Posts tonen met het label bezuinigingszeepbel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bezuinigingszeepbel. Alle posts tonen

vrijdag 27 januari 2023

De Nederlandse polycrisis: een moedeloos makende waslijst van problemen - die met elkaar samenhangen en een gemeenschappelijke oorzaak hebben - deel 5

We lijken aan het eind te zijn gekomen van een periode waarin in het politieke landschap de vuistregel domineerde dat de rol van de overheid zoveel mogelijk dient te worden teruggedrongen om zoveel mogelijk ruimte te verschaffen voor de markt, de eigenlijk bron van welvaart. Zie het vorige bericht. 

De vraag ligt nu op tafel hoe de dominantie van die vuistregel in verband staat met de twaalf crises in de Nederlandse politiek die in de vorige berichten langskwamen. Die dominantie werd in de politieke praktijk geconcretiseerd in:

  • bezuinigingen op overheidsuitgaven en dus publieke voorzieningen, 
  • pogingen om de belastingdruk te verminderen, 
  • verlagen van de hoogste tarieven in de inkomstenbelasting om zo de inkomensongelijkheid te vergroten,
  • deregulering, ook van de arbeidsmarkt,
  • privatisering,
  • loslaten van beleid gericht op volledige werkgelegenheid,
  • rentebeleid en dus werkloosheid als het middel voor prijsstabiliteit,. 
  • versoberen van sociale zekerheid ter "disciplinering van de arbeid",
  • prioritering van de wensen van het bedrijfsleven. 

Meer of minder bewust bedoeld, betekende die dominantie ook het afscheid nemen van de gedachte van de maatschappij als een moreel project, de gedachte die centraal staat in die andere vuistregel, die van het -iedereen-telt-mee en van de "gemeenschap georganiseerd in de staat". Met het omarmen van de markt kwam morele luchtledigheid daarvoor in de plaats. Alles draaide om "economische hervormingen", versterkt door de alom aanwezigheid van het vak economie, waartegenover het belang van "sociale hervormingen" uit het zicht verdween, ook al vanwege de afwezigheid van het vak sociologie. (Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen.)

Wat zien we van dit alles terug in die twaalf crises?

Bij acht van die crises (rechtspraak, ggz, belastingdienst (twee maal), infrastructuur, jeugdzorg, gemeenten, asielopvang) tref je in de berichtgeving verwijzingen aan naar bezuinigingen op overheidsuitgaven. Anders gezegd, die crises leren ons iets over het grote belang van de overheid en dus van de financiering van publieke voorzieningen voor het welzijn van mensen. Voor het welzijn van burgers van het land en van mensen die in dit land asiel zoeken. 

We zagen eerder al de sterke aanwijzingen voor de negatieve welzijnsgevolgen van de bezuinigingen waarmee overheden reageerden op de Grote Financiële Crisis van 2008-2010. Ik zocht even vorige berichten daarover op en kwam tot de volgende lijst:  

Tjonge, wat een lange lijst. En wat een schat aan aanwijzingen dat je met die vuistregel van de kleine overheid en van de markt als enige bron van welvaart, de vuistregel dus van het ieder-voor-zich, inderdaad een waslijst aan crises teweegbrengt.

Wordt vervolgd. Lees hier deel 6.

woensdag 18 januari 2023

De Nederlandse polycrisis: een moedeloos makende waslijst van problemen - die met elkaar samenhangen en een gemeenschappelijke oorzaak hebben - deel 1

Adam Tooze verstaat onder een polycrisis een toestand waarin we niet alleen te maken hebben met meerdere crises, maar waarin het totaal van die crises gevaarlijker is dan de optelsom ervan. Dat ligt eraan dat verschillende crises elkaar (kunnen) versterken. De ene crisis maakt de ander ernstiger. Zie Defining polycrisis - from crisis pictures to the crisis matrix.

Het kan daarnaast ook nog zijn dat het gevaar van een polycrisis groter is dan de optelsom doordat al die crises een en dezelfde bron hebben. Waardoor we er niet komen door die crises elk afzonderlijk aan te pakken. We zouden er beter aan doen door iets aan die bron te doen. Of eigenlijk: alleen dan werken we echt aan een oplossing.

Die gedachte kwam bij me op toen ik aan de hand van recente berichten in de media een waslijstje probeerde te maken van de problemen, de crises, waar de Nederlandse politiek en dus wij allen op het ogenblik mee geconfronteerd worden. Er kwam bij dat ik her en der opving dat mensen moedeloos beginnen te worden van al het slechte nieuws dat op hen afkomt. Sommigen besluiten zelfs om het nieuws helemaal niet meer te volgen. Het zou goed zijn als meer mensen inzagen dat veel problemen samenhangen en eenzelfde oorzaak hebben, waar bovendien iets aan te doen is.

Maar eerst maar die waslijst van problemen. In willekeurige volgorde en zonder volledigheid te claimen. In dit bericht de eerste vijf. De rest volgt.

De rechtspraak kampt met grote problemen door te grote werkdruk. "De kiem daarvan ligt bij de eerste twee kabinetten van premier Rutte (VVD) en minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) die bezuinigden op de financiering van de rechtspraak. Het gevolg: jarenlang werden geen nieuwe rechters aangenomen waardoor er nu een groot tekort is. (De rechter ligt er wakker van: het lukt niet meer om op tijd én goed te vonnissen)

Instellingen voor de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) sloten in 2022 vanwege geldgebrek en personeelstekorten een derde van klinische behandelplekken voor volwassenen met ernstige persoonlijkheidsstoornissen, terwijl de wachtlijsten voor deze plekken al jaren toenemen. De Nederlandse Zorgautoriteit onderzocht of de zorgplicht wordt geschonden. Dat zou niet het geval zijn, omdat vervangende zorg beschikbaar is. Maar die klinische behandelplekken zijn juist nodig omdat die vervangende, ambulante zorg onvoldoende is. (Een derde van specialistische ggz-bedden opgeheven, ‘zorg zakt door ondergrens’.)

De toestand bij de Belastingdienst is kritiek, door sterk verouderde computersystemen en ernstige personeelstekorten. Dat betekent dat de belastingheffing gevaar loopt, en dat er sterk verminderd toezicht is op belastingaangiftes en dat het invoeren van nieuwe wetgeving "nauwelijks" mogelijk is. Die computersystemen hadden al lang moeten worden vervangen. "De oorsprong van het personeelstekort ligt bij jarenlange bezuinigingen die in 2016 culmineerden in een uit de hand gelopen vertrekregeling. Duizenden medewerkers vertrokken, veelal de beste mensen met de grootste kansen elders op de arbeidsmarkt." (De toestand bij de Belastingdienst is kritiek)

Er is achterstallig onderhoud aan de infrastructuur:  bruggen, sluizen en viaducten. Met veiligheidsrisico's en toenemend oponthoud op de weg: Achterstallig onderhoud aan bruggen eist zijn tol: meer hinder en files de komende jaren.  In de brief van de regering aan de Tweede Kamer lees je: "Het beeld in de rapportage is dat de infrastructuur grotendeels voldoet, maar niet overal. Op alle netwerken is het effect van uitgesteld onderhoud op de netwerken zichtbaar. Er zijn meer storingen. De keuze voor het moment van onderhoud of vervanging wordt bepaald op basis van de feitelijke technische conditie en de middelen die beschikbaar zijn." Er zijn dus in het verleden te weinig middelen beschikbaar gesteld.

Er is al jaren een groot woningtekort door bewust overheidsbeleid om die markt zoveel mogelijk vrij te laten. "Als de markt niet werkt, moet de overheid de markt anders organiseren, of zelf het aanbod van nieuwbouwwoningen sturen.": Huidige problemen op de woningmarkt vragen om actievere rol van overheid. Tegelijk legde de overheid in 2013 de woningcorporaties een forse verhuurderheffing op om de overheidsfinanciën weer op orde te brengen, waardoor de huursector doelbewust is verwaarloosd: Het Rijk verwaarloost doelbewust de Nederlandse volkshuisvesting.

Wordt vervolgd. Hier Deel 2.

donderdag 21 oktober 2021

Die Toeslagenaffaire is al bijna niet meer te overzien. Maar daar komt dus nog alle ellende bij die door gemeenten is aangericht - Over de kabinetten-Rutte en de bezuinigingszeepbel

We hebben nu zo'n veertig jaar achter de rug waarin we in het denken over het publieke domein de waarde van de markt hebben overschat en de waarde van de overheid onderschat. Dat denken bereikte zijn hoogtepunt na de Grote Financiële Crisis van 2008-2010, toen politici (en kiezers, want de VVD werd de grootste partij) gingen uitroepen dat er zo snel mogelijk en zoveel mogelijk op de overheidsuitgaven moest worden bezuinigd. Hoewel dat vanuit het vak economie sterk werd afgeraden, omdat de overheidsbegroting een macro-economische functie heeft en dus niet moet worden verward met een huishoudboekje.


Maar politici luisterden niet naar die economen en praatten vooral elkaar na. Dat nam de vorm aan van een sociale zeepbel, de zeepbel van de kleine overheid en van het bezuinigen. Daarom begon ik, op 21 september 2011 een lange reeks berichten met het label bezuinigingszeepbel.


Veel van die berichten gaan over de grote economische en menselijke schade die die sociale zeepbel heeft aangericht. En nog steeds aanricht. Mijn laatste bericht daarover dateert van zes dagen geleden: Drie berichten over het grote belang van de overheid voor menselijk welzijn en samenleven. Daarin gaat het o.a. over Jan van Zanen, burgemeester van Den Haag en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Gemeenten, die erop wijst dat de opeenvolgende regeringen-Rutte een groot deel van die bezuinigingen bij de gemeenten over de schutting hebben gegooid, samen met een uitbreiding van taken. Waardoor gemeenten in grote financiële problemen zijn komen te verkeren en allerlei lokale voorzieningen zijn uitgekleed.


Wat dat voor mensen betekent, wordt nu steeds duidelijker. De gevolgen van landelijk beleid, zoals van de fraudejacht die tot de steeds maar uitdijende Toeslagenaffaire leidde, krijgen nu terecht veel aandacht. Maar dat is minder het geval met wat er in de verschillende gemeenten heeft plaatsgevonden.

 

Neem nu het bericht Menselijke maat leed onder bezuinigingen in Enschede, dat vandaag verscheen in Binnenlands Bestuur en dat opent met:


Kwetsbare Enschedeërs zijn de dupe geworden van streng, soms zelfs Kafkaiaans beleid van de gemeente. Daarbij zocht de gemeente, in een poging om bezuinigingsdoelstellingen te halen, de grenzen van de wet op.

 

Een onafhankelijke commissie deed in opdracht van de gemeenteraad onderzoek naar de uitvoering van de Participatiewet (waar de bijstand onder valt) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). De grenzen van de wet werden soms zelfs overschreden.


Een voorbeeld is het toepassen van de zoektermijn bij de aanvraag van een bijstandsuitkering. Die is bedoeld voor jongeren tot 27 jaar. Zij moeten eerst vier weken op zoek gaan naar werk voordat ze in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Maar Enschede paste die zoektermijn toe op álle aanvragers, ook wanneer het bijvoorbeeld ging om mensen die vanuit een WW-uitkering kwamen en al lang werkloos waren. Dit was duidelijk tegen de wet in, aldus de onderzoekers, en zorgde voor allerlei nadelige gevolgen voor de betrokken inwoners, zoals schulden, stress en gevoelens van vernedering.

 

Vernederd worden door je eigen overheid. Gebeurt in Nederland.


Verder was er volgens die commissie;


een streng terugvorderingsbeleid, waarbij de 'geringste overtreding van de inlichtingenplicht (ook waar deze voortvloeit uit een kleine menselijke fout)' al aanleiding is voor het terugvorderen van de volledige bijstandsuitkering over de gehele periode. 'Dergelijk handelen trekt diepe sporen in de levens van mensen en tart het evenredigheidsbeginsel', schrijft de commissie.

 

En over het verband met de opgelegde bezuinigingsdoelstellingen bestaat geen twijfel:


De gemeente kreeg te maken met bezuinigingen in het kader van de decentralisaties van 2015, maar ook met een bezuinigingsopgave vanuit het rijk in ruil voor extra budget voor de bijstandsuitkeringen. Tegen die achtergrond van knellende financiën was het bijstandsbeleid gericht op een 'maximaal streng sanctiebeleid'. Wat betreft de Wmo leidde de bezuinigingsdoelstelling tot een 'verschraling van het voorzieningenpakket'.

 

Die Toeslagenaffaire is al bijna niet meer te overzien. Maar daar komt dus nog alle ellende bij die door gemeenten is aangericht. Want wat er in Enschede gebeurde, staat natuurlijk niet op zichzelf.

 

Hulde overigens voor de Enschedese gemeenteraad, die het eigen beleid onafhankelijk heeft laten onderzoeken.

vrijdag 15 oktober 2021

Drie berichten over het grote belang van de overheid voor menselijk welzijn en samenleven

We leven in een overgangstijd. Achter ons ligt de periode waarin de ideologie overheerste dat de markt het werk moest doen en waarin de overheid zoveel mogelijk terug moest treden. Alles wijst er op dat we daar nu van terug komen. De vertaling van die ideologie in het beleid en de vele negatieve gevolgen daarvan hebben ons geleerd hoe belangrijk de democratische overheid is voor het menselijk welzijn en voor het samenleven.

Bijna van dag tot dag leren we die les. Neem nu deze drie berichten, een uit Engeland en twee uit Nederland.

In de pas verschenen studie Causal impact of social care, public health and healthcare expenditure on mortality in England: cross-sectional evidence for 2013/2014, verschenen in de British Medical Journal gingen onderzoekers na wat de gevolgen waren van de bezuinigingen op de overheidsuitgaven voor (thuis)zorg, gezondheidszorg en preventie sinds 2010 (na de Grote Financiële Crisis) door de toen aangetreden regering-Cameron. De Guardian besteedde er gisteren aandacht aan: Austerity in England linked to more than 50,000 extra deaths in five years. 

De titel van dat krantenbericht zegt het al. Vergelijking van de jaren voor en na 2010 levert op dat er tussen 2010 en 2015 57550 meer sterfgevallen waren dan er zouden zijn geweest zonder die bezuinigingen. Ook de vertraging in de groei van de levensverwachting die sinds 2010 plaatsvond, kan aan die bezuinigingen worden toegeschreven.

Het is niet de eerste studie die laat zien dat de kleine overheid dodelijk is. Zie het bericht De kleine overheid is dodelijk - Hoe de bezuinigingspolitiek in Spanje de mortaliteit opdreef. Met links naar andere studies. Een vergelijkbare studie naar de effecten van de bezuinigingen in Nederland na 2010 ben ik nog niet tegengekomen.

Dan de twee berichten over Nederland. Eerst maar het opvallende interview met Jan van Zanen, VVD'er (!), burgemeester van Den Haag en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Gemeenten. Hij wijst er nog eens op dat de bezuinigingen die de opeenvolgende regeringen-Rutte na 2010 uitvoerden, met de achterliggende idee dat de Grote Financiële Crisis een mooie aanleiding was om de overheid een kopje kleiner te maken, voor een groot deel bij de gemeenten over de schutting werden gegooid. Met tegelijk een uitbreiding van taken. Daardoor verkeren de gemeenten in grote financiële problemen. 

Met grote negatieve gevolgen voor de publieke voorzieningen waar mensen direct mee te maken hebben. Lees daarover dit bericht van eerder dit jaar in NRC>: Het geld van de gemeenten raakt op, en dat gaat iedereen merken. Ter illustratie de laatste alinea daarvan:

De Friese gedeputeerde De Rouwe ziet onderwijl dat de financiële problemen tot spanning leiden in colleges en gemeenteraden. „De wethouder moet uitleggen dat de belastingen omhooggaan, maar de voorzieningen worden teruggeschroefd. Wie wil dan nog wethouder worden? Wie wil elke keer de boodschap geven: we moeten het zwembad sluiten, we krijgen de bibliotheek niet rond?” Hetzelfde voorspelt wethouder Derk Reneman: „Gemeenten worden spookorganisaties. Het wordt beheren en saneren. Geen enkele politieke partij kan teruggaan naar de kiezer met de boodschap: dit kan ik voor je doen.”

En dan was er het artikel Hoe Den Haag uit Nederland verdween in de Groene Amsterdammer over de afname van regionale voorzieningen.  Minder scholen, minder bibliotheken, minder politiebureaus, minder zwembaden, minder ziekenhuizen en minder gemeentehuizen. En minder vertrouwen in de overheid en meer onbehagen. En dus meer rechtsextremisme: 

‘Ik heb heel vaak mensen zich hardop horen afvragen hoe het kan dat de PVV en Forum voor Democratie winst boeken in gebieden waar je geen migrant tegenkomt. Maar dat is eigenlijk heel goed verklaarbaar’, zegt hoogleraar bestuurskunde Caspar van den Berg van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met onderzoeker Annemarie Kok publiceerde hij vorige maand in opdracht van het ministerie van Landbouw een zeer lezenswaardig onderzoek: Regionaal maatschappelijk onbehagen. Daarin wijzen ze op een even voor de hand liggende maar te weinig opgemerkte verschuiving in het politieke landschap: de populistische revolte kwam begin deze eeuw op in steden in het centrum van het land, maar heeft zich verplaatst naar de randen.

We krijgen in deze overgangstijd steeds meer inzicht in de kwalijke gevolgen van die neoliberale ideologie van de kleine overheid. We kenden al de negatieve economische gevolgen. Bas Jacobs schatte die in 2015 op 20 tot 30 miljard euro per jaar en 200.000 tot 300.000 euro. Maar de werkelijke omvang voor menselijk welzijn en samenleven is nog veel groter.

vrijdag 13 augustus 2021

In de neoliberale fantasiewereld hoort de overheid slechts bijzaak te zijn. Maar in de echte wereld is de overheid hard nodig voor een gezond en lang leven.

Na tientallen jaren van neoliberaal beleid, waarin de markt de maat der dingen was en de rol van de overheid moest worden teruggedrongen, begint het door te dringen hoe belangrijk de overheid is, niet alleen voor een goede werking van de economie, maar ook voor het welzijn en de gezondheid van de bevolking.

We zagen al dat de door het neoliberale beleid aangewakkerde groei van inkomensongelijkheid slecht is voor de economische groei (zie hier en hier). Maar nu stapelen de aanwijzingen zich op dat het terugdringen van overheidsuitgaven, het bezuinigen, waar neoliberale politici zo veel heil van verwachtten, slecht uitpakt voor de gezondheid van de bevolking. 

Ik stond daar in 2018 al bij stil in het bericht De kleine overheid is dodelijk - Hoe de bezuinigingspolitiek in Spanje de mortaliteit opdreef. Daarin ging het niet alleen over Spanje, maar ook over Griekenland, Groot Brittannië, de Verenigde Staten en andere landen.

Nu is daar de studie Local government funding and life expectancy in England: a longitudinal ecological study bij gekomen. Daaruit blijkt dat het tussen 2013 en 2017 sterk terugdringen van overheidsuitgaven ten behoeve van lokale overheden in Engeland de levensverwachting deed afnemen. Elke £100 reductie in uitgaven per per hoofd en per jaar hing samen met een gemiddelde afname van de levensverwachting van 65-jarigen van 0,8 maand voor mannen en 1,1 maand voor vrouwen.

In de discussie van het artikel geven de onderzoekers enig inzicht in hoe die bezuinigingen die dodelijke effecten kunnen hebben gehad:

Increased mortality could be attributed to decreased spending in adult social care, housing and homelessness prevention, and environmental and regulatory services. Evidence shows that decreased spending on people aged 65 years and older has led to increased use of accident and emergency services.11 Social isolation and loneliness are now recognised as important causes of death from cardiovascular disease and stroke,24 and decreased spending on social support services might affect mortality through these pathways over short time periods. Decreased investment in housing services has been associated with the sharp rise in homelessness since 2010.25 Homelessness is viewed as a key risk factor for drug-related and alcohol-related mortality.26,27 In addition, environmental services include a broad range of services targeted at population health, including infectious-disease control, food-and-water safety, and housing standards, which affect conditions associated with higher mortality from cardiovascular, respiratory, and communicable diseases, among others.28

In de neoliberale fantasiewereld hoort de overheid slechts bijzaak te zijn. Maar in de echte wereld is de overheid hard nodig voor een gezond en lang leven.

vrijdag 18 juni 2021

Klaas Knot in Witteveenlezing: bezuinigen is en was een grote fout - En dus over sociale zeepbellen

Nadat ik dit blog begon, in augustus 2011, groeide snel het aantal berichten achter het label "bezuinigingszeepbel" en "eurocrisis".  Tot vandaag schreef ik 259 berichten met het eerste en 264 met het tweede label. 

Het eerste bericht over de bezuinigingszeepbel verscheen op 9 september 2011 en was getiteld Sociale zeepbellen in economie en politiek. En op 21 september schreef ik De bezuinigingszeepbel. Volg de links om ze te lezen. 

En het eerste bericht over de eurocrisis verscheen, onder de titel Paul de Grauwe over de Europese bankencrisis, op 21 oktober 2011. Met een link naar een artikel van Paul de Grauwe die toen al helder uitlegde wat er niet deugde aan de opzet van de euro. Zeer de moeite waard om nu na bijna tien jaar te herlezen!

Beide series berichten handelden over de obsessie met overheidstekorten die politici na de Grote Financiële Crisis van 2008-2010 in zijn greep kreeg. De oplossing voor de ontstane problemen moest gezocht worden in het zo snel mogelijk terugdringen van de overheidstekorten. Op nationaal niveau en op het niveau van de eurozonelanden, de landen die so wie so gebonden waren aan de regels van het Stability and Growth Pact, dat de omvang van overheidsschulden sterk limiteerde.

Die obsessie kwam duidelijk voort uit de toen nog volop heersende neoliberale ideologie waarin de markt de maat der dingen is en de overheid zich zoveel mogelijk dient terug te trekken. Financiële en economische crisissen zouden tot het verleden behoren en wat er nog aan conjunctuurpolitiek nodig was, kon door de centrale banken afgehandeld worden. Dat de overheidsbegroting ook een macro-economische functie zou kunnen hebben, dat was achterhaald Keynesiaans gedachtengoed. 

En al helemaal niemand had ooit gehoord van  Abba Lerner (1903 - 1982) en zijn Functional Finance, d.w.z. "the principle of judging fiscal measures by the way they work or function in the economy".  Zie mijn bericht Geloof niet in de mythe van de gezonde overheidsfinanciën! De overheidsbegroting hoort functioneel te zijn van 20 januari 2016. Nee, politici bleven in de ban van het huishoudboekjesdenken.

Die intellectuele fantasiewereld had na de Grote Financiële Crisis definitief in moeten stortten, maar de politici bleven volharden in hun obsessie. Dat was niet omdat ze zich zo goed geïnformeerd hadden, want vooraanstaande macro-economen waarschuwden voor de negatieve gevolgen, zowel economisch als maatschappelijk. Naast de al genoemde Paul de Grauwe was dat vooral ook Paul Krugman, die ik op dit blog in die tijd dan ook vaak aanhaalde. Zie hier alle berichten met het label Paul Krugman. Maar politici praatten vooral elkaar na en zo ontstond die bezuinigingszeepbel.

Een van die macro-economen die probeerde om die bezuinigingsobsessie te doen keren, was in ons land Johan Witteveen (1921 - 2019), ex-minister van Financiën en ex-directeur van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en vooraanstaand VVD-er. In die laatste rol probeerde hij tevergeefs om Mark Rutte en andere VVD-politici ervan te overtuigen dat er in een tijd van recessie juist niet moest worden bezuinigd, maar integendeel geïnvesteerd. Ik stond daar op 7 september 2012 bij stil in het bericht Johan Witteveen: "Ik heb gezegd: het verhaal over het tekort is niet juist en dat weten jullie". 

Vooral dat laatste was nogal dodelijk, want hij wilde ermee zeggen dat ze hem wel begrepen hadden, maar uit opportunistisch-ideologische overwegingen er toch liever voor kozen om te gaan bezuinigen. Misschien ook omdat ze bang waren de kiezers niet te kunnen overtuigen, die immers systematisch in verkiezingscampagnes met dat huishoudboekjesdenken waren gevoerd.

Hoe ironisch is het nu dat Klaas Knot, directeur van De Nederlandse Bank, een week geleden uitgerekend in de Johan Witteveenlezing niet alleen uitvoerig uiteenzette hoe verkeerd het is om nu na de coronacrisis te gaan bezuinigen, maar ook dat het verkeerd was om dat na de crisis van 2008 - 2010 te doen. Je kunt die lezing hier in zijn geheel nalezen. Hij zet daar een betoog op dat heel goed door bijvoorbeeld Paul Krugman (en in Nederland door Bas Jacobs en Coen Teulings) had kunnen worden gehouden, overigens zonder naar hen, of naar wie dan ook, te verwijzen.

En zonder ook met zoveel woorden toe te geven dat hijzelf  in het verleden meezong in dat bezuinigingskoor. En toen nooit ook maar enig blijk gaf van het beheersen van de inzichten die hij nu verkondigt. Martin Visser stond daar op 12 juni bij stil in loopt corona op zijn eind, is Knot bekeerd... 

Het is altijd moeilijk en pijnlijk om toe te geven dat je onderdeel bent geweest van een sociale zeepbel. En hoewel het te prijzen valt dat je dan uiteindelijk je informatieachterstand hebt ingehaald, zou het natuurlijk nog beter zijn om je openlijk af te vragen hoe je het in het verleden zo fout hebt kunnen hebben. Al was het maar om zulke sociale zeepbellen in de toekomst beter te kunnen herkennen en te vermijden.

dinsdag 8 december 2020

De "financiële markten" zijn terug - Maar niet zoals je zou denken. De jonge honden van Wall Street en de linkse politici zijn het eens: Overheid, maak meer schulden!

Dit bericht stond eergisteren in de Business Insider: Wall Street has always been progressives' 'Big Bad.' But a new generation in the finance industry is starting to sound more like allies than enemies. Na de tientallen jaren dat politici van het vulgair-economische neoliberale denken de "financiële markten" aanhaalden om te waarschuwen tegen overheidsbegrotingstekorten, zijn het nu de jonge financiële analisten die pleiten voor juist grotere begrotingstekorten.

Denk even terug aan het hoogtepunt van de eurocrisis, toen Griekenland terug in het bezuinigingshok werd geduwd. En denk aan onze toenmalige minister van Financiën Jan Kees de Jager die het om de paar zinnen over de financiële markten had die klaar stonden om de "zwakke" eurolanden die maar steeds niet genoeg "hervormden" (lees bezuinigden) om te laten vallen. En denk aan het bezuinigen als antwoord op de Grote Financiële Crisis van 2001-2010. Want ook de financiële markten waren in de ban van het vulgair-economische neoliberale denken dat alles goed zou komen als overheden maar niet teveel geld zouden uitgeven en zoveel mogelijk aan de markt zouden overlaten. 

Waardoor Griekenland, Italië en Spanje steeds maar hogere rentes moesten betalen omdat de fondsbeheerders naar Duitsland en Nederland uitweken. Pas het Whatever it takes van Mario Draghi maakte een einde aan die doodspiraal die met de opzet van de euro in het leven was geroepen. 

We leven nu in een overgangstijd waarin we kennis gemaakt hebben met de reële negatieve gevolgen van het heersen van de fantasiewereld van dat neoliberale denken. Economische stagnatie en instabiliteit, extreme ongelijkheid, klimaatverandering en achteruitgang van biodiversiteit, toegenomen bestaansonzekerheid en rechtsextremistisch populisme. 

Een tijd dus waarin velen zich achter de oren krabben. Want ook als overtuigingen rotsvast en wijdverbreid zijn, gaan ze toch na verloop van tijd botsen met de empirische werkelijkheid. En dan kan blijken dat we met een sociale zeepbel te maken hadden, die ik in 2011 al de bezuinigingszeepbel noemde. Want ook toen al waren er de, meestal academische, economen die waarschuwden voor het neoliberale huishoudboekjesdenken, waarin genegeerd werd dat de overheidsbegroting niet als een huishoudboekje behandeld dient te worden, maar een belangrijke macro-economische functie heeft. Niet de overheidsbegroting hoort in evenwicht te zijn, nee, de economie hoort naar een evenwicht geleid te worden waarin mensen een baan hebben en een dak boven hun hoofd en waarin voedselbanken niet nodig zijn. Een evenwicht dat dus niet als vanzelf tot stand komt.

Afijn, nu in 2020 zijn het dus zelfs de jonge honden op diezelfde financiële markten die in staat zijn om uit die negatieve gevolgen van dat neoliberale denken de juiste conclusies te trekken. Hoe kan dat? Welnu, als je voor je werk afhankelijk bent van het maken van goede voorspellingen over te behalen rendementen, dan helpt het niet als je met het verkeerde economische model werkt. Dat Wall Street-bericht daarover:

A trader developing a forecasting model based on faulty economic assumptions will suffer losses to their bottom line if they are wrong, while academics, especially prominent ones like Harvard austerian Kenneth Rogoff, remain insulated from consequences even when their errors are widely publicized.
As young hedge funder Naufal Sanaullah put it, "Macro guys trade this stuff and if our framework isn't working, it will hurt our [profit and loss]." He said that macro traders — those who trade based primarily on global economic conditions — regardless of their personal politics, get that old concerns about debt-to-GDP don't mean much in 2020, and that the federal government can spend plenty more than it does now.

Als je in de financiële machinekamer werkt, dan merk je het wel als je handboek niet deugdelijk is. Je kunt nog een tijdje meedoen met de piramidespel-achtige vermogensopbouw die we zo goed hebben leren kennen, maar op den duur laat toch de echte economie van zich horen. En als die fundamenteel niet in orde is, dan kun je nog zo'n slimme handelaar zijn, je rendementen zullen tegenvallen.

Die Kenneth Rogoff was een van de weinige academische macro-economen die voeding gaf aan het  huishoudboekjesdenken  Maar in zijn onderzoek, samen met Carmen Reinhart, dat zou moeten hebben aangetoond dat grote begrotingstekorten fatale gevolgen zou hebben, bleek hij majeure fouten te hebben gemaakt. Dat heeft hem zeker reputatieschade berokkend, maar zijn baan aan de universiteit kwam niet in gevaar.

Interessant is dat die jonge financiële honden te rade gingen bij de Modern Monetary Theory (MMT) van Stephany Kelton en anderen, waarover ik het had in het bericht Het economisch wereldbeeld van het huishoudboekjesdenken had al veel eerder overhoop gegooid kunnen worden. 

En dat is misschien niet toevallig, want de grondlegger van de MMT is, zoals je kunt lezen in Keltons The Deficit Myth (p. 23-4), Warren Mossler. En Warren Mossler was geen econoom, maar: een Wall Street-handelaar. En een heel succesvolle handelaar.

Wat we nu zien is dat zowel de jongen honden van Wall Street als de linkse politici, zoals die rond de Amerikaanse Senator Bernie Sanders, overheden oproepen om meer geld uit te geven.

vrijdag 13 november 2020

De sociaal-democratie is terug in de Nederlandse politiek - over het verkiezingsprogramma van de PvdA

Kennis nemend van het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid kun je niet anders dan vaststellen dat de sociaal-democratie terug is in de Nederlandse politiek. De partij kiest ronduit voor de verzorgingsstaat als institutionalisering van het "wij met zijn allen" van onze morele gemeenschapsintuïties. In het Voorwoord valt Lodewijk Asscher meteen met de deur in huis;

Ons Nederland is het land van gelijke kansen. Het land waarin iedereen mee kan doen en mee mag doen. Wij zien Nederland als een mooie, levendige vereniging waar we allemaal lid van zijn en allemaal ons steentje aan bijdragen. Waar onze kracht zit in onze verzorgingsstaat en onze vrijheid. Niet iedereen kijkt zo naar ons land. Sommigen zien Nederland als een soort BV. Een visie die je ook in de politiek wel tegenkomt. In die BV Nederland is de markt het doel, het individu de oplossing en de overheid het probleem. Dat is niet onze visie.

En er is het duidelijke besef dat dit een breuk moet betekenen met het verleden, dat wil zeggen ook en vooral met het eigen verleden:

Wij kiezen voor échte vooruitgang. Voor een breuk met het standaardrecept dat we de afgelopen decennia zo vaak hebben gezien. Wij doorbreken het oude patroon met een optimistisch en ambitieus plan. En dan is er heel veel mogelijk: een moderne economie waarin werkenden meedelen in de winst en we beter zorgen voor onze planeet. Een enorme investering in gelijke kansen voor alle kinderen.

En Tweede Kamerlid Gijs van Dijk zegt met zoveel woorden dat zijn partij in Rutte-II (2012 - 2017) teveel is meegelopen met de VVD. En dus met het mensbeeld van de "financiële prikkels" en de "eigen verantwoordelijkheid". Denk aan dat mensbeeld van het vulgair-economische neoliberale denken, waarin iedereen altijd alleen maar uit is op het eigen belang. Waarin wantrouwen overheerst en dus de democratische overheid zoveel mogelijk aan banden moet worden gelegd ten gunste van de markt en waarin de verzorgingsstaat zoveel mogelijk dient te worden afgebroken.

In het verkiezingsprogramma wordt daar inderdaad radicaal afstand van genomen. Het opent met het benoemen van de sociaal-democratische waarden, met bovenaan de waarde van de bestaanszekerheid. De andere zijn vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en duurzaamheid. 

Dat bestaanszekerheid bovenaan staat, stel ik met grote tevredenheid vast. Het lijkt wel alsof de opstellers kennis hebben genomen van mijn pleidooi voor het belang van bestaanszekerheid: De lokale verzorgingsstaat: bestaanszekerheid in het geding?  En Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

Lees zelf het programma om je ervan te vergewissen dat die waarden in een groot aantal concrete maatregelen worden uitgewerkt. Alles bij elkaar genomen kun je daar als socioloog die het realistisch-normatieve kader van de sociale hervormingen bepleit, behoorlijk tevreden over zijn. Er wordt afscheid genomen van Wim Kok en zijn "Ik ben niet van het jaloezie-model".

Blijft natuurlijk de vraag hoe de PvdA-voormannen en -vrouwen terugkijken op de fouten die in het verleden zijn gemaakt. En op hoe het kon gebeuren dat ze gemaakt werden. Dat zou betekenen dat ze zich verdiepen in het proces van sociale zeepbelvorming en daar lering uit trekken. Zie Over de sociale zeepbel van het neoliberalisme: Dat hadden we nooit moeten doen.

Tenslotte: er is ook een, zij het nog voorzichtig, afscheid van het huishoudboekjesdenken, dus van het economisch onzinnige geloof dat "gezonde" overheidsfinanciën prioriteit behoren te hebben boven een gezonde economie. Zie het Financieel kader op p. 98. Er komt misschien langzamerhand een einde aan die donkere periode in de politiek waarin macro-economische inzichten wel heel diep waren weggezakt.

Maar daar is waarschijnlijk nog meer denkwerk voor nodig. Gijs van Dijk zegt over al die bezuinigingen van het kabinet-Rutte II:

Voor mij is de afdronk van Rutte II: het land is uit de crisis geholpen. De keerzijde daarvan is een grote sociale kwestie: een miljoen mensen leeft in armoede of staat langs de kant – en die wordt ook door dit kabinet niet opgelost. We hebben dingen niet goed gedaan, daar moeten we geen spelletje over spelen.

Hier is nog een les te trekken. Een land kan helemaal niet uit "de crisis" zijn geholpen als een miljoen mensen in armoede leeft of langs de kant staat. Dan denk je blijkbaar bij die crisis aan de overheidsfinanciën en niet aan de economie.

donderdag 17 september 2020

Het economisch wereldbeeld van het huishoudboekjesdenken had al veel eerder overhoop gegooid kunnen worden

Koen Haegens, economiejournalist van de Volkskrant, besprak het boek The Deficit Myth. Modern Monetary Theory and how to build a better economy van Stephany Kelton. Dat boek is een grondige weerlegging van wat ik, zo ongeveer vanaf 2014,  het huishoudboekjesdenken over de overheidsbegroting noemde. Volgens dat denken moet de overheid net zo als een huishouden het huishoudboekje op orde houden. Er moet niet meer uitgaan dan er binnenkomt. 

Want anders maak je schulden en als die teveel oplopen, dan zadel je toekomstige generaties op met de last daarvan.

In dat denken ontbreekt het inzicht dat de overheidsbegroting belangrijke en gewenste of ongewenste effecten heeft op de economie als geheel. Bij overschotten is er geld aan de economie onttrokken en bij tekorten is er geld ingepompt. En er ontbreekt het inzicht dat de overheid de valuta-uitgever (currency issuer) is, dat wil zeggen dat hij "geld kan drukken". Dat laatste betekent dat het argument dat "het geld er niet is" op zich nooit klopt. En het houdt in dat de overheid niet het geld uitgeeft dat door belastingheffing is binnengekomen, maar uitgaven doet om de overheidsvoorzieningen te bekostigen en vervolgens belastingen heft op de daardoor ontstane inkomens. Waarbij belastingheffing dient om inflatie tegen te gaan, om een redelijke inkomens- en vermogensverdeling te bewerkstelligen en om schadelijk en ongezond gedrag te ontmoedigen.

Dat alles en veel meer legt Stephanie Kelton uit in dat pas verschenen boek. Daarbij verwijst ze vooral naar andere economen die zich scharen achter de Modern Monetary Theory, waarvan ze Warren Mosler de vader noemt. Mosler schreef in de jaren 90 van de vorige eeuw het boekje Soft Currency Economics, wat voor Kelton de eerste kennismaking was met deze inzichten (p. 23)..

Haegens is sterk onder de indruk van het boek, dat voor hem duidelijk heel nieuwe inzichten bevat. Hij besluit zijn bespreking met:

Gaandeweg de ruim 300 pagina's, terwijl ik steeds wanhopiger naar de zwakke plek in Keltons argumentatie zocht, bekroop me een extreem ongemakkelijke vraag. Een waar ik nog steeds niet uit ben. Moet ik nu mijn economische wereldbeeld overhoopgooien?

En dat is toch wel opvallend. Want Koen Haegens is bepaald niet de minste onder de Nederlandse economiejournalisten. En hoewel dat boek van Kelton dus pas is verschenen, zijn de inzichten helemaal niet zo nieuw. Ze gaan deels terug tot het werk van Abba P. Lerner in de jaren 40 van de vorige eeuw. Die bepleitte een functional finance benadering van de overheidsbegroting, inhoudende dat de overheid niet naar evenwicht op haar begroting moet streven, maar integendeel met die begroting naar dat evenwicht in de economie dat samen gaat met volledige werkgelegenheid. Kelton verwijst daar ook naar (p. 242). Ik stond er bij stil in dit bericht uit 2016: Geloof niet in de mythe van de gezonde overheidsfinanciën! De overheidsbegroting hoort functioneel te zijn. 

Maar ook onder meer mainstream-economen is er natuurlijk al heel lang kritiek uitgeoefend op het huishoudboekjesdenken. Kritiek die grotendeels in dezelfde lijn ligt als die van Kelton. Denk aan Paul Krugman, die al die politici bekritiseerde die dachten dat je met bezuinigingen moest reageren op de kredietcrisis van 2008 - 2010. Omdat de schulden niet te hoog mochten oplopen. Lees zijn End this depression now! uit 2012. Al die bezuinigingen die ook in Nederland zoveel schade hebben aangericht, kwamen voort uit het huishoudboekjesdenken dat in de politiek als "verantwoordelijk beleid" werd omarmd. En denk in ons land aan Bas Jacobs, Coen Teulings en aan wijlen Johan Witteveen.

Hoewel er wel discussie is over wat er wel of niet nieuw is aan die Modern Monetary Theory, is toch het overheersende beeld dat de hoofdlijn ervan tot de reeds bekende inzichten mag worden gerekend. En dat maakt het opvallend dat Koen Haegens zich afvraagt of hij nu, na het lezen van dit boek, zijn economische wereldbeeld overhoop moet gooien. Blijkbaar was hij nog in de ban van dat huishoudboekjesdenken. En hij niet als enige. Het is nog steeds gemeengoed onder de economiecommentatoren. 

En in de politiek. Ik heb de algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer niet zo goed gevolgd. Maar in het NOS-journaal werd "het probleem van de oplopende staatsschuld" en van "het doorschuiven naar de volgende generaties" weer eens flink uitgemeten.

Maar het economisch wereldbeeld van het huishoudboekjesdenken had al veel eerder overhoop gegooid kunnen worden.

donderdag 30 april 2020

Wat ons de coronacrisis leert over de rol van geld en van de overheidsbegroting

Wat al voorzichtig begon na de Grote Financiële Crisis van 2008, lijkt nu met de wereldwijde coronacrisis zijn beslag te krijgen: we leren met zijn allen wat geld eigenlijk is, hoe het ontstaat en hoe je het met zijn allen kunt gebruiken. Want het blijkt nu dat een heel verkeerde opvatting over geld gangbaar was. Met grote negatieve gevolgen.

Ondanks dat geld een zo vanzelfsprekend onderdeel is van ons dagelijks leven, is het een geheimzinnig iets waar gemakkelijk misvattingen over ontstaan. Misvattingen die ook in serieuze media de ronde doen.

Ik stond eerder al stil bij de bekende misvatting dat geld ooit ontstaan zou zijn als ruilmiddel om de tekortkomingen van ruilhandel weg te nemen. Bij die ruilhandel kwamen transacties moeilijk tot stand, omdat je als je iets aan te bieden hebt, iemand moet vinden die daar behoefte aan heeft, maar tegelijk ook iets van dezelfde waarde heeft aan te bieden waar jij behoefte aan hebt. Dus werd geld, als ruilmiddel, uitgevonden. Dat past mooi in het neoklassieke economische denken, waarin de markt de bron is van alle welvaart en waarin mensen dat dus al vroeg uitvonden. Geld zou dus "spontaan" en decentraal zijn ontstaan.

Maar dat blijkt dus historisch niet te kloppen. Geld ontstond als krediet en had als functie om het tijdsverloop tussen de aanvang en het einde van een transactie te overbruggen. En die kredietverlening werd centraal georganiseerd, door een "overheid", met een centrale locatie, de tempel, waar goederen werden bezorgd en afgehaald. Die overheid schiep het geld, dat daarna kon worden gebruikt om belastingen te heffen. Zie, uit 2012, Het eerste geld was krediet, niet ruilmiddel. Dirk Bezemer.

Maar wat het betekent dat geld en overheid op die manier met elkaar zijn verbonden, kan gemakkelijk uit het oog worden verloren. Zeker na de neoliberale revolutie van omstreeks 1980 is het gangbaar geworden om te denken dat een overheid eerst belastingen moet heffen voor hij geld kan uitgeven. Lees het mooie overzicht Neoliberalism has tricked us into believing a fairytale about where money comes from van Mary Mellor.

Dat heeft geleid tot het huishoudboekjesdenken, dat inhoudt dat de overheid moet handelen als een huishouden zoals andere huishoudens. Niet meer geld uitgeven dan er binnenkomt. Beducht zijn voor tekorten. In Duitsland resulterend in een in de grondwet vastgelegde eis van begrotingsevenwicht (schwarze Null). Lees nog eens (uit 2017): De overheidsbegroting is nog steeds geen huishoudboekje - Over onkunde in de politiek en de media.

Maar een overheid met een eigen centrale bank (en een muntunie met een goed functionerende centrale bank) beheert geen huishoudboekje, maar een gehele economie. Waarin geld een middel is om die economie goed te laten werken. Om te stimuleren als de economie inzakt, bijvoorbeeld als er teveel gespaard wordt om te hoge schulden af te lossen. Of om af te koelen als hij oververhit raakt.

Dat betekent dat begrotingstekorten of -overschotten een (macro-)economische functie hebben. En precies dat zien we nu met de coronacrisis wel heel duidelijk zich afspelen. Om levens te sparen en om overbelasting van de gezondheidszorg te voorkomen, moeten grote delen van de economie worden stilgelegd. Met grote gevolgen voor inkomens en bestaanszekerheid. En overheden die besluiten, en dat dus ook blijken te kunnen besluiten, om het geld te laten rollen. Gezonde bedrijven moeten worden geholpen om deze periode te kunnen overbruggen. Werknemers moeten worden doorbetaald. Sterk oplopende kosten van de gezondheidszorg moeten worden opgebracht. Wetenschappelijk onderzoek moet gefinancierd worden.

En wat blijkt? Dat kan allemaal. Er gaan geen stemmen op dat nu eerst maar eens belastingen moeten worden verhoogd om al die extra uitgaven te financieren. De euro's hoeven niet eerst te worden verdiend voor ze kunnen worden uitgegeven. De Amerikaanse Fed, de Bank of England en de Europese Centrale Bank zijn zonder blikken of blozen overgegaan op monetaire financiering ("geld drukken").

En op een enkele uitzondering na is iedereen het er over eens dat dit uitgavenfeest niet straks moet worden verstoord door weer te gaan bezuinigen op de overheidsuitgaven. Zelfs Nederlandse politici hebben doorgekregen hoe fout het was om na de Grote Financiële Crisis van 2008 zo gauw mogelijk te gaan bezuinigen (PvdA'ers balen van 'verkeerde keuzes' in Rutte II). En hoe fout het zou zijn om dat straks te herhalen. In Duitsland worden stemmen sterker om begrotingsevenwicht als doelstelling te verlaten:Surfen auf der Schuldenwelle. Wie wird Fiskalpolitik nach Corona aussehen? Die Dogmen von gestern helfen nicht mehr.

En wie weet, komen de regeringsleiders van de eurozone nog eens tot het bevrijdende inzicht dat die begrotingsregels van het Verdrag van Maastricht een neoliberaal gedrocht zijn.

Uiteraard is het ook met het oog op de nauwelijks minder urgente klimaatcrisis van groot belang dat een realistischer visie op de rol van geld en van de overheidsbegroting terrein wint. Net zo als we de coronacrisis met zijn allen moeten aanpakken, zullen we dat ook moeten doen met de klimaatcrisis. En voor wat we met zijn allen kunnen, is het zaak om in te zien dat geld een collectief middel is om rampspoed te vermijden en om een betere en duurzamere maatschappij te creëren.

dinsdag 24 maart 2020

Trekt de huidige generatie van politici de juiste les uit de coronacrisis voor de economie?

Update. Nu, eind mei, is al wel heel duidelijk geworden dat er in de Duitse politiek ten aanzien van de euro een wending ten goede is. Caroline de Gruyter vertelt er meer over: 
Hawks to doves? Germany's new generation of economists. Dit moet, zoals in de vorige update al vermoed, het werk zijn geweest van de SPD-minster van Financiën Olav Scholz, die zich omringd heeft met een nieuwe generatie economische adviseurs. En die ook in staat is geweest om kanselier Merkel en haar CDU-achterban op andere gedachten te brengen. Nu is de vraag of de Nederlandse politiek zal volgen. Dat zal dan inderdaad een volgen zijn, want er zijn helaas nog geen tekenen van het aantreden van een nieuwe generatie economische adviseurs op ons ministerie van Financiën. Daar lijkt nog het mantra rond te waren dat met de euro alles prima in orde is en dat alles goed komt als de zuidelijke eurolanden maar nog meer gaan bezuinigen en gaan "hervormen". Dat de euro een ontwerpfout kent waar de zuidelijke eurolanden onder gebukt gaan en de noordelijke van profiteren, daarvoor sluiten ze in Den Haag tot nu toe de ogen. Lees over die ontwerpfout vooral ook Economic theories that influenced the judges of Karlsruhe, waarin Paul de Grauwe die nog eens uitlegt. 
Update. Weliswaar is onze minister van Financiën Wopke Hoekstra tot het inzicht gekomen, zie hieronder, "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën", maar erg consistent in het uitdragen van dat inzicht is hij niet. Zo wekte hij ergernis, ja, verontwaardiging, bij zijn collega-ministers van de eurozone door Spanje en Italië te verwijten dat ze in de afgelopen jaren niet, zoals Nederland, hun begroting "op orde" hebben gebracht.
Daarbij volledig negerend dat de bezuinigingen van de regeringen-Rutte juist veel schade aan de Nederlandse economie hebben toegebracht en dat bovendien die bezuinigingen helemaal niet nodig zijn geweest om nu de economische gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. En negerend dat Italië en Spanje wel degelijk hebben bezuinigd en mede daardoor nog steeds hoge werkloosheidscijfers hebben en een stagnerende economie. En negerend dat juist Nederland als belastingparadijs voor grote ondernemingen schade creëert voor landen als Italië en Spanje.
Hoekstra gebruikte zijn verwijten als argument om de invoering van eurobonds tegen te houden. Met dat standpunt heeft hij nu alleen nog Oostenrijk, Finland en Duitsland mee. Met de kanttekening dat er binnen het Duitse ministerie van Financiën heel andere opvattingen bestaan. Zo heeft een belangrijk adviseur van minister Olaf Scholz, Jakob von Weizsäcker, in zijn eerdere functie in Brussel een model voor de invoering van eurobonds uitgewerkt. Zie Mark Schieritz, Was traut er sich? Olaf Scholz baut das Finanzministerium um – es könnte ein Zentrum für neue Ideen werden. Scholz zal hem met een reden naar zijn ministerie hebben gehaald.
Nederland zou nog wel eens vanuit Berlijn verrast kunnen worden. Want ondanks dat inzicht van Hoekstra lijkt het Haagse ministerie nog steeds op slot voor nieuwe ideeën.
Een van de vragen die Inki de Jonge van het Dagblad van het Noorden mij vorige week stelde was of de wereld door de coronacrisis naar een andere mindset toe moet. Ik zag dat als een vraag naar de lessen die nu getrokken zouden moeten worden en hier is het antwoord dat ik improviseerde:
,Zo’n grote gebeurtenis als dit leert ons twee lessen. De eerste is dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. En de tweede is dat we een sterke overheid nodig hebben. Dat laatste zijn we in de loop van de afgelopen veertig jaar uit het oog verloren. Het is een les die we na 2008 hadden moeten leren. Dat een kleine overheid, deregulatie, privatisering en marktdenken ons in een financiële crisis stortten. Die crisis had echter het merkwaardige gevolg dat de VVD, de partij die juist die waarden propageert, de grootste partij werd in Nederland. Terwijl de les had moeten zijn: we hebben een sterke overheid nodig. Deze coronacrisis kan ertoe leiden dat dat besef er alsnog komt.' (Zie De coronacrisis als sociaal experiment. 'Een epidemie houdt mensheid een spiegel voor, ook verschenen in de Leeuwarder Courant).
Als achtergrond van die improvisatie kunnen allerlei berichten op dit blog dienen, zoals die achter de labels bestaansonzekerheid, bezuinigingszeepbel, eurocrisis, kredietcrisis, neoliberalisme en verzorgingsstaat.

Hoe die improvisatie standhoudt, dat valt nu en in de komende weken en maanden (en jaren?) van dag tot dag te volgen. Het meest actueel is de vraag of de coronacrisis nu echt en voorgoed een einde maakt aan wat ik in 2011 de bezuinigingszeepbel noemde, de gedachte die bij politici postvatte dat na de crisis van 2008 - 2010 het terugdringen van de overheidstekorten prioriteit boven alles moest krijgen. De rotsvaste overtuiging die ook al ten grondslag lag aan de opzet van de euro, in het bijzonder aan het Stabiliteits- en Groeipact. Waarvan de naamgeving het onderliggende idee verraadt: als de overheidsfinanciën maar "op orde" zijn, dan kan de markt zijn werk doen en zal de economie wel weer gaan groeien.

Die bezuinigingszeepbel zou nu wel eens voorgoed kunnen barsten. Zie In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie. Onze huidige minister van Financiën is tot het inzicht gekomen "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën." Als "de huidige generatie van politici" (Bas Jacobs op 18 maart in Economen in tijden van corona 01) zich achter dat inzicht stelt, dan is er, eindelijk en helaas met een globale crisis als aanleiding, een heel belangrijke les geleerd. Zie ook naar de overheidsmaatregelen die in Duitsland worden genomen, waar afscheid wordt genomen van die economisch onzinnige schwarze Null. En in Groot-Britannië. En misschien in de Verenigde Staten, maar daar liggen Trump en de Republikeinen nog in de weg, met misschien rampzalige gevolgen.

Wat nog zorgen baart is of, als deze crisis eenmaal achter de rug is, de "budgettaire kramp" (Bas Jacobs) weer de kop opsteekt. Moeten overheden dan weer drastisch gaan bezuinigen om de ontstane tekorten weer terug te dringen? Zodat we weer terugkeren naar de lage rentes en lage economische groei, dus naar de "seculiere stagnatie"?

Nee, natuurlijk. Net zo als de landen na de Tweede Wereldoorlog hun hoog opgelopen schulden nooit hebben terugbetaald, omdat die "verdampten" in de naoorlogse economische groei, moet dat ook na de coronacrisis niet gebeuren. Niet alleen is dat niet nodig, het zou grote schade toebrengen aan het economische herstel.

Niet overtuigd? Lees voor een fraaie uitleg even A Short Comment on the UK Government’s Fiscal Policy in the Current Crisis.

vrijdag 13 maart 2020

In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie

'Mijn grondhouding is dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën'.
Wie zei dit en wanneer? Je zou denken een of andere Keynesiaanse macro-econoom die kritiek heeft op het bezuinigingsbeleid en op het streven naar begrotingsevenwicht dat de Nederlandse, Duitse en eurozone-politiek al zo lang in zijn ban heeft.

Maar nee hoor. De uitspraak werd gisteren gedaan door onze huidige minister van Financiën, Wopke Hoekstra. Zie het bericht in het Financieel Dagblad: Hoekstra zet crisisbuffer in van €90 mrd, zo nodig meer.

Om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden  wil Hoekstra de staatsschuld laten oplopen en zo nodig zelfs tot boven de 60 procent van het bruto binnenlands product, het maximum dat is toegestaan van het begrotingspact van de eurozonelanden.

Er is kennelijk (weer) een wereldwijde crisis nodig om af te kunnen stappen van de deflatoire bezuinigingspolitiek van de afgelopen jaren. Na de Grote Financiële Crisis (de kredietcrisis) van 2008 - 2010 vonden de politici het een goed idee om het begrotingstekort zo snel mogelijk terug te dringen. Dat was wat ik toen, in 2011, de bezuinigingszeepbel ging noemen. Het ging in tegen bekende en onderbouwde economische inzichten, maar very serious people vonden het een goed idee en die zouden wel gelijk hebben.

Tot nu toe vinden politici het moeilijk om van die bezuinigingspolitiek (austerity) afscheid te nemen. Ze wijzen er graag op dat het nu met de economie toch zo goed gaat en dat zulks bewijst dat ze het bij het rechte eind hadden. Maar daarbij negeren ze de schade die dat beleid heeft gehad voor de economie. In 2015 schatte Bas Jacobs die schade op 20 tot 30 miljard per jaar. Zie Waarom het niet klopt dat we nu kunnen investeren doordat we in het verleden zo goed hebben bezuinigd.

En die schade is niet alleen maar een abstract bedrag. Want we zien die schade elke dag. Aan de tekorten in de zorg en het onderwijs, aan de tekorten bij de gemeenten, aan de tekortschietende energietransitie en de stikstofcrisis, aan slechte kwaliteit van het werk en de maar niet afnemende armoede, ook van werkenden. Iedereen zou aan het werk zijn, maar er is nog zeker verborgen werkloosheid en daardoor achterblijvende loongroei. Zo goed gaat het helemaal niet.

Bij die uitspraak van Wopke Hoekstra moest ik eraan denken dat er in de jaren 30 van de vorige eeuw een wereldoorlog nodig was om de politici van hun deflatoire bezuinigingspolitiek af te helpen. Het werk van Keynes ("Zorg voor volledige werkgelegenheid, dan zorgt de overheidsbegroting wel voor zichzelf") was natuurlijk bekend, maar de politiek luisterde nog niet. Ik sloeg er nog even de biografie van Keynes van Peter Clarke op na (p. 17-8):
In Engeland zien we tegen het eind van de jaren dertig dat Neville Chamberlain politiek overwicht begint te krijgen, en dat was geen geweldig nieuws voor John Maynard Keynes. Maar het carrièreverloop van de econoom uit Cambridge nam een andere wending door de komst van de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder de crisis van de zomer van 1940, toen Engeland onder leiding van Winston Churchill alle zeilen bij moest zetten om als zelfstandige staat te overleven.
Dat was het moment waarop Keynes werkelijke politieke invloed begon uit te oefenen door de zorg voor de geldmiddelen voor de oorlog op zich te nemen. Plotseling was hij niet langer alleen maar een wetenschapper, hoe beroemd ook, maar werd hij zelf ook beleidsmaker, op het hoogste niveau van het ministerie van Financiën. Iedereen die vroeg hoe precies zijn taakomschrijving luidde, kreeg als antwoord dat hij 'gewoon' Keynes was.
En nu, in 2020, is er dus weer een wereldwijde crisis nodig om de politiek naar de inzichten van  "'gewoon' Keynes" te laten handelen. In Duitsland zien we dezelfde ontwikkeling en wordt even niet over de in de Grondwet vastgelegde schwarze Null gesproken. Minister van Financiën Olaf Scholz neemt zelfs het woord conjunctuurprogramma in de mond: Coronakrise - Regierung sagt Kredite in unbegrenzter Höhe zu.

En de Europese Commissie kondigt aan dat de regels van het Begrotingspact buiten werking worden gesteld: EU-Kommission lockert Schuldengrenzen für Staaten. Zorg voor de economie, dan komt de begroting later wel.

Prima natuurlijk, maar veel te laat. En pas als het onvermijdelijk is. Vreemd dat de lessen van de jaren 30 steeds opnieuw geleerd moeten worden.

woensdag 18 september 2019

Waarom het niet klopt dat we nu kunnen investeren doordat we in het verleden zo goed hebben bezuinigd

Dit is een vervolg op het bericht van gisteren: Hoe zit het in Nederland met de bezuinigingszeepbel? Vandaag is het Prinsjesdag. We zullen zien.
Vanaf volgend jaar gaat het kabinet extra investeren door miljarden euro's te gaan lenen: Hoekstra: investeringsfonds om Nederland klaar te maken voor een toekomst met minder groei. 

Dat is mooi. Er wordt wel gezegd dat de regering door in de afgelopen jaren zoveel te bezuinigen nu de ruimte heeft om geld te lenen. Anders gezegd, doordat we zo "rijk zijn", dus een groot begrotingsoverschot hebben, kunnen we nu geld lenen om te investeren.

Maar dat is een verkeerde redenering. Door al die bezuinigingen zijn we juist armer geworden, als je kijkt naar de economie in plaats van naar de overheidsbegroting. 

In 2015 schatte Bas Jacobs de schade van het bezuinigingsbeleid op 20 tot 30 miljard per jaar. Investeringen die nu nodig zijn, zijn voor een groot deel nodig om die schade te herstellen. Denk aan de infrastructuur, het woningtekort, de jeugdzorg, de zorg voor ouderen, de tekorten bij de gemeenten, de energietransitie, de landbouw. 

Maar denk ook aan al het leed en de toename van bestaansonzekerheid die die bezuinigingen de afgelopen jaren hebben teweeggebracht. Die schade kan helemaal niet meer worden hersteld.

dinsdag 17 september 2019

Hoe zit het in Nederland met de bezuinigingszeepbel? Vandaag is het Prinsjesdag. We zullen zien.

Update. Zie nu ook deze mooie analyse van de achtergronden van de in Duitsland, eindelijk, oplaaiende discussie over de zinvolheid van het beleid gericht op begrotingsevenwicht (de Duitse bezuinigingszeepbel): German rebalancing—out of exit options.
Update. Vanaf volgend jaar gaat het kabinet extra investeren door miljarden euro's te gaan lenen: Hoekstra: investeringsfonds om Nederland klaar te maken voor een toekomst met minder groei. Dat is mooi. Er wordt wel gezegd dat de regering door in de afgelopen jaren zoveel te bezuinigen nu de ruimte heeft om geld te lenen. Anders gezegd, doordat we zo "rijk zijn", dus een groot begrotingsoverschot hebben, kunnen we nu investeren.
Maar dat is een verkeerde redenering. Door al die bezuinigingen zijn we juist armer geworden, als je kijkt naar de economie in plaats van naar de overheidsbegroting. In 2015 schatte Bas Jacobs de schade van het bezuinigingsbeleid op 20 tot 30 miljard per jaar. Investeringen die nu nodig zijn, zijn voor een groot deel nodig om die schade te herstellen. Denk aan de infrastructuur, het woningtekort, de jeugdzorg, de zorg voor ouderen, de tekorten bij de gemeenten, de energietransitie, de landbouw. En denk aan al het leed en de toename van bestaansonzekerheid die die bezuinigingen de afgelopen jaren hebben teweeggebracht. Die schade kan helemaal niet worden hersteld.
Sinds 2011, het jaar dat ik dit blog begon, staan er berichten op dit blog over de bezuinigingszeepbel. Die term sloeg op het sociale verschijnsel dat politici en beleidsmakers in veel landen na de Grote Financiële Crisis van 2009 - 2010 een obsessie ontwikkelden met begrotingstekorten van de overheid en gingen uitdragen dat overheden zo veel en zo snel mogelijk moesten bezuinigen als antwoord op de door Crisis ontstane problemen.

Ik noem dat een sociaal verschijnsel, omdat die opvatting niet spoorde met wat de economiehandboeken voorschreven. Er was geen rechtvaardiging voor die consensus te vinden in de mainstream van het vak economie. Denk aan wat Nobelprijswinnaar Paul Krugman allemaal heeft geschreven over de economische ongeletterdheid van de voorstanders van bezuinigen. Een mooi overzicht daarvan lees je in zijn What Have We Learned From The Crisis?

En denk in ons land aan de pogingen van econoom en VVD-lid wijlen Johan Witteveen (ex-minister van Financiën en ex-voorzitter van het IMF) om Mark Rutte en andere VVD-voormannen er van te overtuigen dat hun verhaal over het overheidstekort niet klopte. Het meest dodelijke daarvan, voor die VVD-voormannen, was wel dat ze volgens Witteveen wisten dat het verhaal niet klopte, maar er toch naar handelden. Zie, uit 2012: Johan Witteveen: "Ik heb gezegd: het verhaal over het tekort is niet juist en dat weten jullie".

En denk in ons land aan alle pogingen van Bas Jacobs om de voorstanders van bezuinigen als remedie tegen de gevolgen van de crisis op andere, en betere, gedachten te brengen. Uit 2016: Bas Jacobs: De vraag moet zo krachtig worden gestimuleerd dat overbesteding en inflatie ontstaat.

Er leek dus het verschijnsel van de sociale zeepbel ten grondslag te liggen aan die merkwaardige consensus onder politici, in Nederland, in Duitsland, in Groot-Brittannië en in de Eurogroep van ministers van Financiën van de eurozone, dat juist nu de overheidstekorten zo snel mogelijk moesten worden teruggedrongen. Bij gebrek aan economische geletterdheid kregen degenen die het eerst en het hardst riepen bijval van anderen, waardoor nog weer anderen zich daarbij aansloten, want als zoveel mensen iets roepen, dan zal dat wel kloppen. Zie nog eens mijn eerste bericht over de bezuinigingszeepbel.

Waarmee overigens niet gezegd is dat die sociale zeepbel zo maar uit het niets kon ontstaan en groeien. Er lagen ook wel degelijk belangen (het Grote Geld) en ideologische overtuigingen (de ideologie van de kleine overheid) aan ten grondslag.

Maar als het goed is, loopt een sociale zeepbel op den duur leeg, doordat hij niet is opgewassen tegen de feiten en de feitelijke ontwikkelingen. Dat is met de bezuinigingszeepbel nu al een poos aan de gang. Zo is in Duitsland, nota bene het land van het huishoudboekje van die schwäbische Hausfrau, de discussie opgelaaid over de zinvolheid van het in de Grondwet vastgelegde (!) beleid van de Schuldenbremse of de schwarze Null.

En in Nederland? Vandaag is het Prinsjesdag. We zullen zien.

vrijdag 28 juni 2019

Was de politieke bezuinigingszeepbel een gevolg van de invloed van het Grote Geld?

Hoe kon het gebeuren dat er na de Grote Financiële Crisis van 2009 - 2010 in de politiek een obsessie ontstond met overheidsschulden? Met een consensus dat overheden zo snel mogelijk en zo veel mogelijk moesten bezuinigen?

Terwijl de crisis juist te maken had met de exorbitante schuldophoping in de private sector? En terwijl de economiehandboeken adviseerden om in zulke tijden juist de tekorten te laten oplopen en de economie te stimuleren? Kortom, hoe kon de politieke bezuinigingszeepbel ontstaan? (Mijn eerste bericht over die bezuinigingszeepbel dateert van 2011.)

Een aanleiding om nog eens bij die vraag stil te staan vormen de laatste twee columns van Coen Teulings in het Financieel Dagblad: Staatsschuld kost niet, staatsschuld rendeert juist en
Nieuwe‘Studiegroep Begrotingsruimte’ voor volgend kabinet kan niet op zelfde voet doorgaan.

Niet omdat Teulings daar nieuwe argumenten naar voren brengt tegen die obsessie met begrotingstekorten. Maar integendeel juist omdat die argumenten al lang bekend zijn. Het klopt niet om de overheidsbegroting gelijk te stellen aan een huishoudboekje. De overheid bestiert niet een huishouden, maar een hele economie, waardoor een heel andere kijk op "schulden" nodig is. Lees Teulings en lees ook nog eens De overheidsbegroting is nog steeds geen huishoudboekje - Over onkunde in de politiek en de media.

Een tweede aanleiding vormt de column van Paul Krugman van vorige week: Notes on Excessive Wealth Disorder. How not to repeat the mistakes of 2011.

Want daarin stelt hij precies die vraag naar hoe die politieke zeepbel kon ontstaan. En maakt hij, althans voor de Verenigde Staten, aannemelijk dat de invloed van het Grote Geld (Excessive Wealth Disorder) op de politieke agendavorming een grote rol heeft gespeeld.

Hoewel ook bij het grote publiek het huishoudboekjesdenken aanhang heeft, staan daar toch de sociale zekerheid en de gezondheidszorg en de werkloosheidsbestrijding hoger op de agenda. En daartegenover liggen de prioriteiten van de allerrijksten juist bij het terugdringen van het overheidstekort (bezuinigen!) en bij het uitkleden van de sociale zekerheid (de entitlements).

Het blijft tragisch. Terwijl het uitbreken van de Grote Financiële Crisis een gevolg was van de sterk toegenomen ongelijkheid en de groei van het Grote Geld, was het datzelfde Grote Geld dat maatregelen wist tegen te houden die de gevolgen ervan voor de Gewone Man hadden verzacht.

vrijdag 11 januari 2019

Hebben we nieuwe en jonge politici nodig om de bezuinigingszeepbel (austeriteit) achter ons te kunnen laten? Zoals in de VS Alexandria Ocasio-Cortez?

Het eerste bericht op dit blog over de bezuinigingszeepbel dateert van 21 september 2011. Dat was toen de politici aan beide kanten van de Oceaan massaal en ten onrechte begonnen te geloven dat als reactie op de Grote Financiële Crisis (toen nog meestal kredietcrisis genoemd) overheden zo snel mogelijk hun begrotingstekorten moesten terugdringen.

Bezuinigen moest. Er zat niets anders op, werd ons voorgehouden. Austeriteit (strengheid) werd het nieuwe gebod.  Denk in Nederland aan de kabinetten Rutte I (2010 - 2012) en Rutte II (2012 - 2017), waarin het ging om bezuinigingspakketten en het "op orde brengen" van de overheidsfinanciën. Denk aan de eurozone, waarin austeriteit werd opgelegd als het middel om zo snel mogelijk uit de crisis te geraken. Denk aan Groot Brittannië en de bezuinigingsdrift van de regering Cameron.

Maar die golf van bezuinigingspolitiek was niet gebaseerd op verstandige economische overwegingen. Er kwam juist van de kant van economen kritiek. Maar de politici zaten nog gevangen in de analogie van de overheidsbegroting met het huishoudboekje en merkten dat ze daar bij de kiezers goed mee wegkwamen. En de neoliberalen onder hen zagen de kans schoon om hun ideologie van de kleine overheid na te jagen. Er ontwikkelde zich een bezuinigingszeepbel, een toestand van economisch onverstand, waarin politici over elkaar heen buitelden in strengheid en stoerdoenerij in plaats van zich te laten leiden door de economische handboeken.
Een citaat uit dat eerste bericht over de bezuinigingszeepbel:
zeepbellen dreigen te ontstaan als mensen te weinig informatie hebben om zelfstandig gefundeerde keuzes te maken. Als ze dan een keuze niet kunnen ontlopen, kopiëren ze het gedrag van anderen. De enkelen die dan als eersten een keuze maken, die ongefundeerd kan zijn, kunnen dan een geweldige invloed hebben.
Want die handboeken waarschuwden er juist voor om in tijden van economische neergang, waarin de private sector de hand op de knip houdt en zijn schulden wil aflossen, als overheid ook nog eens op de rem te trappen. Er ontstaat dan immers (Keynes!) een liquiditeitsval, met super lage rentes en hoge werkloosheid. Een evenwicht waaruit moeilijk is te ontsnappen.

En dat was ook precies de ontwikkeling die ging optreden. Bizar hoge werkloosheidscijfers en bizar lage rentes. Inzakkende investeringen en daardoor nauwelijks nog productiviteitsgroei. Overheidstekorten werden teruggedrongen, maar ten koste van de economie en van veel ellende onder de bevolking. We leerden het begrip hysterese kennen. Het economisch herstel na een crisis was nog nooit zo traag geweest en er moet worden gevreesd voor blijvende negatieve gevolgen. Lees Hysteresis and fiscal policy during the Global Crisis van Antonio Fatás en Lawrence H. Summers uit 2016.

En gelijk op met dat trage herstel bleef er die opvallende kloof tussen het gevoerde economische beleid en de inzichten van de academische economen. De politici bleven volharden, waardoor hun gedrag op dat van sekteleden ging lijken. Uit 2015: In het Europese economische beleid is nog steeds een sekte aan de macht.

En de vraag die blijft hangen is of die bezuinigingszeepbel ooit nog zal barsten. Zullen de politici ooit nog inzien hoe zeer ze gedwaald hebben?

Daar lijkt veel voor nodig te zijn. Misschien is de lezing waarmee Olivier Blanchard, bepaald niet de minste, op 4 januari de American Economic Association toesprak een gebeurtenis die invloed zal uitoefenen. Je kunt de lezing hier volgen en de tekst lees je hier: Public Debt and Low Interest Rates.

Een korte samenvatting geeft Paul Krugman: Melting Snowballs and the Winter of Debt. Het betoog komt er, ultrakort, op neer dat de vrees voor grote overheidstekorten meestal onterecht is. Zeker zolang de rente lager is dan de economische groei en dat is doorgaans het geval. Bovendien is de vrees dat hoge overheidstekorten slecht zijn voor economische groei meestal ook niet terecht. Lage rentes duiden erop dat de private sector weinig investeert en dan is het juist verstandig om als overheid te investeren in infrastructuur en andere publieke voorzieningen.

En daar komt dus nog bij, Krugman wijst daarop, dat Keynesiaanse argument dat tekorten nodig kunnen zijn om een liquiditeitsval te voorkomen. Krugman sluit af met:
debt looks like a hugely overblown issue, and the way debt displaced unemployment at the heart of public debate in 2010-2011 just keeps looking worse.
Update. En lees ook Jared Bernstein in de Washington Post: A very good economic idea may be about to replace a very bad one. Een veelzeggend citaat daaruit:
one of my greatest hopes for this paper is that Blanchard’s straightforward analysis, in tandem with his stature, puts a knife through the heart of austerity economics, the heedless, reckless, premature removal of fiscal support from weak economies for no good reason.
Misschien hebben we nieuwe en jonge politici nodig voor een echte wending. Zoals in de Verenigde Staten de uit het niets opgedoken en wel heel goed geïnformeerde Alexandria Ocasio-Cortez: Alexandria Ocasio-Cortez says the theory that deficit spending is good for the economy should ‘absolutely’ be part of the conversation.

vrijdag 23 november 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 8 - Democratie bedreigd door het gevaar van de Grote Ondernemingen en dus van het Grote Geld

Wat valt er zoal te zeggen over de eerste van de twee grote uitdagingen waar we op dit punt in de mensheidsgeschiedenis voor staan? De uitdaging dus van de onderlinge verhoudingen: zullen we het met de Industriële Revolutie in het leven geroepen kapitalisme zo kunnen vormgeven dat het blijft voldoen aan onze behoeften aan democratie, gelijkberechtiging en mensenrechten? Zie hier het vorige bericht in deze reeks.

Nu, in 2018, bestaat die uitdaging er allereerst uit dat de democratie zich wellicht niet weet te handhaven tegenover de bedreigingen die uitgaan van de marktmacht van de grote internationale ondernemingen en de daarmee gepaard gaande grote inkomens- en vermogensongelijkheid.

Die marktmacht en die ongelijkheid konden sterk groeien sinds zo ongeveer in de jaren 80 van de vorige eeuw het neoliberalisme de politiek ging domineren, de rol van de overheid en van de vakbeweging werd teruggedrongen en de verzorgingsstaat werd afgebouwd. Dat laatste, na 2008, vooral ook door het  neoliberale, maar economisch onzinnige, geloof dat je als overheid in een recessie moet bezuinigen.

Die gegroeide marktmacht en de eruit voortkomende concentratie van kapitaal aan de top bedreigt langs twee wegen de democratie: enerzijds de weg van de beïnvloeding van de politiek door de aan voorwaarden gebonden financiering van politieke partijen en politici (minder omfloerst gezegd: door corruptie) en anderzijds door ontwijking van de belastingen en witwaspraktijken door de grote, internationale ondernemingen.
Er is, bedenk ik nu, nog een derde bedreiging. Die gaat ervan uit dat de concentratie van kapitaal aan de top leidt tot financialisering van de economie, d.w.z. tot nog meer concentratie en tot een afname van investeringen in de reële economie. Waardoor de winsten toenemen en de lonen stagneren of zelfs in koopkracht dalen. Daardoor leeft een toenemend deel van de bevolking in bestaansonzekerheid en zonder veel hoop op een betere toekomst. Ideale omstandigheden voor rechts-extreme politici, die het ongenoegen weten om te buigen in de richting van vijandigheid tegenover de zwakkeren (uitkeringstrekkers), de vreemdelingen en de vluchtelingen.
Die eerste weg, die van de illegale of zelfs gelegaliseerde corruptie, treedt wereldwijd op, maar het is toch bovenal de Amerikaanse politiek die ervan doortrokken is. En je kunt inderdaad zeggen dat daar de corruptie gelegaliseerd is, namelijk sinds het Citizens United besluit van het Hooggerechtshof in 2010 dat grote ondernemingen onbeperkte hoeveelheden geld mogen besteden aan het aanprijzen van politieke partijen en hun kandidaten. Omdat die sommen geld niet direct besteed worden aan de verkiezingscampagnes, zouden ze niet kunnen leiden tot corruptie of tot de schijn van corruptie. Zacht gezegd een opvallende redenering, die slecht verbloemt waar het echt om gaat.

In het volgende bericht meer over de tweede weg, die van belastingontwijking en witwaspraktijken. En in dat verband over Thomas Piketty's Capital in the Twenty-First Century (2014).

Maar ook over American Capitalism van John Kenneth Galbraith, van lang geleden (1956), maar hoe actueel in 2018. De eerste Nederlandse vertaling, Kapitalisme en welvaart, verscheen in 1965 als aula-pocket en staat nog steeds in mijn boekenkast. In 1993 is het terecht opnieuw, met een nieuwe introductie, uitgegeven, en daarvan is in 2008 een Nederlandse vertaling verschenen.
Lees hier het volgende bericht.

maandag 6 augustus 2018

Hoe de Britse Conservatieven door bezuinigingen de bestaansonzekerheid en daarmee de steun voor Brexit vergrootten

Doordat regeringen met bezuinigingen meenden te moeten reageren op de Grote Financiële Crisis, vergrootten ze de bestaansonzekerheid van grote delen van hun bevolkingen.

Sociaalwetenschappelijk waren de gevolgen daarvan te voorspellen: maatschappelijke tegenstellingen werden aangewakkerd. Zie Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? en volg de link in dat bericht naar de powerpoint.

Daarin zie je hoe de politiek, trouwens ook al voorafgaand aan de Grote Financiële Crisis, de bestaansonzekerheid vergrootte en hoe daarmee de tegenstelling tussen de sterkeren en de zwakkeren en tussen eigen volk en vreemden werd aangewakkerd. Anders gezegd, hoe het rechts-extremisme in de kaart werd gespeeld.

De nieuwe studie Did Austerity Cause Brexit? laat nu zien dat het bezuinigingsbeleid van de Britse Conservatieve regering in dezelfde lijn heeft bijgedragen aan de steun voor Brexit.

Het blijkt dat de steun voor Brexit, die voor een groot deel voortkwam uit de tegenstand tegen het vrije verkeer van personen in de Europese Unie, zoals tot uiting komend in het stemmen op UKIP en het stemmen voor Leave bij het referendum in 2016, groter was bij personen en in gebieden die zwaarder werden getroffen door de bezuinigingen op de verzorgingsstaat en de sociale zekerheid.

Terzijde: denk ook even aan de mogelijke link tussen dat bezuinigingsbeleid en de sterke toename van (het gebruik van) voedselbanken in Groot-Brittannië en aan dit bericht in The Guardian van een paar dagen geleden: Revealed: ministers' plan to research effect of policies on food bank use.

De resultaten van het onderzoek maken het waarschijnlijk dat zonder die bezuinigingen de Britten bij het referendum in meerderheid voor Remain hadden gestemd.