Posts tonen met het label narcisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label narcisme. Alle posts tonen

dinsdag 18 juni 2024

De potsierlijkheid van het narcistisch wereldbeeld aan de wereld getoond - Everything Donald Trump Is an Expert In, According to Him | NowThis

Dit dateert al weer van vijf jaar geleden. Een compilatie van fragmenten waarin Donald Trump, toen nog president, zijn overtuiging uitspreekt dat niemand meer weet van onderwerp X dan hij. In de toelichting die Now This erbij geeft, wordt opgesomd over welke onderwerpen Donald Trump meer zegt te weten dan wie dan ook:

President Donald Trump claims to be an expert in a lot of things. This compilation video collected many of his boasts about his alleged expertise. In the video, Trump says he knows more than anybody about taxes, income, construction, campaign finance, drones, technology, American history, infrastructure, ISIS, environmental impact statements, Facebook, renewable energy, polls, courts, steel workers, golf, banks, trade, nuclear weapons, tax laws, law suits, money, debt, politicians,

 

Het is natuurlijk uiterst vermakelijk om al de fragmenten aan je voorbij te laten gaan. Narcisme is de meest extreme vorm van die ene helft van het statuscompetitiepatroon, die van het ingenomen zijn met zichzelf, zich verheven voelen over anderen en daarmee de positie claimen van de top van de statushiërarchie, die van de ultieme overheerser. Jouw verhevenheid en alwetendheid verlossen je van alle mogelijke externe belemmeringen. Er is geen werkelijkheid die jou nog u in de weg kan staan, noch zijn er andere personen die daar toe in staat zijn. 

Als je dit vermakelijk vindt, dan ligt dat eraan dat je ernaar kijkt met de blik van het gemeenschapspatroon. Want met die blik kijk je naar de wereld met respect voor de werkelijkheid en voor anderen. Je hebt inzicht in de beperkingen van je kennis van de wereld en dus ben je erop ingesteld om te leren van je ervaringen en van inzichten van anderen.  En je ziet anderen als gelijken, met de gedeelde menselijke waardigheid van het iedereen-telt-mee. Je kijkt dan naar het gedrag van een narcist met ongeloof, meewarigheid en geamuseerdheid.

Dat laatste zorgt ervoor dat een narcist in het domein van de persoonlijke relaties altijd tegen grenzen aanloopt. Blijken van superioriteitsgevoelens worden daar niet geaccepteerd. Er wordt met bespotting op gereageerd. En als het mogelijk is, wordt het contact vermeden.

Maar in het publieke domein krijgt de narcist volop kansen. Het kan dan immers gebeuren dat zijn overtuigingskracht, die voortkomt uit zijn zelfverzekerdheid, bij zijn publiek die andere helft van het statuscompetitiepatroon weet uit te lokken, die van de bewonderende onderdanigheid. Zeker als zijn toehoorders hun wereld als onveilig ervaren, zijn ze gevoelig voor die overtuigingskracht. De narcist wordt dan de verlosser. Waar je je hoop op vestigt dat hij voor jou voor betere tijden zal zorgen. 

Uiteraard vergeefs, want de narcist is uitsluitend in zichzelf geïnteresseerd. En in zijn naïviteit, zijn gebrek aan zelfreflectie, maakt hij daar ook geen geheim van. Denk aan Trump die in een campagnespeech uitroept: ’I Don't Care About You... I Just Want Your Vote’. En denk aan Adolf Hitler, die wilde dat het hele Duitse volk samen met hem ten onder moest gaan.

Dat de narcist in dat publieke domein zijn kansen krijgt, vraagt natuurlijk om tegenwicht. Zijn vermogen tot betovering van volgelingen, die persoonlijkheidscultus, is ronduit gevaarlijk. 

In een nog functionerende democratie horen de media voor dat tegenwicht te zorgen. Door er voor te zorgen dat het publiek dat narcistische gedrag leert te doorzien. 

Een manier om dat voor elkaar te krijgen is het tonen van de potsierlijkheid van dat narcistische wereldbeeld. Zoals door al die zichzelf lof toezwaaiende uitspraken, die elk apart voor sommigen misschien nog een greintje overtuigingskracht hebben, achter elkaar te zetten. 

Dat moet zelfs een fervente volgeling met nog enige realiteitszin aan het denken zetten.

dinsdag 26 maart 2024

Psychiatrische analyses van kwaadaardige narcisten - over Adolf Hitler en Donald Trump

Kwaadaardige narcisten kunnen in een nationale staat aan de macht komen en worden dan foute leiders. In een democratische nationale staat is het de bedoeling dat de gekozen leiders het algemeen belang dienen, dat ze proberen het beleid te voeren waarin iedereen meetelt. Want de democratie is de collectieve poging om het gemeenschapspatroon vorm te geven op het niveau van de nationale staat. Maar voor een kwaadaardige narcist telt niemand anders mee dan alleen hijzelf. En is iedereen die zich daar niet bij neerlegt, een vijand die moet worden uitgeschakeld. 

Het narcistische, onrealistische superioriteitsgevoel maakt dat voor hem (meestal een hem) de wereld fundamenteel onveilig is. Zijn behoefte aan veiligheid zou pas gestild zijn als iedereen aan zijn voeten ligt. Een onbereikbaar doel, maar een doel tot het loslaten waarvan hij niet in staat is. Dat maakt hem tot een groot gevaar als hij aan de macht komt, tot een foute leider.

We leven nog altijd in de schaduw van die ene foute leider, Adolf Hitler, die in 1933 in Duitsland aan de macht kwam, waarop de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust volgden. Waarop naderhand een golf van publicaties volgde waarin het verschijnsel van de kwaadaardige narcist die aan de macht komt te analyseren en te begrijpen. Neem de psychiater Erich Fromm, die in 1964 in The Heart of Man: Its Genius for Good and Evil de term kwaadaardige narcist introduceerde. Zie Als Erich Fromm (1900 - 1980) nog geleefd zou hebben, dan zou hij zich gebogen hebben over de kwaadaardige narcisten van nu.

Een van die kwaadaardige narcisten van nu is natuurlijk Donald Trump. Die slaagde erin om in de democratische Verenigde Staten president te worden en in die hoedanigheid veel kwaad aan te richten. Maar de Amerikaanse democratie bleek tot nu toe sterk genoeg om zich tegen een foute leider te verweren en hem een verkiezingsnederlaag te bezorgen. En hem voor zijn begane misdrijven juridisch te vervolgen. Hij is nu weliswaar weer de Republikeinse presidentskandidaat, maar de kans dat hij president wordt lijkt verwaarloosbaar.

Maar een kwaadaardige narcist is niet in staat om in een nederlaag te berusten. Neem weer Adolf Hitler. Die vond dat niet hij de schuldige was van de ondergang, maar het Duitse volk dat hem had verraden en dus met hem moest ondergaan. Erich Fromm daarover:

The best-known example for this latter case is Hitler. Here was an extremely narcissistic person who probably could have suffered a manifest psychosis had he not succeeded in making millions believe in his own self-image, take his grandiose fantasies regarding the millenium of the "Third Reich" seriously, and even transforming reality in such a way that it seemed proved to his followers that he was right. (After he had failed he had to kill himself, since otherwise the collapse of his narcissistic self-image would have been truly unbearable.)

Het verschil tussen toen en nu is dat de psychiatrische analyses van de persoon Donald Trump niet pas naderhand het licht zien. Zie uit 2017 Het gevaar van Donald Trump - Psychiaters waarschuwen en uit 2019  Een extreme vorm van het najagen van status, namelijk van het onvermogen om anderen te zien als gelijken.

Daar komt een opvallend ander verschil bij. Hitler trok zich terug uit de openbaarheid nadat de eerste aanwijzingen van de ophanden zijnde ondergang zich aandienden. Toen er nog kans was op een overwinning, deed hij niets liever dan brallerige redevoeringen houden. Alleen in de besprekingen met zijn generaals bleef hij tot vrijwel het einde, zijn zelfgekozen dood, onrealistisch zelfverzekerd. Tot het onder ogen zien van de werkelijkheid was hij niet in staat. Hij bleef tot het eind fantaseren over niet meer bestaande legeronderdelen die de kansen zouden doen keren.

Die onrealistische omgang met de werkelijkheid vraagt natuurlijk om een psychiatrische analyse. In het geval van Donald Trump wijzen die analyses in de richting van cognitieve achteruitgang en beginnende dementie. Honderden medische professionals waarschuwen voor de gevaren als zo iemand een publieke functie, laat staan het presidentschap, zou gaan uitoefenen. Zie "Experts are desperate to warn the public": Hundreds sign Dr. John Gartner's Trump dementia petition en Forensic psychiatrist on physical signs of Trump's mental decline: "Changes in movement and gait".

Volgens forensisch psychiater Elisabeth Zoffmann is de diagnose Behavioral Variant Fronto-Temporal Dementia van toepassing, die wordt omschreven als:

insidious changes in personality and interpersonal conduct that reflect progressive disintegration of the neural circuits involved in social cognition, emotion regulation, motivation and decision making. 

Die diagnose baseert ze op dit rijtje van aanwijzingen:

  • Changes in speech patterns with many fewer and simpler words (decline in vocabulary) with fewer adjectives and adverbs.
  • A decline in cognitive focus on speech subjects with incomplete sentences and an inability to focus on a topic long enough to complete a sentence when not reading from a teleprompter.
  • Difficulty pronouncing words, word substitution and nonsense words – known as paraphasia
  • Tangential thinking where the topic switches mid-sentence to some unrelated topic.
  • Frequent repetition of words and phrases as if his mind is stuck in a loop.
  • Disinhibition and an inability to control verbal outbursts.
  • Socially inappropriate behavior – mocking a man with muscular dystrophy, disrespecting fallen soldiers as losers.
  • Lack of self-awareness in that he apparently cannot see how inappropriate his behavior has become and use his judgment to stop himself.
  • Changes in movement and gait. His walk appears wide-based and he has developed a swing of his right leg. He appears glued to the floor when he “dances” for his audience. If caught on camera standing still, he appears unnaturally immobile.
  • The changes in judgment and impulse control have uncovered and perhaps worsened underlying personality traits that others have characterized as narcissistic and antisocial. The changes have led some experts to suggest a diagnosis of “malignant narcissism."

Het kan goed zijn dat bij Trump een vorm van dementie een rol speelt. Zijn vader kreeg die diagnose. 

Maar wat ook de preciese diagnose moet zijn, het algemene verschijnsel is dat de kwaadaardige narcist uiteindelijk volledig vastloopt in zijn omgang met de werkelijkheid. 

Er zijn geen aanwijzingen dat Hitler aan het eind van leven dement werd. Hij was weliswaar volledig de weg kwijt, maar had nog wel het benul dat zelfmoord de enige uitweg was. Als Trump inderdaad lijdt aan dementie, dan is voor hem die uitweg misschien al niet meer mogelijk.

maandag 19 februari 2024

Zijn dit "de beste tijden van de PVV" die Wilders al in 2014 zag aankomen? - 1

Op 9 maart 2014 verklaarde Geert Wilders in een interview: "Ik kan de PVV de grootste partij van Nederland maken. Ik voel dat. De beste tijden van de PVV liggen nog voor ons." De PVV had in 2012 een verkiezingsnederlaag geleden, van 15,4 procent in 2010 naar 10,1 procent. Zie hier de verkiezingsuitslagen voor de PVV sinds 2006.

In datzelfde interview zei hij ook wat hem drijft:

"Ik ben maar om één ding de politiek ingegaan: om de islam te bestrijden. Om de vrijheid te verdedigen. Al gaat de PVV over veel meer: het terugwinnen van soevereiniteit uit Europa, over lagere belastingen, het tegengegaan van het opheffen van de verzorgingshuizen." 

"Maar de bestrijding van de islam is mijn drijfveer. Dat is geen Nederlands probleem, maar een existentieel probleem."

Nu, in 2024, is hij inderdaad zo maar de grootste partij geworden. En nu is het de vraag of daarmee de beste tijden van de PVV zijn aangebroken.

Allereerst natuurlijk: hoewel de PVV de grootste partij is, kunnen we met nog geen 25 procent van de stemmen niet van een grote partij spreken. Het politieke landschap is zo gefragmenteerd dat Wilders niet zonder drie andere partijen een regering zou kunnen vormen. En na de tot niets leidende verwikkelingen van de informatie-Plasterk en zeer waarschijnlijk ook na de komende verwikkelingen van de informatie-Putters is duidelijk geworden of wordt dat nog duidelijk dat die drie andere partijen niet gevonden kunnen worden. Wilders mag datgene al hebben ingeleverd waarvoor hij de politiek is ingegaan, de bestrijding van de Islam ook als daarvoor de Grondwet moet sneuvelen, daarmee is hij nog onvoldoende tot de vereiste rechtsstatelijkheid teruggekeerd. Temeer doordat hij laat weten die ondemocratische standpunten uit het verleden nog steeds voluit te omarmen. Hij neemt "nergens afstand van."

Dat de PVV de grootste kon worden en dat de politieke fragmentatie zo groot is, heeft alles te maken de zwakte van de overige partijen. Zwakte vooral in het vermogen om de kiezers een vooruitzicht te bieden op een andere politiek dan het neoliberale beleid dat uitliep op de "Nederlandse polycrisis". En natuurlijk met de bizarre manoeuvres van de nieuwe VVD-lijsttrekker, waardoor Wilders gratis en voor niets de aandacht kreeg en ineens voor acceptabel kon doorgaan. Een deel van de kiezers is op zoek naar een "nieuwe" belofte en dacht die achtereenvolgens te vinden in Baudet, Van der Plas, Omtzigt en nu dus Wilders. 

Dat krijg je als opeenvolgende regeringen zo weinig oog hebben voor het belang van de overheid en van overheidswetgeving voor de bestaanszekerheid en het welzijn van de bevolking. Het verkiezingsprogramma van GroenLinks/PvdA wees in de goede richting, maar werd timide aan de kiezers gepresenteerd. Althans dat is mijn indruk, want van de lijsttrekkersdebatten heb ik maar weinig gezien.

Maar hoe dan ook, een regering met Wilders als premier ligt dus niet in het nabije verschiet. Wat speelt er zich nu in zijn hoofd af? 

Het moet zo zijn dat wat hem betreft die beste tijden van de PVV nog ergens in de toekomst liggen. In zijn wereldbeeld, dat van de narcistische rechts-extremist, bestaat de wereld uit vijanden of anderen die hij niet kan vertrouwen en die in ieder geval altijd zijn minderen zijn. Daarom heeft hij zich in zijn eigen partij tot alleenheerser gemaakt. En daarom vindt hij het zo lastig om anderen bij de minste aanleiding, ook als hij ze eigenlijk nodig heeft, niet te beledigen of te treiteren..

En kan hij zich in een mogelijke regering alleen voorstellen in de rol van premier, de rol die hij niet zoals gebruikelijk als "eerste onder zijn gelijken" zal willen invullen, maar als "eerste zonder gelijken". 

Alleen als hij het voor het zeggen heeft, voelt hij zich op zijn gemak. Eventueel kan dat in de rol van "gedoger", zoals van het minderheidskabinet-Rutte 1 (2010 - 2012), toen hij kabinetsleden, zoals Gerd Leers, minister voor Immigratie en Asiel, bij zich op het matje kon roepen. Zodra hem dat niet meer beviel, achtte hij zich niet langer aan het gedoogakkoord gebonden en viel het kabinet.

Wat betekent een en ander voor wat we van zijn gedrag in de komende tijd kunnen verwachten? En van het gedrag van andere politici? 

En wat valt daar sociaalwetenschappelijk over te zeggen? Hier het vervolg.

dinsdag 30 januari 2024

Ja, er zijn goede redenen om te verwachten dat het binnenkort met Trump is afgelopen

Weten we inderdaad binnenkort hoe het met Trump zal aflopen? Dat het niet lang meer zal duren, daarmee besloot ik het bericht Het patroon van de kwaadaardige narcist die aan de macht komt en de nederlaag moet ondergaan. Over Hitler en Trump van vier dagen geleden. 

Eén reden om te verwachten dat het niet lang meer zal duren, is dat Trump strafrechtelijk vervolgd wordt. CREW geeft het volledige overzicht van de 91 aanklachten die er in de vier strafzaken tegen hem lopen. Die gaan over zijn pogingen om de resultaten van de verkiezingen van 2020  terzijde te schuiven en om in te grijpen in de verkiezingen in de staat Georgia, het vervalsen van zakelijke gegevens in New York en het verkeerd omgaan met geheime gegevens na het verlaten van het presidentschap. 

Daarnaast loopt er nog een civiele zaak tegen hem, zijn zoons en de Trump-onderneming wegens fraude. De rechter heeft al vastgesteld dat fraude heeft plaatsgevonden. De openbaar aanklager eiste een boete ter hoogte van 370 miljoen dollar, een verbod om nog zaken te doen in New York, waardoor de Trump Tower en de rest van zijn bezittingen aan hem zullen worden onttrokken. De uitspraak volgt binnenkort. 

Bovendien is Trump in twee civiele rechtszaken al veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen van 5 miljoen en 83,3 miljoen dollar wegens seksueel misbruik en smaad. 

Alles wijst erop dat het recht zijn loop zal hebben. De Amerikaanse aanklagers en de rechters doen het werk dat van hen in een democratie verwacht mag worden.

Maar er is nog een tweede reden. Het Hooggerechtshof van de staat Colorado besloot dat Trump op grond van het Veertiende Amendement van de Grondwet niet tot de presidentsverkiezingen mag worden toegelaten. Dit vanwege zijn aanstichting tot en betrokkenheid bij de gewelddadige pogingen op 6 januari 2021 om de effectuering van de verkiezingsuitslag tegen te houden. De zaak ligt nu bij het federale Hooggerechtshof, dat daar binnenkort, op 8 februari, een hoorzitting aan zal wijden. 

De hoog in aanzien staande conservatieve federale oud-rechter J. Michael Luttig dringt er bij het Hof op aan om inderdaad Trump van de verkiezingen uit te sluiten: Retired conservative federal judge urges Supreme Court to disqualify Trump from office. 

“Trump incited, and therefore engaged in, an armed insurrection against the Constitution’s express and foundational mandates that require the peaceful transfer of executive power to a newly-elected President,” the brief said. “In doing so, Mr. Trump disqualified himself under Section 3 (of the Constitution).” 

Hetzelfde deden drie vroegere Republikeinse gouverneurs: Meet the Lonely Republicans Willing to Say It: Trump Is Disqualified. 

Lees ook wat er op The Conversation over wordt geschreven: Why 14th Amendment bars Trump from office: A constitutional law scholar explains principle behind Colorado Supreme Court ruling.

Ja, er zijn goede redenen om te verwachten dat het binnenkort met Trump is afgelopen. 

Blijft natuurlijk de vraag hoe de kwaadaardige narcist Donald Trump op die absolute nederlaag zal reageren. En hoeveel kwaad hij daarbij nog zal aanrichten.

vrijdag 26 januari 2024

Het patroon van de kwaadaardige narcist die aan de macht komt en de nederlaag moet ondergaan. Over Hitler en Trump.

Een kwaadaardige narcist neemt de werkelijkheid waar onder de vooronderstelling van zijn niet te evenaren, laat staan te overtreffen, grootsheid en genialiteit. Van die vooronderstelling is hij zich nauwelijks bewust, in die zin dat hij er niet over reflecteert. Maar de vooronderstelde voortreffelijkheid stuurt wel zijn waarneming en zijn gedrag, dat wil zeggen, zijn reacties op waarnemingen. 

Alles is in orde als die waarnemingen hem in zijn vooronderstelling bevestigen. Maar als waarnemingen ermee in strijd zijn en hij zich er toch niet aan kan onttrekken, dan is er de allesoverheersende onzekerheid en onveiligheid die alleen maar door heftige agressie kan worden weggenomen. Twijfel en reflectie moeten meteen de kop worden ingedrukt. 

Die agressie is dus altijd extern gericht. Op degenen die zijn grootsheid en genialiteit in twijfel trekken. Dat zijn "vijanden", of  "verraders" als ze zijn ware aard zijn gaan onderkennen. En vijanden en verraders moeten om te beginnen worden beledigd en gekleineerd en uiteindelijk worden vernietigd.

Kwaadaardig narcisme, en de sociale configuratie die eruit voortkomt, is de meest extreme uitingsvorm is van het statuscompetitiepatroon. Dat patroon bepaalt de motivaties van alle betrokkenen, van de narcist zelf, zijn wil tot overheersen, van zijn volgelingen, hun wens om op die overheersing mee te liften, en van zijn slachtoffers, hun onderdanigheid (de "immobilisatiereactie") of hun pogingen zich uit de voeten te maken (de vluchtreactie) of hun pogingen tot verzet (de vechtreactie).

Doordat het hele scala van gemeenschap en statuscompetitie nu eenmaal in de populatie voorkomt, zijn er altijd kwaadaardige narcisten in het bestand aanwezig. Die kunnen op de kleine schaal van de persoonlijke relaties veel kwaad aanrichten, maar vaak zijn er dan genoeg betrokken "omstanders" die grenzen stellen.

Dat ligt anders als de kwaadaardige narcist in staat is te opereren op het niveau van de nationale staat. Dan kan er een proces in werking treden dat onnoemelijk veel slachtoffers maakt en pas kan worden afgesloten als de kwaadaardige narcist de volstrekte nederlaag wordt toegebracht.

Natuurlijk denken we dan meteen aan Adolf Hitler, zijn veroveringsoorlogen en de Holocaust. Tot vandaag de dag beschrijven historici hoe dat alles precies in zijn werk ging. Hoe Hitlers gekte de rampzalige combinatie van overtuigingskracht en incompetentie teweegbracht, die pas na de totale barbarij eindigde in zijn nederlaag en zijn zelfmoord. 

Dat was een nederlaag tegen de legers van de Geallieerden. 

We zien nu onder onze ogen hoe zich het proces voltrekt van een andere kwaadaardige narcist, Donald Trump, die de nederlaag ziet naderen in zijn strijd tegen de Amerikaanse democratie en rechtsstaat. 

Net als Hitler tot een paar dagen voor het einde bleef fantaseren over al verslagen legereenheden die toch nog de vijand de beslissende slag zouden toebrengen, zo fantaseert Trump over hoe hij na zijn herverkiezing de democratie zal afschaffen en als alleenheerser al zijn vijanden zal uitschakelen.

En net als de gekte van Hitler, die er natuurlijk altijd al geweest was, voor de kleine kring van zijn vertrouwden, waarin hij zich steeds meer had teruggetrokken, niet meer viel te ontkennen, laat de gekte van Trump, die de publiciteit en de aandacht zo nodig heeft, zich in alle rauwheid aan ons allen zien. 

Hoe het met Trump precies afloopt, dat weten we natuurlijk niet. Maar lang kan het niet meer duren.

dinsdag 23 januari 2024

Als Erich Fromm (1900 - 1980) nog geleefd zou hebben, dan zou hij zich gebogen hebben over de kwaadaardige narcisten van nu

Kwaadaardige narcisten hebben een extreem verwrongen wereldbeeld. Hun narcisme maakt dat ze zich altijd onveilig voelen, want wat ze denken absoluut nodig te hebben, universele bevestiging van hun megalomane zelfbewondering, ligt niet binnen hun bereik. Doordat veel mensen hun narcisme, althans aanvankelijk, slecht doorzien, weten ze tijdelijk een schare van bewonderaars aan zich te binden. Maar het bestaan van alle anderen is voor de narcist een bron van ongenoegen en onzekerheid. En de kwaadaardigheid maakt dat hij die anderen ziet als vijanden, die uit de weg zouden moeten worden geruimd. 

Het wereldbeeld van de kwaadaardige narcist is er dus een van fundamentele onveiligheid. Waar altijd een obsessie met vijanden uit voortkomt. We herkennen natuurlijk dat wereldbeeld als een extreme uitingsvorm van het statuscompetitiepatroon.

Kwaadaardig narcisme behoort dus tot de mogelijkheden van de menselijke sociale natuur en is dus van alle tijden. De term werd in 1964 geïntroduceerd door Erich Fromm in The Heart of Man: Its Genius for Good and Evil. Fromm baseert zich daar mede op zijn ervaringen in zijn psychiatrische praktijk. Op p. 75-77 lezen we dat de narcist zich altijd bedreigd weet door depressieve gevoelens die zouden kunnen opduiken als hij zou moeten toegeven dat zijn zelfbewondering niet realistisch is. Die strijd tegen de depressie kan hem in een psychose brengen. Een oplossing daarvoor is een partner te vinden die hem onvoorwaardelijk bewondert. Een folie à deux, waarop sommige huwelijken en vriendschappen berusten. 

Maar een tweede oplossing bestaat eruit dat de narcist als een publieke figuur de altijd dreigende psychose probeert voor te zijn "by gaining the acclaim and consensus of millions of people."

The best-known example for this latter case is Hitler. Here was an extremely narcissistic person who probably could have suffered a manifest psychosis had he not succeeded in making millions believe in his own self-image, take his grandiose fantasies regarding the millenium of the "Third Reich" seriously, and even transforming reality in such a way that it seemed proved to his followers that he was right. (After he had failed he had to kill himself, since otherwise the collapse of his narcissistic self-image would have been truly unbearable.)

Waarna Fromm uitlegt hoe zulke publieke figuren, naast Hitler noemt hij Caligula, Nero en Stalin als voorbeelden, erin kunnen slagen om zoveel bewonderaars te trekken. Juist door hun gekte ("insanity") zijn ze succesvol:

It gives them that certainty and freedon from doubt which is so impressive to the average person.

Dat is precies de overtuigingskracht die, helaas, met narcisme verbonden is en waar ik het eerder over had in De combinatie van incompetentie en overtuigingskracht van de narcistische leider - En over Hitler en Trump. Ik had toen al het vermoeden dat dat verband eerder moet zijn opgemerkt. Erich Fromm is nagenoeg vergeten, maar dat is zeer onterecht.

En dan komen we bij dat kwaadaardig narcisme. Narcisme kan volgens Fromm goedaardig van aard zijn, namelijk als het aanzet tot inspanningen tot het leveren van creatieve prestaties. Dan wordt het narcisme in toom gehouden door de confrontatie met de werkelijkheid en met het inzicht dat inspanningen nodig zijn.

 Dat is niet het geval met het kwaadaardig narcisme, want in dat geval is de persoon zo met zichzelf ingenomen dat hij het idee dat hij zich zou moeten inspannen onverdraaglijk is. Hij is geniaal om wie hij is, niet om wat hij doet. 

En precies dat maakt dat de kwaadaardige narcist ongeremd is in zijn obsessie met bewonderd worden. Als het kan, door miljoenen, door "het volk". Want zonder die bevestiging blijft er van dat megalomane zelfbeeld niets over en dan dreigen de psychose en de depressie. 

En ongeremd in zijn obsessie met "vijanden", die "uit de weg geruimd moeten worden". Waardoor die kwaadaardige narcist zo buitengewoon gevaarlijk is.

Als Erich Fromm (1900 - 1980) nu nog geleefd zou hebben, zou hij zich ongetwijfeld bezig hebben gehouden met de kwaadaardige narcisten van deze tijd. Zoals met Donald Trump. En met andere rechts-extremisten die we dagelijks in het nieuws tegenkomen.

zaterdag 10 juni 2023

Donald Trump nu ook federaal aangeklaagd - Een sociaalwetenschappelijk zicht op het patroon van een kwaadaardige narcist die aan de macht komt - 1

 (Deze week verschenen als aflevering van mijn LinkedIn-Nieuwsbrief.)

Sinds Donald Trump Republikeins presidentskandidaat werd, heb ik me op Toegepaste sociale wetenschap met enige regelmaat bezig gehouden met het statuscompetitiepatroon van een kwaadaardige narcist die aan de macht weet te komen. En met de vraag naar de omstandigheden waaronder dat patroon optreedt en met de grote gevaren die dat met zich meebrengt. Hier een vrijwel onbewerkte selectie daarvan, chronologisch gerangschikt. Van begin 2016 tot begin 2021. Deel 2 volgt later.

dinsdag 2 februari 2016

Donald Trump en andere narcisten in de politiek - en over waarom ze hun exposure moeten controleren

Donald Trump, vastgoedmagnaat, mediapersoonlijkheid en sinds juni vorig jaar Republikeins presidentskandidaat , heeft, tegen de opiniepeilingen in, niet de voorverkiezingen in Iowa gewonnen. Nu kun je bij alle Republikeinse kandidaten grote bedenkingen hebben, maar Trump maakte het wel het bontst. Zijn gedrag op televisie en in de debatten maakte overduidelijk dat we weer eens met een narcist te maken hebben die de arena van de politiek ontdekt heeft, waarin hij als grote overwinnaar uit de bus zal komen.

Psychologen die zich over dat gedrag gebogen hebben, komen tot de conclusie dat Trump het schoolvoorbeeld is van de narcist. Videoclips blijken als onderwijsmateriaal te worden gebruikt in workshops. Zie A Neuroscientist Explains: Trump Has a Mental Disorder That Makes Him a Dangerous World Leader.

Narcisme kun je omschrijven als

de neiging tot een grandioos en overdreven positief zelfbeeld, gepaard met een negatieve kijk op anderen. Narcisten zijn extreem ijdel, zoeken aandacht en bewondering, voelen zich superieur, claimen gezag en privileges en ze zijn exhibitionistisch, opschepperig en manipulatief.

Zie verder De donkere drie: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme. Die eigenschappen brengen de narcist er toe om een leiderschapspositie na te streven, want hij (meestal een hij) zou het niet kunnen verdragen om naar anderen te moeten luisteren of anderen naast zich te dulden. Vandaar bijvoorbeeld dat die andere narcistische politicus, onze Geert Wilders, alleen in een politiek partij kan functioneren waarin hij alleenheerser is. Zie Foute leiders vergeleken. Over narcisten aan en op weg naar de macht. En over Geert Wilders.

Hoewel narcisten er dus naar streven om een leiderschapspositie in te nemen, weten we dat ze slechte leiders zijn. Ze kunnen slecht tegen kritiek, kunnen niet luisteren, hebben een gebrek aan empathie, zijn weinig bereid en in staat tot samenwerking en hebben een gewetenloze zucht tot overwinnen.

Hoe komt het dat narcisten er dan toch vaak in slagen om op leiderschapsposities terecht te komen? Dat zou er aan kunnen liggen dat ze vaak een oppervlakkige charme hebben die veel mensen aantrekt. Waar mensen pas door heen kijken als ze de persoon beter kennen en langer hebben meegemaakt.

Narcisten blijken dan ook de grootste kans op succes te hebben als ze in staat zijn om de mate waarin wij hen leren kennen, hun exposure, te manipuleren. Vandaar dat narcisten die aan de macht komen ook altijd dictatoriale neigingen hebben, die o.a. ook inhouden dat ze de media willen beïnvloeden. Denk aan Erdogan in Turkije en aan Poetin in Rusland. En natuurlijk aan Hitler.

We weten natuurlijk nog niet hoe het verder gaat met Trump en die Amerikaanse voorverkiezingen. Maar het lijkt er nu op dat Trump te weinig doorheeft dat hij zijn kansen verspeelt als de Amerikaanse kiezers hem te vaak zien. Hij geniet zo van de aandacht die hij krijgt, dat hij niet in staat is om zijn exposure te controleren. Daardoor is hij al vele keren door de mand gevallen en hebben kiezers doorgekregen met wat voor iemand ze te maken hebben.

donderdag 3 maart 2016

Mannen, mannelijkheid en statuscompetitie - en weer over Donald Trump

Vrouwen kunnen er ook wat van, maar statuscompetitie is toch op de eerste plaats een mannending.

Een manier waarop de strijd om status wordt uitgevochten bestaat er uit de eigen statuspositie te bevestigen of te verhogen door anderen te beledigen, te kleineren of te pesten. En dat dat vooral een mannending is (maar nogmaals, vrouwen zijn er niet vrij van), blijkt er uit dat veel van die beledigingen aantastingen zijn en als aantastingen zijn bedoeld van iemands zelfbeeld van mannelijkheid en mannelijke eer.

Statuscompetitie is tussen mensen altijd wel aanwezig, zij het vaak op de achtergrond. Als hij op de voorgrond staat, dan noemen we dat wel een eercultuur (culture of honor). Die term wordt gebruikt door Dov Cohen, Richard Nisbett en anderen, die daarmee de statuscompetitiecultuur van de zuidelijke Verenigde Staten aanduiden. Denk als voorbeeld aan het fraaie onderzoek Field experiments examining the culture of honor: The role of institutions in perpetuating norms about violence.

En vergis ik me nu met te denken dat je in de televisiedebatten tussen de Republikeinse presidentskandidaten, met Trump in de hoofdrol, die eercultuur volop in werking ziet? Dat de Republikeinse partij in de zuidelijke staten de meeste stemmen trekt, lijkt geen toeval.

Er is nu een mooi onderzoekje naar de rol van beledigingen en kleineringen en aantastingen van mannelijkheid (slurs) in die eercultuur: Slurs against masculinity: masculine honor beliefs and men's reactions to slurs. Zo vind je daar deze korte omschrijving van wat het betekent om je volgens die eercultuur te gedragen:

full realization of masculine honor as defined in the American South would require that men act bravely, assert their masculinity, have been socialized about the norms dictating masculine honor, hold their masculine honor beliefs as core moral values, act to defend others from threats, act to defend themselves from insult, and be firmly connected to family and community.

In het onderzoek werden mannen ondervraagd over hoe erg ze het zouden vinden om beledigd en gekleineerd te worden en hoe groot de kans zou zijn dat ze daar met fysiek geweld op zouden reageren. Ik citeer even de omschrijving van de zes soorten beledigingen waar het om ging:

Homophobic slurs consisted of faggot, queer, homo, and cocksucker. Feminine slurs consisted of bitch, pussy, cunt, and woman. Bravery slurs consisted of coward, wimp, sissy, and yellow. General personality slurs consisted of asshole, loser, dickhead, and douchebag. Intelligence slurs consisted of retard, dumbass, idiot, and moron. Physical slurs consisted of fat ass, weakling, tiny, and ugly. 

Het blijkt dan dat de homophobic, de feminine en de bravery beledigingen in de rangorde bovenaan staan. Voor homo, vrouw of lafaard te worden uitgemaakt, dat is in de eercultuur wel het ergste wat je gezegd kan worden en daar moet je dus het meest agressief op reageren, om je eer te verdedigen.

En verder blijkt dat degenen die het hoogst scoren op de Masculine Honor Beliefs Scale ook aangeven zich het meest beledigd te voelen en met het meeste fysieke geweld zouden reageren. Die schaal bestaat uit 35 stellingen waarvan je moet aangeven in hoeverre je het er mee eens of oneens bent. Voorbeelden zijn (in mijn vertaling):

  • Een man moet niet bang zijn om te vechten
  • Het is voor een man belangrijk om masculiener (mannelijker) te zijn dan andere mannen
  • Als kind is mij geleerd dat jongens zich altijd moeten verdedigen
  • Je zou een man prijzen die gewelddadig reageert op een belediging
  • Een man heeft de verantwoordelijkheid om zijn gezin te verdedigen
  • Als een man wordt beledigd, dan wordt zijn mannelijkheid beledigd
  • Voor een man hoort zijn gezin de hoogste prioriteit te hebben

Een baanbrekend onderzoek is het niet, maar het voegt wel weer iets toe aan ons inzicht in wat statuscompetitie inhoudt en welke vormen dat gedragspatroon kan aannemen.

En bedenk dat narcisten, met hun zucht tot beledigen van anderen, juist in een statuscompetitiecultuur gedijen en er op gebrand zijn om aan de top te komen.

donderdag 27 oktober 2016

Is populisme de uitingsvorm van narcisme in het publieke domein? - Jan-Werner Müller over populisten (en technocraten!)

Narcisme is een persoonlijkheidseigenschap die altijd wel in zekere mate in de populatie aanwezig is. Maar de kans dat die eigenschap tot uiting komt in gedrag, lijkt er van afhankelijk of een en ander zich afspeelt in het domein van de persoonlijke relaties dan wel in het publieke domein.

Verkerend in de sfeer van persoonlijke relaties kan het gedrag van narcisten vaak door anderen in toom worden gehouden. Als ze schade aanrichten, dan is dat als de relaties wisselend zijn. Door hun oppervlakkige charme weten ze gemakkelijk aandacht te trekken en relaties aan te gaan, maar na verloop van tijd krijgen anderen door wat voor vlees ze in de kuip hebben. Zo kunnen narcisten soms een spoor van slachtoffers achter zich laten.

Daartegenover is het publieke domein, dat van de onpersoonlijke relaties die zich vooral via de omweg van de media voltrekken, veel meer bij uitstek het werkterrein van de narcist. De narcist kan daar een nationale bekendheid worden, een celebrity, en zelfs aan de top belanden van statushiërarchieën in bedrijfsleven en politiek. Niet alleen door die eigenschap van oppervlakkige charme, maar vooral ook doordat hij anderen naast zich of boven zich zo slecht kan verdragen dat de motivatie om aan de top te komen grenzeloos is.

Dat de narcist bovenal dat publieke domein nodig heeft, verklaart precies dat het fenomeen van de narcistische leider de mensheidsgeschiedenis is binnengekomen met het ontstaan van de landbouwsamenlevingen en van de statushiërarchieën (keizerrijken, vorstendommen) die daarmee ruim baan kregen. Zie Waarom een staatsgod? Over statushiërarchie en narcisme.

Vandaag de dag hebben we te maken met een publiek domein dat sterk beheerst wordt door informatiestromen via de massamedia en de sociale media. En het lijkt alsof narcisten daardoor extra worden geprikkeld om in dat domein actief te worden. Ze leven er hun grandioze zelfbeeld uit en hun behoefte aan bewondering en bevestiging van dat zelfbeeld. Onderdeel van dat gedrag is de zucht tot belediging en vernedering van iedereen die hen daarbij in de weg staat.

Je komt natuurlijk gemakkelijk op de gedachte dat die grote rol van narcisten in de politiek zich slecht verdraagt met de democratie. Jan-Werner Müller, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Princeton en auteur van What is Populism?, laat zich daarover uit in het interview dat Der Spiegel deze week met hem heeft ("Wer gehört zu uns?").

Dat interview gaat over populisme, maar het wordt meteen duidelijk dat populisme en narcisme nauw verwant zijn. Müller:

Populisten sind in der Tendenz gefährlich für die Demokratie. Nicht notwendigerweise wegen ihrer Positionen: Über die richtige Flüchtlingspolitik kann man streiten. Populisten aber erheben den Anspruch, als einzige das wahre Volk zu vertreten. Mittwettbewerber um die Macht und alle Bürger, welche die Populisten nicht unterstützen, werden verteufelt. Das macht sie für Demokraten unwählbar.

Over de AfD (Alternative für Deutschland):

Jetzt aber behaupten führende Afd-Politiker, die übrigen Parteien bestünden aus Volksverrätern und Deutschland sei eine Kanzlerin-Diktatur. Diese totale moralische Disqualifizierung der politischen Gegners und der Anspruch das wahre deutsche Volk zu vertreten, machen die Afd populistisch und bedenklich.

En over Donald Trump:

Er sieht sich als Vertreter des echten amerikanischen Volkes. Das einzige, was zählt, (...), sei die Vereinigung des Volkes; um alle, die für ihn nicht dazugehören, braucht man sich nicht zu kümmern. Ausserdem ist es typisch für Populisten, das sie wie Trump nicht zugeben, dass sie verlieren können - stattdessen versuchen sie, das ganze politische System zu diskreditieren, indem sie ihren Anhängern suggerieren, Wahlen würden manipuliert.

En verderop in het interview wijst hij op de interessante overeenkomst tussen de technocratische en de populistische politicus:

Der Technokrat behauptet, es gibt nur eine vernunftige Lösung. Der Populist sagt, es gibt nur einen wahren Volkswillen. Beide sind Antipluralisten, für die ein demokratischer Austausch von Argumenten gar nicht stattfinden muss. Technokratie en Populismus bestärken sich gegenseitig - und zwischen beiden wird der Parlementarismus aufgerieben.

Kortom, lees dat interview! Je moet er wel even de papieren Der Spiegel voor kopen.

maandag 7 november 2016

Goedbeschouwd kunnen we niet verbaasd zijn over de toename van narcisme en populisme in de politiek

Hoe de opkomst van het populisme, en van het narcisme waar het de uitingsvorm van is, te verklaren? 

Dat vraag je je natuurlijk af aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waarin Donald Trump, misschien de grootste narcist in de politiek na Adolf Hitler, een kans maakt om president te worden van het machtigste land ter wereld. Maar ook vraag je je dat af als je het slagveld van de Europese politiek overziet, de treurigstemmende toestand die door de maar voortdurende rampzalige bezuinigingspolitiek is voortgebracht. En dan hebben we het nog niet over wat zich aan de randen van ons continent afspeelt, in Turkije en Rusland.

Misschien moet je om een verklaring te vinden zowel kijken naar de aanbodkant als naar de vraagkant van de politieke markt.

Aan de aanbodkant zie je de opkomst van de narcisten die leider willen worden of het al zijn. Het zijn die politici die claimen als enige het ware volk te vertegenwoordigen. Die fantaseren over een volk dat hen bewondert en bewierookt. Die in de strijd om de volksgunst te winnen geen anderen naast zich, laat staan boven zich, kunnen verdragen. En die daarom bereid zijn de democratie de nek om te draaien als dat hen beter uitkomt.

Hoe kan het dat zich ineens zoveel narcisten in de politiek aandienen? Het publieke domein, dat van de politiek, de massamedia en de sociale media, lijkt het ideale werkterrein voor de narcist. Maar dat was het eerder ook al en verklaart dus niet de recente opkomst.

Kan het zijn dat het een gevolg is van de toename van narcistische trekken onder de gehele bevolking? Van het narcistische reservoir?

Er zijn aanwijzingen voor zulk een toename op grote schaal. Denk aan The Narcissism Epidemic van Twenge en Campbell. Als die toename er echt is geweest en als narcisten meer dan gemiddeld gemotiveerd zijn om in het publieke domein te opereren, dan kun je verwachten dat de effecten daarvan in dat publieke domein dubbelop waarneembaar zullen zijn.

Wie weet, zit daar iets in. Maar er is ook nog de vraagkant. De kant dus van de kiezers die hun stem uitbrengen.

Als je bedenkt dat narcisten die aan de macht willen komen, niet kieskeurig zijn wat de middelen aangaat om hun doel te bereiken, dan vraag je je af hoe kiezers daar dan over zullen oordelen.

Neem de lange lijsten met leugens waar Trump zich gedurende zijn campagne van heeft bediend. De meest recente opsomming daarvan die ik tegenkwam is hier te vinden: Trump has made almost 500 false claims in last 7 weeks: report. En kijk eens op de website Trump Lies. (En let even op de overeenkomsten met Hitler, die als motto had dat een leugen eerder wordt geloofd hoe groter hij is en hoe vaker hij herhaald wordt.)

Je zou toch denken dat kiezers niet gecharmeerd zijn van een politicus die alles bij elkaar liegt. Maar het bericht ‘Low information voters’ are a crucial part of Trump’s support vandaag in de Washington Post zet je dan aan het denken. Ik citeer daaruit:

Our research finds that Trump has attracted a disproportionate (and unprecedented) number of “low-information voters” to his campaign. Furthermore, these voters are more likely to respond to emotional appeals — whether about the economy, immigration, Muslims, racial relations, sexism, and even hostility to the first African American U.S. president, Barack Obama. They are the ideal constituency for a candidate like Trump.
We define low-information voters as those who do not know certain basic facts about government and lack what psychologists call a “need for cognition.” Those with a high need for cognition have a positive attitude toward tasks that require reasoning and effortful thinking and are, therefore, more likely to invest the time and resources to do so when evaluating complex issues. Those with a low need for cognition, on the other hand, find little reward in the collection and evaluation of new information when it comes to problem solving and the consideration of competing issue positions. They are more likely to rely on cognitive shortcuts, such as “experts” or other opinion leaders, for cues.

Dat wijst op de mogelijkheid van een toename van de groep van slecht geïnformeerde kiezers als een verklaring voor de toegenomen "vraag" naar liegende politici. De speelruimte voor narcistische leugenaars neemt natuurlijk toe als meer kiezers niet meer het verschil kunnen vaststellen tussen wat waar is en wat niet waar is.

Zou die groep van slecht geïnformeerde kiezers inderdaad zijn toegenomen? Ja, dat lijkt waarschijnlijk.

Want kiezers halen hun informatie oftewel uit de massamedia oftewel uit de sociale media. En de massamedia zijn vergaand vercommercialiseerd en daardoor veel meer gericht op amusement dan op informatie. In een democratie is goede informatieverstrekking een publiek goed en we weten dat een publiek goed niet door de markt tot stand komt.

Net zo weten we dat de sociale media onderhevig zijn aan het mechanisme dat iedereen, als hij al op zoek is, zoekt naar bevestiging van de eigen mening. Die confirmation bias verhindert dat mensen zich goed informeren, ondanks dat ze nooit eerder in de geschiedenis zo gemakkelijk toegang hadden tot een zo breed scala aan kennis en inzichten.

Het is juist andersom: doordat het vinden van bevestiging zo gemakkelijk is geworden, zien we polarisatie en extremisme toenemen. Zie dat mooie boek Going To Extremes van Cass Sunstein.

Goed beschouwd kunnen we dus eigenlijk niet verbaasd zijn over die toename van narcisme en populisme in de politiek.

woensdag 25 januari 2017

Beleid dat bestaansonzekerheid zaait, oogst rechts-extremisme

Als je zoals ik in de Tweede Wereldoorlog geboren bent en bent opgegroeid in de tijden van de opbouw van de verzorgingsstaat, dan is het extra moeilijk te bevatten dat we nu opnieuw de opkomst van rechts-extremisme meemaken.

Dus probeer ik zo goed mogelijk bij te houden wat er zoal onderzocht en gepubliceerd wordt over de mogelijke oorzaken van dat rechts-extremisme.

Het beeld dat daar uit naar voren komt is natuurlijk nog niet definitief. Maar wat al wel duidelijk lijkt, is dat het niet de globalisering op zich is die het rechts-extremisme zo heeft aangewakkerd. Nee, de rol van overheidsbeleid is cruciaal.

Want hoewel de globalisering over de hele linie welvaartsverhogend heeft uitgewerkt, hebben velen er ook de nadelen van ondervonden.

En precies daar komt het belang van overheidsbeleid naar voren. Joseph Stiglitz wees daar al op in zijn WRR-lezing eind 2014: Globalization has not always been well managed - Joseph Stiglitz over globalisering en de eurocrisis. Welvaartstheoretisch gezien zouden de voordelen voor de winnaars groot genoeg zijn geweest om de verliezers (werkloosheid, stagnerende lonen) te compenseren. Maar daar was overheidsbeleid voor nodig geweest. Beleid gericht op hogere belastingen voor de rijken met het oog op grotere sociale bescherming voor de armen en de middeninkomens.

Maar dat beleid is niet gevoerd. Integendeel, lagere lonen en minder bescherming werden juist als verstandig beleid aangeprezen. U weet wel, neo-liberalisme.

Het was dus het beleid dat tekort schoot in het goed begeleiden van de globaliseringstrend. Die trend vroeg juist om meer bescherming in plaats van minder.

Door groeiende bestaansonzekerheid te tolereren of zelfs bewust na te jagen, hebben de politici een cruciale bijdrage geleverd aan de opleving van het rechts-extremisme.

Ze lieten de financiële sector de vrije hand, waardoor de crisis van 2008-2010 de economieën kon teisteren. Met als bekend gevolg een steun in de rug voor rechts-extremisme, anti-immigrantensentiment en vreemdelingenhaat (Meer rechts-extremisme na financiële crises - niet na economische crises).

Ze lieten de combinatie van groeiende bestaansonzekerheid en ongelijkheid ongemoeid, waardoor niet alleen bij de armeren, maar ook bij de meer welgestelden de zorgen over de toekomst toenamen. Zorgen die blijken samen te hangen met toenemend anti-immigranten stemgedrag (Anti-immigranten sentiment beïnvloed door inkomenspositie en bestaansonzekerheid).

Dat alles had niet hoeven te gebeuren. Martin McKee wees er al op, in zijn WRR-lezing 2016, dat de politieke keuzes anders hadden kunnen zijn. En dat ze ook gunstiger effecten hadden waar ze anders gemaakt werden (Martin McKee: toenemende kwetsbaarheid en onzekerheid zijn gevolg van politieke keuzes).

En nu zijn er Michael Jacobs en Mariana Mazzucato die een duidelijk verband leggen tussen het Brexit-en-Trump Syndroom en het tekortschietende overheidsbeleid van de neo-liberale politici:

The tragedy of globalisation over the last 30 years is that it has occurred at the same time as the dominance of an economic orthodoxy that saw the state retreat from active economic management. The precise opposite was required: as international trade – which increases national income but brings inequality and geographic dislocation – expanded, what was needed was a more active state redistributing its rewards to develop the productive economy and to ensure fairer outcomes. (The Brexit-Trump Syndrome: it’s the economics, stupid).

En er is Why far right parties do well at times of crisis: the role of labour market institutions van Tim Vlandas en Daphne Halikiopoulou, die laten zien dat het niet de gevolgen van de crisis op zich waren die het stemmen op rechts-extremistische partijen verklaren.

Nee, het gaat om de mate waarin de arbeidsmarkt is gereguleerd; hoe minder ontslagbescherming en hoe soberder de werkloosheidsuitkeringen, hoe beter de uitslagen van de rechts-extremistische partijen bij de Europese verkiezingen. De onderzoekers vatten hun resultaten als volgt samen (mijn cursivering):

They suggest that the rise of the far right is not merely the result of exogenous forces that are outside of policy makers’ control. On the contrary, it is more likely the outcome of labour market policy choices. In a number of European countries, governments of both the left and right have reduced entitlements to unemployment benefits and have deregulated job security regulations. As a result, the unemployed have seen their standard of living deteriorate, while a growing segment of the labour force now works on temporary contracts and workers on permanent contracts feel increasingly insecure. The most affected economies have responded to the financial crisis by pursuing policies of austerity (Theodoropoulou and Watt 2011), further exacerbating economic uncertainty. The irony is that it is precisely these policies, targeted at solving Europe’s economic predicament, that have intensified political instability in many European countries. If we are right, the adoption of these policies increases the risks and costs of unemployment, which, in turn, makes the rise of the far right more likely. Social democratic parties and the union movement should continue to oppose austerity not only because of its adverse economic effects, but also because of its dangerous political consequences in times of crisis. 

dinsdag 18 april 2017

Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen

De Verenigde Staten hebben met Donald Trump een president aan de macht die om verschillende redenen voor dat ambt ongeschikt is. In ieder geval een van die redenen is dat hij meestal niet weet waarover hij praat. Hij voerde campagne met een eenvoudig wereldbeeld, door Matthew Yglesias (Donald Trump’s big problem is he doesn’t know what he’s talking about) omschreven als

Trump’s basic worldview, as articulated on the campaign trail, was that all the major dilemmas of American public policy had easy solutions. The reason the problems had not been solved already was that America’s political leaders were too stupid, too corrupt, or too “politically correct” to solve them.
This is a reasonably widespread view of things among the mass public, but as Trump has been discovering since taking office, it’s not true.

Nu hij in de positie terecht is gekomen waarin hij niet kan volstaan met praten en tweeten, ontdekt hij dat de wereld anders en ingewikkelder in elkaar zit. Yglesias noemt drie in het oog springende voorbeelden van zulke ontdekkingen:

Als hij wat minder onsympathiek was geweest, zou je de naïviteit, die maakt dat hij meestal het standpunt inneemt van zijn laatste gesprekspartner, nog wel ontwapenend kunnen vinden.

Maar hoe dan ook, het is natuurlijk verbijsterend dat iemand die zo overduidelijk van niets weet door kiezers in het zadel kan worden gehesen.

Toch is dat verschijnsel niet uniek. Want ook in Europa, en dus ook in Nederland, hebben we leiders aan de macht die slecht geïnformeerd zijn over hoe je op een economische crisis moet reageren en over hoe je een muntunie moet organiseren. Vandaar dat ik verzuchtte dat we in Europa een sekte aan de macht hebben: Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af.

En in Groot-Brittannië hebben slecht geïnformeerde kiezers een regering aan de macht gebracht die met Brexit een beleid uitvoert dat niet kan waarmaken wat de Brexiteers beloofden en dat slecht voor het land zal uitpakken.

Als je bedenkt dat slecht geïnformeerde leiders zijn gekozen door slecht geïnformeerde kiezers, dan vraag je je af hoe het komt dat kiezers zo slecht geïnformeerd zijn.

En dan kom je onvermijdelijk terecht bij de rol van de media. Wat zich dan wel erg opdringt, is dat die hun werk slecht doen. De Brits-Amerikaanse journalist Harold Evans heeft het daarover in het interview dat vorige week verscheen: ‘Slechte journalisten hebben Trump groot gemaakt’:

Harold Evans wil op een warme lentemiddag praten over de beroerde staat van zijn vak. Slechte journalistiek, zegt hij, heeft Donald Trump groot gemaakt. Slechte journalistiek heeft de Brexit in gang gezet. „It stinks. De Angelsaksische journalistiek is gecorrumpeerd door geld en machtshonger. De pers dient een politiek doel, of het commerciële belang van de eigenaren. Het publieke belang is ondergeschikt gemaakt. Ik heb het zelf zien veranderen. Ik ben geen journalist geworden om rijk te worden.”

In dezelfde richting beklaagt de Engelse macro-econoom Simon Wren-Lewis zich al langer over de Britse media, de tabloids en de BBC. Hier lees je de laatste aflevering: When journalism becomes propaganda.

En, o ja, lees vooral ook Jesse Frederik over de "de alternatieve werkelijkheid waarin Nederlandse politici en journalisten zijn terechtgekomen" waarin Jeroen Dijsselbloem als de redder (in plaats van als de slager) van Griekenland wordt beschouwd: Als je nog steeds denkt dat Jeroen Dijsselbloem Griekenland heeft geholpen, lees dan dit.

Nu is het klagen over de media van alle tijden, maar misschien is er nu toch meer aan de hand. Want het is onderdeel van de neoliberale golf waarin we zijn terechtgekomen om te denken dat je de media kunt overlaten aan de commercie. De markt is overal goed voor en zal er dus ook wel voor zorgen dat de burgers goed worden geïnformeerd over het publieke domein.

Dat is een ernstige misvatting. Media overlaten aan de markt heeft in feite betekend dat de mediamagnaten het heft in handen hebben genomen. En die hebben hun eigen belangen.

En zijn zo machtig geworden dat ze niet alleen de berichtgeving en de politieke commentaren naar hun hand zetten, maar ook rechtstreeks de politici beïnvloeden.

En nog los daarvan, heeft de commercialisering van de media in de hand gewerkt dat er een omvangrijke amusementsindustrie kon ontstaan. Een bijkomend effect daarvan is dat de indruk wordt gewekt dat het ook helemaal niet nodig is om je goed te informeren. Wat weer de ruimte creëerde voor de populist die gemakkelijke oplossingen aandraagt en die de verpersoonlijking is van dat amusement en van de alternatieve feiten.

Aanwijzingen voor de invloed van amusementstelevisie op populistisch stemgedrag komen naar voren uit onderzoek waarover hier gerapporteerd wordt: People who watch entertainment TV are more likely to vote for populist politicians.

Update. Slechte geïnformeerdheid verhoogt niet alleen de kans op slecht geïnformeerde leiders maar meer in het algemeen ook de kans op sociale zeepbellen. Zie Sociale zeepbellen in economie en politiek.

woensdag 7 juni 2017

Over de slechte invloed van statuscompetitieve leiders. En dus over Donald Trump

De tijd waarin we leven is boeiender dan je zou wensen. Dat wil zeggen dat je vaak je hart vasthoudt voor hoe het verder moet. Toekomstige historici zullen er met de afstand die dan mogelijk is verstandige dingen over kunnen zeggen. Nu kunnen we niet veel meer doen dan proberen om de eerste indrukken zo goed mogelijk onder woorden te brengen.

Een van die indrukken die zich aan mij opdringen is dat we in het publieke domein in alle hevigheid een periode van strijd meemaken tussen de algemeen-menselijke, aan elkaar tegengestelde neigingen tot enerzijds statuscompetitie en anderzijds gemeenschapsgedrag. Waarbij het erop lijkt dat de statuscompetitie aan de winnende hand is.

Als het statuscompetitiepatroon overheerst, dan gaan mensen ervan uit dat je niet op de goedgezindheid van anderen kunt vertrouwen. Je moet altijd op je hoede zijn. En om te voorkomen dat anderen over je heen lopen, waar ze altijd op uit zijn, moet je je altijd krachtig en vastberaden proberen voor te doen.

Laat nooit je kwetsbare kanten zien. Straal krachtdadigheid uit. Intimideer anderen, om te voorkomen dat anderen jou intimideren. Beschouw anderen als instrumenten om jouw doelen te bereiken, om een zo hoog mogelijke positie in de statushiërarchie te bereiken. Ga allianties aan, maar alleen met dat doel. Laat anderen meteen vallen als ze niet meer voor jou nuttig zijn.

Statuscompetitie gaat dus altijd gepaard met een sterke nadruk op uiterlijkheid en uiterlijk vertoon. Het theatrale staat voorop. Enscenering is van levensbelang.

Het gedrag van veel van onze hedendaagse leiders en anderen die leiderschap ambiëren past naadloos in dat statuscompetitiepatroon. Waar je dan natuurlijk meteen aan denkt is het gedrag van Donald Trump, de leider van het machtigste land ter wereld.

Ik denk even aan dit bericht van gisteren dat de nadruk op het theatrale en de enscenering mooi illustreert: Trump launches infrastructure initiative with fake signing ceremony. Het gebeuren zou vermakelijk zijn als het een minder machtige leider betrof. Ik citeer even de eerste alinea:

Donald Trump, a fan of spectacles and spotlights, has a habit of signing executive orders that don’t actually do anything. The president likes to appear before cameras and give the appearance of work, but in nearly every instance, Trump’s “accomplishments” are little more than political theater.

Die hang naar het theatrale, met volstrekt voorbijgaan aan enige eigen inhoudelijke inbreng, blijkt ook dit interview met Trumps biograaf: Trump biographer: "He's an actor who's been playing himself for his entire life".

En ik denk aan de mooie column van David Brooks van al weer een paar dagen geleden: Donald Trump Poisons the World (met dank aan Arie Glebbeek). Waarin Brooks niet alleen precies dat statuscompetitiepatroon beschrijft, maar vooral ook waarschuwt voor de sociale beïnvloeding die ervan uitgaat als zulk gedrag prominent in de media belicht wordt.

Goede leiders hebben, schrijft Brooks, wel degelijk oog voor de egoïstische en competitieve kanten van de menselijke sociale natuur, maar, zo vervolgt hij:

they have another foot in the realm of the moral motivations. They seek to inspire faithfulness by showing good character. They try to motivate action by pointing toward great ideals.
Realist leaders like Trump, McMaster and Cohn seek to dismiss this whole moral realm. By behaving with naked selfishness toward others, they poison the common realm and they force others to behave with naked selfishness toward them. (McMaster en Cohn zijn medewerkers van Trump)
By treating the world simply as an arena for competitive advantage, Trump, McMaster and Cohn sever relationships, destroy reciprocity, erode trust and eviscerate the sense of sympathy, friendship and loyalty that all nations need when times get tough.
By looking at nothing but immediate material interest, Trump, McMaster and Cohn turn America into a nation that affronts everybody else’s moral emotions.

Dat het gedrag van een slechte leider als Donald Trump ook inderdaad invloed uitoefent, blijkt uit het bericht Kids Are Quoting Trump To Bully Their Classmates And Teachers Don’t Know What To Do About It.

Kinderen herkennen het gedrag maar al te goed en zien het als een aanmoediging om zich net zo te gedragen. Buzzfeeds News inventariseerde 54 incidenten verspreid over de Verenigde Staten, waarin een leerling een mede-leerling bestookt met verwijzing naar Trump als een soort van rechtvaardiging. Ik citeer:

On a school bus in San Antonio, Texas, a white eighth-grader said to a Filipino classmate, “You are going to be deported.” In a classroom in Brea, California, a white eighth-grader told a black classmate, “Now that Trump won, you're going to have to go back to Africa, where you belong.” In the hallway of a high school in San Mateo County, California, a white student told two biracial girls to “go back home to whatever country you're from.” In Louisville, Kentucky, a third-grade boy chased a Latina girl around the classroom shouting “Build the wall!” In a stadium parking lot in Jacksonville, Florida, after a high school football game, white students chanted at black students from the opposing school: “Donald Trump! Donald Trump! Donald Trump!”

Je vraagt je dus wel af hoe dat moet aflopen nu we zulke slechte leiders aan de macht hebben. En zoveel media-aandacht voor andere figuren die die macht ambiëren.

donderdag 17 augustus 2017

Sociaalwetenschappelijk onderzoek dat helpt om het verschijnsel-Trump beter te begrijpen

De recente gebeurtenissen in de Verenigde Staten wijzen nog maar weer eens op de opvallende overeenkomsten tussen wat we nu meemaken en dat wat zich afspeelde in Duitsland in de jaren 30 van de vorige eeuw. Bij die overeenkomsten stond ik eerder stil in het bericht Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann).

Maar er is natuurlijk ook een belangrijk verschil. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden zich de sociale wetenschappen en die kunnen ons nu bijstaan in het begrijpen van wat er gaande is. Die ontwikkeling was trouwens voor een groot deel juist in gang gezet door de motivatie om de vreselijke gebeurtenissen te begrijpen die zich in nazi-Duitsland en in de Tweede Wereldoorlog hadden afgespeeld.

Wat hebben die sociale wetenschappen te bieden om nu het verschijnsel-Trump (dat ook de morele teloorgang en radicalisering van de Republikeinse partij omvat) en meer in het algemeen de opkomst van het rechts-extremisme te begrijpen en te verklaren?

Ik moet dan allereerst denken aan het onderzoek dat de toename van rechts-extremistische opvattingen in verband brengt met de toename van bestaansonzekerheid. Zie mijn laatste bericht daarover: Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme en volg de links daarin naar vorige berichten.

Dat onderzoek was er in de jaren 30 van de vorige eeuw niet en is er nu wel. En het valt te hopen dat de eruit voortkomende inzichten snel tot de politiek en het beleid doordringen en benut gaan worden.

Maar er is meer. Zo is er dit mooie overzicht dat Thomas Pettigrew opstelde van onderzoek dat kan helpen bij het begrijpen van de Amerikanen die op Trump stemden: Social Psychological Perspectives on Trump Supporters.

Pettigrew, een wel heel gerenommeerd sociaal-psycholoog, ordent dat onderzoek in de vier thema's:

  • Authoritarianism and Social Dominance Orientation (SDO)
  • Prejudice
  • Intergroup contact
  • Relative Deprivation

Het onderzoek dat ik noemde naar de rol van bestaansonzekerheid valt onder het thema van de relatieve deprivatie.

Het eerste thema slaat op al dat onderzoek dat geprobeerd heeft om het persoonlijkheidssyndroom te karakteriseren van mensen die bij uitstek vatbaar zijn voor autoritaire en rechts-extremistische opvattingen. Dat onderzoek begon ooit, kort na de Tweede Wereldoorlog, met The Authoritarian Personality van Adorno en anderen (volg de link voor de uitgebreide Wikipedia-pagina).

Zie voor die Sociale Dominantie Oriëntatie mijn eerdere berichten daarover, zoals Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment, PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Over Sociale Dominantie en "In Rotterdam spreken we Nederlands".

Die twee andere thema's, vooroordeel en intergroepscontact, hangen nauw met elkaar samen. Ze slaan op het probleem dat we in onze huidige maatschappij in onderlinge afhankelijkheid staan tot vreemden en leden van andere groepen die we niet persoonlijk kennen. Dat informatietekort leidt ertoe dat zich gemakkelijk, meestal negatieve, vooroordelen ontwikkelen, die in het dagelijks leven en in de politiek vervelende gevolgen kunnen hebben. Onderzoek wijst erop dat vooroordelen kunnen worden verminderd door een toename van onderling contact (de sociale contact-hypothese) en daarmee van onderlinge vertrouwdheid. Zie bijvoorbeeld Meer empathie bij toenemende vertrouwdheid: nieuwe aanwijzing.

vrijdag 18 augustus 2017

Sociaalwetenschappelijk zicht op intimiderend en narcistisch leiderschap - en dus op Donald Trump

Update. Lees nu ook The Appeal of the Primate Leader: Human Evolution and Donald Trump van Max Beilby op Darwinian Bussiness. En Can evolutionary psychology and personality theory explain Trump’s popular appeal? van Christian Jarrett op Research Digest.

Doordat we nu wel, en in de jaren 30 van de vorige eeuw nog niet, te rade kunnen gaan bij de sociale wetenschappen, zijn we nu beter in staat om het zo sterk opkomende rechts-extremisme en de oorzaken daarvan te begrijpen. Zie ook het vorige bericht: Sociaalwetenschappelijk onderzoek dat helpt om het verschijnsel-Trump beter te begrijpen.

Een boeiende bijdrage in dat verband is Dan P. McAdams' analyse van het leiderschap van Trump: The Appeal of the Primal Leader: Human Evolutionand Donald J. Trump. Daarover zo meteen meer.

Diezelfde McAdams schreef vorig jaar in de juni-aflevering van The Atlantic deze vooruitziende analyse: The Mind of Donald Trump. Uitgaande van Trumps persoonlijkheidseigenschappen komt hij tot deze "voorspelling" van wat zijn presidentschap zou gaan betekenen:

In sum, Donald Trump’s basic personality traits suggest a presidency that could be highly combustible. One possible yield is an energetic, activist president who has a less than cordial relationship with the truth. He could be a daring and ruthlessly aggressive decision maker who desperately desires to create the strongest, tallest, shiniest, and most awesome result—and who never thinks twice about the collateral damage he will leave behind. Tough. Bellicose. Threatening. Explosive.

Er zijn wel eens voorspellingen geweest die slechter uitkwamen.

En hij besluit zijn analyse met:

Who, really, is Donald Trump? What’s behind the actor’s mask? I can discern little more than narcissistic motivations and a complementary personal narrative about winning at any cost. It is as if Trump has invested so much of himself in developing and refining his socially dominant role that he has nothing left over to create a meaningful story for his life, or for the nation. It is always Donald Trump playing Donald Trump, fighting to win, but never knowing why.

Maar nu terug naar dat recente artikel over Trumps leiderschap. Daarin gaat het over de twee soorten leiderschap die we in het menselijk sociale en maatschappelijk leven kennen: dat van het prestige en dat van het intimideren en domineren.

Het leiderschap op basis van prestige behoort bij wat ik de sociale vorm van de morele gemeenschap noemde (Over de coöperatieve zorg voor kinderen in de evolutie van zoogdieren en van mensen). Die menselijke gemeenschap is gebaseerd op egalitaire verhoudingen, op samenwerking en op overdracht van kennis en informatie (cultuur dus). Dat laatste opent de weg voor een vorm van leiderschap, want de een weet meer dan de ander en is dus een belangrijker bron van expertise en wijsheid.

Zo iemand krijgt prestige toegekend door anderen. Hijzelf kan dat niet opeisen, laat staan afdwingen. Maar belangrijker: daartoe is hij (of zij) ook helemaal niet gemotiveerd. Want alles staat in het teken van het gemeenschappelijke belang en het bewaren van de harmonie.

Daartegenover staat het leiderschap op basis van dominantie. We zitten dan in de sociale vorm van de statushiërarchie. Zie ook Statushiërarchie en gemeenschap: de innerlijk tegenstrijdige ("flexibele") sociale menselijke natuur. En de evolutionaire achtergrond daarvan.

Voor het karakteriseren van het dominantieleiderschap grijpt McAdams terug op het eerste boek van Frans de Waal (Chimpanzee Politics), waarin De Waal de statushiërarchie en de strijd om status in de groep chimpansees in Burgers Dierenpark beschrijft. Het is de evolutionair oudste vorm van leiderschap, die echter bij mensen nog gemakkelijk de kop kan opsteken.

En dat laatste is het geval als het om de persoon Trump gaat en om wat hij nastreeft. Kortheidshalve citeer ik maar even McAdams:

Like the alpha male of a chimpanzee colony, Trump leads (and inspires) through intimidation, bluster, and threat, and through the establishment of short-term, opportunistic relationships with other high-status agents. Whereas domain-specific expertise confers status in the prestige paradigm, dominant leaders derogate expertise in order to establish a direct, authoritarian connection to their constituency. Trump’s leadership style derives readily from his personality makeup, which entails a combustible temperament mixture of high extraversion and low agreeableness, a motivational agenda centered on extreme narcissism, and an internalized life story that tracks the exploits of an intrepid warrior who must forever fight to win in a Hobbesian world of carnage.

En daar is eigenlijk het meeste wel mee gezegd. Het zou goed zijn als journalisten in hun berichtgeving over de strapatsen van Trump wat meer blijk gaven van inzicht in het soort leiderschap waar we hier mee te maken hebben.

Dat geldt trouwens algemener. Trump is een extreem geval van leiderschapsgedrag dat we natuurlijk veel meer om ons heen zien.

maandag 9 oktober 2017

Het gevaar van Donald Trump - Psychiaters waarschuwen

We moeten het onder ogen zien: de democratie kan ook gevaarlijke en psychische gestoorde figuren aan de macht brengen. We hebben dat eerder, in de jaren 30 van de vorige eeuw in Weimar-Duitsland zien gebeuren, toen Adolf Hitler via verkiezingen aan de macht kwam en vervolgens alle democratische organen en instituties buiten werking stelde, omdat ze in de weg stonden van zijn ongebreideld narcisme.

Nu zien we onder onze ogen gebeuren hoe Donald Trump President is geworden van het machtigste land ter wereld. En hoe hij als een gestoorde narcist om zich heen mept, zonder blijk te geven van enig besef van de grondwettelijke restricties die aan zijn ambt zijn gesteld.

De grote vraag is nu hoe zich dat verder zal ontwikkelen. Zullen de in de Amerikaanse democratie ingebouwde tegenkrachten wel sterk genoeg zijn om deze kwaadaardige egoïst in toom te houden? Je houdt je hart vast.

Dat doen ook de 27 psychiaters en andere deskundigen op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg die hebben meegewerkt aan het, opmerkelijk snel uitgebrachte, boek The Dangerous Case of Donald Trump.

Het zijn niet de minsten die er aan hebben meegewerkt. Volg de link en blader door secties van het boek en door de inhoudsopgave.

Dat zo een boek kan verschijnen, stemt tot enig optimisme. Bedenk dat een soortgelijke publicatie over Erdogan in Turkije waarschijnlijk niet het licht zou zien, net zomin als dat in Rusland over Putin zou kunnen. En denk aan de boekenkasten vol met analyses-achteraf van de persoon Adolf Hitler en zijn omgeving, die dus inderdaad te laat verschenen.

Salon had een paar weken terug dit interview met de psycho-historicus Robert J. Lifton, die het boek voorzag van het voorwoord: The dangerous case of Donald Trump: Robert Jay Lifton and Bill Moyers on “A Duty to Warn”. Een citaat:

We have a duty to warn on an individual basis if we are treating someone who may be dangerous to herself or to others — a duty to warn people who are in danger from that person. We feel it’s our duty to warn the country about the danger of this president. If we think we have learned something about Donald Trump and his psychology that is dangerous to the country, yes, we have an obligation to say so. That’s why Judith Herman and I wrote our letter to The New York Times. We argue that Trump’s difficult relationship to reality and his inability to respond in an evenhanded way to a crisis renders him unfit to be president, and we asked our elected representative to take steps to remove him from the presidency.

En:

What we put forward as self-evident and normal may be deeply dangerous and destructive. I came to that idea in my work on the psychology of Nazi doctors — and I’m not equating anybody with Nazi doctors, but it’s the principle that prevails — and also with American psychologists who became architects of CIA torture during the Iraq War era. These are forms of malignant normality. For example, Donald Trump lies repeatedly. We may come to see a president as liar as normal. He also makes bombastic statements about nuclear weapons, for instance, which can then be seen as somehow normal. In other words, his behavior as president, with all those who defend his behavior in the administration, becomes a norm. We have to contest it, because it is malignant normality. For the contributors to this book, this means striving to be witnessing professionals, confronting the malignancy and making it known.