donderdag 19 augustus 2021

Zolang een omvattende theorie, zoals de Dual Mode-theorie, nog niet algemeen ingang heeft gevonden, blijven de sociale wetenschappen in het stadium van een lappendeken van theoretische aanzetten steken

De vraag hoe te verklaren dat mensen zich pro-sociaal gedragen, kun je ook formuleren als de vraag hoe te verklaren dat mensen normen opvolgen. Dat wil zeggen, als het gaat om normen die samenwerking en vertrouwen tussen mensen mogelijk maken. Door zulke normen op te volgen, draag je bij aan het welzijn van anderen, terwijl je beter af zou zijn als je dat niet deed en wel zou profiteren van de normopvolging door anderen. Het gaat dan om situaties als die van het Gevangenendilemma uit de speltheorie. 

In een nieuwe studie wordt die vraag precies zo gesteld: Why do people follow social norms? De term pro-sociaal gedrag komt er niet in voor. En de uitdrukking moreel gedrag slechts als een terzijde. Dat wijst erop dat de sociale wetenschappen nog altijd niet het stadium van een lappendeken van verschillende theoretische aanzetten, met verschillende terminologieën, gepasseerd zijn.

Hoe dan ook, in die nieuwe studie geven de onderzoekers een kort overzicht van bestaande theorieën over normopvolging. Dat zijn de theorie van de internalisering, de theorie van de zorg om reputatie (social image concerns) en de theorie van het sociale leren. 

De eerste twee gaan nog uit van het oude idee dat mensen uiteindelijk egoïsten of opportunisten zijn en dat ze uitsluitend door invloeden van buitenaf tot normopvolging of pro-sociaal gedrag aangezet kunnen worden. Dit is de benadering van het sociale vernislaagje. Zie ook het bericht De morele luchtledigheid van het vak economie geïllustreerd aan een economisch leerboek over beleid. Internalisering is eigenlijk niet meer dan een metafoor voor een onduidelijk proces waarin iemand een bestaande norm tot een eigen standpunt "transformeert" of 'verinnerlijkt". Hoe dat precies in zijn werk zou gaan, blijft altijd onduidelijk. Ook blijft onduidelijk hoe die normen ooit zijn ontstaan. Die zijn er nu eenmaal, om door ons te worden "geïnternaliseerd". 

Iets dergelijks geldt ook voor dat idee van de zorg om reputatie. Er bestaat kennelijk gedrag waarmee je een positieve reputatie kunt verwerven, eruit bestaande dat anderen je als een betrouwbaar iemand zien waarmee je kunt samenwerken en die het waard is om zo nodig geholpen te worden. Ook hier blijft het onduidelijk waar die voordelen van samenwerking en van wederzijdse hulpverlening, en dus die reputatie, vandaan komen, anders gezegd, dat alles valt buiten de theorie.

Tenslotte is er die theorie van het sociale leren. Die heeft een behavioristische achtergrond (Skinner, Hull, Rotter), maar de auteurs laten die onvermeld. Wel verwijzen ze naar recentere bijdragen, die ook op dit blog zijn langsgekomen en die overeenkomen met de tweede stelling van mijn Dual Mode-theorie. Zie Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen. Die stelling houdt in dat mensen zich bij hun "keuze" tussen gemeenschapsgedrag en statuscompetitiegedrag (stelling 1) laten leiden door welk gedrag ze in hun sociale omgeving het meeste waarnemen. In die theorie van het sociale leren zijn mensen "voorwaardelijke samenwerkers", ze zijn bereid tot normopvolging, maar vooral als genoeg anderen dat ook doen. 

Wat dat laatste betreft, is er in de literatuur een keur aan onderzoeksbevindingen, zonder, als ik het goed zie, een omvattende theorie. Dat mensen zich zo laten leiden door wat ze anderen zien doen, dat is wel onomstreden, maar waarom ze dat eigenlijk doen, blijft nagenoeg een open vraag.

Het zal geen verrassing zijn dat ik die Dual Mode-theorie beschouw als precies zo'n omvattende theorie. De evolutionaire achtergrond ervan wijst er op dat mensen zoals alle dieren erop uit zijn om zich zoveel mogelijk in een veilige omgeving te bevinden, een omgeving dus die gunstig is voor overleving en reproductie. Omdat de mens een sociale diersoort is, die voor overleving en reproductie is aangewezen op samenwerking en delen, bestaat die veilige omgeving uit een groep van vertrouwde anderen. Een groep waarin normen in het kader van dat samenwerken en delen behoorlijk goed worden opgevolgd. Anders gezegd, waarin gemeenschapsgedrag overheerst.

Als mensen in zo'n groep van vertrouwde anderen opgroeien, dan wordt hun vermogen (aanleg) tot gemeenschapsgedrag getriggerd. Maar er is ook nog dat evolutionair oudere vermogen tot statuscompetitiegedrag, dat klaar ligt om te worden uitgevoerd als de sociale omgeving onveilig is. Dat moet je jezelf verdedigen tegen het statuscompetitiegedrag van anderen. Jouw kans op overleving en reproductie hangen er dan vanaf of je hoog genoeg in de statushiërarchie terecht komt. Het is dan niet het "wij-met-zijn-allen" dat regeert, maar het "ieder-voor-zich". Er is geen normopvolging, sterker, er zijn geen normen.

Dat laatste wijst precies op de omvattendheid van de Dual Mode-theorie: hij verklaart zowel het wel of niet opvolgen van normen als het wel of niet bestaan van normen. 

Maar zolang zo'n omvattende theorie niet algemeen ingang heeft gevonden, blijven de sociale wetenschappen in dat stadium van een lappendeken van theoretische aanzetten steken.

vrijdag 13 augustus 2021

In de neoliberale fantasiewereld hoort de overheid slechts bijzaak te zijn. Maar in de echte wereld is de overheid hard nodig voor een gezond en lang leven.

Na tientallen jaren van neoliberaal beleid, waarin de markt de maat der dingen was en de rol van de overheid moest worden teruggedrongen, begint het door te dringen hoe belangrijk de overheid is, niet alleen voor een goede werking van de economie, maar ook voor het welzijn en de gezondheid van de bevolking.

We zagen al dat de door het neoliberale beleid aangewakkerde groei van inkomensongelijkheid slecht is voor de economische groei (zie hier en hier). Maar nu stapelen de aanwijzingen zich op dat het terugdringen van overheidsuitgaven, het bezuinigen, waar neoliberale politici zo veel heil van verwachtten, slecht uitpakt voor de gezondheid van de bevolking. 

Ik stond daar in 2018 al bij stil in het bericht De kleine overheid is dodelijk - Hoe de bezuinigingspolitiek in Spanje de mortaliteit opdreef. Daarin ging het niet alleen over Spanje, maar ook over Griekenland, Groot Brittannië, de Verenigde Staten en andere landen.

Nu is daar de studie Local government funding and life expectancy in England: a longitudinal ecological study bij gekomen. Daaruit blijkt dat het tussen 2013 en 2017 sterk terugdringen van overheidsuitgaven ten behoeve van lokale overheden in Engeland de levensverwachting deed afnemen. Elke £100 reductie in uitgaven per per hoofd en per jaar hing samen met een gemiddelde afname van de levensverwachting van 65-jarigen van 0,8 maand voor mannen en 1,1 maand voor vrouwen.

In de discussie van het artikel geven de onderzoekers enig inzicht in hoe die bezuinigingen die dodelijke effecten kunnen hebben gehad:

Increased mortality could be attributed to decreased spending in adult social care, housing and homelessness prevention, and environmental and regulatory services. Evidence shows that decreased spending on people aged 65 years and older has led to increased use of accident and emergency services.11 Social isolation and loneliness are now recognised as important causes of death from cardiovascular disease and stroke,24 and decreased spending on social support services might affect mortality through these pathways over short time periods. Decreased investment in housing services has been associated with the sharp rise in homelessness since 2010.25 Homelessness is viewed as a key risk factor for drug-related and alcohol-related mortality.26,27 In addition, environmental services include a broad range of services targeted at population health, including infectious-disease control, food-and-water safety, and housing standards, which affect conditions associated with higher mortality from cardiovascular, respiratory, and communicable diseases, among others.28

In de neoliberale fantasiewereld hoort de overheid slechts bijzaak te zijn. Maar in de echte wereld is de overheid hard nodig voor een gezond en lang leven.

dinsdag 10 augustus 2021

In een sociaal vluchtige maatschappij vergroot echtscheiding de kans op het ontwikkelen van een psychische aandoening

 Als je met wat afstand kijkt naar onze huidige manier van samenleven, dan valt op dat die gekenmerkt wordt door een grote mate van sociale vluchtigheid. Dat houdt in dat de stabiliteit, en dus vertrouwdheid, van ons sociale netwerk niet gegarandeerd is. In onze levensloop krijgen we te maken met verlies van relaties met vertrouwde anderen (familie, vrienden), met sociaal isolement en eenzaamheid en met het zoeken en  aangaan van nieuwe relaties. 

In de mensheidsgeschiedenis is dat een behoorlijk nieuwe toestand, die sterk afwijkt van de sociale stabiliteit en dus vertrouwdheid van de jagers-verzamelaarssamenlevingen (de Paleo Sociale Omgeving) waarin mensen verreweg het grootste deel van die geschiedenis hebben doorgebracht. Omdat wij een fundamenteel sociale diersoort zijn, die erop is ingesteld om in een vertrouwde sociale omgeving op te groeien, stelt die sociale vluchtigheid van onze huidige maatschappij ons voor grote uitdagingen. 

Dat wij fundamenteel sociaal zijn, betekent dat we hebben "geleerd" om veiligheid te associëren met het deel uitmaken van een kring van vertrouwde anderen. En dat betekent weer dat we in de problemen komen als die kring ontbreekt. Dat wil concreet zeggen dat we een psychische aandoening kunnen ontwikkelen. En op het niveau van de maatschappij betekent het concreet dat psychische aandoeningen veel voorkomen.

In de reeks berichten over psychische aandoeningen en de mismatch tussen aanleg en omgeving (hier het eerste bericht) zagen we dat al die verschillende psychische aandoeningen, die zo keurig in de DSM-5 geclassificeerd worden, een gemeenschappelijke factor lijken te hebben, met "verlies, geïntimideerd en/of vernederd en/of verraden worden - fundamentele bedreigingen van iemands fysieke en psychologische veiligheid -" als gemeenschappelijke oorzaak. En daarin herkennen we precies de uitdagingen van de sociale vluchtigheid: sociaal isolement, eenzaamheid en statuscompetitie.

Dit alles wijst erop dat de kans op het ontwikkelen van een psychische aandoening het grootst is in die fasen van de levensloop waarin die gemeenschappelijke oorzaak het vaakst de kop opsteekt. We zagen al dat dit het geval is in de fase van de adolescentie en de jonge volwassenheid, de fase waarin we de sociale veiligheid van het gezin verlaten en op zoek zijn naar nieuwe bronnen van die veiligheid. En we zagen dat het ontbreken van die veiligheid in het gezin een sterke voorspeller is van het ontwikkelen van een psychische aandoening. Beide wijzen er op dat in een sociaal vluchtige maatschappij gezinnen sterk sociaal geïsoleerd zijn. Daardoor maakt het veel uit of een gezin wel of niet sociale veiligheid verschaft. En daardoor is de fase van de adolescentie zo cruciaal in de levensloop.

Maar evenzeer maakt het daardoor veel uit of mensen wel of niet de veiligheid en vertrouwdheid van een partnerrelatie ervaren. Als er weinig andere vertrouwde relaties zijn, komt er veel neer op het wel of niet deel uitmaken van een partnerrelatie.

Precies in dat verband is er het vele onderzoek dat laat zien dat het verlies van een partnerrelatie, door echtscheiding, naast dus die fase van de adolescentie, sterk de kans vergroot op het ontwikkelen van een psychische aandoening. De nieuwe studie Relationship Dissolution and Psychopathology geeft van dat onderzoek een overzicht. 

Heel kort samengevat: hoewel ook het lijden aan een psychische aandoening de kans op echtscheiding vergroot, is er daarnaast een duidelijke bijdragen van het ervaren van een echtscheiding op de kans daarna een psychische aandoening te ontwikkelen. Uiteraard met allerlei factoren ("moderatoren") die die kans beïnvloeden, zoals of die echtscheiding zelf gewild is of niet en of er wel of niet ondersteunende vriendschapsrelaties zijn. 

Dat het verschil maakt of iemand na de echtscheiding wel of niet een nieuwe partner vindt, wijst op het grote belang van een partnerrelatie in een sociaal vluchtige maatschappij. 

zondag 8 augustus 2021

Zondagochtendmuziek - Roy Hargrove en Mulgrew Miller Blues for Mr. Hill (Live)

Jazztrompettist Roy Hargrove kwam al eens langs in de zondagochtendmuziek. Dat was in 2018 naar aanleiding van zijn overlijden. En dat was twee maanden nadat ik een optreden van hem bijwoonde in de Blue Note in New York. Samen met Nicoline, Louise en Lisa.

Nu zijn er opnamen uit 2006 en 2007 van hem uitgebracht samen met pianist Mulgrew Miller. Lees hier, in Downbeat, over de geschiedenis van die opnamen en over waarom ze nu pas worden uitgebracht. En kijk hier naar een minidocumentaire

Downbeat meldt dat co-producer Zev Feldman van Resonance Records:

first heard the groove-, blues- and swing-steeped music at the home of jazz aficionado and producer Jacques Muyal in Geneva, Switzerland. It was 2016 and Feldman had just attended the jazzahead! conference in Bremen, Germany. He was immediately transfixed by the joyful interplay between the trumpeter and pianist. He heard Hargrove’s dynamic presence and piercing melodic phrasing through their take on Cole Porter’s “What Is This Thing Called Love,” his smoky tone on the ballad “This Is Always” and the emotive blues on his original “Blues For Mr. Hill.” He also fell in love with Miller’s sparkle on Jobim’s “Triste” and his dissonant edge on Dizzy Gillespie’s “Con Alma.” Together, the two were able to transform timeless music into a living transcendence. Not bad for shows that were performed without rehearsals or sound checks.

Hier luister je naar Blues for Mr. Hill.

vrijdag 6 augustus 2021

De democratie heeft goed geïnformeerde kiezers nodig. Wordt het tijd voor een wettelijke bescherming van de titel beroepsjournalist?

In een democratie kun je de nieuwsvoorziening niet zomaar aan de markt, en dus aan het grote geld, overlaten. Dat is de titel van een bericht dat ik in 2017 schreef. Volg de link. Met daarin een verwijzing naar het bericht Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen. Volg weer de link.

Het is echt de moeite waard om beide berichten (nog eens) te lezen. In het eerste kom je een verwijzing tegen naar onderzoek naar de invloed van het door mediamagnaat Rupert Murdoch gefinancierde Fox News Channel op het stemgedrag van de Amerikanen. Dat "nieuws"- kanaal geeft eenzijdige en partijdige "informatie", dat wil zeggen sterk in het voordeel van de rechtsextremistische Republikeinse partij. Het onderzoek laat zien dat het kijken naar dat kanaal inderdaad het door de financiers en makers beoogde effect heeft op het kiezersgedrag. Het Grote Geld kan dus de werking van de democratie negatief beïnvloeden. De democratie kan immers niet goed gedijen als kiezers slecht en eenzijdig geïnformeerd worden.

En dit is een citaat uit het tweede bericht:

Nu is het klagen over de media van alle tijden, maar misschien is er nu toch meer aan de hand. Want het is onderdeel van de neoliberale golf waarin we zijn terechtgekomen om te denken dat je de media kunt overlaten aan de commercie. De markt is overal goed voor en zal er dus ook wel voor zorgen dat de burgers goed worden geïnformeerd over het publieke domein.

Dat is een ernstige misvatting. Media overlaten aan de markt heeft in feite betekend dat de mediamagnaten het heft in handen hebben genomen. En die hebben hun eigen belangen.

En zijn zo machtig geworden dat ze niet alleen de berichtgeving en de politieke commentaren naar hun hand zetten, maar ook rechtstreeks de politici beïnvloeden.

En nog los daarvan, heeft de commercialisering van de media in de hand gewerkt dat er een omvangrijke amusementsindustrie kon ontstaan. Een bijkomend effect daarvan is dat de indruk wordt gewekt dat het ook helemaal niet nodig is om je goed te informeren. Wat weer de ruimte creëerde voor de populist die gemakkelijke oplossingen aandraagt en die de verpersoonlijking is van dat amusement en van de alternatieve feiten.

Dat we nu in een tijd leven waarin de democratie wordt bedreigd, heeft natuurlijk alles met deze grote misvatting te maken. 

En het roept de dringende vraag op wat we kunnen doen om deze bedreigingen het hoofd te bieden. Precies daarover gaat de column Een verantwoordelijk beroep van Bert van den Braak, bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel aan de Universiteit Maastricht, die vandaag verscheen op PARLEMENT.com.

Van den Braak bespreekt de mogelijkheid om het beroep van journalist een beschermde status te geven, een status die we al kennen voor medici, notarissen, advocaten, architecten, makelaars en rijschoolhouders. Het gaat dan om beroepen waarvan de kwaliteit van de geleverde diensten moeilijk door de afnemers zelf beoordeeld kunnen worden, terwijl tegelijk die afnemers grote risico's lopen als die kwaliteit slecht is. 

Dit is een van de bekende gevallen van marktfalen, namelijk het probleem van informatieasymmetrie. Natuurlijk zou het mooi zijn als de aanbieders van die diensten uit zichzelf moreel verantwoordelijk zouden handelen, maar de kans daarop wordt negatief beïnvloed door de algemeen heersende ideologie van de morele luchtledigheid van het domein van de markt. 

Toekenning van een beschermde status aan "beroepsjournalisten", wat op titelbescherming neer zou komen, zou allerlei voordelen kunnen hebben, die vergelijkbaar zijn met die van andere beschermde beroepen. Niet alleen kunnen kwaliteitseisen worden gesteld, maar ook kan het gedrag van de beroepsbeoefenaar door middel van tuchtrechtspraak beoordeeld worden.

Van den Braak wijst er op dat er in België wel degelijk een wettelijke bescherming van de titel beroepsjournalist bestaat. Dat wist ik niet. Ook wist ik niet dat er in Nederland ooit, in 1949, een dergelijk wetsvoorstel is ingediend. Maar dat bleef "in een la liggen", om er pas in 1960 weer uit te komen, toen het werd ingetrokken. Met als motief de toen algemeen heersende opvatting dat "zelfregulering" zou volstaan.

Nu, in 2021, moeten we die opvatting misschien eens goed tegen het licht houden. Van den Braak is nog aan de voorzichtige kant:

In een tijd van 'nepnieuws' en infotainment is alles wat kan bijdragen aan betrouwbare journalistiek, winst. Wettelijke regeling lijkt een stap te ver, maar de (reguliere) media moet dan wel de eigen verantwoordelijkheid nog beter oppakken, bijvoorbeeld door striktere scheiding van nieuws en opinie en door het voorkomen van ongewenste vermenging van presentatie en journalistiek in talkshows.

Kwalitatief goede en verantwoordelijke media zijn de beste remedie tegen nepnieuws en belangenverstrengeling. Als het daaraan schort, moeten we misschien toch maar eens die wettelijke titelbescherming overwegen.

Het voordeel van een wettelijk geregelde titelbescherming zou zijn dat het iedereen vrij staat om journalistiek werk te verrichten, maar dat het voeren van de titel "beroepsjournalist" aan voorwaarden is gebonden. Zoals die kwaliteitseisen en het zich onderwerpen aan tuchtrechtspraak.

maandag 2 augustus 2021

Hoe de menselijke hang naar egalitaire verhoudingen voortkwam uit de noodzaak van samenwerken en delen - een speltheoretische analyse van de eerste stap in de mensheidsgeschiedenis

De eerste stap van de mensheidsgeschiedenis bestond er naar alle waarschijnlijkheid uit dat jagers-verzamelaars de noodzaak gingen inzien van samenwerken en delen en daarmee van onderlinge gelijkheid. Zie De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 2

Die eerste stap hield in dat het gemeenschapspatroon in het onderlinge gedrag ging overheersen en dat het statuscompetitiepatroon individueel en collectief werd onderdrukt. Anders gezegd, de morele gemeenschapsintuïties van iedereen telt mee en van rechtvaardigheid, onze moraal, ontwikkelden zich zo sterk dat degenen die nog neigden naar statuscompetitiegedrag, die "de baas wilden spelen", op hun nummer werden gezet en zich neerlegden bij de bestaande, egalitaire verhoudingen. Er ontstond het gemeenschapsevenwicht waarmee de mensheid zich ging onderscheiden van de sociale structuur van de meeste andere primaten en zoogdieren, die van het statuscompetitie-evenwicht. 

Zoals bekend was er ook de tweede stap in de mensheidsgeschiedenis, de overgang van jagen-verzamelen naar landbouw, waardoor het handhaven van het gemeenschapsevenwicht sterk werd bemoeilijkt. Maar die morele gemeenschapsintuïties kennen we tot vandaag de dag en daarmee onze hang naar egalitaire verhoudingen.

Er is nu de nieuwe studie Gains to cooperation drive the evolution of egalitarianism van Paul L. Hooper, Hillard Kaplan en Adrian V. Jaeggi, die de al bestaande aanwijzingen versterkt dat die hang naar egalitaire verhoudingen inderdaad voortkwam uit de noodzaak van samenwerken en delen. De onderzoekers ontwikkelen een speltheoretische analyse van de situatie waarin jagers-verzamelaars verkeerd moeten hebben. Dat doen ze met behulp van het Hawk-Dove Game (ook wel bekend als het Chicken Game) en het Prisoner's Dilemma Game. In dat laatste spel gaat het erom dat je er door samen te werken allebei een goed resultaat boekt, maar dat de verleiding bestaat om door niet samen te werken (defecteren) er nog beter uit te komen, maar dan wel ten koste van de ander die wel samenwerkt.

Uit simulaties blijkt dan dat een Duif-strategie die het Havik-gedrag bestraft met het defecteren in het Prisoner's Dilemma, de spelers van die Havik-strategie ertoe kan bewegen om zich volgens de Duif-strategie te gaan gedragen. (Mijn uiterst vereenvoudigde samenvatting van de resultaten.) Denk bij de Duif-strategie aan gemeenschapsgedrag en bij de Havik-strategie aan statuscompetitiegedrag. Zodat vervolgens een evenwicht van egalitaire onderlinge verhoudingen ontstaat. Anders gezegd, een gemeenschapsevenwicht. 

Er is enige overeenkomst tussen het gedrag van deze Duif-strategie en dat van de degenen die in het onderzoek van Kelley en Stahelski uit 1970 aangaven dat ze er in het Prisoner's Dilemma op uit waren om samen te werken, maar wel met defecteren reageerden op defectie van andere spelers.

Hooper, Kaplan en Jaeggi laten vervolgens zien dat hun simulaties een behoorlijk goede weerspiegeling vormen van de situatie waarin jagers-verzamelaars zich bevonden van hoe ze daarop reageerden. Kortom, een interessante speltheoretische analyse van de eerste stap in de mensheidsgeschiedenis.

zondag 1 augustus 2021

Zondagochtendmuziek - Ensemble Belladonna: Chanterai D'Aquestz Trobadors...

Het Ensemble Belladonna bestaat uit de Zweedse Miriam Andersén (harp en zang), de Canadese Rebecca Bain (viool en zang) en de Duitse Susanne Ansorg (viool en rebec). Wat een rebec is, moest ik even opzoeken: In de meest bekende vorm heeft de rebec drie snaren en wordt op de arm, op de knie rustend of ertussen geklemd, of onder de kin (als een viool) bespeeld. Werd waarschijnlijk ontwikkeld uit de Arabische vedel. 

Dit is muziek van de CD Chanterai D'Aquestz Trobadors, die het Ensemble in 2011 uitbracht. 



Eerder, in 2006, was er het album Melodious Melancholye

Over het Ensemble is weinig te vinden. Hier vond ik de foto van de drie met hun instrumenten. 

En hier las ik  dat ze elkaar ontmoetten tijdens hun studie aan de Schola Cantorum Basiliensis in Bazel, Zwitserland.

Muziek van lang geleden. Maar waar je, als je er de rust en de tijd voor neemt, ook nu heel goed naar kunt luisteren. In de eerste reactie op YouTube wordt dat zo onder woorden gebracht:

Did anyone think that music then wouldn't be fun and alive and beautiful? People just like us wrote it, performed it, and gathered to listen and dance to it.

maandag 19 juli 2021

Nu, in 2021, komen we misschien tot de conclusie dat de maatschappij als geheel, inclusief de markt, toch een moreel project is

Mensen zijn morele wezens, maar sinds eind achttiende eeuw kennen we een vak economie dat het historisch nieuwe sociale domein van de markt aanwijst als de bron van welvaart bij uitstek en als het domein waarop die moraal niet van toepassing zou behoren te zijn. Als het domein dus waarin het streven naar eigenbelang en competitie de grootst mogelijke welvaart voort zouden brengen. Zie het bericht Wat de morele luchtledigheid van het vak economie zoal betekent - deel 1 en volg daarin de linken naar vorige en volgende berichten. Update. Of zie De pogingen om het economieonderwijs te hervormen zijn nog niet zo succesvol - En dus over de morele luchtledigheid van het vak, waar je die berichten achter elkaar kunt lezen.

Dat vak economie en de door dat vak uitgedragen opvatting van de morele luchtledigheid van het domein van de markt heeft zonder twijfel grote invloed gehad. De gevolgen er van zijn er bijvoorbeeld aan af te lezen dat de werkers in de marktsector zich minder pro-sociaal gedragen dan zij die in de publieke sector werkzaam zijn. En ze vallen op te maken uit het onderzoek dat liet zien dat bankiers zich in een laboratoriumsituatie oneerlijker gedragen als ze kort daarvoor aan hun werk zijn herinnerd. En uit het onderzoek waaruit bleek dat bankiers meer rekening houden met het belang van hun klant als ze kort daarvoor zijn herinnerd aan de inhoud van hun bankierseed.

Mensen zijn voorwaardelijk moreel: we houden graag rekening met anderen, maar daarbij helpt het wel als anderen dat ook doen en als het ook van ons verwacht wordt. Als die voorwaarden afwezig zijn, dan vallen we terug op dat andere gedragspatroon, dat van het eigenbelang van de statuscompetitie. 

Een andere aanwijzing voor die grote invloed bestaat eruit dat het door studie in aanraking komen met dat economische, moreel luchtledige, denken jongeren egoïstischer, hebzuchtiger, minder eerlijk en competitiever maakt. Daarom vroeg ik me al eens af of we niet beter af zouden zijn als minder jongeren economie zouden studeren. 

Toch was die invloed ook weer niet zo groot dat hij de opkomst van de het iedereen telt mee van de democratie en van de naoorlogse verzorgingsstaten kon voorkomen. Dat was een ontwikkeling van sterke inperking van het werkingsgebied van de markt, waarbij het vak economie geheel aan de zijlijn stond. De morele gemeenschapsintuïties van iedereen telt me en van rechtvaardigheid lieten zich, tegen de verdrukking in, wel degelijk gelden

Die ontwikkeling was er een van het inperken en corrigeren van de werking van de markt, waarin er nog niet getornd werd aan die economische stelling van morele luchtledigheid. De idee van een moraalvrij sociaal domein bleef nog intact. Het idee dat vooral door de grote man van het neoliberalisme, Milton Friedman (1912 - 2006), werd verkondigd als de eis dat ondernemingen niets anders behoorden te doen dan zoveel mogelijk winst maken en de belangen van hun aandeelhouders behartigen. Verder moesten ze zich natuurlijk aan de wet houden, maar vooral niet meer dan dat. Voor morele overwegingen hoorde in hun besluitvorming geen plaats te zijn. De markt zou dan wel zorgen dat alles goed kwam. 

Dat werd anders met de opkomst van de intellectuele en maatschappelijke tegenbeweging van het "maatschappelijk verantwoord ondernemen", waarmee de stelling van de morele luchtledigheid van de markt meer frontaal werd aangevallen. Die beweging kent al een langere geschiedenis, maar wint de laatste tijd weer aan invloed. Denk aan het bericht Wat mogen we van ondernemingen verwachten? En over Milton Friedman en Kenneth Boulding, waarin het ging over verschillende pleidooien om van ondernemingen te eisen dat hun gedrag niet alleen door juridische, maar ook door morele overwegingen begrensd wordt. Een onderneming zou net zoals een persoon rekening dienen te houden met negatieve gevolgen van zijn handelen voor anderen en voor toekomstige generaties. Dat is de morele gemeenschapsintuïtie van het iedereen telt mee, dus van het vermijden van het anderen schade toebrengen. Van het moreel verantwoordelijk handelen.

Die roep om ook van ondernemingen moreel (maatschappelijk verantwoord) gedrag te eisen, wordt de laatste jaren weer sterker. Niet verwonderlijk na wat we de laatste tientallen jaren hebben meegemaakt aan wangedrag van ondernemingen. En niet verwonderlijk nu we geconfronteerd worden met de rampzalige gevolgen van de klimaatverandering. 

Zo was er gisteren dit bericht in het Financieel Dagblad: Bedrijfsleven verzet zich tegen 'maatschappelijke zorgplicht'. Er bestaat al wel een code voor goed ondernemingsbestuur, maar de commissie die de toepassing van die code toetst, wil een bepaling toevoegen dat bedrijven onder meer de milieu-effecten van hun beleid moeten verantwoorden. Bedrijven zouden zich meer rekenschap moeten geven van de maatschappelijke effecten van hun handelen. Het gaat dan niet alleen om klimaat, maar ook om sociale vraagstukken zoals ongelijkheid, diversiteit, werk- en inkomenszekerheid en inclusiviteit. 

Dit is geheel in lijn met eerder het pleidooi van 25 Nederlandse hoogleraren dat verscheen in het blad Ondernemingsrecht: Naar een zorgplicht voor bestuurders en commissarissen tot verantwoorde deelname aan het maatschappelijk verkeer. Ik haalde vorig jaar dat pleidooi aan in het bericht Een wettelijke taakopdracht tot maatschappelijk verantwoord ondernemen - Over morele intuïties en het domein van de markt, met daarin dit citaat:

Een verantwoordelijke vennootschap draagt verantwoordelijkheid jegens haar werknemers, is verantwoordelijk voor de gevolgen van haar handelen in de gemeenschappen waarin zij opereert en voor de gevolgen van haar handelen voor milieu en klimaat. Het streven naar winstgevende continuïteit op lange termijn moet ingebed zijn in deze brede verantwoordelijkheid. De inhoud van de zorgplicht van het bestuur en de raad van commissarissen voor een verantwoordelijke deelname van de vennootschap aan het maatschappelijk verkeer moet mede aan de hand van de eisen van redelijkheid en billijkheid in de concrete omstandigheden van het geval worden bepaald.

In die laatste zin komt ook precies tot uiting dat het bij die zorgplicht gaat over een morele intuïtie en niet om een wettelijk voorschrift. Wat een morele intuïtie inhoudt moet inderdaad altijd "aan de hand van de eisen van redelijkheid en billijkheid in de concrete omstandigheden van het geval worden bepaald". En door die zorgplicht in de wet vast te leggen, kan dus uiteindelijk altijd de rechter daarover een oordeel vellen. 

Als deze ontwikkeling zich doorzet, en je zou zeggen, dat valt te verwachten, dan is dus uiteindelijk de cirkel rond. Eind achttiende eeuw, de tijd van Polanyi"s waterscheiding, ontstond dat idee van de morele luchtledigheid van het domein van de markt. In de afgelopen twee eeuwen hebben we gezien tot welke maatschappelijke problemen het serieus nemen van dat idee kan leiden. 

Nu, in 2021, komen we misschien tot de conclusie dat de maatschappij als geheel, inclusief de markt, toch een moreel project is. Zoals Adam Smith (1723 - 1790) en anderen voorafgaand aan die waterscheiding verkondigden.

woensdag 14 juli 2021

Het gemeenschapswereldbeeld en het statuscompetitieve wereldbeeld in de politiek - En in de strijd om de democratie

De strijd om de democratie is een strijd tussen twee wereldbeelden, het gemeenschapswereldbeeld, waarin de democratie wordt omarmd, en het statuscompetitieve wereldbeeld, waarin de democratie hoort te worden afgeschaft. Het onderliggende onderscheid is dat tussen het beeld van een veilige wereld, waarin je kunt vertrouwen op de goedwillendheid van anderen, en het beeld van een onveilige wereld, waarin anderen jou of jouw groep vijandig gezind zijn.

In het gemeenschapswereldbeeld is de steun voor de democratie vanzelfsprekend. Als je dat wereldbeeld aanhangt, dan wil je dat iedereen meetelt en ga je ervan uit dat anderen dat ook willen. En de democratie is de institutionele vormgeving van die morele intuïtie van het iedereen telt mee.

Daartegenover ben je een tegenstander van de democratie als je gelooft dat de wereld onveilig is, dat er vijanden zijn die jou en jouw groep bedreigen. Het iedereen telt mee van de democratie zou immers de deur openzetten voor jouw vijanden om aan de macht te komen. Daartegen moet je je verdedigen en dat kan alleen door zelf de macht te grijpen, om zo die vijanden onder de duim te kunnen houden. Je wilt geen democratie, maar een statushiërarchie waarin jij en je groep aan de top staan, om zo anderen te overheersen en te onderdrukken. Denk aan het bericht Met een statuscompetitief wereldbeeld vind je dat anderen horen te worden onderdrukt, door hen burgerrechten te onthouden of door middel van fysiek geweld.

In beide gevallen is er de algemeen-menselijke hang naar veiligheid. In het gemeenschapswereldbeeld wordt die veiligheid geacht aanwezig te zijn. In het statuscompetitieve wereldbeeld moet de veiligheid worden bevochten door anderen zoveel mogelijk onder de duim te houden.

Mensen kunnen meer of minder stabiel verschillen in het beeld waarmee ze naar de wereld kijken, misschien samenhangend met eveneens min of meer stabiele persoonlijkheidskenmerken. Maar daarnaast zijn er natuurlijk omgevingsinvloeden. Doordat sociale omgevingen reëel kunnen verschillen in de mate van veiligheid. Of doordat mensen verschillend geïnformeerd zijn over hoe veilig of onveilig hun wereld is.

Dat alles wijst erop dat het voor het behoud van de democratie belangrijk is dat mensen zich voldoende veilig voelen en daardoor in staat zijn om dat gemeenschapswereldbeeld te omarmen. Vandaar het belang van een politiek die mensen zoveel mogelijk bestaanszekerheid verschaft. Want toename van bestaansonzekerheid wakkert het statuscompetitieve wereldbeeld aan, blijkend uit de groei van de aanhang van rechtsextremistische partijen. En is dus een bedreiging voor de democratie.

En het wijst erop dat er politieke leiders, of zij die dit willen worden, kunnen opduiken die aan de macht proberen te komen door aan te haken bij bestaande onveiligheidsgevoelens. En die gevoelens aan te wakkeren. De kans is groot dat het dan gaat om narcistische politici, omdat die so wie so grote aanhangers zijn van het statuscompetitieve wereldbeeld

Er is nu de nieuwe studie Activating Animus: The Uniquely Social Roots of Trump Support, die laat zien dat de narcist Donald Trump op die manier in de Verenigde Staten aan de macht kwam. Het blijkt dat de, in 2011 gemeten, mate van vijandigheid tegenover met de Democraten verbonden groepen (Afro-Amerikanen, Latijns-Amerikanen, Moslims en lesbiennes en homoseksuelen) sterk voorspellend was voor de steun voor Trump in 2017 en 2018. 

Terwijl dat verband er niet was voor de steun voor andere Republikeinse politici. Trump haakte als enige in op de bestaande vijandigheidsgevoelens ('Stand back and stand by': Rhetoric some call racist has marked Trump's entire presidency) en wist zo niet alleen aan de macht te komen, maar ook de Republikeinse partij over te nemen.

En we hebben gezien, en zien nog steeds, hoe dat statuscompetitieve wereldbeeld onvermijdelijk samengaat met het pogen om de democratie om zeep te helpen.

Zie ook nog eens Het gemeenschapswereldbeeld en het statuscompetitiewereldbeeld in de politiek - Over Biden-stemmers en Trump-stemmers voor het opvallend grote verschil in wereldbeeld tussen Biden-stemmers en Trump-stemmers.

zaterdag 3 juli 2021

Er is van dag tot dag, ja, soms van uur tot uur, wel iets om over te schrijven. Maar ik neem een week vrijaf.

Update. Ook de rest van deze maand neem ik "vrijaf". Tot in augustus!

Er is van dag tot dag, ja, soms van uur tot uur, wel iets om over te schrijven. Maar ik neem een week vrijaf.