vrijdag 28 maart 2025

Als je sociale onveiligheidsgevoelens laat toenemen, dan is activering van het statuscompetitiepatroon het gevolg - meer aanwijzingen

Zoals gezegd, in een democratie kan een foute leider alleen maar aan de macht komen als er genoeg kiesgerechtigden zijn die hem als de redder in nood zien. Die dus in nood moeten verkeren, anders gezegd, die zich bedreigd en onveilig voelen. Het ideale werkterrein van de foute leider is daarom altijd een maatschappelijke toestand van grote onzekerheid, van toegenomen bestaansonzekerheid. 

Die toestand kan door zittende regeringen zijn bevorderd als bij hen het (onjuiste) neoliberale idee heeft postgevat dat het voor de economie beter is als mensen minder zekerheid ervaren. Ze kunnen dan immers gemakkelijker worden geprikkeld om zich meer in te spannen. Regeringen voeren dan een beleid dat de zekerheden van de verzorgingsstaat, de sociale zekerheid, de regulering van de arbeidsomstandigheden, de consumentenbescherming, het door belastingpolitiek beperken van de inkomens- en vermogensongelijkheid, zo veel mogelijk terugdringt. Mensen zijn dan wel gedwongen om meer voor zichzelf op te komen en zich in te spannen, want de risico's zijn groter. Niet alleen valt er voor de winnaars meer binnen te halen, ook kunnen de verliezers lager eindigen. Er komen zowel meer miljardairs, en dus machtigen, als armen en daklozen, en dus machtelozen.

We hebben nu zo'n 40, 50 jaren achter de rug waarin zich dit proces heeft afgespeeld. De verschuiving van het iedereen-telt-mee van de democratische verzorgingsstaat naar het ieder-voor-zich van de door de opkomst van foute leiders bedreigde democratie. 

Vanuit het sociaalwetenschappelijk zicht van dit blog bekeken gaat het dus om een ontwikkeling waarin sociale onveiligheidsgevoelens onder de bevolking zijn toegenomen, waardoor bij meer mensen het statuscompetitiepatroon zal zijn geactiveerd.

Ik probeer zo goed mogelijk het onderzoek bij te houden dat van belang is voor dat sociaalwetenschappelijke zicht, waarvan de kern zoals bekend bestaat uit de de Dual Mode-theorie. Zo is er nu de pas verschenen studie Value Foundations of Conspiracy Thinking: New Evidence From European Democracies

In die studie gebruikt Victoria A. Haerter van de Universiteit van Bern data van de European Social Survey (ESS) om o.a. na te gaan of mensen die meer waarde hechten aan samenzweringstheorieën ook meer "zelfverheffingswaarden" aanhangen en juist minder "zelfoverstijgingswaarden". Dat is interessant, want dat waarde hechten aan samenzweringstheorieën zegt iets over hoe sociaal onveilig mensen zich voelen. En het aanhangen van die zelfverheffingswaarden, dus het jezelf verheven voelen boven anderen, zegt iets over het geactiveerd zijn van het statuscompetitiepatroon. Net zoals het aanhangen van die zelfoverstijgingswaarden informatief is voor het geactiveerd zijn van het gemeenschapspatroon.

Eerst maar even over die samenzweringstheorieën. De neiging om in samenzweringen of complotten te geloven werd vastgesteld met behulp van deze drie uitspraken waarvan mensen moesten aangeven in hoeverre ze het er mee eens of oneens waren:

A small secret group of people is responsible for making all major decisions in world politics.

Groups of scientists manipulate, fabricate, or suppress evidence in order to deceive the public.

Coronavirus is the result of deliberate and concealed efforts of some government or organization.

Van de drie antwoorden werd het gemiddelde genomen. Het is niet moeilijk om in dat geloof in samenzweringstheorieën een maat te zien voor de sociale onveiligheidsgevoelens die iemand ervaart. Als je overal samenzweringen ziet, dan voel je je bedreigd en dat gaat ten koste van je gevoel van veiligheid.

Die zelfverheffingswaarden en zelfoverstijgingswaarden  zijn onderdeel van de Schwartz Basic Human Value Survey, die standaard in de ESS wordt meegenomen. Zie ook de berichten Alleen in landen met minder sociale zekerheid maakte de Crisis jongeren competitiever en minder universalistisch en Waardenoverdracht ouders-kinderen is vooral genetisch - meer over de mythe van de opvoedbaarheid voor meer daarover

Bij die zelfverheffingswaarden gaat het om het willen presteren (succesvol zijn, aan anderen laten zien wat je waard bent) en om het willen uitoefenen van macht (status en prestige, controle hebben, heersen over mensen). We herkennen daarin het geactiveerd zijn van het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon.

En bij die zelfoverstijgingswaarden gaat het om goedwillendheid (zorg hebben voor de anderen uit je omgeving) en universalisme (zorg hebben voor iedereen en voor het milieu). Daarin herkennen we het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon.

Met dat sociaalwetenschappelijke zicht verwachten we dat het aanhangen van zelfverheffingswaarden, dus het geactiveerd zijn van het statuscompetitiepatroon, samengaat met het geloof in samenzweringstheorieën, dus met het ervaren van sociale onveiligheid. En dat blijkt het geval te zijn voor tien van de 20 landen (Nederland, Zwitserland, Finland, Slowakije, Tsjechië, Estland, Litouwen, Ierland, Hongarije en Griekenland). In de overige landen was er geen verband of was het niet statistisch significant.

En we verwachten dat het aanhangen van zelfoverstijgingswaarden, dus het geactiveerd zijn van het gemeenschapspatroon, juist samengaat met het niet geloven in samenzweringstheorieën. Als je vindt dat iedereen hoort mee te tellen, dan zie je de wereld eerder als sociaal veilig. En dat blijkt zelfs op te gaan voor alle landen, met uitzondering van Slovenië, waar statistische significantie niet wordt gehaald.

De uitkomsten bevestigen dus de gedachte dat het wel of niet ervaren van sociale veiligheid sturend is voor het geactiveerd zijn van het gemeenschapspatroon dan wel het statuscompetitiepatroon. 

En wat politici de afgelopen veertig jaar gedaan hebben, is het voeren van een beleid waardoor mensen zich minder sociaal veilig zijn gaan voelen. Waardoor over het geheel genomen meer het statuscompetitiepatroon is geactiveerd. En waardoor er het ideale werkterrein van rechts-extremistische politieke partijen en van foute leiders tot stand is gebracht. 

De sociaal inferieure toestand die we sociaalwetenschappelijk gezien juist met alle macht hadden moeten zien te vermijden.

vrijdag 21 maart 2025

Een lange weg naar een sociaalwetenschappelijk zicht op mensen en samenleving -2- De sociaalwetenschappelijke blik verwoord in een column

Er ging dus, nadat ik in 1965 sociologie begon te studeren en in 1971 mijn academische loopbaan begon, wel een lange tijd overheen voor ik besefte dat ik zover was gekomen dat ik met een sociaalwetenschappelijke blik naar mensen en de maatschappij kon kijken. Hier het vorige bericht. Dat was de sociaalwetenschappelijke blik van de menselijke sociale natuur waarin de aan elkaar tegengestelde patronen van gemeenschapsgedrag en statuscompetitiegedrag huizen en die op groeps- en maatschappijniveau zowel een sociaal superieure gemeenschapstoestand als een sociaal inferieure statuscompetitietoestand mogelijk maken. En waarin de mate van ervaren sociale veiligheid sturend is voor welke van die twee toestanden zal optreden.

Het is duidelijk dat het vak sociologie mij die blik niet verschafte. Sterker, het vak sociologie stond in de weg daarvan. Daar valt veel over te zeggen. Een deel daarvan deed ik al in Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen. Blijf de komende berichten in deze reeks volgen voor wat daar nog bijkomt.

Die sociaalwetenschappelijke blik is wetenschappelijk in de zin dat de inzichten waaruit hij bestaat gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek. Dat inzicht van die innerlijk tegenstrijdige menselijke sociale natuur dringt zich aan je op als je het betreffende onderzoek overziet. Evenzo het inzicht van de oorzakelijke rol van de ervaren sociale veiligheid. Als dat zo is, dan valt te verwachten dat mensen ook zonder van dat onderzoek kennis te hebben, al enig besef hebbenvan die twee inzichten. Gemeenschapsgedrag en statuscompetitiegedrag zijn sociaalwetenschappelijke termen, maar als je aan mensen uitlegt waar ze voor staan, dan hebben ze zonder veel moeite door waar je het over hebt. Ook herkennen ze meteen wat je bedoelt met sociale veiligheid en het gemis daarvan.

Het zou vreemd zijn als dat niet zo was. In de evolutie is geselecteerd op het menselijk vermogen tot  zelfinzicht en van het begrijpen van gedrag van anderen. Dat vermogen is natuurlijk begrensd, maar gemiddeld genomen voldoende om te leren in een samenleving op te groeien en er je leven op een enigszins aangename manier in door te brengen. In die begrensde zin is elk mens een beetje een sociale wetenschapper. Een op onderzoek gebaseerd sociaalwetenschappelijk zicht zal dus vaak inzichten die mensen al hebben corrigeren en aanvullen, maar daar nooit geheel vreemd aan zijn. Zie ook mijn Common sense and scientific thinking en De wetenschappelijkheid en alledaagsheid van sociologische verklaringen allebei van lang geleden (1987). 

Ter zijde: Max Weber (1864 - 1920) moet hierop gedoeld hebben met zijn idee dat in de sociale wetenschap naast de natuurwetenschappelijke eis van Kausaladäquanz ook de eis van Sinnadäquanz moet gelden. Maar daar ben ik niet zeker van. 

Een cruciaal verschil is natuurlijk dat wetenschappers blijven zoeken naar betere, diepere, verklaringen ook als de bestaande verklaringen voor de dagelijkse praktijk voldoen. En dat Weber als eis stelt dat sociaalwetenschappelijke verklaringen door mensen moeten kunnen worden begrepen, lijkt mij net een stap te ver gaan. Dat dat begrip er vaak wel is, betekent niet dat het er ook altijd moet zijn.

Hoe dan ook, al deze gedachten gingen door mij heen toen ik Het tegengif voor triggers zijn glimmers, momenten dat je je kalm, blij en veilig voelt van Harriët Duurvoort las. Harriët Duurvoort studeerde rechten en is journalist en columnist bij de Volkskrant. 

Harriët schrijft over triggers, "de salvo’s die spanning, angst en machteloosheid veroorzaken, zoals voortdurend negatief nieuws dat je moet verwerken". Dat nieuws gaat over "de onvoorspelbare, beangstigende tijd" waarin we leven. Dat wordt niet verder toegelicht, het is maar een korte column, maar slaat natuurlijk op het gevaar van al die foute leiders en het nieuws daarover dat we dagelijks moeten zien te verwerken. Sociaalwetenschappelijk verwoord gaat het over de onophoudelijke confrontatie met de overheersende, onderdrukkende, autoritaire kant van statuscompetitiegedrag en over de sociale onveiligheid die we daardoor ervaren (spanning, angst, machteloosheid). 

En het gaat over hoe we daarop reageren. Harriët merkt op:

Te vaak sijpelt agitatie door in ons gedrag. Gesprekken worden vaker wedstrijden in wie het laatste woord heeft. De kunst van het luisteren naar de ander raakt verloren. Geen wonder dat we ons vaak zo overweldigd voelen, zo eenzaam, zo voortdurend gespannen. En sneller opbranden.

Anders gezegd, het waarnemen van statuscompetitiegedrag triggert sociale onveiligheidsgevoelens, waardoor ons eigen statuscompetitiegedrag geactiveerd wordt. We gaan er, grotendeels onbewust, vanuit dat we ons voortdurend moeten verdedigen. Met stress en eenzaamheid als gevolg.

Maar er is de tegenkracht van het gemeenschapspatroon, dat in ons huist, maar niet tot activering komt. Tenzij we tegen uitingen ervan aanlopen. En in staat zijn om daar nog oog voor te hebben. Harriët noemt die uitingen glimmers. Een glimmer die zij ervoer, was het meedoen aan de straatiftar, het gezamenlijk eten in de Rotterdamse volksbuurt waar zij woont:

Ondanks alle verschillen hebben mensen in volksbuurten zoals waar ik woon gelukkig ook vaak de neiging verbinding te zoeken. Dat versterkt het gevoel van saamhorigheid en voorkomt dat mensen in een sociaal isolement terecht komen. Dat ze zich gewaardeerd en gekend voelen. We willen allemaal hetzelfde: een wijk die veilig is en die als een thuis voelt. Een hechtere, vriendelijkere gemeenschap.

Het in aanraking komen met gemeenschapsgedrag van anderen maakt dat we ons veilig voelen en het activeert ons eigen gemeenschapsgedrag. Een tegenkracht die we erg nodig hebben in een tijd waarin al die foute leiders onze aandacht vragen en proberen ons deelgenoot te maken van hun wereldbeeld van vijandschap. 

En zo zien we vrijwel alle elementen van die sociaalwetenschappelijke blik terugkeren in zomaar een column. Inclusief het inzicht van de sociale superioriteit van de glimmers en de sociale inferioriteit van de triggers.

woensdag 19 maart 2025

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 29 - We naderen in de Verenigde Staten nu de fase waarin duidelijk wordt of de democratie bestand is tegen de foute leider Donald Trump en zijn helpers.

We naderen in de Verenigde Staten nu de fase waarin duidelijk wordt of de democratie bestand is tegen de foute leider Donald Trump en zijn helpers. Meteen nadat Trump aantrad begon hij met het uitvaardigen van decreten waarmee hij de bevoegdheden van de wetgevende macht, de volksvertegenwoordiging, negeerde. Deels ook door het aan het werk zetten van Elon Musk, die hele overheidsdiensten ophief of kortwiekte, terwijl hij daartoe in het geheel niet bevoegd is. 

Of Trump dat deed omdat hij twijfelde of er wel genoeg Republikeinse afgevaardigden en senatoren mee akkoord zouden gaan als hij de legale weg zou bewandelen, of dat het gewoon voortkwam uit zijn autoritaire inborst van de zucht naar alleenheerschappij, weten we niet. Ik vermoed het laatste. Het is dezelfde inborst die huist in "onze" Geert Wilders (nepparlement) en Marjolein Faber (Ik bén het beleid) en die verklaart waarom ze zo graag via noodwetgeving zouden willen regeren. Hoe dan ook, het geeft die Republikeinse volksvertegenwoordigers die mogelijk bedenkingen hebben, tot nu toe de ruimte om de andere kant op te kijken. 

Maar zo blijft het niet. Want al die besluiten waar Trump als uitvoerende macht niet toe bevoegd is, zijn aan rechters voorgelegd, die in vrijwel alle gevallen hebben geoordeeld, en nog van dag tot dag oordelen, dat ze onwettig zijn en dat ze, indien al uitgevoerd, moeten worden teruggedraaid. 

De acute vraag is nu of de regering-Trump zich bij die rechterlijke oordelen zal neerleggen. In een geval is al duidelijk dat ze dat niet gedaan hebben. Het gaat om de deportatie van enkele honderden Venezolaanse en El Salvadoraanse migranten naar een beruchte gevangenis van de Salvadoraanse foute leider Nayib Bukele, die in ruil van de regering-Trump een bedrag aan geld ontving. Die migranten werden ervan beschuldigd leden van een criminele gang te zijn. Maar of dat inderdaad zo was, werd niet aan een rechter ter beoordeling voorgelegd. En ook als dat wel was gedaan en de rechter had de migranten schuldig bevonden, dan zal hij hen niet legaal als sanctie naar een buitenlandse gevangenis hebben gestuurd.

Maar Trump en zijn helpers leven in de wereld van vijandschap van het statuscompetitiepatroon en zijn dus geobsedeerd door het idee van aanpakken, vernederen, verwijderen en deporteren van vijanden. Die immigranten werden om vaak onduidelijke reden opgepakt, soms omdat ze een bepaalde tatoeage hadden, en op vliegtuigen richting El Salvador gezet. Van een aantal van hen is inmiddels duidelijk dat ze niets met een criminele gang te maken hebben. Familieleden maken zich grote zorgen.

Maar toen bracht de American Civil Liberties Union de kwestie voor de rechter. En nog dezelfde dag oordeelde die dat de regering de deportaties moest stopzetten en dat vliegtuigen die al onderweg waren, dienden terug te keren: 

“Any plane containing these folks that is going to take off or is in the air needs to be returned to the United States. … This is something you need to make sure is complied with immediately.”

(Ik volg hier Is the constitutional crisis here? en We’ve Officially Entered the Next Phase of Trump’s Dictatorship Era en "Oopsie" - the word that means the United States has now tipped into a constitutional crisis en Deportations: It's not where it starts, it's where it ends.)

De regering-Trump was tijdig op de hoogte van dat oordeel, maar ging door met die deportaties. Het Witte Huis liet enerzijds weten dat het oordeel te laat kwam, wat niet zo was, en anderzijds dat de vliegtuigen zich toen al boven internationale wateren bevonden en dat dus het rechterlijk oordeel niet geldig was, wat ook niet zo was. Ook werd betoogd dat de actie legaal zou zijn op grond van een 227 jaar oude wet, wat ook niet zo was, want die wet is alleen geldig onder oorlogsomstandigheden. 

De rechter droeg (de advocaat van) de regering-Trump op om op een hoorzitting te verschijnen en daar zijn vragen over de gang van zaken te beantwoorden. Om formeel  te kunnen vaststellen of de regering inderdaad zijn orders niet had opgevolgd en zich dus schuldig had gemaakt aan minachting van de rechtbank. Het hoger beroep waarin de advocaat vroeg om die hoorzitting uit te stellen, werd afgewezen. Die hoorzitting is nu geweest en werd afgesloten met de opdracht van de rechter aan de regering om uiterlijk vandaag om 12 uur een aantal vragen te beantwoorden met de bedoeling om op grond van de antwoorden te kunnen vaststellen of de regering zich schuldig maakt aan minachting van de rechtbank. We wachten af.

Intussen liet de president van de Verenigde Staten weten hoe hij denkt over die rechter. Heather Cox-Richardson haalt hem aan in haar nieuwsbrief. Trump noemt de rechter een

Radical Left Lunatic of a Judge, a troublemaker and agitator who was sadly appointed by Barack Hussein Obama, was not elected President—He didn’t WIN the popular VOTE (by a lot!), he didn’t WIN ALL SEVEN SWING STATES, he didn’t WIN 2,750 to 525 Counties, HE DIDN’T WIN ANYTHING! I WON FOR MANY REASONS, IN AN OVERWHELMING MANDATE, BUT FIGHTING ILLEGAL IMMIGRATION MAY HAVE BEEN THE NUMBER ONE REASON FOR THIS HISTORIC VICTORY. I’m just doing what the VOTERS wanted me to do. This judge, like many of the Crooked Judges’ I am forced to appear before, should be IMPEACHED!!! 

Daartegen kwam Opperrechter John Roberts in het geweer. Hij gaf een verklaring uit, waarin hij duidelijk maakte dat de overheid een rechterlijke veroordeling  dient aan te vechten door middel van een hoger beroep en niet door te proberen de rechter af te zetten. (Afzetten van een rechter kan alleen bij ernstige persoonlijke misdragingen.)

Het was wel opmerkelijk dat Roberts die stap zette. Hij was eerder de auteur van het meerderheidsoordeel van het Hooggerechtshof dat een president in de uitoefening van zijn functie immuun kan zijn tegen strafrechtelijke vervolging. Tegen de gehele geschiedenis in va de Amerikaanse wetgeving zou de president boven de wet kunnen staan. 

Dat was een oordeel waar Trump in de strafzaken die tegen hem liepen, geweldig van geprofiteerd had, omdat het tot verder uitstel leidde. Er valt veel voor te zeggen dat het hem uit de gevangenis heeft gehouden. Nadat Trump eerder dit jaar zijn State of the Nation - toespraak had gehouden, bedankte hij bij het verlaten van de zaal opzichtig Roberts en de andere rechts-extremistische leden van het Hooggerechtshof, waarbij Roberts zich zichtbaar ongemakkelijk voelde. Het was een bedankje zoals dat in maffiakringen voorkomt. 

“Thank you again. Thank you again. Won’t forget,” Trump told Roberts in a viral moment caught on camera, as he shook the chief justice's hand and patted him on the shoulder. 

Je vraagt je af wat die Roberts heeft bewogen tot dat immuniteitsoordeel. Het naïeve onvermogen tot het herkennen van het fenomeen van de foute leider? En er dan te laat achter komen waarmee je te maken hebt. Dat verwacht je toch niet van de persoon van de Amerikaanse Opperrechter.

We zullen in de komende dagen, weken, maanden zien hoe deze strijd tussen de foute leider Donald Trump en zijn helpers en de voorstanders van de democratie zich verder voltrekt. Sociaalwetenschappelijk gezien uiterst spannende tijden. Zal het gemeenschapspatroon van het iedereen-telt-mee bij de Amerikanen sterk genoeg geactiveerd worden om het statuscompetitiepatroon van het ieder-voor-zich de kop in te drukken?

zaterdag 15 maart 2025

Een lange weg naar een sociaalwetenschappelijk zicht op mensen en samenleving -1- Waarom moest het zo lang duren?

Toen ik dit blog in 2011 begon, wist ik nog niet goed welke kant het zou opgaan. Het begon ermee dat ik voortborduurde op de twee vakken die ik voor de Groninger sociologie-opleiding gaf, het algemeen verplichte Bachelorvak Sociale Welvaart en het eveneens algemeen verplichte Mastervak Prosociaal Gedrag. Ik had jaren eerder een initiërende rol gespeeld in het ontwikkelen van een studieprogramma waarvan die twee vakken een centraal onderdeel uitmaakten. 

Dat dat nieuwe studieprogramma er kwam, had er mee te maken dat de wetenschappelijke staf, althans een groot deel daarvan, vraagtekens had bij hoe het vak sociologie zich had ontwikkeld en dus ook bij wat je studenten zou moeten bijbrengen. Als probleem zagen we dat sociologie bovenal een onderzoeksvak was, dat zich beperkte tot het produceren van onderzoeksuitslagen. Dat het vak ook een verbeterfunctie zou kunnen, of zelfs moeten, hebben, daar werd niet over nagedacht. Terwijl bijvoorbeeld het vak economie een grote rol speelde in het voeden van de politiek, en de publieke opinie, in het denken over hoe de maatschappij het beste kan worden ingericht, stelde het vak sociologie, als wetenschappelijke discipline, daar weinig tegenover. Economen beheersten het nieuws met pleidooien voor "economische hervormingen". Dat daartegenover ook een sociale wetenschap zou moeten bestaan die, als wetenschap, "sociale hervormingen" bepleit, dat was niet een inzicht dat in het vak sociologie leefde.

Daarover bestond dus onvrede in de staf van de Groninger sociologie-opleiding. Dat resulteerde in de poging een studieprogramma op te zetten dat niet alleen tot onderzoeksfuncties opleidde, maar ook tot beleidsfuncties. Dus tot functies waarin op theoretische en empirische grondslagen wordt nagedacht over mogelijkheden om maatschappij en samenleving beter af te stemmen op de behoeften van mensen, op wat mensen willen en kunnen. Terwijl tot dan in het sociologische spraakgebruik de term Beleidssociologie stond voor "sociologie van het beleid", moest er een sociologie en een sociologie-opleiding komen voor het beleid. Sociologie als leverancier van theoretisch en empirisch gefundeerde bijdragen aan maatschappijverbetering.

Dat was in de geschiedenis van de sociologie en van de sociologie-opleidingen een nieuwe ontwikkeling. Er was dus niet een reservoir van inzichten waar we zo'n studieprogramma op konden baseren. Maar we hadden natuurlijk wel ideeën over hoe een betere maatschappij er uit zou moeten zien. Het zou een maatschappij moeten zijn met een hoge mate van menselijk welbevinden. Waarin mensen zich veilig voelen. En mensen voelen zich veiliger hoe meer ze omringd worden door anderen die ze kunnen vertrouwen en met wie ze kunnen samenwerken in plaats van dat ze elkaar tegenwerken. En we hadden natuurlijk wel ideeën over de sociale en maatschappelijke voorwaarden waaronder dat menselijk welbevinden hoger is en waaronder mensen eerder elkaar vertrouwen en met elkaar samenwerken. Want er was al wel veel onderzoek, binnen, maar vooral ook buiten de sociologie, dat inzichten in die voorwaarden verschafte.

Zo kwamen we tot die twee vakken Sociale Welvaart en Prosociaal Gedrag. Het eerste ging over de voorwaarden voor menselijk welbevinden. En het tweede over de voorwaarden voor prosociaal gedrag (jargon voor de bereidheid anderen bij te staan en met anderen samen te werken) en de bijdragen van dat gedrag aan het menselijk welbevinden. Aangevuld met inzichten in hoe in een democratie die voorwaarden door middel van politiek en beleid kunnen worden bevorderd, heb je dan een sociologie voor politiek en beleid die je aan sociologiestudenten kunt doceren. Uiteraard zijn al die inzichten altijd voor verbetering vatbaar, maar dat betekent niet meer dan dat het onderwijs altijd gebaseerd dient te zijn op de inzichten die nieuw onderzoek verschaffen.

Voordat ik met pensioen ging, in 2008, gaf ik dus die twee vakken. En omdat daar geen opvolger voor was, bleef ik daarna het vak Prosociaal Gedrag nog twee jaar verzorgen. Toen werd er voor mijn afscheid een minisymposium georganiseerd, waar ik in mijn bijdrage terugkeek op mijn studie sociologie en mijn loopbaan bij de Groninger sociologie (Om mens en menselijkheid - Over sociologie).

Een jaar later begon ik dus met dit blog. En ik besloot om dat als titel Toegepaste Sociale Wetenschap mee te geven. Daar had ik niet heel diep over nagedacht, maar wel met de behoefte om afstand te nemen tot waar dat vak sociologie voor stond en van wat in dat vak gebruikelijk was. Ik was gepensioneerd en dus niet langer werkzaam in een institutioneel verband en voelde dat ik van de daardoor grotere vrijheid maximaal gebruik moest maken. Dus werd het in plaats van Toegepaste Sociologie het algemenere Toegepaste Sociale Wetenschap. 

Ik merkte, zeker achteraf gezien, dat ik moest leren om die vrijheid te gebruiken. Maar gaandeweg lukte dat beter. En ik ontwikkelde wat ik een sociaalwetenschappelijk zicht ging noemen. Een manier van kijken naar mensen en hun samenleving, die naar mijn beste inzicht nieuw was. Waarin de innerlijk tegenstrijdige menselijke sociale natuur, waarin het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon en het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon om de voorrang strijden, een venster opent op wat er zich in het menselijk verkeer en in de maatschappij afspeelt. En een manier van kijken die uitzicht biedt op de voorwaarden waaronder een sociaal superieure maatschappelijke toestand, het gemeenschapsevenwicht, kan bestaan en kan worden bevorderd. En dus op de voorwaarden waaronder een sociaal inferieure maatschappelijke toestand, het statuscompetitie-evenwicht, ontstaat en kan worden voorkomen.

Ik begon reeksen berichten te schrijven die vaak een  titel hadden die begon met "Een sociaalwetenschappelijk zicht op ....". Die gingen over uiteenlopende onderwerpen als de rol van de democratie in de mensheidsgeschiedenis, het vuurwerkverbod, de sociale onveiligheid achter de schermen van een talkshow, hoe Nederlanders reageerden op de Duitse bezetting, de morele luchtledigheid van het vak economie en het fenomeen van de foute leider. Die allemaal lieten zien hoe dat sociaalwetenschappelijke zicht het mogelijk maakte om een veelheid van onderwerpen te analyseren en te verduidelijken.

En natuurlijk begon ik me op gaandeweg af te vragen hoe het had kunnen gebeuren dat ik dat sociaalwetenschappelijke zicht pas ontwikkelde toen ik de institutioneel-academische sociologie-beoefening al jaren geleden achter me had gelaten. Kennelijk had ik een lange weg afgelegd nadat ik in 1965 sociologie was gaan studeren en in 1971 mijn academische loopbaan begonnen was. Noch tijdens mijn studie, noch tijdens die loopbaan, had ik dat sociaalwetenschappelijke zicht ontwikkeld. Oké, in de laatste jaren van die loopbaan begon er iets tot me door te dringen.

Waarom moest dat kennelijk zo lang duren? En wat speelde zich allemaal af tijdens het bewandelen van die weg? Welke omwegen en welke doodlopende afslagen had ik ingeslagen?

Op die vragen probeer ik in de volgende berichten antwoorden te vinden. Dit wordt dus een soort particuliere ideeëngeschiedenis. Maar ik weet nu al dat er niet alleen voor mijzelf, maar ook voor heel veel anderen, lessen uit zullen kunnen worden getrokken. 

In het volgende bericht gaan we terug naar 1965, toen ik sociologie ging studeren. En terug naar wat daaraan voorafging. Hier het vervolg.

vrijdag 7 maart 2025

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 28 - De impopulariteit van de foute leider en zijn helpers

Een foute leider heeft niets op met het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon en van de democratie. Zijn gedrag staat geheel in het teken van het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon. Hoe slaagt hij (of zij) er dan soms toch in om in een (nog) functionerende democratie, dus middels verkiezingen, aan de macht te komen? 

In ieder geval altijd door de kiezers een rad voor ogen te draaien, dus door zijn ware bedoelingen zoveel mogelijk te verbergen. Hij presenteert zich als de redder in nood, als de leider met zulke bijzondere gaven dat hij als enige de problemen die de kiezers ervaren, kan oplossen. Zijn verkiezingscampagne is er altijd een van desinformatie, van leugens die als ze maar groot genoeg zijn en vaak genoeg herhaald worden, voor waarheden worden aangezien. Zie aflevering 17 (Vijanden aanwijzen die er niet zijn. De weg van de desinformatie) en 18 (Desinformatie en het Grote Geld). Daarbij wordt hij sterk geholpen als die kiezers inderdaad in nood verkeren, dus als de zittende politici een neoliberaal economisch beleid hebben gevoerd dat de bestaansonzekerheid onder de bevolking heeft vergroot. Denk aan Waardoor werd de PVV zo groot?

Maar daarnaast kan de foute leider ook altijd rekenen op steun van anderen die evenmin iets op hebben met de democratie. Die net als de foute leider handelen vanuit de overtuiging dat zij beter af zullen zijn in een toestand van het ieder-voor-zich, omdat ze verwachten in de statuscompetitie succesvol te zullen zijn. Ze zijn op de een of andere manier in een wereldbeeld van gevaar en vijandigheid verzeild geraakt, zien dus de statuscompetitie als onvermijdelijk en "natuurlijk" en schatten hun eigen vermogens zo in dat ze in de strijd van het ieder-voor-zich posities aan de top kunnen bereiken, waarin ze op anderen kunnen neerkijken en anderen kunnen overheersen. 

Net zo als de foute leider zien ze dit als de enige weg naar de sociale veiligheid die voor hen open ligt. Het sociaalwetenschappelijke inzicht dat het iedereen-telt-mee van de gemeenschapstoestand naar sociale veiligheid en dus welzijn voor iedereen beter zou zijn, ook voor henzelf, is hen volledig vreemd. Dat heeft te maken met hun eigen geschiedenis, want ze zijn opgegroeid in een sociaal onveilige wereld. En het heeft er mee te maken dat de sociale wetenschap tot nu toe veel te weinig de taak op zich heeft genomen om dat inzicht uit te dragen en te verspreiden.

In het geval van de foute leider Donald Trump wijst Quinn Slobodian drie politieke groepen (strains of politics) aan die zich bij Trump hebben aangesloten en hem ondersteunen: Speed up the breakdown. Het gaat om drie groepen die niet eerder zo dicht bij de macht zijn geweest:

Those projects come from different but related places: the Wall Street–Silicon Valley nexus of distressed debt and startup culture; anti–New Deal conservative think tanks; and the extremely online world of anarchocapitalism and right-wing accelerationism. Within the new administration, each strain is striving to realize its desired outcome. The first wants a sleek state that narrowly seeks to maximize returns on investment; the second a shackled state unable to promote social justice; and the third, most dramatically, a shattered state that cedes governing authority to competing projects of decentralized private rule.

Die eerste groep is afkomstig uit de Wall-Street - Silicon Valley cultuur van rightsizing en opkopers van noodlijdende schulden. Het is de cultuur van rijk worden door slechte schulden op te kopen, de noodlijdende ondernemingen op te knippen en de nog waardevolle onderdelen, inclusief het onroerend goed en de intellectuele eigendommen, zo snel mogelijk te verkopen en de rest op minimale capaciteit, door massaontslagen, voort te zetten. Elon Musk deed zoiets met Twitter, overigens niet omdat dat een noodlijdend project was, maar omdat hij er andere bedoelingen mee had. De achterliggende gedachte lijkt te zijn dat een ongebreideld streven naar winst en efficiëntie nodig is en dus goed is om te voorkomen dat ondernemingen middelen verspillen. Daar voor zijn opkopers (aasgieren) nodig. 

In die cultuur groeien jonge, geradicaliseerde "management consultants" op en die vinden we terug in de kringen rond Elon Musk. Ze zijn tewerkgesteld in Musks zogenaamde Department of Government Efficiency (DOGE), dat van Donald Trump de opdracht heeft gekregen om de Amerikaanse overheid van alle verspilling en efficiëntie te ontdoen. Want in het wereldbeeld van deze cultuur is de overheid per definitie te groot en verspillend. Vrijwel alles kan beter aan de markt en aan de aasgieren van de markt worden overgelaten. Vrijwel alle overheidsbemoeienis is slecht. De sociale zekerheid trekt alleen maar profiteurs aan. Publieke dienstverlening, onderwijs, wetenschap, gezondheidszorg, infrastructuur, zal alleen efficiënt zijn indien volledig geprivatiseerd. Gesymboliseerd door de kettingzaag in handen van Javier Miley in Argentinië en van Elon Musk in de Verenigde Staten. 

De juridische status van DOGE is overigens uiterst dubieus, sterker, die status is er niet. De overheidsdiensten die worden "doorgelicht" zijn ingesteld door de volksvertegenwoordiging, door de wetgevende macht. Daar proberen Trump en Musk aan voorbij te gaan. Trump wil nog binnen de bestaande scheiding der machten al als alleenheerser te opereren. Vermoedelijk niet als een uitgekiende strategie, maar omdat dat nu eenmaal voortvloeit uit zijn statuscompetitieve drijfveren. Hij verdraagt geen beperkingen. Musk en zijn jonge helpers hebben geen idee wat een overheid eigenlijk inhoudt en gaan te werk alsof het om een noodlijdende onderneming zou gaan. Ze ontslaan in het wilde weg ambtenaren, waarvan ze daarna pas gaan inzien dat die wezenlijke taken vervulden. En moeten hen vervolgens vragen om terug te keren, maar dat lukt in veel gevallen niet, doordat al hun gegevens, zoals hun e-mailadressen, al zijn vernietigd. 

De nog bestaande scheiding der machten zorgt er nu voor dat rechters en zelfs het Hooggerechtshof opdracht geven om door DOGE genomen besluiten terug te draaien. En er ontstaat onrust onder Republikeinse Senatoren en Afgevaardigden, die de confrontatie met hun kiezers vrezen, want ook de Trump-stemmers zijn sterk afhankelijk van allerlei overheidsvoorzieningen. Juist in rode staten, waar Trump gewonnen heeft, zijn veel kiezers afhankelijk van de sociale zekerheid, zoals Medicare en Medicaid. Lees voor de laatste ontwikkelingen de nieuwsbrief van Heather Cox-Richardson van gisteren en More reasons for modest optimism van Robert Reich.

In deze aasgierencultuur bestaat uiteraard alleen het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon. De twintigers die door Trump en Musk zijn aangesteld, leven al lang in een bubbel waarin het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon onbekend is. Er heerst de morele luchtledigheid die we al kennen van het vak economie. Waarom er een democratische overheid bestaat en hoe die is ingericht, daar hebben Trump en Musk en hun helpers geen benul van.

De tweede groep bestaat uit de mensen en instellingen achter Project 2025, het programma voor Trumps tweede termijn, waarin allerlei rechtse en christelijke denktanks zich hebben verenigd. In hun ogen is de overheid een Deep State, een linkse en marxistische samenzwering van onproductieven, die alleen maar willen profiteren van de inspanningen van anderen. De democratische overheid is in hu ogen niet de oplossing, maar het probleem. De maatschappij hoort de 'natuurlijke" vorm aan te nemen van een statushiërarchie waarin de christelijke witte mannen het voor het zeggen hebben en waarin vrouwen en minderheden een ondergeschikte positie horen in te nemen. Waarin dus geen plaats is voor diversiteitsbeleid. Waarin alleen plaats is voor heteroseksuele mannen en vrouwen.Waarin medische zorg voor transgenders taboe is.

De derde groep tenslotte staat bekend onder de naam right-wing accelerationism. Het gaat om een ongeregelde groep "denkers", die uitdragen dat de democratische overheid zoveel kwaad vertegenwoordigd dat hij in zijn geheel zou moeten vernietigd, tot de grond zou moeten worden afgebroken. Als het nodig is met geweld. Daardoor zou er ruimte ontstaan voor een lappendeken van, ik citeer maar even:

private entities, ideally governed by what one might call technomonarchies. Existing autocratic polities like Dubai serve as rough prototypes for how nations could be dismantled into “a global spiderweb of tens, even hundreds, of thousands of sovereign and independent mini-countries, each governed by its own joint-stock corporation without regard to the residents’ opinions.” These would be decentralized archipelagoes: fortified nodes in a circuitry still linked by finance, trade, and communication. Think of the year 1000 in Middle Europe but with vertical take-off and landing taxis and Starlink internet.

Ook hier ontbreekt het iedereen-telt-mee volledig ("without regard to the residents' opinions"). Een fantasiewereld van ongebreidelde particuliere machtsuitoefening, sociaalwetenschappelijk gezien een wereld van uitsluitend statuscompetitieve drijfveren. 

Wat zien we als we hier sociaalwetenschappelijk naar kijken? We zien een episode van de mensheidsgeschiedenis waarin het conflict tussen het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon en het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon manifest wordt. Er is een foute leider die de democratie waarin hij zich bevindt, op zijn weg vindt. Op zijn weg naar de alleenheerschappij, waar zonder hij denkt niet te kunnen leven. Hij heeft er een besef van dat hij dat doel niet langs reguliere democratische weg zal kunnen bereiken. Een besef dus dat wat hij nastreeft bij de grote meerderheid van de bevolking niet op instemming kan rekenen. En dat hij de kiezers dus een rad voor ogen moet draaien. Dat is natuurlijk voor hem geen probleem, want list en bedrog behoren tot zijn natuurlijke statuscompetitieve gedrag. Als hij via die weg zijn doel bereikt heeft, zal hij als volgende stap proberen de democratie af te schaffen.

Die foute leider oefent grote aantrekkingskracht uit op anderen bij wie datzelfde statuscompetitiepatroon zo sterk geactiveerd is dat ze het iedereen-telt-mee van de democratie als een bedreiging zien. Ze fantaseren over een wereld van ieder-voor-zich, waarin zij de macht kunnen uitoefenen. Als er een foute leider opstaat die met list en bedrog aan de macht lijkt te kunnen komen, dan zien ze kansen door zich bij hem aan te sluiten en hem te ondersteunen. 

Wat blijft is dat de foute leider en zijn helpers altijd in een minderheidspositie verkeren. Over het algemeen is onder het grootste deel van de bevolking het gemeenschapspatroon meer geactiveerd dan het statuscompetitiepatroon. Een indicator daarvoor is het vertrouwen dat mensen in elkaar hebben. Dat varieert tussen landen. In Nederland is er een meerderheid van ongeveer 60 tot 70 procent die aangeeft dat de meeste mensen zijn te vertrouwen. Zie Hoe staat het er aan het eind van 2024 sociaalwetenschappelijk gezien voor in Nederland? Ik zocht het even op voor de Verenigde Staten en zie dat dat percentage daar tin 1972 nog tegen de 50 procent lag, maar in 2018 gedaald was tot ruim 30 procent. 

Dat laatste geeft natuurlijk te denken. Niettemin blijkt uit opiniepeilingen dat de eerste beleidsdaden van Trump onder de Amerikaanse bevolking niet populair zijn. Zie Many of Trump’s early actions are unpopular, Post-Ipsos poll finds. Aannemende dat Trump zal voortgaan op de ingeslagen weg, omdat hij nu eenmaal niet anders kan, zal die impopulariteit en daarmee het verzet tegen zijn bewind nog wel verder toenemen. Op een of andere manier, in ieder geval bij de volgende verkiezingen in 2026, zal dat enig effect hebben. Anders gezegd, de foute leider loopt altijd vroeg of laat tegen zijn nederlaag aan. 

De vraag is natuurlijk wel hoeveel kwaad hij in de tussentijd kan aanrichten.

dinsdag 25 februari 2025

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 27 - In Duitsland waren de voorwaarden voor een ruk naar rechts aanwezig

Foute leiders zijn uitsluitend gedreven door de motieven van het statuscompetitiepatroon van het ieder-voor-zich en van het willen bereiken van de top van de statushiërarchie, dus van de alleenheerschappij. De menselijke sociale natuur zit nu eenmaal zo in elkaar dat dat statuscompetitiepatroon er deel van uitmaakt, naast en tegenover het gemeenschapspatroon, maar alleen onder speciale omstandigheden geactiveerd wordt. Bovendien verschillen mensen in het gemak waarmee die activering plaatsvindt. Bij de een wordt het statuscompetitiepatroon bij het minste of geringste getriggerd, bij de ander is daar veel meer voor nodig.

Die verschillen zijn deels overerfelijk, maar liggen er ook aan hoeveel sociale onveiligheid mensen ervaren en in het verleden hebben ervaren. Als mensen zijn opgegroeid in een statuscompetitieve sociale omgeving, dus veel met statuscompetitiegedrag in aanraking zijn geweest, dan hebben ze een wereldbeeld ontwikkeld waarin het ieder-voor-zich de boventoon voert, dus een wereldbeeld van sociale onveiligheid. Dat is een wereld waarin het statuscompetitiepatroon actief is. Met voor de een als uitkomst dat de strijd om status wordt aangegaan, geprobeerd wordt om anderen af te troeven en zo hoog mogelijk in de statushiërarchie terecht te komen. En voor de ander de uitkomst van het zich erbij neerleggen dat die strijd verloren is en van het proberen om de schade van die nederlaag zoveel mogelijk te beperken. Waarbij die twee uitkomsten ook achtereenvolgens bij een en dezelfde persoon kunnen optreden: eerst de strijd aangaan en die vervolgens opgeven en zich terugtrekken. Die statuscompetitie heeft altijd de neiging om zich te stabiliseren in een statushiërarchie van overheersers en onderdrukten.

De mate van ervaren sociale onveiligheid is cruciaal voor wat volgt. Als mensen veel sociale veiligheid ervaren, dan is er geen aanleiding voor statuscompetitiegedrag en zal integendeel gemeenschapsgedrag, waarin iedereen meetelt, de boventoon voeren. Als er verder niets verandert, wat nooit het geval is, dan heerst het gemeenschapsevenwicht. Maar een toestand van sociale onveiligheid creëert daarentegen, ook weer als er verder niets verandert, de toestand van het statuscompetitie-evenwicht, waarin dus die statuscompetitie in een stabiele statushiërarchie is neergeslagen.

Oké, dat is de sociaalwetenschappelijke blik waarmee we het actuele fenomeen van de foute leiders kunnen duiden. Foute leiders hebben een wereldbeeld van de sociale onveiligheid van het ieder-voor-zich, waarin er voor hen slechts één weg bestaat naar de eigen veiligheid, de weg naar de alleenheerschappij en het onderdrukken en vernietigen van al hun vijanden. In de politieke actualiteit behoren immigranten altijd tot die vijanden. Naast natuurlijk de politieke tegenstanders. Denk aan Trump, die nu hij opnieuw aan de macht is, probeert om het justitiële en het militaire apparaat en de rechterlijke macht aan hem ondergeschikt te maken, zodat hij in de positie komt te verkeren dat hij iedereen die hem ooit heeft tegengewerkt uit kan schakelen. Dat is zoals Robert Reich hier uitlegt de kern van wat de foute leider ambieert, de alleenheerschappij en dus het geweldsmonopolie: What Trump is really trying to do.

Maar het begint meestal met het aanwijzen van die immigranten als de vijand. Want foute leiders moeten in een democratie eerst de weg bewandelen van het behalen van successen in verkiezingen. Zoals we nu wel weten, is een belangrijke voorwaarde voor die successen dat er onder de bevolking een duidelijke toename is geweest van gevoelens van bestaansonzekerheid. Zie De neoliberaal gemotiveerde toename van bestaansonzekerheid, de niet in goede banen geleide globalisering, groeiende ongelijkheid en de opkomst van het rechts-extremisme en Waardoor werd de PVV zo groot?

Die toestand van toegenomen bestaansonzekerheid is het ideale werkterrein van foute leiders. Onder de kiezers ligt een reservoir van sociale onveiligheidsgevoelens gereed om te worden aangeboord. Een reservoir van ontvankelijkheid voor de rechts-extremistische boodschap dat inderdaad de wereld onveilig is, dat er vijanden bestaan die moeten worden bestreden, ja, het land uit moeten en dat er maar één iemand is die daarvoor kan zorgen, de redder in nood, de rechts-extremistische voorman.

Of voorvrouw. En dan hebben we het over de verkiezingsuitslag in Duitsland, waar de aanhang van de rechts-extremistische AfD, onder leiding van Alice Weidel, verdubbelde. De andere partijen hebben tegen de AfD een Brandmauer opgericht, een belofte dus om er niet mee samen te werken. Anders dus dan in ons land, waar de rechts-extremisten van de foute leider Geert Wilders deel uitmaken van de regering. 

Sociaalwetenschappelijk gezien viel dat succes van de AfD, evenals de geografische spreiding ervan, te verwachten. In de Duitse politiek is de zogenaamde Schuldenbremse een algemeen geaccepteerd standpunt, dat zelfs in de Grondwet is vastgelegd. Dat schuldenplafond is er op gericht om het begrotingstekort zo klein mogelijk te houden, Het komt voort uit de Duitse variant van het neoliberale denken, waarin de markt de bron van welvaart is en waarin dus de overheid zoveel mogelijk terug moet treden. Een anti-overheidsideologie, die door de grote meerderheid van de economen ten sterkste wordt ontraden. Op dit blog heb ik er achter het label bezuinigingszeepbel vaak aandacht aan besteed. 

Dat de Duitsers dat plafond zelfs in de Grondwet hebben opgenomen, heeft ertoe geleid dat er nu al jarenlang veel te weinig is geïnvesteerd in de infrastructuur, in het openbaar vervoer, in woningbouw, in de gezondheidszorg en in het onderwijs, kortom in de publieke voorzieningen waarvan we weten dat die voor het welzijn van de bevolking, zeker voor de minderbedeelden, zo van groot belang zijn. Er is een oproep van meer dan vijftig vooraanstaande economen aan de Duitse politiek om dat schuldenplafond los te laten. Duitsland heeft een groot publieke investeringsoffensief hoognodig. Zie Gute Argumente für eine Reform der Schuldenbremse. Als ik het goed gevolgd heb, is die boodschap nu toch tot de Duitse politiek doorgedrongen. Maar in de verkiezingsdebatten heeft hij geen enkele rol gespeeld. Terwijl dat investeringstekort vele malen belangrijker is dan het immigratieprobleem, waar het wel vooral over ging.

Dat grote tekort een overheidsinvesteringen en -uitgaven heeft ongetwijfeld wel een rol gespeeld in de verkiezingsuitslag. De verdubbeling van de AfD kan er zeker voor een deel door worden verklaard. 

Dan over die geografische spreiding. Want de AfD was in het hele land succesvol, maar toch vooral in de deelstaten van het het gebied van de voormalige DDR. In de Volkskrant van vandaag zie je een kaart die laat zien dat de deelstaten waarin de AfD de grootste partij is geworden op één na allemaal in het voormalige DDR-gebied liggen. En dat valt er gemakkelijk uit te verklaren dat Oost nog altijd economisch achter is gebleven bij West. De salarissen liggen er lager en er is hogere werkloosheid. De levensverwachting ligt er lager. Daar komt bij dat de sanering na de Duitse eenwording gepaard ging met massaontslagen en grote onzekerheid. Historicus Krijn Thijs van het Duitsland Instituut Amsterdam zegt daarover:

Dat is de voedingsbodem voor een desillusie over de beloftes van het Westen die je nu 35 jaar later pas écht gestold ziet in de verkiezingsuitslag.

Kortom, de voorwaarden voor een Rechtsrück in Duitsland en in het bijzonder in het Oosten waren duidelijk aanwezig. 

dinsdag 11 februari 2025

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 26 - De Verenigde Staten is op weg naar een stelsel van wetteloosheid

Nu de foute leider Donald Trump in de Verenigde Staten aan de macht is, krijgen we een stoomcursus in waar de democratische overheid voor bedoeld is en in wat er gebeurt als er figuren aan de macht zijn die niets met die bedoelingen op hebben. 

Met Trump zijn de anti-overheidsideologen, de techmiljardairs en de religieus-extremisten aan de macht gekomen. Daarmee zijn we in een nieuwe, angstaanjagende fase terechtgekomen van de wederwaardigheden van de democratie in de mensheidsgeschiedenis. Daar zullen in de toekomst nog veel geschiedenisboeken over worden vol geschreven. Nu gebeurt het onder onze ogen en proberen we daar zo goed mogelijk zicht op te krijgen en overzicht te behouden.

Waar dient die democratische overheid ook al weer voor? De democratie is de institutionele vormgeving van onze gemeenschapsintuïtie van het iedereen-telt-mee. Die intuïtie heeft een veelvoud van implicaties. Neem het algemeen kiesrecht en het uitgangspunt dat in een democratisch tot stand gekomen beleid geprobeerd wordt om met ieders belangen zo goed mogelijk rekening te houden. De democratie is een collectief antwoord op de menselijke behoefte aan veiligheid en daarmee op de gevaren van het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon. 

Welnu, wat zien we gebeuren nu de foute leider Donald Trump en de aan hem gelieerde antidemocraten die nu hun kans schoon zien het voor het zeggen hebben? Heel algemeen gezegd zien we wetteloosheid. Pogingen om de democratische instellingen af te schaffen, stuiten nu nog op de rechterlijke macht, Er is een reeks van rechtszaken gaande en er zijn rechterlijke besluiten die de door de regering-Trump genomen besluiten een halt toeroepen. Maar doordat de Republikeinen de meerderheid hebben in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden en zich voorlopig passief opstellen, lijkt het erop dat er binnenkort in de Verenigde Staten een einde komt aan de trias politica, de scheiding van de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Anders gezegd, wetteloosheid.

Dat kan aan allerlei door de Trump-regering genomen besluiten worden geconcretiseerd. Het is er maar een van de vele, maar neem nu het besluit om het Consumer Financial Protection Bureau (CFPB) de nek om te draaien. Paul Krugman staat daar vandaag bij stil: Springtime for Scammers. Financial predation now has friends in high places.  

Dat CFPB werd op initiatief van Senator Elizabeth Warren in het leven geroepen om consumenten te beschermen tegen, zeg maar roofdiergedrag, van financiële instellingen. De meest mensen hebben noch de tijd noch de kundigheid om zich in financiële producten te verdiepen. Daardoor ontstaat informatieasymmetrie tussen aanbieder en consument en dus de ruimte voor financiële instellingen om zich via dubieuze of ronduit frauduleuze praktijken te verrijken ten koste van de consument. Denk in ons land aan wat bekend is geworden als de woekerpolisaffaire

Het CFPB is gebleken een succesvolle financiële waakhond te zijn. Krugman roept in de herinnering terug dat het twee jaar geleden aan de financiële instelling Wells Fargo een boete oplegde van 3,7 miljard dollar voor het frauduleus benadelen van zijn klanten. In totaal slaagde het CFPB er in om gezinnen die door Wall Street waren bedrogen met 21 miljard dollar te compenseren. Kortom, een succesvolle waakhond in het kader van bescherming van de consument tegen roofdiergedrag. Als concretisering van het iedereen, ook de zwakkere en de minder goed geïnformeerde, telt mee en heeft er recht op om door de democratische overheid tegen roofdiergedrag te worden beschermd.

Maar de Trump-regering wil terug naar het ieder-voor-zich. Waarin de machtigen hun gang moeten kunnen gaan. Gewoon omdat ze nu eenmaal machtig zijn. Dus kregen alle medewerkers van het CFPB een bericht dat hun kantoor was gesloten en dat ze hun werkzaamheden dienden te beëindigen. 

Een brute en curieuze gang van zaken. Als de normale weg was bewandeld, dan was erbij de volksvertegenwoordiging een beargumenteerd wetsvoorstel ingediend om het CFPB op te heffen. Dat die weg niet is bewandeld, zou er op kunnen duiden dat de regering denkt dat er geen meerderheid voor bestaat. Dat dus niet alle Republikeinen het wetsvoorstel zouden steunen. Maar het zou ook kunnen zijn dat de Trump-regering de uitvoerende macht wil laten overheersen over de wetgevende macht. Dus de trias politica terzijde wil schuiven. 

Hoe dan ook, het is slechts een van de voorbeelden van de wens van  de foute leider en zijn volgelingen om het overheidsapparaat te ontmantelen. Om de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat van het iedereen-telt-mee, die begon in de negentiende eeuw, terug te draaien. Op weg naar een stelsel van wetteloosheid, waarin niet de zwakke wordt beschermd tegen de machtige, maar omgekeerd, de machtige tegenover de (opstand van) de zwakkeren.

(Lees nu ook Alles moet instorten. De staatsgreep van Trump en Musk van Casper Thomas in de Groene Amsterdammer.)

vrijdag 7 februari 2025

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 25 - Foute leiders, hun gedrag en religieus-extremisme

Ik verlang hevig naar een tijd dat het dagelijkse nieuws niet langer beheerst wordt door het gedrag van foute leiders. Maar ja, zo ver is het nog niet.

Wat er gebeurt als een foute leider in een democratie aan de macht komt, is niet verrassend als je er sociaalwetenschappelijk naar kijkt. Neem nu wat er in de Verenigde Staten aan de hand is nu de foute leider Donald Trump tot president is gekozen.

Uitgangspunt is dat het gedrag van de foute leider en van zijn volgelingen vrijwel volledig kan worden begrepen als de uitkomst van het geactiveerd zijn van het statuscompetitiepatroon. Voor wat Donald Trump betreft, volgt daaruit dat hij zich in zijn opnieuw verworven positie zo veel mogelijk wil laten gelden als de Grote Leider, die zijn macht tentoonspreidt, zijn vijanden uit de weg ruimt  en geen beperkingen meer hoeft te accepteren. 

Het gaat bovenal om dat tentoonspreiden. Zijn alleenheerschappij moet voortdurend door zichtbare daden worden bevestigd. Meteen na zijn aantreden moesten er opvallende decreten worden uitgevaardigd, met hemzelf in beeld terwijl hij zelfverzekerd en krachtdadig zijn handtekening zet. Want het zijn minder de inhoud van die decreten die hem motiveren dan het feit dat hij ze met veel uiterlijk vertoon kan uitvaardigen. Door zijn wereldbeeld van fundamentele onveiligheid stelt hem het bereikt hebben van zijn machtspositie, van de top van de statushiërarchie, nog niet gerust. Hij heeft ook dagelijks de bevestiging daarvan nodig en die zoekt hij door onophoudelijk de aandacht op zich te vestigen. 

Vandaar dus die decreten, maar ook dagelijks opvallende besluiten en concessies van anderen die hij zogenaamd weet af te dwingen. Hij legde handelstarieven op aan de bevriende buurlanden Mexico en Canada en trok die weer in nadat beide premiers met Trump gebeld hadden en "concessies hadden gedaan". Die echter uit niets anders bestonden dan dat ze toezegden door te gaan met wat ze al deden. 

Dat laatste werd in de persberichten van het Witte Huis niet vermeld. Daarin ging het erover dat Trump concessies had afgedwongen. Of iets waar is of niet is voor de foute leider altijd minder belangrijk dan dat hij zelf kan geloven dat iets zo is en kan geloven dat anderen dat ook doen. Als hij maar die ervaring, of de illusie, kan hebben dat hij zijn wil aan anderen heeft opgelegd. 

En Dara Kerr meldt in de Guardian dat sinds het aantreden van Trump het Immigration and Customs Enforcement (Ice) vele persberichten liet uitgaan over aanhoudingen en deportaties van immigranten. Dat wekte de indruk dat Trump krachtdadig en snel zorgde voor de massadeportaties die hij in de verkiezingscampagnes beloofd had. Maar nader onderzoek wees uit dat het in alle gevallen over berichten uit het verleden ging, die door Ice waren geüpdatet zodat ze bij Google allemaal bovenaan kwamen te staan.

That four-day operation in Colorado? It happened in November 2010. The 123 people targeted in New Orleans? That was February of last year. Wisconsin? September 2018. There are thousands of examples of this throughout all 50 states – Ice press releases that have reached the first page of Google search results, making it seem like enforcement actions just happened, when in actuality they occurred months or years ago. Some, such as the arrest of “44 absconders” in Nebraska, go back as far as 2008. 

All the archived Ice press releases soaring to the top of Google search results were marked with the same timestamp and read: “Updated: 01/24/2025”.

The mystery first caught the attention of an immigration lawyer who began tracking Ice raids and enforcement actions when Donald Trump took office. She spoke on the condition of anonymity for fear of reprisal from the administration. At first, she was baffled when she clicked on these seemingly new press releases and they detailed Ice raids from more than a decade ago.

We weten niet of het ICE dat op eigen houtje deed of op last van hogerhand, misschien Trump zelf. Maar ook in het eerste geval is duidelijk dat de betreffende ambtenaren wisten met wat voor president ze te maken hadden. Iemand die dol is op voor hem gunstige berichten, of ze nu waarheidsgetrouw zijn of niet.

Natuurlijk heeft de foute leider Donald Trump ook een psychopathische, kwaadaardig-narcistische, ja, sadistische kant. Maar er is ook de welhaast kinderlijke behoefte aan voortdurende erkenning en bevestiging van zijn bijzondere daadkracht en superioriteit. Waarbij wat waar is of niet, minder van belang is. 

En natuurlijk is een foute leider met zulk gedrag ver verwijderd van wat de grote meerderheid van de bevolking acceptabel vindt. Met dagelijkse PR-stunts valt dat niet uit te wissen. De foute leider heeft altijd slechts een beperkt aantal volgelingen. Dat zijn degenen die dat wereldbeeld van onveiligheid delen en die in hem de "strenge vader" zien die als enige bescherming kan bieden en die dus zo machtig mogelijk moet zijn. Dat wereldbeeld van onveiligheid, waarin het ieder-voor-zich geldt, is in de geschiedenis altijd de voedingsbodem voor een persoonlijkheidscultus rond een foute leider.

Daarmee verdraagt dat fenomeen van de foute leider zich dus niet met de democratie. Want in een democratie is de macht van de heersende leiders altijd beperkt. Door het iedereen-telt-mee van het algemeen kiesrecht en periodieke verkiezingen en door de rechtsstaat, waarin iedereen gelijk is voor de wet. 

Dat maakt dat de foute leider naast die van zijn volgelingen ook de steun krijgt van personen en groepen die in hem het middel zien om de democratie omver te werpen. In het geval van Donald Trump gaat dat op voor de rechts-extremistische Amerikanen die zich verenigd hebben in de Heritage Foundation en daaraan gelieerde organisaties en die in 2023 het Project 2025 opstelden, waarin gedetailleerd de maatregelen worden opgesomd die genomen moeten worden gedurende Trumps tweede regeerperiode. 

Met als achterliggende principes dat het gezin als middelpunt van de samenleving dient te worden hersteld, dat daarom de huidige democratische overheid als "cultureel marxistisch" dient te worden  ontmanteld, dat de soevereiniteit en de grenzen van het land dienen te worden verdedigd en dat de door God gegeven mensenrechten dienen te worden beschermd. Hoewel Trump zich in de verkiezingscampagne daarvan probeerde te distantiëren, is alles war er sinds zijn aantreden is gebeurd en aangekondigd volledig in lijn met dat religieus-extremistische Project 2025

Dat het gezin het middelpunt van de samenleving zou moeten zijn, wordt zo extreem opgevat dat alle onderlinge hulpverlening en samenwerking zich uitsluitend binnen en tussen gezinnen hoort af te spelen. Sociale zekerheidswetgeving, door de overheid geregelde gezondheidszorg, zorg voor infrastructuur, voor natuurbehoud, voor wetenschappelijk onderzoek, voor het tegengaan van klimaatverandering dient te worden afgewezen. Alles wat de overheid doet, dient te worden gewantrouwd. Want achter die overheid is de Deep State verborgen, die de succesvollen belast en de mislukkelingen beloont. Er bestaat niet een algemeen belang dat boven gezinnen en hun onderlinge persoonlijke verhoudingen uitstijgt. Iedereen hoort voor zichzelf op te komen en als dat niet lukt, dan is er niets anders dan een kans op persoonlijke liefdadigheid. Het is het wereldbeeld van het statuscompetitieve ieder-voor-zich. Met volledige uitsluiting, ja, afkeer van het iedereen-telt-mee van diversity, equity en inclusion (DEI).

Het wereldbeeld dat ook geldt voor de internationale verhoudingen. Internationale verdragen en ontwikkelingshulp zijn uit den boze. Ook staten dienen voor zichzelf op te komen en op eigen houtje hun soevereiniteit te handhaven. Als ze daar te zwak voor zijn, dan gaan ze ten onder en dat hoort ook zo te zijn. 

En dat alles wordt religieus-extremistisch onderbouwd. Omdat de christelijke Bijbelverhalen geen democratische overheid kennen, hoort die democratische overheid er nu ook niet te zijn. Omdat er in die Bijbelverhalen alleen heteroseksuele mannen en vrouwen voorkomen, heeft nu alles wat daarvan afwijkt geen bestaansrecht.

Wat we nu in de Verenigde Staten zien gebeuren is dat dit religieus-extremisme via de foute leider Donald Trump aa de macht is gekomen en probeert zijn wil aan iedereen op te leggen. Doordat de overgrote meerderheid van de Amerikaanse bevolking zulke ideeën afwijst, zal dat niet lukken. Net zo als dat Geert Wilders in ons land niet zal lukken. 

Maar de strijd die nu onvermijdelijk uitbreekt, kan nog met veel ellende gepaard gaan. Laten we maar zo spoedig mogelijk afscheid nemen van deze tijd van foute leiders.

dinsdag 28 januari 2025

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 24 - Aanhangers van Trump zien hem als de strenge vader die hen beschermt als ze maar gehoorzaam zijn

Terwijl gemeenschapsgedrag altijd een en dezelfde kant op gaat, die van het door iedereen omarmde iedereen-telt-mee, gaat het bij statuscompetitiegedrag altijd twee kanten op, die van het willen overheersen en die van het zich laten overheersen. Bedenk weer dat het collectieve resultaat van gemeenschapsgedrag de egalitaire gemeenschap is en het collectieve resultaat van statuscompetitiegedrag de statushiërarchie.

Met al die foute leiders waar we nu mee te maken hebben, zien we dus van dag tot dag de gevallen van hun overheersingsdrang in het nieuws voorbijtrekken. Maar het is goed om ook aandacht te hebben voor al die gevallen van het zich laten overheersen. Die gevallen lopen van het zich erbij neerleggen en dus niet in verzet komen (immobilisatie en terugtrekking) tot het zich laten "bekeren" tot volgeling en aanhanger en bewonderaar van de foute leider die overheerst. Tot het toetreden tot de persoonlijkheidscultus die de foute leider om zich heen wil en waarzonder het leven voor hem geen zin heeft.

Dat zich laten bekeren is in de Moral Politics Theory (MPT) van George Lakoff het omarmen van de moraliteit-van-de-strenge-vader. Lakoff onderscheidt die moraliteit van de moraliteit-van-de-zorgzaamheid, waarin we het gemeenschapspatroon herkennen. Die twee moraliteiten, die met elkaar in strijd zijn zoals het statuscompetitiepatroon en het gemeenschapspatroon dat zijn, kunnen mensen overhouden aan het opgroeien in een gezin, waarna ze die kunnen "toepassen" in hun denken over de politiek. In die moraliteit-van-de-strenge-vader draait het om discipline, bestraffing en gehoorzaamheid. De wereld is is vol gevaren, waartegen alleen de strenge vader bescherming kan bieden. Het is dus maar het beste om aan hem gehoorzaam te zijn, zijn straffen schuldbewust te ondergaan en zijn superioriteit te erkennen. Volg de link in de eerste zin van deze alinea voor een uitgebreidere karakterisering van de beide moraliteiten. 

We zien nu in de politieke actualiteit de werking van die moraliteit-van-de-strenge-vader bij volgelingen van de foute leider Donald Trump. Op FrameLab, de nieuwsbrief van George Lakoff en Gil Duram, about politics, language and your brain,wordt daar nu bij stilgestaan: Daddy Issues: Why Republicans frame Trump as a father figure.

Want Trump aanhangers spreken over hem als Daddy en dat menen ze serieus.

“It’s like daddy arrived, and he’s taking his belt off, you know?” said actor Mel Gibson during a recent interview with Sean Hannity on Fox.

“Daddy's back!” exclaimed Rep. Byron Donalds of Florida after Trump’s inauguration. “Daddy’s home!” tweeted Rep. Lauren Boebert of Colorado. “Dad is home,” declared conservative troll Charlie Kirk. “Straighten up sucker, cuz daddy’s home!” sang Kid Rock at Trump’s inauguration party. “Now your daddy’s home,” jeered Roseanne Barr and Tom MacDonald in a bizarre Trump-themed rap song.

Daddy is terug en hij heeft zijn riem uit zijn broek getrokken om wie hem ongehoorzaam is af te tuigen. Zo kijken Trump aanhangers naar de politiek. In deze gevaarlijke wereld is er een leider nodig die ons als een strenge vader beschermt, die voorschrijft hoe je je hoort te gedragen en die straft als je daarin tekort schiet. En Trump is er heel bedreven in om die rol te spelen.

The strict father model begins with a set of assumptions: The world is a dangerous place, and it always will be, because there is evil out there in the world. The world is also difficult because it is competitive. There will always be winners and losers. There is an absolute right and an absolute wrong.

Children are born bad, in the sense that they just want to do what feels good, not what is right. Therefore, they have to be made good. What is needed in this kind of a world is a strong, strict father who can:
• Protect the family in the dangerous world,
• Support the family in the difficult world, and
• Teach his children right from wrong.

What is required of the child is obedience, because the strict father is a moral authority who knows right from wrong. It is further assumed that the only way to teach kids obedience—that is, right from wrong—is through punishment, painful punishment, when they do wrong.

Als je een keer, doordat je de wereld als vol gevaren zien, Trump als die strenge vader bent gaan zien die je beschermt, dan vind je het volstrekt natuurlijk en juist dat Trump nu hij wederom president is, wraak probeert te nemen op iedereen die hem in het verleden heeft tegengewerkt. 

Want dat zijn geen politieke tegenstanders die je in een democratie als gelijken hoort te respecteren. Nee, dat zijn gevaarlijke vijanden, die er verkeerde ideeën op nahouden. Die een lesje geleerd moet worden, ontslag uit hun functie, gevangen gezet, het land uit gezet, of erger, zodat ze zich in het vervolg gehoorzaam zullen onderwerpen.

In dat wereldbeeld is er alleen maar kracht en overheersing aan de ene kant en gehoorzaamheid en onderwerping aan de andere kant. 

Een wereldbeeld waarin oproepen tot iedereen-telt-mee en onderlinge zorgzaamheid en compassie niet worden begrepen. 

Er zijn dus in de politiek twee opdrachten:

  1. Voorkom dat die moraliteit-van-de-strenge-vader zich kan verspreiden. Hoe? Door er als overheid voor te zorgen dat iedereen meetelt en dat de wereld zoveel mogelijk als veilig kan worden ervaren.
  2. Als 1. niet gelukt is, probeer dan de aanhangers van de moraliteit-van-de-strenge-vader, dus van de foute leider, ervan te overtuigen dat ze op de verkeerde weg zijn.

Omdat opdracht 2. verreweg de moeilijkste is, is het dus zaak om altijd opdracht 1. zo goed mogelijk uit te voeren.

maandag 20 januari 2025

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 23 - Burgerschapsvorming is niet een bijkomstigheid, maar een wezenlijke noodzakelijkheid

Laten we op deze dag, de dag dat Donald Trump voor de tweede keer wordt geïnaugureerd tot president van de Verenigde Staten, erbij stilstaan dat het kwaad dat foute leiders teweegbrengen onvoldoende wordt onderkend. Hier het vorige bericht.

Nu, tachtig jaar na de nederlaag van de foute leider Adolf Hitler, steekt het fenomeen van de foute leider wederom de kop op en zien we onder onze ogen gebeuren dat de gevaren daarvan worden onderschat. Waardoor het kwaadaardige gedrag van foute leiders wordt "genormaliseerd" als nu eenmaal ook deel uitmakend van de democratie. In plaats van het te onderkennen als poging om de democratie omver te werpen. 

Dat het fenomeen van de foute leider bestaat, en voorlopig wel zal blijven bestaan, ligt eraan dat het tot de mogelijkheden behoort die in de menselijke sociale natuur besloten liggen. Waardoor het noodzakelijk is om er permanent voor te waarschuwen. Om het onderdeel te maken van de "burgerschapsvorming" die onlosmakelijk hoort bij het deel uitmaken van de democratie. Om met Joyce Vance te spreken:

I keep returning to one core thought: civics education really matters. It’s absence, at least in part, is what makes a Donald Trump and a MAGA movement possible. It’s the casual view among so many people that the form our government takes doesn’t matter. Living in a democracy isn’t something they view as important; politics is a spectator sport and not serious business. Trump is a symptom of that view. Why have serious governance when you can have the distraction of reality TV?

As a voter, the only reason you would let Donald Trump control the levers of power is because you don’t understand what it means and that it’s deadly serious. (...)

Civics education isn’t about advocating for one political view over another, it’s about understanding our constitutional democracy, the three branches of government, the importance of checks and balances, the rule of law, and the commitment of the Founding Fathers, as imperfect as it was at inception, to protecting the rights of all people, not just people who looked like them or prayed like them. The notion that the promise they created is one we should continue to work to fulfill, that American democracy is aspirational and a living body of work for all of us to take on, is important.

Dat burgerschapsvorming niet een bijkomstigheid is, maar een wezenlijke noodzakelijkheid, is een sociaalwetenschappelijk inzicht dat wijd verbreid zou behoren te zijn. De innerlijke tegenstrijdigheid van de menselijke sociale natuur, die tussen gemeenschapsgedrag en statuscompetitiegedrag, maakt dat socialisering als activering van het gemeenschapspatroon van iedereen-telt-mee noodzakelijk is voor het dichterbij brengen van de sociaal superieure gemeenschapstoestand. En het vermijden van de sociaal inferieure statuscompetitietoestand, waarin die foute leiders opduiken.

Helaas schiet de sociale wetenschap tekort in het uitdragen van dat inzicht.