Posts tonen met het label coronacrisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coronacrisis. Alle posts tonen

woensdag 29 maart 2023

Mensen met depressieve symptomen zijn vatbaarder voor samenzweringstheorieën - En over waarom dat zo is.

In lijn met eerder onderzoek komen de onderzoekers van de studie Depressive symptoms and conspiracy beliefs tot de conclusie dat mensen met depressieve symptomen vatbaarder zijn voor samenzweringstheorieën. 

Het gaat om een analyse van de data van drie grote representatieve steekproeven van Amerikanen die in 2021 en 2022, dus tijdens de coronapandemie, werden ondervraagd. De vatbaarheid voor samenzweringstheorieën werd vastgesteld met de vraag of mensen het eens of oneens waren met een of meer van de volgende drie toen in omloop zijnde stellingen:

  • Coronavirus was created as a weapon in a Chinese lab.
  • The COVID-19 vaccines contain the lung tissue of aborted fetuses.
  • The COVID-19 vaccines contain microchips that could track people.

De aanwezigheid van symptomen van depressie werd vastgesteld met een bekende lijst van negen vragen of je gedurende de laatste twee weken last hebt gehad van symptomen als “little interest or pleasure in doing things,” “feeling down, depressed, or hopeless” en “feeling tired or having little energy”.

De onderzoekers vinden dan duidelijke aanwijzingen dat mensen die meer last hebben van depressieve symptomen meer die drie samenzweringstheorieën onderschrijven. Het verband is sterker bij Evangelische Christenen, Republikeinen en conservatieven en minder sterk bij vrouwen, ouderen en mensen die een mondkapjes droegen. Ook was het verband minder sterk bij mensen met een meer ondersteunende sociale omgeving (meer mensen om je heen hebben die voor je kunnen zorgen als je ziek wordt, die je geld kunnen lenen, waar je mee kunt praten als je je niet goed voelt of die je kunnen helpen een baan te vinden).

Opvallend is dat de onderzoekers weinig te zeggen hebben over waarom je dit verband zou verwachten. Waar ligt het aan dat je meer in samenzweringstheorieën gelooft als je meer depressieve symptomen hebt?

Als verklaring ligt voor de hand dat er aan beide iets gemeenschappelijk is, namelijk het beeld van een onveilige wereld. Depressie is een reactie van immobilisatie op het ervaren van onveiligheid. Zie ook de reeks berichten die begint met Psychische aandoeningen en de mismatch tussen aanleg en omgeving - 1. Je trekt je terug omdat je geleerd hebt dat het gevaarlijk is om de wereld in te gaan. 

En als je de wereld als onveilig waarneemt, dan moeten gevaren wel veroorzaakt zijn door het werk van kwaadaardige krachten. Door mensen die het slecht met ons voor hebben.

Depressie en samenzweringstheorieën zijn beide symptomen van dat statuscompetitieve wereldbeeld van gevaar en onveiligheid. 

Dat verklaart ook waarom het verband minder sterk is bij mensen met een meer ondersteunende sociale omgeving. Die gemeenschapsomgeving zorgt voor afzwakking van dat statuscompetitieve wereldbeeld.

dinsdag 16 november 2021

2G of 3G? Veel te doen over de morele beoordeling van het overheidshandelen, maar waar is de morele (zelf-)beoordeling van het gedrag van de ongevaccineerden?

Vaccineren beschermt tegen een pandemie. Als iedereen of bijna iedereen zich laat vaccineren, dan is de pandemie voorbij. Portugal, waar bijna iedereen (98 procent van de bevolking boven de 12 jaar) zich heeft laten vaccineren, is het grote voorbeeld. 

Nederland is nog lang niet zover. Volgens het RIVM was tot 9 november van alle 12-plussers 82,4% volledig gevaccineerd. Met als gevolg dat de besmettingen blijven oplopen en dat er nieuwe maatregelen zijn genomen om het aantal contacten te beperken.

De discussie gaat er nu over of 2G moet worden ingevoerd. Dat wil zeggen dat je alleen een coronatoegangsbewijs krijgt (voor horeca, festivals en evenementen) als je volledig bent gevaccineerd of genezen bent van een coronabesmetting. Dat is dus een vrijheidsbeperkende maatregel voor ongevaccineerden. 

Die vrijheidsbeperking kan nog verder gaan, zoals in Oostenrijk (met een veel lager percentage gevaccineerden), waar voor ongevaccineerden een lockdown is afgekondigd. Ze mogen alleen naar buiten voor hun werk, school of studie, om essentiële boodschappen te doen of om medische redenen.

In die discussie worden naast juridische ook morele argumenten naar voren gebracht. Maar opvallend is dat die op de eerste plaats gaan over wat de overheid zou moeten doen of nalaten. Denk aan wat André Krom, van de afdeling Ethiek en Recht van de Gezondheidszorg van het LUMC, vandaag schrijft in de Volkskrant: Het kabinet wil 2G invoeren, maar daarvoor is een betere rechtvaardiging nodig. 

Daarin noemt Krom als bezwaar van 2G dat die maatregel "van tenminste sommige mensen de vrijheid beperkt om zich niet te laten vaccineren". Hij wijst erop dat daar voor in ons land geen wettelijke basis bestaat. 

Oké, wij kennen geen vaccinatieplicht. Maar er geldt wel het schadebeginsel:

Maatregelen die de vrijheid beperken voor de volksgezondheid kunnen alleen worden gerechtvaardigd als ze helpen voorkomen dat wie aan de maatregel wordt onderworpen ernstige schade veroorzaakt aan derden (het ‘schadebeginsel’). 
 
Maar, zo redeneert Krom verder, dat zou ook kunnen met 3G, dus met als extra mogelijkheid dat je een coronatoegangsbewijs kunt krijgen als je in de afgelopen 24 uur negatief getest bent op corona. De vrijheidsbeperking voor de ongevaccineerden is dan minder groot. En daarom is hij tegen 2G en voor 3G.

Nogmaals, dit gaat dus uitsluitend over de morele beoordeling van het overheidshandelen. Maar waar is de morele beoordeling van het gedrag van de ongevaccineerden? Behoren die niet dat schadebeginsel mee te wegen? Zijn hun argumenten om zich niet te laten vaccineren, anders dan de medische, wel bestand tegen de morele lading van dat schadebeginsel? 
 
Waarschijnlijk voelen zij zelf ook die morele lading, want het anderen geen schade mogen toebrengen lijkt de kern te zijn van de menselijke moraal. Als dat zo is, dan zou je verwachten dat ongevaccineerden bereid zijn de maatregelen te accepteren die hun vrijheid beperken. Dat ze vrijwillig in een soort van lockdown zouden gaan. En dat ze misschien zelfs zouden zeggen, doe dat 3G ook maar niet, want dat legt maar nodeloos beslag op de testcapaciteit. Ik heb mijn (zwaarwegende) redenen om mij niet te laten vaccineren, maar dat mag er natuurlijk niet toe leiden dat ik schade toebreng of overlast veroorzaak. 

Er is kortom wel veel te doen over de morele beoordeling van het gedrag van de overheid, maar waar is de morele (zelf-)beoordeling van het gedrag van de ongevaccineerden?

dinsdag 14 september 2021

Wat hebben vaccinatieplicht en onteigening van boeren dichtbij natuurgebieden (of zelfs het intrekken van hun vergunning) gemeenschappelijk?

Wat hebben vaccinatieplicht en onteigening van boeren dichtbij natuurgebieden (of zelfs het intrekken van hun vergunning) gemeenschappelijk? 

Over beide bestaat verschil van mening. Volgens I&O Research zijn er meerderheden van respectievelijk 59 en 55 procent voor het invoeren van een coronatoegangsbewijs als voorwaarde voor bezoek aan een bioscoop respectievelijk een café of restaurant. Er zijn ongetwijfeld veel voorstanders van onteigening van boeren, maar onderzoek ontbreekt nog voor zover ik weet. De boeren zelf zijn tegen en vinden bij monde van Land- en Tuinbouworganisatie LTO plannen in die richting "schandalig" (Landsadvocaat over stikstofaanpak: ‘Pak boer vergunning af’). 

Gemeenschappelijk is dat het in beide gevallen gaat om het toebrengen van schade aan anderen. Als je ongevaccineerd en zonder negatieve coronatest naar bioscoop of café gaat, kun je andere bezoekers besmetten. Weliswaar is de kans dat gevaccineerden besmet raken of daar ernstig ziek van worden klein, maar ook andere ongevaccineerden, die dan dus ook naar binnen mogen, kunnen besmet raken. Er is naast die directe schade die andere bezoekers kunnen ondergaan, ook nog de schade die ontstaat doordat die extra besmettingen de pandemie langer laten duren. Dit laatste kom je in de berichtgeving tegen als de schade voor "de volksgezondheid". Er zijn zowel concrete als gespreide slachtoffers.

Veehouders nabij natuurgebieden brengen door hun stikstofuitstoot schade toe aan de natuur en dragen daardoor bij aan klimaatverandering. Bovendien bemoeilijken ze het bereiken van de vastgestelde klimaatdoelen, waardoor hoognodige bouwplannen in de ijskast staan. De schade is heel concreet, maar de slachtoffers zijn gespreid.

In beide gevallen spelen er juridische argumenten. Bij de vaccinatieplicht, dus bij het invoeren van een coronatoegangsbewijs, speelt de in Artikel 11 van de grondwet vastgelegde keuzevrijheid ("Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam"), maar ook is er het in Artikel II-35 vastgelegde recht op overheidsbescherming van de (volks)gezondheid: "Eenieder heeft recht op toegang tot preventieve gezondheidszorg en op medische verzorging onder de door de nationale wetgevingen en praktijken gestelde voorwaarden. Bij de bepaling en uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd".

In het geval van de veehouders zijn er de juridische mogelijkheden voor onteigeningen en het intrekken van vergunningen. Tegenstanders kunnen dat moeilijk bestrijden, maar brengen daartegenin dat zulke maatregelen "volstrekt onnodig" zijn. Ze bestrijden dus de omvang van de schade.

Zoals vaker hebben ook hier juridische kwesties een morele ondergrond. Wetgeving is voor een groot deel een poging om bestaande morele intuïties formeel vast te leggen. Met altijd in concrete gevallen de mogelijkheid van een rechterlijke uitspraak. 

En sociaalwetenschappelijk gezien zijn er de pogingen om de aard van onze morele intuïties nader te bepalen. Ik grijp even terug op het bericht Onze moraal is er om onderlinge horizontale relaties te promoten en het ontstaan van verticale relaties tegen te gaan, waarin het erom gaat dat de intuïties van zorg voor elkaar (tegenover elkaar schaden), rechtvaardig zijn (tegenover anderen bedriegen), vrijheid van anderen respecteren (tegenover andere overheersen) en loyaal zijn (tegenover anderen verraden) een gemeenschappelijke kern hebben, namelijk het afkeuren van het toebrengen van leed of schade. 

Ik noem dat op dit blog vaak de intuïtie van "iedereen telt mee" of "wij met zijn allen". Anderen behoren niet te lijden door jouw toedoen. Niemand mag van die onderlinge bescherming worden buitengesloten. Die morele intuïtie is gemakkelijk te herkennen als het "wapen" tegen die andere kant van de menselijke sociale natuur, onze neiging tot statuscompetitie en dus tot het willen overheersen en onderdrukken van anderen.

Als je met die sociaalwetenschappelijke blik kijkt, dan is het niet verrassend dat er meerderheden bestaan voor het invoeren van het coronatoegangsbewijs. Die morele intuïtie van het afkeuren van toebrengen van schade wordt breed gedeeld. In andere Europese landen is het coronatoegangsbewijs al niet meer zo omstreden. De tegenstand kan eruit voortkomen dat er mensen zijn bij wie die intuïtie van vrijheid overheerst. Morele intuïties zijn emoties en in dit concrete geval gaat het om twee aan elkaar tegengestelde gevoelens. Ik wil geen schade toebrengen, maar ik wil ook niet in mijn vrijheid beknot worden. 

Zo gemakkelijk is het niet om daar goed uit te komen. Dat bij de meerderheid het geen schade toebrengen overheerst, lijkt te bevestigen dat die emotie inderdaad de gemeenschappelijke kern is. En dus de doorslag geeft. Bij de minderheid zien we ook de pogingen om het probleem "op te lossen" door te zoeken naar aanwijzingen dat het met die schade best meevalt.

Dat laatste zie je vooral ook bij de veehouders en hun belangenbehartigers. Naast natuurlijk dat sterke beroep op de intuïtie van de vrijheid.

Beide gevallen zijn fraaie voorbeelden van de onvermijdelijke complicaties die ontstaan door de noodzaak van "toepassing" van algemeen gedeelde morele intuïties op concrete sociale en maatschappelijke problemen.

vrijdag 18 juni 2021

Klaas Knot in Witteveenlezing: bezuinigen is en was een grote fout - En dus over sociale zeepbellen

Nadat ik dit blog begon, in augustus 2011, groeide snel het aantal berichten achter het label "bezuinigingszeepbel" en "eurocrisis".  Tot vandaag schreef ik 259 berichten met het eerste en 264 met het tweede label. 

Het eerste bericht over de bezuinigingszeepbel verscheen op 9 september 2011 en was getiteld Sociale zeepbellen in economie en politiek. En op 21 september schreef ik De bezuinigingszeepbel. Volg de links om ze te lezen. 

En het eerste bericht over de eurocrisis verscheen, onder de titel Paul de Grauwe over de Europese bankencrisis, op 21 oktober 2011. Met een link naar een artikel van Paul de Grauwe die toen al helder uitlegde wat er niet deugde aan de opzet van de euro. Zeer de moeite waard om nu na bijna tien jaar te herlezen!

Beide series berichten handelden over de obsessie met overheidstekorten die politici na de Grote Financiële Crisis van 2008-2010 in zijn greep kreeg. De oplossing voor de ontstane problemen moest gezocht worden in het zo snel mogelijk terugdringen van de overheidstekorten. Op nationaal niveau en op het niveau van de eurozonelanden, de landen die so wie so gebonden waren aan de regels van het Stability and Growth Pact, dat de omvang van overheidsschulden sterk limiteerde.

Die obsessie kwam duidelijk voort uit de toen nog volop heersende neoliberale ideologie waarin de markt de maat der dingen is en de overheid zich zoveel mogelijk dient terug te trekken. Financiële en economische crisissen zouden tot het verleden behoren en wat er nog aan conjunctuurpolitiek nodig was, kon door de centrale banken afgehandeld worden. Dat de overheidsbegroting ook een macro-economische functie zou kunnen hebben, dat was achterhaald Keynesiaans gedachtengoed. 

En al helemaal niemand had ooit gehoord van  Abba Lerner (1903 - 1982) en zijn Functional Finance, d.w.z. "the principle of judging fiscal measures by the way they work or function in the economy".  Zie mijn bericht Geloof niet in de mythe van de gezonde overheidsfinanciën! De overheidsbegroting hoort functioneel te zijn van 20 januari 2016. Nee, politici bleven in de ban van het huishoudboekjesdenken.

Die intellectuele fantasiewereld had na de Grote Financiële Crisis definitief in moeten stortten, maar de politici bleven volharden in hun obsessie. Dat was niet omdat ze zich zo goed geïnformeerd hadden, want vooraanstaande macro-economen waarschuwden voor de negatieve gevolgen, zowel economisch als maatschappelijk. Naast de al genoemde Paul de Grauwe was dat vooral ook Paul Krugman, die ik op dit blog in die tijd dan ook vaak aanhaalde. Zie hier alle berichten met het label Paul Krugman. Maar politici praatten vooral elkaar na en zo ontstond die bezuinigingszeepbel.

Een van die macro-economen die probeerde om die bezuinigingsobsessie te doen keren, was in ons land Johan Witteveen (1921 - 2019), ex-minister van Financiën en ex-directeur van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en vooraanstaand VVD-er. In die laatste rol probeerde hij tevergeefs om Mark Rutte en andere VVD-politici ervan te overtuigen dat er in een tijd van recessie juist niet moest worden bezuinigd, maar integendeel geïnvesteerd. Ik stond daar op 7 september 2012 bij stil in het bericht Johan Witteveen: "Ik heb gezegd: het verhaal over het tekort is niet juist en dat weten jullie". 

Vooral dat laatste was nogal dodelijk, want hij wilde ermee zeggen dat ze hem wel begrepen hadden, maar uit opportunistisch-ideologische overwegingen er toch liever voor kozen om te gaan bezuinigen. Misschien ook omdat ze bang waren de kiezers niet te kunnen overtuigen, die immers systematisch in verkiezingscampagnes met dat huishoudboekjesdenken waren gevoerd.

Hoe ironisch is het nu dat Klaas Knot, directeur van De Nederlandse Bank, een week geleden uitgerekend in de Johan Witteveenlezing niet alleen uitvoerig uiteenzette hoe verkeerd het is om nu na de coronacrisis te gaan bezuinigen, maar ook dat het verkeerd was om dat na de crisis van 2008 - 2010 te doen. Je kunt die lezing hier in zijn geheel nalezen. Hij zet daar een betoog op dat heel goed door bijvoorbeeld Paul Krugman (en in Nederland door Bas Jacobs en Coen Teulings) had kunnen worden gehouden, overigens zonder naar hen, of naar wie dan ook, te verwijzen.

En zonder ook met zoveel woorden toe te geven dat hijzelf  in het verleden meezong in dat bezuinigingskoor. En toen nooit ook maar enig blijk gaf van het beheersen van de inzichten die hij nu verkondigt. Martin Visser stond daar op 12 juni bij stil in loopt corona op zijn eind, is Knot bekeerd... 

Het is altijd moeilijk en pijnlijk om toe te geven dat je onderdeel bent geweest van een sociale zeepbel. En hoewel het te prijzen valt dat je dan uiteindelijk je informatieachterstand hebt ingehaald, zou het natuurlijk nog beter zijn om je openlijk af te vragen hoe je het in het verleden zo fout hebt kunnen hebben. Al was het maar om zulke sociale zeepbellen in de toekomst beter te kunnen herkennen en te vermijden.

maandag 10 mei 2021

Waarom de eigendomsrechten van de fabrikanten van COVID-19 vaccins buiten werking moeten worden gesteld - Over markt (ieder voor zich) en overheid (iedereen telt mee)

Update. Het verandert op zich niets aan de argumenten voor buitenwerkingstelling van de intellectuele eigendomsrechten op de COVID-19 vaccins van de grote farmacieconcerns, maar het werpt wel een licht op hun onderliggende motieven: Pfizer sluist miljardenwinst weg via Nederland. Als je al zoveel mogelijk probeert om zo weinig mogelijk belastingen te betalen en daarmee aan de publieke zaak bij te dragen, dan zul je er ook niet voor terugdeinzen om je monopoliepositie te gebruiken. En daarmee riskeren dat de coronapandemie langer duurt en meer slachtoffers vraagt.

Hoe krijgen we zo gauw mogelijk zoveel mogelijk mensen wereldwijd gevaccineerd tegen COVID-19? De noodzaak daartoe is groot, want niemand is veilig voor het virus zolang niet iedereen veilig is. Om de verspreiding van het virus wereldwijd te stoppen, zijn er zo'n 10 tot 15 miljard doses nodig, terwijl er tot eind april in totaal nog maar 1,2 miljard waren geproduceerd.

Moeten we daarvoor niet de intellectuele eigendomsrechten op de technologie en de kennis van de fabrikanten van de vaccins, zoals Pfizer en Moderna, tijdelijk buiten werking stellen, zodat ook andere fabrikanten die daartoe in staat zijn de productie ter hand kunnen nemen? Joseph Stiglitz en Lori Wallach beantwoorden die vraag bevestigend: Will Corporate Greed Prolong the Pandemic? 

En zij niet alleen. De regering-Biden maakte dit op 5 mei tot zijn beleid. De Europese Unie heeft het in overweging genomen, maar Merkel heeft na een telefonisch overleg met een CEO van een grote farmaceutische onderneming laten weten dat zij tegen is.

Stiglitz en Wallach zetten op 6 mei de argumenten op een rij. (Met een zekere waarschijnlijkheid dat die al eerder de regering-Biden hadden bereikt.) De fabrikanten hebben enerzijds laten weten dat die buitenwerkingstelling onnodig is, omdat de huidige regeling genoeg flexibiliteit geeft om hun kennis over te dragen. Maar anderzijds waarschuwen ze dat prikkels voor toekomstig onderzoek zouden worden weggenomen en dat hun winsten zouden afnemen. Dat laatste zou kunnen kloppen, want na de bekendmaking van de Biden-regering liepen de aandelen van de grote fabrikanten sterk in waarde terug. Buitenwerkingstellen zou dus wel degelijk effect hebben op de productie.

Na de HIV/AIDS epidemie zijn de landen van de Wereld Handels Organisatie (WTO) overeengekomen dat ze patenten moeten kunnen negeren om als dat nodig is voldoende essentiële geneesmiddelen te kunnen laten produceren. Als dit ook van toepassing zou worden verklaard op de productie van COVID-19 vaccins, dan zouden de fabrikanten inderdaad hun monopolierechten verliezen. Maar dat zou niet verhinderen dat ze voor de overdracht van kennis en technologie gecompenseerd worden. Alleen zouden ze in de onderhandelingen daarover minder sterk staan dan wanneer alle rechten bij hen berusten. Waardoor hun winsten wat lager zouden uitvallen dan ze nu doen, wat natuurlijk in deze noodsituatie ook precies de bedoeling is. Stiglitz en Wallach:

The COVID-19 vaccines have been developed by scientists from all over the world, thanks to basic science supported by numerous governments. It is only proper that the people of the world should reap the benefits. This is a matter of morality and self-interest. We must not let drug companies put profits ahead of lives.

Een mooi voorbeeld van een kwestie waarin de juiste grens moet worden gezocht tussen wat we aan de markt kunnen overlaten (ieder-voor-zich) en waar we als overheid (wij met zijn allen) dienen in te grijpen. 

En waarin dus onvermijdelijk de morele gemeenschapsintuïtie van het iedereen telt mee ("a matter of morality") een rol speelt.

maandag 8 maart 2021

Ongelijkheid tussen mannen en tussen mannen en vrouwen gaan altijd samen op

De ongelijkheid tussen mannen en de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen gaan samen op. En daarom zouden tegenstanders van die twee ongelijkheden ook samen moeten optrekken.

Dat betoogt Kate Pickett vandaag, op Internationale Vrouwendag, in haar Social Europe-column: Fissures that tear us apart and pressures that weigh us all down. Ongelijkheid tussen mannen vrouwen, in politieke invloed, in rechten, in macht, in inkomen, in prestige, in veiligheid, is niet een afzonderlijk probleem. Het is onderdeel van de bredere economische ongelijkheid tussen groepen. Hoe ongelijker een land, hoe meer het statuscompetitiepatroon domineert en hoe conflictueuzer de samenleving:

Think of society as a social ladder. In more unequal societies, the ladder is propped at a steeper angle and the rungs are further apart. Where one stands on that ladder matters more in a more unequal society: status and hierarchy are more important, competition for status more intense. So inequality is linked to more aggression and more pugnacity, to more bullying and more violence, to stronger dominance hierarchies among men. And when there is more status competition among men, women’s status suffers more.

We weten dat. Ongelijkheid kwam met de Landbouwrevolutie de mensheidsgeschiedenis binnen. In jagers-verzamelaarssamenlevingen was er een grote mate van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. En dat hing samen met de grote mate van gelijkheid tussen mannen. Voor hun overleving waren jagers-verzamelaars aangewezen op samenwerking en delen van voedsel en dus op sociale harmonie. Ten behoeve daarvan werd de neiging tot statuscompetitie individueel en zo nodig collectief onderdrukt.

Dat betekende voor vrouwen dat ze niet konden worden gedwongen om zich aan een man te binden. Als haar man haar domineerde of slecht behandelde, kon ze de relatie beëindigen. En steun zoeken bij andere vrouwen, een andere man of haar eigen familie. Mannen konden geen "eigendomsrecht" op vrouwen laten gelden.

Dat veranderde met de de overgang naar landbouw en dus naar eigendom. Bezit moest worden beschermd en dat leidde er toe dat zonen bij hun vader bleven. Dus werden dochters uitgehuwelijkt en werden vrouwen van elders gehaald. Het fenomeen van de bruidsschat ontstond, waarmee vrouwen handelswaar werden. Waardoor vrouwen ondergeschikt moesten worden aan mannen. En trouw aan hun man. Want omdat je bezit had en dat wilde doorgeven aan je kinderen, wilde je als man zekerheid over het vaderschap. Waar jagers-verzamelaarsmannen niet zo om maalden, werd voor landbouwers een prioriteit.

Bovendien leidde de toegenomen ongelijkheid er toe dat een man meer vrouwen kon nemen ('kopen"). Voor vrouwen hield dat in dat ze voor de keus konden komen te staan om een van de vrouwen van een rijke man te worden of de enige vrouw van een arme man. Het eerste was dan vaak aantrekkelijker. Lees voor meer Het afscheid uit het paradijs was niet goed voor vrouwen.

Sekse-ongelijkheid is dus een van de verschijningsvormen van de dominantie van het statuscompetitiepatroon dat met de overgang naar landbouw onze geschiedenis binnenkwam.  Zie ook Sekse-ongelijkheid als verschijningsvorm van statuscompetitie. Dat betekent, in de woorden van Kate Pickett, dat je met het uitlichten van de ene vorm ook de andere voor het voetlicht brengt:

Shining the light on one kind of inequality can pave the way to looking at others. A requirement to report chief-executive pay, and the gap between that and the average worker—a vertical inequality—followed hard on the heels of reporting on gender pay gaps—a horizontal inequality—coming into force in the UK in 2019. There is great expectation that we shall soon see a requirement for larger companies to report ethnic pay gaps as well. A demand for one kind of equality can fuel demand for another.

Het terugdringen van de statuscompetitie is daarmee hét middel om in één klap meer doelen te bereiken: minder ongelijkheid tussen mannen en minder ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en minder ongelijkheid tussen meerderheden en minderheden. Kate Pickett:

smaller inequalities of income lead to increases in women’s political participation—women are in power because their societies are more equal, because male dominance hierarchies have been loosened and because more egalitarian societies value diversity and inclusion.

En dan komt een positieve terugkoppeling in werking. Want wat blijkt? Landen met vrouwelijke politieke leiders waren succesvoller in het reageren op de coronapandemie. Kate Pickett verwijst naar dit, nog niet peer-reviewed, onderzoek: Women in power: Female leadership and public health outcomes during the COVID-19 pandemic. Daaruit blijkt dat van de 35 landen waarvan data beschikbaar waren, de landen met vrouwelijke leiders minder COVID-19 overlijdensgevallen per hoofd van de bevolking kenden en effectiever en sneller waren in het afvlakken van de toenames van het aantal besmettingen, met lagere pieken in het aantal dagelijkse sterfgevallen. 

Dat kan er zowel aan gelegen hebben dat die vrouwelijke leiders beter handelden, maar tegelijk ook aan het feit dat die landen een sterkere focus hadden op gelijkheid, menselijke behoeften en generositeit. Anders gezegd, meer verzorgingsstaten waren. 

dinsdag 29 december 2020

Aan het eind van 2020 veel redenen voor bezorgdheid en pessimisme. Maar er zijn er ook lichtpuntjes

We hadden al de Grote Financiële Crisis van 2008-2010, met een lange nasleep veroorzaakt door politici die dachten dat zo veel en zo snel mogelijk bezuinigen de beste manier was om op die crisis te reageren. Dat maakte de toch al bestaande problemen van groeiende bestaansonzekerheid onder de bevolking, veroorzaakt door tientallen jaren van neoliberaal beleid, alleen maar groter. 

Toen kwam daar in het nu bijna afgelopen 2020 nog eens de coronacrisis bij. Met naast de grote economische schade en dus nog meer bestaansonzekerheid, veel menselijk leed als gevolg van ziekte en oversterfte en sociaal isolement. 

En er is natuurlijk levensgroot het probleem van de door menselijk handelen in gang gezette klimaatverandering, waarvan de catastrofale gevolgen al bijna niet neer zijn af te wenden.

Veel reden voor bezorgdheid en pessimisme.

Maar laten we proberen om nu 2020 ten einde loopt wat lichtpuntjes te zien. Zijn er niet ook aanleidingen voor enig optimisme?

Natuurlijk zijn die er ook. Neem nu hoe regeringen gereageerd hebben op de economische gevolgen van de coronapandemie. Die reactie was een heel andere dan die van het bezuinigen na de kredietcrisis. Zonder enige, misplaatste, angst voor begrotingstekorten, werden grote sommen geld uitgetrokken om levensvatbare ondernemingen te ondersteunen bij het in dienst houden van werknemers of om hen voor faillissement te behoeden. Er werd alles aan gedaan om de ellende die werd veroorzaakt door de noodzakelijke economische stilstand, zoveel mogelijk te verzachten. 

Er was zo maar ineens de algemeen gedeelde overtuiging dat de overheid er is om mensen te hulp te schieten als de nood aan de man is. Zelfs in de Verenigde Staten, waar de Republikeinen in de vorm van het Trump-bewind aan de macht zijn. Met de bekende trickle down-ideologie die eigenlijk voorschrijft zoveel mogelijk te herverdelen van arm naar rijk. Die perfide politiek gold even niet. Paul Krugman daarover:

Over all, however — and somewhat shockingly — U.S. economic policy actually responded fairly well to the real needs of a nation forced into lockdown by a deadly virus. Aid to the unemployed and business loans that were forgiven if they were used to maintain payrolls limited the suffering. Direct checks sent to most adults weren’t the best targeted policy ever, but they boosted personal incomes.
All this big-government intervention worked. Despite a lockdown that temporarily eliminated 22 million jobs, poverty actually fell while the assistance lasted.

In Nederland gold ineens dat "het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën", zoals onze minister van Financiën Wopke Hoekstra op 12 maart uitriep. Hetzelfde zagen we in andere Europese landen en op het niveau van de Europese Unie. László Andor omschreef dat als een progressief momentum (The EU from crisis to crisis: Post‐Polanyian questions for social democracy).

Het blijkt dat het in tijden van rampspoed zo maar kan gebeuren dat de gemeenschapsvisie op de democratische overheid ineens weer als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd. De democratische overheid als de maatschappelijke uitingsvorm van de menselijke gemeenschapsintuïties. Van het met elkaar rekening houden en elkaar ondersteunen en van de rechtvaardigheid van de onderlinge verhoudingen. Iedereen telt mee en mensen in nood horen we met zijn allen te helpen. Dat was immers ook de visie die na de rampspoed van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust leidde tot de opbouw van de verzorgingsstaat.

Dat die gemeenschapsvisie ineens weer aan terrein lijkt te winnen, blijkt er ook uit dat nu in de politiek en in de maatschappij de verontwaardiging de kop opsteekt over hoe de neoliberale maatregelen van de kabinetten-Rutte hebben uitgewerkt op de zwakkeren en de kwetsbaren. Neem de Toeslagenaffaire. En neem nu ineens de verontwaardiging over hoe bijstandsontvangers worden behandeld: Politiek slaat alarm over strenge bijstandsregels. Maatregelen die eerder willens en wetens door meerderheden in de Tweede en Eerste Kamer werden omarmd. Het lijkt erop dat we met zijn allen toch onze bedenkingen hebben bij de statuscompetitiecultuur van vernedering.

Er zijn dus ook wel wat aanleidingen voor optimisme. 

En dan hebben we het er nog niet eens over dat in de Verenigde Staten, met de overtuigende nederlaag van Donald Trump, de democratie is gered: The Best Thing That Happened in 2020? American Voters Saved Our Democracy.

woensdag 14 oktober 2020

Sociaalwetenschappelijk zicht op het wel of niet naleven van de regels in de corona-crisis - Wat als Rutte wel een socioloog was geweest?

We gaan een "gedeeltelijke lockdown" in. Die is nodig omdat "teveel mensen zich niet aan de regels hebben gehouden" (Rutte gisteren). NRC.nl daarover:

En inderdaad, veel burgers hielden zich daar minder aan. Maar ook de overheid leverde niet wat zij beloofde. Het sociale contract waarmee Nederland de eerste golf eronder kreeg, staat onder druk.

Dat suggereert dat wat de overheid gedaan heeft of nagelaten ook een rol speelde in het gedrag van de burgers. Tijdens de eerste golf van de verspreiding van het coronavirus bestond er kennelijk nog zoiets als een sociaal contract tussen overheid en burgers en burgers onderling. Er dreigde rampspoed en daar moesten we met zijn allen wat aan doen. Dat deden we ook, want de verspreiding van het virus werd ingedamd.

Maar tussen toen en nu is er van alles gebeurd, of juist niet gebeurd, waardoor we nu in de tweede golf terecht zijn gekomen. NRC.nl:

Want de dijkbewaking tegen een tweede golf kwam niet op orde. De mobiele app die De Jonge in april aankondigde om uitbraken op te sporen en in te dammen, kwam er pas afgelopen weekend. Het testbeleid werd wel uitgebreid, maar onvoldoende om de golf aan mensen snel te kunnen testen. Het bron- en contactonderzoek dat in de zomer met moeite de brandhaarden in kaart kon brengen, is inmiddels vrijwel overal stopgezet. Het regionale maatwerk dat het kabinet aankondigde als dé manier om strenge landelijke maatregelen te voorkomen, werd beperkt tot Randstedelijke kroegen die iets eerder dicht moesten. Met eerder en gerichter ingrijpen waren brandhaarden wellicht geblust en was de maatschappelijke en economische schade nu beperkt gebleven.

Wat is hier sociaalwetenschappelijk gezien aan de hand? Die vraag dringt zich op nu er ook kritiek valt te horen op hoe de regering zich heeft laten adviseren. De NRC Nieuwsbrief De Haagse stemming meldt vandaag:

Als Rutte wordt gevraagd of Nederlanders zich slechter aan de regels houden dan andere Europese landen, antwoordt hij standaard: „Daar waag ik mij niet aan, ik ben geen socioloog.” Dat lijkt steeds een oproep aan zichzelf om eens met sociologen of andere gedragswetenschappers te praten over welke regels het meeste effect hebben op het gedrag van mensen. Maar zelf heeft Rutte daar blijkbaar een ander idee over, want het OMT bestaat vooral uit medici en er zit geen socioloog bij. De adviesteams in andere landen hebben een veel diversere samenstelling.

Wat zou een socioloog hebben kunnen bijdragen? Hij of zij zou er denk ik op hebben gewezen dat mensen in een toestand van dreigend gevaar informatie nodig hebben over hoe ernstig het gevaar is en over hoe belangrijk hun eigen bijdrage is aan het afwenden van het gevaar.

Als het gevaar ernstig is, dan is het belangrijk dat mensen daar ook van doordrongen raken. Ze moeten gaan inzien dat de gevaren zo ernstig en urgent zijn dat de dagelijkse gang van zaken en de dagelijkse routine niet zomaar doorgang kan vinden. Dat is belangrijk omdat mensen hechten aan wat als vertrouwd en daardoor als veilig wordt beschouwd. 

In de eerste golf van besmettingen waren het de berichten over de snel oplopende ziekenhuisopnames en sterftecijfers die "als vanzelf" zorgden voor het ontstaan van het besef dat de gevaren groot waren. Het bleek te gaan om zaken van leven en dood. De cijfers en de media deden hun werk 

Dat maakte dat de overheid het in zekere zin gemakkelijk had. Er moesten diep ingrijpende maatregelen genomen worden, aanvankelijk nog beperkt tot adviezen vaker handen te wassen en geen hand te geven, maar al snel opgeschaald tot afstand houden, thuiswerken en een complete lockdown. 

Maatregelen die economische gevolgen hadden, waardoor de overheid diep in de buidel moest tasten om mensen en bedrijven voor inkomensverlies te compenseren en om zo de economie zoveel mogelijk aan de praat te houden. Terwijl eerder nog de "bezuinigingszeepbel" heerste en het kwaad van te grote overheidstekorten breed werd uitgemeten, kon dat alles nu zonder problemen aan de kant worden geschoven. Het huishoudboekjesdenken waar de politiek zo lang door was bevangen en dat aan de kiezers als hoogste economische wijsheid was voorgehouden, moest en kon zonder enige tegenspraak worden verlaten. De corona-crisis leerde een les over de rol van geld en van de overheidsbegroting.

Niet alleen was er het inzicht in de ernst van de gevaren, ook was het mensen duidelijk wat het belang was van wat ze met het eigen gedrag konden bijdragen. Door zoveel mogelijk thuis te blijven en door afstand te houden verkleinde je de kans zelf besmet te raken, maar ook de kans anderen te besmetten. Dat laatste maakt je eigen gedrag tot een morele kwestie. Het je aan de regels houden werd daarmee een geval van pro-sociaal gedrag. Je doet het immers niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. De morele intuïties van het gemeenschapsgedrag kwamen in werking.

En dan komt het sociaalwetenschappelijke inzicht binnen dat mensen zich gemakkelijker pro-sociaal gedragen hoe meer ze zien dat anderen dat ook doen. Pro-sociaal gedrag lokt pro-sociaal gedrag uit.  En in die eerste golf waren er maar weinig of zelfs geen berichten dat anderen zich weinig van de regels aantrokken. Wat waarschijnlijk sterk heeft bijgedragen aan het naleven van de regels.

Samengevat, dat de eerste golf besmettingen vrij snel werd ingedamd, kan er dus uit worden verklaard dat mensen de ernst van het gevaar inzagen en dat ze erop konden vertrouwen dat ook anderen zich aan de regels hielden.

Met precies dezelfde inzichten kan dan ook worden verklaard hoe de tweede golf kon ontstaan. Er kwamen allerlei berichten in de media die twijfel zaaiden over de ernst van de gevaren en over het belang van de eigen bijdrage. In juli stopten Rutte en De Jonge met hun persconferenties en gingen ze op vakantie. Daarmee de indruk wekkend dat de problemen achter de rug waren. Er circuleerden berichten dat het coronavirus vergelijkbaar zou zijn met een griepje en dat eigenlijk alleen kwetsbare ouderen erdoor getroffen worden. En berichten over de negatieve effecten van de genomen maatregelen. Mensen die zich door die maatregelen in hun vrijheid beknot voelden, kregen gretig gehoor in de media. Denk aan de talkshows, waarvan je soms denkt dat hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel minder zwaar weegt dan het belang van de kijkcijfers.

Daardoor waren er meer overtredingen van de regels. Die natuurlijk "nieuwswaardiger" zijn dan al die gevallen waarin mensen zich wel aan de regels houden. Die scheve verdeling van de inhoud van het nieuws maakte dat meer mensen de indruk kregen dat steeds minder anderen de regels naleefden, waardoor ze dat dus ook zelf minder gingen doen. Waarbij natuurlijk niet hielp dat uitgerekend de minister van Justitie, Ferdinand Grapperhaus, zich niet aan de regels bleek te hebben gehouden. Dat had door zijn aftreden kunnen worden gerepareerd, maar daar werd niet voor gekozen.

Ook hielp het niet dat de overheid, dus minister De Jonge, het testbeleid en het bron- en contactonderzoek niet van de grond kreeg. Het had, ook om de ernst van de gevaren te blijven benadrukken, geweldig geholpen als zichtbaar en snel de benodigde middelen en menskracht waren ingezet. Juist door dat na te laten, kon de indruk ontstaan dat de problemen misschien wel achter de rug waren. Wat hier misging zou nog eens grondig moeten worden uitgezocht.

Kortom, het gedrag van burgers zowel tijdens de eerste als de tweede golf van besmettingen lijkt behoorlijk goed met sociaalwetenschappelijke inzichten te kunnen worden verklaard.

Voor het overheidsbeleid zou daaruit volgen dat het belangrijk is om te blijven hameren op de ernst van de gevaren en op het belang van ieders bijdrage. Berichten die daartegen in gaan, horen duidelijk te worden weersproken. Tegenover berichten over het niet naleven van de regels door sommigen, horen te berichten te staan over het wel naleven van de meesten. Omdat het naleven van de regels ook een morele kwestie is, horen oproepen tot goed gedrag ook een morele lading te hebben. 

En uiteraard hoort een minister die geen goed gedrag vertoont, af te treden. Ook zonder hem die overtreding persoonlijk zo sterk aan te rekenen, had het aftreden van Grapperhaus veel kunnen bijdragen aan de indruk van het grote belang van die regels.

vrijdag 8 mei 2020

Zullen we ook op wereldniveau in staat zijn tot zelforganisatie? Een cruciale periode in de mensheidsgeschiedenis

We zitten nog midden in de corona pandemie en zijn onzeker hoe lang die nog zal duren. Maar de mate waarin hij ingrijpt in wat we dachten dat vanzelfsprekend was, is al wel duidelijk. Dat maakt dat we ons gaan afvragen of er nog wel een weg terug zal zijn naar wat we gewend waren. Anders gezegd, welke lessen zullen we moeten trekken? En zullen we in staat zijn om naar die lessen te gaan handelen?
Die vragen dringen zich te meer op doordat we ook nog eens te maken hebben met de eveneens wereldwijde, door ons toedoen gecreëerde, klimaatcrisis, die nauwelijks minder acuut is en uiteindelijk nog veel ingrijpender dreigt te gaan worden. (Lees The Uninhabitable Earth. Life After Warming van David Wallace-Wells). En niet te vergeten met het gegeven dat er genoeg kernwapens door mensenhanden zijn vervaardigd om een nucleaire winter en een massa-extinctie te veroorzaken.
Dat alles terwijl we er de wereldwijde extreme ongelijkheid in rijkdom en macht heerst waarop de neoliberale ideologische en politieke revolutie van omstreeks 1980 is uitgelopen. (Lees The Great Divide van Joseph Stiglitz.) Diezelfde revolutie die ook op zo grote schaal de bestaansonzekerheid onder de bevolking heeft vergroot, daarmee de voedingsbodem creërend voor het populistisch rechts-extremisme.
Je kunt moeilijk anders dan concluderen dat we zijn beland in een cruciale periode van de mensheidsgeschiedenis. Of we daar succesvol doorheen komen, zal niet alleen van de aard en omvang van die uitdagingen afhangen, maar ook van wat wij met zijn allen aankunnen en weten te bewerkstelligen. Want er zal een gezamenlijke en gecoördineerde inspanning nodig zijn, op landen- en op internationaal niveau, om de juiste lessen te vinden en uit te voeren. De oplossing zal niet komen van "het vrije spel van maatschappelijke krachten", dat immers integendeel juist de problemen heeft veroorzaakt.
Als er inderdaad een grootscheepse gezamenlijke aanpak nodig is, zullen we dan daartoe in staat zijn? Maakt onze ambivalente sociale natuur, onze geneigdheid tot rekening houden met elkaar en tot onderlinge samenwerking (wij-met-zijn-allen), maar daartegenover ook tot egoïsme en onderlinge competitie (ieder-voor-zich), het waarschijnlijk dat we samen oplossingen vinden en die samen in daden weten om te zetten? Of zal het ieder-voor-zich overheersen en moeten we de toekomst somber inzien?
Om daar zicht op te krijgen is het goed om onder ogen te zien wat die ambivalente sociale natuur ons tot nu toe in de mensheidsgeschiedenis heeft gebracht. Dat wij-met-zijn-allen verwierven we door een natuurlijk en cultureel selectieproces gedurende de lange periode dat we, als egalitaire jagers-verzamelaars, voor overleving en reproductie op samenwerking en delen waren aangewezen. Een belangrijk element van die samenwerking was het onderdrukken van de geneigdheid tot statuscompetitie, die voor primaten kenmerkend is en die we van de gemeenschappelijke voorouder van mensachtigen en chimpansees hadden meegekregen. Die onderdrukking bestond uit de ontwikkeling van onze morele intuïties van eerlijk delen en rechtvaardigheid. Maar ook uit de aandrang tot het verontwaardigd en zo nodig agressief reageren op het bazig en egoïstisch gedrag dat de samenwerking in gevaar bracht. Denk aan Richard Wranghams The Goodness Paradox. The Strange Relationship Between Virtue and Violence in Human Evolution.
Het wij-met-zijn-allen, samen met het onderdrukken van het ieder-voor-zich, was een succesvolle strategie toen we nog in kleine groepen van onderlinge vertrouwdheid samenleefden, omringd door naburige groepen waarmee we ook vertrouwd waren, zoals door uithuwelijkingsrelaties (Christopher Boehm, Moral Origins, The Evolution of Virtue, Altruism, and Shame, 2012; Douglas P. Fry, Beyond War. The Human Potential for Peace, 2007; Sarah Blaffer Hrdy, Mothers and Others. The Evolutionary Origins of Mutual Understanding, 2009). Dat alles veranderde radicaal met de overgang naar de landbouwsamenlevingen, waarin de statuscompetitie veel minder goed kon worden onderdrukt. En waarin dus de grote ongelijkheid van de elkaar beconcurrerende vorstendommen en de standenmaatschappijen ontstonden (Menelaos Apostolou, Implications of the Neolithic Revolution for Male-Male Competition and Violent Conflict, Mankind Quarterly, 58 (2017): 208-228).
Maar tegelijk bleven die morele gemeenschapsintuïties van wij-met-zijn-allen aanwezig en waar de omstandigheden daar gunstig voor waren, werden die omgezet in nieuwe vormen van samenwerken en delen. Omdat die zich meestal afspeelden onder de radar van het centrale bestuur van de vorstendommen, kregen ze later, toen ze sociaalwetenschappelijk werden "ontdekt", bekendheid als vormen van zelfbestuur of zelforganisatie (self-governance). Het ging om boeren die gemeenschappelijke weidegronden beheerden en periodiek individueel gebruikte percelen herverdeelden, gezamenlijk irrigatiestelsels aanlegden en beheerden en om vissers die gezamenlijk visgronden beheerden. In alle gevallen gaat het om het in onderling overleg en zonder centraal gezag gebruiken en in stand houden van natuurlijke hulpbronnen. Elinor Ostrom maakte er haar levenswerk van om die zelforganisatie intensief te bestuderen en ontving daarvoor in 2009 de Nobelprijs voor economie (Governing the Commons, 1990).
Van de inzichten die dat opleverde, springt eruit dat zelforganisatie succesvol is als de leden er van doordrongen zijn dat hun onderlinge afhankelijkheid cruciaal is voor hun bestaan. En dat ze dat ook van elkaar weten. Dat brengt een hoge informatiedichtheid met zich mee, in de zin dat bij iedereen voortdurend bekend is welk gedrag van elkaar verwacht wordt (de regels) en het onderlinge vertrouwen heerst dat iedereen zich meestal aan die regels houdt. Plus het onderlinge vertrouwen dat er bij een overtreding door anderen iets van gezegd wordt. Wat weer tot gevolg heeft dat zulke overtredingen weinig zullen voorkomen. Die informatiedichtheid is er vooral bij een grote mate van onderlinge vertrouwdheid, die er weer is bij langdurige relaties, vaak over generaties heen. 

Nu we, in de eenentwintigste eeuw, met de corona crisis en de klimaatcrisis, geconfronteerd worden met het gegeven dat we ook als wereldbevolking in hoge mate afhankelijk van elkaar zijn, is het de grote vraag of we ook op dat niveau in staat zullen zijn tot zelforganisatie. Zullen onze morele gemeenschapsintuïties van het wij-met-zijn-allen ook nu krachtig genoeg zijn? En vooral ook, zullen we er voldoende vertrouwen in hebben dat ze bij anderen krachtig genoeg zijn? Nu we te maken hebben met her en der de kop opstekend rechtsextremisme en met narcistische leiders die allebei juist staan voor het ieder-voor-zich?

Voorwaar een cruciale periode in de mensheidsgeschiedenis.

donderdag 30 april 2020

Wat ons de coronacrisis leert over de rol van geld en van de overheidsbegroting

Wat al voorzichtig begon na de Grote Financiële Crisis van 2008, lijkt nu met de wereldwijde coronacrisis zijn beslag te krijgen: we leren met zijn allen wat geld eigenlijk is, hoe het ontstaat en hoe je het met zijn allen kunt gebruiken. Want het blijkt nu dat een heel verkeerde opvatting over geld gangbaar was. Met grote negatieve gevolgen.

Ondanks dat geld een zo vanzelfsprekend onderdeel is van ons dagelijks leven, is het een geheimzinnig iets waar gemakkelijk misvattingen over ontstaan. Misvattingen die ook in serieuze media de ronde doen.

Ik stond eerder al stil bij de bekende misvatting dat geld ooit ontstaan zou zijn als ruilmiddel om de tekortkomingen van ruilhandel weg te nemen. Bij die ruilhandel kwamen transacties moeilijk tot stand, omdat je als je iets aan te bieden hebt, iemand moet vinden die daar behoefte aan heeft, maar tegelijk ook iets van dezelfde waarde heeft aan te bieden waar jij behoefte aan hebt. Dus werd geld, als ruilmiddel, uitgevonden. Dat past mooi in het neoklassieke economische denken, waarin de markt de bron is van alle welvaart en waarin mensen dat dus al vroeg uitvonden. Geld zou dus "spontaan" en decentraal zijn ontstaan.

Maar dat blijkt dus historisch niet te kloppen. Geld ontstond als krediet en had als functie om het tijdsverloop tussen de aanvang en het einde van een transactie te overbruggen. En die kredietverlening werd centraal georganiseerd, door een "overheid", met een centrale locatie, de tempel, waar goederen werden bezorgd en afgehaald. Die overheid schiep het geld, dat daarna kon worden gebruikt om belastingen te heffen. Zie, uit 2012, Het eerste geld was krediet, niet ruilmiddel. Dirk Bezemer.

Maar wat het betekent dat geld en overheid op die manier met elkaar zijn verbonden, kan gemakkelijk uit het oog worden verloren. Zeker na de neoliberale revolutie van omstreeks 1980 is het gangbaar geworden om te denken dat een overheid eerst belastingen moet heffen voor hij geld kan uitgeven. Lees het mooie overzicht Neoliberalism has tricked us into believing a fairytale about where money comes from van Mary Mellor.

Dat heeft geleid tot het huishoudboekjesdenken, dat inhoudt dat de overheid moet handelen als een huishouden zoals andere huishoudens. Niet meer geld uitgeven dan er binnenkomt. Beducht zijn voor tekorten. In Duitsland resulterend in een in de grondwet vastgelegde eis van begrotingsevenwicht (schwarze Null). Lees nog eens (uit 2017): De overheidsbegroting is nog steeds geen huishoudboekje - Over onkunde in de politiek en de media.

Maar een overheid met een eigen centrale bank (en een muntunie met een goed functionerende centrale bank) beheert geen huishoudboekje, maar een gehele economie. Waarin geld een middel is om die economie goed te laten werken. Om te stimuleren als de economie inzakt, bijvoorbeeld als er teveel gespaard wordt om te hoge schulden af te lossen. Of om af te koelen als hij oververhit raakt.

Dat betekent dat begrotingstekorten of -overschotten een (macro-)economische functie hebben. En precies dat zien we nu met de coronacrisis wel heel duidelijk zich afspelen. Om levens te sparen en om overbelasting van de gezondheidszorg te voorkomen, moeten grote delen van de economie worden stilgelegd. Met grote gevolgen voor inkomens en bestaanszekerheid. En overheden die besluiten, en dat dus ook blijken te kunnen besluiten, om het geld te laten rollen. Gezonde bedrijven moeten worden geholpen om deze periode te kunnen overbruggen. Werknemers moeten worden doorbetaald. Sterk oplopende kosten van de gezondheidszorg moeten worden opgebracht. Wetenschappelijk onderzoek moet gefinancierd worden.

En wat blijkt? Dat kan allemaal. Er gaan geen stemmen op dat nu eerst maar eens belastingen moeten worden verhoogd om al die extra uitgaven te financieren. De euro's hoeven niet eerst te worden verdiend voor ze kunnen worden uitgegeven. De Amerikaanse Fed, de Bank of England en de Europese Centrale Bank zijn zonder blikken of blozen overgegaan op monetaire financiering ("geld drukken").

En op een enkele uitzondering na is iedereen het er over eens dat dit uitgavenfeest niet straks moet worden verstoord door weer te gaan bezuinigen op de overheidsuitgaven. Zelfs Nederlandse politici hebben doorgekregen hoe fout het was om na de Grote Financiële Crisis van 2008 zo gauw mogelijk te gaan bezuinigen (PvdA'ers balen van 'verkeerde keuzes' in Rutte II). En hoe fout het zou zijn om dat straks te herhalen. In Duitsland worden stemmen sterker om begrotingsevenwicht als doelstelling te verlaten:Surfen auf der Schuldenwelle. Wie wird Fiskalpolitik nach Corona aussehen? Die Dogmen von gestern helfen nicht mehr.

En wie weet, komen de regeringsleiders van de eurozone nog eens tot het bevrijdende inzicht dat die begrotingsregels van het Verdrag van Maastricht een neoliberaal gedrocht zijn.

Uiteraard is het ook met het oog op de nauwelijks minder urgente klimaatcrisis van groot belang dat een realistischer visie op de rol van geld en van de overheidsbegroting terrein wint. Net zo als we de coronacrisis met zijn allen moeten aanpakken, zullen we dat ook moeten doen met de klimaatcrisis. En voor wat we met zijn allen kunnen, is het zaak om in te zien dat geld een collectief middel is om rampspoed te vermijden en om een betere en duurzamere maatschappij te creëren.

donderdag 23 april 2020

Klassenstrijd en ideeënstrijd. Lessen van grote crises. En over waarom het gaat, bij Marx, bij Piketty en op dit blog

Thomas Piketty sluit zijn Capital and Ideology af met een concluderend hoofdstuk waarin hij de stelling van Marx en Engels in het Communistisch Manifest van 1848, dat de geschiedenis van alle tot nu toe bestaande maatschappijen er een is van klassenstrijd, herformuleert tot (p. 1035):
The history of all hitherto existing societies is the history of the struggle of ideologies and the quest for justice.
Dat is inderdaad weinig meer dan een herformulering, want ook Marx en Engels hadden natuurlijk oog voor de kracht van ideeën en ideologie. Denk maar aan het inzicht dat de revolutie van het proletariaat vertraagd wordt door het valse bewustzijn dat het kapitalistische systeem bij de arbeiders weet te creëren.  En andersom ziet Piketty ook het belang van de "sociale positie" voor wat iemand denkt en bereid is te rechtvaardigen. Dat hij in zijn conclusie het Communistisch Manifest aanhaalt, kun je moeilijk anders opvatten dan dat hij zijn eigen werk als een voortzetting ziet van wat Marx in de negentiende eeuw begon.

Met als natuurlijk belangrijk onderscheid dat Marx nog dacht in de Hegeliaanse historische wetmatigheden van het "historisch materialisme", die er onontkoombaar toe zouden leiden dat, als de tijd rijp was, het kapitalisme in het communisme zou overgaan. Of  hij dat echt dacht, of dat het niet meer was dan retoriek, dat is moeilijk te zeggen.

Bij Piketty niets van die retoriek, want hij plaatst zichzelf in een historische ideeënstrijd, waarin het bovenal gaat om wetenschappelijke bestudering van de empirie, maar waarin toch ook materiële belangen invloed hebben (p. 1035-60:
Above all, we need to understand what institutional arrangements and what types of socioeconomic organization can truly contribute to human and social emancipation. The history of inequality cannot be reduced to an eternal clash between oppressors of the people and proud defenders. On both sides one finds sophisiticated intellectual and institutional constructs. To be sure, on the side of the dominant groups, these constructs are not always devoid of hypocrisy and reflect a determination to remain in power, but they still need to be studied closely. Unlike the class struggle, the struggle of ideologies involves shared knowledge and experiences, respect for others, deliberation and democracy. No one will ever possess the absolute truth about just ownership, just borders, just democracy, just taxes and education. The history of human societies can be seen as a quest for justice.
Waarna hij uiteenzet dat het mogelijk is om op de basis van de studies waarvan dit boek verslag doet, een maatschappij tot stand te brengen die rechtvaardiger is dan de huidige kapitalistische. Met de volgende min of meer concrete maatregelen, die maar kort worden aangeduid, het boek is al dik genoeg, maar die toch de moeite waard zijn om langs te lopen.

Op het niveau van ondernemingen zou de macht tussen werknemers en aandeelhouders gedeeld moeten worden en zou het aantal stemmen dat een aandeelhouder kan uitbrengen aan een maximum moeten worden gebonden. Dus in ondernemingen meer machtsgelijkheid. Denk aan die nu al bestaande coöperatieve ondernemingen, of conglomeraten van ondernemingen, die ook sturen op het belang van werknemers. Zie Is een coöperatieve economie een alternatief voor het kapitalisme? Nogmaals de Mondragon coöperaties.

Op het niveau van landen en overheden zou er een sterk progressieve vermogensbelasting moeten worden geheven, gecombineerd met een "universal capital endowment" en daarmee een "permanent circulation of wealth". Wat die laatste twee betreft, vind je in dit interview een toelichting. Het zou gaan om een kapitaaluitkering aan iedere burger die de leeftijd van 25 jaar bereikt, ter grootte van 120.000 euro. Die circulatie komt dus tot stand doordat alles wat iedereen daar bovenop gedurende zijn/haar verdere leven weet te vergaren, sterk wordt belast.

Dat alles gepaard gaande met een progressieve inkomstenbelasting en een beprijzing van koolstofemissies, waarvan de opbrengsten gebruikt worden voor sociale zekerheid en een basisinkomen, de ecologische transitie en gelijke kansen in het onderwijs.

En op internationaal niveau gaat het om een herziening van verdragen die vrij verkeer van kapitaal mogelijk maakten in de richting van meer transparantie, meer samenwerking en meer transnationale democratische besluitvorming.

Iedereen is natuurlijk over deze "radicale" voorstellen heen gevallen. Dat zulks zou gebeuren, heeft Piketty ook wel degelijk voorzien. Hij brengt daar meteen al tegenin dat we met maatregelen als deze in feite de weg weer inslaan waaraan we al eind negentiende eeuw begonnen en die we in het midden van de twintigste eeuw, na de Tweede Wereldoorlog bewandelden met de opbouw van de verzorgingsstaten. Met zoals bekend de hoge marginale tarieven in de inkomstenbelasting (tot 90 procent), de bevordering van gelijke onderwijskansen en de regeling van medezeggenschap van werknemers in ondernemingen.

Het was de "conservatieve revolutie" van de jaren 80, geholpen door de val van het communisme, die deze ontwikkeling onderbrak. We gingen het neoliberale tijdperk in van markten die zichzelf wel konden reguleren en van het heilig verklaren van privébezit. En dus van de sterk toegenomen ongelijkheid.

Maar dat liep uit op de Grote Financiële Crisis van 2008 en die heeft mensen ertoe aangezet om weer te gaan nadenken over (p. 1037) "a new, more equitable, more sustainable economic model".

En ja, nu is er dus de wereldwijde coronacrisis bijgekomen. Die de vraag naar welke lessen we zullen leren nog veel urgenter maakt.

Bedenk tenslotte dat we het, in de begrippen van dit blog, hebben over de strijd in de mensheidsgeschiedenis tussen het gemeenschapsevenwicht ("we doen het samen") en het statuscompetitie-evenwicht ("ieder voor zich").  Lees Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen. 

Het gaat steeds over hetzelfde, bij Marx, bij Piketty of op dit blog.

dinsdag 21 april 2020

Wat zijn dat toch voor rare tijden dat kiezers gaan denken dat we uitgerekend zulke leiders nodig zouden hebben? Over Adolf Hitler, Donald Trump en Boris Johnson

De coronacrisis is zo ingrijpend dat er waarheden aan het licht komen die anders misschien voor velen nog lang verborgen waren gebleven.

Een zo'n waarheid is dat het niet verstandig is om populistische, rechts-extremistische politici aan de macht te brengen. Niet alleen omdat ze in allerlei opzichten een slecht beleid voeren, dat de bestaansonzekerheid voor de bevolking alleen maar nog groter maakt dan hij door het voorafgaande neoliberale beleid al was geworden.

Maar vooral ook omdat het narcisme van zulke leiders het hen onmogelijk maakt om adequaat te reageren op de voldongen feiten waar een ingrijpende crisis hen mee confronteert. Ze zijn zo vervuld van zichzelf dat ze begrenzingen van buitenaf, ook als dat de harde werkelijkheid is, niet goed kunnen accepteren.

Er is natuurlijk een belangrijke les uit het verleden: Adolf Hitler was niet in staat de harde waarheid te accepteren dat hij de oorlog ging verliezen. Nog steeds vervuld van zichzelf, trok hij zich terug, op het laatst in zijn Berlijnse bunker, om ten onder te gaan, maar wel met de bewuste opzet dat het gehele Duitse volk, dat hem immers "had verraden", in dat lot moest delen.

Hoe het verder afloopt met huidige narcistische leiders als Donald Trump en Boris Johnson weten we nog niet. Maar in aanleg zien we hier een soortgelijk patroon. Trump was door incompetentie en kwaadaardigheid toch al flink in het nauw gebracht. Zijn enige redding leek nog te zijn dat een goedlopende economie voor zijn herverkiezing zou zorgen. Daar was hij zo door geobsedeerd dat hij zijn ogen sloot voor de berichten over een zich ontwikkelende corona pandemie.

Waardoor het virus zich kon verspreiden en aan duizenden meer Amerikanen het leven heeft gekost dan nodig was geweest. Geconfronteerd met die harde waarheid kon de narcist Trump niet anders dan die waarheid zo extreem verdraaien dat het er op neerkwam dat hij als allereerste juist de gevaren onderkend zou hebben. Ging hij tot in februari door met het houden van zijn rally's? "I don't know  about rallies?". "Did I hold a rally?"

Dat was in antwoord op een vraag van journaliste Yamiche Alcindor, die hem ook vroeg of hij er niet mee zat dat mensen ziek waren geworden doordat hij het virus publiekelijk niet serieus had genomen. Het antwoord was wel heel ontluisterend:
And a lot of people love Trump. A lot of people love me. You see them all the time. I guess I am here for a reason, and for the best of my knowledge I won. And I think we are going to win again. I think we are going to win in a landslide.
Anders, maar net zo ontluisterend en verwoestend is wat er aan het licht komt over het abominabele optreden van Boris Johnson. Polly Toynbee schreef daar gisteren over, naar aanleiding van de berichten in de Sunday Times: Boris Johnson is the wrong man in the wrong job at the wrong time. Met als openingsalinea:
Everything unravels with almost indecent speed. After a brush with death, the prime minister is still recovering at Chequers when one of his many supportive newspapers drops a grenade straight down his Elizabethan chimney. No period of grace and convalescence: the Sunday Times didn’t even wait for him to stumble back to Downing Street before firing off its devastating attack on his cavalier incompetence over the coronavirus outbreak.
Wat zijn dat toch voor rare tijden dat kiezers gaan denken dat we uitgerekend zulke leiders nodig zouden hebben?

vrijdag 17 april 2020

Zullen de lessen van de coronacrisis vergelijkbaar zijn met de lessen van de Tweede Wereldoorlog?

De coronacrisis wordt wel vergeleken met de Grote Financiële Crisis van 2008, maar daar wordt dan meestal meteen bij gezegd dat de gevolgen van de coronacrisis nog veel ingrijpender zullen zijn.

En inderdaad, de goede vergelijking zou wel eens die met de Tweede Wereldoorlog kunnen zijn. Want de twee lessen die we er, hopelijk en waarschijnlijk, uit zullen trekken, waren ook precies de lessen die we uit de Tweede Wereldoorlog trokken. Ik doel ten eerste op de les dat er een radicale breuk nodig is in ons denken over wat we met zijn allen kunnen en moeten doen, waarbij met zijn allen slaat op de nationale overheid en de internationale organen. En ten tweede op de les dat we eveneens met zijn allen door rampspoed kunnen worden getroffen.

Het leren van die tweede les, dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, is de voorwaarde voor het kunnen trekken van de eerste les. De Tweede Wereldoorlog was inderdaad een wereldoorlog, Dus ingrijpend voor vrijwel de gehele wereldbevolking. Ingrijpend in de zin van een bedreiging vormend voor ieders bestaanszekerheid. Zoals in dat van alle dieren zit ook in ons genenpakket opgesloten dat we boven alles streven naar de veiligheid en dus bestaanszekerheid die het mogelijk maken om niet alleen te overleven, maar ook om te floreren. Alleen als we floreren, kunnen we ons zelf geruststellen.

Omdat die bedreiging van bestaanszekerheid voor een zo groot deel van de wereldbevolking gold, en bovenop de vooroorlogse economische bestaansonzekerheid kwam, drong na afloop zich de gedachte op dat er nu met zijn allen moest worden geprobeerd om herhaling van zulke verschrikkingen te voorkomen. Een gedachte die om zich heen greep. Op landenniveau werd hij omgezet in de naoorlogse opbouw van de verzorgingsstaten, als uitwerking van het al in 1942 in Groot Brittannië opgestelde Beveridge Rapport. (Voor Nederland het rapport van de Commissie Van Rhijn.)

Op Europees niveau betekende dat Europese eenwording. Oorlogen op Europees grondgebied, het kleinste continent met de meeste nationaliteiten, moesten definitief tot het verleden behoren. En op internationaal niveau de oprichting van de internationale instellingen, onder de vlag van de Verenigde Naties, waarin landen gingen samenwerken op de gebieden van mensenrechten, internationaal recht, mondiale veiligheid, ontwikkeling van de wereldeconomie en wetenschappelijk onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen.

Wat een tijd was dat! Het besef van de mogelijkheid van een gezamenlijke ervaring van rampspoed en bedreiging van bestaanszekerheid (tweede les) leidde tot het gezamenlijke besef van de noodzaak van collectieve actie (eerste les). Een breuk in het denken over de rol van de overheid. Die ook de les inhield dat de overheid als currency issuer een essentiële rol speelt in het aan de praat houden en stabiliseren van de economie. Vandaar dat "gewoon Keynes" zo'n belangrijke rol speelde in de Engelse oorlogseconomie en na de oorlog in de naoorlogse opbouw van de verzorgingsstaat en in het macro-economisch beleid. Pas heel veel later konden politici er weer mee weg komen te verklaren dat 'we daar het geld niet voor hebben". De overheid "heeft" het geld per definitie.

En wat voor tijd zullen we nu, in 2020, tegemoet gaan? Als we inderdaad diezelfde twee lessen trekken, zullen we de essentiële rol van de overheid en van de internationale instellingen weer gaan herwaarderen. We zullen wat de opbouw van de verzorgingsstaat betreft, de draad weer oppakken en daarmee weer recht doen aan die basale menselijke behoefte aan bestaanszekerheid. Met een macro-economisch beleid dat dat daarop gericht is, met volledige werkgelegenheid en een goed sociaal vangnet. En de uitgaven voor gezondheidszorg zullen we niet meer zien als gewoon een kostenpost, waarvoor je de markt kunt gebruiken om hem flink in te dammen.

En internationaal zullen we inzien dat de globalisering vanaf nu wel in goede banen moet worden geleid (Joseph Stiglitz). En dat wetenschappelijk onderzoek naar preventie van ziektes, geneesmiddelen en vaccins op de markt niet voldoende tot stand komt. We zullen kortom inzien, om Bas Jacobs aan het woord te laten, dat de kapitalistische droom is uitgedraaid op een illusie.

Waardoor we nog meer doordrongen raken van de noodzaak om de klimaatcrisis, die er natuurlijk ook nog is, met zijn allen aan te pakken.

Misschien zeggen we dan later ook: wat een tijd was dat!

dinsdag 24 maart 2020

Trekt de huidige generatie van politici de juiste les uit de coronacrisis voor de economie?

Update. Nu, eind mei, is al wel heel duidelijk geworden dat er in de Duitse politiek ten aanzien van de euro een wending ten goede is. Caroline de Gruyter vertelt er meer over: 
Hawks to doves? Germany's new generation of economists. Dit moet, zoals in de vorige update al vermoed, het werk zijn geweest van de SPD-minster van Financiën Olav Scholz, die zich omringd heeft met een nieuwe generatie economische adviseurs. En die ook in staat is geweest om kanselier Merkel en haar CDU-achterban op andere gedachten te brengen. Nu is de vraag of de Nederlandse politiek zal volgen. Dat zal dan inderdaad een volgen zijn, want er zijn helaas nog geen tekenen van het aantreden van een nieuwe generatie economische adviseurs op ons ministerie van Financiën. Daar lijkt nog het mantra rond te waren dat met de euro alles prima in orde is en dat alles goed komt als de zuidelijke eurolanden maar nog meer gaan bezuinigen en gaan "hervormen". Dat de euro een ontwerpfout kent waar de zuidelijke eurolanden onder gebukt gaan en de noordelijke van profiteren, daarvoor sluiten ze in Den Haag tot nu toe de ogen. Lees over die ontwerpfout vooral ook Economic theories that influenced the judges of Karlsruhe, waarin Paul de Grauwe die nog eens uitlegt. 
Update. Weliswaar is onze minister van Financiën Wopke Hoekstra tot het inzicht gekomen, zie hieronder, "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën", maar erg consistent in het uitdragen van dat inzicht is hij niet. Zo wekte hij ergernis, ja, verontwaardiging, bij zijn collega-ministers van de eurozone door Spanje en Italië te verwijten dat ze in de afgelopen jaren niet, zoals Nederland, hun begroting "op orde" hebben gebracht.
Daarbij volledig negerend dat de bezuinigingen van de regeringen-Rutte juist veel schade aan de Nederlandse economie hebben toegebracht en dat bovendien die bezuinigingen helemaal niet nodig zijn geweest om nu de economische gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. En negerend dat Italië en Spanje wel degelijk hebben bezuinigd en mede daardoor nog steeds hoge werkloosheidscijfers hebben en een stagnerende economie. En negerend dat juist Nederland als belastingparadijs voor grote ondernemingen schade creëert voor landen als Italië en Spanje.
Hoekstra gebruikte zijn verwijten als argument om de invoering van eurobonds tegen te houden. Met dat standpunt heeft hij nu alleen nog Oostenrijk, Finland en Duitsland mee. Met de kanttekening dat er binnen het Duitse ministerie van Financiën heel andere opvattingen bestaan. Zo heeft een belangrijk adviseur van minister Olaf Scholz, Jakob von Weizsäcker, in zijn eerdere functie in Brussel een model voor de invoering van eurobonds uitgewerkt. Zie Mark Schieritz, Was traut er sich? Olaf Scholz baut das Finanzministerium um – es könnte ein Zentrum für neue Ideen werden. Scholz zal hem met een reden naar zijn ministerie hebben gehaald.
Nederland zou nog wel eens vanuit Berlijn verrast kunnen worden. Want ondanks dat inzicht van Hoekstra lijkt het Haagse ministerie nog steeds op slot voor nieuwe ideeën.
Een van de vragen die Inki de Jonge van het Dagblad van het Noorden mij vorige week stelde was of de wereld door de coronacrisis naar een andere mindset toe moet. Ik zag dat als een vraag naar de lessen die nu getrokken zouden moeten worden en hier is het antwoord dat ik improviseerde:
,Zo’n grote gebeurtenis als dit leert ons twee lessen. De eerste is dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. En de tweede is dat we een sterke overheid nodig hebben. Dat laatste zijn we in de loop van de afgelopen veertig jaar uit het oog verloren. Het is een les die we na 2008 hadden moeten leren. Dat een kleine overheid, deregulatie, privatisering en marktdenken ons in een financiële crisis stortten. Die crisis had echter het merkwaardige gevolg dat de VVD, de partij die juist die waarden propageert, de grootste partij werd in Nederland. Terwijl de les had moeten zijn: we hebben een sterke overheid nodig. Deze coronacrisis kan ertoe leiden dat dat besef er alsnog komt.' (Zie De coronacrisis als sociaal experiment. 'Een epidemie houdt mensheid een spiegel voor, ook verschenen in de Leeuwarder Courant).
Als achtergrond van die improvisatie kunnen allerlei berichten op dit blog dienen, zoals die achter de labels bestaansonzekerheid, bezuinigingszeepbel, eurocrisis, kredietcrisis, neoliberalisme en verzorgingsstaat.

Hoe die improvisatie standhoudt, dat valt nu en in de komende weken en maanden (en jaren?) van dag tot dag te volgen. Het meest actueel is de vraag of de coronacrisis nu echt en voorgoed een einde maakt aan wat ik in 2011 de bezuinigingszeepbel noemde, de gedachte die bij politici postvatte dat na de crisis van 2008 - 2010 het terugdringen van de overheidstekorten prioriteit boven alles moest krijgen. De rotsvaste overtuiging die ook al ten grondslag lag aan de opzet van de euro, in het bijzonder aan het Stabiliteits- en Groeipact. Waarvan de naamgeving het onderliggende idee verraadt: als de overheidsfinanciën maar "op orde" zijn, dan kan de markt zijn werk doen en zal de economie wel weer gaan groeien.

Die bezuinigingszeepbel zou nu wel eens voorgoed kunnen barsten. Zie In de jaren 30 was er een wereldoorlog nodig om politici naar 'gewoon' Keynes te laten handelen. Nu de corona pandemie. Onze huidige minister van Financiën is tot het inzicht gekomen "dat het macro-economische belang van volstrekt andere orde is dan het smalle belang van de schatkist en de overheidsfinanciën." Als "de huidige generatie van politici" (Bas Jacobs op 18 maart in Economen in tijden van corona 01) zich achter dat inzicht stelt, dan is er, eindelijk en helaas met een globale crisis als aanleiding, een heel belangrijke les geleerd. Zie ook naar de overheidsmaatregelen die in Duitsland worden genomen, waar afscheid wordt genomen van die economisch onzinnige schwarze Null. En in Groot-Britannië. En misschien in de Verenigde Staten, maar daar liggen Trump en de Republikeinen nog in de weg, met misschien rampzalige gevolgen.

Wat nog zorgen baart is of, als deze crisis eenmaal achter de rug is, de "budgettaire kramp" (Bas Jacobs) weer de kop opsteekt. Moeten overheden dan weer drastisch gaan bezuinigen om de ontstane tekorten weer terug te dringen? Zodat we weer terugkeren naar de lage rentes en lage economische groei, dus naar de "seculiere stagnatie"?

Nee, natuurlijk. Net zo als de landen na de Tweede Wereldoorlog hun hoog opgelopen schulden nooit hebben terugbetaald, omdat die "verdampten" in de naoorlogse economische groei, moet dat ook na de coronacrisis niet gebeuren. Niet alleen is dat niet nodig, het zou grote schade toebrengen aan het economische herstel.

Niet overtuigd? Lees voor een fraaie uitleg even A Short Comment on the UK Government’s Fiscal Policy in the Current Crisis.