn. Aan het begin van een mogelijke loopbaan is de twijfel over succes of falen het grootst. En er is het verlies van de geborgenheid van het ouderlijk gezin en schoolvrienden, terwijl een nieuwe sociale context er nog niet hoeft te zijn.

Vervolgens de stap dat dat deze uitdagingen voor jonge mannen groter zijn dan voor vrouwen. Dat zou er mee te maken kunnen hebben dat mannen gemiddeld genomen meer geneigd zijn tot statuscompetitief gedrag en dat falen voor hen dus zwaarder weegt dan voor vrouwen. Daarvoor zijn aanwijzingen, maar die zou ik moeten opzoeken.

Oké, maar niet alle jonge mannen plegen terreurdaden. Waarom sommigen wel en anderen niet? Allereerst: er zijn natuurlijk veel jongeren die behoorlijk goed slagen in de statuscompetitie en in het vinden van voldoende geborgenheid in nieuwe sociale kringen. Zij bewandelen keurig het legitieme pad.

Voor anderen begint het duidelijk te worden dat die weg geen succes te bieden heeft. Dat kan er toe leiden dat illegitieme middelen gekozen gaan worden om een legitiem doel, materieel succes, te bereiken. Dat is de verklaring door de zogenaamde anomietheorie van de oververtegenwoordiging van jongeren in de misdaadstatistieken. (Die trouwens teruggaat naar diezelfde Durkheim.)

Maar er kunnen zich ook andere mogelijkheden aandienen, die minder uitsluitend op het materiële vlak liggen. De sociale context van een godsdienst of van nationalisme. Of van racisme. Of die van een zelfverzonnen "broederschap", zoals bij Anders Breivik het geval was.

En dan zijn we bij de laatste stappen aangeland. Want ergens moet die gewelddadigheid vandaan komen. En dan komen we waarschijnlijk terecht bij persoonlijkheidskenmerken als narcisme en sociale dominantie. Als je toch al meer narcistisch bent, dan moet het besef van falen in de statuscompetitie onverdraaglijk zijn. En de behoefte aan een sociale kring waarin anderen je bevestigen, wordt dan allesoverheersend.

Maar bovendien is een extreme reactie te verwachten op alles wat het bestaan van die kring bedreigt. Elke bedreiging is een bedreiging van het kwetsbare, maar tegelijk grandioze, zelfbeeld van de narcist. Die eigen, nieuw gevonden, kring van gelijkgezinden is bovendien de ideale voedingsbodem voor collectief narcisme en sociale dominantie. De eigen identiteit is zozeer met die kring verbonden, dat individueel lot en gezamenlijk lot niet meer zijn te onderscheiden. Wat de groep bedreigt, is een bedreiging van het grandioze zelfbeeld en dient dus te worden verwijderd of vernietigd. Zie ter aanvulling ook PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Zijn familiedrama's en schietpartijen een sociaal-wetenschappelijk probleem? Over maatschappij-verandering!

Deze schets van een mogelijke verklaring maakt, als hij wat waard is, in ieder geval duidelijk dat er verschillende verklarende "factoren" zijn die samen tot het eindresultaat leiden. Het is dus niet verstandig er één factor uit te lichten (godsdienst, islam, kapitalisme, ongelijkheid) en die tot de oorzaak uit te roepen.
Update. Zie nu ook het artikel Crisis in France Is Seen as Sign of Chronic Ills in de New York Times, dat ingaat op de grote problemen in de Franse voorsteden op het gebied van werk, opleiding en sociale uitsluiting.
Update. En zie (met dank aan Thomas Vanheste): Perspectives against extremism.

woensdag 31 december 2014

Wat het meest blijft verbazen: het eurozoneschandaal

Wat op deze laatste dag van 2014 al met al het meest blijft verbazen is dat er in de afgelopen jaren in Europa, en in het bijzonder in de eurozone, een Tea Party-achtig marktfundamentalisme is gaan heersen.

Dat wil zeggen, het is gemeengoed geworden onder de politiek-economische elite van vrijwel het gehele links-rechts spectrum. Partijen die een realistischer en verstandiger economisch beleid voorstaan, durven daar oftewel niet voor uit te komen oftewel worden in de media afgeschilderd als radicaal en extremistisch. De wereld op zijn kop. Het zijn de extremisten die aan de macht zijn, succesvol vermomd als deskundigen en gematigden.

Wat blijft verbazen is dus dat de elite een economisch beleid voert dat tot een ongekende verspilling heeft geleid. De OECD heeft de zogenaamde output gap voor de eurozone voor 2014 geschat op ongeveer 3 procent. Dat wil zeggen dat drie procent meer had kunnen worden geproduceerd zonder enig effect op de inflatie. Productiemiddelen en arbeid zijn beschikbaar, maar het economische beleid resulteert er in dat ze ongebruikt blijven. En omdat dit al jaren duurt, heeft dat ook grote negatieve structurele gevolgen. Kijk in het plaatje vooral ook even naar het Griekse drama. En zie The Eurozone Scandal van Simon Wren-Lewis voor meer. En zie ook zijn On the Stupidity of Demand Deficient Stagnation.

Wat blijft verbazen is dat in de zogenaamde perifere landen, Griekenland voorop, onnoemelijke economische schade en menselijke ellende is aangericht, zonder dat de elite er enig blijk van geeft dat ze zich daar iets van aantrekt. Het berusten in, laat staan het doelbewust laten bestaan van, werkloosheidspercentages van 25-30 procent en een jeugdwerkloosheid van 40-50 procent, dat kan langs geen enkele economische meetlat een verstandig beleid zijn. Zie Zijn de Europese leiders zich bewust van de ellende van de massa werkloosheid?

Wat blijft verbazen is dat de politiek-economische elite in het kader van het bezuinigingsbeleid sociale en publieke voorzieningen afbreekt zonder blijk te geven van enig inzicht in de negatieve welzijns- en gezondheidseffecten daarvan op de bevolking. Laat staan dat je iets zou merken van enig mededogen. Zie Als bezuinigen in een depressie als een geneesmiddel getest was, dan zou er al lang mee gestopt zijn vanwege de dodelijke bij-effecten.

Wat blijft verbazen is dat de politiek-economische elite luchthartig de macro-economische doelstelling van de volledige werkgelegenheid overboord heeft gegooid. En is gaan geloven in de mythe dat het streven naar een stabiel prijspeil en een evenwicht op de overheidsbegroting als vanzelf naar een optimaal economisch evenwicht zou leiden. En dus de bestaande werkloosheid wegdefinieert als de uitkomst van een voorkeur voor vrije tijd en een indicatie dat de lonen uitkeringen nog meer omlaag moeten. (Update. Ook de lonen zouden omlaag moeten, om meer investeringen uit te lokken. Maar de vraaguitval werkt daar weer tegenin.) Zie De vrije markt zorgt niet voor volledige werkgelegenheid.

Wat blijft verbazen is dat de politiek-economische elite blind is voor de politieke gevaren van lang aanhoudende massawerkloosheid, deflatie en uitzichtloosheid en dus geen oog heeft voor de parallellen met wat er in de jaren 30 van de vorige eeuw in Duitsland gebeurde. Het was, zoals bekend mag worden verondersteld, niet de hyperinflatie van 1923 die Hitler aan de macht bracht, maar integendeel de deflationaire politiek van de regering-Brüning in de vroege jaren 30. Een politiek die veel overeenkomst vertoont met wat we vandaag de dag in Europa zien gebeuren. Zie de Economist daarover (Germany's hyperinflation-phobia) en zie Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann).

Wat blijft verbazen is dat de politiek-economische elite er moralistisch in blijft volharden dat schulden altijd moeten worden terugbetaald. Als er roekeloos geld is uitgeleend, zoals aan Griekenland en Spanje en zoals aan huizenkopers, dan is er aan twee kanten een verantwoordelijkheid, aan de kant van de schuldenaar en van de schuldeisers. Zie vandaag daarover Paul de Grauwe (De opstand van de schuldenaars).

En wat blijft verbazen is dat die politiek-economische elite zo overtuigd is van haar eigen gelijk dat ze bijna als vanzelfsprekend de goede werking van de democratie aan dat eigen gelijk ondergeschikt maakt. Zie gisteren daarover Yanis Varoufakis over Griekenland (Greece is about to give European democracy a chance), zie Jean Wanningen over de toestand in Spanje (Democratie Spanje staat onder zware druk) en zie Paul de Grauwe over de politieke ambities van de ECB (De Europese Centrale Bank moet zich politiek afzijdig houden).

Update. En wat natuurlijk ook maar blijft verbazen is dat de politiek-economische elite uit onwetendheid of uit ideologische verblindheid de onverminderd actuele Keynesiaanse macro-economische inzichten over wat te doen in een balansrecessie links heeft laten liggen. Zie al mijn berichten over de bezuinigingszeepbel, maar in het bijzonder ook Jan Pen in 1965 en de onmiskenbare terugval in publieke kennis.

Meer, veel meer, dan genoeg om ons over te verbazen.
Update. Zie nu ook de verbazing, en de verontwaardiging, van William Black: Greece, the Troika, and the New York Times

dinsdag 28 januari 2014

Politici zijn verbazend consistent: ze kiezen altijd het verkeerde beleid - Paul de Grauwe

Paul de Grauwe reageert vandaag op de bekering van de Franse president Hollande tot het volledig op de aanbodkant gerichte economische beleid. Zie Yes, it’s the economy, stupid, but is it demand or supply?

Hollande sluit zich aan bij de consensus onder de Europese politieke elite dat de huidige economische problemen moeten worden opgelost door hervormingen aan de aanbodkant. De arbeidsmarkt moet flexibeler, mensen moeten gemakkelijker kunnen worden ontslagen, de lonen moeten naar beneden en de concurrentie moet worden bevorderd.

Zijn zulke hervormingen dan niet wenselijk? Ja, sommige wel, maar dat waren ze ook al voorafgaand aan de crisis. Die crisis is er eerst en vooral door een tekortschietende vraag. Hoe kan het dat politici dat niet in de gaten hebben?

Dat is historisch te verklaren. Als je terugkijkt naar de naoorlogse geschiedenis, dan zie je dat politici consistent verkeerd reageerden op economische crises. Tot 1970 domineerde het Keynesiaanse model in het politiek-economische denken. Dat model was er door het beheersen van de vraagkant van de economie op gericht om een slecht en langdurig evenwicht van lage productie en hoge werkloosheid te voorkomen. Er was weinig aandacht voor de mogelijkheid dat ook de aanbodkant van de economie een oorzaak van problemen zou kunnen zijn. Verwacht werd dat het aanbod zich altijd wel aan de vraag zou aanpassen.

Maar toen kwamen de jaren 70. Het aanbod zakte in, bij gelijkblijvende prijzen. En dus zonder automatische correcties. Omdat politici de neiging hadden alles als een vraagprobleem te zien, gingen ze de vraag aanwakkeren. Maar dat creëerde onder die omstandigheden een loon-prijsspiraal en snel oplopende inflatie. Door dat foute beleid ontstond de onjuiste indruk dat al dat Keynesiaanse beleid van vraagbeheersing voor geen cent deugde.

Vanaf toen groeide de opvatting dat alle economische problemen die er zijn altijd te maken hebben met de aanbodkant. En dat de vraag zich altijd wel aanpast aan het aanbod. Stimulering van de vraag leidde toen tot inflatie en daaruit werd geconcludeerd dat stimulering van de vraag altijd, onder alle omstandigheden zal leidden tot inflatie.

Daar kwam een ideologische verschuiving bij. Die inhield dat markten het beste werken als je ze zoveel mogelijk vrij laat. Dus aan de aanbodkant zoveel mogelijk dereguleren, privatiseren en uitbesteden. En de macht van de vakbonden zien terug te dringen. Je komt dan vanzelf in het goede evenwicht terecht van hoge economische groei en lage werkloosheid.

Dit werd, aldus Paul de Grauwe, de officiële zienswijze in Europa, van de Europese Commissie en van de Europese Centrale Bank.

Maar toen kwam in 2008-09 de grote schok aan, ja, precies, de vraagkant. De private schulden waren torenhoog geworden en iedereen ging aflossen. En dus stortte de vraag in. Gedurende korte tijd werd dit ook gezien als wat het was: een vraagprobleem bij uitstek. Maar toen er werd gestimuleerd, begonnen de overheidstekorten op te lopen.

Dat hoort onder die omstandigheden ook de bedoeling te zijn. Maar toen:
something remarkable happened in Europe. Once it became clear that the debt overhang would not easily disappear and in fact triggered a sovereign debt crisis in the eurozone, economists and policy-makers started looking at the world through the spectacles of their supply-side models. As a result, eurozone policymakers shifted gears and started to interpret the shock as one arising from the supply side and applied the wrong medicine.
De bril van de aanbodkant werd opgezet. En daarmee werd dezelfde fout gemaakt als in de jaren 70, toen met de bril van de vraagkant naar een aanbodprobleem werd gekeken. En net zo als toen werd gekozen voor een beleid dat de problemen verergerde. In plaats van de problemen op te lossen. Er moest worden bezuinigd. En er moest worden hervormd. Daardoor ontstond de dubbele-dip recessie van 2012-2013.

Want het bleek dat de multiplier van overheidsuitgaven niet nul was, zoals in de jaren 70, maar hoger en zelfs hoger dan 1. Door minder uit te geven maakten overheden niet de weg vrij voor economische groei, nee, integendeel, die zakte nog verder in. De problemen aan de vraagkant werden er door verergerd. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) is dat ook gaan inzien. Tot nu toe ontbreken aanwijzingen voor dat inzicht bij de Europese Commissie. (Wel met uitzondering van Laszlo Andor, hoort daaraan te worden toegevoegd.)

Het is al met al een droevig geheel. Paul de Grauwe:
Five years after the negative demand shock of 2008-09, policy-makers continue to misdiagnose the nature of that shock. Now the French President François Hollande has joined the crowd of European policy-makers who strongly believe that supply-side measures are all that matters in Europe and that such measures will automatically lead to solving an insufficiency of demand. This is a surprising change of strategy especially now that, for at least one year, the rate of inflation in Europe, and especially in the eurozone, is declining continuously. In early 2014, it reached 0.8%. If the shock had come from the supply side, one would have observed an increase in inflation, very much like in the 1970s when the European and American economies were hit by a negative supply shock. (...)
European policy-makers are determined to cure a demand-side problem by focusing exclusively on supply-side medicine
Blijft de vraag hoe het toch mogelijk is dat een hele politiek-economische elite zo consistent verkeerd reageert op economische crises. Terwijl de kennis en inzichten voor een juiste reactie al die tijd aanwezig zijn. Waarom dringen die inzichten niet door tot de plaatsen waar ze nodig zijn? Anders gezegd: waarom schermt die elite zich van cruciale informatie af? Je zou gaan denken dat we door een sekte geregeerd worden.
 Update 31-01-2014. Zie ook nog eens terug Het Centraal Planbureau geeft de politici een lesje van nu bijna een jaar geleden.

donderdag 16 mei 2013

Paul de Grauwe wint de 63ste Arkprijs van het Vrije Woord

Paul de Grauwe heeft een prijs gewonnen. Ik wist niet dat die prijs bestond, maar hij heeft hem zeker verdiend. Lees via de link hieronder de interessante rede die door Lukas de Vos bij de uitreiking werd uitgesproken

Liberales

dinsdag 16 april 2013

Duitsland is wel degelijk heel rijk - Paul de Grauwe

Moeten we medelijden hebben met dat arme Duitsland dat zou moeten meebetalen om de rijke Zuid-Europese landen te helpen? Nee, helemaal niet. Wel is de rijkdom in Duitsland zeer ongelijk verdeeld. En de Duitse overheid en het Duitse bedrijfsleven zijn, ja, gewoon heel rijk. Paul de Grauwe geeft de cijfers via de link hieronder.

Are Germans really poorer than Spaniards, Italians and Greeks? | vox:

'via Blog this'

maandag 11 maart 2013

Een nominale begrotingsnorm in een recessie is gewoon dwaas - Paul de Grauwe

Paul de Grauwe legt vandaag nog weer eens uit hoe de economische kringloop werkt. En dat je dus niet moet bezuinigen in een recessie. Dus geen "nominale begrotingsnorm" hanteren. Niet dat dat niet al lang bekend was. Zie bijvoorbeeld mijn bericht over Jan Pen en de terugval in publieke kennis. Maar politici, ja, wat te zeggen over onze politici? Was dat niet een vak waar voor je goed moest hebben doorgeleerd?

Een nominale begrotingsnorm in een recessie is gewoon dwaas - Opinie - De Morgen

vrijdag 22 februari 2013

Paul Krugman neemt zijn hoed af voor die andere Paul - Paul De Grauwe and the Rehn of Terror - NYTimes.com

Eerder deze maand besteedde ik aandacht aan de analyse van Paul de Grauwe en Yuemei Li, waarin ze glashelder laten zien:
  1. dat de waarschuwing van Paul de Grauwe voor de systeemfout in het eurozonestelsel, die hij al ver voor de eurocrisis naar voren bracht, volledig is bewaarheid,
  2. dat door die systeemfout de rentes op de staatsobligaties van de perifere landen na de kredietcrisis snel gingen oplopen,
  3. dat de Europese politici daardoor in paniek raakten, de overheden als schuldigen aanwezen en de bezuinigingsstrategie gingen opleggen,
  4. daarmee het bestaan van die systeemfout ontkennend,
  5. dat dat ontkennen totaal ongeloofwaardig is geworden sinds de ECB (min of meer) is gaan handelen als een normale centrale bank, daarmee de systeemfout reparerend en die rentes naar beneden brengend,
  6. dat dus alle menselijke ellende die dat bezuinigen teweeg heeft gebracht, had kunnen worden voorkomen,
  7. als die Europese politici zich beter hadden geïnformeerd.
Ik schrijf dit nog maar eens uit, omdat het zo uiterst ontmoedigend is om zo'n proces zich voor je ogen te zien afspelen. Een slecht beleid gevoerd, waarvan de gevolgen zware littekens zullen nalaten in heel veel mensenlevens, wat voorkomen had kunnen worden als de beschikbare kennis en inzichten waren benut. Waarom zijn onze politici niet beter geïnformeerd? Wat zijn dat voor lieden?

Vandaag neemt die andere Paul (Krugman) zijn hoed af voor Paul de Grauwe. Zie de link hieronder. En hij maakt zich kwaad op eurocommissaris Olli Rehn, die een paar dagen geleden nog zei dat het probleem met het bezuinigen niet is dat het niet werkt, maar dat economen steeds maar studies blijven publiceren dat het niet werkt. Je zou er om lachen als het niet zo treurig was.
Update. Zie vandaag ook Jesse Frederik over Olli Rehn.

Paul De Grauwe and the Rehn of Terror - NYTimes.com:

'via Blog this'