woensdag 2 augustus 2023

Trump aangeklaagd voor zijn pogingen om ondanks zijn verkiezingsnederlaag aan de macht te blijven - De strijd om de democratie houdt nooit op (8)

Gisteren is Donald Trump door een Grand Jury in Washington, D.C aangeklaagd voor zijn pogingen om ondanks zijn verkiezingsnederlaag in 2020 aan de macht te blijven. De aanklacht beslaat 45 pagina's en is hier te lezen. Het is niet alleen boeiende literatuur. Het is een document van historisch belang in de geschiedschrijving van de strijd om de democratie in de mensheidsgeschiedenis. Ook al is het "alleen maar" een aanklacht en is de verdachte onschuldig tot de rechter het tegendeel acht bewezen. Hier het vorige bericht in deze reeks.

Heather Cox-Richardson vatte de aanklacht in haar dagelijkse nieuwsbrief van gisteren in deze alinea samen:

The grand jury indicted Trump for “conspiracy to defraud the United States by using dishonesty, fraud, and deceit to impair, obstruct, and defeat the lawful federal government function by which the results of the presidential election are collected, counted and certified by the government; “conspiracy to corruptly obstruct and impede the January 6 congressional proceeding at which the collected results of the presidential election are counted and certified”; and “conspiracy against the right to vote and to have one’s vote counted.” 

Aaron Blake bespreekt in de Washington Post van vandaag vier punten die eruit springen: 4 things that stand out from the Trump Jan. 6 indictment. Een daarvan is dat alles erop wijst dat Trump wist dat hij de verkiezingen had verloren. Hij wist dat het een leugen was die hij verspreidde, de leugen dat er verkiezingsfraude was gepleegd en dat hij, Trump, de verkiezingen met een landslide had gewonnen. Hij was er door medewerkers herhaaldelijk op gewezen dat zijn nederlaag niet aan verkiezingsfraude kon worden toegeschreven. Maar hij negeerde die informatie. Toen vicepresident Pence weigerde aan zijn leugen mee te werken, voegde Trump hem toe: You're too honest.

Dat wijst erop dat de kwaadaardige narcist Trump wel degelijk in staat is om de waarheid onder ogen te zien. Maar als die waarheid hem niet goed uitkomt, dan is voor hem het publiekelijk aanvaarden ervan een "te eerlijke" stap. Anders gezegd, in zijn denken ben je alleen eerlijk als dat beter voor jou is. Hij kent de notie van eerlijkheid, maar er ontbreekt de morele lading.

Sociaalwetenschappelijk gezien is dat precies het gedrag dat je verwacht als het statuscompetitiepatroon overheerst. Er bestaat dan nog wel het cognitieve besef van wat eerlijk gedrag is, maar daar blijft het ook bij. Een gevoel van eerlijkheid ontbreekt. Er is alleen nog het eigen ego en het eigenbelang en het gedrag dat daardoor wordt aangestuurd.

En natuurlijk valt dat niet te combineren met democratie. Want daarin telt iedereen mee, dus ook alle anderen dan jijzelf. En er is dat eenvoudige gevoel van eerlijkheid voor nodig om dat laatste te accepteren. De eerlijkheid die onderdeel is van het gemeenschapspatroon.

donderdag 27 juli 2023

Door gemeenschapsgedrag van jezelf en van anderen voel je je gelukkiger. Geen aanwijzingen voor positieve effecten van mindfulness meditatie, fysieke activiteit en contact met de natuur

Het sociaalwetenschappelijk onderzoek naar de voorwaarden voor je gelukkig voelen is nog maar van recente datum. Verreweg de meeste studies zijn nog in deze eeuw gepubliceerd. Wat leren we van dat onderzoek?

Daarover gaat de nieuwe studie A systematic review of the strength of evidence for the most commonly recommended happiness strategies in mainstream media. De auteurs, Dunigan Folk en Elizabeth Dunn, zochten alle studies bij elkaar die waren uitgevoerd om te checken of een of meer van de vijf in de media meest aanbevolen strategieën om gelukkiger te worden, ook inderdaad het beoogde effect hadden. Die strategieën waren:

  • Dankbaarheid uiten naar anderen of gebeurtenissen in je leven door te schrijven in een dankbaarheidsschriftje, denken aan hoe gelukkig je bent, schrijven van dankbaarheidsbrieven aan anderen
  • Sociale interactie: sociale omgang en contact opnemen met vrienden en familie, gesprekken voeren met vreemden en sociabeler zijn
  • Mindfulness/meditatie of loving kindness meditation beoefenen, ademhalingsoefeningen doen
  • Fitness en fysieke activiteit: fysiek actief zijn, zoals gewichtheffen, fietsen, hardlopen, wandelen, sportbeoefening of yoga
  • In de natuur zijn: meer tijd in de natuur doorbrengen, wandelen in de natuur, planten in huis halen

Naast geluk, werden in die studies termen als subjectief welzijn, tevredenheid met het leven, positieve gevoelens e.d. gebruikt.

Van de vele gepubliceerde studies die gevonden werden, ruim 11.000, bleven er na selectie uiteindelijk slechts 57 over die aan de gestelde kwaliteitseisen voldeden. Een van die eisen was dat ze van te voren geregistreerd waren, waarmee publication bias werd uitgesloten. Dat laatste slaat op het niet ter publicatie aanbieden als de voorspelde effecten niet gevonden worden. Dat er zoveel studies afvielen, wijst er op dat er heel veel onderzoek gepubliceerd wordt, en in de publiciteit komt, dat niet aan strenge eisen voldoet.

Uiteindelijk komt daaruit naar voren dat er in feite geen aanwijzingen bestaan voor positieve effecten van mindfulness meditatie, fysieke activiteit en in de natuur zijn op de mate van geluksgevoelens. Wel zijn er aanwijzingen voor positieve effecten van dankbaarheid en sociale interactie.

En laat dat nu precies zijn wat je had kunnen voorspellen als je was uitgegaan van het sociaalwetenschappelijke inzicht van de innerlijke tegenstrijdigheid van de menselijke sociale natuur. Dus van de Dual mode-theorie. Want volgens dat inzicht is het streven naar sociale veiligheid fundamenteel aan het menselijke sociale gedrag en wordt die veiligheid bereikt door gemeenschapsgedrag en sociale verbondenheid met anderen met datzelfde gedrag. Die sociale verbondenheid creëert de neurofysiologische toestand van ontspanning en daarmee de de geluksgevoelens, het subjectieve welzijn, de tevredenheid met het leven of hoe je die ervaring van ontspanning maar wilt noemen.

Kortom, die aanbevelingen om vaker dankbaar te zijn en om meer sociale omgang met anderen te hebben, die sporen geheel met dat fundamentele inzicht over de aard van de menselijke sociale natuur. Gelukkig worden is niet zo gemakkelijk in je eentje, hoeveel je ook mediteert, hoe fysiek actief je ook bent of hoeveel tijd je ook in de natuur doorbrengt. 

Als dat alles niet samengaat met het deel uitmaken van een kring van gemeenschapsgedrag over en weer, dan levert het niet veel op aan geluksgevoelens. (Dat die aanbeveling van dankbaarheid een positief effect heeft, zal er aan liggen dat je op het bestaan van die kring wordt geattendeerd.)

Een ander komt er mee overeen dat het leiden van een zinvol leven, ook wel eudaimonisch geluk genoemd, wat onder meer inhoudt dat je "actief bijdraagt aan het geluk en welbevinden van anderen", opmerkelijk positieve effecten heeft, die zelfs samenhangen met een betere werking van je immuunsysteem. Zie Je gelukkig voelen is prima, maar een zinvol leven leiden is beter.

vrijdag 21 juli 2023

Donald Trump nu ook federaal aangeklaagd - Een sociaalwetenschappelijk zicht op het patroon van een kwaadaardige narcist die aan de macht komt - 3

 (Mijn LinkedIn-Nieuwsbrief van deze week.)


De laatste ontwikkeling in de ondergang van de kwaadaardige narcist Donald Trump is dat hij van de speciaal aanklager Jack Smith te horen heeft gekregen dat hij nu ook vervolgd zal worden voor zijn rol in de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, die de bedoeling had om de officiële bezegeling van de verkiezingsuitslag te verhinderen. Hij kreeg vier dagen de tijd om daarop te reageren, wat betekent dat vandaag de aanklacht bij hem in de bus kan vallen. Daarnaast lopen er nog verschillende andere onderzoeken naar Trumps pogingen om zijn verkiezingsverlies terug te draaien. (Zie ook de vorige editie van deze Nieuwsbrief over Donald Trump.)

We naderen dus het moment dat zijn nederlaag, zijn ondergang, onafwendbaar blijkt te zijn. Maar onderdeel van dat patroon van de kwaadaardige narcist die de nederlaag onder ogen moet zien, is dat hij tot dat laatste nimmer in staat is. We kennen dat onvermogen van die andere kwaadaardige narcist, Adolf Hitler, die vond dat het Duitse volk voor zijn ondergang moest boeten en pas op het allerlaatste moment met zijn zelfmoord de ruimte vrijmaakte voor capitulatie.

Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen Adolf Hitler en Donald Trump, maar de overeenkomsten springen in het oog. Hitler bleef tot de laatste dagen fantaseren over niet meer bestaande divisies die hij bevel gaf om op te rukken en het tij te doen keren. Trump fantaseert over een terugkeer naar het Witte Huis en dat hij dan in feite de democratie zal afschaffen en alle macht naar zich toe zal trekken. Een andere overeenkomst is dat net als Hitler dat kon, Trump tot het laatste moment een, weliswaar slinkend, aantal volgelingen aan zich weet te binden. In beide gevallen zien we de opvallende combinatie van enerzijds grote overtuigingskracht, gebaseerd op dat absolute geloof in zichzelf, en anderzijds de incompetentie die daarmee onvermijdelijk samen gaat. En we zien tweemaal een gedrag dat volledig wordt aangestuurd door de motivaties van het statuscompetitiepatroon. De kwaadaardige narcist kan, zolang niet iedereen aan zijn voeten wil liggen, niet anders dan overal vijanden zien en is er dus op uit om al die vijanden te elimineren of aan zich te onderwerpen.

In deze Editie het vervolg van de serie berichten over en naar aanleiding van Donald Trump die eerder verschenen op Toegepaste sociale wetenschap. Omdat het van groot belang is om lessen te trekken uit wat zich hier afspeelt en zich heeft afgespeeld.

Narcisme is de meest extreme vorm van het statuscompetitiepatroon

(15 augustus 2020) De menselijke sociale natuur is innerlijk tegenstrijdig. Als we ons veilig voelen, zoals wanneer we omgeven zijn door vertrouwde anderen, volgen we onze morele gemeenschapsintuïties. Maar als we ons onveilig voelen, omdat we ons misschien te weer moeten stellen tegen bedreigingen door anderen, schieten we in het statuscompetitiepatroon. 

Doordat mensen verschillen in de mate waarin ze tot het ene dan wel het andere patroon geneigd zijn, kan het conflict tussen die twee patronen ook de vorm aannemen van een strijd tussen personen. Of tussen groepen.

Een wel heel actuele vorm daarvan is de strijd om de democratie. De democratie is een poging om de morele gemeenschapsintuïties op het niveau van de nationale staat vorm te geven. Iedereen beslist mee en elke stem telt even zwaar. All men are created equal. Niemand heeft het recht om over anderen te beslissen en hen te overheersen. En met zijn allen zorgen we voor een rechtsstelsel, en voor de instandhouding daarvan, dat dient om de democratie te verdedigen tegen hen die zich bij die gelijke rechten niet willen neerleggen, Die liever een statushiërarchie zouden zien met henzelf aan de top en een machtspositie die niet door wetten en rechten wordt ingeperkt.

Dat die strijd om de democratie zich toch afspeelt, met landen als de Verenigde Staten, Belarus, Hongarije, Rusland, Brazilië, China en Turkije als in het oog springende voorbeelden, betekent dat het statuscompetitiepatroon zich niet zomaar gewonnen geeft. Als dat overheerst of dreigt te overheersen, geldt niet meer dat iedereen gelijke rechten heeft. Juist niet. De een staat boven de ander. En vooral, de een staat boven alle anderen.

Dat laatste is de sociale vorm van de narcist met zijn entourage, die erin is geslaagd het leiderschap van een nationale staat te verwerven en vervolgens die staat te ontbinden. Want hij maakt, als hij vrij baan krijgt, van dat geheel van functies, posities, rechten en verantwoordingslijnen binnen de kortste keren een strikt persoonlijk leiderschap met uitsluitend persoonlijke loyaliteiten. Hèt voorbeeld daarvan is nog altijd het aan de macht komen van Adolf Hitler. De instituties van de democratie werden van de ene dag op de andere afgeschaft. Er bleef een nationale statushiërarchie over.

Het gedrag van de narcist is wel de meest extreme vorm van het statuscompetitiepatroon. Een narcist verdraagt het niet dat hij zich zou moeten schikken naar anderen of naar iets dat zich buiten hemzelf bevindt. Dat anderen aan hem minderwaardig zijn, moet dus voortdurend worden bevestigd door hen te kleineren, te beledigen en te vernederen. Adolf Hitler was daar een meester in. En Geert Wilders, Thierry Baudet en Donald Trump kunnen er ook wat van.

En niemand weet het beter dan hijzelf. Vandaar zijn vijandige houding tegenover wetenschap. Narcisme kan onmogelijk samen gaan met jezelf te laten corrigeren door resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Er is voor een narcist maar één optie: ik ben een genie. Donald Trump en Thierry Baudet weten altijd alles beter.

Sinds de Landbouwrevolutie zitten we met die strijd tussen gemeenschap en statuscompetitie opgescheept. En de uitkomst van die strijd is onzeker.

Narcistisch leiderschap en de democratie - Trump en de komende presidentsverkiezingen

(24 september 2020) Is narcisme een psychische aandoening? Niet als je een psychische aandoeningen zo opvat dat de persoon die de aandoening heeft eraan lijdt. Want de narcist, en zeker de kwaadaardige narcist, lijdt niet. Door te lijden zou hij (meestal is de narcist een man) immers toegeven dat hem iets mankeert. En tot dat inzicht is de narcist niet in staat.

Nee, in het geval van narcisme zijn het de anderen die lijden. In het persoonlijke, sociale verkeer zijn dat de anderen die hij, meestal kortstondig, aan zich weet te binden. Want de narcist is niet in staat te voldoen aan de verwachtingen van die anderen dat de relatie evenwaardig is. Zolang iemand dan in de relatie blijft hangen, zoals bij gebrek aan inzicht in het narcistische gedrag, lijdt hij of zij. Je stelt je bloot aan leugens (de narcist kent niet het waarheidsbegrip), manipulatie, vernederingen, kleineringen en agressie. Denk aan het narcistisch slachtoffersyndroom.

En er zijn heel veel anderen die lijden in het geval dat een narcist er in slaagt het leiderschap over een nationale staat te verwerven. Want terwijl je een persoonlijke relatie met een narcist kunt beëindigen, door de relatie te verbreken of de vriendschap op te zeggen, kunnen burgers van een nationale staat niet zo gemakkelijk uitwijken. 

In de vorige eeuw kregen we een wel heel hardhandige les in wat een narcist kan aanrichten als hij aan het bewind komt. Ik denk natuurlijk aan het Hitler-bewind en aan de Holocaust. Zie (uit 2011) Het Hitler-bewind sociaalwetenschappelijk bekeken: de persoon en de berichten die daarop volgden.

Maar ook vandaag de dag is er, helaas, ruimschoots de gelegenheid om lessen te leren over narcistisch leiderschap. Net zoals we in de vorige eeuw leerden dat narcistisch leiderschap en democratie niet samen gaan, leren we dat nu met het presidentschap van Donald Trump. Zie Over het besef van het onderscheid tussen persoon en positie, en dus van de democratie en Het presidentschap van Donald Trump is voor het grote publiek een dagelijkse leerschool in het gedrag van een narcist.

De democratie is een geheel van instituties waarin onze morele gemeenschapsintuïties vorm krijgen. Essentieel daarin is dat iedereen meetelt en dat niemand meer is dan anderen. Vandaar dat de democratie allerlei waarborgen kent tegen het streven om anderen te overheersen. Gelijkheid houdt vrijheid in. En omdat iedereen hoort mee te tellen, is ook broederschap noodzakelijk. Allerlei ingrediënten waar de narcistische leider niet mee uit de voeten kan.

Dat conflict tussen narcistisch leiderschap en democratie spitst zich toe nu de presidentsverkiezingen naderen. Met een gerede kans dat Trump die verkiezingen verliest. Hij heeft natuurlijk nog altijd zijn aanhangers, de Trump-cult, maar alles wijst er op dat dat een minderheid is. Dus maken we nu mee hoe Trump omgaat met het vooruitzicht dat hij zich bij die verkiezingsnederlaag zou moeten neerleggen. 

En dat komt er op neer dat hij daartoe niet in staat is. Daarnaar gevraagd. reageerde hij als volgt:

"Well, we’re going to have to see what happens," Trump said. "You know that I’ve been complaining very strongly about the ballots and the ballots are a disaster." He went on to say: "Get rid of the ballots and you’ll have a very — we’ll have a very peaceful — there won’t be a transfer frankly, there’ll be a continuation."

Zoals geciteerd door de onvolprezen Heather Cox Richardson in haar Letters from an American van gisteren. (Volg die nieuwsbrief!)

Net zoals de narcist Hitler de gedachte dat hij misschien ooit een opvolger zou hebben, niet kon verdragen, kan ook de narcist Trump niet omgaan met de gedachte aan vrije en eerlijke verkiezingen, die zijn tegenstander zou kunnen winnen. Dus moet alles in het werk worden gesteld om de uitslag van de verkiezingen bij voorbaat verdacht te maken. Mocht hij verliezen, dan moet er nu al zoveel mogelijk twijfel zijn gezaaid aan de rechtmatigheid van de uitslag. 

Zodat hij alsnog via de omweg langs het Hooggerechtshof zou kunnen aanblijven. En precies daarom moet de overleden progressieve opperrechter Ruth Bader Ginsburg urgent worden vervangen door een aanhanger van de Trump-cult. Daarbij geholpen door de steeds slinkende, maar nog omvangrijke groep Republikeinen die hun ziel aan de duivel Trump hebben verkocht.

Hoe zal het met Trump aflopen? En over hoe het afliep met die andere kwaadaardige narcist, Adolf Hitler

(19 oktober 2020) Hoe zal het met de narcist Donald Trump aflopen? Over ruim twee weken, op 3 november, zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen. In veel staten is het stemmen al begonnen. Waar de Republikeinen aan de macht zijn, proberen ze het stemmen te ontmoedigen in die districten waar Democraten het sterkst zijn. Toch wordt er volop gestemd, ook als mensen daar uren voor in de rij moeten staan. Vermoedelijk zijn dat vooral Biden-stemmers. Alle opiniepeilingen laten al een hele tijd een stabiele voorsprong van Biden zien. Alles wijst er op dat er een Blue wave zit aan te komen, die niet alleen een einde maakt aan het presidentschap van Donald Trump, maar ook de Democraten de meerderheid in de Senaat zal bezorgen.

Als we er even van uitgaan dat de, mede door Moskou in gang gezette, pogingen mislukken om de verkiezingen te ontregelen, hoe zal het dan met Trump aflopen? En met zijn aanhang? 

Wat die aanhang betreft, wees de Washington Post-columnist E, J, Dionne, Jr, er gisteren op dat het Trumpisme, dus het krankzinnige rechts-extremisme natuurlijk al langer bestaat in de Amerikaanse samenleving en politiek:

What’s often missed about Trump, Trumpism and the transformation of the Republican Party is that much of what is going on now harks back to the 1960s — but the other 1960s that most people don’t think about. Not the civil rights and antiwar movements or the New Left, but the far right that was at least as important at the time: the John Birch Society, the Minutemen, the White Citizens’ Councils and comparable groups. This wacky right wing has gained more traction in our time than it did then because of right-wing media and an Internet that did not exist 60 years ago.

Een socioloog, althans een socioloog van mijn leeftijd, denkt dan meteen aan het in 1970 verschenen The Politics of Unreason. Right-wing extremism in America, 1790-1970 van Seymour Martin Lipset en Earl Raab. Hier te lezen. Maar toen dat boek verscheen, dacht ik dat het vooral over het verleden ging. Dat het nu, vijftig jaar later, zo actueel is, dat is wel heel pijnlijk.

Maar terug naar hoe het met Trump zal aflopen. Er zijn overeenkomsten met hoe het met die andere narcistische leider, Adolf Hitler, afliep. In beide gevallen gaat het om een kwaadaardige narcist die aan de macht is gekomen, veel ellende veroorzaakt en uiteindelijk zijn nederlaag onder ogen moet zien. Terwijl hij tot dat laatste fundamenteel niet in staat is.

Ik sloeg er wat Hitler betreft nog even Tot de laatste man. Duitsland, 1944 - 1945 van Ian Kershaw op na. En daarin, op p. 335-336 kom je een passage tegen die voor hoe het met Trump afloopt enige voorspellende waarde zou kunnen hebben:

Hitlers eigen droomwereld tijdens nachtelijke bezoeken aan de kelders van de Nieuwe Rijkskanselarij wanneer hij bij de maquette zat van zijn geboorteplaats Linz, geconstrueerd door zijn architect Hermann Giesler, zoals deze eruit zou zien aan het eind van een gewonnen oorlog, verschafte ook hem een tijdelijke afleiding van de klamme oorlogsdruk. Daarnaast pasten zijn fantasieën bij het masker dat hij zelfs nu nog op had, weigerend om aan zichzelf of iemand anders toe te geven dat zijn wereld in puin was gevallen. Hij had op z'n laatst sinds het mislukken van het Ardennenoffensief geweten dat de nederlaag zeker was. Maar hij kon dat niet openlijk toegeven. Dit vormde onderdeel van het doorgaande toneelspel van de onverzettelijke Führer dat hij steeds tijdens de toenemende tegenslag vol had gehouden - het voortdurend doen alsof, tegenover zichzelf zowel als zijn omgeving, dat alles uiteindelijk goed zou komen. Zijn dromen en illusies trotseerden de realiteit die hem de meeste tijd in de greep had - die van een verloren oorlog en van een naderend einde waar zijn eigen dood op moest volgen. Aangezien hij overgave nimmer kon overwegen, zou het immense lijden en de verwoesting van de oorlog zolang hij leefde, doorgaan. En aangezien hij zichzelf niet gevangen zou laten nemen, was zelfmoord de enige uitweg. Zijn monsterlijk grote ego had hem allang tot de slotsom gebracht dat het Duitse volk zich hem onwaardig had betoond. Hun nederlaag had laten zien dat ze zwak waren. Ze verdienden het niet om te overleven. Hij kon geen traan om hen laten. Maar hij moest nog beslissen wanneer en waar hij een einde aan zijn leven zou maken.

Natuurlijk zijn er naast de overeenkomsten ook grote verschillen tussen de persoonlijkheden van Hitler en Trump. Dat kwaadaardige narcisme gaat bij Trump samen met karaktereigenschappen die de associatie met kleutergedrag hebben opgeroepen (The Toddler in Chief). Wat dat gaat betekenen voor hoe het met hem afloopt? We weten het misschien snel, maar toch valt het moeilijk te voorspellen.

Amerikaanse topbestuurders trekken hun handen af van Trump en de Republikeinen - Maar het voortbestaan van de democratie zou natuurlijk niet van hen en van hun geld en macht afhankelijk behoren te zijn

(12 januari 2021) Parallel aan de democratie, waarin burgers periodiek hun stem uitbrengen, is er de collectieve besluitvorming die door donaties wordt aangestuurd. In de democratie is iedereen gelijk, dat wil zeggen, ieders stem telt even zwaar. Daarentegen geldt in die parallelle door donaties aangestuurde besluitvorming de macht van de rijken, van de kapitaalbezitters.

Democratieën verschillen in de mate waarin ze die parallelle wereld toelaten. Dus in de mate waarin ze de financiering van politieke partijen en van politici reguleren en aan banden leggen. Hoe minder ze dat doen, hoe minder je nog kunt spreken van democratie. Want als de rijken onbeperkt de invloed van hun financiële middelen op de publieke besluitvorming kunnen aanwenden, dan valt te verwachten dat die besluiten in het bijzonder voor hen gunstig zijn en minder rekening houden met de belangen van de minder bedeelden.

In Nederland ontvangen politieke partijen subsidies van de overheid, maar mogen ze ook en onbeperkt donaties van particulieren ontvangen. De enige beperking is dat donaties groter dan 4500 euro per jaar openbaar moeten worden gemaakt, zoals vastgelegd in de Wet financiering politieke partijen. Ook mogen giften niet van buiten de Europese Unie afkomstig zijn, om buitenlandse beïnvloeding te voorkomen. Die laatste bepaling dankt zijn ontstaan vooral aan zorgen over de financiering van de PVV. 

In de Verenigde Staten is er met het Citizens United-besluit van het Hooggerechtshof in 2010 wel heel ruim baan gegeven aan de beïnvloeding van de politieke besluitvorming door het Grote Geld. Hoewel er nog wel een limiet geldt aan wat een (rechts-)persoon per jaar aan een politicus mag doneren (5000 dollar), bestaat er daarnaast onbeperkte ruimte om middelen uit te trekken voor campagnes ten behoeve van een politicus of partij, zolang die campagne maar niet met die politicus of partij gecoördineerd wordt. 

Dat laatste heeft geleid tot de zich na 2010 snel uitdijende wereld van de zogenaamde super PACs (Political Action Committees), die volledig onbeperkt geld mogen inzamelen en uitgeven aan campagnes om de publieke opinie te beïnvloeden. ten gunste van de ene of de andere politicus of partij Zolang ze dat dus maar onafhankelijk doen, maar het spreekt voor zich dat daar moeilijk op valt te controleren. Wel moet de identiteit van hun geldschieters openbaar gemaakt worden, maar dat kunnen ook dark money groups zijn, waarachter zich de eigenlijke financiers kunnen verschuilen. Zie voor dit alles Citizens United Explained

Maar zie ook Advocates celebrate major US anti-money laundering victory voor het recent en bij verrassing genomen besluit van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat dat anonieme shell companies hun werkelijke eigenaars bekend moeten maken. 

Die ontwikkeling van die parallelle wereld van het Grote Geld is van grote invloed geweest op de Amerikaanse politiek. Ik stond daar al eens bij stil in het bericht Trump is dat waar de invloed van het Grote Geld op is uitgelopen.

Maar na vier jaar Trump, nu culminerend in de door Trump zelf in gang gezette poging van zijn aanhangers om de verkiezingsuitslag gewelddadig teniet te doen, lijkt het erop dat datzelfde Grote Geld zich achter de oren krabt. Allerlei grote ondernemingen kondigen aan dat zij hun donaties aan Republikeinen die de verkiezingsuitslag niet willen erkennen, zullen stopzetten. Lees Companies Pull Back Political Giving Following Capitol Violence. Eerder was er al de oproep van 160 topbestuurders van grote ondernemingen, waarvan sommigen tot dan Trump ondersteunden, om zoals dat in een democratie hoort, de macht netjes over te dragen aan de winnaar van de verkiezingen (Business Leaders, Citing Damage to Country, Urge Trump to Begin Transition).

Het is natuurlijk mooi dat ook het Grote Geld te hulp schiet om de democratie te redden. Maar het is te hopen dat al die topbestuurders ook gaan inzien hoe het zover heeft kunnen komen. En dat het wel of niet voortbestaan van de democratie niet van hen en van hun geld en macht afhankelijk behoort te zijn.

Een narcistische politieke leider kan profiteren van het echt bestaande slachtofferschap onder de kiezers, maar hij kan bovendien dat slachtofferschap aanwakkeren. Ten bate van zijn rol als redder in de nood.

(13 januari 2021) Een kwaadaardige narcist kan aan de macht komen door het volk er van te overtuigen dat ze slachtoffers zijn en dat hij de aangewezene is om dat slachtofferschap uit de wereld te helpen. Om het hen aangedane kwaad te bestrijden en de zaken recht te zetten.

We kennen dat van het aan de macht komen van Adolf Hitler in het Duitsland van de jaren 30 van de vorige eeuw. Hitler maakte gebruik van de dolkstootlegende, die inhield dat de Duitsers de Eerste Wereldoorlog niet op het slagveld hadden verloren, maar doordat de linkse revolutionairen het land hadden ondermijnd en vervolgens een (linkse) burgerlijke regering aan de macht hadden gebracht die het bevel aan de legerleiding gaf om de strijd te staken. En hij kon er gebruik van maken dat de bevolking leed onder het vreselijke bezuinigingsbeleid van de regering-Brüning, dat weer was opgelegd door de geallieerde overwinnaars van die oorlog, die hoge herstelbetalingen oplegden. 

In zijn narcistische grootheidswaan bood Hitler zich aan als de redder in de nood en hij kon daar succes mee hebben door dat slachtofferschap van de Duitse bevolking. Ik heb het precieze citaat niet bij de hand, maar hij moet gezegd hebben dat het grootste wonder ooit eruit bestond dat hij het Duitse volk had gevonden en het Duitse volk hem. Hoe dat verder afliep, dat weten we.

We maken nu de afloop mee van de vier jaar dat er in de Verenigde Staten een kwaadaardige narcist aan de macht was. Uiteraard zijn er grote verschillen, maar omdat het in beide gevallen gaat om een kwaadaardige narcist zijn er onvermijdelijk ook overeenkomsten.

Een overeenkomst is dat ook Trump appelleert aan het slachtofferschap van zijn aanhangers. En van hemzelf, nu het slecht met hem afloopt. Net zoals ook Hitler zich aan het eind zag als slachtoffer van het Duitse volk dat hem had verraden. Want als een narcistische leider uiteindelijk faalt, dan kan dat immers onmogelijk aan hemzelf liggen. 

Dat thema van het slachtofferschap kwam bij Trump voorbij in de speech die hij op 5 december van het vorig jaar hield tijdens een rally in Georgia:

We’re all victims. Everybody here. All these thousands of people here tonight. They’re all victims. Every one of you.

En met dat citaat beginnen twee politicologen vandaag in de Washington Post hun artikel naar aanleiding van hun onderzoek naar de rol van slachtofferschap in de steun voor Trump. 

Dat onderzoek is hier te lezen: ‘Why Me?’ The Role of Perceived Victimhood in American Politics. Op basis van twee landelijk representatieve steekproeven laten ze zien dat slachtofferschap onder Amerikanen veel voorkomt. Ze onderscheiden "egocentrisch slachtofferschap" en "systemisch slachtofferschap", elk vastgesteld met vier stellingen waar je het wel of niet mee eens kunt zijn:

Egocentric victimhood:
I usually have to settle for less. (42 percent agree)
I never seem to get an extra break. (36 percent)
Great things never come to me. (28 percent)
I rarely get what I deserve in life. (27 percent)
 
Systemic victimhood:
The system is rigged to benefit a select few. (54 percent agree)
The system works against people like me. (36 percent)
The world is “doing it” to me and there’s nothing I can do about it. (21 percent)
The world is out to get me. (14 percent)

Bij dat egocentrische slachtofferschap gaat het meer om het niet krijgen wat je zou moeten krijgen of wat je verdient. Terwijl er bij het systemische slachtofferschap ook wordt verwezen naar een oorzaak daarvan: "het systeem" of "de wereld". Dat onderscheid lijkt subtiel en dat is het ook, want de twee hangen samen. Als je het met de eerste vier stellingen sterk eens bent, is de kans groot dat je ook de tweede vier onderschrijft.

Wat meteen opvalt is dat slachtofferschap in de Amerikaanse samenleving wijd verbreid is. Meest in het oog springend is wel dat 54 procent het er mee eens is dat het systeem gemanipuleerd is ten behoeve van de kleine bovenlaag (53 procent van de witte en 57 procent van de niet-witte bevolking). De verschillen naar opleiding zijn klein, evenals de verschillen tussen Democraten en Republikeinen.

Je zou slachtofferschap kunnen opvatten als een element van statuscompetitie. Als er de strijd om status heerst, dan heb je onvermijdelijk winnaars en verliezers en onvermijdelijk meer verliezers dan winnaars. En bovendien winnaars die zich weinig bekommeren om de eerlijkheid van de geldende regels en het lot van de verliezers. Een toestand die natuurlijk slachtoffers met zich meebrengt en dus ook slachtofferschap. Terwijl slachtofferschap in een gemeenschapstoestand, waarin noch winnaars noch verliezers bestaan, geheel zal ontbreken.

Dat verband met statuscompetitie wordt er door bevestigd dat zij die zich meer slachtoffer voelen, ook minder vertrouwen blijken te hebben in de overheid en meer samenzweringstheorieën aanhangen. Want het is immers kenmerkend voor statuscompetitie dat de mensen die daarin verwikkeld zijn, de wereld zien als onbetrouwbaar, onveilig en vijandig.

Het is dus niet verrassend, die hoge mate van slachtofferschap onder Amerikanen. Er zijn in een land met grote ongelijkheid heel reële redenen om je slachtoffer te voelen.

Maar kun je als politiek leider dat slachtofferschap ook aanwakkeren? Om zo nog meer jouw rol als redder in de nood te benadrukken en je aanhang te vergroten? Zoals Hitler in de jaren 30 deed en zoals Trump probeerde in die speech?

Dit onderzoek geeft inderdaad een aanwijzing in die richting. Een deel van de onderzochten kreeg de volgende uitspraak voorgelegd die hun kandidaat (Trump of Biden) zou hebben gedaan:

You, the middle class and working people, have been the victims of so much. You never seem to catch a break, and always seem to pay the steepest price.
It’s sad, it really is. And I’m going to keep fighting for you no matter what.

Vergeleken met de anderen die die uitspraak niet onder ogen hadden gekregen, scoorden ze 10 procentpunten hoger op dat egocentrische slachtofferschap.

Een kwaadaardige narcistische leider kan profiteren van het echt bestaande slachtofferschap onder de kiezers, maar hij is dus bovendien in staat om dat slachtofferschap aan te wakkeren. Ten bate van zijn rol als redder in de nood.

De combinatie van incompetentie en overtuigingskracht van de narcistische leider - En over Hitler en Trump

(1 februari 2021) Sinds we nationale staten kennen, is het zo nu en dan gebeurd dat een kwaadaardige narcist erin slaagt om in een staat aan de macht te komen. Gelukkig nog niet zo vaak dat er voldoende materiaal is om er algemeenheden aan te onderkennen. We moeten het doen met gevalsstudies.

Een wel zeer ingrijpend geval is de opkomst en uiteindelijke val van Adolf Hitler. En je kunt wel zeggen dat daar zeer intensief studie van is gemaakt. Er is een bibliotheek aan boeken over verschenen.

Een ander geval is het vierjarige presidentschap van Donald Trump, dat we nu net achter de rug hebben. Ook over dit geval begint er een reeks boeken te ontstaan. Die nog wel zal groeien.

De twee gevallen zijn in veel opzichten totaal verschillend. Maar dat kan niet het zicht onttrekken aan twee opvallende overeenkomsten in het gedrag van de narcistische leider: (1) de combinatie van incompetentie en overtuigingskracht, en (2) het volstrekte onvermogen om de nederlaag onder ogen te zien. Eerst maar over die combinatie van incompetentie en overtuigingskracht.

Die incompetentie van de narcist komt eruit voort dat hij niet in staat is om van zijn fouten te leren, omdat hij niet vermag in te zien dat hij ooit een fout maakt. Dat maakt leren onmogelijk. In al die gevallen waarin hij toch van mening en gedrag lijkt te veranderen, zal hij alles in het werk stellen om zichzelf en anderen ervan te overtuigen dat hij altijd al vond wat hij nu vindt en altijd al deed wat hij nu doet. Meer in het algemeen bestaat er voor een narcist geen waarheid waar hij het hoofd voor zou moeten buigen. 

Van zowel Hitler als Trump is hun incompetentie opvallend. In het geval van Hitler zou dat nog bestreden kunnen worden, omdat hij na zijn machtsgreep aanvankelijk successen boekte. Maar al heel snel dienden zich de voortekenen aan van de uiteindelijke nederlaag. 

De door hem aangestelde Hjalmar Schacht wist de Duitse economie erboven op te krijgen en de werkloosheid terug te brengen. Maar toen dat min of meer gelukt was, bleek dat het Hitler daar eigenlijk niet om te doen was. Het ging hem om een oorlogseconomie in het leven te roepen. Dat wordt door Adam Tooze in The Wages of Destruction. The making and breaking of the Nazi economy gedetailleerd uit de doeken gedaan. Tegen alle economische logica in en en ten koste van de burgerbevolking werd de militaire macht uitgebreid. Tot een omvang die niet meer te rijmen was met het niet voeren van een oorlog.

Daarmee was eigenlijk die uiteindelijke nederlaag al bezegeld. Want zulke buitenproportionele militaire uitgaven bleken in de loop van de volgende jaren economisch niet op te brengen. Ook al waren er de "noodmaatregelen" in de vorm van grootschalige dwangarbeid en plundering van bezette gebieden. Tooze concludeert (p.662) dat het eigenlijk al in 1939, ook aan Hitler zelf, duidelijk was dat de oorlog niet gewonnen zou kunnen worden. De incompetentie bestaat eruit dat hij die toch begon en tot het einde doorzette. Tooze voert "ideologie" daar voor als verklaring aan (p. 663-5):

The key to Hitler's ideology was (...) his obsessive fixation on racial struggle and in particular the antagonism between Aryans and Jews.
(...) it was this paranoid sense of menace that precipitated Hitler's decision to launch his strike against Poland and then against the Western coalition that continued to stand obstinately in his way.
(...) this peculiar combination of strategic and economic factors, overarched by Hitler's abiding anti-Semitic obsession, is capable not only of accounting for Hitler's decision to go to war. It can also make sense of his subsequent willingness to escalate the conflict to an even larger scale.

Die paranoïde obsessie met de wereld als een strijdtoneel tussen rassen, met de superioriteit van het eigen ras en van hemzelf als de leider daarvan, past bij het patroon van het kwaadaardige narcisme. En wijst erop dat incompetentie en narcisme eigenlijk altijd samengaan.

Maar narcisme gaat ook altijd samen met overtuigingskracht. Een narcist is zo rotsvast overtuigd van zijn eigen grootsheid, dat hij anderen met zijn zelfverzekerdheid kan bedwelmen. Iemand die zo zeker van zijn zaak is, die kan het eigenlijk niet mis hebben. Als je zelf wat onzeker bent, en welk normaal mens is dat niet, dan kun je misschien niet een andere verklaring voor zoveel zelfverzekerdheid bedenken dan dat de persoon wel over bijzondere gaven moet beschikken. De narcist krijgt een aureool, hij wordt omschreven als charismatisch. En krijgt aanhangers. En hoe meer aanhangers, hoe groter zijn aantrekkingskracht. En als de maatschappelijke omstandigheden daarvoor gunstig zijn, bedreigingen, bestaansonzekerheid, dan kan een narcist aan de macht komen.

Bij Trump zien we diezelfde combinatie van incompetentie en overtuigingskracht. Die incompetentie is genoegzaam bekend. Hij kreeg voor de rijke Amerikanen een belastingverlaging voor elkaar, omdat de Republikeinen die van hem wilden. Maar tot het voeren van "beleid", met rationele afwegingen van doelen en middelen, was hij duidelijk niet in staat. Zijn tijd besteedde hij aan twitteren, televisiekijken golfen en het toespreken van zijn aanhangers. Competente adviseurs hadden grote moeite om zijn aandacht te trekken en verdwenen meer en meer uit beeld. Alleen de allertrouwste aanhangers bleven over. Obsessief narcisme verdraagt niet dat er enig waardevol advies zou kunnen worden ontvangen.

En zijn narcistische overtuigingskracht, zijn "charisma", zorgt er tot nu voor dat er nog steeds een behoorlijk grote Trump-aanhang bestaat.

Het volstrekte onvermogen van de narcistische leider om de nederlaag onder ogen te zien - En over Hitler en Trump

(2 februari 2021) Ondanks grote verschillen vallen er ook tenminste twee opvallende overeenkomsten waar te nemen tussen twee gevallen waarin een narcistische leider in een nationale staat aan de macht komt, het geval-Hitler en het geval-Trump. Eerder ging het over de combinatie van incompetentie en overtuigingskracht. Nu over de tweede overeenkomst, het volstrekte onvermogen om de nederlaag onder ogen te zien. Hier over dat onvermogen van Hitler. In het volgende bericht over dat van Donald Trump om zijn verkiezingsnederlaag te erkennen.

Dat onvermogen in het geval-Hitler is al in veel historische studies gedocumenteerd. Tijdgenoten waren er natuurlijk getuige van, als ze de oorlog en de Holocaust overleefden, maar velen waren nog zo in de ban van Hitlers overtuigingskracht dat de waarheid niet tot hen doordrong. Ter illustratie van wat nu een algemeen gedeeld inzicht is, neem ik Tot de laatste man. Duitsland 1944-1945 van Ian Kershaw er bij. Hieronder enkele citaten uit hoofdstuk 8 (Implosie), dat handelt over de eindfase, maken duidelijk wat dat onvermogen inhield en hoe het tot uiting kwam. (Zie ook het eerder aangehaalde citaat.)

In de eindfase waren er alleen nog generaals over, de anderen waren eerder ontslagen, die in Hitler bleven geloven. Dit gaat over veldmaarschalk Kesselring, die zich niet door Albert Speer liet overhalen om Hitlers bevel de Duitse economische infrastructuur te verwoesten te negeren:

Speer werd nogmaals in de veldmaarschalk teleurgesteld toen Kesselring begin april in de Führer-bunker arriveerde om Hitler over de hopeloosheid van de situatie op de hoogte te brengen. Slechts na enkele zinnen onderbrak Hitler hem met een uitvoerige uiteenzetting over hoe hij voor de Amerikanen de rollen zou omdraaien. Of hij nu echt overtuigd was of, waarschijnlijk, de gemakkelijke uitweg koos, al gauw was Kesselring het met Hitlers fantasieën eens. (p. 344-5)

 En:

De meeste generaals waren volmaakt in staat tot een rationele taxatie van de situatie. In plaats daarvan kozen ze ervoor hun eigen sinistere taxatie van het gebrek aan wapens, tekort aan manschappen en minieme kansen tegen een overweldigende macht te vergeten en de noodzaak te benadrukken alles te doen 'om de voorwaarts stuwende wil van de Führer niet teleur te stellen'. (p. 347)

En helemaal aan het eind:

Een combinatie van bijna hysterie en volstrekt fatalisme had inmiddels de bunker in haar greep. Hitler had bedrieglijke hoop gevestigd, die niet was weggenomen door Keitel en Jodl, die wel beter wisten maar nog steeds bang waren hem slecht nieuws te brengen, op het nieuwe en gehaast samengestelde 12e Leger onder generaal Walther Wenck, dat vocht aan de Elbe, en, vooral, op een tegenoffensief ten noorden van Berlijn door SS-Obergruppenführer Felix Steiners pantserkorps. Toen hij had vernomen, op 22 april, dat Steiners aanval niet had plaatsgevonden, waren de opgekropte gevoelens in een woeste explosie van elementaire woede naar buiten gekomen. Hitler gaf voor de eerste keer openlijk toe dat de oorlog verloren was. Hij zei tegen zijn geschokte entourage dat hij vastbesloten was in Berlijn te blijven en zich op het allerlaatste moment het leven te benemen. Hij leek afstand te doen van macht en verantwoordelijkheid, zeggend dat hij geen verdere orders voor de Wehrmacht had. (...) Maar, verbazingwekkend genoeg, hij had zichzelf weer vermand, weigerde ook maar een greintje gezag af te staan en straalde als altijd een onvervalst optimisme uit in zijn militaire briefings - slechts enkele ogenblikken nadat hij privé sprak over zijn ophanden zijnde dood en de verbranding van zijn lichaam. Het toneelspel, dat hem voor een kort moment was ontglipt, was weer in stelling. (p. 383-4)

En na zijn zelfgekozen dood:

De oorlog was nog niet voorbij. Buiten Berlijn ging het gevecht door. Maar met Hitlers dood was de onoverkomelijke hindernis voor capitulatie weggenomen. Wat onmogelijk was geweest zolang hij leefde, werd onmiddellijk realiseerbaar zodra hij dood was. Niets toont duidelijker de mate aan waarin hij persoonlijk het regime bijeenhield. De banden met zijn 'charismatische gemeenschap' en de gefragmenteerde bestuursstructuren die tijdens het hele Derde Rijk hadden bestaan en zijn eigen onaanvechtbare macht garandeerden, hadden in staat gesteld, tegen een vreselijke prijs voor het Duitse volk, te blijven opereren totdat de Russen letterlijk aan de poorten van de Rijkskanselarij stonden. (p. 391-2)
Hitlers persoonlijkheid was duidelijk verre van onbelangrijk voor Duitslands volgehouden strijd. Generaals evenzeer als politieke leiders vonden hem volstrekt onbuigzaam als ze een alternatieve koers voorstelden. Sommigen die gedemoraliseerd en wanhopig hem zelfs tijdens de laatste weken opzochten, vertrokken met nieuw enthousiasme en vastberadenheid. (...) Dit moet echter niet opgevat worden als uitsluitend een kwestie van Hitlers overheersende persoonlijkheid - zijn onbuigzaamheid, zijn losgeraakt zijn van de werkelijkheid, zijn bereidheid om het land en het Duitse volk samen met hem volledig ten onder te laten gaan - hoe belangrijk dit ook was. Daarnaast is er de vraag waarom de machtselite bereid was hem zo rampzalig tot op het einde alles te laten dicteren. (p. 447)
De denkhouding van de regerende elite had zich gevoegd naar het karakter van charismatische heerschappij en de structurele determinanten die elke uitdaging van Hitler verhinderden. Onder nazileiders bleken de persoonlijke banden die op een eerder tijdstip met Hitler waren gesmeed, bijna onmogelijk te verbreken, zelfs toen het in de persoonlijkheidscultus ingebouwde aureool van onfeilbaarheid verbleekte. (p.448)

Wat we hier goed zien is hoe die combinatie van het onvermogen om de nederlaag te erkennen en zijn overtuigingskracht een kring van trouwe volgelingen in stand hield. Datzelfde patroon, dwars door alle grote verschillen in persoon en omstandigheden heen, valt aan het geval-Trump waar te nemen.

3 februari 2021

Nederlagen van narcistische leiders. Hoe de nederlaag zich in het geval-Trump voltrekt

Het geval-Hitler is een wel heel gruwelijk geval van een narcistische leider die niet in staat is om zijn nederlaag onder ogen te zien. En we zagen dat dat onvermogen samen gaat met zoveel overtuigingskracht dat de leider tot het bittere eind een kring van volgelingen om zich heen heeft.

Nu over dat andere geval. Andere persoon, andere tijd, andere omstandigheden, maar ook een narcist die in een nationale staat aan de macht is gekomen. Het geval-Trump dus. Ook met een nederlaag, maar in dit geval een nederlaag bij democratische verkiezingen. 

Wat meteen wijst op het grote verschil in omstandigheden: Hitler was in staat om de nog bestaande democratie binnen de kortste keren af te schaffen. Een verkiezingsnederlaag behoorde daarna al niet meer tot de mogelijkheden. Als er wel nog verkiezingen zouden zijn geweest, dan had hij die na zijn eerste economische en militaire successen hoogstwaarschijnlijk verloren, want de steun onder de bevolking nam snel af. Ian Kershaw daarover:

In politiek opzicht zorgde de oorlogsmoeheid voor een groeiende aversie tegen het naziregime, maar zonder enige mogelijkheid om dit gevoel in daden om te zetten. Niet alleen de nazipartij maar ook Hitler zelf was nu het middelpunt van kritiek geworden omdat hij Duitsland in een oorlog had gestort en zoveel ellende had veroorzaakt. Als duidelijk teken daarvan was de 'Heil Hitler'-groet aan het verdwijnen. 'De Voorzienigheid heeft bepaald dat het Duitse volk vernietigd moest worden, en Hitler is de uitvoerder geweest van deze wens,' was volgens een van de SD-posten begin november een gangbare mening. Behalve op deze negatieve manier, als de oorzaak van alle ellende en de belemmering om er een einde aan te maken, speelde Hitler, die ooit door miljoenen werd verafgood, inmiddels nauwelijks meer een rol in het bewustzijn van de gewone man. (p.155)

Dat wijst er op dat het van cruciaal belang is dat de democratie zich weet te handhaven ook als een narcistische leider aan de macht komt. Hoewel Trump gedurende vier jaar alle democratische regels aan zijn laars lapte, was er voldoende tegenkracht en was de Amerikaanse democratie, hoewel met gebreken, toch sterk genoeg om na vier jaar vrije en eerlijke verkiezingen te kunnen organiseren. Die Trump dus, hoewel nog steeds met grote aanhang, duidelijk verloor.

En dat was dus de nederlaag tot het onder ogen zien waarvan hij niet in staat was. En is. Want hoewel hij het Witte Huis verliet, blijft hij volhouden dat de uitslag door grootschalige fraude tot stand is gekomen en dat hij, in zijn eigen werkelijkheid, de verkiezingen met een landslide heeft gewonnen.

 Dus moest alles in het werk worden gesteld om de inauguratie van zijn opvolger, Joe Biden, te voorkomen. Maar dan ook alles, tot en met het opjutten van zijn meest fanatieke aanhangers tot het bestormen van het Capitool op 6 januari, toen daar de verkiezingsuitslag formeel bezegeld werd. Alles wijst erop dat hij toen, in zijn narcistische waanwereld, serieus geloofde dat daarmee de verkiezing van Joe Biden ongedaan kon worden gemaakt. Een staatsgreep dus.

De New York Times maakte een gedetailleerd verslag van wat zich in de 77 dagen tussen de verkiezingen en de inauguratie van Biden in de Trump-kringen afspeelde: 77 Days: Trump’s Campaign to Subvert the Election. Een stukje geschiedschrijving in de tegenwoordige tijd. Over een de realiteit ontkennende president en zijn kring van aanhangers door dik en dun en anderen die hem uit opportunisme bleven steunen en hoopten dat hij niet te ver zou gaan:

Across those 77 days, the forces of disorder were summoned and directed by the departing president, who wielded the power derived from his near-infallible status among the party faithful in one final norm-defying act of a reality-denying presidency.
Throughout, he was enabled by influential Republicans motivated by ambition, fear or a misplaced belief that he would not go too far.

Net zo als Hitler als hij slecht nieuws kreeg elke laatste strohalm aangreep en orders uitvaardigde aan al niet meer bestaande divisies, greep Trump zich vast aan elk klein gerucht over mogelijke verkiezingsfraude dat hem werd toegespeeld.

The attorney general, Mr. Barr, arrived at the White House on the afternoon of Dec. 1 to find the president in a fury.
For weeks, Mr. Trump had been peppering him with tips of fraud that, upon investigation by federal authorities, proved baseless. That morning, after the president complained to Fox that the Justice Department was “missing in action,” Mr. Barr told The Associated Press that “we have not seen fraud on a scale that could have effected a different outcome.”
But another allegation had just captured the presidential imagination: A truck driver on contract with the Postal Service was claiming that he had delivered many thousands of illegally filled-out ballots to Pennsylvania from a depot on Long Island.
Federal investigators had determined that that one, too, was bunk. Court records showed that the driver had a history of legal problems, had been involuntarily committed to mental institutions several times and had a sideline as a ghost hunter, The York Daily Record reported.

En net zo als Hitler opliep tegen de overmacht van de geallieerde legers, liep Trump op tegen de rechters die al zijn ongefundeerde rechtszaken tegen verkiezingsuitslagen verwierpen. Waarna er toch weer een helper was die hem een nieuwe laatste strohalm aanbood.

Yet as the suits failed in court after court across the country, leaving Mr. Trump without credible options to reverse his loss before the Electoral College vote on Dec. 14, Mr. Giuliani and his allies were developing a new legal theory — that in crucial swing states, there was enough fraud, and there were enough inappropriate election-rule changes, to render their entire popular votes invalid.
As a result, the theory went, those states’ Republican-controlled legislatures would be within their constitutional rights to send slates of their choosing to the Electoral College.
If the theory was short on legal or factual merit, it was rich in the sort of sensational claims — the swirl of forged ballots and “deep state” manipulation of voting machines — that would allow Mr. Trump to revive his fight, give his millions of voters hope that he could still prevail and perhaps even foment enough chaos to somehow bring about an undemocratic reversal in his favor.

En zo ging het nog een tijd door. Totdat ook het Hooggerechtshof nul op het rekest gaf. En alleen nog de georganiseerde en aangestichte bestorming van het Capitool restte, die serieus bedoeld was als een gewelddadige staatsgreep. 

De nederlaag was een feit. Zoals Hitler op het allerlaatste moment een einde aan zijn leven maakte, vertrok Trump op het allerlaatste moment uit het Witte Huis. Er rest hem nog een impeachment door de Senaat, die over zes dagen begint en ertoe kan leiden dat hij niet meer voor enige publieke functie in aanmerking kan komen. En er staan hem civiele en strafrechtszaken te wachten wegens financiële malversaties. 

In het geval-Trump voltrekt zich de nederlaag binnen de regels van een nog functionerend democratisch stelsel. De uiteindelijke afloop dient zich aan.

woensdag 12 juli 2023

Over sociaalwetenschappelijke inzichten die je ogen openen. En over Mark Rutte die geen beroep deed op ons betere ik.

Als je het sociaalwetenschappelijke inzicht dat de menselijke sociale natuur innerlijk tegenstrijdig is, namelijk tussen ons vermogen tot gemeenschapsgedrag en ons vermogen tot statuscompetitiegedrag, tot je laat doordringen, dan gaat er een wereld voor je open. 

Nee, dat is niet overdreven. Dat inzicht helpt je om bij de chaotische veelheid van je dagelijkse ervaringen met jezelf en anderen en van het politieke en maatschappelijke nieuws dat je tot je neemt, een flinke stap terug te doen en te reflecteren over wat er aan die veelheid gemeenschappelijk is. Je ogen zijn geopend voor het opmerken van gevallen waarin het gemeenschapspatroon van het iedereen-telt-mee actief is dan wel gevallen waarin het statuscompetitiepatroon van het ieder-voor-zich de overhand heeft. 

Dan gaat het over het waarnemen, het herkennen, van gedragingen als gevallen van het ene dan wel het andere patroon. Maar er is ook het verklaren en begrijpen. Dan gaat het over de sociaalwetenschappelijke inzichten in de voorwaarden waaronder elk van die gedragspatronen zich vooral voordoen. 

In grote lijnen: alles draait om de vraag of mensen zich sociaal veilig voelen. Als dat zo is, dan vergroot dat sterk de kans op gemeenschapsgedrag. Datzelfde gemeenschapsgedrag, maar dan van anderen in de sociale omgeving, maakt dat iemand zich sociaal veilig voelt. Anders gezegd, gemeenschapsgedrag van de een lokt gemeenschapsgedrag van de ander uit. Afgezien van het gedrag, is vertrouwdheid een belangrijke, maar niet perfecte, aanwijzing voor sociale veiligheid.

Andersom vergroot sociale onveiligheid de kans op statuscompetitiegedrag. En net zo maakt het statuscompetitiegedrag van anderen dat iemand zich sociaal onveilig voelt. Statuscompetitiegedrag van de een lokt het statuscompetitiegedrag van de ander uit.

De evolutionaire achtergrond van deze inzichten bestaat eruit dat alle organismen, dus ook mensen, erop zijn geselecteerd om veiligheid te zoeken en onveiligheid te vermijden. Veiligheid in de betekenis van gunstig voor overleving en reproductie. De wereld van organismen is uiterst divers en de implicaties hiervan kunnen voor verschillende soorten heel verschillend uitpakken. 

De menselijke soort is geëvolueerd tot een sociale diersoort, wat in ons geval betekent dat het samenwerken en delen in het verleden sterk heeft bijgedragen aan onze overleving en reproductie. Dat betekent dat onze voorouders werden geselecteerd op dat vermogen tot het gemeenschapsgedrag van iedereen-telt-mee, want dat vormde de grondslag voor het samenwerken en delen. En het betekent dat individuele en sociale onderdrukking van de neiging tot statuscompetitiegedrag onderdeel werd van dat gemeenschapspatroon. Want met het ieder-voor-zich van het statuscompetitiegedrag was samenwerken en delen natuurlijk onmogelijk.

Die evolutionaire achtergrond laat je beide gedragspatronen herkennen als in het verleden geselecteerde aanpassingen aan de aard van de sociale omgeving. Bij sociale onveiligheid ligt het statuscompetitiepatroon klaar om uitgevoerd te worden. Je moet voor jezelf opkomen, want anderen doen dat niet. Neurofysiologisch is dat de vechtreactie. Je moet zo hoog mogelijk in de statushiërarchie terecht zien te komen. En hoe meer dat niet lukt, hoe meer je door onderdanigheid (neurofysiologisch: de immobilisatiereactie) zult proberen om de schade zoveel mogelijk te beperken.

En bij sociale veiligheid ligt het gemeenschapspatroon klaar om uitgevoerd te worden. Je ervaart dan een toestand van sociale verbondenheid, die neurofysiologisch gepaard gaat met een toestand van ontspanning. Je weet dat jij meetelt omdat iedereen meetelt. 

Voor iedereen die dit blog al langere tijd volgt, komt dit alles bekend voor. In talloze blogberichten komen deze inzichten of onderdelen daarvan terug. Met vele verwijzingen naar wetenschappelijk onderzoek. Maar het leek me goed om de kern ervan nog eens een keer kort en bondig op te schrijven.

Met als kleine illustrerende toegift een toepassing ervan op het actuele probleem van de democratie. En op de actualiteit van het aangekondigde vertrek uit de politiek van Mark Rutte, al dertien jaar onze premier. 

Over het tijdperk Rutte is de afgelopen dagen al veel geschreven. Ik bleef even hangen bij Mark Rutte, een weergaloze acrobaat die geen ontroering bracht, geen verhaal had en geen beroep deed op ons betere ik, dat Sheila Sitalsing voor de Volkskrant schreef. En in het bijzonder bij die ene zin, die deels terugkeert in de titel:

Een weergaloze acrobaat ook, die het publiek kon amuseren en ontzag kon inboezemen, maar geen ontroering bracht, geen verhaal, geen beroep deed op ons betere ik.

Die geen beroep deed op ons betere ik. Dat zijn maar acht woorden, maar ze zijn van grote betekenis. 

Want de democratie is de institutionalisering van ons gemeenschapspatroon van het iedereen-telt-mee. Zowel in de zin van het algemeen kiesrecht als in de zin van gelijke rechten en van een beleid gericht op ieders welzijn. Dat betekent dat de democratie altijd verdedigd moet worden tegen de neiging tot statuscompetitiegedrag, tegen een politiek van ieder-voor-zich. Waarin het recht van de sterkste geldt en grote ongelijkheid niet als probleem wordt gezien.

Die verdediging van de democratie houdt in dat wij ons betere ik, dat wil zeggen het ik van het gemeenschapsgedrag, laten gelden en elkaar oproepen tot het handelen volgens dat betere ik. En het zou al helemaal moeten inhouden dat degenen die onze democratie vertegenwoordigen en personifiëren, een beroep doen op ons betere ik.

Dat Mark Rutte dat laatste niet deed, staat natuurlijk voor een heel politiek tijdperk, het tijdperk dat de politici, en vele burgers, in de ban waren van het neoliberalisme, van de marktvuistregel. 

Waarin dat betere ik inderdaad helemaal geen rol zou hoeven te spelen. Waarin het integendeel als "woke" moet worden gekleineerd. Zie De strijd tussen gemeenschapsgedrag en statuscompetitiegedrag is die tussen de morele oproep aan de ene kant en het kleineren van die oproep als woke aan de andere kant.

Ik zei toch dat er met die sociaalwetenschappelijke inzichten een wereld voor je open gaat?

woensdag 28 juni 2023

Een sociaalwetenschappelijk zicht op hoe Nederlanders reageerden op de Duitse Bezetting - 13

Als je land met grote overmacht door een vreemde mogendheid wordt bezet, dan mag je dat wel een toestand van grote ervaren sociale onveiligheid noemen. Gezien vanuit het statuscompetitiepatroon is er opeens een overheerser die zijn wil aan jou kan en wil opleggen. Hoe te reageren? Hier het vorige bericht.

Zo'n toestand van sociale onveiligheid lokt gemakkelijk de immobilisatiereactie uit, het angstig in elkaar duiken en het zich terugtrekken, om zo de overheerser te laten weten dat je je geheel hebt overgegeven en dat verder geweld niet nodig is. En om bij jezelf de neiging om je te weer te stellen en in verzet te komen te onderdrukken. Die neiging is er natuurlijk, maar het lijkt te gevaarlijk om er aan toe te geven. Het is een reactie die de schade beperkt, zonder dat zulks een bewust motief hoeft te zijn.

Alles wijst erop dat die terugtrekkingsreactie onder de bevolking algemeen was. En alles wijst erop dat hij versterkt en zelfs gelegitimeerd werd door de reacties van het koningshuis en de regering, die het land ontvluchtten, en van de hoogste ambtenaren en het ambtenarenapparaat, die zich bij de bezetting en het buiten werking stellen van de parlementaire democratie neerlegden, in functie bleven en zelfs met de bezetter samenwerkten. Die onderdanigheid op het hoogste niveau moet op de rest van de bevolking grote invloed hebben gehad. Rob Bakker (Boekhouders van de Holocaust) citeert op p. 66 socioloog Cor Lammers (Vreemde overheersing. Bezetten en bezetting in sociologisch perspectief):

Zolang onze topambtenaren en topindustriëlen hun daarin voorgingen, waren in de periode 1940-1945 hun ondergeschikten en veel andere brave Nederlanders maar al te gauw geneigd op gezag van deze nationale elites aan te nemen dat het moreel verantwoord was je te houden aan Duitse verordeningen en aanwijzingen.

"Moreel verantwoord". Eigenlijk zou je je behoren te verzetten, maar nog los van de praktische haalbaarheid daarvan, kwam er van hogerhand de boodschap dat het afzien van verzet moreel viel te billijken.

Zo was de stand van zaken aan het begin van de Bezetting en die verklaart zeker voor een groot deel dat het verzet, dat op den duur wel tot stand kwam, hoe moedig ook, beperkt bleef tot de naar schatting vijf procent van de bevolking. 

Maar daar kwam naar alle waarschijnlijkheid, en dat is pijnlijk om onder ogen te zien, de Jodenvervolging bij. Want die begon al eind 1940 en kon de indruk wekken dat de Duitse agressie zich op de Joodse bevolking zou concentreren en dat je als niet-Joodse Nederlander buiten schot zou kunnen blijven. Hoewel er zeker Nederlanders waren die de Joodse landgenoten te hulp schoten, dringt de vervelende gedachte zich op dat de Jodenvervolging bij de anderen juist hun onveiligheidsgevoelens verminderden. En daarmee ook de bereidheid om in verzet te komen. Hoe meer de agressie van de overheerser zich op een bepaald bevolkingsdeel concentreert, hoe meer de rest van de bevolking hoop heeft op een voor hen gunstige afloop.

Nogmaals, pijnlijk om onder ogen te zien. Maar het is wel een voor de hand liggende gedachte. Waarvan ik me trouwens niet kan herinneren hem eerder te zijn tegengekomen. Misschien dat daardoor de verwerking van deze "zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis" (Rob Bakker, p. 696) zo traag is verlopen en verloopt.

In het volgende bericht meer over hoe die anti-Joodse maatregelen zich voltrokken en hoe de Nederlanders daarop reageerden. Of dus eigenlijk niet reageerden. Hier het vervolg.

vrijdag 23 juni 2023

Een sociaalwetenschappelijk zicht op hoe Nederlanders reageerden op de Duitse Bezetting - 12

Gedurende de Duitse bezetting van ons land in 1940-1945 was er weliswaar actief verzet, maar daar nam toch slechts zo'n vijf procent van de bevolking aan deel. En hoewel er Nederlanders actief waren in de hulp aan Joodse onderduikers, liet het gros van de bevolking het gebeuren dat Joodse medeburgers hun rechten werden ontnomen en dat ze werden geïsoleerd en afgevoerd. En werkte het Nederlandse ambtenarenapparaat aan die behandeling mee. Zie hier de vorige 11 berichten van deze reeks.

Daar is, vanaf enkele tientallen jaren na de Bevrijding, al veel over gezegd en geschreven. Maar het kan (en zal) aan mij liggen, maar een poging om dat gedrag sociaalwetenschappelijk te verklaren, ken ik eigenlijk niet.

Hoe zou zo een verklaring eruit kunnen zien als we uitgaan van de sociaalwetenschappelijke inzichten die je op dit blog vaak tegenkomt?

We zouden er dan mee kunnen beginnen dat de inval en de bezetting door de Duitsers door de Nederlandse bevolking, minus de ongeveer vijf procent die de Duitsers goedgezind waren, werd ervaren als een toestand van sociale onveiligheid en bedreigd zijn. We hebben het dan over een statuscompetitieve toestand waarin een machtige partij een nagenoeg machteloze partij aan zich onderwerpt. Het Nederlandse militaire verzet werd in een paar dagen opgerold en de bevolking werd daardoor en door het bombardement op Rotterdam geïntimideerd.

In een toestand van sociaal bedreigd zijn, kunnen mensen zich te weer stellen, vechten, zich uit de voeten maken, vluchten, of zich in zichzelf terugtrekken, verstijven en immobiliseren. Vechten of doorvechten bleek dus al snel niet een haalbare optie. Wie kon vluchten, zoals door de oversteek te maken naar Engeland, deed dat. Dat was een kleine minderheid, maar daartoe behoorden het koningshuis en de regering. Bleef over het zich neerleggen bij de stand van zaken, de reactie die in het meest extreme geval een toestand van immobilisatie-door-angst wordt. 

Die meest extreme gevallen kennen we vooral van het onderzoek naar en de behandeling van individuele trauma's. Maar er zijn natuurlijk veel vaker minder extreme gevallen en er zijn collectieve trauma's. Het met geweld en intimidatie bezet worden door een buitenlandse mogendheid mag je wel een collectief trauma noemen. Dat het voor sommigen als een extreme bedreiging en individueel trauma werd ervaren, blijkt eruit dat er ook zelfdodingen waren als reactie op de Duitse inval.

Extreme en acute immobilisatie-door-angst gaat gepaard met een verminderd bewustzijn. In de veel vaker voorkomende en minder extreme gevallen is er die angstervaring, maar is er ook de bewuste verwerking daarvan. Die zal inhouden dat je nog alert bent op mogelijkheden om toch in actie te komen. Zoals op de mogelijkheid om je bij het verzet dat er wel is aan te sluiten als je daar voor gevraagd wordt. En je zult je passiviteit, je immobilisatie, proberen zo goed mogelijk voor jezelf te rechtvaardigen. In de trant van: ik zou wat moeten doen, maar ik doe het niet, want dat heeft immers toch geen zin.

En bij dat laatste speelt een belangrijke rol wat je anderen ziet doen of wat je verwacht dat anderen doen. Als anderen maar weinig in actie komen, dan is dat een aanwijzing voor de zinloosheid ervan. 

En precies in dat verband moet wel een grote rol gespeeld hebben dat het koningshuis en de regering naar Engeland vluchtten en dat bovendien de secretarissen-generaal, de rechters en het ambtenarenapparaat in functie bleven en zich in de nieuwe verhoudingen schikten. Er kon maar beter met de Duitse machthebbers worden samengewerkt. Er was geen enkele oproep tot verzet, sterker, het College van Secretarissen-generaals verklaarde zich bereid tot loyalster Zusammenarbeit mit den deutschen Besätzungsbehörden

Dat moet ontzettend behulpzaam zijn geweest bij de pogingen van de bevolking om de eigen passiviteit te rechtvaardigen. Zo bezien, is het bijna verwonderlijk dat toch nog zo'n vijf procent van de bevolking tot actief verzet overging. Wordt vervolgd. Hier het vervolg.

zaterdag 10 juni 2023

Donald Trump nu ook federaal aangeklaagd - Een sociaalwetenschappelijk zicht op het patroon van een kwaadaardige narcist die aan de macht komt - 1

 (Deze week verschenen als aflevering van mijn LinkedIn-Nieuwsbrief.)

Sinds Donald Trump Republikeins presidentskandidaat werd, heb ik me op Toegepaste sociale wetenschap met enige regelmaat bezig gehouden met het statuscompetitiepatroon van een kwaadaardige narcist die aan de macht weet te komen. En met de vraag naar de omstandigheden waaronder dat patroon optreedt en met de grote gevaren die dat met zich meebrengt. Hier een vrijwel onbewerkte selectie daarvan, chronologisch gerangschikt. Van begin 2016 tot begin 2021. Deel 2 volgt later.

dinsdag 2 februari 2016

Donald Trump en andere narcisten in de politiek - en over waarom ze hun exposure moeten controleren

Donald Trump, vastgoedmagnaat, mediapersoonlijkheid en sinds juni vorig jaar Republikeins presidentskandidaat , heeft, tegen de opiniepeilingen in, niet de voorverkiezingen in Iowa gewonnen. Nu kun je bij alle Republikeinse kandidaten grote bedenkingen hebben, maar Trump maakte het wel het bontst. Zijn gedrag op televisie en in de debatten maakte overduidelijk dat we weer eens met een narcist te maken hebben die de arena van de politiek ontdekt heeft, waarin hij als grote overwinnaar uit de bus zal komen.

Psychologen die zich over dat gedrag gebogen hebben, komen tot de conclusie dat Trump het schoolvoorbeeld is van de narcist. Videoclips blijken als onderwijsmateriaal te worden gebruikt in workshops. Zie A Neuroscientist Explains: Trump Has a Mental Disorder That Makes Him a Dangerous World Leader.

Narcisme kun je omschrijven als

de neiging tot een grandioos en overdreven positief zelfbeeld, gepaard met een negatieve kijk op anderen. Narcisten zijn extreem ijdel, zoeken aandacht en bewondering, voelen zich superieur, claimen gezag en privileges en ze zijn exhibitionistisch, opschepperig en manipulatief.

Zie verder De donkere drie: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme. Die eigenschappen brengen de narcist er toe om een leiderschapspositie na te streven, want hij (meestal een hij) zou het niet kunnen verdragen om naar anderen te moeten luisteren of anderen naast zich te dulden. Vandaar bijvoorbeeld dat die andere narcistische politicus, onze Geert Wilders, alleen in een politiek partij kan functioneren waarin hij alleenheerser is. Zie Foute leiders vergeleken. Over narcisten aan en op weg naar de macht. En over Geert Wilders.

Hoewel narcisten er dus naar streven om een leiderschapspositie in te nemen, weten we dat ze slechte leiders zijn. Ze kunnen slecht tegen kritiek, kunnen niet luisteren, hebben een gebrek aan empathie, zijn weinig bereid en in staat tot samenwerking en hebben een gewetenloze zucht tot overwinnen.

Hoe komt het dat narcisten er dan toch vaak in slagen om op leiderschapsposities terecht te komen? Dat zou er aan kunnen liggen dat ze vaak een oppervlakkige charme hebben die veel mensen aantrekt. Waar mensen pas door heen kijken als ze de persoon beter kennen en langer hebben meegemaakt.

Narcisten blijken dan ook de grootste kans op succes te hebben als ze in staat zijn om de mate waarin wij hen leren kennen, hun exposure, te manipuleren. Vandaar dat narcisten die aan de macht komen ook altijd dictatoriale neigingen hebben, die o.a. ook inhouden dat ze de media willen beïnvloeden. Denk aan Erdogan in Turkije en aan Poetin in Rusland. En natuurlijk aan Hitler.

We weten natuurlijk nog niet hoe het verder gaat met Trump en die Amerikaanse voorverkiezingen. Maar het lijkt er nu op dat Trump te weinig doorheeft dat hij zijn kansen verspeelt als de Amerikaanse kiezers hem te vaak zien. Hij geniet zo van de aandacht die hij krijgt, dat hij niet in staat is om zijn exposure te controleren. Daardoor is hij al vele keren door de mand gevallen en hebben kiezers doorgekregen met wat voor iemand ze te maken hebben.

donderdag 3 maart 2016

Mannen, mannelijkheid en statuscompetitie - en weer over Donald Trump

Vrouwen kunnen er ook wat van, maar statuscompetitie is toch op de eerste plaats een mannending.

Een manier waarop de strijd om status wordt uitgevochten bestaat er uit de eigen statuspositie te bevestigen of te verhogen door anderen te beledigen, te kleineren of te pesten. En dat dat vooral een mannending is (maar nogmaals, vrouwen zijn er niet vrij van), blijkt er uit dat veel van die beledigingen aantastingen zijn en als aantastingen zijn bedoeld van iemands zelfbeeld van mannelijkheid en mannelijke eer.

Statuscompetitie is tussen mensen altijd wel aanwezig, zij het vaak op de achtergrond. Als hij op de voorgrond staat, dan noemen we dat wel een eercultuur (culture of honor). Die term wordt gebruikt door Dov Cohen, Richard Nisbett en anderen, die daarmee de statuscompetitiecultuur van de zuidelijke Verenigde Staten aanduiden. Denk als voorbeeld aan het fraaie onderzoek Field experiments examining the culture of honor: The role of institutions in perpetuating norms about violence.

En vergis ik me nu met te denken dat je in de televisiedebatten tussen de Republikeinse presidentskandidaten, met Trump in de hoofdrol, die eercultuur volop in werking ziet? Dat de Republikeinse partij in de zuidelijke staten de meeste stemmen trekt, lijkt geen toeval.

Er is nu een mooi onderzoekje naar de rol van beledigingen en kleineringen en aantastingen van mannelijkheid (slurs) in die eercultuur: Slurs against masculinity: masculine honor beliefs and men's reactions to slurs. Zo vind je daar deze korte omschrijving van wat het betekent om je volgens die eercultuur te gedragen:

full realization of masculine honor as defined in the American South would require that men act bravely, assert their masculinity, have been socialized about the norms dictating masculine honor, hold their masculine honor beliefs as core moral values, act to defend others from threats, act to defend themselves from insult, and be firmly connected to family and community.

In het onderzoek werden mannen ondervraagd over hoe erg ze het zouden vinden om beledigd en gekleineerd te worden en hoe groot de kans zou zijn dat ze daar met fysiek geweld op zouden reageren. Ik citeer even de omschrijving van de zes soorten beledigingen waar het om ging:

Homophobic slurs consisted of faggot, queer, homo, and cocksucker. Feminine slurs consisted of bitch, pussy, cunt, and woman. Bravery slurs consisted of coward, wimp, sissy, and yellow. General personality slurs consisted of asshole, loser, dickhead, and douchebag. Intelligence slurs consisted of retard, dumbass, idiot, and moron. Physical slurs consisted of fat ass, weakling, tiny, and ugly

Het blijkt dan dat de homophobic, de feminine en de bravery beledigingen in de rangorde bovenaan staan. Voor homo, vrouw of lafaard te worden uitgemaakt, dat is in de eercultuur wel het ergste wat je gezegd kan worden en daar moet je dus het meest agressief op reageren, om je eer te verdedigen.

En verder blijkt dat degenen die het hoogst scoren op de Masculine Honor Beliefs Scale ook aangeven zich het meest beledigd te voelen en met het meeste fysieke geweld zouden reageren. Die schaal bestaat uit 35 stellingen waarvan je moet aangeven in hoeverre je het er mee eens of oneens bent. Voorbeelden zijn (in mijn vertaling):

  • Een man moet niet bang zijn om te vechten
  • Het is voor een man belangrijk om masculiener (mannelijker) te zijn dan andere mannen
  • Als kind is mij geleerd dat jongens zich altijd moeten verdedigen
  • Je zou een man prijzen die gewelddadig reageert op een belediging
  • Een man heeft de verantwoordelijkheid om zijn gezin te verdedigen
  • Als een man wordt beledigd, dan wordt zijn mannelijkheid beledigd
  • Voor een man hoort zijn gezin de hoogste prioriteit te hebben

Een baanbrekend onderzoek is het niet, maar het voegt wel weer iets toe aan ons inzicht in wat statuscompetitie inhoudt en welke vormen dat gedragspatroon kan aannemen.

En bedenk dat narcisten, met hun zucht tot beledigen van anderen, juist in een statuscompetitiecultuur gedijen en er op gebrand zijn om aan de top te komen.

donderdag 27 oktober 2016

Is populisme de uitingsvorm van narcisme in het publieke domein? - Jan-Werner Müller over populisten (en technocraten!)

Narcisme is een persoonlijkheidseigenschap die altijd wel in zekere mate in de populatie aanwezig is. Maar de kans dat die eigenschap tot uiting komt in gedrag, lijkt er van afhankelijk of een en ander zich afspeelt in het domein van de persoonlijke relaties dan wel in het publieke domein.

Verkerend in de sfeer van persoonlijke relaties kan het gedrag van narcisten vaak door anderen in toom worden gehouden. Als ze schade aanrichten, dan is dat als de relaties wisselend zijn. Door hun oppervlakkige charme weten ze gemakkelijk aandacht te trekken en relaties aan te gaan, maar na verloop van tijd krijgen anderen door wat voor vlees ze in de kuip hebben. Zo kunnen narcisten soms een spoor van slachtoffers achter zich laten.

Daartegenover is het publieke domein, dat van de onpersoonlijke relaties die zich vooral via de omweg van de media voltrekken, veel meer bij uitstek het werkterrein van de narcist. De narcist kan daar een nationale bekendheid worden, een celebrity, en zelfs aan de top belanden van statushiërarchieën in bedrijfsleven en politiek. Niet alleen door die eigenschap van oppervlakkige charme, maar vooral ook doordat hij anderen naast zich of boven zich zo slecht kan verdragen dat de motivatie om aan de top te komen grenzeloos is.

Dat de narcist bovenal dat publieke domein nodig heeft, verklaart precies dat het fenomeen van de narcistische leider de mensheidsgeschiedenis is binnengekomen met het ontstaan van de landbouwsamenlevingen en van de statushiërarchieën (keizerrijken, vorstendommen) die daarmee ruim baan kregen. Zie Waarom een staatsgod? Over statushiërarchie en narcisme.

Vandaag de dag hebben we te maken met een publiek domein dat sterk beheerst wordt door informatiestromen via de massamedia en de sociale media. En het lijkt alsof narcisten daardoor extra worden geprikkeld om in dat domein actief te worden. Ze leven er hun grandioze zelfbeeld uit en hun behoefte aan bewondering en bevestiging van dat zelfbeeld. Onderdeel van dat gedrag is de zucht tot belediging en vernedering van iedereen die hen daarbij in de weg staat.

Je komt natuurlijk gemakkelijk op de gedachte dat die grote rol van narcisten in de politiek zich slecht verdraagt met de democratie. Jan-Werner Müller, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Princeton en auteur van What is Populism?, laat zich daarover uit in het interview dat Der Spiegel deze week met hem heeft ("Wer gehört zu uns?").

Dat interview gaat over populisme, maar het wordt meteen duidelijk dat populisme en narcisme nauw verwant zijn. Müller:

Populisten sind in der Tendenz gefährlich für die Demokratie. Nicht notwendigerweise wegen ihrer Positionen: Über die richtige Flüchtlingspolitik kann man streiten. Populisten aber erheben den Anspruch, als einzige das wahre Volk zu vertreten. Mittwettbewerber um die Macht und alle Bürger, welche die Populisten nicht unterstützen, werden verteufelt. Das macht sie für Demokraten unwählbar.

Over de AfD (Alternative für Deutschland):

Jetzt aber behaupten führende Afd-Politiker, die übrigen Parteien bestünden aus Volksverrätern und Deutschland sei eine Kanzlerin-Diktatur. Diese totale moralische Disqualifizierung der politischen Gegners und der Anspruch das wahre deutsche Volk zu vertreten, machen die Afd populistisch und bedenklich.

En over Donald Trump:

Er sieht sich als Vertreter des echten amerikanischen Volkes. Das einzige, was zählt, (...), sei die Vereinigung des Volkes; um alle, die für ihn nicht dazugehören, braucht man sich nicht zu kümmern. Ausserdem ist es typisch für Populisten, das sie wie Trump nicht zugeben, dass sie verlieren können - stattdessen versuchen sie, das ganze politische System zu diskreditieren, indem sie ihren Anhängern suggerieren, Wahlen würden manipuliert.

En verderop in het interview wijst hij op de interessante overeenkomst tussen de technocratische en de populistische politicus:

Der Technokrat behauptet, es gibt nur eine vernunftige Lösung. Der Populist sagt, es gibt nur einen wahren Volkswillen. Beide sind Antipluralisten, für die ein demokratischer Austausch von Argumenten gar nicht stattfinden muss. Technokratie en Populismus bestärken sich gegenseitig - und zwischen beiden wird der Parlementarismus aufgerieben.

Kortom, lees dat interview! Je moet er wel even de papieren Der Spiegel voor kopen.

maandag 7 november 2016

Goedbeschouwd kunnen we niet verbaasd zijn over de toename van narcisme en populisme in de politiek

Hoe de opkomst van het populisme, en van het narcisme waar het de uitingsvorm van is, te verklaren? 

Dat vraag je je natuurlijk af aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waarin Donald Trump, misschien de grootste narcist in de politiek na Adolf Hitler, een kans maakt om president te worden van het machtigste land ter wereld. Maar ook vraag je je dat af als je het slagveld van de Europese politiek overziet, de treurigstemmende toestand die door de maar voortdurende rampzalige bezuinigingspolitiek is voortgebracht. En dan hebben we het nog niet over wat zich aan de randen van ons continent afspeelt, in Turkije en Rusland.

Misschien moet je om een verklaring te vinden zowel kijken naar de aanbodkant als naar de vraagkant van de politieke markt.

Aan de aanbodkant zie je de opkomst van de narcisten die leider willen worden of het al zijn. Het zijn die politici die claimen als enige het ware volk te vertegenwoordigen. Die fantaseren over een volk dat hen bewondert en bewierookt. Die in de strijd om de volksgunst te winnen geen anderen naast zich, laat staan boven zich, kunnen verdragen. En die daarom bereid zijn de democratie de nek om te draaien als dat hen beter uitkomt.

Hoe kan het dat zich ineens zoveel narcisten in de politiek aandienen? Het publieke domein, dat van de politiek, de massamedia en de sociale media, lijkt het ideale werkterrein voor de narcist. Maar dat was het eerder ook al en verklaart dus niet de recente opkomst.

Kan het zijn dat het een gevolg is van de toename van narcistische trekken onder de gehele bevolking? Van het narcistische reservoir?

Er zijn aanwijzingen voor zulk een toename op grote schaal. Denk aan The Narcissism Epidemic van Twenge en Campbell. Als die toename er echt is geweest en als narcisten meer dan gemiddeld gemotiveerd zijn om in het publieke domein te opereren, dan kun je verwachten dat de effecten daarvan in dat publieke domein dubbelop waarneembaar zullen zijn.

Wie weet, zit daar iets in. Maar er is ook nog de vraagkant. De kant dus van de kiezers die hun stem uitbrengen.

Als je bedenkt dat narcisten die aan de macht willen komen, niet kieskeurig zijn wat de middelen aangaat om hun doel te bereiken, dan vraag je je af hoe kiezers daar dan over zullen oordelen.

Neem de lange lijsten met leugens waar Trump zich gedurende zijn campagne van heeft bediend. De meest recente opsomming daarvan die ik tegenkwam is hier te vinden: Trump has made almost 500 false claims in last 7 weeks: report. En kijk eens op de website Trump Lies. (En let even op de overeenkomsten met Hitler, die als motto had dat een leugen eerder wordt geloofd hoe groter hij is en hoe vaker hij herhaald wordt.)

Je zou toch denken dat kiezers niet gecharmeerd zijn van een politicus die alles bij elkaar liegt. Maar het bericht ‘Low information voters’ are a crucial part of Trump’s support vandaag in de Washington Post zet je dan aan het denken. Ik citeer daaruit:

Our research finds that Trump has attracted a disproportionate (and unprecedented) number of “low-information voters” to his campaign. Furthermore, these voters are more likely to respond to emotional appeals — whether about the economy, immigration, Muslims, racial relations, sexism, and even hostility to the first African American U.S. president, Barack Obama. They are the ideal constituency for a candidate like Trump.
We define low-information voters as those who do not know certain basic facts about government and lack what psychologists call a “need for cognition.” Those with a high need for cognition have a positive attitude toward tasks that require reasoning and effortful thinking and are, therefore, more likely to invest the time and resources to do so when evaluating complex issues. Those with a low need for cognition, on the other hand, find little reward in the collection and evaluation of new information when it comes to problem solving and the consideration of competing issue positions. They are more likely to rely on cognitive shortcuts, such as “experts” or other opinion leaders, for cues.

Dat wijst op de mogelijkheid van een toename van de groep van slecht geïnformeerde kiezers als een verklaring voor de toegenomen "vraag" naar liegende politici. De speelruimte voor narcistische leugenaars neemt natuurlijk toe als meer kiezers niet meer het verschil kunnen vaststellen tussen wat waar is en wat niet waar is.

Zou die groep van slecht geïnformeerde kiezers inderdaad zijn toegenomen? Ja, dat lijkt waarschijnlijk.

Want kiezers halen hun informatie oftewel uit de massamedia oftewel uit de sociale media. En de massamedia zijn vergaand vercommercialiseerd en daardoor veel meer gericht op amusement dan op informatie. In een democratie is goede informatieverstrekking een publiek goed en we weten dat een publiek goed niet door de markt tot stand komt.

Net zo weten we dat de sociale media onderhevig zijn aan het mechanisme dat iedereen, als hij al op zoek is, zoekt naar bevestiging van de eigen mening. Die confirmation bias verhindert dat mensen zich goed informeren, ondanks dat ze nooit eerder in de geschiedenis zo gemakkelijk toegang hadden tot een zo breed scala aan kennis en inzichten.

Het is juist andersom: doordat het vinden van bevestiging zo gemakkelijk is geworden, zien we polarisatie en extremisme toenemen. Zie dat mooie boek Going To Extremes van Cass Sunstein.

Goed beschouwd kunnen we dus eigenlijk niet verbaasd zijn over die toename van narcisme en populisme in de politiek.

woensdag 25 januari 2017

Beleid dat bestaansonzekerheid zaait, oogst rechts-extremisme

Als je zoals ik in de Tweede Wereldoorlog geboren bent en bent opgegroeid in de tijden van de opbouw van de verzorgingsstaat, dan is het extra moeilijk te bevatten dat we nu opnieuw de opkomst van rechts-extremisme meemaken.

Dus probeer ik zo goed mogelijk bij te houden wat er zoal onderzocht en gepubliceerd wordt over de mogelijke oorzaken van dat rechts-extremisme.

Het beeld dat daar uit naar voren komt is natuurlijk nog niet definitief. Maar wat al wel duidelijk lijkt, is dat het niet de globalisering op zich is die het rechts-extremisme zo heeft aangewakkerd. Nee, de rol van overheidsbeleid is cruciaal.

Want hoewel de globalisering over de hele linie welvaartsverhogend heeft uitgewerkt, hebben velen er ook de nadelen van ondervonden.

En precies daar komt het belang van overheidsbeleid naar voren. Joseph Stiglitz wees daar al op in zijn WRR-lezing eind 2014: Globalization has not always been well managed - Joseph Stiglitz over globalisering en de eurocrisis. Welvaartstheoretisch gezien zouden de voordelen voor de winnaars groot genoeg zijn geweest om de verliezers (werkloosheid, stagnerende lonen) te compenseren. Maar daar was overheidsbeleid voor nodig geweest. Beleid gericht op hogere belastingen voor de rijken met het oog op grotere sociale bescherming voor de armen en de middeninkomens.

Maar dat beleid is niet gevoerd. Integendeel, lagere lonen en minder bescherming werden juist als verstandig beleid aangeprezen. U weet wel, neo-liberalisme.

Het was dus het beleid dat tekort schoot in het goed begeleiden van de globaliseringstrend. Die trend vroeg juist om meer bescherming in plaats van minder.

Door groeiende bestaansonzekerheid te tolereren of zelfs bewust na te jagen, hebben de politici een cruciale bijdrage geleverd aan de opleving van het rechts-extremisme.

Ze lieten de financiële sector de vrije hand, waardoor de crisis van 2008-2010 de economieën kon teisteren. Met als bekend gevolg een steun in de rug voor rechts-extremisme, anti-immigrantensentiment en vreemdelingenhaat (Meer rechts-extremisme na financiële crises - niet na economische crises).

Ze lieten de combinatie van groeiende bestaansonzekerheid en ongelijkheid ongemoeid, waardoor niet alleen bij de armeren, maar ook bij de meer welgestelden de zorgen over de toekomst toenamen. Zorgen die blijken samen te hangen met toenemend anti-immigranten stemgedrag (Anti-immigranten sentiment beïnvloed door inkomenspositie en bestaansonzekerheid).

Dat alles had niet hoeven te gebeuren. Martin McKee wees er al op, in zijn WRR-lezing 2016, dat de politieke keuzes anders hadden kunnen zijn. En dat ze ook gunstiger effecten hadden waar ze anders gemaakt werden (Martin McKee: toenemende kwetsbaarheid en onzekerheid zijn gevolg van politieke keuzes).

En nu zijn er Michael Jacobs en Mariana Mazzucato die een duidelijk verband leggen tussen het Brexit-en-Trump Syndroom en het tekortschietende overheidsbeleid van de neo-liberale politici:

The tragedy of globalisation over the last 30 years is that it has occurred at the same time as the dominance of an economic orthodoxy that saw the state retreat from active economic management. The precise opposite was required: as international trade – which increases national income but brings inequality and geographic dislocation – expanded, what was needed was a more active state redistributing its rewards to develop the productive economy and to ensure fairer outcomes. (The Brexit-Trump Syndrome: it’s the economics, stupid).

En er is Why far right parties do well at times of crisis: the role of labour market institutions van Tim Vlandas en Daphne Halikiopoulou, die laten zien dat het niet de gevolgen van de crisis op zich waren die het stemmen op rechts-extremistische partijen verklaren.

Nee, het gaat om de mate waarin de arbeidsmarkt is gereguleerd; hoe minder ontslagbescherming en hoe soberder de werkloosheidsuitkeringen, hoe beter de uitslagen van de rechts-extremistische partijen bij de Europese verkiezingen. De onderzoekers vatten hun resultaten als volgt samen (mijn cursivering):

They suggest that the rise of the far right is not merely the result of exogenous forces that are outside of policy makers’ control. On the contrary, it is more likely the outcome of labour market policy choices. In a number of European countries, governments of both the left and right have reduced entitlements to unemployment benefits and have deregulated job security regulations. As a result, the unemployed have seen their standard of living deteriorate, while a growing segment of the labour force now works on temporary contracts and workers on permanent contracts feel increasingly insecure. The most affected economies have responded to the financial crisis by pursuing policies of austerity (Theodoropoulou and Watt 2011), further exacerbating economic uncertainty. The irony is that it is precisely these policies, targeted at solving Europe’s economic predicament, that have intensified political instability in many European countries. If we are right, the adoption of these policies increases the risks and costs of unemployment, which, in turn, makes the rise of the far right more likely. Social democratic parties and the union movement should continue to oppose austerity not only because of its adverse economic effects, but also because of its dangerous political consequences in times of crisis. 

dinsdag 18 april 2017

Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen

De Verenigde Staten hebben met Donald Trump een president aan de macht die om verschillende redenen voor dat ambt ongeschikt is. In ieder geval een van die redenen is dat hij meestal niet weet waarover hij praat. Hij voerde campagne met een eenvoudig wereldbeeld, door Matthew Yglesias (Donald Trump’s big problem is he doesn’t know what he’s talking about) omschreven als

Trump’s basic worldview, as articulated on the campaign trail, was that all the major dilemmas of American public policy had easy solutions. The reason the problems had not been solved already was that America’s political leaders were too stupid, too corrupt, or too “politically correct” to solve them.
This is a reasonably widespread view of things among the mass public, but as Trump has been discovering since taking office, it’s not true.

Nu hij in de positie terecht is gekomen waarin hij niet kan volstaan met praten en tweeten, ontdekt hij dat de wereld anders en ingewikkelder in elkaar zit. Yglesias noemt drie in het oog springende voorbeelden van zulke ontdekkingen:

Als hij wat minder onsympathiek was geweest, zou je de naïviteit, die maakt dat hij meestal het standpunt inneemt van zijn laatste gesprekspartner, nog wel ontwapenend kunnen vinden.

Maar hoe dan ook, het is natuurlijk verbijsterend dat iemand die zo overduidelijk van niets weet door kiezers in het zadel kan worden gehesen.

Toch is dat verschijnsel niet uniek. Want ook in Europa, en dus ook in Nederland, hebben we leiders aan de macht die slecht geïnformeerd zijn over hoe je op een economische crisis moet reageren en over hoe je een muntunie moet organiseren. Vandaar dat ik verzuchtte dat we in Europa een sekte aan de macht hebben: Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af.

En in Groot-Brittannië hebben slecht geïnformeerde kiezers een regering aan de macht gebracht die met Brexit een beleid uitvoert dat niet kan waarmaken wat de Brexiteers beloofden en dat slecht voor het land zal uitpakken.

Als je bedenkt dat slecht geïnformeerde leiders zijn gekozen door slecht geïnformeerde kiezers, dan vraag je je af hoe het komt dat kiezers zo slecht geïnformeerd zijn.

En dan kom je onvermijdelijk terecht bij de rol van de media. Wat zich dan wel erg opdringt, is dat die hun werk slecht doen. De Brits-Amerikaanse journalist Harold Evans heeft het daarover in het interview dat vorige week verscheen: ‘Slechte journalisten hebben Trump groot gemaakt’:

Harold Evans wil op een warme lentemiddag praten over de beroerde staat van zijn vak. Slechte journalistiek, zegt hij, heeft Donald Trump groot gemaakt. Slechte journalistiek heeft de Brexit in gang gezet. „It stinks. De Angelsaksische journalistiek is gecorrumpeerd door geld en machtshonger. De pers dient een politiek doel, of het commerciële belang van de eigenaren. Het publieke belang is ondergeschikt gemaakt. Ik heb het zelf zien veranderen. Ik ben geen journalist geworden om rijk te worden.”

In dezelfde richting beklaagt de Engelse macro-econoom Simon Wren-Lewis zich al langer over de Britse media, de tabloids en de BBC. Hier lees je de laatste aflevering: When journalism becomes propaganda.

En, o ja, lees vooral ook Jesse Frederik over de "de alternatieve werkelijkheid waarin Nederlandse politici en journalisten zijn terechtgekomen" waarin Jeroen Dijsselbloem als de redder (in plaats van als de slager) van Griekenland wordt beschouwd: Als je nog steeds denkt dat Jeroen Dijsselbloem Griekenland heeft geholpen, lees dan dit.

Nu is het klagen over de media van alle tijden, maar misschien is er nu toch meer aan de hand. Want het is onderdeel van de neoliberale golf waarin we zijn terechtgekomen om te denken dat je de media kunt overlaten aan de commercie. De markt is overal goed voor en zal er dus ook wel voor zorgen dat de burgers goed worden geïnformeerd over het publieke domein.

Dat is een ernstige misvatting. Media overlaten aan de markt heeft in feite betekend dat de mediamagnaten het heft in handen hebben genomen. En die hebben hun eigen belangen.

En zijn zo machtig geworden dat ze niet alleen de berichtgeving en de politieke commentaren naar hun hand zetten, maar ook rechtstreeks de politici beïnvloeden.

En nog los daarvan, heeft de commercialisering van de media in de hand gewerkt dat er een omvangrijke amusementsindustrie kon ontstaan. Een bijkomend effect daarvan is dat de indruk wordt gewekt dat het ook helemaal niet nodig is om je goed te informeren. Wat weer de ruimte creëerde voor de populist die gemakkelijke oplossingen aandraagt en die de verpersoonlijking is van dat amusement en van de alternatieve feiten.

Aanwijzingen voor de invloed van amusementstelevisie op populistisch stemgedrag komen naar voren uit onderzoek waarover hier gerapporteerd wordt: People who watch entertainment TV are more likely to vote for populist politicians.

Update. Slechte geïnformeerdheid verhoogt niet alleen de kans op slecht geïnformeerde leiders maar meer in het algemeen ook de kans op sociale zeepbellen. Zie Sociale zeepbellen in economie en politiek.

woensdag 7 juni 2017

Over de slechte invloed van statuscompetitieve leiders. En dus over Donald Trump

De tijd waarin we leven is boeiender dan je zou wensen. Dat wil zeggen dat je vaak je hart vasthoudt voor hoe het verder moet. Toekomstige historici zullen er met de afstand die dan mogelijk is verstandige dingen over kunnen zeggen. Nu kunnen we niet veel meer doen dan proberen om de eerste indrukken zo goed mogelijk onder woorden te brengen.

Een van die indrukken die zich aan mij opdringen is dat we in het publieke domein in alle hevigheid een periode van strijd meemaken tussen de algemeen-menselijke, aan elkaar tegengestelde neigingen tot enerzijds statuscompetitie en anderzijds gemeenschapsgedrag. Waarbij het erop lijkt dat de statuscompetitie aan de winnende hand is.

Als het statuscompetitiepatroon overheerst, dan gaan mensen ervan uit dat je niet op de goedgezindheid van anderen kunt vertrouwen. Je moet altijd op je hoede zijn. En om te voorkomen dat anderen over je heen lopen, waar ze altijd op uit zijn, moet je je altijd krachtig en vastberaden proberen voor te doen.

Laat nooit je kwetsbare kanten zien. Straal krachtdadigheid uit. Intimideer anderen, om te voorkomen dat anderen jou intimideren. Beschouw anderen als instrumenten om jouw doelen te bereiken, om een zo hoog mogelijke positie in de statushiërarchie te bereiken. Ga allianties aan, maar alleen met dat doel. Laat anderen meteen vallen als ze niet meer voor jou nuttig zijn.

Statuscompetitie gaat dus altijd gepaard met een sterke nadruk op uiterlijkheid en uiterlijk vertoon. Het theatrale staat voorop. Enscenering is van levensbelang.

Het gedrag van veel van onze hedendaagse leiders en anderen die leiderschap ambiëren past naadloos in dat statuscompetitiepatroon. Waar je dan natuurlijk meteen aan denkt is het gedrag van Donald Trump, de leider van het machtigste land ter wereld.

Ik denk even aan dit bericht van gisteren dat de nadruk op het theatrale en de enscenering mooi illustreert: Trump launches infrastructure initiative with fake signing ceremony. Het gebeuren zou vermakelijk zijn als het een minder machtige leider betrof. Ik citeer even de eerste alinea:

Donald Trump, a fan of spectacles and spotlights, has a habit of signing executive orders that don’t actually do anything. The president likes to appear before cameras and give the appearance of work, but in nearly every instance, Trump’s “accomplishments” are little more than political theater.

Die hang naar het theatrale, met volstrekt voorbijgaan aan enige eigen inhoudelijke inbreng, blijkt ook dit interview met Trumps biograaf: Trump biographer: "He's an actor who's been playing himself for his entire life".

En ik denk aan de mooie column van David Brooks van al weer een paar dagen geleden: Donald Trump Poisons the World (met dank aan Arie Glebbeek). Waarin Brooks niet alleen precies dat statuscompetitiepatroon beschrijft, maar vooral ook waarschuwt voor de sociale beïnvloeding die ervan uitgaat als zulk gedrag prominent in de media belicht wordt.

Goede leiders hebben, schrijft Brooks, wel degelijk oog voor de egoïstische en competitieve kanten van de menselijke sociale natuur, maar, zo vervolgt hij:

they have another foot in the realm of the moral motivations. They seek to inspire faithfulness by showing good character. They try to motivate action by pointing toward great ideals.
Realist leaders like Trump, McMaster and Cohn seek to dismiss this whole moral realm. By behaving with naked selfishness toward others, they poison the common realm and they force others to behave with naked selfishness toward them. (McMaster en Cohn zijn medewerkers van Trump)
By treating the world simply as an arena for competitive advantage, Trump, McMaster and Cohn sever relationships, destroy reciprocity, erode trust and eviscerate the sense of sympathy, friendship and loyalty that all nations need when times get tough.
By looking at nothing but immediate material interest, Trump, McMaster and Cohn turn America into a nation that affronts everybody else’s moral emotions.

Dat het gedrag van een slechte leider als Donald Trump ook inderdaad invloed uitoefent, blijkt uit het bericht Kids Are Quoting Trump To Bully Their Classmates And Teachers Don’t Know What To Do About It.

Kinderen herkennen het gedrag maar al te goed en zien het als een aanmoediging om zich net zo te gedragen. Buzzfeeds News inventariseerde 54 incidenten verspreid over de Verenigde Staten, waarin een leerling een mede-leerling bestookt met verwijzing naar Trump als een soort van rechtvaardiging. Ik citeer:

On a school bus in San Antonio, Texas, a white eighth-grader said to a Filipino classmate, “You are going to be deported.” In a classroom in Brea, California, a white eighth-grader told a black classmate, “Now that Trump won, you're going to have to go back to Africa, where you belong.” In the hallway of a high school in San Mateo County, California, a white student told two biracial girls to “go back home to whatever country you're from.” In Louisville, Kentucky, a third-grade boy chased a Latina girl around the classroom shouting “Build the wall!” In a stadium parking lot in Jacksonville, Florida, after a high school football game, white students chanted at black students from the opposing school: “Donald Trump! Donald Trump! Donald Trump!”

Je vraagt je dus wel af hoe dat moet aflopen nu we zulke slechte leiders aan de macht hebben. En zoveel media-aandacht voor andere figuren die die macht ambiëren.

donderdag 17 augustus 2017

Sociaalwetenschappelijk onderzoek dat helpt om het verschijnsel-Trump beter te begrijpen

De recente gebeurtenissen in de Verenigde Staten wijzen nog maar weer eens op de opvallende overeenkomsten tussen wat we nu meemaken en dat wat zich afspeelde in Duitsland in de jaren 30 van de vorige eeuw. Bij die overeenkomsten stond ik eerder stil in het bericht Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann).

Maar er is natuurlijk ook een belangrijk verschil. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden zich de sociale wetenschappen en die kunnen ons nu bijstaan in het begrijpen van wat er gaande is. Die ontwikkeling was trouwens voor een groot deel juist in gang gezet door de motivatie om de vreselijke gebeurtenissen te begrijpen die zich in nazi-Duitsland en in de Tweede Wereldoorlog hadden afgespeeld.

Wat hebben die sociale wetenschappen te bieden om nu het verschijnsel-Trump (dat ook de morele teloorgang en radicalisering van de Republikeinse partij omvat) en meer in het algemeen de opkomst van het rechts-extremisme te begrijpen en te verklaren?

Ik moet dan allereerst denken aan het onderzoek dat de toename van rechts-extremistische opvattingen in verband brengt met de toename van bestaansonzekerheid. Zie mijn laatste bericht daarover: Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme en volg de links daarin naar vorige berichten.

Dat onderzoek was er in de jaren 30 van de vorige eeuw niet en is er nu wel. En het valt te hopen dat de eruit voortkomende inzichten snel tot de politiek en het beleid doordringen en benut gaan worden.

Maar er is meer. Zo is er dit mooie overzicht dat Thomas Pettigrew opstelde van onderzoek dat kan helpen bij het begrijpen van de Amerikanen die op Trump stemden: Social Psychological Perspectives on Trump Supporters.

Pettigrew, een wel heel gerenommeerd sociaal-psycholoog, ordent dat onderzoek in de vier thema's:

  • Authoritarianism and Social Dominance Orientation (SDO)
  • Prejudice
  • Intergroup contact
  • Relative Deprivation

Het onderzoek dat ik noemde naar de rol van bestaansonzekerheid valt onder het thema van de relatieve deprivatie.

Het eerste thema slaat op al dat onderzoek dat geprobeerd heeft om het persoonlijkheidssyndroom te karakteriseren van mensen die bij uitstek vatbaar zijn voor autoritaire en rechts-extremistische opvattingen. Dat onderzoek begon ooit, kort na de Tweede Wereldoorlog, met The Authoritarian Personality van Adorno en anderen (volg de link voor de uitgebreide Wikipedia-pagina).

Zie voor die Sociale Dominantie Oriëntatie mijn eerdere berichten daarover, zoals Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment, PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Over Sociale Dominantie en "In Rotterdam spreken we Nederlands".

Die twee andere thema's, vooroordeel en intergroepscontact, hangen nauw met elkaar samen. Ze slaan op het probleem dat we in onze huidige maatschappij in onderlinge afhankelijkheid staan tot vreemden en leden van andere groepen die we niet persoonlijk kennen. Dat informatietekort leidt ertoe dat zich gemakkelijk, meestal negatieve, vooroordelen ontwikkelen, die in het dagelijks leven en in de politiek vervelende gevolgen kunnen hebben. Onderzoek wijst erop dat vooroordelen kunnen worden verminderd door een toename van onderling contact (de sociale contact-hypothese) en daarmee van onderlinge vertrouwdheid. Zie bijvoorbeeld Meer empathie bij toenemende vertrouwdheid: nieuwe aanwijzing.

vrijdag 18 augustus 2017

Sociaalwetenschappelijk zicht op intimiderend en narcistisch leiderschap - en dus op Donald Trump

Update. Lees nu ook The Appeal of the Primate Leader: Human Evolution and Donald Trump van Max Beilby op Darwinian Bussiness. En Can evolutionary psychology and personality theory explain Trump’s popular appeal? van Christian Jarrett op Research Digest.

Doordat we nu wel, en in de jaren 30 van de vorige eeuw nog niet, te rade kunnen gaan bij de sociale wetenschappen, zijn we nu beter in staat om het zo sterk opkomende rechts-extremisme en de oorzaken daarvan te begrijpen. Zie ook het vorige bericht: Sociaalwetenschappelijk onderzoek dat helpt om het verschijnsel-Trump beter te begrijpen.

Een boeiende bijdrage in dat verband is Dan P. McAdams' analyse van het leiderschap van Trump: The Appeal of the Primal Leader: Human Evolutionand Donald J. Trump. Daarover zo meteen meer.

Diezelfde McAdams schreef vorig jaar in de juni-aflevering van The Atlantic deze vooruitziende analyse: The Mind of Donald Trump. Uitgaande van Trumps persoonlijkheidseigenschappen komt hij tot deze "voorspelling" van wat zijn presidentschap zou gaan betekenen:

In sum, Donald Trump’s basic personality traits suggest a presidency that could be highly combustible. One possible yield is an energetic, activist president who has a less than cordial relationship with the truth. He could be a daring and ruthlessly aggressive decision maker who desperately desires to create the strongest, tallest, shiniest, and most awesome result—and who never thinks twice about the collateral damage he will leave behind. Tough. Bellicose. Threatening. Explosive.

Er zijn wel eens voorspellingen geweest die slechter uitkwamen.

En hij besluit zijn analyse met:

Who, really, is Donald Trump? What’s behind the actor’s mask? I can discern little more than narcissistic motivations and a complementary personal narrative about winning at any cost. It is as if Trump has invested so much of himself in developing and refining his socially dominant role that he has nothing left over to create a meaningful story for his life, or for the nation. It is always Donald Trump playing Donald Trump, fighting to win, but never knowing why.

Maar nu terug naar dat recente artikel over Trumps leiderschap. Daarin gaat het over de twee soorten leiderschap die we in het menselijk sociale en maatschappelijk leven kennen: dat van het prestige en dat van het intimideren en domineren.

Het leiderschap op basis van prestige behoort bij wat ik de sociale vorm van de morele gemeenschap noemde (Over de coöperatieve zorg voor kinderen in de evolutie van zoogdieren en van mensen). Die menselijke gemeenschap is gebaseerd op egalitaire verhoudingen, op samenwerking en op overdracht van kennis en informatie (cultuur dus). Dat laatste opent de weg voor een vorm van leiderschap, want de een weet meer dan de ander en is dus een belangrijker bron van expertise en wijsheid.

Zo iemand krijgt prestige toegekend door anderen. Hijzelf kan dat niet opeisen, laat staan afdwingen. Maar belangrijker: daartoe is hij (of zij) ook helemaal niet gemotiveerd. Want alles staat in het teken van het gemeenschappelijke belang en het bewaren van de harmonie.

Daartegenover staat het leiderschap op basis van dominantie. We zitten dan in de sociale vorm van de statushiërarchie. Zie ook Statushiërarchie en gemeenschap: de innerlijk tegenstrijdige ("flexibele") sociale menselijke natuur. En de evolutionaire achtergrond daarvan.

Voor het karakteriseren van het dominantieleiderschap grijpt McAdams terug op het eerste boek van Frans de Waal (Chimpanzee Politics), waarin De Waal de statushiërarchie en de strijd om status in de groep chimpansees in Burgers Dierenpark beschrijft. Het is de evolutionair oudste vorm van leiderschap, die echter bij mensen nog gemakkelijk de kop kan opsteken.

En dat laatste is het geval als het om de persoon Trump gaat en om wat hij nastreeft. Kortheidshalve citeer ik maar even McAdams:

Like the alpha male of a chimpanzee colony, Trump leads (and inspires) through intimidation, bluster, and threat, and through the establishment of short-term, opportunistic relationships with other high-status agents. Whereas domain-specific expertise confers status in the prestige paradigm, dominant leaders derogate expertise in order to establish a direct, authoritarian connection to their constituency. Trump’s leadership style derives readily from his personality makeup, which entails a combustible temperament mixture of high extraversion and low agreeableness, a motivational agenda centered on extreme narcissism, and an internalized life story that tracks the exploits of an intrepid warrior who must forever fight to win in a Hobbesian world of carnage.

En daar is eigenlijk het meeste wel mee gezegd. Het zou goed zijn als journalisten in hun berichtgeving over de strapatsen van Trump wat meer blijk gaven van inzicht in het soort leiderschap waar we hier mee te maken hebben.

Dat geldt trouwens algemener. Trump is een extreem geval van leiderschapsgedrag dat we natuurlijk veel meer om ons heen zien.

maandag 9 oktober 2017

Het gevaar van Donald Trump - Psychiaters waarschuwen

We moeten het onder ogen zien: de democratie kan ook gevaarlijke en psychische gestoorde figuren aan de macht brengen. We hebben dat eerder, in de jaren 30 van de vorige eeuw in Weimar-Duitsland zien gebeuren, toen Adolf Hitler via verkiezingen aan de macht kwam en vervolgens alle democratische organen en instituties buiten werking stelde, omdat ze in de weg stonden van zijn ongebreideld narcisme.

Nu zien we onder onze ogen gebeuren hoe Donald Trump President is geworden van het machtigste land ter wereld. En hoe hij als een gestoorde narcist om zich heen mept, zonder blijk te geven van enig besef van de grondwettelijke restricties die aan zijn ambt zijn gesteld.

De grote vraag is nu hoe zich dat verder zal ontwikkelen. Zullen de in de Amerikaanse democratie ingebouwde tegenkrachten wel sterk genoeg zijn om deze kwaadaardige egoïst in toom te houden? Je houdt je hart vast.

Dat doen ook de 27 psychiaters en andere deskundigen op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg die hebben meegewerkt aan het, opmerkelijk snel uitgebrachte, boek The Dangerous Case of Donald Trump.

Het zijn niet de minsten die er aan hebben meegewerkt. Volg de link en blader door secties van het boek en door de inhoudsopgave.

Dat zo een boek kan verschijnen, stemt tot enig optimisme. Bedenk dat een soortgelijke publicatie over Erdogan in Turkije waarschijnlijk niet het licht zou zien, net zomin als dat in Rusland over Putin zou kunnen. En denk aan de boekenkasten vol met analyses-achteraf van de persoon Adolf Hitler en zijn omgeving, die dus inderdaad te laat verschenen.

Salon had een paar weken terug dit interview met de psycho-historicus Robert J. Lifton, die het boek voorzag van het voorwoord: The dangerous case of Donald Trump: Robert Jay Lifton and Bill Moyers on “A Duty to Warn”. Een citaat:

We have a duty to warn on an individual basis if we are treating someone who may be dangerous to herself or to others — a duty to warn people who are in danger from that person. We feel it’s our duty to warn the country about the danger of this president. If we think we have learned something about Donald Trump and his psychology that is dangerous to the country, yes, we have an obligation to say so. That’s why Judith Herman and I wrote our letter to The New York Times. We argue that Trump’s difficult relationship to reality and his inability to respond in an evenhanded way to a crisis renders him unfit to be president, and we asked our elected representative to take steps to remove him from the presidency.

En:

What we put forward as self-evident and normal may be deeply dangerous and destructive. I came to that idea in my work on the psychology of Nazi doctors — and I’m not equating anybody with Nazi doctors, but it’s the principle that prevails — and also with American psychologists who became architects of CIA torture during the Iraq War era. These are forms of malignant normality. For example, Donald Trump lies repeatedly. We may come to see a president as liar as normal. He also makes bombastic statements about nuclear weapons, for instance, which can then be seen as somehow normal. In other words, his behavior as president, with all those who defend his behavior in the administration, becomes a norm. We have to contest it, because it is malignant normality. For the contributors to this book, this means striving to be witnessing professionals, confronting the malignancy and making it known.