Posts tonen met het label Sociale Dominantie Oriëntatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sociale Dominantie Oriëntatie. Alle posts tonen

vrijdag 1 december 2023

Sociaalwetenschappelijk gezien zijn opkomst en neergang van rechts-extremisme in democratieën goed te verklaren - 3. De gevaarlijke wereld en de wereld als een amorele jungle

Sociaalwetenschappelijk gezien is rechts-extremisme gemakkelijk te herkennen als een uitingsvorm van het statuscompetitiepatroon. In dat patroon is er altijd een strijd tussen groepen en is er het allesbepalende streven om de eigen groep te laten domineren over andere groepen. We zagen een en ander tevoorschijn komen in het verband tussen het stemmen op de rechts-extremistische PVV en het hoog scoren op de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO). Zie hier het vorige bericht. 

In het sociaalwetenschappelijk onderzoek is er naast die SDO ook nog het meetinstrument van het Right-Wing Authoritarianism (RWA), dat met die SDO overlapt, maar waarmee een ander aspect van het rechts-extremisme aan het licht komt. Valt dat ook te herkennen als behorend tot het statuscompetitiepatroon?

Dat andere aspect bestaat uit het onderschrijven en aanhangen van traditionele normen en waarden, het je zelf daaraan onderwerpen en het opleggen ervan aan anderen, als het moet met geweld. Zie The Authoritarians van Bob Altemeyer. Je RWA-score is hoger als je het meer eens bent met uitspraken als:

  • Our country desperately needs a mighty leader who will do what has to be done to destroy the radical new ways and sinfulness that are ruining us.
  • The only way our country can get through the crisis ahead is to get back to our traditional values, put some tough leaders in power, and silence the troublemakers spreading bad ideas.
  • It is always better to trust the judgement of the proper authorities in government and religion than to listen to the noisy rabble-rousers in our society who are trying to create doubt in people's minds.

In de studie Dangerous and competitive worldviews: A meta-analysis of their associations with Social Dominance Orientation and Right-Wing Authoritarianism uit 2013 concluderen de onderzoekers uit een meta-analyse van eerdere studies dat degenen die hoog scoren op RWA meer het beeld hebben van een gevaarlijke wereld en degenen die hoog scoren op SDO meer het beeld van een competitieve wereld.

De mate waarin je een gevaarlijk wereldbeeld hebt, werd vastgesteld met de Belief in a Dangerous World Scale, waarin het gaat om het wel of niet onderschrijven van uitspraken als: "Any day now chaos and anarchy could erupt around us..." en "There are many dangerous people in our society who will attack someone out of pure meanness, for no reason at all."
En bij het aanhangen van een competitief wereldbeeld gaat het om uitspraken als “It’s a dog-eat-dog world where you have to be ruthless at times” en "There is really no such thing as “right” and “wrong.” It all boils down to what you can get away with."

De onderzoekers vatten de gevonden samenhangen samen in het onderstaande plaatje, Je ziet dat de sterkste verbanden (de dikkere lijnen) worden gevonden tussen het beeld van een gevaarlijke wereld (DW) en RWA en tussen het beeld van een competitieve wereld (CW) en SDO. Je kunt dus het rechts-extremisme onderverdelen in Right-Wing Authoritarianism, dat nauw samenhangt met een gevaarlijk wereldbeeld, en de Sociale Dominantie Oriëntatie, die nauw samenhangt met een competitief wereldbeeld.

In de eerste variant zijn er altijd gevaarlijke lieden en moet je dus altijd op je hoede zijn en in de tweede variant is de wereld een amorele jungle van strijd en statuscompetitie.  In beide varianten gaat het om een wereld bestaande uit groepen. Andere groepen die gevaarlijk zijn. Of groepen waartegen de eigen superieure groep met hand en tand dient te worden verdedigd.


Maar je ziet ook dat het rechts-extremisme een samenhangend geheel is, want er zijn dwarse samenhangen. Zo is de correlatie tussen de beide wereldbeelden behoorlijk groot, wat erop wijst dat als je de wereld als gevaarlijk ziet, de kans behoorlijk groot is dat je hem ook als een amorele jungle ziet. En andersom. 

En wat natuurlijk opvalt is dat beide wereldbeelden gemakkelijk zijn onder te brengen in dat statuscompetitiepatroon. Het gemeenschapspatroon van de morele intuïtie van iedereen-telt-mee en van onderling vertrouwen is in geen velden of wegen te bekennen.

Laten we zeggen dat het sociaalwetenschappelijk onderzoek enig inzicht verschaft in het denken van de rechts-extremisten die nu al tientallen jaren deel uitmaken van het politieke landschap.  

En die natuurlijk hun voorlopers hadden. De allergrootste aanhanger van dat beeld van de wereld als een amorele jungle was wel Adolf Hitler. Sebastian Haffner geeft in zijn Kanttekeningen bij Hitler het volgende citaat (zonder bronvermelding, maar ik neem aan uit Mein Kampf):

Wie wil leven, welaan, die moet strijden, en wie in deze wereld van eeuwige worsteling niet wil strijden, verdient het leven niet.

Toen, en nu nog steeds, huiveringwekkend.

Hier het vervolg.

woensdag 29 november 2023

Sociaalwetenschappelijk gezien zijn opkomst en neergang van rechts-extremisme in democratieën goed te verklaren - 2. Rechts-extremisme is statuscompetitie

Is rechts-extremisme inderdaad een uitingsvorm van het statuscompetitiepatroon? Met die vraag besloot ik het vorige bericht.

Een serieus antwoord begint uiteraard met de bepaling van wat we onder rechts-extremisme verstaan. Ik kan natuurlijk zelf een definitie geven, maar daarin schuilt het gevaar dat ik daarin al meteen elementen van het statuscompetitiepatroon binnensmokkel. Ik moet dus een definitie gebruiken die al bestaat en die niet controversieel lijkt. 

Daarvoor ga ik te rade bij de AIVD, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Die heeft tot taak:

het verrichten van onderzoek met betrekking tot organisaties en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de nationale veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat.

De AIVD omschrijft eerst wat onder extremisme verstaan wordt en daarna wat de betekenis is van rechts-extremisme. 

Onder extremisme wordt verstaan "het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen". En als voorbeelden van zulke activiteiten worden genoemd:

  • systematisch haatzaaien;
  • angst verspreiden;
  • doelbewust desinformatie verspreiden;
  • demoniseren en intimideren;
  • verwerpen van wet en regelgeving;
  • pogingen om een parallelle samenleving tot stand te brengen waarbij het gezag van de Nederlandse overheid en het rechtssysteem wordt afgewezen;
  • geweldplegingen; 
  • mishandelingen;
  • of ernstiger vormen van geweld.

En als het om rechts-extremisme gaat, komen daarbij:

  • vreemdelingenhaat (inclusief antisemitisme en antimoslims);
  • haat jegens vreemde (cultuur)elementen;
  • ultranationalisme.

Kortom in het rechts-extremistische wereldbeeld is er de eigen groep, het eigen volk, dat verheven is boven andere groepen (vreemdelingen, andere culturen, buitenlanders). Zolang dat wereldbeeld nog niet algemeen aanvaard wordt, zijn anderen die het niet aanhangen vijanden die moeten worden bestreden. Net zo als die andere groepen. Door haat, angst en desinformatie te verspreiden, door demoniseren en intimideren, door de democratie, waarin immers iedereen hoort mee te tellen, te verwerpen en te ondermijnen en door gebruik van geweld. Dat laatste wijst erop dat vijanden niet alleen horen te worden onderdrukt en overheerst of "gedeporteerd", maar zo nodig ook horen te worden "uitgeroeid" of 'geëlimineerd".

Het is niet moeilijk om hier het statuscompetitiepatroon in te herkennen. De wereld is een strijd tussen groepen, waarin de eigen groep hoort te overwinnen. En bedenk dat als mensen door dat statuscompetitiepatroon geleid worden, dat de uitwerking daarvan allesoverheersend is. Al het denken en al het gedrag staat in het teken van de strijd en het behalen van de eindoverwinning. Een of ander verder weg gelegen doel waaraan het eigen handelen nog beoordeeld zou kunnen worden, ontbreekt. Een externe begrenzing door zoiets als objectieve waarheid is niet langer aanwezig. Vandaar dat samenzweringstheorieën zo gemakkelijk ontstaan en worden omarmd.

In het sociaalwetenschappelijk onderzoek komen we het rechts-extremistische en dus statuscompetitieve wereldbeeld tegen in de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO). Als je daar hoog op scoort,  dan ben je gefascineerd door de gedachte dat de samenleving een statushiërarchie is van groepen en door de innerlijke behoefte om jezelf en je groepsgenoten (het eigen volk) aan de top daarvan te zien. Je bent het dan opvallend veel eens met uitspraken als:

  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen

Hier kun je je eigen SDO-score te weten komen. 

Hebben stemmers op rechts-extremistische partijen dan ook een hogere SDO-score? Ja, dat weten we al sinds 2014. Toen verscheen namelijk de studie Extreme-Right Voting in Western Europe: The Role of Social-Cultural and Antiegalitarian Attitudes, die dat laat zien.

In zeven Europese landen (Oostenrijk, België, Denemarken, Frankrijk, Nederland, Noorwegen en Zwitserland) bleek het stemmen op rechts-extremistische partijen samen te hangen met het afwijzen van gelijkheid (anti-egalitarisme), dus met het omarmen van de statushiërarchie. En uit een vervolgonderzoek in Nederland bleek dat het stemmen op de PVV gepaard ging met een hogere SDO-score. Dat verband bleef bestaan bij controle voor geslacht, leeftijd en opleiding. In het eerste geval verloopt het verband via vijandigheid tegenover immigranten en in het Nederlandse onderzoek via etnisch vooroordeel, zeg maar racisme.

Die uitkomsten zijn vooral ook interessant omdat je vaak hoort dat vijandigheid tegenover immigranten met een andere cultuur voortkomt uit gevoelens van culturele bedreiging. Sociaal-culturele onzekerheid zou dan het probleem zijn. Maar volgens dit onderzoek is dat juist niet het geval. Het gaat om de neiging tot sociale dominantie.

Wilders-aanhangers zijn dus volgens dit onderzoek niet degenen die zich cultureel bedreigd voelen, die hun eigenheid willen beschermen tegenover vreemde uitingen en gewoonten die zich aan hen opdringen. Nee, het zijn degenen van het "Eigen volk eerst", van het zichzelf superieur voelen boven anderen en het willen overheersen van die anderen. Het lijkt een soort collectief narcisme dat hier werkzaam is.

Of die resultaten uit 2014 onverkort gelden voor de huidige stemmers op de PVV weten we natuurlijk niet. Wel weten we dat de PVV nu net zo rechts-extremistisch is als de partij in 2014 was.

Wordt vervolgd. Hier het vervolg.

dinsdag 27 april 2021

Met een statuscompetitief wereldbeeld vind je dat anderen horen te worden onderdrukt, door hen burgerrechten te onthouden of door middel van fysiek geweld - Twee nieuwe studies

Bericht voor degenen die dit blog via email abonnement volgen (Follow by email): als ik het goed begrijp wordt deze mogelijkheid in juli opgeheven. Ik kan daar helaas niets aan veranderen. Probeer een andere manier te vinden om dit blog te blijven volgen.

Twee nieuwe studies vergroten ons inzicht in de gevolgen van het omarmen van een statuscompetitief wereldbeeld.

We zagen eerder dat je dat statuscompetitieve wereldbeeld in het sociaalwetenschappelijk onderzoek in twee varianten tegenkomt, de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) en het Right-Wing Authoritarianism (RWA). 

Als je hoog scoort op de SDO, dan ben je gefascineerd door de gedachte dat de samenleving een statushiërarchie is van groepen en door de innerlijke behoefte om jezelf en je groepsgenoten (het eigen volk) aan de top daarvan te zien. Je bent het dan opvallend veel eens met uitspraken als: Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen, Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere en Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen.

Met een hoge RWA-score gaat het om het onderschrijven en aanhangen van traditionele normen en waarden, het je zelf daaraan onderwerpen en het opleggen ervan aan anderen, als het moet met geweld. Je RWA-score is hoger als je het meer eens bent met uitspraken als: Our country desperately needs a mighty leader who will do what has to be done to destroy the radical new ways and sinfulness that are ruining us, The only way our country can get through the crisis ahead is to get back to our traditional values, put some tough leaders in power, and silence the troublemakers spreading bad ideas en It is always better to trust the judgement of the proper authorities in government and religion than to listen to the noisy rabble-rousers in our society who are trying to create doubt in people's minds.

In beide constructen tref je het beeld aan van een vijandige wereld, waarin de eigen groep wordt bedreigd door anderen en waarin de eigen groep, of de sterke leider, moet zorgen voor verdediging tegen bedreigingen en het onder de duim houden van vijanden.

Het is bekend dat het aanhangen van een statuscompetitief wereldbeeld stressverhogend is, slecht is voor je gezondheid en je levensduur verkort. Ook hangt het samen met een grotere kans op het stemmen op een rechtsextremistische partij. Toch komt het onder mensen (veel) voor, als een reactie op of aanpassing aan een echt of vermeend vijandige wereld. Als het in een groep of samenleving overheerst, dan heerst er een statuscompetitie-evenwicht. En we kennen de aanwijzingen dat mensen beter af zouden zijn als ze zich zouden bevinden in het gemeenschapsevenwicht, waarin mensen elkaar bijstaan en dus elkaar vertrouwen.

Omdat we in een tijd leven waarin de strijd tussen het statuscompetitiewereldbeeld en het gemeenschapswereldbeeld opvallend manifest is, is er ook in het sociaalwetenschappelijk onderzoek veel aandacht voor de gevolgen van het ene dan wel het andere wereldbeeld. Neem nu die twee nieuwe studies.

In de studie What reduces support for civil liberties: Authoritarianism, national identity, and perceived threat gaat het over het verband tussen RWA en de houding tegenover burgerrechten. Het is maar een klein onderzoekje, uitgevoerd in Tsjechië met een online vragenlijst. Er komt kort samengevat uit dat mensen die meer dat RWA-wereldbeeld aanhangen, meer bedreigingen menen waar te nemen (minderheden die misbruik maken van sociale voorzieningen en het Tsjechische culturele leven bedreigen) en daardoor minder moeite hebben met het maken van inbreuk op burgerrechten (zoals door etnisch profileren). Anders gezegd, door een statuscompetitief wereldbeeld verdwijnt de morele gemeenschapsintuïtie van het iedereen telt mee, dus van gelijke rechten, uit zicht.

De andere studie (Supporting social hierarchy is associated with White police officers’ use of force) werd uitgevoerd in de Verenigde Staten laat voor witte politieagenten van drie steden zien dat het hoger scoren op de SDO gepaard gaat met het vaker gebruiken van fysiek geweld in interacties met burgers. Hoe meer je de wereld ziet als vijandig, hoe meer je op je hoede bent en hoe meer je van je machtspositie gebruik maakt om de ander te bedwingen. 

Met een statuscompetitief wereldbeeld vind je dat anderen horen te worden onderdrukt, door hen burgerrechten te onthouden of door middel van fysiek geweld.

donderdag 28 januari 2021

Een grote gerichtheid op statuscompetitie gecombineerd met een lage positie in de statushiërarchie leidt tot een agressieve en destructieve mindset

De onderzoekers van de nieuwe studie The “Need for Chaos” and Motivations to Share Hostile Political Rumors laten zien dat mensen die sterk op statuscompetitie en overheersing gericht zijn, maar zelf een marginale positie innemen, een behoefte aan chaos en destructie kunnen ontwikkelen. Dat uit zich in het onderschrijven en delen van vijandige geruchten en politieke samenzweringstheorieën op internet. Met de bedoeling om "het systeem" of "het establishment" omver te gooien. Niet uit idealisme, maar omdat de gevestigde orde hen niet het respect geeft wat ze vinden dat hen toekomt.

Dat is een ultrakorte samenvatting van de resultaten van 8 studies die in de Verenigde Staten werden uitgevoerd. Dit is een iets uitgebreidere samenvatting van de onderzoekers zelf;

An element of the US public indiscriminately shares hostile political rumors because they want to tear down the established system. Among this element, the normal partisan logic of sharing hostile political rumors does not apply. We show that these individuals are motivated by an underlying characteristic adaptation, which we call Need for Chaos, that emerges from the interplay between dominance oriented traits and marginalized states (Studies 6-7). We find that Need for Chaos is associated with support for political violence (Studies 1-2), anger towards elites and people of all political allegiances 56 (Study 5), dissatisfaction with the political system, and a craving for personal status (Study 8). These individuals are not idealists seeking to tear down the established order so that they can build a better society for everyone. Rather, they indiscriminately share hostile political rumors as a way to unleash chaos and mobilize individuals against the established order that fails to accord them the respect that they feel they deserve.  

Dit sluit aan bij eerder onderzoek dat laat zien hoe de combinatie van een grote gerichtheid op statuscompetitie, zoals een hoge score op de Sociale Dominantie Oriëntatie), en een lage positie in de statushiërarchie tot agressie en een destructieve mindset kunnen leiden. Denk aan onderzoek waaruit blijkt dat narcisten die met sociale afwijzing geconfronteerd worden, daarop veel agressiever reageren dan niet-narcisten. Er is een samenhang tussen narcisme en die Sociale Dominantie oriëntatie. Zie de studie “Isn’t It Fun to Get the Respect That We’re Going to Deserve?” Narcissism, Social Rejection, and Aggression.

Dit soort onderzoek wijst ons weer eens op de grote nadelen van een maatschappij met een grote mate van statuscompetitie. En we weten dat statuscompetitie wordt uitgelokt door toenemende ongelijkheid. Grote ongelijkheid werkt uiteindelijk chaos, agressie en destructie in de hand. 

Reden waarom een maatschappij die meer het gemeenschapsevenwicht benadert, en dus met minder ongelijkheid, verre valt te prefereren.

dinsdag 3 september 2019

De Sociale Dominantie Oriëntatie en dus de geneigdheid tot statuscompetitie blijkt behoorlijk overerfbaar te zijn

We zagen dat de behoefte die mensen hebben aan een sterke man als leider, beter verklaard wordt door de mate waarin ze de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) aanhangen dan door de mate waarin ze voldoen aan het type van de autoritaire persoonlijkheid. Zie het bericht De behoefte aan een sterke man en het wereldbeeld van vijandigheid tussen groepen.

Dat is een belangrijk inzicht, omdat de mate waarin mensen die SDO aanhangen, dus de wereld zien als een strijdtoneel tussen groepen waarin de eigen groep superieur is en dus andere groepen behoort te overheersen, behoorlijk wordt beïnvloed door de mate van onveiligheid en bestaansonzekerheid die mensen in hun omgeving waarnemen. Vandaar dat een toename van bestaansonzekerheid gepaard gaat met een toename van rechts-extremisme.

En het wijst erop dat die SDO en het hebben van rechts-extremistische politieke opvattingen, waartoe ook die behoefte aan een sterke man gerekend kan worden, meer onderhevig is aan maatschappelijke omgevingsinvloeden dan dat ze beschouwd kunnen worden als een stabiele persoonlijkheidstrek.

In termen van de Dual Mode-theorie: de mate waarin bij iemand het statuscompetitiepatroon overheerst, is minder een kwestie van persoonlijkheid dan een kwestie van de maatschappelijke omgeving (meer of minder bestaansonzekerheid biedend) waarin die persoon verkeert.

Maar daar staat tegenover dat de nieuwe studie Correlations between social dominance orientationand political attitudes reflect commongenetic underpinnings uitwijst dat het toch ook weer niet het een of het ander is. Ook al zijn er die omgevingsinvloeden, daarnaast zijn er ook wel degelijk tussen personen behoorlijk stabiele verschillen in de kans dat ze wel of niet hoog scoren op die SDO.

Op basis van een toevalssteekproef van bijna 2000 (een-eiige en twee-eiige) tweelingen komen de onderzoekers namelijk tot de conclusie dat de verschillen in het overheersingsfacet en in het anti-gelijkheidsfacet van de SDO voor 36 procent en voor 24 procent overerfbaar zijn. Wat erop wijst dat SDO toch een behoorlijk stabiel persoonlijkheidskenmerk is.

Zoals vaak in de sociale wetenschappen, geldt zowel dat mensen behoorlijk stabiel van elkaar verschillen als dat ze beïnvloedbaar zijn door hun (sociale) omgeving. Het is niet het een of het ander.

Weer even in termen van de Dual Mode-theorie: mensen zijn enerzijds in hun "keuze" voor statuscompetitiegedrag dan wel gemeenschapsgedrag beïnvloedbaar door wat ze anderen in hun sociale omgeving zien doen, maar verschillen anderzijds in de mate waarin ze van nature tot het ene dan wel het andere gedrag geneigd zijn.

Nog anders gezegd: de een moet veel meer statuscompetitie (en dus onveiligheid) in zijn omgeving waarnemen om zelf ook voor statuscompetitie te "kiezen" dan de ander.

dinsdag 13 augustus 2019

De behoefte aan een sterke man en het wereldbeeld van vijandigheid tussen groepen

Mensen hebben ten behoeve van hun functioneren in het sociale en maatschappelijke leven twee fundamentele gedragspatronen tot hun beschikking: het gemeenschapspatroon en het statuscompetitiepatroon.

Die twee patronen hebben allebei hun eigen sociaal wereldbeeld. Als het gemeenschapspatroon op de voorgrond staat, zie je anderen als goedwillend en dus de wereld als veilig. Staat daarentegen het statuscompetitiepatroon vooraan, dan zijn anderen tegenstrevers en vijanden en is de wereld er een van strijd en onveiligheid.

Tegen die achtergrond is het boeiend om kennis te nemen van de studie Dominant Leaders and the Political Psychology of Followership. Want daarin geven de auteurs een overzicht van het recente onderzoek naar waar de behoefte aan dominante leiders (de "sterke man"), die tegenwoordig zo opvallend aanwezig is, vandaan komt.

Volgens ouder onderzoek, denk aan Adorno's autoritaire persoonlijkheid (The Authoritarian Personality uit 1950), zou de behoefte aan een sterke man samenhangen met een bepaalde, stabiele persoonlijkheid.

In tegenstelling daarmee ontwikkelen de auteurs op basis van recenter onderzoek hun adaptive followership theory of preferences for dominant leaders, waarin die behoefte veel meer flexibel en instrumenteel van aard is en waarin bepaalde omstandigheden veel mensen er toe kunnen bewegen om volgeling van een sterke man te worden.

Wat is er voor nodig om als "sterke man" gezien te worden? In de tegenwoordige maatschappij, waarin we leiders of potentiële leiders niet persoonlijk kennen, gaan we af op uiterlijke kenmerken en op politieke standpunten. Onderzoek laat zien dat mensen een leider meer als dominant beoordelen als hij (meestal een hij) masculiene gelaatstrekken heeft, een lagere stem heeft, assertief is en op eigen belang gericht en in politiek opzicht meer rechts-extreme standpunten verkondigt. Anderen vrees aanjagen en intimideren en pleiten voor strenge straffen voor criminelen, dat zijn signalen dat je te maken hebt met een dominante leider, een sterke man.

En de behoefte aan zo'n sterke man blijkt sterk toe te nemen als er sprake is van conflict, van strijd met andere, vijandige, groepen. Dat kan om een echt conflict gaan, maar het kan ook zijn dat een sterke man die aan de macht wil komen, tegenstellingen opblaast en conflicten en vijanden creëert. Hij kan er dan in slagen om mensen tot zijn volgelingen te maken die denken dat hij als enige de gevaren kan afwenden.

De kans op slagen is groter als bij die volgelingen meer het wereldbeeld kan worden opgewekt van alomtegenwoordigheid van gevaar en strijd. Van strijd tussen groepen die elkaar naar het leven staan.. Het wereldbeeld van de statuscompetitie. Zoals we dat al zagen in de Sociale Dominantie Oriëntatie. Zie nog eens het bericht De twee wereldbeelden van het rechts-extremisme: de wereld is gevaarlijk en/of de wereld is een amorele jungle.

Want het blijkt dat die Sociale Dominantie Oriëntatie, het de wereld waarnemen als een strijdtoneel tussen groepen, een betere voorspeller is van de behoefte aan een sterke man dan het voldoen aan de kenmerken van Adorno's autoritaire persoonlijkheid.

En de mate waarin mensen dat wereldbeeld van strijd en conflict aanhangen, kan sterk wisselen. Het kan worden aangewakkerd door terroristische aanslagen, maar ook door economische instabiliteit. Vandaar dat verband tussen economische ongelijkheid en bestaansonzekerheid met groepsvijandigheid en rechts-extremisme.

En vandaar het grote belang van een verzorgingsstaat, die tegemoetkomt aan de behoefte aan bestaanszekerheid. Die daardoor de kans verkleint op zo'n wereldbeeld van strijd en conflict en daarmee de behoefte aan een sterke man.

Waardevolle inzichten om wat er zich in deze tijd in de wereld afspeelt beter te begrijpen.

zaterdag 23 maart 2019

De twee wereldbeelden van het rechts-extremisme: de wereld is gevaarlijk en/of de wereld is een amorele jungle

Wat valt er te zeggen over het wereldbeeld van rechts-extremisten? Via een pas verschenen studie kwam ik terecht bij Dangerous and competitive worldviews: A meta-analysis of their associations with Social Dominance Orientation and Right-Wing Authoritarianism, dat al in 2013 verscheen, maar dat ik niet eerder had opgemerkt.

Het gaat om een studie die inzicht verschaft in het onderscheid tussen de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) en het Right-Wing Authoritarianism (RWA) en in wat voor wereldbeeld mensen hebben die hoog op deze twee scoren.

Eerst maar even over die SDO en RWA. Ik stond bij die twee stil toen het ging over het mogelijke verband tussen de toename van narcisme en de ongeveer gelijktijdige toename van rechts-extremisme: Over het verband tussen narcisme en rechts-extremisme. Ik citeer even uit dat bericht:
Als je hoog scoort op die Sociale Dominantie Oriëntatie, dan ben je gefascineerd door de gedachte dat de samenleving een statushiërarchie is van groepen en door de innerlijke behoefte om jezelf en je groepsgenoten (het eigen volk) aan de top daarvan te zien. Je bent het dan opvallend veel eens met uitspraken als:
  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Hier kun je je eigen SDO-score te weten komen.

Met een hoge RWA-score wordt een net iets ander aspect van rechts-extremisme gevangen. Het gaat dan om het onderschrijven en aanhangen van traditionele normen en waarden, het je zelf daaraan onderwerpen en het opleggen ervan aan anderen, als het moet met geweld. Zie The Authoritarians van Bob Altemeyer. Je RWA-score is hoger als je het meer eens bent met uitspraken als:
  • Our country desperately needs a mighty leader who will do what has to be done to destroy the radical new ways and sinfulness that are ruining us.
  • The only way our country can get through the crisis ahead is to get back to our traditional values, put some tough leaders in power, and silence the troublemakers spreading bad ideas.
  • It is always better to trust the judgement of the proper authorities in government and religion than to listen to the noisy rabble-rousers in our society who are trying to create doubt in people's minds.
Hier kun je je eigen RWA-score te weten komen.
In dat bericht ging het erover dat narcisme positief samenhangt met SDO, als je controleert voor RWA, maar integendeel juist negatief samenhangt met RWA als je controleert voor SDO. En dat valt te begrijpen, want een narcist zou zich natuurlijk nooit aan een machtige leider willen onderwerpen of aan het oordeel van de autoriteiten. Narcisten zul je dus wél meer tegenkomen bij de SDO-variant van rechts-extremisme, maar juist minder bij de RWA-variant. (We zagen eerder dat PVV-stemmers hoog scoorden op de SDO.)

Maar goed. In die studie uit 2013 die ik hierboven noemde, gaat het over een ander verschil tussen SDO en RWA, namelijk een verschil in sociaal wereldbeeld. De onderzoekers concluderen uit een meta-analyse van eerdere studies dat degenen die hoog scoren op RWA meer het beeld hebben van een gevaarlijke wereld en degenen die hoog scoren op SDO meer het beeld van een competitieve wereld.
De mate waarin je een gevaarlijk wereldbeeld hebt, werd vastgesteld met de Belief in a Dangerous World Scale, waarin het gaat om het wel of niet onderschrijven van uitspraken als: "Any day now chaos and anarchy could erupt around us..." en "There are many dangerous people in our society who will attack someone out of pure meanness, for no reason at all."
En bij het aanhangen van een competitief wereldbeeld gaat het om uitspraken als “It’s a dog-eat-dog world where you have to be ruthless at times” en "There is really no such thing as “right” and “wrong.” It all boils down to what you can get away with."
De onderzoekers vatten de gevonden samenhangen samen in het onderstaande plaatje, Je ziet dat de sterkste verbanden (de dikkere lijnen) worden gevonden tussen DW en RWA en tussen CW en SDO. Je kunt dus het rechts-extremisme onderverdelen in Right-Wing Authoritarianism, dat nauw samenhangt met een gevaarlijk wereldbeeld en de Sociale Dominantie oriëntatie, dat nauw samenhangt met een competitief wereldbeeld.

In de eerste variant zijn er altijd gevaarlijke lieden en moet je dus altijd op je hoede zijn en in de tweede variant is de wereld een amorele jungle van strijd en statuscompetitie.  In beide varianten gaat het om een wereld bestaande uit groepen. Andere groepen die gevaarlijk zijn. Of groepen waartegen de eigen superieure groep met hand en tand dient te worden verdedigd.


Maar je ziet ook dat het rechts-extremisme een samenhangend geheel is, want er zijn dwarse samenhangen. Zo is de correlatie tussen de beide wereldbeelden behoorlijk groot, wat erop wijst dat als je de wereld als gevaarlijk ziet, de kans behoorlijk groot is dat je hem ook als een amorele jungle ziet. En andersom.

Laten we zeggen dat het sociaalwetenschappelijk onderzoek enig inzicht verschaft in het denken van de rechts-extremisten die in Europa en de Verenigde Staten zo van zich doen spreken. En die natuurlijk hun voorlopers hadden.

De allergrootste aanhanger van dat beeld van de wereld als een amorele jungle was wel Adolf Hitler. Sebastian Haffner geeft in zijn Kanttekeningen bij Hitler het volgende citaat (zonder bronvermelding, maar ik neem aan uit Mein Kampf):
Wie wil leven, welaan, die moet strijden, en wie in deze wereld van eeuwige worsteling niet wil strijden, verdient het leven niet.
Toen, en nu nog steeds, huiveringwekkend.

dinsdag 3 juli 2018

De innige relatie tussen Trump en zijn aanhang, die als hij verstoord gaat worden, voor beiden catastrofaal gaat uitpakken

In een tijd waarin narcisme over de hele linie lijkt te zijn toegenomen, zullen er ook meer politici op het toneel verschijnen met narcistische trekken. Die ontwikkeling kan ertoe leiden dat we een soort symbiose zien ontstaan tussen de narcistische leider en zijn aanhang, die zich sterk tot dat narcisme voelt aangetrokken.

Op hoe die symbiose eruitziet in het geval van Donald Trump en zijn kiezers, krijgen we enig inzicht dankzij de studie Group-Based Dominance and Authoritarian Aggression Predict Support for Donald Trump in the 2016 U.S. Presidential Election.

Over dat narcisme van Trump kunnen we kort zijn: een onrealistisch hoge eigendunk, een hoge mate van agressie tegenover tegenstanders, onvermogen om de democratische beperkingen te accepteren die aan het ambt van president gesteld zijn en vijandigheid tegenover wetenschap en deskundigheid. Een narcist kan niemand dulden die een inbreuk zou kunnen maken op zijn eigenwaan.

Uit dat onderzoek komt een beeld naar voren van Trumps aanhang dat perfect bij die narcistische trekken aansluit.

Want daaruit blijkt dat de Trump-kiezers in vergelijking met kiezers op andere kandidaten hoger scoren op de Sociale Dominantie Oriëntatie en het rechts-autoritaire wereldbeeld (RWA). (Zie het bericht Over het verband tussen narcisme en rechts-extremisme voor meer over die SDO en RWA.)

Dit geldt in het bijzonder voor de twee facetten "autoritaire agressie" en "groepsgebaseerde overheersing". Een voorbeeld van een uitspraak die staat voor autoritaire agressie is:
What our country really needs is a strong, determined President which will crush the evil and set us on our right way again
 En uitspraken die staan voor groepsgebaseerde overheersing, zijn:
In getting what your group wants, it is sometimes necessary to use force against other groups
Some groups of people are simply inferior to other groups
Some groups of people must be kept in their place
Daaruit lijkt inderdaad het beeld naar voren te komen van een symbiose van de narcistische leider die de collectief narcistische wensbeelden van zijn aanhang verpersoonlijkt.

Beide hebben elkaar nodig. Een innige relatie, die als hij verstoord gaat worden, voor beide catastrofaal gaat uitpakken.

maandag 7 mei 2018

Populisme verklaard door 'economie" of door "cultuur"? Niet of-of, maar en-en

Update 1. Lees nu ook David Leonhardt: Yes, the Economy Helped Elect Trump.
Update 2. Lees nu ook Robert Reich: How To Stop Trump
Er valt veel voor te zeggen dat de opkomst van het rechts-extreme populisme is veroorzaakt door de toegenomen economische bestaansonzekerheid. Die op zijn beurt het gevolg was van in het verleden gemaakt politieke keuzes, beïnvloed door het om zich geen grijpende neoliberale denken van marktwerking en kleine overheid. Zie de berichten op dit blog achter het label bestaansonzekerheid, in het bijzonder het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

Toch kom je ook voorstanders tegen van een "culturele verklaring" voor de opkomst van het populisme. Door globalisering en immigratie zouden mensen zich niet zozeer hun economische, maar vooral in hun culturele zekerheden bedreigd zijn gaan voelen. En daardoor zou de culturele behoudzucht (Zwarte Piet, het volkslied, In Rotterdam spreken we Nederlands) en de vijandigheid tegen immigranten van populistische partijen voor vele zo aantrekkelijk zijn geworden.

Het Amerikaanse onderzoek Status threat, not economic hardship, explains the 2016 presidential vote lijkt enige onderbouwing te geven aan deze culturele verklaring. Het gaat om een panelonderzoek, waarin dezelfde mensen zowel in 2012 als in 2016 ondervraagd werden. Zo kon worden nagegaan of het verschuiven van het in 2012 stemmen op Obama naar het in 2016 stemmen op de populist Donald Trump meer werd verklaard door een toename van economische bestaansonzekerheid (inkomensachteruitgang, werkloos worden) dan wel door het zich meer in status bedreigd voelen (gemeten aan een toename in de Sociale Dominantie Oriëntatie en van een negatieve houding tegenover immigratie en internationale handel).

De analyses wijzen dan uit dat er geen verband was tussen de toename van economische bestaansonzekerheid en de verschuiving richting Trump, maar wel een verband met de toename van statusbedreiging. Dus toch "cultuur" en niet "economische bestaansonzekerheid"?

Dat staat nog te bezien. Want bestaansonzekerheid wordt door meer bepaald dan door de eigen inkomensachteruitgang en het zelf werkloos worden. Het gaat ook om baanonzekerheid. En het gaat om jouw inkomen en arbeidsmarktpositie in vergelijking met die van je ouders. Lees ook de reactie op het onderzoek van Andrew J. Cherlin gisteren in de New York Times: You Can’t Separate Money From Culture.

En we weten uit ander onderzoek dat bestaansonzekerheid samenhangt met een hogere score op de Sociale Dominantie Oriëntatie en met meer anti-immigrantensentiment. Het lijkt plausibel dat economische bestaansonzekerheid en statusbedreiging twee kanten zijn van dezelfde medaille. Niet of-of, maar en-en.

Wat ook weer niet wegneemt dat het met de economische verklaring zou zijn overeengekomen als die Amerikanen die inkomensachteruitgang of werkloosheid hadden meegemaakt, meer op Trump waren gaan stemmen.

maandag 30 oktober 2017

Over het verband tussen narcisme en rechts-extremisme

Rechts-extremisme en narcisme lijken allebei toe te nemen.

Dat rechts-extremisme toeneemt, is af te lezen aan verkiezingsuitslagen. Even aangenomen dat die niet gemanipuleerd zijn, wat in de Verenigde Staten misschien nog wel zal blijken het geval te zijn geweest. Update. En in het Verenigd Koninkrijk.

Dat narcisme is toegenomen lijkt op grond van sociaalwetenschappelijk onderzoek waarschijnlijk. Zie The Narcississm Epidemic.

Hoe zou het zitten met de samenhang tussen die twee trends?

Dat blijkt ervan af te hangen met welk aspect van rechts-extremisme je te maken hebt. Sympathie hebben voor rechts-extremistische opvattingen en politieke partijen hangt namelijk zowel samen met de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) als met Right-Wing Authoritarianism (RWA).

Als je hoog scoort op die Sociale Dominantie Oriëntatie, dan ben je gefascineerd door de gedachte dat de samenleving een statushiërarchie is van groepen en door de innerlijke behoefte om jezelf en je groepsgenoten (het eigen volk) aan de top daarvan te zien. Je bent het dan opvallend veel eens met
uitspraken als:
  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Hier kun je je eigen SDO-score te weten komen.
Met een hoge RWA-score wordt een net iets ander aspect van rechts-extremisme gevangen. Het gaat dan om het onderschrijven en aanhangen van traditionele normen en waarden, het je zelf daaraan onderwerpen en het opleggen ervan aan anderen, als het moet met geweld. Zie The Authoritarians van Bob Altemeyer. Je RWA-score is hoger als je het meer eens bent met uitspraken als:
  • Our country desperately needs a mighty leader who will do what has to be done to destroy the radical new ways and sinfulness that are ruining us.
  • The only way our country can get through the crisis ahead is to get back to our traditional values, put some tough leaders in power, and silence the troublemakers spreading bad ideas.
  • It is always better to trust the judgement of the proper authorities in government and religion than to listen to the noisy rabble-rousers in our society who are trying to create doubt in people's minds.
Hoewel SDO en RWA enigszins met elkaar samenhangen (ik zag een correlatie van .38 voorbijkomen), is er een duidelijk onderscheid. En dat komt aan het licht als je kijkt naar hoe beide met narcisme samenhangen.

De nieuwe studie On Self-Love and Outgroup Hate: Opposite Effects of Narcissism on Prejudice via Social Dominance Orientation and Right-Wing Authoritarianism, die werd uitgevoerd in Engeland, de Verenigde Staten en Polen, laat namelijk zien dat narcisme positief samenhangt met SDO, als je controleert voor RWA, maar zelfs negatief samenhangt met RWA, als je controleert voor SDO.

En dat valt eigenlijk wel te begrijpen. Een narcist ziet zichzelf natuurlijk aan de top van de statushiërarchie. Niemand kan hem (of haar) overtreffen. We zagen al dat zulks geldt voor de eigen groep ("Eigen volk eerst"), maar dat daarachter puur egoïsme schuilgaat ("Ik eerst"). Dat moet wel sterk samengaan met een hoge SDO-score. Anderen moeten zich onderwerpen aan degenen die boven hen staan en ik ben degene die helemaal bovenaan staat.

Maar dat gaat minder goed samen met die RWA-trek. Want die houdt in dat je je behoort te onderwerpen aan de traditionele normen en waarden en aan het gezag dat daaruit voortvloeit. Dat leidt weliswaar tot agressie tegenover anderen die rebelleren, maar houdt ook in dat je jezelf onderwerpt.

En dat laatste, dat is een stap die een narcist nooit zal zetten.

Ik dacht bij die narcist, met dus een hoge SDO-score, aan Geert Wilders. 

En bij die niet-narcist, maar wel met een (behoorlijk) hoge RWA-score, aan Sybrand Buma.

woensdag 18 oktober 2017

Achter "Eigen volk eerst" gaat "Ik eerst" schuil - De Sociale Dominantie Oriëntatie en egoïsme gaan samen

Mensen met een hoge score op de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) hebben sterk de neiging om de sociale wereld te zien als een statushiërarchie van groepen. In dat beeld behoren zij zelf tot de groep die bovenaan staat en dus superieur is aan alle anderen. Je SDO is hoger naarmate je het meer eens bent met uitspraken als:
  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Je komt hogere scores op die SDO vooral tegen bij stemmers op rechts-extremistische partijen, zoals in Nederland bij PVV-stemmers. Zie PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment.

De nieuwe studie More for Us or More for Me? Social Dominance as Parochial Egoism stelt de vraag aan de orde hoe je dat superioriteitsgevoel ten opzichte van de eigen groep (zoals "Eigen volk eerst") moet duiden. Gaat de neerbuigendheid en vijandigheid tegenover andere groepen juist samen met meer solidariteit en generositeit ten opzichte van leden van de eigen groep? Als dat zo zou zijn, dan kun je denken dat degenen met een hoge SDO even pro-sociaal zijn als anderen, maar dat bij hen die pro-socialiteit meer geconcentreerd is binnen de eigen groep.

Maar het zou ook kunnen zijn dat die SDO samengaat met een hoge individuele dominantie oriëntatie. Anders gezegd, binnen die eigen groep beschouwt iemand met een hoge SDO zichzelf als superieur aan anderen en is hij niet solidair maar integendeel egoïstisch. Het gaat dan dus om het willen overheersen, over andere groepen en over andere leden van de eigen groep. En het gaat om een algemene vijandigheidstrek, vijandig tegenover andere groepen en tegenover andere leden van de eigen groep.

Voor dat laatste zijn er al wel aanwijzingen. Want we weten al dat een hoge SDO-score samengaat met meer narcisme, Machiavellianisme en zelfverheffing en met minder empathie en altruïsme.

De resultaten van dit nieuwe onderzoek versterken deze aanwijzingen. In drie experimenten konden leden van een meerderheidsgroep (blanken in de V.S., Christenen in de V.S., Joden in Israël) keuzes maken tussen samenwerken met alleen leden van de eigen groep, met de eigen groep en met leden van de minderheidsgroep (zwarten in de V.S, Moslims in de V.S., Arabieren in Israël) en egoïstisch niet-samenwerken. Het ging steeds om keuzes in het kader van een zogenaamd meer-persoonsgevangendilemma. (Volg de link voor uitleg daarover.) Als de keuzes gemaakt waren, werd bij iedereen de SDO-test afgenomen.

Het bleek toen dat degenen met een hogere SDO-score zoals verwacht minder bereid waren om samen te werken met de minderheidsgroep. Dus inderdaad "Eigen volk eerst". Waren ze dan juist meer bereid om met de eigen groep samen te werken? Nee, dat bleek niet het geval. Met betrekking tot de eigen groep waren ze net zo egoïstisch of coöperatief als degenen met een lagere SDO. Update. Anders en misschien duidelijker gezegd: hun weerzin tegen samenwerking met leden van de minderheidsgroep werd niet gecompenseerd door hun grotere bereidheid om met leden van de eigen groep samen te werken.

Conclusie van de onderzoekers:
These findings shed new light on the claim that individuals higher in SDO view the world as a competitive jungle governed by “ruthless, amoral struggle for resources and power in which might is right and winning is everything” (Duckitt, Wagner, du Plessis, & Birum, 2002, p. 92). Specifically, they show that, at the intergroup level, these perceptions fuel ideological support of intergroup hierarchy, while at the intragroup level, they seem to fuel behavioral selfishness. The covariation of these ideological and behavioral tendencies gives rise to the pattern we labeled parochial egoism.

donderdag 17 augustus 2017

Sociaalwetenschappelijk onderzoek dat helpt om het verschijnsel-Trump beter te begrijpen

De recente gebeurtenissen in de Verenigde Staten wijzen nog maar weer eens op de opvallende overeenkomsten tussen wat we nu meemaken en dat wat zich afspeelde in Duitsland in de jaren 30 van de vorige eeuw. Bij die overeenkomsten stond ik eerder stil in het bericht Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann).

Maar er is natuurlijk ook een belangrijk verschil. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden zich de sociale wetenschappen en die kunnen ons nu bijstaan in het begrijpen van wat er gaande is. Die ontwikkeling was trouwens voor een groot deel juist in gang gezet door de motivatie om de vreselijke gebeurtenissen te begrijpen die zich in nazi-Duitsland en in de Tweede Wereldoorlog hadden afgespeeld.

Wat hebben die sociale wetenschappen te bieden om nu het verschijnsel-Trump (dat ook de morele teloorgang en radicalisering van de Republikeinse partij omvat) en meer in het algemeen de opkomst van het rechts-extremisme te begrijpen en te verklaren?

Ik moet dan allereerst denken aan het onderzoek dat de toename van rechts-extremistische opvattingen in verband brengt met de toename van bestaansonzekerheid. Zie mijn laatste bericht daarover: Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme en volg de links daarin naar vorige berichten.

Dat onderzoek was er in de jaren 30 van de vorige eeuw niet en is er nu wel. En het valt te hopen dat de eruit voortkomende inzichten snel tot de politiek en het beleid doordringen en benut gaan worden.

Maar er is meer. Zo is er dit mooie overzicht dat Thomas Pettigrew opstelde van onderzoek dat kan helpen bij het begrijpen van de Amerikanen die op Trump stemden: Social Psychological Perspectives on Trump Supporters.

Pettigrew, een wel heel gerenommeerd sociaal-psycholoog, ordent dat onderzoek in de vier thema's:
  • Authoritarianism and Social Dominance Orientation (SDO)
  • Prejudice
  • Intergroup contact
  • Relative Deprivation
Het onderzoek dat ik noemde naar de rol van bestaansonzekerheid valt onder het thema van de relatieve deprivatie.

Het eerste thema slaat op al dat onderzoek dat geprobeerd heeft om het persoonlijkheidssyndroom te karakteriseren van mensen die bij uitstek vatbaar zijn voor autoritaire en rechts-extremistische opvattingen. Dat onderzoek begon ooit, kort na de Tweede Wereldoorlog, met The Authoritarian Personality van Adorno en anderen (volg de link voor de uitgebreide Wikipedia-pagina).

Zie voor die Sociale Dominantie Oriëntatie mijn eerdere berichten daarover, zoals Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment, PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Over Sociale Dominantie en "In Rotterdam spreken we Nederlands".

Die twee andere thema's, vooroordeel en intergroepscontact, hangen nauw met elkaar samen. Ze slaan op het probleem dat we in onze huidige maatschappij in onderlinge afhankelijkheid staan tot vreemden en leden van andere groepen die we niet persoonlijk kennen. Dat informatietekort leidt ertoe dat zich gemakkelijk, meestal negatieve, vooroordelen ontwikkelen, die in het dagelijks leven en in de politiek vervelende gevolgen kunnen hebben. Onderzoek wijst erop dat vooroordelen kunnen worden verminderd door een toename van onderling contact (de sociale contact-hypothese) en daarmee van onderlinge vertrouwdheid. Zie bijvoorbeeld Meer empathie bij toenemende vertrouwdheid: nieuwe aanwijzing.

Een andere recent verschenen interessante sociaalwetenschappelijke bijdrage is The Appeal of the Primal Leader: Human Evolution and Donald J. Trump van Dan McAdams. Maar daarover een volgende keer.

vrijdag 11 augustus 2017

Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme

We zijn zo'n 70 jaar na de Tweede Wereldoorlog getuige van een golf van opkomend rechts-extremisme. Die golf bestaat er niet alleen uit dat rechts-extremistische partijen tot het politieke landschap zijn gaan behoren, maar ook uit het naar rechts opschuiven van middenpartijen.

Dat is eigenlijk niet een verrassende ontwikkeling. Want we hebben een grote financiële crisis achter de rug en onderzoek wijst uit dat in de periode 1870-2014 zulke crises steevast gepaard zijn gegaan met een opleving van rechts-extremisme. Zie Meer rechts-extremisme na financiële crises - niet na economische crises.

Alles wijst erop dat dit verband veroorzaakt wordt door de door zulke crises aangewakkerde bestaansonzekerheid. In een kapitalistische maatschappij zijn we voor ons bestaan afhankelijk van inkomen uit arbeid en een financiële crisis doet zekerheden over geld en werk wankelen.

Rechts-extremistische partijen profiteren van die toegenomen bestaansonzekerheid door succesvol naar vermeende "vijanden" of zelfs "vijanden van het volk" te wijzen. Dat zijn interne vijanden: de "politiek-correcte elites", de minderheden en de uitkeringstrekkers, en de externe: de vluchtelingen en de migranten.

De aanwijzingen voor het verband tussen bestaanszekerheid en rechts-extremistische opvattingen stapelen zich op. Zie Beleid dat bestaansonzekerheid zaait, oogst rechts-extremisme, Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment en Meer over baanonzekerheid en rechts-extremisme.

Daar is nu onderzoek in Duitsland bijgekomen naar de kenmerken van mensen met sympathie voor de rechts-populistische partij AfD: Einstellung und sozialeLebenslageEine Spurensuche nach Gründen fürrechtspopulistische Orientierung,auch unter Gewerkschaftsmitgliedern. Een mooie samenvatting geeft de powerpoint van de presentatie op de persconferentie: WER WÄHLTRECHTSPOPULISTEN?

Op grond van een online vragenlijst onder een representatieve steekproef van tegen de 5000 inwoners van Duitsland komen de onderzoekers tot de conclusie dat het niet zozeer de objectieve economische positie is die de sympathie voor de AfD verklaart, maar veeleer de angst voor sociale daling (statusangst), die weer blijkt samen te hangen met de indruk dat men er in vergelijking met de eigen ouders op achteruit is gegaan. Daar komen grotere zorgen bij over de eigen toekomstige financiële positie en die van de kinderen.

Die onzekerheid gaat bovendien samen met meer egoïsme, minder vertrouwen in anderen, een autoritair wereldbeeld en een anti-vreemdelingensentiment.

Het is helaas een bekend en vertrouwd beeld dat naar voren komt. Hoog tijd dat politici er meer van doordrongen raken hoe belangrijk bestaanszekerheid als beleidsdoelstelling is.

donderdag 11 mei 2017

Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment

Zaken als ongelijkheid, economische onzekerheid en gebrek aan democratie blijken samen te gaan met een verhoogde mate waarin burgers de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) aanhangen. En die verhoogde mate van SDO blijkt weer samen te gaan met racisme, seksisme en anti-immigranten en anti-uitkeringstrekkerssentiment. Daarop wijst de studie Preferences for group dominance track and mediate the effects of macro-level social inequality and violence across societies.

Iemands SDO is hoger hoe meer hij het eens is met uitspraken als:
Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Met een hoge SDO-score ben je gefascineerd door de gedachte dat de samenleving een statushiërarchie is en door de innerlijke behoefte om jezelf en je soortgenoten (het eigen volk) aan de top daarvan te zien. Dat suggereert dat er een samenhang is met narcisme en dat blijkt ook het geval te zijn. Zie Collective narcissism and its social consequences 

We zagen al dat PVV-stemmers en in het algemeen stemmers op rechts-extremistische partijen uitblinken in een hoge SDO-score. Zie PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme.

Dit nieuwe onderzoek verschaft inzicht in hoe de gemiddelde SDO-score in een land samenhangt met andere kenmerken van dat land. Uit een vergelijking van 27 landen komt naar voren dat de SDO-score van de dominante bevolkingsgroep hoger is als er in een land meer ongelijkheid is, als er meer gewelddadige conflicten zijn, als er meer corruptie is, als er minder persvrijheid is en als er minder sociale vooruitgang is.

Het lijkt plausibel dat zulke macro-kenmerken van een land er aan bijdragen dat burgers zo'n hoge SDO-score ontwikkelen, maar het onderzoek kan daarover geen uitsluitsel geven.

De onderzoekers vergeleken ook de staten van de Verenigde Staten. Daaruit kwam naar voren dat Amerikanen die in een staat wonen met een grotere economische ongelijkheid en met meer geweldsincidenten een hogere SDO-score hebben. En die hogere SDO-score gaat op zijn beurt samen met meer racisme, meer seksisme en een negatievere houding tegenover minderheden en uitkeringstrekkers.

Tezamen genomen lijken die macro-kenmerken te staan voor de mate waarin in een land de statuscompetitie overheerst. Want we weten dat ongelijkheid en bestaansonzekerheid het statuscompetitiegedrag aanwakkeren. Zich uitend in het neerkijken op minderheden en verliezers en in ressentiment als je zelf verliezer bent.

Anders gezegd, collectief narcisme, rechts-extremisme en het neerkijken op minderheden en verliezers, dat zijn geen raadselachtige verschijnselen, maar te verwachten bij meer ongelijkheid, meer bestaansonzekerheid en een meer statuscompetitieve maatschappij.

donderdag 9 februari 2017

Het dehumaniseren van minderheden creëert een agressiespiraal - Over Trump (en Wilders)

De onderzoekers Nour Kteily and Emile Bruneau leggen in de Washington Post uit dat het onverholen dehumaniseren (ontmenselijken) van Moslims en Mexicanen door Donald Trump Amerika niet veiliger maakt. Zie Trump says his travel ban will make America safer. Our research shows it will do the exact opposite.

Integendeel, hoe meer minderheden zich gedehumaniseerd voelen, hoe meer ze zich gekrenkt voelen en hoe meer steun ze geven aan gewelddadige (tegenover vreedzame) collectieve protesten.

Dat blijkt uit onderzoek dat Kteily en Bruneau deden in de tijd van de Amerikaanse voorverkiezingen, waarover ze in november vorig jaar rapporteerden: Backlash. The Politics and Real-World Consequences of Minority Group Dehumanization.

Buiten de sfeer van de eigen vertrouwde relaties blijken mensen goed in staat te zijn om vreemden en dan vooral leden van minderheidsgroepen te dehumaniseren. Denk aan akelige periodes uit de mensheidsgeschiedenis, zoals die van de slavernij en van de Holocaust.

Dehumaniseren kun je zien als het proces waarmee mensen hun vermogen tot empathie uitschakelen. Naar dat uitschakelen van empathie deed Bruneau eerder onderzoek, dat ik besprak in het bericht Over het vermogen om je empathie uit te schakelen. En over verantwoordelijke politici.

In dit nieuwe onderzoek ondervroegen Kteily en Bruneau via internet (Amazon's Mechanical Turk) groepen Amerikanen, waarvan enkele met een Mexicaanse of Moslim-achtergrond. De neiging tot onverholen dehumaniseren stelden ze vast op twee manieren. Als eerste legden ze de deelnemers dit plaatje voor waarin de evolutie van de mens wordt afgebeeld:


Je kon dan met een schuifje van rechts naar links aangeven op welke plaats jij vindt dat Mexicanen of Moslims thuishoren. Hoe meer je dat schuifje naar links beweegt, hoe meer jij onverholen dehumaniseert.

De andere manier bestond eruit dat de deelnemers van een aantal termen moesten aangeven in hoeverre ze die op de Mexicanen of Moslims van toepassing achtten. Het ging om termen als "wild, agressief", "achterlijk, primitief", "gewetenloos" en, omgekeerd gecodeerd, "rationeel en logisch" "in staat tot zelfbeheersing".

Het blijkt dan dat de Amerikanen die meer dehumaniseren meer tegenstander zijn van immigratie, meer vooroordelen hebben, politiek gezien meer aanhanger zijn van de Republikeinse partij en meer aanhanger zijn van Trump.

Dat alles zoals je het zou verwachten. Maar hoe zat het met de Mexicanen en Moslims? Degenen van hen die zich meer gedehumaniseerd voelden, bleken dat ook meer terug te doen en het te beantwoorden met vijandige gevoelens.

Dat wijst dus op een zichzelf versterkend proces. Dehumanisering lokt uit tot omgekeerde dehumanisering, een vicieuze cirkel die natuurlijk gemakkelijk groepsconflicten genereert. In de woorden van de onderzoekers:
Practically, these findings suggest that the “vicious cycle” of dehumanization and meta-dehumanization makes society less safe for both majority and minority group members, and suggest that the calls by Trump and Cruz to make Americans safer by imposing policies like databases to track Muslims are likely to backfire.
Dat proces van onverholen dehumanisering lijkt sterk overeen te komen met wat je ziet bij degenen, zoals PVV-stemmers, die hoog scoren op de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO). Zie PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme. Denk even aan drie van de uitspraken waarmee die SDO wordt vestgesteld:
  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
En dat klopt, want Kteily en Bruneau hadden ook die SDO-vragen in hun onderzoek meegenomen. Analyses met die SDO veranderden niets aan de resultaten.

Anders gezegd, net zoals Trump Amerika niet veiliger maakt, integendeel, zal Wilders Nederland niet veiliger maken.

vrijdag 26 augustus 2016

Wat is er eigenlijk aan de hand in Europa? Over rampzalig economisch beleid en rechtsextremisme

We maakten een rondreis door de Baltische staten. Ook daar was er weer alle aanleiding om bij de Europese geschiedenis stil te staan. Bij de gruwelen en verschrikkingen die zich in de twintigste eeuw in ons kleine werelddeel met zoveel nationaliteiten hebben afgespeeld. En ik dacht weer even aan Helmut Schmidt.

Ik ben midden in de Tweede Wereldoorlog geboren en heb dus vooral herinneringen aan de tijd dat iedereen er van overtuigd was dat het van nu af aan beter zou worden. Europa had zijn lessen geleerd en zou vol overtuiging gaan werken aan een vreedzame en welvarende toekomst. Samenwerking in plaats van vijandschap, democratie in plaats van dictatuur, openheid en tolerantie in plaats van vooroordelen en discriminatie.

Lang heb ik het volgehouden om met die optimistische bril naar de ontwikkelingen in Europa te kijken. Maar dat lukt niet meer, zeker niet nadat ik doorkreeg, toen de financiële crisis ook Europa trof, dat we geregeerd worden door een neoliberale sekte. Die een obsessie heeft met concurrentie tussen landen, terwijl voor welvaart coördinatie en samenwerking veel belangrijker zijn. Zeker als landen een monetaire unie vormen. Als ik beter had opgelet, had ik het trouwens eerder kunnen doorhebben, want alles lijkt te zijn begonnen met Reagan en Thatcher in de jaren tachtig en met de toen al ingezette teloorgang van de Europese sociaal-democratie.

Dat rampzalige economische beleid, met die obsessie met overheidstekorten, heeft geleid tot massawerkloosheid, toenemende ongelijkheid, bestaansonzekerheid en armoede, op een schaal die je voor Europa niet voor mogelijk had gehouden.

En vrijwel zeker daarmee samenhangend, tot die opleving van rechts-extremisme en vreemdelingenhaat die we nu dagelijks in het nieuws tegenkomen. O, wat lijkt dit allemaal verontrustend veel op wat zich in de jaren 30 afspeelde.

Wat valt er sociaalwetenschappelijk over te zeggen? Enige kijk daarop geeft Daniel Little in het bericht Survey research on right-wing extremism in Europe. Het haalt teveel overhoop om nu kort te kunnen samenvatten, ook al omdat de zon op de ramen van mijn studeerkamer begint te schijnen.

Maar ik volgde even de link naar het rapport Intolerance, Prejudice  and Discrimination A European Report van de Friedrich Ebert-Stiftung. Dat rapport doet verslag van onderzoek naar de omvang van wat wordt genoemd groepsgerichte vijandelijkheid (vooroordelen en discriminatie) in acht Europese landen, waaronder Nederland. Het dateert uit 2011 en je kunt vrezen dat het daarna alleen maar erger is geworden.

Die groepsgerichte vijandelijkheid bestaat er uit dat iemand neerkijkt op (leden van) andere groepen, zich er boven verheven voelt. Anderen zijn minderwaardig en moeten hun plaats kennen. De onderzoekers noemen de kern er van een ideologie van statusongelijkheid. Als op een groep wordt neergekeken, dan ook op andere. In het onderzoek ging het om anti-immigrantensentiment, racisme, antisemitisme, anti-moslim, seksisme en homofobie.

Ik citeer een paar passages uit de samenvatting:
Group-focused enmity is widespread in Europe. It is weakest in the Netherlands, and strongest in Poland and Hungary. With respect to anti-immigrant attitudes, anti-Muslim attitudes and racism there are only minor differences between the countries, while differences in the extent of anti-Semitism, sexism and homophobia are much more marked.
About half of all European respondents believe there are too many immigrants in their country. Between 17 percent in the Netherlands and more than 70 percent in Poland believe that Jews seek to benefit from their forebears’ suffering during the Nazi era. About one third of respondents believe there is a natural hierarchy of ethnicity. Half or more condemn Islam as “a religion of intolerance”. A majority in Europe also subscribe to sexist attitudes rooted in traditional gender roles and demand that: “Women should take their role as wives and mothers more seriously.” With a figure of about one third, Dutch respondents are least likely to affirm sexist attitudes. The proportion opposing equal rights for homosexuals ranges between 17 percent in the Netherlands and 88 percent in Poland; they believe it is not good “to allow marriages between two men or two women”.
Three ideological orientations are especially associated with group-focused enmity: authoritarianism (an underlying attitude espousing law and order and discipline), Social Dominance Orientation (advocating social status hierarchies) and the rejection of diversity (a general rejection of cultural, ethnic and religious diversity within a country). (Zie in dit verband ook mijn bericht PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme.)
General political attitudes are relevant only to a certain degree. Respondents who describe themselves as tending to the right, who feel politically powerless and who wish for a strong leader and support the death penalty are on average more prejudiced. The intensity of political interest is of little relevance for the dissemination of prejudice.
Group-focused enmity need not remain restricted to attitudes. It can also have consequences for action. We investigated this in relation to immigrants. Respondents who denigrate weak groups are more likely to oppose integration of immigrants, to refuse them equal political participation, to discriminate against them and to use violence against them. (Denk ook even aan de gevaarlijke jonge mannen.)
Alongside an authoritarian mentality that supports hierarchies the most important explanatory factors for group-focused enmity are a subjective feeling that immigrants represent a threat and a general feeling of social disorientation. Low income and the feeling of being disadvantaged also play a role.
 En tenslotte over wat die groepsgerichte vijandelijkheid kan afzwakken of juist versterken:
The most important factors mitigating against group-focused enmity are trust in others, the ability to forge firm friendships, contact with immigrants, and above all a positive basic attitude towards diversity. Religiosity on the other hand does not mitigate against group-focused enmity, and holding general values that emphasize security and universalism plays only a small role in explaining tolerant attitudes.
Denk bij dat "contact with immigrants" ook even aan deze twee blogberichten: Meer contact helpt tegen vooroordelen en tegen (gewelddadige) conflicten. En over hoe dat komt en
Hoopvol: Een of twee positieve contacten zijn genoeg om gebrek aan empathie met outgroup weg te nemen.
Update. En zie nu ook het bericht Minder anti-immigrantensentiment door meer sociaal contact - Nieuwe aanwijzingen.

dinsdag 13 januari 2015

Hoe worden sommige jongemannen zo gevaarlijk dat ze aanslagen gaan plegen?

Ik vroeg me af wat er met sommige jonge mannen aan de hand is dat ze gevaarlijk worden en terreurdaden plegen. Zie het bericht Wat is het onderliggende probleem van terroristische daden? De islam of gevaarlijke jonge mannen? Het vinden van een volledig antwoord zal nog heel wat voeten in de aarde hebben. Maar de column van Paul de Grauwe vandaag lijkt ons een eindje in de goede richting te brengen. Ik waag een poging.

Ons economisch stelsel, het kapitalisme, zo stelt De Grauwe, heeft twee problemen: de ongelijke verdeling van de welvaart en de morele neutraliteit.

Dat eerste probleem brengt met zich mee dat:
Belangrijke delen van de bevolking (...) niet geïntegreerd (raken) en (...) werkloos en arm achter(blijven). Vooral migranten hebben daar last van. Ze komen terecht in een vicieuze cirkel: het systeem respecteert hen niet, en dit leidt dan ook tot een verlies aan zelfrespect en identiteit. Velen gaan dan op zoek naar identiteit en zelfrespect.
Dat zijn maar een paar zinnen, maar er zit een belangrijk sociaalwetenschappelijk inzicht in besloten. Het inzicht namelijk dat mensen niet alleen naar die materiële welvaart streven die het kapitalisme tot stand brengt, maar ook nog naar zaken als "identiteit en zelfrespect".

Door die ongelijkheid roept het kapitalisme een sterke mate van statuscompetitie in het leven. Degenen die in die competitie het onderspit delven, zijn niet alleen materieel arm. Ze ondergaan daarnaast ook de vernedering van het falen. En dat tekortschieten bedreigt hun identiteit en zelfrespect. Dus gaan mensen daarnaar op zoek.

Om te bepalen waar dat toe kan leiden, moeten we stilstaan bij dat tweede probleem, dat van die morele neutraliteit. Paul de Grauwe bedoelt daarmee dat onze maatschappij:
ultratolerant (is) ten aanzien van moraal en godsdienst. Het systeem laat alle visies, opinies en morele normen toe. Ze staat daar volledig onverschillig tegenover.
Bij velen leidt dit tot een reactie van verwerping en een zoektocht naar iets dat houvast biedt.
En daar komen we bij nog iets anders dat mensen klaarblijkelijk nodig hebben: zoiets als een moreel houvast.

Mijn aanvulling zou hier zijn dat het hier in de eerste plaats gaat om individualisme als kernprobleem en dat het gebrek aan moraal en normen daaraan inherent is. Dat zoeken naar een houvast bestaat dan bovenal uit het zoeken naar een sociale context die niet alleen morele richting geeft, maar ook de ervaring van geborgenheid verschaft. Update. Zie het bericht Juist in individualistische cultuur meer geneigdheid tot "eigen volk eerst" voor aanwijzingen dat mensen in een individualistische cultuur ook een triviale kans aangrijpen om een groepsgevoel te kunnen ervaren.

Kortom, wat we nu hebben is een kritiek op het kapitalisme, die stelt dat dit systeem er in tekortschiet om zaken als zelfrespect, moreel houvast en geborgenheid (identiteit) te verschaffen. Die kritiek lijkt sterk op sociaalwetenschappelijke inzichten in de traditie van Emile Durkheim (1858-1917), maar dat terzijde.

Wat zegt dit nu over gevaarlijke jonge mannen en terreurdaden? Om daar terecht te komen, zijn er nog wel wat vervolgstappen nodig. In de eerste plaats misschien de stap dat het vooral jongeren zijn die van deze problemen te lijden hebben. Want het is precies in hun levensfase dat de statuscompetitie en de sociale context de grote uitdagingen zijn. Aan het begin van een mogelijke loopbaan is de twijfel over succes of falen het grootst. En er is het verlies van de geborgenheid van het ouderlijk gezin en schoolvrienden, terwijl een nieuwe sociale context er nog niet hoeft te zijn.

Vervolgens de stap dat dat deze uitdagingen voor jonge mannen groter zijn dan voor vrouwen. Dat zou er mee te maken kunnen hebben dat mannen gemiddeld genomen meer geneigd zijn tot statuscompetitief gedrag en dat falen voor hen dus zwaarder weegt dan voor vrouwen. Daarvoor zijn aanwijzingen, maar die zou ik moeten opzoeken.

Oké, maar niet alle jonge mannen plegen terreurdaden. Waarom sommigen wel en anderen niet? Allereerst: er zijn natuurlijk veel jongeren die behoorlijk goed slagen in de statuscompetitie en in het vinden van voldoende geborgenheid in nieuwe sociale kringen. Zij bewandelen keurig het legitieme pad.

Voor anderen begint het duidelijk te worden dat die weg geen succes te bieden heeft. Dat kan er toe leiden dat illegitieme middelen gekozen gaan worden om een legitiem doel, materieel succes, te bereiken. Dat is de verklaring door de zogenaamde anomietheorie van de oververtegenwoordiging van jongeren in de misdaadstatistieken. (Die trouwens teruggaat naar diezelfde Durkheim.)

Maar er kunnen zich ook andere mogelijkheden aandienen, die minder uitsluitend op het materiële vlak liggen. De sociale context van een godsdienst of van nationalisme. Of van racisme. Of die van een zelfverzonnen "broederschap", zoals bij Anders Breivik het geval was.

En dan zijn we bij de laatste stappen aangeland. Want ergens moet die gewelddadigheid vandaan komen. En dan komen we waarschijnlijk terecht bij persoonlijkheidskenmerken als narcisme en sociale dominantie. Als je toch al meer narcistisch bent, dan moet het besef van falen in de statuscompetitie onverdraaglijk zijn. En de behoefte aan een sociale kring waarin anderen je bevestigen, wordt dan allesoverheersend.

Maar bovendien is een extreme reactie te verwachten op alles wat het bestaan van die kring bedreigt. Elke bedreiging is een bedreiging van het kwetsbare, maar tegelijk grandioze, zelfbeeld van de narcist. Die eigen, nieuw gevonden, kring van gelijkgezinden is bovendien de ideale voedingsbodem voor collectief narcisme en sociale dominantie. De eigen identiteit is zozeer met die kring verbonden, dat individueel lot en gezamenlijk lot niet meer zijn te onderscheiden. Wat de groep bedreigt, is een bedreiging van het grandioze zelfbeeld en dient dus te worden verwijderd of vernietigd. Zie ter aanvulling ook PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Zijn familiedrama's en schietpartijen een sociaal-wetenschappelijk probleem? Over maatschappij-verandering!

Deze schets van een mogelijke verklaring maakt, als hij wat waard is, in ieder geval duidelijk dat er verschillende verklarende "factoren" zijn die samen tot het eindresultaat leiden. Het is dus niet verstandig er één factor uit te lichten (godsdienst, islam, kapitalisme, ongelijkheid) en die tot de oorzaak uit te roepen.
Update. Zie nu ook het artikel Crisis in France Is Seen as Sign of Chronic Ills in de New York Times, dat ingaat op de grote problemen in de Franse voorsteden op het gebied van werk, opleiding en sociale uitsluiting.
Update. En zie (met dank aan Thomas Vanheste): Perspectives against extremism.

donderdag 8 januari 2015

Wat is het onderliggende probleem van terroristische daden? De islam of gevaarlijke jonge mannen?

De drie verdachten van de vreselijke aanslag gisteren op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs zijn jonge mannen. Twee van hen zijn broers van 32 en 34 jaar oud, van Algerijnse afkomst, geboren in Parijs. Ze schijnen niet godsdienstig te zijn opgevoed, een van hen is opgegroeid in een weeshuis. De 18-jarige derde verdachte is een zwager van een van de beide broers. Hij schijnt een alibi te hebben.

Een van de twee broers is in 2005 opgepakt toen hij naar Syrië wilde vertrekken, wat toen voor jihadisten de doorgang was naar Irak om daar tegen de Amerikanen te vechten. Hij werd in 2008 veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan 18 maanden met uitstel, voor zijn betrokkenheid bij het ronselen van jonge strijders voor de oorlog in Irak. De daders moeten ‘Allah Akhbar’ hebben geroepen en een van hen riep ‘we nemen wraak voor de profeet’. Zie dit bericht in De Volkskrant en dit bericht in De Standaard.

Wat blijft er bij je hangen als je deze twee alinea's hebt gelezen? Dat het om een door de islam geïnspireerde aanslag ging? Of dat het om drie jonge mannen ging?

De kans is groot dat vooral dat eerste is blijven hangen.

En dat wijst op een belangrijk probleem. Want het zou goed kunnen zijn dat het feit dat het om drie jonge mannen ging, meer informatie verschaft die relevant is voor het vinden van een verklaring voor zulke daden, dan het feit dat ze door de islam waren geïnspireerd.

Ik stond daar bij stil toen ik vanochtend ook de column Is Islam to Blame for the Shooting at Charlie Hebdo in Paris? van Nicolas Kristof las in The New York Times.

Kristof wijst er op dat er zeker veel aanslagen uit naam van de islam worden gepleegd. Maar de overweldigend grote meerderheid van de 1,6 miljard aanhangers van de islam heeft met zulke aanslagen niets te maken, behalve dan dat ze er buitenproportioneel slachtoffer van zijn. Kristof meldt dat er gisteren ook in het islamitische Jemen een aanslag plaatsvond, vermoedelijk door Al Qaeda, met 37 slachtoffers. Hij drukt ons daarom op het hart:
The great divide is not between faiths. Rather it is between terrorists and moderates, between those who are tolerant and those who “otherize.”
En:
Let’s stand with Charlie Hebdo, for the global outpouring of support has been inspiring. Let’s denounce terrorism, oppression and misogyny in the Islamic world — and everywhere else. But let’s be careful not to respond to terrorists’ intolerance with our own.
Als we dit soort aanslagen uit de wereld willen helpen, dan is het denk ik verstandiger om er bij stil te staan dat het meestal om jonge mannen gaat die zulke gewelddaden plegen, gevaarlijke jonge mannen. In plaats van er een godsdienststrijd van te maken. Maar dat laatste ligt op de loer.

Om dat te illustreren: toevallig verscheen vandaag ook dit bericht Muslims and Latinos much more prominent in TV crime news than in real-life crime. Het verwijst naar het onderzoek The Changing Misrepresentation of Race and Crime on Network and Cable News. De onderzoekers analyseerden de nieuwsprogramma's van de nationale televisiezenders op de berichtgeving over terroristische aanslagen in de Verenigde Staten tussen 2008 en 2012.

In die berichtgeving waren de daders in 81 procent van de gevallen identificeerbaar als moslim. Toen keken ze ook naar de FBI-rapporten over dezelfde periode en ontdekten dat slechts 6 procent van de binnenlandse verdachten van terreurdaden moslim waren.

Travis Dickson, een van de onderzoekers, geeft als commentaar dat terrorisme op Amerikaans grondgebied bovenal een zaak is van "white supremacists". Supremacisme is vergelijkbaar met sociale dominantie, het geloof in het superieur zijn van de eigen groep en het daarmee gepaard gaande neerkijken op andere groepen. Zie ook mijn berichten Over Sociale Dominantie en "In Rotterdam spreken we Nederlands" en PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme. Verontrustend dat het beeld dat de Amerikaanse media aan de Amerikanen voorhouden zo extreem van de werkelijkheid afwijkt. Update. Lees nu ook It's not just Fox News: Islamophobia on cable news is out of control. En huiver.

Dat slaat op Amerika, Ik weet niet wat zo'n onderzoek in Europa zou opleveren. Maar denk aan de serie moorden op Turkse Duitsers door de National-Sozialistische Untergrund (NSU), waaraan naast de twee jongemannen Uwe Böhnhardt en Uwe Mundlos ook een jonge vrouw, Beate Zschäpe, deelnam. De twee jongemannen pleegden zelfmoord. Het proces tegen Beate Zschäpe loopt nog steeds. Spiegelonline zet de gebeurtenissen op een rij.

En denk aan Anders Breivik, die in 2011 in Oslo een bloedbad aanrichtte onder aanhangers van de Noorse socialistische partij. Over hem schreef Åsne Seierstad een lijvig boek, Een van ons, voor het lezen waarvan ik nog niet de moed gevonden heb. In een interview trekt Seierstad een vergelijking met de Westeuropese Syriëgangers, die veelzeggend is:
“Er zijn veel overeenkomsten. Het is vreemd: in het geval van Breivik hebben we de neiging om te gaan psychologiseren: hoe kwam hij tot zijn daad? Bij de jonge moslims die naar Syrië en Irak gaan doen we dat niet, dan vinden we hun geloof of hun aandrang tot terrorisme kennelijk afdoende verklaring."
"Maar dat klopt niet. Jonge moslims in Noorwegen zijn vaak slecht geïntegreerd, ze doen het matig op school, hebben een moeizame relatie met hun ouders, en willen dolgraag ergens bij horen. Precies hetzelfde zagen we bij Breivik. Die werd overal afgewezen en verzon uiteindelijk een soort eigen rechts-extremistische leger, een broederschap."

"Naar zo’n broederschap zijn de Syriëgangers ook op zoek. De gelijkenissen zijn opvallend. Breivik had zelfs plannen om de voormalige premier van Noorwegen, Gro Harlem Brundlandt, te onthoofden."
Het probleem van al die terreurdaden is dus veel meer een probleem van gevaarlijke jonge mannen, dan van godsdienststrijd. Het lijkt dus urgent om meer te weten te komen over wat er met die jongemannen aan de hand is en over de de omstandigheden waaronder ze tot zulke daden komen. Maar eens op zoek naar wat daarover bekend is. Update. Lees ook het vervolg op dit bericht: Hoe worden sommige jongemannen zo gevaarlijk dat ze aanslagen gaan plegen?
Update. Zie vandaag ook de reactie van Yde van de Burgh.
Update 9/1. En zie ook After Charlie Hebdo: Muslims in France. Only a handful of French Muslims are violent extremists

dinsdag 8 april 2014

PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme

Mensen met een hogere Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) staan vijandig tegenover immigranten. Ze zouden hen willen opleggen dat ze Nederlands spreken en ze zouden illegale buitenlanders willen uitzetten. Een uiting als "In Rotterdam spreken we Nederlands" lijkt dus voort te komen uit een hoge mate van SDO, de neiging om de eigen groep als superieur te beschouwen boven andere groepen. Zie Over Sociale Dominantie en "In Rotterdam spreken we Nederlands.

De mate van SDO wordt gemeten met uitspraken als (mijn vertaling):
Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Hoe meer je het met zulke beweringen eens bent, hoe hoger je SDO-score. Met zo'n hoge score ben je gefascineerd door de gedachte dat de samenleving een statushiërarchie is en door de innerlijke behoefte om jezelf en je soortgenoten aan de top daarvan te zien. Dat suggereert dat er een samenhang is met narcisme en dat blijkt ook het geval te zijn. Zie Collective narcissism and its social consequences (betaalpoort).

Hebben stemmers op rechts-extremistische partijen dan ook een hogere SDO-score? Ja, dat klopt. De studie Extreme-Right Voting in Western Europe: The Role of Social-Cultural and Antiegalitarian Attitudes (betaalpoort) verschaft aanwijzingen daarvoor.

Eerst laten de onderzoekers zien dat in zeven Europese landen het stemmen op rechts-extremistische partijen samenhangt met het afwijzen van gelijkheid (anti-egalitarisme). En vervolgens rapporteren ze onderzoek in Nederland waaruit naar voren komt dat het stemmen op de PVV gepaard gaat met een hoge SDO-score. Dat verband blijft bestaan als je controleert voor geslacht, leeftijd en opleiding. In het eerste geval verloopt het verband via vijandigheid tegenover immigranten en in het Nederlandse onderzoek via etnisch vooroordeel, zeg maar racisme.

Die uitkomsten zijn vooral ook interessant omdat je vaak hoort dat vijandigheid tegenover immigranten met een andere cultuur voortkomt uit gevoelens van culturele bedreiging. Sociaal-culturele onzekerheid zou dan het probleem zijn. Maar volgens dit onderzoek is dat juist niet het geval. Het gaat om de neiging tot sociale dominantie.

Wilders-aanhangers zijn dus niet degenen die zich cultureel bedreigd voelen, die hun eigenheid willen beschermen tegenover vreemde uitingen en gewoonten die zich aan hen opdringen. Nee, het zijn degenen van het "Eigen volk eerst", van het zichzelf superieur voelen boven anderen en het willen overheersen van die anderen. Het is een soort collectief narcisme dat hier werkzaam is.