Is zelfoverschatting (overconfidence) een goed wapen in de statuscompetitie? En is het in de strijd brengen van dat wapen uiteindelijk wel goed voor je? Of levert het zoveel stress op dat je er maar beter van af kunt zien?
In het vorige bericht dat aan deze vragen was gewijd, vermeldde ik hoe zelfoverschatting precies gemeten was in het onderzoek waaruit bleek dat het inderdaad behulpzaam is in de statuscompetitie. De meest voor de hand liggende meting was dat je mensen hun prestaties laat inschatten in vergelijking met de prestaties van anderen. De mate waarin je je eigen prestaties ten onrechte hoger inschat dan die van anderen, is dan de mate van zelfoverschatting. Stel dat je denkt dat je bij de beste 10 procent hoort, terwijl je in werkelijkheid minder dan het gemiddelde scoorde, dan overschat je je zelf in hoge mate,
De tweede van de drie metingen bestond er uit dat je van een lijst met items als beroemde namen, gebeurtenissen en kledingmerken moest aangeven welke je kende en welke niet. Hoe meer je aangeeft dat je de "valse", niet echt bestaande, items toch kent, hoe hoger jouw zelfoverschatting.
En in de derde meting hield in dat mensen een overdreven positieve uitslag kregen van hun prestaties.
Nu kun je je afvragen of hier nu wel drie keer hetzelfde wordt gemeten. Maar daar gaat het nu niet om en het gaat er ook niet om wat de beste meting is. Want hoe dan ook, in alle drie de gevallen werden de mensen die zichzelf overschatten, op grond van hun gedrag door anderen als competenter beoordeeld. Ook kregen ze een hogere status toegewezen, in de zin dat ze meer werden gezien als personen die respect en bewondering verdienen en die meer aan de besluitvorming hadden bijgedragen.
Mensen die dus hun eigen prestaties of hun eigen kennis overschatten, ook als ze dat doen op basis van verkeerde informatie, zijn succesvoller in de statuscompetitie. Ze weten meer indruk te maken op anderen. Dat is curieus. Want terwijl je bij die eerste twee vormen van zelfoverschatting nog kunt denken aan een achterliggend persoonlijkheidskenmerk, zoiets als narcisme, dat met gedrag samenhangt dat status afdwingt, kan er bij die derde vorm geen sprake zijn van een achterliggende persoonlijkheid. Je wordt alleen maar in de waan gebracht dat je geweldig gepresteerd hebt. En dat brengt ook dat status afdwingende gedrag teweeg. Als je maar denkt dat je geweldig bent, dan ga je je zo gedragen dat anderen ook denken dat je geweldig bent. Hm.
Maar of dat uiteindelijk goed voor je is?
Over een nieuw sociaalwetenschappelijk zicht op mens en maatschappij. En over de lange weg daarnaartoe.
Posts tonen met het label overconfidence. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overconfidence. Alle posts tonen
maandag 8 oktober 2012
zaterdag 6 oktober 2012
Wat doen die mensen precies, die zich zelf als beter inschatten dan ze werkelijk zijn?
Mensen die zich zelf als beter inschatten dan ze werkelijk zijn, slagen er in om zichzelf zo voor te doen dat ze ook inderdaad door anderen als competenter worden beoordeeld. En daardoor zijn ze succesvoller in de statuscompetitie dan anderen. Dat wil zeggen dat ze een hogere status weten te verwerven. In dit bericht maakte ik daar melding van en ik besloot met:
Kun je daaruit concluderen dat je maar beter een wat rooskleuriger beeld van je zelf kunt hebben? In plaats van een realistisch beeld? Dat lijkt me niet. Want de tegenwerping ligt voor de hand: dat mensen met die ziekte (BDD) een realistisch beeld hebben van zichzelf betekent nog niet dat mensen die een realistisch beeld hebben van zichzelf ook die ziekte hebben. Anders gezegd: moet je ook niet kijken naar die controlegroep en daarbinnen degenen met een rooskleuriger zelfbeeld vergelijken met een realistischer zelfbeeld? Het zou goed kunnen dat degenen met een rooskleuriger beeld meer stress ervaren dan degenen met een realistisch zelfbeeld. Maar of dat zo is, dat weten we dus (nog) niet.
Ik ben nog op zoek naar onderzoek dat hierover meer uitsluitsel kan geven, maar vroeg me ondertussen af wat we precies bedoelen met het je zelf als beter inschatten dan je bent. Wat is dat precies voor gedrag? In dat onderzoek waarmee de discussie begon (hier te vinden), wordt het overconfidence genoemd en dat slaat op het overconfidence effect, de systematische fout dat jouw subjectieve beoordeling van de waarschijnlijkheid dat jouw antwoord op een vraag correct is, groter is dan de objectieve waarschijnlijkheid. Je bent bijvoorbeeld "voor 99 procent zeker" dat jouw antwoorden op de gestelde quizvragen correct zijn, terwijl je 40 procent van de vragen onjuist hebt beantwoord. Zie verder Wikipedia over het overconfidence effect.
Hoe is dan in dat onderzoek die systematisch fout gemeten? Dat geeft het meest concreet aan waar we het over hebben. Het onderzoek bestond uit 6 studies, maar alleen in de eerste 5 werd een maat voor overconfidence gebruikt. Er blijven dan drie soorten maten over.
In Studies 1, 4 en 5 moesten de proefpersonen een opdracht uitvoeren en vervolgens aangeven hoe goed ze dachten de opdracht te hebben uitgevoerd in vergelijking met de anderen. Degenen die zich ten onrechte hoger inschatten dan het gemiddelde van de anderen, schatten zichzelf dus als beter in dan ze in werkelijkheid waren.
In Studie 2 moesten de proefpersonen de Over-Claiming Questionnaire invullen, een lijst met items als beroemde namen, gebeurtenissen en kledingmerken, waarvan je moet aangeven welke items jou bekend zijn en welke niet. In die lijst komen enkele niet echt bestaande items voor. Hoe meer je aangeeft ook die niet-bestaande items te kennen, hoe hoger de overschatting van jouw kennis.
In Studie 3 werden de proefpersonen gemanipuleerd om wel of niet een hoge mate van overconfidence te hebben. Een hoge mate werd zo gemanipuleerd dat je een overdreven positieve uitslag kreeg van een opdracht die je had uitgevoerd. Het werd je dus voorgespiegeld dat je een uitstekende prestatie had geleverd.
Het is, lijkt me, toch de vraag of hier wel drie keer hetzelfde concept wordt gemeten. De eerste maat lijkt mij het meest valide, dat wil zeggen, het meest overeenkomend met "jezelf beter inschatten dan je in werkelijkheid bent, in vergelijking met anderen". De tweede maat lijkt me meer te slaan op hoe moeilijk je het vindt om toe te geven dat je iets niet weet. En de derde? Ik weet het eigenlijk niet....
Het jezelf verheffen en je beter inschatten dan je in feite bent, lijkt een levenswijze die niet gemakkelijk steeds is vol te houden. En dat is ook zo, want statuscompetitie levert stress op.Die laatste passage leverde een reactie op van Rita Smaniotto (zie dit bericht), die aanwijzingen noemde dat het misschien beter is om een te rooskleurig beeld van jezelf te hebben dan een realistisch beeld. Ze verwees naar een onderzoek waarvan in de Labyrint-documentaire over zelfbedrog verslag werd gedaan. Het ging om mensen met de zeldzame, ingebeelde lelijkheidsziekte (Body Dismorphic Disorder) die heel goed in staat waren om uit 10 portretfoto's van henzelf, waarvan er 9 gemanipuleerd waren om het gezicht er iets mooier of lelijker uit te laten zien, de realistische foto aan te wijzen. Dit in tegenstelling tot een controlegroep van mensen zonder die ziekte, die stelselmatig een mooiere foto van zichzelf aanwezen.
Kun je daaruit concluderen dat je maar beter een wat rooskleuriger beeld van je zelf kunt hebben? In plaats van een realistisch beeld? Dat lijkt me niet. Want de tegenwerping ligt voor de hand: dat mensen met die ziekte (BDD) een realistisch beeld hebben van zichzelf betekent nog niet dat mensen die een realistisch beeld hebben van zichzelf ook die ziekte hebben. Anders gezegd: moet je ook niet kijken naar die controlegroep en daarbinnen degenen met een rooskleuriger zelfbeeld vergelijken met een realistischer zelfbeeld? Het zou goed kunnen dat degenen met een rooskleuriger beeld meer stress ervaren dan degenen met een realistisch zelfbeeld. Maar of dat zo is, dat weten we dus (nog) niet.
Ik ben nog op zoek naar onderzoek dat hierover meer uitsluitsel kan geven, maar vroeg me ondertussen af wat we precies bedoelen met het je zelf als beter inschatten dan je bent. Wat is dat precies voor gedrag? In dat onderzoek waarmee de discussie begon (hier te vinden), wordt het overconfidence genoemd en dat slaat op het overconfidence effect, de systematische fout dat jouw subjectieve beoordeling van de waarschijnlijkheid dat jouw antwoord op een vraag correct is, groter is dan de objectieve waarschijnlijkheid. Je bent bijvoorbeeld "voor 99 procent zeker" dat jouw antwoorden op de gestelde quizvragen correct zijn, terwijl je 40 procent van de vragen onjuist hebt beantwoord. Zie verder Wikipedia over het overconfidence effect.
Hoe is dan in dat onderzoek die systematisch fout gemeten? Dat geeft het meest concreet aan waar we het over hebben. Het onderzoek bestond uit 6 studies, maar alleen in de eerste 5 werd een maat voor overconfidence gebruikt. Er blijven dan drie soorten maten over.
In Studies 1, 4 en 5 moesten de proefpersonen een opdracht uitvoeren en vervolgens aangeven hoe goed ze dachten de opdracht te hebben uitgevoerd in vergelijking met de anderen. Degenen die zich ten onrechte hoger inschatten dan het gemiddelde van de anderen, schatten zichzelf dus als beter in dan ze in werkelijkheid waren.
In Studie 2 moesten de proefpersonen de Over-Claiming Questionnaire invullen, een lijst met items als beroemde namen, gebeurtenissen en kledingmerken, waarvan je moet aangeven welke items jou bekend zijn en welke niet. In die lijst komen enkele niet echt bestaande items voor. Hoe meer je aangeeft ook die niet-bestaande items te kennen, hoe hoger de overschatting van jouw kennis.
In Studie 3 werden de proefpersonen gemanipuleerd om wel of niet een hoge mate van overconfidence te hebben. Een hoge mate werd zo gemanipuleerd dat je een overdreven positieve uitslag kreeg van een opdracht die je had uitgevoerd. Het werd je dus voorgespiegeld dat je een uitstekende prestatie had geleverd.
Het is, lijkt me, toch de vraag of hier wel drie keer hetzelfde concept wordt gemeten. De eerste maat lijkt mij het meest valide, dat wil zeggen, het meest overeenkomend met "jezelf beter inschatten dan je in werkelijkheid bent, in vergelijking met anderen". De tweede maat lijkt me meer te slaan op hoe moeilijk je het vindt om toe te geven dat je iets niet weet. En de derde? Ik weet het eigenlijk niet....
donderdag 4 oktober 2012
Is het goed of slecht om jezelf beter in te schatten dan je bent?
Rita Smaniotto reageerde op het bericht Jezelf beter inschatten dan je bent, helpt in de statuscompetitie met deze email:
Hoi Henk,
Dit is precies wat Trivers zegt over self-deception. Hij heeft het alleen niet over culturele verschillen. Een leuk voorbeeld dat hij geeft: 60%(?) van de wetenschappers beschouwt zichzelf als behorend bij de beste 10% op zijn haar vakgebied.
De laatste zin klopt volgens mij niet helemaal: als je ertoe in staat bent is het heel gunstig om jezelf stelselmatig beter in te schatten dan anderen: het maakt de statuscompetitie gemakkelijker en stressloos (jij bent immers gewoon de beste). (Ik ken wel een paar mensen voor wie dat zo geldt). Het probleem is dat niet iedereen even goed in staat is tot zelf-deceptie (vooral vrouwen kunnen het minder goed) en dat de gevolgen op collectief niveau niet altijd zo gunstig zijn.
Groet,
Rita
De verwijzing naar Trivers is naar de Labyrinth-documentaire Het nut van zelfbedrog (hier te zien) naar aanleiding van het boek van Robert Trivers over zelf-deceptie, die op 19 september op televisie te zien was. (Het ging om 94 procent van de hoogleraren die zichzelf tot de beste 50 procent rekenen.)
Mijn antwoord was:
Hoi Rita,
Hoi Henk,
Dit is precies wat Trivers zegt over self-deception. Hij heeft het alleen niet over culturele verschillen. Een leuk voorbeeld dat hij geeft: 60%(?) van de wetenschappers beschouwt zichzelf als behorend bij de beste 10% op zijn haar vakgebied.
De laatste zin klopt volgens mij niet helemaal: als je ertoe in staat bent is het heel gunstig om jezelf stelselmatig beter in te schatten dan anderen: het maakt de statuscompetitie gemakkelijker en stressloos (jij bent immers gewoon de beste). (Ik ken wel een paar mensen voor wie dat zo geldt). Het probleem is dat niet iedereen even goed in staat is tot zelf-deceptie (vooral vrouwen kunnen het minder goed) en dat de gevolgen op collectief niveau niet altijd zo gunstig zijn.
Groet,
Rita
De verwijzing naar Trivers is naar de Labyrinth-documentaire Het nut van zelfbedrog (hier te zien) naar aanleiding van het boek van Robert Trivers over zelf-deceptie, die op 19 september op televisie te zien was. (Het ging om 94 procent van de hoogleraren die zichzelf tot de beste 50 procent rekenen.)
Mijn antwoord was:
Hoi Rita,
Je kunt gelijk hebben als je het stelselmatig te hoog inschatten van jezelf vergelijkt met het je stelselmatig te laag inschatten. Maar klopt het ook in vergelijking met je zelf goed inschatten, dus met een realistisch zelfbeeld? En het is de vraag of het wel zo stressloos is. Ik denk aan die twee typen narcisten, het kwetsbare en het grandioze. Die kwetsbare narcist moet zich behoorlijk inspannen om zijn overdreven positieve zelfbeeld in stand te houden, tegen allerlei negatieve aanwijzingen in. En die grandioze narcist? Ja, die komt vroeg of laat ten val. Maar inderdaad, dat kan laat zijn. En bedenk ook dat narcisten weinig goede vriendschappen hebben (moet ik nakijken).
Groet,
Henk
Maar daar kwam weer dit tegenantwoord op:
Hoi Henk,
Dat is interessant: de vraag of het realistisch inschatten van jezelf uiteindelijk het beste is. In diezelfde aflevering van Labyrinth waarin Trivers werd geinterviewd werd ook een experiment behandeld over zelf-deceptie op het gebied van schoonheid. Mensen met - hoe heet die ziekte, als je denkt dat je heel erg lelijk bent?- werden vergeleken met een controlegroep van gewone mensen. Voor het experiment waren er portretfoto's van elke proefpersoon genomen die met de computer mooier en lelijker waren gemaakt (zodanig dat er een rij van 10 fototootjes ontstond van mooiere en lelijkere jij-en). De proefpersonen moesten kiezen welke foto echt van hen was. Uit het onderzoek bleek dat mensen in de controlegroep stelselmatig een mooiere foto van zichzelf uitkozen. De zieke mensen daarentegen kozen de echte foto. Zij bleken dus een realistisch beeld van zichzelf te hebben. Oftewel: is een realistisch zelfbeeld hebben wel zo gunstig?
Groet,
Rita
Dat is interessant: de vraag of het realistisch inschatten van jezelf uiteindelijk het beste is. In diezelfde aflevering van Labyrinth waarin Trivers werd geinterviewd werd ook een experiment behandeld over zelf-deceptie op het gebied van schoonheid. Mensen met - hoe heet die ziekte, als je denkt dat je heel erg lelijk bent?- werden vergeleken met een controlegroep van gewone mensen. Voor het experiment waren er portretfoto's van elke proefpersoon genomen die met de computer mooier en lelijker waren gemaakt (zodanig dat er een rij van 10 fototootjes ontstond van mooiere en lelijkere jij-en). De proefpersonen moesten kiezen welke foto echt van hen was. Uit het onderzoek bleek dat mensen in de controlegroep stelselmatig een mooiere foto van zichzelf uitkozen. De zieke mensen daarentegen kozen de echte foto. Zij bleken dus een realistisch beeld van zichzelf te hebben. Oftewel: is een realistisch zelfbeeld hebben wel zo gunstig?
Groet,
Rita
Ja, is een realistisch zelfbeeld hebben wel zo gunstig? Ik ga nog eens op zoek naar meer antwoorden. In ieder geval nog weer eens kijken naar The Narcissism Epidemic. Living in the Age of Entitlement van Jean M. Twenge en W. Keith Campbell, waar, als ik mij goed herinner, met kracht van argumenten aangeraden wordt om realistisch naar je zelf te kijken. Komt terug.
woensdag 3 oktober 2012
Jezelf beter inschatten dan je bent, helpt in de statuscompetitie
Mensen kunnen bescheiden zijn, maar ze kunnen zich ook op de borst slaan en zichzelf als beter inschatten dan ze in werkelijkheid zijn. Daar zit een collectieve of culturele kant aan, in die zin dat bescheidenheid meer voorkomt als anderen ook bescheiden zijn en zelfverheffing meer als anderen ook zichzelf verheffen. Zie eerder dit bericht.
Het zou kunnen dat die zelfverheffingscultuur, die meer aanwezig is in West-Europa en Noord-Amerika, er mee samenhangt dat mensen meer in hun sociale omgeving met statuscompetitie te maken hebben. Kan het zijn dat het jezelf inschatten als beter dan anderen, wat vaardigheden en kennis betreft, een middel is dat helpt om status te verwerven en te klimmen in de statushiërarchie? En omdat zelfverheffing een narcistische trek is, moet je wat narcistisch zijn om succes te hebben in de statuscompetitie?
Volgens dit recente onderzoek van Cameron Anderson, Sebastien Brion, Don Moore en Jessica Kennedy, ondertussen verschenen in de Journal of Personality and Social Psychology, is dat inderdaad zo. Mensen die zichzelf, ten onrechte, als beter inschatten dan anderen blijken zich zo te gedragen dat ze door anderen ook als competenter worden beoordeeld. Het gaat dan om gedrag als meer het woord voeren, vaker als eerste het woord nemen, zelfverzekerder spreken, kalmer en rustiger lijken te zijn en meer ruimte innemen.
En het blijkt dat mensen die meer gericht zijn op statusverwerving, vanuit zichzelf of doordat ze subtiel op de voordelen van statusverwerving zijn gewezen, ook meer bezig zijn met zich beter voor te doen dan ze zijn.
Het jezelf verheffen en je beter inschatten dan je in feite bent, lijkt een levenswijze die niet gemakkelijk steeds is vol te houden. En dat is ook zo, want statuscompetitie levert stress op. Zie ook:
De gezondheidsschade van inkomensongelijkheid
Wie zijn het meest gestresst?
We leven langer. Maar ook langer met meer stress?
De stress van statuscompetitie en eenzaamheid
Het zou kunnen dat die zelfverheffingscultuur, die meer aanwezig is in West-Europa en Noord-Amerika, er mee samenhangt dat mensen meer in hun sociale omgeving met statuscompetitie te maken hebben. Kan het zijn dat het jezelf inschatten als beter dan anderen, wat vaardigheden en kennis betreft, een middel is dat helpt om status te verwerven en te klimmen in de statushiërarchie? En omdat zelfverheffing een narcistische trek is, moet je wat narcistisch zijn om succes te hebben in de statuscompetitie?
Volgens dit recente onderzoek van Cameron Anderson, Sebastien Brion, Don Moore en Jessica Kennedy, ondertussen verschenen in de Journal of Personality and Social Psychology, is dat inderdaad zo. Mensen die zichzelf, ten onrechte, als beter inschatten dan anderen blijken zich zo te gedragen dat ze door anderen ook als competenter worden beoordeeld. Het gaat dan om gedrag als meer het woord voeren, vaker als eerste het woord nemen, zelfverzekerder spreken, kalmer en rustiger lijken te zijn en meer ruimte innemen.
En het blijkt dat mensen die meer gericht zijn op statusverwerving, vanuit zichzelf of doordat ze subtiel op de voordelen van statusverwerving zijn gewezen, ook meer bezig zijn met zich beter voor te doen dan ze zijn.
Het jezelf verheffen en je beter inschatten dan je in feite bent, lijkt een levenswijze die niet gemakkelijk steeds is vol te houden. En dat is ook zo, want statuscompetitie levert stress op. Zie ook:
De gezondheidsschade van inkomensongelijkheid
Wie zijn het meest gestresst?
We leven langer. Maar ook langer met meer stress?
De stress van statuscompetitie en eenzaamheid
Abonneren op:
Posts (Atom)