Posts tonen met het label sociale afwijzing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale afwijzing. Alle posts tonen

woensdag 29 november 2017

Adolescenten zijn sociaal kwetsbaar door gevoeligheid voor sociale afwijzing en weinig zelfbescherming

Het onderzoekje Development of self-protective biases in response to social evaluative feedback geeft een aardig inzicht in hoe adolescenten, en dus scholieren, omgaan met het probleem van hun eigenaardige sociale omgeving.

Die omgeving bestaat namelijk vooral uit leeftijdsgenoten en we weten dat die kunstmatige omgeving gemakkelijk statuscompetitie en pesten uitlokt. Zie Vriendschap? Of status? Waar het sociale leven van de adolescent om draait en Leeftijdsgemengde schoolklassen verminderen het pesten - Nieuwe aanwijzingen.

Dat zal eraan liggen dat je er in zulke leeftijdshomogene peer groups niet als vanzelfsprekend bijhoort. Je wordt beoordeeld en krijgt dus te weten of je wel "stoer" of "cool" of leuk of "gewoon" genoeg bent om te kunnen worden geaccepteerd. Omdat er buiten die groep ook weinig anders is, ben je wel erg gemotiveerd om te worden geaccepteerd en erbij te horen.

Maar er is altijd een behoorlijke kans om te worden afgewezen. Hoe ga je daarmee om?

In dat onderzoekje deden (slechts!) 107 proefpersonen van tussen de 10 en 23 jaar een beoordelingstest. Ze beoordeelden elkaar, op de basis van een ingestuurde foto, en moesten voorspellen hoe aardig anderen hen zouden vinden. Het ging er om hoe ze zouden reageren op een negatieve beoordeling door anderen, dus op sociale afwijzing. En het ging erom of daar bij de overgang naar volwassenheid iets in zou veranderen.

Wat daaruit naar voren kwam, kan met het plaatje hieronder worden duidelijk gemaakt.


Je ziet dat die adolescentiefase zich kenmerkt door een ronduit vervelende combinatie van een lage mate van zelfbescherming en een hoge mate van gevoeligheid voor sociale afwijzing. Precies die combinatie duidt op een hoge mate van sociale kwetsbaarheid. Je bent nog weinig in staat om je schouders erbij op te halen als je wordt afgewezen. En je wilt er tegelijk o zo graag bij horen.

Wat verandert er dan in die overgang naar de jongvolwassenheid dat die kwetsbaarheid afneemt? Het kan zijn dat je gaandeweg leert hoe je je beter kunt beschermen.

Maar het kan ook zijn dat je minder door alleen maar leeftijdsgenoten omringd wordt. Misschien doe je ervaringen op in een werkomgeving met collega's van verschillende leeftijden. Je kunt die kunstmatige peer group steeds beter achter je laten. Het erbij willen horen wordt minder een acuut probleem. En zo raak je minder onder de indruk van een afwijzing en ben je beter in staat tot zelfbescherming.

Merkwaardig hoe wij onze kinderen en adolescenten maar blijven bloot stellen aan die riskante groep van leeftijdsgenoten.

woensdag 13 januari 2016

Imitatie als middel om (weer) geaccepteerd te worden - Waarom we zo conformistisch zijn

Wat bij volwassenen al bekend was, dat wij na sociale afwijzing imitatie gebruiken als middel om weer geaccepteerd te worden, is nu ook bij kinderen vastgesteld.

In de studie In-Group Ostracism Increases High-Fidelity Imitation in Early Childhood creëerden de onderzoekers voor kinderen van rond de 6 jaar een in-group ("geel") en een out-group ('groen"), Vervolgens speelden de kinderen op de computer Cyberball, waarbij ze na een aantal rondes wel of niet door de anderen werden buitengesloten. Die anderen konden ook "geel" zijn of "groen". Daarna werd hen gevraagd om een soort ritueel te imiteren dat als een heersend gebruik binnen de eigen "gele groep" werd gepresenteerd.

Het bleek toen dat de kinderen die waren buitengesloten door de leden van hun eigen in-group dat ritueel zorgvuldiger imiteerden dan degenen die niet waren buitengesloten en die waren buitengesloten door leden van de out-group. (De kinderen werd na afloop verteld dat die uitsluiting niet echt was. Bovendien mochten ze daarna opnieuw spelen zonder die uitsluiting.)

We weten dat sociale afwijzing als stressvol en pijnlijk wordt ervaren. Zie Meer over de stress en de pijn van sociale afwijzing. We lijken er door in een spagaat te komen van het enerzijds afstand houden ("ze zien mij toch niet staan") en het anderzijds, vaak onbewust, opnieuw toenadering zoeken. Zie Sociale afwijzing leidt tot de spagaat van afstand houden èn contact zoeken.

En dat onbewuste op zoek zijn naar acceptatie, naar er weer bij mogen horen, komt tot uiting in het er op gespitst zijn de leden van je in-group in hun gedrag zo goed mogelijk te imiteren. Kinderen van 6 jaar doen dat dus al.

En onbewust lijken we ook te beseffen dat imitatie een goed middel is, omdat mimicry een gevoel van vertrouwdheid blijkt op te wekken.

We groeien op in een maatschappij waarin het ergens bij horen niet een vanzelfsprekendheid is. Het is vaak niet zo duidelijk of we wel ergens bij horen. Omdat we niettemin geëvolueerd zijn tot een sterk sociale diersoort, zijn we er wel erg mee bezig of we wel genoeg geaccepteerd worden, of anderen ons wel genoeg zien staan. En daardoor zet afgewezen worden aan tot pogingen om weer te mogen meedoen en dus tot imitatie en conformisme.

Dat brengt op de gedachte dat je eigenlijk wel heel veel conformisme om je heen ziet. En, geef het toe, bij je zelf.

woensdag 22 oktober 2014

Meer over de stress en de pijn van sociale afwijzing

Sociale afwijzing brengt mensen in de tegenstrijdige toestand van bewust afstand houden van anderen en onbewust juist contact zoeken. Zie het bericht Sociale afwijzing leidt tot de spagaat van afstand houden èn contact zoeken. Dat innerlijke conflict lijkt nogal stressvol.

Aanwijzingen voor stress en zelfs pijn als gevolg van sociale afwijzing komen uit eerder onderzoek. Zo is er de studie Does Rejection Hurt? An fMRI Study of Social Exclusion uit 2003, waaruit blijkt dat sociale afwijzing een hersengebied activeert dat ook actief is bij fysieke pijn. Waarbij die activiteit ook inderdaad samenhangt met het subjectief ervaren gevoel van stress en ongemakkelijkheid. Tegelijk is een ander gebied actief dat wijst op pogingen tot cognitieve verwerking, zeg maar tot het zoeken naar een verklaring.

Dat lijkt er op dat in onze evolutie de aanpassing aan een intensief sociaal leven, zoals dat in de Paleo Sociale Omgeving, tot stand kon komen door "gebruik te maken" van het al aanwezige alarmeringssysteem van de fysieke pijn. Net zo als de ervaring van fysieke pijn aanzet tot gedragsverandering en daardoor essentieel is voor overleving, heeft ook sociale pijn een waarschuwingsfunctie. Denk er om, je hebt andere mensen nodig en als ze je afwijzen, is het urgent om uit te vinden waar dat aan zou kunnen liggen en er iets aan te doen.

Later onderzoek bevestigt deze resultaten en wijst er bovendien op dat sociale afwijzing of het verlies van sociale relaties ook letterlijk ziekmakend kan zijn. Zie Social Rejection Shares Somatosensory Representations With Physical Pain (2011).

Update. Zie ook eerdere berichten over de negatieve gezondheidseffecten van eenzaamheid, zoals Eenzaamheid maakt ziek. Maar hoe? en Door eenzaamheid meer stress, grotere kans op ontstekingen en eerder overlijden. Eenzaamheid en sociale afwijzing hangen waarschijnlijk nauw samen. Vaak zijn afgewezen maakt de kans op eenzaamheid groter. En eenzaamheid, hoe ook tot stand gekomen, zal veel samengaan met het (wel of niet terechte) gevoel door anderen te worden afgewezen of met de (wel of niet terechte) angst te zullen worden afgewezen.

dinsdag 21 oktober 2014

Sociale afwijzing leidt tot de spagaat van afstand houden èn contact zoeken

We gaan in ons dagelijks leven niet alleen maar om met vertrouwde anderen door wie we ons als vanzelfsprekend geaccepteerd voelen. Een flink deel van ons sociale leven speelt zich af in kringen van mensen waarmee we slechts een oppervlakkige band hebben. Kringen waarin het vaak onduidelijk is hoe anderen ons waarderen. We moeten er dan mee leven dat anderen ons beoordelen en dat zulke oordelen ook negatief kunnen zijn.

Kortom, in ons sociale leven kunnen we er mee te maken krijgen dat anderen ons niet zien zitten.

Wat zijn de gevolgen van het sociaal afgewezen worden? Hoe zou je reageren als anderen je niet zien staan? Als je niet bent uitgenodigd? Als je bent gepasseerd?

Het onderzoek Minimizing the Pain and Probability of Rejection. Evidence for Relational Distancing and Proximity Seeking Within Face-to-Face Interactions (betaalpoort) geeft daar enig inzicht in. Paren studenten vulden na een gesprekje een vragenlijstje in over hoe aardig ze de ander vonden en of ze het gevoel hadden wel bevriend te willen worden. En kregen daarna elkaars antwoorden te zien. Althans, in die veronderstelling verkeerden ze. Want de een werd geconfronteerd met sociale afwijzing, dus met nogal negatieve antwoorden, en de ander met sociale acceptatie, dus met positieve antwoorden.

Daarna voerden ze een, van te voren aangekondigd, gesprekje met een andere medestudent (die noch was afgewezen, noch was geaccepteerd), voorafgegaan en afgesloten met weer een vragenlijstje. De gesprekken werden bovendien gefilmd en de filmpjes, en de gesproken tekst, werden geanalyseerd.

Wat kwam daaruit? Na dat eerste gesprekje, waarna dus afwijzing of acceptatie volgde, waren degenen die waren afgewezen negatiever in hun verwachtingen van het nieuwe gesprek en onverschilliger over hoe het zou verlopen. Nadien beoordeelden ze hun gesprekspartner als minder aardig, hadden ze minder het gevoel dat het tussen hen had geklikt en dat ze betrokken waren geweest. Maar hun gesprekspartner was eigenlijk alleen opgevallen dat ze weinig kritisch waren.

En uit de analyses van de filmpjes bleek dat de sociaal afgewezenen in hun taalgebruik en onderwerpkeuze meer die van hun gesprekspartners matchten. Anders gezegd, ze waren meer bezig met te proberen met de ander op een lijn te komen, om zich aan te passen en te zoeken naar het gemeenschappelijke. Dat is interessant, want we weten dat zulk gedrag dient om nabijheid te creëren, om een band met de ander tot stand te brengen. Proximity seeking, zoals de onderzoekers dat noemen.

De combinatie van die resultaten wijst dus op een spagaat. Enerzijds waren de afgewezenen in hun verwachtingen en oordelen achteraf negatiever, afstandelijker en onverschilliger over het sociale contact. Maar anderzijds waren ze in hun feitelijke gedrag juist bezig met te proberen om contact te maken, om een band te creëren.

En dat doet sociale afwijzing dus met ons. Het reactiepatroon lijkt overeen te komen met de gevolgen van de onveilige hechtingsstijl. Op bewust niveau zijn we er op uit om afstand tot anderen te houden, uit vrees voor nieuwe afwijzing en teleurstelling. We proberen onszelf als het ware voor te houden dat we een band met anderen niet (meer) moeten nastreven.

Maar in ons onbewuste, automatische gedrag laten we daarentegen zien dat we er op uit zijn om die band met anderen juist wel tot stand te brengen, om de sociale afstand te verkleinen.

Een vervelende spagaat dus. En als je daar over nadenkt, dan is die spagaat er misschien niet alleen als we daadwerkelijk zijn afgewezen, maar ook als er alleen maar het risico is van afgewezen te worden. Dus in al die contacten waarin er geen of maar weinig vertrouwdheid is.

We weten dan niet waar we aan toe zijn. En denken dan dat we maar beter wat afstand kunnen houden. Terwijl ons gedrag laat zien dat we die afstand juist zouden willen overbruggen.

Een groot deel van ons sociale leven zou dus een worsteling zijn met afstand houden en contact zoeken. Daar zit wat in, lijkt me.