Posts tonen met het label Centra voor Jeugd en Gezin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Centra voor Jeugd en Gezin. Alle posts tonen

maandag 22 juni 2015

Burgerinitiatieven op buurtniveau zijn goed voor kinderen

Over het hele land verspreid zijn er initiatieven op het gebied van zorg en buurtverbetering door de burgers zelf. In de vorm van burgercoöperaties of ondernemersbedrijven. Dat is een opmerkelijke ontwikkeling. Kennelijk zijn wij met zijn allen toch niet een samenleving die de trend van individualisering en toenemend sociaal isolement van gezinnen gelaten accepteert.

Zo begint mijn nieuwe blog op Sociaalweb. Lees hier verder.

donderdag 15 augustus 2013

Een Centrum voor Jeugd en Gezin dat werkt, kan dat? Over Evalien Verschuren en het CJG Beijum

Je hoort weinig meer over de Centra voor Jeugd en Gezin. De eerste werden geopend in 2008, maar het is onduidelijk of ze al in het hele land zijn "uitgerold", zoals zulks is gaan heten. Vorig jaar waren er berichten dat ze niet goed functioneren en dat sommige al weer werden gesloten. Zie mijn eerdere bericht daarover, waarin ik het CJG Beijum (Groningen) als voorbeeld noemde van hoe het zou moeten.

Voor het succes van dat CJG Beijum is allereerst Evalien Verschuren verantwoordelijk. Zij is de drijvende kracht en was dat al toen het nog het Ouder-en Kind Centrum heette. Over haar werk en haar ervaringen heeft ze nu het boekje Het CJG werkt! geschreven en het is heel leerzaam om dat te lezen. Ik kreeg het van haar toegestuurd, met als opdracht: "Beste Henk. Ik lees altijd met veel plezier je inspirerende blogs. Hoop dat je mijn boekje ook met plezier leest. Groet, Evalien".

Ik meld dat maar, om het verwijt dat ik heimelijk reclame maak te voorkomen. Ik kan dus wat bevooroordeeld zijn in positieve zin. (Maar ik heb, aan het eind, ook een bedenking.)

Wat leer je van Evalien?

Allereerst dat het mogelijk is om in een buurt vanuit het niets een trefpunt te creëren waar ouders elkaar ontmoeten. Evalien begon heel eenvoudig, met een koffietafel en een speelhoekje in de wachtkamer van het consultatiebureau. Een bloemetje op tafel. En ook omdat ze daar natuurlijk zelf aanwezig was, veranderde de sfeer, bleven ouders napraten en werd de wachtkamer al gauw te klein. Dus kwam er een huiskamer.

Maar ook trok Evalien de wijk in.
Ik liep vaak door het winkelcentrum en over de wijkmarkt, ging schoolpleinen en speeltuintjes af, schoof aan bij de koffietafel van de peuterspeelzaal en was te vinden op alle wijkfeesten en informatiemarkten.
Dat werkte en er kwam een groepsruimte bij, een kantoortje en een keuken. En tien vaste vrijwilligers, doorlopende enkele stagiaires en heel veel bezoekers. Die laatsten waren wel vooral moeders. Evalien bracht ze niet alleen met elkaar in contact, maar wist hen ook allerlei ideeën voor activiteiten te ontlokken. Die ze dan vooral ook zelf, met enige hulp, organiseerden. Zo ontstond bijvoorbeeld het ruilwinkeltje. En er ontstonden moedergroepen, zoals een jonge moeder-groep en een groep voor moeders met een kind met een beperking. En er ontstond een naschoolse opvang voor kinderen die thuis weinig aandacht en niet zo goed te eten kregen.

Het blijkt dan dat het CJG voor moeders met geldzorgen, beperkte sociale vaardigheden, gezondheidsproblemen of weinig stabiele relaties een heel belangrijke functie gaat vervullen. Niet alleen omdat ze wat meer onder de mensen komen, maar ook omdat ze de kans krijgen ergens verantwoordelijkheid voor te nemen. Maar ook komen er moeders zonder zulke problemen, maar die wel erg bezig zijn met de opvoeding. Of, anders gezegd, die perfecte opvoeders willen zijn en daar hulp bij zoeken. Die twee groepen blijken nauwelijks te mengen.
De moeders-met-problemen praten over eten, seks en relaties en zijn erg direct. De anderen willen bijvoorbeeld weten wat een goede moederfiets is en wat de leukste vakanties en uitjes met kinderen zijn. De groepen gebruiken verschillende woorden, zien er anders uit en irriteren elkaar. Je ziet ouders die in het CJG komen, eerst kijken wie er in de huiskamer zitten, en dan pas de keuze maken of ze wel of niet plaatsnemen.
En Evalien meldt dat het niet werkt om te proberen die afstand te doorbreken. Maar is het al niet mooi dat ze elkaar eens van dichtbij meemaken? Het verkleinen van sociale afstand gaat altijd in kleine stapjes. (Ik moest even denken aan die man van de Marokkaanse Ouderraad van een wijk in Utrecht die mij vertelde dat hij drie jaar lang zijn Nederlandse buurman elke dag netjes bleef groeten en dat ze vervolgens de beste vrienden waren geworden.)

Wat is mij na lezing van Het CJG werkt! vooral bijgebleven?
  1. De indruk dat het initiëren en ondersteunen van ontmoeting tussen ouders (eigenlijk alleen moeders) voorop stond. En de indruk dat het beantwoorden van opvoedvragen daarbij vergeleken een bijzaak is. Mij lijkt dat de goede prioriteit.
  2. De indruk dat het succes van het CJG op deze manier sterk afhankelijk is van de persoon van de professional en dus van het vermogen van die persoon om persoonlijke relaties aan te gaan. Zo iemand moet betrokken, hulpvaardig, stevig, energiek, vasthoudend, realistisch en creatief zijn. In staat zijn om "echt contact" te maken. Evalien houdt daarom bewust privé en werk niet strikt gescheiden. In haar woorden: "Laat gerust zien dat je een 'gewoon mens' bent en vertel ook over jezelf. Als ik doe wat ik op de opleiding geleerd heb, zou ik ontwijkend moeten antwoorden op vragen als: 'Heb je zelf ook kinderen?' Onzin. Als ik denk dat het in de situatie past, heb ik het gewoon over mijn kinderen of mijn huis. Belangrijk is dat je écht in contact komt, dat je mensen weet te binden. Dat lukt niet als je je opstelt als een koele, afstandelijke professional."
  3. Met dat laatste samenhangend, de indruk dat er voor dit soort werk misschien geen opleiding bestaat. Of in ieder geval dat de huidige opleiding er niet goed op voorbereidt. En de indruk dat verwerkte levenservaring misschien van groter belang is dan dat wat je op een opleiding leert. In dat verband, zijn het niet te vaak juist de jongeren, die net van de opleiding komen, die dit soort belangrijke werk krijgen toegewezen? Zodat de ouderen een managementfunctie kunnen vervullen?
  4. De indruk dat dit succes alleen is te bereiken bij volstrekte afwezigheid van een afrekencultuur. Zo meldt Evalien dat ze geen registratie bij houdt van de bezoekers en waarvoor ze komen. Dat lijkt mij belangrijk.
Tenslotte de aangekondigde bedenking. Mijn visie op de Centra voor Jeugd en Gezin houdt in dat ze een functie zouden moeten vervullen in het tot stand brengen van buurten voor kinderen. Omdat het sociale isolement van gezinnen slecht uitwerkt voor de sociale en morele ontwikkeling van kinderen. Naast de ouders, die werk en gezin moeten zien te combineren, zijn het de kinderen die van dat sociale isolement de nadelen ondervinden. Die nadelen zijn uit sociaalwetenschappelijk onderzoek bekend.

Maar het lijkt er op dat de nadelen voor de ouders meer aandacht krijgen. Hoe dat komt, ik weet het niet. Maar daardoor lijkt het wel alsof die Centra voor Jeugd en Gezin eigenlijk beter Centra voor Ouders genoemd zouden kunnen worden. Wat kinderen aan sociale opgroei-omgeving nodig hebben, dat komt maar beperkt in beeld.

En dat geldt ook voor het CJG Beijum, hoe succesvol dat ook is in het bij elkaar brengen van moeders. Evalien meldt dat ze in de beginfase op moest boksen tegen het "misverstand" dat het CJG een instantie was voor kinderen. Ze moest vaak uitleggen dat het CJG zich niet richt op kinderen, maar op opvoeders. 

Maar ik pleit er juist voor dat de CJG's kinderen centraal stellen en wat kinderen in sociaal opzicht nodig hebben. En er aan bijdragen dat kinderen in buurten opgroeien die aan hun sociale ontwikkelingsbehoeften tegemoet komen. Buurten waarvan bewoners elkaar kennen en wel eens iets voor elkaar doen of samen doen. Waardoor kinderen veel met zulk gedrag in aanraking komen in plaats van alleen maar "opgevoed" te worden. Zie bijvoorbeeld dit bericht over de mythe van de opvoedbaarheid. Dat het CJG er is voor kinderen, nee, dat zou ik dus geen misverstand noemen. Toch nog een bedenking.

zaterdag 6 april 2013

Op weg naar het Centrum voor Buurt/Dorp, Jeugd en Gezin

Voor de Werkconferentie CJG Noord Groningen "Normaliseren van opgroeien en opvoeden: Anders kijken naar zorgsignalen" van de gemeenten Bedum, Winsum, de Marne en Eemsmond gaf ik eergisteren in Uithuizen de inleiding "Op weg naar het Centrum voor Buurt/Dorp, Jeugd en Gezin". Hier de link naar de powerpointdia's.

maandag 26 november 2012

Terugblik op "De Opvoeding draait door"

Zoals hier gemeld was ik vorige week donderdag inleider en vaste tafelgast bij de Talkshow De opvoeding draait door die gehouden werd in Het Poortje Jeugdinrichtingen in Groningen. Aanwezig waren (voorzover ik kan nagaan): CJG-medewerkers en -vrijwilligers, wethouders en andere afgevaardigden van gemeentes, mensen uit het onderwijs, medewerkers van Het Poortje, van Family Factory, van Home Start en van Positive Behavior Support. De meesten uit de drie noordelijke provincies.

De (uitstekende!) gespreksleider Yvonne van der Weerd vroeg mij aan het begin om drie vragen te noemen waarop ik graag een antwoord zou willen hebben en om aan het eind van de bijeenkomst te melden wat de discussie aan beantwoording van die vragen had bijgedragen (of woorden van gelijke strekking). Ik kwam toen met de volgende drie vragen:
  1. Kan de jeugdzorg de stap maken van gezin naar buurt? (Zie ook dit bericht.)
  2. Zullen de gemeentes de decentralisering ("Transitie") gaan benutten om jeugdzorg, buurtwerk, welzijnswerk, sportbevordering, opbouwwerk, maatschappelijk werk (en wat nog meer?) te laten samenwerken (of zelfs te laten samengaan), zodat in de uitvoering geprofiteerd kan worden van de samenhang van activiteiten en doelen? En dan gedecentraliseerd naar buurten?
  3. Zal het nog gebeuren dat de veel te academische en in de praktijk lastige term "pedagogische civil society" vervangen wordt door het meteen voor iedereen begrijpelijke "Buurten voor kinderen"?
Zoals dat vaak gaat, kwam het er aan het eind niet meer van om expliciet op deze drie vragen terug te komen. Daarom nu een korte terugblik.
  1. Een antwoord is natuurlijk nog niet mogelijk. Maar mijn indruk was ook nu weer dat mensen gemakkelijk inzien dat het bevorderen van het buurtnetwerk voor kinderen heel belangrijk is en dat het de manier is om preventief te werken. Na afloop kreeg ik ook reacties in de trant van "ja, zo'n "dorp" om kinderen heen, dat hoort toch eigenlijk volstrekt normaal te zijn. Natuurlijk moeten we helpen om dat tot stand te brengen."
  2. Mijn indruk was dat de aanwezige wethouders en jeugdzorgmanagers het belang hiervan goed inzagen. (Maar ja, het kan zijn dat degenen die er sceptisch tegenover stonden, meer hun mond hebben gehouden.)
  3. Ik had de stellige indruk dat iedereen de eerste term graag voor de tweede zou inruilen. Laten we dat ook inderdaad gewoon doen. Dat maakt de communicatie en de public relations een stuk gemakkelijker.
Vanwege de lokatie kregen we ook een indruk van Het Poortje Jeugdinrichtingen. De catering werd verzorgd door jongeren van Het Poortje en die deden dat met grote toewijding. Er was een muzikaal intermezzo van twee meiden die door de muziekleraar van Het Poortje werden begeleid. En twee jongeren deden aan tafel hun verhaal. Ik vond het indrukwekkend.

dinsdag 20 november 2012

Kan de jeugdzorg de stap maken van gezin naar buurt?

Cora Bartelink heeft voor het Nederlands Jeugd Instituut een mooi literatuuronderzoek gedaan naar interventies die bedoeld zijn om het sociale netwerk van gezinnen te versterken. Zie Wat werkt bij het versterken van het sociale netwerk van gezinnen? (pdf).

Ze komt tot de conclusie dat er eigenlijk geen interventies bestaan waarvan de werking is aangetoond. Dit lijkt ook te gelden voor de Eigen Kracht-conferenties.

Maar wat mij opvalt is dat het uitsluitend over interventies gaat die gericht zijn op het individuele probleemgezin. Hoewel met het woord preventie wordt geschermd, gaat het dus steeds om het reageren op een probleem dat al is ontstaan. Oké, je kunt dan van preventie spreken als je zo toekomstige problemen zou voorkomen. Maar echte preventie wil meer, namelijk het voorkomen van dat eerste probleem.

Om echt preventief te werken, moet de jeugdzorg natuurlijk de slag maken van individuele gezinnen als cliënten naar een aggregatieniveau hoger, dus naar buurten en wijken. Als we de sociale buurtnetwerken zouden kunnen versterken, dan verminderen we het sociale isolement van alle gezinnen. Daar zouden alle gezinnen baat bij hebben, niet alleen de probleemgezinnen. En voor alle kinderen zou gelden dat ze in een sociale omgeving zouden opgroeien die beter aan hun sociale en morele ontwikkelingsbehoeften tegemoet zou komen. De "jeugdzorg" zou weer gewoon terecht komen waar hij hoort: bij de mensen zelf.

Maar ondertussen is die jeugdzorg al een hele bedrijfstak geworden met een eigen dynamiek. Met een waslijst van interventies en methodieken die allemaal proberen om vanuit het individuele gezin een sociaal netwerk rond dat gezin tot stand te brengen. En dat blijkt steeds meer een vrijwel onmogelijke opgaaf te zijn.

De grote vraag is nu of de jeugdzorg ooit die stap kan maken naar het niveau van de buurt. Krijgen we nog eens Centra voor Buurt, Jeugd en Gezin? Die echt preventief gaan werken, door alles uit de kast te halen om Buurten Voor Kinderen tot stand te brengen? Uiteraard in samenwerking met buurtverenigingen, opbouwwerkers, vrijwilligers en buurtbewoners zelf. En in samenwerking met gemeentebesturen die het grote belang hiervan in zien. Je zou verwachten dat die Transitie van de jeugdzorg naar de gemeentes hierbij moet helpen. We zijn benieuwd.

Zie ook: Centra voor Jeugd en Gezin hebben een buurtfunctie.

zondag 7 oktober 2012

Niet (nog) beter opvoeden, maar: BUURTEN VOOR KINDEREN

Vrijdag 5 oktober reisde ik naar Groningen om in het kader van de Week van de Opvoeding (!) een lezing te geven met als titel:


Belangrijker dan (nog) Beter opvoeden
IS:

Buurten voor Kinderen

Het gehoor bestond uit medewerkers van de Centra voor Jeugd en Gezin van de stad Groningen en andere belangstellenden.

Volg de link hieronder voor de pdf van de powerpoint dia's: Op weg naar het Centrum voor Buurt, Jeugd en Gezin.

dinsdag 4 september 2012

Centra voor Jeugd en Gezin hebben een buurtfunctie. Zo niet, dan hebben ze geen functie

Zo nu en dan zijn er berichten dat de Centra voor Jeugd en Gezin niet goed functioneren en al weer worden opgeheven. Zie ook de (nog?) korte discussie in de LinkedIn groep. Maar onder goed functioneren blijkt vaak te worden verstaan dat ouders bij het CJG komen binnenlopen met opvoedvragen. Maar zijn CJG's daar wel voor bedoeld?

Ja, wat oorspronkelijk bedoeld is, daar kun je over twisten. Maar het is wel duidelijk dat CJG's niet zullen werken als alleen maar een loket waar je opvoedvragen kunt stellen. Zie mijn eerdere bericht waarin ik er voor pleit dat CJG's een buurtfunctie moeten krijgen (met link naar presentatie).  En zie de berichten over de mythe van de opvoedbaarheid, zoals dit bericht.

Een mooi voorbeeld van een CJG dat al heel aardig een buurtfunctie vervult, is dat in de wijk Beijum in Groningen. Zie hier voor een mooie beschrijving van wat daar gebeurt.

woensdag 25 april 2012

CJG's de buurt in: buurtrondes om kinderen die al zouden moeten slapen, naar huis te begeleiden

In mijn bericht over hoe de Centra voor Jeugd en Gezin moeten gaan werken, riep ik op om de buurt in te gaan. Via de Nieuwsbrief Jeugd van het Nederlands Jeugd Instituut kom ik nu terecht op een voorbeeld van de buurt in gaan dat in het Amsterdamse Stadsdeel West in de praktijk wordt gebracht. Daar loopt sinds 4 april het project "Fresh in de les", dat er aan wil bijdragen dat jonge kinderen genoeg slaap krijgen. Zodat ze 's ochtends uitgeruster en frisser op school komen. Er worden 's avonds na acht uur buurtrondes gehouden en kinderen die al in bed zouden moeten liggen, maar nog op straat spelen, worden naar huis begeleid.

Het zou wel eens een mooi initiatief kunnen zijn. Hangt er wel vanaf hoe zoiets is opgezet. Wat het bericht meldt, geeft mij enig vertrouwen. Het project wordt uitgevoerd door buurtbewoners zelf (hopelijk veel), het jongerencentrum The Mall, het stadsdeel, de politie, het Buurt Praktijk Team, de straatcoaches, het Sportbuurtwerk, twee scholen en: het Ouder- en Kindcentrum (de Amsterdamse variant van het Centrum voor Jeugd en Gezin). Zij allen samen vormen het samenwerkingscollectief Columbusplein Wereldplein. Het project wordt omlijst en ondersteund door allerlei activiteiten voor ouders en kinderen.

Nogmaals: het zou kunnen werken. Het kan zijn dat veel ouders het eigenlijk ook niet goed vinden dat hun jonge kinderen zo laat naar bed gaan. Maar daar in hun eentje niet tegen in het geweer komen. "Als andere kinderen zo laat nog buiten spelen, dan kan ik toch moeilijk mijn kind binnen houden en naar bed sturen." Misschien kan op deze manier die collectieve valkuil worden doorbroken.

Maar:

(1) ook als je die kinderen "naar huis begeleidt", komen ze dan wel in bed terecht? De boodschap moet wel heel duidelijk op dat onvoldoende slapen gericht zijn. Niet op het buiten spelen. Want buiten spelen is goed.

(2) Jammer dat dit weer een project is. Het loopt op 27 april, dus overmorgen, al weer af. Te vaak krijgen zulke initiatieven de vorm van een project. Er is kennelijk ergens incidenteel een potje met geld en "daarmee kunnen we laten we zien dat we er iets aan gedaan hebben." Maar structurele problemen los je met een project niet op. En het slaaptekort, niet alleen van kinderen, is een structureel probleem. Onze slaaptijd neemt steeds maar af en dat heeft negatieve gevolgen.

Dus hierbij de oproep aan het Ouder- en Kindcentrum om het houden van zulke buurtrondes onderdeel te maken van het reguliere takenpakket. (Ja, dat brengt andere werktijden met zich mee.) De buurt in!

Stadsdeel West - Fresh in de les start op 4 april!:

'via Blog this'

vrijdag 20 april 2012

Hoe moeten de Centra voor voor Jeugd en Gezin gaan werken? Ze moeten de buurt in!

Onder de titel "Team Maatschappij" organiseert K2 Adviesbureau voor Jeugdvraagstukken in samenwerking met de Nationale Jeugd Raad (NJR) en verschillende Centra voor Maatschappelijke Ontwikkeling (CMO's) regionale werkconferenties waar gemeenten geholpen worden om actieplannen te ontwikkelen voor de Centra voor Jeugd en Gezin. Gisteren gaf ik een presentatie voor de Conferentie Groningen/Friesland/Drenthe in Groningen. Hier is de link naar het Google-document met de powerpoint dia's. (Kale opmaak van de dia's om het document niet te groot te maken.)

dinsdag 6 december 2011

Aan de buurt werken

Johan Cortooms reageert op mijn bericht over het ontstaan van een veelpleger. Hij heeft gelijk dat als de jeugdzorg aan de buurt wil werken, dat ze dan moet samen werken met het welzijnswerk en het jongerenwerk.

Dat moet zeker. Maar dan moeten die instellingen ook echt samen aan de buurt gaan werken. Dus bijvoorbeeld bij de gemeente en de corporatie(s) gaan lobbyen voor meer ontmoetingsplekken, meer speelgelegenheden, meer bankjes. En als er in de buurt nog geen buurtvereniging is, dan moeten ze rechtstreeks naar de bewoners toe om die tot de oprichting daarvan aan te zetten. En daarbij te helpen.

Dat kan vanuit de Centra voor Jeugd en Gezin onder het eenvoudige, voor iedere buurtbewoner begrijpelijke, credo van "We willen een buurt voor de kinderen". En dan zal blijken dat iedereen graag een buurt voor de kinderen wil. Want dat is een leefbare en prettige en sociale buurt, ook voor gezinnen zonder kinderen.

donderdag 22 september 2011

LETS en Time Banks (vervolg)

Het opiniestuk van Tina Rosenberg in de New York Times van 15 september over Time Banks (meestal LETS genoemd in Nederland) heeft zoveel reacties gekregen dat er een vervolg op is gekomen.

Even ter herinnering: Time Banks zijn  lokale netwerken van mensen die iets voor elkaar doen buiten het officiële geldstelsel om. Iedereen brengt uren hulp in en ontvangt uren hulp. Het verschil met informele hulpnetwerken, zoals tussen familie en vrienden, is dat er enige organisatie aan te pas komt.

Veel lezers hadden vragen over hoe een Time Bank te beginnen. Tina Rosenberg wijst er op dat het vaak buurtvrijwilligers zijn, al of niet in verenigingsverband, die het initiatief nemen. Maar ze geeft ook voorbeelden van Time Banks die zijn geïnitieerd door gezondheidszorginstellingen (verzekeringsmaatschappijen, ziekenhuizen, huisartsenpractijken). Die zijn daartoe geïnspireerd door het sterke vermoeden dat deelname er aan gunstige effecten heeft op welbevinden en gezondheid, vooral voor ouderen, mensen met lage inkomens en alleenstaanden.

Mij lijken Time Banks meer in het algemeen een goed middel om de sociale leefbaarheid van buurten te vergroten. Daar profiteert iedereen van, maar in het bijzonder ook opgroeiende kinderen. Als kinderen van nabij zien en meemaken dat mensen "gewoon iets voor elkaar doen", is dat een belangrijke bijdrage tot hun sociale en morele ontwikkeling. Zouden jeugdzorginstellingen, en in het bijzonder de Centra voor Jeugd en Gezin, die immers "de buurten in moeten", zich niet moeten ontwikkelen tot initiatiefnemers voor Time Banks? Zo mogelijk in samenwerking met de buurtvereniging?  Dat is weliswaar niet rechtstreeks gericht op wat ze nu nog vooral zien als hun cliënten (probleemgezinnen), maar het is wel gericht op de omstandigheden die kunnen voorkomen dat probleemgezinnen ontstaan.