Posts tonen met het label Simon Wren-Lewis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Simon Wren-Lewis. Alle posts tonen

maandag 17 oktober 2022

Over de laatste stuiptrekkingen van het neoliberalisme in Groot-Brittannië - Sektegedrag en incompetentie

De neoliberale fantasiewereld, die in de jaren 70 en 80 de politici en de kiezers in zijn greep kreeg, botst tegen de harde realiteit. Dat is de korte overgangstijd waarin we leven. Zie hier het vorige bericht.

Die botsing is er in de eerste plaats doordat het beeld van economische deskundigheid dat de neoliberalen zo bekwaam wisten op te houden, slechts schijn blijkt te zijn. Ik zocht even op hoe J. Bradford DeLong dat samenvattend beschrijft in zijn pas verschenen Slouching Towards Utopia. An Economic History of the Twentieth Century (p. 461):

The world began to take the neoliberal turn in the 1970s. The turn was all but complete by 2000. Noeliberalsim in its various forms had ascended, and was providing the world's political-economy governance default presumptions and practices. 

This ascent is a puzzle. The neoliberal turn had failed to deliver higher investment, greater entrepreneurship, faster productivity growth, or the restoration of middle-class wage and income growth. The new policies had delivered massively greater income and wealth inequality. What was the appeal?

Ja, hoe kon dat economische beleid zo populair worden? Wat was de aantrekkingskracht? 

The neoliberal order hung on because it took credit for victory in the Cold War, because it took credit for making sure the undeserved didn't get anything they did not deserve, and because the powerful used their megaphones to loudly and repeatedly tell others that they deserved the credit for whatever they claimed neoliberal policies had achieved. And so the hand that had been dealt was played out.

Het leek dat na de val van het communisme "het kapitalisme" had gezegevierd en dat het enige alternatief nog het neoliberalisme was. Maar ook bleek dat er achter die schijn van economische deskundigheid de banale ideologie schuilging dat de rijken hun rijkdom verdiend hebben en dat de armen maar moeten proberen om zelf ook rijk te worden. Het neoliberale economisch denken bleek weinig meer te zijn dan de uitingsvorm van het statuscompetitieve wereldbeeld van ieder-voor-zich. Het wereldbeeld dat zo verleidelijk wordt als je tot de rijken en machtigen bent gaan behoren. Dat is de tweede botsing met de harde realiteit.

En dan is er nog de derde botsing. Door de in gang gezette toename van ongelijkheid en bestaansonzekerheid voor iedereen die niet rijk en machtig is, kregen rechts-extremistische populisten de wind in de zeilen. Waardoor de democratie, de uitingsvorm van het gemeenschapswereldbeeld van iedereen-telt-mee, werd bedreigd. Dat is de harde politieke realiteit: neoliberalisme voert vroeg of laat, maar vooral opvallend vroeg, naar de afgrond van het fascisme. De afgrond van de onderdrukking van alles wat zwak is en wat anders en dus een vijand is. De afgrond dus van het statuscompetitiepatroon.

De vraag is nu hoe die drie botsingen met de realiteit voor wat volgt zullen uitpakken. In de Verenigde Staten zagen we dat een door de media, het Grote Geld en door Poetin in het zadel geholpen rechts-extremistische populist werd weggestemd. Hoewel een ooit respectabele politieke partij, de Republikeinen, een gevaar voor de democratie is geworden, lijkt enig vertrouwen op een goede afloop gerechtvaardigd.

In Groot-Brittannië kunnen we de afloop nu van dag tot dag, ja, bijna van uur tot uur, volgen. Ten tijde van het vorige bericht was de onhoudbaar geworden Boris Johnson al opgevolgd door Lizz Truss, die samen met haar minister van Financiën Kwasi Kwarteng een extreem neoliberaal beleid in het vooruitzicht stelde. Het werd gekenmerkt als het product van de wensdromen van de rechtse denktanks waar die twee uit zijn voortgekomen. Belastingverlagingen voor de rijken en de grote ondernemingen en verdere verschraling van de sociale en publieke voorzieningen. 

Dat werd gepresenteerd als middel om de economische groei aan te zwengelen. Die inderdaad in Groot-Brittannië al lange tijd opvallend stagneert. Deels door Brexit, maar juist ook door het in het verleden gevoerde neoliberale beleid en de bezuinigingen op de overheidsuitgaven. Nog meer van hetzelfde als voorgestelde oplossing. Diane Coyle, auteur van het vorig jaar verschenen Cogs and Monsters: What Economics Is, and What It Should Be schreef daarover op Project Syndicate:

Few would disagree with Truss and Kwarteng’s diagnosis of the UK’s economic challenges. The current confluence of global crises has exposed the country’s chronically low growth rate and flat-lining productivity. But their proposed remedy – cutting taxes for the rich and undoing economic regulations, thereby unleashing innovation and investment – turned out to be a harder sell. Even financial-market traders (hardly statist left-wingers) do not believe in Truss’s vision of a twenty-first-century Hayekian utopia.(...)

Considering that the UK economy is still less productive than its peers after decades of tax cuts and deregulation, the idea that lowering tax for the wealthy would act as a supply-side stimulus struck most people as wishful thinking at best. 

Gevolg door een betoog dat we nu in een tijd leven waarin we, naast de klassieke overheidstaken, juist een grotere en actieve overheid nodig hebben.

In short, an economy undergoing major structural shifts requires a forward-looking economic strategy. Just as the 1960s-era approach of subsidizing selected “winners” survived well past its expiration date, so has the tax-cutting and deregulatory approach of the past 40 years. Today’s knowledge economy requires an innovative state to provide a long-term framework for investment and set the rules of the game. Unless Truss and Kwarteng stop living in the past, the prospects for the UK economy on their watch look bleak.

Anders gezegd, we hebben te maken met de laatste stuiptrekkingen van het neoliberalisme. Met de ogen dicht doorgaan op de eenmaal ingeslagen weg. Sektegedrag. Incompetentie. Economisch onhoudbaar. Maar ook politiek onhoudbaar. Simon Wren-Lewis liet fraai zien hoe ver die stuiptrekkingen verwijderd zijn van wat Britse kiezers, ook de Conservatieve, wenselijk achten. 

Geen wonder dus dat ook deze regering en dit beleid moeilijk zijn te handhaven. Eerst werd die verlaging van de inkomstenbelasting voor de rijken teruggedraaid. Maar dat was niet voldoende. Truss moest haar minister van Financiën vragen om af te treden, hoewel ze dit programma samen met hem had opgesteld. Ze kon weinig anders dan hem laten opvolgen door Jeremy Hunt, die vandaag vrijwel alle aangekondigde maatregelen terugdraaide. In een wanhopige poging om nog te redden wat er te redden valt.

Je zou denken dat het tijd wordt voor nieuwe verkiezingen. Volgens de opiniepeilingen zouden de Conservatieven electoraal worden weggevaagd, ten gunste van Labour. Maar die verkiezingen kunnen nog een paar jaar gerekt worden. Zeer benieuwd hoe de Conservatieven denken dit te kunnen oplossen. Ze zijn, net zo als de Republikeinen in de Verenigde Staten, volledig de weg kwijtgeraakt.

maandag 11 oktober 2021

Het neoliberale, vulgair-economische, denken, mag bekend staan als de leer van het primaat van de markt, maar komt in de praktijk neer op het vergroten van de macht van de grote ondernemingen en van de ongelijkheid.

Het neoliberale, vulgair-economische denken, mag bekend staan als de leer van het primaat van de markt, maar komt in de praktijk neer op het vergroten van de macht van de grote ondernemingen en van de ongelijkheid. Dat maakt Simon Wren-Lewis aannemelijk in een wel heel interessante blogpost: Neoliberalism, Corporations and Wealth Inequality. Iedereen zou die moeten lezen, maar laat ik proberen er een samenvatting van te geven.

Dat die macht van de grote ondernemingen zo groot is, blijkt bijvoorbeeld uit de bepalingen in handels- en investeringsverdragen dat ondernemingen overheden kunnen aanklagen als die iets besluiten dat in het nadeel is van een betrokken onderneming. Denk aan het Zweedse kernenergiebedrijf Vattenfall dat de Duitse regering aanklaagde toen die na de ramp met de kernenergiecentrale in het Japanse Fukushima besloot om met kernenergie te stoppen. Of aan het Duitse bedrijf Uniper dat Nederland aanklaagde na het besluit om de Maasvlakte kolencentrale eerder te sluiten dan was overeengekomen. 

Het gaat om bepalingen die duidelijk de bedoeling hebben om de risico's die door nieuwe inzichten kunnen ontstaan, zoals nieuwe inzichten over negatieve effecten op milieu en klimaat, volledig bij overheden te leggen. Waardoor het overheden wordt bemoeilijkt om snel en adequaat naar die nieuwe inzichten te handelen. Het feit dat grote ondernemingen zulke bepalingen kunnen laten opnemen, wijst er op dat ze zo machtig zijn geworden dat ze hun wil aan overheden kunnen opleggen.

Wren-Lewis ziet die grote macht als een aanwijzing dat neoliberalisme in de praktijk neerkomt op de verschuiving van de macht van overheden naar die van de grote ondernemingen. Het is niet de markt die regeert, en het zijn niet de overheden, maar de grote ondernemingen. Onder het mom van "de markt doet alles goed", gaat het in feite om "Corporations can do no wrong - by definition".

Die verschuiving hield ook in dat grote ondernemingen in staat waren om voor hen gunstig overheidsbeleid af te dwingen. Denk aan de verlaging van de toptarieven in de inkomstenbelasting, zoals de verlaging in 1985 van 90 procent naar 50 procent (!) in de Verenigde Staten. Dit maakte het voor bestuurders van grote ondernemingen mogelijk om hun inkomens sterk te verhogen. 

En doordat ze zich ook lieten belonen met aandelen, kregen ze er belang bij om een groter deel van de winsten in dividenden te laten uitkeren. Waardoor de aandelenkoersen sterker gingen stijgen dan met een toename van de productie kon worden verklaard. En wat blijkt? Dat ging ten koste van het aandeel van de arbeid, dus van de lonen. En zo kwam het proces van de sterk groeiende ongelijkheid op gang. Met die daling van de toptarieven in de inkomstenbelasting was het hek van de dam.

Maar dat proces lijkt tegen zijn grenzen aan te lopen. Als overheden zo horig worden aan de grote ondernemingen, wordt uiteindelijk iedereen, behalve de rijkste 1 procent, slachtoffer. Niet alleen de werknemers, maar ook de kleine en middelgrote ondernemingen. Wren-Lewis wijst naar de gevolgen van Brexit in Groot Brittannië, door het Grote Geld ondersteund en gefinancierd, maar zo slecht uitpakkend voor de rest. En naar het "beleid" van het Trump-bewind in de Verenigde Staten, met nog meer belastingverlaging voor de allerrijksten en restricties van vrijhandel en immigratie met negatieve gevolgen voor de rest.

Geen democratische overheden die gericht zijn op het iedereen telt mee, maar populistische plutocratieën.

maandag 26 april 2021

Neoliberalisme is via toenemende ongelijkheid een bedreiging voor de democratie - In de VS. In het UK. En in Nederland?

Bericht voor degenen die dit blog via email abonnement volgen (Follow by email): als ik het goed begrijp wordt deze mogelijkheid in juli opgeheven. Ik kan daar helaas niets aan veranderen. Probeer een andere manier te vinden om dit blog te blijven volgen.

Het neoliberalisme als politiek-ideologische toespitsing van het moreel luchtledige vak economie, waar we de afgelopen decennia zo onder geleden hebben, heeft geen problemen met grote ongelijkheid. Sterker, de ongelijkheid die er is, is altijd een uitkomst van de werking van de markt en is dus altijd precies de juiste verdeling. Iedereen krijgt wat hij "verdient". En de rijken verdienen hun rijkdom omdat ze zo goed tegemoetkomen aan 'de wensen van de markt". Bovendien is er de neoliberale mythe dat die rijkdom uiteindelijk iedereen ten goede zou komen (trickle-down).

Tot dat oordeel kom je doordat je de morele noties van iedereen telt mee en van rechtvaardigheid niet kent of als niet van toepassing hebt verklaard. Ze gelden niet en horen niet te gelden, want ze zouden de juiste werking van de markt belemmeren. En die juiste werking is noodzakelijk want de markt wordt geacht de enige bron van welvaart te zijn.

Maar de geschiedenis, juist ook de recente, heeft ons gewezen op de vele negatieve gevolgen van grote ongelijkheid, die bovendien een zichzelf versterkend proces in werking stellen. Waardoor toenemende ongelijkheid een onomkeerbaar proces dreigt te worden (linkt naar een bericht uit 2014).

Een en ander wijst erop dat de markt niet neutraal is tussen gemeenschap en statuscompetitie. Als je de morele gemeenschapsintuïties buitenspel zet, dus het gemeenschapsevenwicht welbewust verlaat, dan blijf je niet ergens halverwege hangen, maar schiet je meteen door naar het statuscompetitie-evenwicht. (Ga voor die evenwichten even weer naar Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen.)

Dat houdt onder meer ook in dat grote ongelijkheid een bedreiging is voor de democratie. Want de democratie is immers de hedendaagse vormgeving van onze morele gemeenschapsintuïties op het niveau van de nationale staat. En het houdt in dat de democratie zich in de loop van de vorige eeuw in veel landen doorzette, terwijl het moreel luchtledige vak economie, dat die neutraliteit van de markt als vanzelfsprekend aannam, aan de zijlijn toekeek. Het vak economie kan niet goed uit de voeten met de democratie, anders dan dat het daar altijd alleen maar zou draaien om ieders eigenbelang. 

Al met al komt dit er op neer dat het neoliberalisme, via die tolerantie voor, ja, zelfs omarming van, toenemende ongelijkheid, een bedreiging vormt voor de democratie. Simon Wren-Lewis boog zich daarover vorige week in Why neoliberalism’s evolution into a populist plutocracy was inevitable. Boeiend. Lezen! Conclusie:

To summarise, neoliberalism in the US and UK was bound to lead to plutocratic populism, because it promoted growing inequality at the top, drastically reduced the power of trade unions, deregulated the media, and adopted culture war politics. These create the conditions in which populists acting in the interests of private money can take over the main party of the right.

Zou het zo zijn dat een soortgelijk proces zich onder onze ogen ook in Nederland voltrekt? 

dinsdag 22 september 2020

Hoe zelfs, of juist, de superrijken gemotiveerd worden door hun behoefte aan veiligheid

De FinCEN Files, de ruim 2600 geheime documenten die verdachte banktransacties van over de hele wereld blootleggen, laten zien .hoe banken wereldwijd op grote schaal geld witwassen voor hun superrijke klanten en ongestraft miljoenenbetalingen doen voor gesanctioneerde bedrijven, criminelen en oligarchen. Ze staan in het rijtje van de Panama Papers, de Paradise Papers en de Troika Laundromat. 

Ze leggen bloot hoe de superrijken illegaal of verdacht verkregen rijkdommen proberen voor de openbaarheid en voor belastingdiensten te verbergen door gebruikmaking van het internationale bankverkeer. Grote hoeveelheden zwart geld worden via dat verkeer de wereld rond gesluisd en komen "witgewassen" weer retour. De grote banken, JPMorgan en Standard Chartered, het Britse HSBC, Deutsche Bank en de Nederlandse ING Bank, profiteerden, terwijl ze verplicht zijn om verdachte transacties te melden.

Wat ze ook blootleggen is dat we wereldwijd in de afgelopen decennia een economisch stelsel hebben laten ontstaan (aandeelhouderskapitalisme of neoliberalisme) dat "ophoping van vermogens" toestaat en faciliteert. Denk weer even aan Dirk Bezemers Een land van kleine buffers. Waarin de inkomens-, maar vooral ook de vermogensongelijkheid extreem is toegenomen. Niet als een ongelukkig neveneffect, nee, als een wenselijkheid. Want door meer ongelijkheid toe te staan zouden mensen meer geprikkeld worden om zich in te spannen. En al die inspanningen zouden via het weldadige marktmechanisme op wonderbaarlijke wijze tot betere uitkomsten voor iedereen leiden. 

Daar kun je van alles van vinden, maar in ieder geval werd in die manier van denken veronachtzaamd wat grote ongelijkheid met mensen doet en vooral wat grote rijkdom met de superrijken doet. Hij gaat ten koste van een gevoel van gezamenlijkheid, wakkert rechts-extremisme aan en bedreigt de democratie. 

Naar de onderliggende processen die daarin een rol spelen, zal vast nog veel onderzoek worden gedaan. Daaruit zou wel eens naar voren kunnen komen dat een toename van ongelijkheid de bestaansonzekerheid en daarmee de statuscompetitie aanwakkert, waarvoor bestaand onderzoek al aanwijzingen verschaft. 

En het nog dieper liggende mechanisme zou wel eens kunnen zijn dat de menselijke behoefte aan sociale veiligheid door toename van ongelijkheid wordt bedreigd. Sociale onveiligheid creëert immers zowel oogkleppen (cognitive closure) als ontvankelijkheid voor narcistische, populistische politic die gemakkelijke oplossingen voorwenden. 

Het zou kunnen dat zelfs de superrijken, die dus hun illegaal of verdacht verworven rijkdommen verborgen willen houden voor de openbaarheid en de belastingdiensten, door diezelfde behoefte aan veiligheid worden gemotiveerd. Want denk maar niet dat die vergaarde rijkdommen wel een gevoel van veiligheid zullen verschaffen. Er blijkt immers te gelden dat hoe meer mensen hebben, hoe meer ze willen. 

Die neiging tot onverzadigbaarheid, waar Emile Durkheim (1858 - 1917) al aandacht voor vroeg, zou er mee te maken kunnen hebben dat hoe meer je hebt, hoe meer je zou kunnen verliezen. Dus hoe meer bedreigingen je meent waar te nemen. De mogelijkheid iets te verliezen, gaat dan motiverender werken dan de mogelijkheid om je rijkdom te vergroten. Denk aan onze aversie tegen verlies (Kahneman, Knetsch en Thaler, 1991), die gemakkelijk lijkt af te leiden uit onze behoefte aan veiligheid.

Ook de superrijken, of juist zij, willen dus ten koste van alles beschermen wat ze verworven hebben. Vandaar hun grote hang naar het verborgene en hun afkeer van belastingen betalen. 

En vandaar ook hun pogingen om hun middelen aan te wenden om de politiek te beïnvloeden. Voor hen is de democratie bedreigend, want daarin telt iedere stem even zwaar mee, of je nu arm of rijk bent. Dat je je aan een meerderheidsbesluit zou moeten onderwerpen, dat is voor een superrijke uiterst bedreigend.

Veel van wat er zich vandaag de dag afspeelt, lijkt kortom goed te verklaren vanuit die behoefte aan veiligheid. Een behoefte die zelfs niet, of juist niet, met rijkdom bevredigd kan worden. 

Lees in dat verband ook eens het blog van Simon Wren-Lewis van vandaag: Why neoliberalism can end in autocratic, populist and incompetent plutocracy.

dinsdag 18 april 2017

Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen

De Verenigde Staten hebben met Donald Trump een president aan de macht die om verschillende redenen voor dat ambt ongeschikt is. In ieder geval een van die redenen is dat hij meestal niet weet waarover hij praat. Hij voerde campagne met een eenvoudig wereldbeeld, door Matthew Yglesias (Donald Trump’s big problem is he doesn’t know what he’s talking about) omschreven als
Trump’s basic worldview, as articulated on the campaign trail, was that all the major dilemmas of American public policy had easy solutions. The reason the problems had not been solved already was that America’s political leaders were too stupid, too corrupt, or too “politically correct” to solve them.
This is a reasonably widespread view of things among the mass public, but as Trump has been discovering since taking office, it’s not true.
Nu hij in de positie terecht is gekomen waarin hij niet kan volstaan met praten en tweeten, ontdekt hij dat de wereld anders en ingewikkelder in elkaar zit. Yglesias noemt drie in het oog springende voorbeelden van zulke ontdekkingen:
Als hij wat minder onsympathiek was geweest, zou je de naïviteit, die maakt dat hij meestal het standpunt inneemt van zijn laatste gesprekspartner, nog wel ontwapenend kunnen vinden.

Maar hoe dan ook, het is natuurlijk verbijsterend dat iemand die zo overduidelijk van niets weet door kiezers in het zadel kan worden gehesen.

Toch is dat verschijnsel niet uniek. Want ook in Europa, en dus ook in Nederland, hebben we leiders aan de macht die slecht geïnformeerd zijn over hoe je op een economische crisis moet reageren en over hoe je een muntunie moet organiseren. Vandaar dat ik verzuchtte dat we in Europa een sekte aan de macht hebben: Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af.

En in Groot-Brittannië hebben slecht geïnformeerde kiezers een regering aan de macht gebracht die met Brexit een beleid uitvoert dat niet kan waarmaken wat de Brexiteers beloofden en dat slecht voor het land zal uitpakken.

Als je bedenkt dat slecht geïnformeerde leiders zijn gekozen door slecht geïnformeerde kiezers, dan vraag je je af hoe het komt dat kiezers zo slecht geïnformeerd zijn.

En dan kom je onvermijdelijk terecht bij de rol van de media. Wat zich dan wel erg opdringt, is dat die hun werk slecht doen. De Brits-Amerikaanse journalist Harold Evans heeft het daarover in het interview dat vorige week verscheen: ‘Slechte journalisten hebben Trump groot gemaakt’:
Harold Evans wil op een warme lentemiddag praten over de beroerde staat van zijn vak. Slechte journalistiek, zegt hij, heeft Donald Trump groot gemaakt. Slechte journalistiek heeft de Brexit in gang gezet. „It stinks. De Angelsaksische journalistiek is gecorrumpeerd door geld en machtshonger. De pers dient een politiek doel, of het commerciële belang van de eigenaren. Het publieke belang is ondergeschikt gemaakt. Ik heb het zelf zien veranderen. Ik ben geen journalist geworden om rijk te worden.”
In dezelfde richting beklaagt de Engelse macro-econoom Simon Wren-Lewis zich al langer over de Britse media, de tabloids en de BBC. Hier lees je de laatste aflevering: When journalism becomes propaganda.

En, o ja, lees vooral ook Jesse Frederik over de "de alternatieve werkelijkheid waarin Nederlandse politici en journalisten zijn terechtgekomen" waarin Jeroen Dijsselbloem als de redder (in plaats van als de slager) van Griekenland wordt beschouwd: Als je nog steeds denkt dat Jeroen Dijsselbloem Griekenland heeft geholpen, lees dan dit.

Nu is het klagen over de media van alle tijden, maar misschien is er nu toch meer aan de hand. Want het is onderdeel van de neoliberale golf waarin we zijn terechtgekomen om te denken dat je de media kunt overlaten aan de commercie. De markt is overal goed voor en zal er dus ook wel voor zorgen dat de burgers goed worden geïnformeerd over het publieke domein.

Dat is een ernstige misvatting. Media overlaten aan de markt heeft in feite betekend dat de mediamagnaten het heft in handen hebben genomen. En die hebben hun eigen belangen.

En zijn zo machtig geworden dat ze niet alleen de berichtgeving en de politieke commentaren naar hun hand zetten, maar ook rechtstreeks de politici beïnvloeden.

En nog los daarvan, heeft de commercialisering van de media in de hand gewerkt dat er een omvangrijke amusementsindustrie kon ontstaan. Een bijkomend effect daarvan is dat de indruk wordt gewekt dat het ook helemaal niet nodig is om je goed te informeren. Wat weer de ruimte creëerde voor de populist die gemakkelijke oplossingen aandraagt en die de verpersoonlijking is van dat amusement en van de alternatieve feiten.

Aanwijzingen voor de invloed van amusementstelevisie op populistisch stemgedrag komen naar voren uit onderzoek waarover hier gerapporteerd wordt: People who watch entertainment TV are more likely to vote for populist politicians.
Update. Slechte geïnformeerdheid verhoogt niet alleen de kans op slecht geïnformeerde leiders maar meer in het algemeen ook de kans op sociale zeepbellen. Zie Sociale zeepbellen in economie en politiek.

woensdag 8 maart 2017

De overheidsbegroting is nog steeds geen huishoudboekje - Over onkunde in de politiek en de media

Je meende in een wereld te leven waarin eenmaal verworven inzichten in hoe de economie werkt en wat de rol van de overheidsbegroting daarin is, niet zo maar verloren kunnen gaan. Of door politici zomaar genegeerd kunnen worden.

Toch leven we niet in zo'n wereld. Simon Wren-Lewis staat daar vandaag maar weer eens bij stil. In Engeland gaat het tijdens de "Begrotingsdag" (Budget Day) weer alleen maar over hoeveel schuld er is en over hoeveel er geleend wordt. Alles gebaseerd op de onjuiste en zo vele malen empirisch weerlegde gedachte dat de overheid maar beter geen schulden kan maken en dat de gemaakte schulden een last op zijn op de ruggen van toekomstige generaties. En gebaseerd op de onjuiste gedachte dat je de overheidsbegroting als een huishoudboekje moet zien. Het is om wanhopig van te worden. Wren-Lewis daarover (in Budget Day Nonsense):
I can confidently forecast that today you will hear a great deal, at great length, about how the path of government borrowing has changed since the Autumn Statement. Journalists will ask endlessly whether he has done enough to reduce borrowing, or whether he had enough money to spend more. At the moment this is all utterly meaningless. In fact it is worse than that. It encourages people to think that government budgeting is just like household budgeting. It is, to be blunt, what gave us the disaster that was austerity.

What any macroeconomist should ask of this budget is has the Chancellor done enough to get UK interest rates off the zero lower bound: to get us out of what economists call a liquidity trap. When interest rates have gone as low as the Bank of England feels able to take them, then it has lost control of the economy. That is the situation right now. The only duty of the Chancellor in that situation is to give the Bank back control through a fiscal stimulus. [1] If he does do that the short term deficit and borrowing numbers that go with that stimulus are completely irrelevant. If he does not do that his budget has failed.

That is basic macroeconomics. But you will not hear any macroeconomics from the Chancellor, or most of the mainstream media. The idea that the Bank does macroeconomic stabilisation and the Chancellor does bookkeeping has become embedded in mediamacro, and even seven years in a liquidity trap has not been able to change this. Alas even the IFS, which is so brilliant at everything else, does not do macro and so reinforces the household budgeting metaphor.
Dat de overheid geen huishouden is en de overheidsbegroting geen huishoudboekje, zijn reguliere macro-economische inzichten, die je in elk handboek macro-economie aantreft. Maar het blijkt dat zulke belangrijke publieke kennis verloren kan gaan. Zie Jan Pen in 1965 en de onmiskenbare terugval in publieke kennis. Dat wil zeggen, kan worden genegeerd door politici en door de media. Door onkunde. Of wie weet, als gevolg van beïnvloeding door lobby's die menen belang te hebben bij zo weinig mogelijk overheidsinvloed op de economie.

Vandaar dat de bezuinigingszeepbel kon ontstaan. Mijn eerste bericht daarover dateert al weer van september 2011: De bezuinigingszeepbel. Met als gevolg dat het herstel na de crisis trager is dan ooit in de economische geschiedenis is opgetekend. Zie nu voor de eurozone: Is Europe Heading To A Eurosclerosis? Met alle menselijke ellende van onnodige werkloosheid en onnodige armoede en onnodige bestaansonzekerheid die daarmee samenhangt.

Wren-Lewis wijst er op dat het in Engeland nog slechter gesteld is dan in de eurozonelanden, omdat daar inmiddels, met uitzondering van het aan Griekenland opgelegde beleid, het pad van de bezuinigingen is verlaten.

Dat laatste, daar zit wel iets in. Zie mijn bericht Is er nu echt, eindelijk, dan toch, het einde van het bezuinigingsbeleid in Europa? Maar het is afgedwongen door de feitelijke ontwikkelingen dat het Begrotingspact van de eurozone niet meer zo halsstarrig wordt gehandhaafd. En het betekent niet dat de gemaakte fouten zijn toegegeven. Een aanwijzing voor bijgestelde inzichten is het niet.

In Duitsland heerst nog het Schäuble-regime van het begrotingsevenwicht, de schwarze Null. Waardoor de broodnodige overheidsinvesteringen, broodnodig voor Duitsland zelf en broodnodig voor de euro-partners, niet van de grond komen.

En in Nederland wordt minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem als succesvol en kundig gevierd omdat hij, economisch onzinnig, een begrotingsoverschot heeft weten te bewerkstelligen. En wordt Yanis Varoufakis, die in zijn korte loopbaan als Grieks minister van Financiën probeerde om zijn eurozone-collega's bij te praten over de stand van de macro-economische kennis, door de lijsttrekker van GroenLinks Jesse Klaver "een malloot" genoemd.

Waar kun je in ons land nog terecht als je een macro-economisch beleid volgens de handboeken voorstaat? Hoe groot kan onkunde zijn?

vrijdag 27 mei 2016

Bonuscultuur in leven geroepen door verlaging hoogste tarieven inkomstenbelasting

Simon Wren-Lewis reageert op een artikel van Diane Coyle in de Financial Times, waarin die zich afvraagt waardoor juist onder ondernemingsbestuurders een bonuscultuur ontstond.

Terwijl onderzoek toen al uit had gewezen dat bonussen alleen dan goed uitwerken op de prestaties als het gaat om eenvoudige taken en prestaties die gemakkelijk kunnen worden gemeten. Zie eerder ook mijn overzicht van dat onderzoek: Stop de bonussen! En een overzicht van onderzoek.

Dat zou doen verwachten dat bonussen (prestatie-afhankelijke beloning) eerder zouden zijn geïntroduceerd voor werknemers en dan nog voor slechts een beperkt deel van de werknemers. Want zoveel eenvoudig en gemakkelijk meetbaar werk is er niet.

Maar nee, juist de bestuurders kregen het voor elkaar om (hoge, wat zeg ik, exorbitant hoge) bonussen toegekend te krijgen. En zo ontstond aan de top van de bedrijven de bonuscultuur. Waar we nu maar zo moeizaam vanaf komen.

Waardoor gebeurde dat? Werden CEO's ineens inhalig en egoïstischer? Maar waarom dan toen en niet al eerder?

Wren-Lewis wijst op een eenvoudiger verklaring, die eerder door Piketty, Saez en Stantcheva is geopperd. Want het lijkt plausibel dat de bonuscultuur in de hogere kringen van het bedrijfsleven is uitgelokt door de er aan voorafgegane verlaging van de hoogste tarieven van de inkomstenbelasting. Om de gedachten te bepalen en uit het blote hoofd: in veel landen werd het hoogste tarief verlaagd van 80-90 procent naar 50-60 procent.
Update. Zie ook het bericht Was de explosie van CEO-beloningen een kwestie van normverandering? uit mei 2015, waarin meer informatie over de snelle daling van de hoogste tarieven na eind jaren 60 in de Verenigde Staten. En stel vast dat ze daalden van 90 procent naar 30 tot 40 procent.
Dat had tot gevolg dat het voor ondernemingsbestuurders ineens veel aantrekkelijker werd om zich in te spannen voor een verhoging van hun inkomen. De opbrengsten van die inspanning namen ineens sterk toe.

En het leek toen opportuun om dat te doen in de vorm van bonussen. Dat creëerde de schijn dat er tegenover die hogere beloningen ook betere prestaties stonden.

We weten ondertussen beter. Maar wat we er van hebben geleerd, of zouden moeten hebben geleerd, is dat een sterk progressieve inkomstenbelasting, dus hoge tarieven voor de hoge inkomens, het voordeel heeft dat je de veelverdieners minder in de verleiding brengt om hun inkomens via slinkse wegen te verhogen. Update. Waardoor ze zich er weer wat meer op kunnen concentreren om hun werk gewoon goed te doen. Zoals normale stervelingen dat gewend zijn te doen.

donderdag 29 januari 2015

Welke aanwijzingen zijn er om in Europa te mogen hopen op een terugkeer van het economisch verstand?

Oké, het lijken duistere tijden in Europa. Maar is er ook enige reden tot optimisme? Welke aanwijzingen hebben we dat het economisch verstand terugkeert? Er zijn er een paar.

Misschien begon de wending ten goede met het besluit van het Europese Parlement, nog in zijn vorige samenstelling, om het werk van de Trojka (ECB, IMF, EC) aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Nu bijna een jaar geleden keurde het Parlement de onderzoeksrapporten goed, waarmee het bevestigde dat de door de Trojka opgelegde strenge bezuinigingsprogramma's de werkloosheid en de armoede hadden vergroot en meer kwaad dan goed hadden gedaan. De Trojka zou moeten worden afgeschaft en het beleid zou moeten worden veranderd. En de gang van zaken zou transparanter en democratischer moeten worden. Zie hier en hier voor meer informatie. Hoe de stand van zaken nu is, weet ik eigenlijk niet.

Dan was er de opstand van Frankrijk en Italië tegen het begrotingspact. De regeringen van beide landen verklaarden zich niet langer te willen houden aan de regels van dat pact, omdat ze als ze dat wel zouden doen, hun economieën nog verder in het diepe zouden duwen. Natuurlijk volgden daar wat schermutselingen op met Duitsland en met de Europese Commissie, de nieuwe, onder Juncker, maar het lijkt er op dat de beide landen een voldongen feit hebben willen creëren en daarin zijn geslaagd.

Een andere ontwikkeling was dat de nieuwe Europese Commissie heeft ingezien dat er op grote schaal publieke investeringen nodig zijn om uit de recessie te geraken. Dat is uiteraard door Duitsland tegengehouden, waardoor het investeringsplan dat nu ontwikkeld wordt, veel minder omvangrijk is dan het zou moeten zijn. Maar het is een grote vooruitgang vergeleken met de vorige commissie, die onder Barosso, die veel meer de oren liet hangen naar wat Duitsland wilde.

Dan is er de omslag in het beleid van de Europese Centrale Bank onder aanvoering van Mario Draghi. De ECB ontwikkelt zich tot een normale centrale bank, die inziet dat de rol van lener in laatste instantie onmisbaar is. En nu, eindelijk en misschien te laat, de gevaren inziet van een aanhoudend te lage inflatie. Zie vandaag daarover Draghi maakt einde aan scholenstrijd centrale banken.

En dan is er natuurlijk de overwinning van Syriza in Griekenland. Waardoor nu Yannis Varoufakis minister van Financiën is geworden, de auteur, samen met Stuart Holland en James Galbraith, van A Modest Proposal for Resolving the Eurozone Crisis. Dit zal het begin zijn van de opstand van de perifere landen. Denk aan de nieuwe en razendsnel opgekomen partij Podemos in Spanje.

En het blijft verbazen dat die opstand zo lang is uitgebleven. Zoals meer wat maar blijft verbazen. 

Al met al een rijtje van ontwikkelingen die er op wijzen dat we de goede kant op gaan en dat het economische verstand terugkeert. 

Waar we nu op mogen hopen is dat de Europese media hun werk beter gaan doen. Zie gisteren en vandaag Heiner Flassbeck over die media in Duitsland: Wetten, dass … en Wette gewonnen! En Simon-Wren-Lewis over de media in Engeland: To all UK journalists. En Paul Jonker-Hoffren, die me vanuit Finland op de hoogte houdt, meldt hoe treurig de berichtgeving daar is. En Nederland? Laat ik mijn goede humeur bewaren en daar maar niet over uitweiden.
Update. Zie voor de Duitse media nu ook: Die deutschen Medien versagen in der Griechenland-Berichterstattung auf ganzer Linie. Update. En lees vandaag, 31 januari, ook Griechenland in deutschen Medien: Immer voll auf Merkel-Linie.
Update. Zie nu ook Ewald Engelen over de Nederlandse media en over de "identificatie van het journaille met de politieke en bestuurlijke elite – zelfde opleiding, zelfde vriendenkring, zelfde wereldbeeld, zelfde existentiële onzekerheid, zelfde levensstijl –", die "zo langzamerhand ziekelijke, democratie-eroderende vormen (heeft) aangenomen." (Met dank aan Arie Glebbeek.)

woensdag 3 september 2014

Hoe in vredesnaam te verklaren dat politici het verkeerde economische beleid (blijven) voeren? Maar weer eens over de eurocrisis en de bezuinigingszeepbel

Mijn eerste blogberichten over de eurocrisis dateren van november 2011. In de vele berichten die daarop volgden, ging het steeds over drie onderling samenhangende thema's:
  1. de verkeerde gedachte dat een muntunie (de eurozone) het kan stellen zonder een normale centrale bank, dat wil zeggen een bank met een functie als lener in laatste instantie en met een werkgelegenheidsdoelstelling naast het streven naar prijsstabiliteit
  2. de verkeerde gedachte dat de economische crisis voortkwam uit te hoge overheidstekorten en dat er dus zo snel mogelijk moest worden bezuinigd. Ik noemde de wijde verbreiding van die gedachte de bezuinigingszeepbel (zie ook de vele berichten achter dat label)
  3. de verkeerde gedachte dat de economie het best floreert bij een kleine overheid, lage belastingen en weinig regulering en in het bijzonder een overheid die geen schulden maakt (neoliberalisme, balanced-budget fundamentalism). Alles zou draaien om hervormingen, dus om deregulering en lage arbeidskosten (lonen). Als de aanbodkant van de economie maar goed functioneert, komt alles goed. Overheden moeten afzien van een beleid om de vraag te stimuleren. Dat zou niet helpen en zou bovendien de inflatie aanwakkeren en hoge inflatie moet ten koste van alles worden voorkomen.
Drie jaar later is overduidelijk dat het verkeerde economische beleid dat op deze drie misvattingen is gebaseerd, inderdaad de rampzalige consequenties heeft die waren voorspeld. Europa komt maar niet uit de crisis en de werkloosheidscijfers blijven onaanvaardbaar hoog. Er is geen uitzicht op verbetering en dat is vanwege mogelijke politieke gevolgen beangstigend. Dat de eurozone nog niet uit elkaar is gevallen is alleen te danken aan het whatever it takes van Mario Draghi, de voorzitter van de ECB, in juli 2012. Waarmee een stap werd gezet in de richting van een normale centrale bank.

Door dat alles is het raadselachtig dat de politieke Europese elite nog altijd geen blijk geeft van enige reflectie en kritisch inzicht. Hoe kan het dat de machthebbers zo halsstarrig vasthouden aan een verkeerd beleid en hoe kan het dat ze niet allang zijn weggestemd? Hoe komt het dat de Europese bevolking dit alles zo dociel ondergaat? Hoe komt het dat de Franse, Italiaanse, Spaanse en Griekse regeringen geen pact hebben gesloten om de hegemonie van het Duitse ordoliberalisme te bstrijden? Wat verklaart de slaafsheid van de Nederlandse VVD-PvdA regering?

Over zulke vragen breekt ook Paul Krugman zich het hoofd. Zie Austerity and the Hapless Left, Inflation, Septaphobia, and the Shock Doctrine, Class Interests and Monetary Policy, Take II en Three Roads to Hard Money. Maar ook John Cassidy is wanhopig. Zie Objecting to Austerity, French Style. En Simon Wren-Lewis stelt zich dezelfde vragen. Zie o.a. Austerity, France, and Memories.

Het is denk ik nogal een dringend probleem om de goede antwoorden te vinden. Is hier een belangenstrijd aan de gang? Is het gewoon incompetentie? Waardoor een sociale zeepbel kan ontstaan, van elkaar napraten om maar vooral "serieus" over te komen. Ik probeer om in volgende berichten, op de schouders van Krugman, Cassidy en Wren-Lewis (en??? graag suggesties), stapjes verder te komen. Update. Zie nu: Een economische (en sociale) calamiteit van historische omvang - de Schwäbische Hausfrau en de bezuinigingszeepbel

donderdag 5 september 2013

Duitse en Nederlandse sociaal-democraten bieden geen Keynesiaans alternatief. Opportunisme of onwetendheid?

Wolfgang Münchau roept de Duitse SPD op om voor de bezuinigingspolitiek van de regering-Merkel een Keynesiaans alternatief te bieden. Zie de link onderaan dit bericht. En hij verbaast zich er over dat ze dat niet al doen. Want de geschiedenis van de SPD is nauw verbonden met Keynesiaanse macro-economische inzichten. Denk aan Willy Brand, Karl Schiller en Helmut Schmidt. En in de macro-economie is in bijna de hele wereld een Keynesiaanse renaissance aan de gang.

Voor de Nederlandse sociaal-democraten geldt natuurlijk precies hetzelfde. (En voor de Engelse, de Franse, etc.) Is dat opportunisme? Denken ze dat het Neo-Keynesiaanse recept van nu de economie stimuleren en later geleidelijk bezuinigen niet door de kiezers begrepen kan worden en dat je dus maar net als de VVD het bereiken van begrotingsevenwicht boven alles moet stellen? In de trant van de valse slogan "Orde op zaken"? Of is het onwetendheid?

Als het onwetendheid is, dan zouden ze zich daarvoor moeten schamen. (Ook voor dat opportunisme, natuurlijk.) Want zoals Simon Wren-Lewis vorige week nog weer eens duidelijk maakte (zie Macro workers and macro wars) is het Neo-Keynesiaanse model nu al weer jaren lang dominant in de macro-economie. Nadat het eerder door de neoklassieke revolutie tijdelijk aan de kant was geschoven. Tijdelijk, omdat al gauw bleek dat die revolutie een achteruitgang in het vak betekende.

Met andere woorden, het vak macro-economie valt niets te verwijten. Wel valt die sociaal-democraten, en al die andere politici, te verwijten dat ze zich niet op de hoogte stellen.

Wat niet wegneemt dat die macro-economen ook wel nog wat meer van zich zouden kunnen laten horen.

Wolfgang Münchau über die Wirtschaftspolitik der SPD - SPIEGEL ONLINE:

'via Blog this'

zondag 4 november 2012

Hoe onbeleefd mogen we zijn tegenover politici die denken dat bezuinigen de oplossing is voor de economische crisis? En tegenover de PvdA?

Simon Wren-Lewis vraagt zich af of hij niet te onbeleefd is geweest door van politici die (nog steeds) denken dat we de economische crisis oplossen door overheden veel te laten bezuinigen, te zeggen dat ze nog steeds in de vertrouwensfee geloven. Zie de link onderaan. En zie dit bericht.

En hij neemt daarom de moeite om alle argumenten die naar voren zijn gebracht om de bezuinigingsstrategie te verdedigen, op een rijtje te zetten. Maar nee, alles overziende, vindt hij niet dat hij te onbeleefd is geweest.  

Slechts bij een van de acht argumenten zou onbeleefdheid niet geheel op zijn plaats zijn. Dat wil zeggen dat het is te billijken dat dat argument is gebruikt. Maar in de andere zeven gevallen acht hij enige onbeleefdheid wel degelijk passend en gerechtvaardigd.

Ik begin te denken dat enige mate van onbeleefdheid tegenover de PvdA ook passend is. Want hoe komt het dat de leiders van die partij, die traditioneel de partij was met de meeste economische denkkracht en diepgang, en die in de Keynesiaanse traditie stond, nu zo slecht geïnformeerd zijn dat ze bezuinigingen vanzelfsprekend vinden en om het hardst mee roepen dat iedereen pijn moet lijden? Leiders die het voor elkaar hebben gekregen dat er heisa is over nivellering via de zorgpremie's, terwijl het zou moeten gaan over het herstel van volledige werkgelegenheid. Zijn ze gewoon vergeten dat het in de sociaal-democratie altijd allereerst ging om volledige werkgelegenheid als middel om ongelijkheid te bestrijden?

mainly macro: Being rude about austerity: How rude should I be about policymakers? Some may think this a strange question, but I personally have quite a high regard for them. Havin...

donderdag 1 november 2012

Zij die in de vertrouwensfee geloven, runnen onze economieën - Simon-Wren-Lewis

Simon-Wren-Lewis gaat nog eens na wat de vreselijke gevolgen zijn van de bezuinigingszeepbel in het Verenigd Koninkrijk en de eurozone. Zie de link hieronder. (En zie hier de column van Paul Krugman van juli 2010 (!) over de vertrouwensfee: het sprookje dat als je maar genoeg bezuinigt, er een goede fee komt, "vertrouwen", die voor economische groei zorgt.) Onder meer naar aanleiding van deze nieuwe analyse van Holland en Portes. Hij besluit met (mijn vertaling zonder links):
Om in feeën te geloven heb je behoorlijk goede evidentie nodig, en dat is precies wat we niet hebben. Sommige economen denken dat ze er iets van in de data zagen, maar dat is niet voldoende - bij lange na niet voldoende - om op deze schaal zoveel lijden toe te brengen aan zoveel mensen. (Er waren natuurlijk anderen die die evidentie niet zagen.) Helaas wilden veel mensen geloven in de vertrouwensfee. In normale omstandigheden vinden we mensen die in 'echte' feeën geloven, amusant of nogal vreemd. Maar helaas hebben sommigen van degenen die in de vertrouwensfee geloven de taak gekregen om onze economieën te runnen.
mainly macro: The impact of austerity in the UK and Eurozone:

'via Blog this'

donderdag 13 september 2012

Eerst hervormen, pas later bezuinigen. En zelfs stimuleren! - Coen Teulings

Op de ochtend van de dag na de verkiezingen (!) laat Coen Teulings, de directeur van het Centraal Planbureau, weten dat het beter is om eerst te hervormen (hypotheekrente-aftrek!) en het bezuinigen nog tot later uit te stellen. Zie de link onderaan dit bericht. Die hervormingen moeten gebeuren, maar drukken wel de consumptie (van de huidige generatie). Als daar dan bezuinigingen bovenop zouden komen, dan zou dat de economie afknijpen en zou je het nog moeilijker maken om het overheidstekort terug te dringen.

Ik neem aan dat dit document op tafel komt te liggen bij de partijen die gaan onderhandelen over een nieuw kabinet.

Opvallend is dat Teulings hier de wenselijkheid van tijdelijke stimulering van de economie geheel onbesproken laat.

Maar zie daarover ook de Engelse econoom en hoogleraar aan de Universiteit van Oxford Simon Wren-Lewis, die wijst op dit eerdere artikel van Teulings en Pisany-Ferri. Waarin die er voor pleiten dat zeker landen als Nederland niet gebonden zouden moeten zijn aan de Europese begrotingsregels. Je leest daarin:
De aandacht is recentelijk gevestigd op de negatieve effecten van excessief lenen (door overheden). Echter, in deze tijd van het terugbrengen van schulden door de private sector, zouden de positieve effecten daarvan ook in de beschouwing moeten worden betrokken.
Dat komt neer op een pleidooi voor tijdelijke stimulering van de economie. Het lijkt me wenselijk dat ook dit artikel bij de onderhandelaars op tafel komt te liggen. Stof tot nadenken en herbezinning.

Fiscal consolidation and reforms: Substitutes, not complements | vox

zondag 20 mei 2012

Bezuinigers gevangen in de beeldspraak van de broekriem - Robert Shiller

Ook Robert Shiller buigt zich over de vraag hoe de bezuinigingszeepbel kon ontstaan en zich kan handhaven, zij het met steeds meer moeite. Zie de link onderaan dit bericht. Zeker als het gaat om het publieke domein, wordt ons denken sterk gestuurd door metaforen. Bij onvolledige informatie kunnen we in ons denken in de ban raken van beeldspraak die suggereert dat we de kennis die we wel hebben eenvoudig kunnen overhevelen naar een minder bekend gebied. En zo kan de illusie ontstaan dat we middels een metafoor tot een geïnformeerd oordeel zijn gekomen.

In het geval van de bezuinigingszeepbel gaat het om de metafoor van het huishouden dat de broekriem moet aantrekken als het teveel geld heeft uitgegeven. En die metafoor is krachtig, want hij sluit aan bij de sterke morele intuïties van verantwoordelijk gedrag. Maar die intuïtie verwerven we in het domein van de persoonlijke relaties, waarover we als regel veel beter geïnformeerd zijn dan over het publieke domein. Dan ligt de fout op de loer dat we hem onvoldoende geïnformeerd toepassen op de publieke domein. Zie ook nog eens dit bericht.

De aanhangers van het bezuinigen als oplossing van de economische crisis gebruiken graag de metafoor van het huishouden dat de broekriem moet aanhalen als richtlijn voor wat de overheid moet doen. Wat moreel goed voelt, moet ook wel het juiste overheidsbeleid zijn. Iemand die daaraan twijfelt, moet wel haast immoreel of onverantwoordelijk zijn. Vandaar dat de bezuinigers ("austerians") in Nederland graag van zichzelf en van elkaar zeggen dat ze "hun verantwoordelijkheid nemen", daarmee implicerend dat hun tegenstanders onverantwoordelijk handelen. En vandaar dat Premier Cameron het "gevaarlijke stemmen" noemt die oproepen om het bezuinigingspad te verlaten. Zie hier (vierde alinea) en zie Paul Krugman daarover (hier). En Simon Wren-Lewis.

Zakelijke discussies worden lastig als zulke onjuiste metaforen in het spel zijn gebracht. Paul Krugman en anderen laten steeds maar zien dat de bezuinigers het feitelijk bij het verkeerde eind hebben. Maar het lijkt weinig uit te halen, omdat de bezuinigers er alleen maar de kracht van de metafoor tegenover hoeven te stellen om, althans in eigen ogen en die van hun aanhangers, hun gelijk te bevestigen.

Ook Shiller geeft nog weer eens de goede zakelijke argumenten voor een stimuleringsbeleid, in plaats van bezuinigen, in een tijd van oplopende werkloosheid waarin de private consumptie is ingestort. En hij noemt maar weer eens de paradox van de zuinigheid:
wat verstandig is voor het huishouden is niet verstandig voor de maatschappij als geheel. Dit idee, soms de paradox van de zuinigheid genoemd, is dat als we allemaal tegelijk de broekriem aanhalen, de economie zo verzwakt wordt dat we uiteindelijk minder kunnen besparen, en integendeel allemaal slechter af zijn. Als dat gebeurt, dan is er collectieve actie - overheidsstimulering - nodig.
Als al die zakelijke argumentatie onvoldoende helpt, moeten we dan niet een tegengestelde metafoor bedenken die net zo krachtig is? Shiller stelt de metafoor van de "winter op de boerderij" voor. Als de winter invalt is er op de familieboerderij niet voldoende werk. Moeten de gezinsleden dan maar de hele winter niets doen (werkloos zijn)? Of is het niet beter om de winter te gebruiken voor langere termijn-projecten, zoals het repareren van de schuur, het graven van een bron of het bouwen van een afrastering?

Zit wat in, zou ik zeggen.

Maar Peter Dorman is er niet helemaal tevreden mee. Want die winter suggereert dat het probleem iets is wat van buiten komt, terwijl de economische winter nu juist zelf is gecreëerd. Hij stelt daarom het volgende voor (mijn vertaling):
er is een land ver hier vandaan met maar twee boeren en hun gezinnen. De een verbouwt tarwe en de ander houdt koeien voor de melk. Elk produceert voor zichzelf en verkoopt wat overblijft aan de andere boer. Op een dag besluit de melkveehouder om een koolhydraatarm dieet te gaan volgen en de aankoop van tarwe door het gezin terug te brengen. Het inkomen van de bouwboer daalt en het gezin houdt een spoedvergadering om uit te vinden wat hier aan toe doen. "Ons inkomen is gedaald," zegt de bouwboer, "en we hebben geen ander alternatief dan de broekriem aan te halen. Dit betekent dat we minder melk kunnen aanschaffen." En zo geschiedt. Maar dan daalt ook het inkomen van de melkveehouder en zij houden ook een vergadering, met als resultaat dat ze nog minder tarwe gaan kopen. En zo gaat het door, heen en weer, totdat beide gezinnen helemaal geen inkomen meer hebben en iedereen op een houtje moet bijten.
Een eenvoudige en krachtige metafoor, lijkt me. Om er het land mee in te gaan. Net zo als je soms intimidatie met intimidatie moet bestrijden, moet je soms ook een verkeerde metafoor onschadelijk maken door een goede.

How National Belt-Tightening Goes Awry - Economic View - NYTimes.com:

'via Blog this'

maandag 7 mei 2012

Budget madness in The Netherlands - Simon Wren -Lewis

Simon Wren-Lewis is verbijsterd dat het bezuinigingsakkoord van VVD, CDA, D'66, Groen Links en De ChristenUnie in Nederland wordt gevierd als een grote prestatie.
(...) Helaas lijkt het er op dat het Centraal Plan Bureau er niet in geslaagd is om de meerderheid van de politici te overtuigen van de dwaasheid van pro-cyclisch overheidsbeleid.
Gezien vanuit het perspectief van de eurozone is dit een ramp. De eurozone brengt het cyclisch aangepaste tekort sneller terug dan de V.S. of zelfs het Verenigd Koninkrijk en is op weg naar een tweede recessie, en mogelijk politieke desintegratie. Zoals ik en anderen hebben betoogd is er voor Duitsland tenminste een argument dat er met afnemende werkloosheid daar geen ruimte is voor overheidsstimulering. Maar in Nederland is de werkloosheid aan het toenemen. Er is geen, en ik herhaal, geen goede macro-economische reden om daar niet een stimuleringspakket uit te voeren. En we krijgen precies het tegenovergestelde.
En dat tegenovergestelde noemde demissionair premier Rutte "een ongelooflijke prestatie". Simon Wren-Lewis kan het niet geloven.

mainly macro: Budget Madness in the Netherlands:

'via Blog this'

zaterdag 18 februari 2012

De verborgen agenda van het bezuinigingsbeleid (hoewel: verborgen?)

Het wordt steeds duidelijker dat het huidige bezuinigingsbeleid in de eurozone en in Engeland de geschiedenis ingaat als een van de grootste macro-economische vergissingen ooit gemaakt. Je gaat je dus afvragen waarom de voorstanders van dat beleid niet op hun schreden terugkeren. Dit gaat om serieuze zaken. Misschien wordt het voor Merkel, Schäuble, Cameron, Mark Rutte en Jan Kees de Jager tijd om in te zien dat het probleem van het gezichtsverlies niet opweegt tegen de ellende die wordt aangericht.

Maar misschien ligt het anders. Eerder opperde ik al dat het hen er niet om te doen is om de economische crisis zo snel mogelijk op te lossen. Het gaat hen er om de overheid een kopje kleiner te maken. Wat hen drijft is de ideologie van de kleine overheid. En de crisis is een middel om dat doel dichter bij te brengen. Dat is niet alleen maar mijn vermoeden. Mark Rutte zegt het in zijn speech van november vorig jaar, waar ik eerder naar linkte, met zoveel woorden.

Op deze verborgen (nou ja, verborgen) agenda is ook gewezen door Mark Thoma:
Er is duidelijk een groep mensen die bereid zijn om het bestaan en het welzijn van anderen op te offeren in het najagen van hun ideologische doel van een kleinere overheid (zolang hun eigen toekomst zeker blijft). Het idee van de "groei bevorderende zuinigheid" was de dekmantel, maar zolang de overheid krimpt als gevolg van het beleid, is de kwestie van die groeibevordering secundair. Als het terugbrengen van de omvang van de overheid het economisch herstel vertraagt, dan is dat een kleine prijs voor zo een prijzenswaardig doel - voor hen althans, de krachten die hier achter staan, lopen geen gevaar om werkloos te worden. Het voornaamste is om de ideologie van de kleine overheid door te drukken overal waar daar een kans voor is...
Vandaag komt Simon-Wren Lewis nog eens terug op de mogelijkheid van deze verborgen agenda. Hij houdt ook de mogelijkheid open dat politici echt geloven in de positieve effecten van hun bezuinigingsbeleid (hoewel dat toch eigenlijk echt wel steeds moeilijker wordt) en de mogelijkheid dat ze zich gewoon vergist hebben (maar een gewone vergissing kun je toch toegeven?). En hij betreurt het dat de invloed van de universitaire economen niet groot genoeg was om dit alles te voorkomen. Maar ze moeten wel blijven volhouden.

vrijdag 27 januari 2012

Een helder bericht over de eurocrisis: twee problemen

Simon Wren-Lewis, hoogleraar economie aan de Universiteit van Oxford, schrijft een helder bericht (zie hieronder) over hoe optimistisch of hoe pessimistisch we naar de eurocrisis moeten kijken.

Er is iets te zeggen voor optimisme. Het huidige beleid van de Europese Centrale Bank is om wel in te grijpen om een bankencrisis te voorkomen, maar tegelijk de rentes op staatsobligaties van de landen met de grootste tekorten behoorlijk hoog te houden. Zodat die landen de druk blijven voelen om te bezuinigen en hun economie te hervormen. Daar is (veel) tijd voor nodig en in die tijd kan de crisis kritiek worden. Maar als dat gebeurt, dan mogen we er op vertrouwen dat de ECB wel ingrijpt. Dit is de visie van Bergsten en Kirkegaard. En het lijkt mij de visie van Duitsland te zijn. En die van Nederland, lijkt het. Volgens deze visie zijn de overheidstekorten het hoofdprobleem.

Maar volgens de pessimistische visie (van Paul de Grauwe en anderen, in een artikel achter slot in de Financial Times) is het hoofdprobleem het gebrek aan evenwicht tussen betalingsbalansen van landen in de eurozone. De periferielanden (Griekenland, Italië, Spanje, Portugal en Ierland) hebben betalingsbalanstekorten en andere landen, voorop Duitsland, hebben betalingsbalansoverschotten. Eenvoudig gezegd: die eerste landen exporteren te weinig en Duitsland exporteert teveel. Om dat verschil in concurrentievermogen weg te werken, moeten de perifierielanden bezuinigen en hervormen. Maar daar moet tegenover staan dat de overschotlanden niet ook moeten bezuinigen. Dan ontstaat een "bezuinigingscompetitie", die de periferielanden natuurlijk gaan verliezen. De recessie in Italië en Spanje en Portugal wordt dan zo diep als hij nu al is in Griekenland. Of nog erger. En dat zal tot politieke onrust leiden. Met mogelijk als gevolg het uiteenvallen van de eurozone. Duitsland moet dus zijn bestedingen juist opvoeren. Nederland ook, maar dat legt minder gewicht in de schaal.

Conclusie:
... het kernprobleem voor de eurozone lijkt op dat van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en anderen. Te veel bezuinigen op de korte termijn houdt het herstel van de vorige recessie tegen of breekt hem af (...). In die andere landen zal dat excessieve bezuinigen "slechts" resulteren in een nog jaren lang veel hogere werkloosheid. In de eurozone zouden de gevolgen veel dramatischer kunnen zijn.

'via Blog this'