Posts tonen met het label Antonio Fatás. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Antonio Fatás. Alle posts tonen

vrijdag 11 januari 2019

Hebben we nieuwe en jonge politici nodig om de bezuinigingszeepbel (austeriteit) achter ons te kunnen laten? Zoals in de VS Alexandria Ocasio-Cortez?

Het eerste bericht op dit blog over de bezuinigingszeepbel dateert van 21 september 2011. Dat was toen de politici aan beide kanten van de Oceaan massaal en ten onrechte begonnen te geloven dat als reactie op de Grote Financiële Crisis (toen nog meestal kredietcrisis genoemd) overheden zo snel mogelijk hun begrotingstekorten moesten terugdringen.

Bezuinigen moest. Er zat niets anders op, werd ons voorgehouden. Austeriteit (strengheid) werd het nieuwe gebod.  Denk in Nederland aan de kabinetten Rutte I (2010 - 2012) en Rutte II (2012 - 2017), waarin het ging om bezuinigingspakketten en het "op orde brengen" van de overheidsfinanciën. Denk aan de eurozone, waarin austeriteit werd opgelegd als het middel om zo snel mogelijk uit de crisis te geraken. Denk aan Groot Brittannië en de bezuinigingsdrift van de regering Cameron.

Maar die golf van bezuinigingspolitiek was niet gebaseerd op verstandige economische overwegingen. Er kwam juist van de kant van economen kritiek. Maar de politici zaten nog gevangen in de analogie van de overheidsbegroting met het huishoudboekje en merkten dat ze daar bij de kiezers goed mee wegkwamen. En de neoliberalen onder hen zagen de kans schoon om hun ideologie van de kleine overheid na te jagen. Er ontwikkelde zich een bezuinigingszeepbel, een toestand van economisch onverstand, waarin politici over elkaar heen buitelden in strengheid en stoerdoenerij in plaats van zich te laten leiden door de economische handboeken.
Een citaat uit dat eerste bericht over de bezuinigingszeepbel:
zeepbellen dreigen te ontstaan als mensen te weinig informatie hebben om zelfstandig gefundeerde keuzes te maken. Als ze dan een keuze niet kunnen ontlopen, kopiëren ze het gedrag van anderen. De enkelen die dan als eersten een keuze maken, die ongefundeerd kan zijn, kunnen dan een geweldige invloed hebben.
Want die handboeken waarschuwden er juist voor om in tijden van economische neergang, waarin de private sector de hand op de knip houdt en zijn schulden wil aflossen, als overheid ook nog eens op de rem te trappen. Er ontstaat dan immers (Keynes!) een liquiditeitsval, met super lage rentes en hoge werkloosheid. Een evenwicht waaruit moeilijk is te ontsnappen.

En dat was ook precies de ontwikkeling die ging optreden. Bizar hoge werkloosheidscijfers en bizar lage rentes. Inzakkende investeringen en daardoor nauwelijks nog productiviteitsgroei. Overheidstekorten werden teruggedrongen, maar ten koste van de economie en van veel ellende onder de bevolking. We leerden het begrip hysterese kennen. Het economisch herstel na een crisis was nog nooit zo traag geweest en er moet worden gevreesd voor blijvende negatieve gevolgen. Lees Hysteresis and fiscal policy during the Global Crisis van Antonio Fatás en Lawrence H. Summers uit 2016.

En gelijk op met dat trage herstel bleef er die opvallende kloof tussen het gevoerde economische beleid en de inzichten van de academische economen. De politici bleven volharden, waardoor hun gedrag op dat van sekteleden ging lijken. Uit 2015: In het Europese economische beleid is nog steeds een sekte aan de macht.

En de vraag die blijft hangen is of die bezuinigingszeepbel ooit nog zal barsten. Zullen de politici ooit nog inzien hoe zeer ze gedwaald hebben?

Daar lijkt veel voor nodig te zijn. Misschien is de lezing waarmee Olivier Blanchard, bepaald niet de minste, op 4 januari de American Economic Association toesprak een gebeurtenis die invloed zal uitoefenen. Je kunt de lezing hier volgen en de tekst lees je hier: Public Debt and Low Interest Rates.

Een korte samenvatting geeft Paul Krugman: Melting Snowballs and the Winter of Debt. Het betoog komt er, ultrakort, op neer dat de vrees voor grote overheidstekorten meestal onterecht is. Zeker zolang de rente lager is dan de economische groei en dat is doorgaans het geval. Bovendien is de vrees dat hoge overheidstekorten slecht zijn voor economische groei meestal ook niet terecht. Lage rentes duiden erop dat de private sector weinig investeert en dan is het juist verstandig om als overheid te investeren in infrastructuur en andere publieke voorzieningen.

En daar komt dus nog bij, Krugman wijst daarop, dat Keynesiaanse argument dat tekorten nodig kunnen zijn om een liquiditeitsval te voorkomen. Krugman sluit af met:
debt looks like a hugely overblown issue, and the way debt displaced unemployment at the heart of public debate in 2010-2011 just keeps looking worse.
Update. En lees ook Jared Bernstein in de Washington Post: A very good economic idea may be about to replace a very bad one. Een veelzeggend citaat daaruit:
one of my greatest hopes for this paper is that Blanchard’s straightforward analysis, in tandem with his stature, puts a knife through the heart of austerity economics, the heedless, reckless, premature removal of fiscal support from weak economies for no good reason.
Misschien hebben we nieuwe en jonge politici nodig voor een echte wending. Zoals in de Verenigde Staten de uit het niets opgedoken en wel heel goed geïnformeerde Alexandria Ocasio-Cortez: Alexandria Ocasio-Cortez says the theory that deficit spending is good for the economy should ‘absolutely’ be part of the conversation.

dinsdag 9 oktober 2012

Hoe ideologie in de plaats kwam van wetenschappelijk onderzoek: de oorsprong van de bezuinigingszeepbel

Via een tweet van Ewald Engelen terechtgekomen op dit bericht van Antonio Fatás. Zie de link onderaan.

Rond 2008-2009 ontstond de bezuinigingszeepbel. Terwijl er direct volgend op de kredietcrisis nog het idee bestond dat overheidsstimulering noodzakelijk was, begon daarna de overtuiging post te vatten dat wat de overheid extra uitgeeft, ten koste gaat van de private bestedingen. Anders gezegd, de multiplier, die aangeeft wat de verandering is van het bruto nationaal product (BNP) bij een toename van de overheidsbestedingen, zou heel klein of zelfs nul zijn. Iedereen, nou ja, veel economen en veel overheden, ging daarin geloven.

Terwijl het onderzoek ook toen al overwegend uitwees dat die multiplier groter dan 1 was, ergens tussen 1 en 1,5. Wat er op wijst dat een toename van de overheidsuitgaven van 1% een grotere toename van het BNP teweeg zou brengen. Maar dat onderzoek werd terzijde geschoven en er kwam ideologie voor in de plaats. Dus bezuinigen, want hoe meer je bezuinigt, ook in een depressie, hoe meer "het vertrouwen toeneemt". En dat je door bezuinigen de economie afknijpt en de problemen nog groter maakt, ja, "dat klopt gewoon niet".

Nu zijn we zo langzamerhand zo ver dat de resultaten van dit beleid wel heel zichtbaar worden. De problemen worden inderdaad alleen maar erger. En dat heeft het Internationale Monetaire Fonds nu ook doorgekregen.
Dit is wat het IMF nu suggereert in zijn analyse, die trouwens ook zelfkritisch is. Ze kijken naar hun recente voorspellingen en ze suggereren dat hun model impliciet multipliers gebruikte die rond de 0,5 lagen als het ging om bezuinigingen. Gegeven dat hun voorspellingen de economische groei hebben overschat, vraagt het IMF zich nu af of de multipliers niet hoger zijn dan 0,5. De analyse in de huidige World Economic Outlook suggereert dat ze in het bereik van 0,9 tot 1,7 liggen. Dat is toevallig het bereik dat gelijk is aan dat wat het vroegere onderzoek liet zien en dat wordt bevestigd door de meest recente wetenschappelijke literatuur. Het is ook niet ver verwijderd van wat de meeste economische modellen zouden voorspellen gegeven de huidige economische omstandigheden.
 Laat het nu eindelijk maar eens afgelopen zijn met die bezuinigingszeepbel ....

Antonio Fatas and Ilian Mihov on the Global Economy: Underestimating Fiscal Policy Multipliers: The October edition of the IMF World Economic Outlook is out with very strong warnings about risks to growth (full report can be found at th...