Posts tonen met het label rechtsextremisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rechtsextremisme. Alle posts tonen

dinsdag 21 november 2023

Het is tijd voor wij-met-zijn-allen, dus voor een stem op GroenLinks-PvdA. Een historische en sociaalwetenschappelijke blik op de verkiezingen

Op 16 maart 2021 riep ik op om bij de Tweede Kamerverkiezingen de daaropvolgende dag op een linkse partij te stemmen. Ik deed dat met het bericht dat ik hier vrijwel ongewijzigd kan overnemen. Om toen een linkse stem uit te brengen, moest je nog kiezen tussen de PvdA en GroenLinks (of een kleinere linkse partij). Morgen kun je gelukkig op een verenigd GroenLinks-PvdA stemmen, een belangrijke en hoognodige stap op weg naar een grote linkse partij.

Laten we eens naar deze verkiezingen kijken met een historische blik. Dus met een blik die je op dit blog vaker bent tegengekomen. Zoals in de reeks berichten over de mensheidsgeschiedenis-in-drie-stappen. En met een sociaalwetenschappelijke blik van een vak sociologie dat ertoe doet, dus een vak toegerust met een realistisch normatief kader. 

Wat die historische blik betreft, bevinden we ons nu in een tijdvak van de mensheidsgeschiedenis waarin zich de strijd afspeelt om onze oeroude morele gemeenschapsintuïties vorm te geven in de instituties van de democratie en de mensenrechten. De morele intuïties dus van iedereen telt mee, zorg voor elkaar, samenwerking en rechtvaardigheid. Het vorm geven aan die intuïties slaagt beter als mensen zich veilig voelen en tegelijk voelen mensen zich veiliger hoe meer die vormgeving succesvol is.

De tegenstand in die strijd komt van de evenzeer oeroude menselijke neiging tot statuscompetitie. Die neiging wordt aangejaagd als mensen zich onveilig voelen. In een onveilige wereld heb je van anderen niets goeds te verwachten en moet je dus voor jezelf opkomen en jezelf verdedigen. Met een hoge status, dus als je rijk en machtig bent, ben je bevreesd dat minder gelukkigen hun blik laten vallen op jouw rijkdommen en stel je dus alles in het werk om hen daarvan te weerhouden door onderdrukking en overheersing. Behoor je tot die minder gelukkigen, dan stel je je daartegen te weer en als dat uitzichtloos lijkt, berust je in je lot, gedraag je je onderdanig en probeer je er nog het beste van te maken. Er heerst de ongelijkheid van de statushiërarchie en iedereen voelt zich onveilig.

In de mensheidsgeschiedenis was die strijd tussen deze twee, dus tussen gemeenschap en statuscompetitie, voor verreweg het grootste deel van de tijd beslist in het voordeel van gemeenschap. Dat was in het jagers-verzamelaarstijdperk, toen we voor onze overleving en reproductie afhankelijk waren van samenwerken en delen. Gemeenschap was noodzakelijk en moest dus gepaard gaan met onderdrukking van de neiging tot statuscompetitie. 

Na de overgang naar landbouw, zo'n acht- tot tienduizend jaar geleden, werd dat laatste bemoeilijkt door de introductie van eigendom. Opties dienden zich aan om ook zonder mee te doen met het samenwerken en delen toch te overleven, ja, zelfs rijkdommen te verwerven. Dus brak de statuscompetitie door. Met ongelijkheid tussen arm en rijk, machthebbers en machtelozen, mannen en vrouwen. 

De morele gemeenschapsintuïties konden zich nog maar beperkt doen gelden. Ze werden teruggedrongen tot pockets van onderlinge afhankelijkheid en persoonlijke, langdurige relaties, zoals in die gevallen van zelforganisatie die door Elinor Ostrom bestudeerd werden. En in de zogenaamde standenmaatschappijen kon de ongelijkheid getemperd worden als de relaties langdurig waren. Hogere standen konden dan een morele verplichting voelen om hun ondergeschikten bij te staan. Ik moet daarbij steeds denken aan die boer waar Chris van Esterik over vertelt.

Pas recent in de geschiedenis, zeg de laatste twee eeuwen, krijgen de morele gemeenschapsintuïties weer meer kansen. Met de Industriële Revolutie nam de macht van de arbeid toe en werd de onderlinge afhankelijkheid grootschaliger. Waardoor nationale staten belangrijker werden, ja, zelfs internationale samenwerking. Met als gevolg de emancipatie van eerst de burgerij, toen de arbeid en tenslotte de vrouwen. Slavernij en apartheid werden afgeschaft. Er kwam stapsgewijs algemeen kiesrecht en dus democratie. Dat betekende dat vrijwel alle nationale staten grondwetten invoerden, een in de mensheidsgeschiedenis cruciaal proces dat Wim Voermans beschrijft in zijn nieuwe boek The Story of Constitutions: Discovering the We in Us. En er werden na de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust de internationale mensenrechtenverdragen gesloten. 

Sociaalwetenschappelijk gezien is daarmee de historische strijd geschilderd tussen de twee "evenwichtstoestanden" waar een groep of maatschappij in terecht kan komen. Evenwichten in de zin dat als een van die twee toestanden eenmaal bestaat, er maar moeilijk weer van binnen uit aan ontsnapt kan worden. En er zijn dus de vele sociaalwetenschappelijk aanwijzingen dat het gemeenschapsevenwicht naar menselijk welzijn en in moreel opzicht te prefereren valt boven het statuscompetitie-evenwicht. Wat in de politieke praktijk betekent dat elke beweging in de richting van meer gemeenschap toegejuicht behoort te worden. Dus meer gelijkheid en meer bestaanszekerheid voor iedereen. Meer nadruk op sociale hervormingen en minder op economische hervormingen. Een grotere rol voor wij-met-zijn-allen, dus voor de overheid, en een kleinere rol voor ieder-voor-zich, dus voor de ongereguleerde markt. Denk aan Een sociologie die ertoe doet. Een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen.

Oké, nu terug naar november 2023 en de verkiezingen. Minder ver terug in de geschiedenis hebben we tientallen jaren neoliberaal beleid achter de rug. Dus van beleid van minder wij-met-zijn-allen en meer van ieder-voor-zich. In politieke termen: minder overheid en meer gedereguleerde markt. Afbraak van de verzorgingsstaat, toename van bestaansonzekerheid voor velen, met een toename van inkomens-, maar vooral van vermogensongelijkheid. Voedselbanken werden normaal. Een dak boven je hoofd werd aan de markt overgelaten, dus meer daklozen. Arbeidsmarkt gedereguleerd, dus meer onzekerheid. Doelstelling van volledige werkgelegenheid ingeruild voor versobering van uitkeringen. Tegenprestatie in de bijstand. Werkloos? Dan heb je je looneisen nog niet genoeg naar beneden bijgesteld. Stagnatie van de lonen. Armoede, niet allen bij uitkeringstrekkers, maar ook bij werkenden. Publieke voorzieningen gedecentraliseerd en uitgekleed. Gemeentebudgetten afgeknepen. Getreuzeld met de hoognodige maatregelen om de klimaatverandering af te wenden.

Allemaal "economische hervormingen", die het ieder-voor-zich van het statuscompetitie-evenwicht aanzienlijk dichterbij brachten. Minder mededogen met de zwakkeren en kwetsbaren. Anti-immigranten- en vluchtelingensentiment. Toenemend rechts-extremisme. Ontkenning van wetenschappelijke inzichten.

Nu lijken we tot inkeer te komen. Er was al de Grote Financiële Crisis van 2008-2010. Er was de coronapandemie. De rampzalige gevolgen van de klimaatverandering dienen zich aan. We krijgen door dat er iets heel erg is misgegaan. De overheid moet terug.

We moeten weer de weg inslaan in de richting van het gemeenschapsevenwicht. Met het oog op ons aller welzijn. En omdat het in moreel opzicht de juiste weg is.

Het is de weg die we na de Tweede Wereldoorlog met overtuiging hadden ingeslagen. Toen we de lessen hadden geleerd van de economische crisis van de jaren dertig, van de New Deal in de Verenigde Staten, van de bezuinigingspolitiek in Duitsland die Hitler aan de macht bracht, van de daaropvolgende Holocaust.

Toen we, met John Maynard Keynes, inzagen dat een economie zonder een grote sturende rol van de overheid niet goed voor iedereen kan werken. De tijd dus van "de gemeenschap, georganiseerd in de staat". 

Maar ook de tijd waarin de  tegenstand zich al begon te organiseren. Er zijn altijd de rijken en de machtigen die denken dat ze in de statushiërarchie van het ieder-voor-zich beter af zijn dan in het wij-met-zijn-allen. Die backlash wordt voor de Verenigde Staten fraai beschreven in hoofdstuk 13 (The Aristocracy Strikes Back) van The Price of Peace. Money, Democracy, and the Life of John Maynard Keynes van Zachary D. Carter. 

Dat is de tragiek van de strijd tussen gemeenschap en statuscompetitie: hoewel gemeenschap naar welzijn en morele maatstaven beter is, zijn er altijd degenen die niet bestand zijn tegen de verlokkingen van status, macht en rijkdom in een ongelijke statushiërarchie. Als je het eenmaal (veel) beter hebt dan anderen, dan is het moeilijk om je voor te stellen dat er een toestand zou kunnen bestaan, het wij-met-zijn-allen, die voor iedereen beter is. Dat is precies de moeilijkheid die mensen aan de top immoreel doet handelen en waardoor ze het zo moeilijk hebben met de democratie, de institutionalisering van het wij-met-zijn-allen. Denk aan de Republikeinen in de Verenigde Staten, die verkiezingen alleen dan eerlijk vinden als die in hun voordeel worden beslist.

Die backlash was uiteindelijk succesvol met het rond 1980 aan de macht komen van Ronald Reagan (de overheid is niet de oplossing, maar het probleem) en Margaret Thatcher (er bestaat niet zoiets als de maatschappij). En met het begin van dat neoliberale tijdperk, waar we nu misschien het einde van meemaken. In het Nederlandse politieke speelveld is er een ruk naar links vergeleken met vier jaar geleden, maar dat geldt vooral voor linkse en middenpartijen. Maar uitgerekend de neoliberale VVD werd na de Grote Financiële Crisis, tegen alle logica in, de grootste partij en doet het nog steeds goed in de peilingen. En extreemrechts profiteert van de door de neoliberale politiek gecreëerde bestaansonzekerheid onder de kiezers. Geert Wilders ruikt zijn laatste kans.

En in de Verenigde Staten wijzen de beleidsdaden van de Democratische regering-Biden wel heel duidelijk op een afrekening met het neoliberale tijdperk, dat culmineerde in het Trumpisme, en een terugkeer naar de ideeën van de Keynesiaanse New Deal. Jennifer Rubin schreef daarover in de Washington Post, met een verwijzing naar het nieuwe boek van Robert Putnam, met deze eerste twee alinea's:

America has the capacity to reorient itself in a way that emphasizes community, shared national purpose and inclusion. That’s according to political scientist Robert Putnam, who in his latest book, “The Upswing: How America Came Together a Century Ago and How We Can Do It Again," draws lessons from the a 125-year period of U.S. history spanning from the Gilded Age (characterized by polarization and self-centeredness) to the extended Progressive Era (characterized by diminished polarization and greater concern for the common good) to the post-1960s, which saw the rise again of polarization and self-centeredness.

Putnam dubs this “I-We-I” phenomenon. As he argued in a recent interview with Salon, “America may once again pivot toward a ‘we’ society — more equal, less polarized, more altruistic, less socially fragmented and more attentive to historic, structural inequalities.” In that case, President Biden is the right leader for a potential hinge moment. “Biden is proving to be just what the doctor ordered for a shaken country, focused explicitly on ‘we,’ not ‘I,’” Putnam said. "It’s not just his well-known empathy for people in pain, nor his equally well-known propensity to work across the aisle, but also his ability to adapt to changed political circumstances.”

Ook in ons land is het de hoogste tijd voor de wij-maatschappij. 

Dus voor een stem op GroenLinks-PvdA.

dinsdag 28 maart 2023

Het ideale werkterrein voor autocraten, kwaadaardige narcisten, sterke mannen, die zichzelf opwerpen als redder in de nood, de enige die de vijanden en duistere machten kan verslaan

Marcia Luyten vraagt vandaag aandacht voor die opvallende wereldwijde hang van de rechterflank van het politieke landschap naar de wereld van gisteren: Onder het mom van ‘ouderrechten’ wordt een radicaal-rechtse ideologie doorgevoerd. Dat gaat over de rechtse gouverneur van de Amerikaanse staat Florida, Ron DeSantis, "die als een zeloot strijdt voor een wet die het scholen verbiedt te praten over seksualiteit en genderidentiteit". En over autocraten in Brazilië, Hongarije en Rusland en radicaal-rechtse politici in westerse democratieën die zich verzetten tegen transgenderrechten. 

In de hang naar een onveranderlijke orde draaien de rechts-conservatieven sociale en vrouwenrechten terug; abortus wordt ingeperkt, transgenderhulp afgeschaft en bloot verboden. Politici beloven hun kiezers een toekomst die herkenbaar is, niet beangstigend. 

Jamelle Bouie wijst vandaag in de New York Times op hetzelfde verschijnsel: What the Push for ‘Parents’ Rights’ Is Really About. Onderdeel daarvan is ook dat in de geschiedenislessen geen aandacht mag worden besteed aan het duistere, racistische Amerikaanse verleden. Een andere dan een rooskleurige blik op het verleden hoort kinderen re worden onthouden.

Dat die politici met die belofte van een herkenbare toekomst die niet beangstigt, enig succes hebben, wijst erop dat er bij een deel van de kiezers de behoefte daaraan aanwezig is.

Waar komen die behoefte en die angsten vandaan? Ze zijn er niet altijd. Mensen kunnen ook optimistisch en onbevreesd zijn over de toekomst. Ze kunnen ook gelijke rechten voor iedereen omarmen en tolerant zijn voor minderheden en voor wat hen onbekend is.

Sociaalwetenschappelijk gezien hebben we hier te maken met het fundamentele inzicht dat mensen, zoals alle biologische organismen, hun gedrag aanpassen aan de onveiligheid of veiligheid van hun omgeving. 

In een toestand van onveiligheid is het bestaan onzeker en is alle energie erop geconcentreerd hoe daarop te reageren. De nood is aan de man. Alles wat zich aandient als mogelijke oplossing krijgt de volledige aandacht. Al het andere moet daarvoor wijken. De blik vernauwt zich. 

Ik ben er niet zeker van, maar dat lijkt op een toestand van immobilisatie, van verstard zijn door angst. Die ontvankelijk maakt voor nostalgie naar het veilige, of het veilig gewaande, verleden. En ontvankelijk voor de boodschap dat er vijanden en duistere machten bestaan die voor de huidige toestand van onveiligheid verantwoordelijk kunnen worden gehouden. Ontvankelijk dus voor samenzweringstheorieën. 

Daarmee is het ideale werkterrein ontstaan voor autocraten, kwaadaardige narcisten, sterke mannen (meestal mannen), die zichzelf opwerpen als redder in de nood, de enige die die vijanden en duistere machten kan verslaan. Die uitzicht bieden op de overwinning en de eliminering van de vijand. En het hun volgelingen mogelijk maken om door de vechtreactie aan de immobilisatie te ontsnappen. Door de kwade machten, wie dat dan ook mogen zijn, te verslaan, 

Het is natuurlijk het bekende patroon van bestaansonzekerheid die het statuscompetitieve wereldbeeld aanwakkert. 

En wat pijnlijk is het om onder ogen te zien hoe die bestaansonzekerheid sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw als onderdeel van het neoliberale project doelbewust werd vergroot. Ik denk even terug aan de powerpoint die ik al in 2017 maakte: Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

vrijdag 20 januari 2023

De Nederlandse polycrisis: een moedeloos makende waslijst van problemen - die met elkaar samenhangen en een gemeenschappelijke oorzaak hebben - deel 2

In het vorige bericht maakte ik een begin met de waslijst van crises of problemen waar de Nederlandse politiek en dus wij allemaal mee worden geconfronteerd. Ik noemde er vijf; daar komen er nu zes bij.

Overheid schuift hoognodige uitvoering van wetgeving op gebied van natuur, biodiversiteit en klimaatverandering voor zich uit en bedenkt juridische "geitenpaadjes".  Hoogleraar Kees Bastmeijer: ‘Stop met juridisch geknoei in het natuur- en milieurecht. Vier projecten die laten zien hoe indringend de stikstofcrisis in Nederland is. Over de bouwvrijstelling: kamerbrief Van der Wal. 

Crisis in de jeugdzorg: Crisis in de jeugdzorg: 'Als we nu niets doen vallen er doden'. De Jeugdzorg werd in 2015 overgeheveld naar de gemeenten. Toen was er al een tekort. Daar kwam een korting bij  omdat werd aangenomen dat gemeenten het met minder geld zouden kunnen doen. Dat blijkt niet het geval. De ingestelde "Commissie van wijzen" concludeert dat er eerst meer geld bij moet: Commissie van ‘wijzen’: eerst fors geld bijleggen, dan bezuinigen op jeugdzorg. 

Gemeenten krijgen te weinig geld voor extra taken, waardoor investeringen in wegen, scholen en andere essentiële zaken achterblijven: Gemeenten staan er financieel beter voor, maar zijn nog te afhankelijk van het Rijk, vinden accountants. Doordat op die extra taken (zorg, uitkeringen) lastig te sturen valt, bezuinigen gemeenten op sportvoorzieningen, buurthuizen en bibliotheken: Financiële situatie van gemeenten onhoudbaar, blijkt uit onderzoek. "De investeringen van gemeenten zijn al ruim een decennium onder de maat. Dit is zorgelijk, omdat investeringen noodzakelijk zijn om gemeenten financieel gezond te houden." Gemeenten klimmen uit dal, maar investeringen blijven achter. 

De overheid schiet tekort in het verschaffen van een sociaal minimum. "Jongeren tot 21 jaar in de bijstand lopen een hoog risico om langdurig financieel in de knel te komen. Vooral als hun ouders geen begeleiding en financiële ondersteuning kunnen bieden." Nationale Ombudsman: Watertrappelen in de bijstand Onderzoek naar de knelpunten van jongeren van 18 tot 21 jaar in de bijstand. In het algemeen geldt dat het sociale minimum ontoereikend is, dat het doenvermogen van burgers onrealistisch wordt ingeschat en dat er een gebrek aan geld, tijd en deskundigheid is bij gemeentelijke dienstverleners: Sociale minima in de knel.

De Belastingdienst heeft duizenden ouders ten onrechte bestempeld en behandeld als fraudeurs. Het kabinet beloofde een "ruimhartige vergoeding", maar de afhandeling daarvan door de Belastingdienst kan nog wel tot 2030 duren. Er is "onvoldoende capaciteit" om alle aanmeldingen "binnen de wettelijke termijn" te beoordelen. 'Compensatie ouders toeslagenaffaire kan zomaar tot 2030 duren'.

De overheid begroot de uitgaven voor de wettelijk vastgelegde taak van de asielopvang structureel te laag. Volgens de Algemene Rekenkamer in de afgelopen 23 jaar 21 keer te laag begroot. Dat leidde niet alleen vaak tot problemen in de opvang, asielzoekers die de nacht in de buitenlucht moesten doorbrengen, maar ook tot hogere uitgaven omdat de opvangkosten hoger zijn als eerder gesloten locaties heropend moeten worden of als noodopvang nodig is. Rekenkamer: begroting voor asielopvang is structureel te laag. Hoewel het vorige en het huidige kabinet al langer pleiten voor het stabieler en flexibeler maken van de asielopvang, is daar nog niets van terechtgekomen. In plaats daarvan besloot het huidige kabinet tot de juridisch onhoudbare opschorting van de uitvoering van de nareisregeling. Dat was voor de bij de IND werkzame jurist Thomas Huttinga reden om zijn ontslag in te dienen. "‘In een rechtsstaat moet het beleid rechtmatig zijn’, zegt hij. ‘Burgers moeten daarop kunnen vertrouwen. Het is onwenselijk dat een uitvoerende organisatie op den duur wordt teruggefloten. Dat versterkt ook het wantrouwen in de overheid en de rechtsstaat." Deze IND’er zegde zijn baan op omdat hij geen onwettig beleid wil uitvoeren: ‘Het kabinet gokt met mensenlevens’

Daarmee zijn we gekomen tot een waslijst van elf problemen of crises. Zie ook het vorige bericht. Nogmaals: zonder claim op volledigheid. Stuk voor stuk problemen waar de politiek mee worstelt en die maar niet worden opgelost. Geen wonder dat mensen moedeloos worden als ze al die berichten onder ogen krijgen. En geen wonder dat het vertrouwen in de politiek bijzonder laag is. In 2022 zei 67 procent weinig of heel weinig vertrouwen te hebben in de politiek, 71 procent in het kabinet en eveneens 67 procent in de premier. Enquête: vertrouwen in de politiek is enorm laag. 

Dat lage vertrouwen in de overheid is natuurlijk een gevaar voor de democratie. Het maakt de mensen vatbaar voor complottheorieën: Een op vijf Nederlanders gelooft in complot­theorieën. En een zo laag vertrouwen bedreigt de ervaren bestaansonzekerheid, die op zijn beurt aanzet tot rechts-extremisme. Zie Meer aanwijzingen dat de politiek gemotiveerde vermindering van bestaanszekerheid het rechts-extremisme heeft aangewakkerd - en daarmee de democratie in gevaar heeft gebracht.

Dat maakt het wel heel urgent om stil te staan bij die ene gemeenschappelijke bron waaruit al deze crises uit voort lijken te komen. En die de term polycrisis rechtvaardigt. Daarover in het volgende bericht. Hier het vervolg.

donderdag 12 januari 2023

De naargeestigheid van het statuscompetitieve, rechts-extremistische wereldbeeld - toen en nu

In het statuscompetitieve wereldbeeld is de wereld onveilig en vergeven van vijanden. In dat wereldbeeld ben jij of jouw groep of jouw volk pas veilig als jij of jullie onbedreigd aan de top staan van de statushiërarchie. Als alle macht bij "ons" geconcentreerd is en alle "anderen", de "vijanden" machteloos zijn geworden. Of, nog liever, als alle vijanden zouden zijn vernietigd. 

Zolang die vernietiging niet voltooid is, en dat is meestal zo, staat alles in het teken van de strijd, van het je macht laten gelden en het intimideren en vernederen van wat jij als vijanden ziet. Daarbij kun je nooit verslappen, want elk teken daarvan zou de vijand hoop kunnen geven en kunnen aanmoedigen. Alles moet erop gericht zijn om dat te voorkomen.

Als dat wereldbeeld de kans heeft gekregen om zich te verspreiden en door te zetten, dan is er een toestand ontstaan waarin iedereen zich onveilig voelt. De onderdrukten, doordat ze voortdurend geïntimideerd en vernederd worden. Maar ook de onderdrukkers, omdat ze altijd en overal vijanden zien. 

Van een "samenleving" kun je eigenlijk niet meer spreken. De sociaalwetenschappelijke term is: statushiërarchie. In Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen analyseer ik die toestand als een "statuscompetitie-evenwicht". Als je niet beter zou weten, dan zou je niet op het idee komen dat ook het gemeenschapspatroon tot de menselijke sociale natuur behoort.

Dat alles in het teken van de strijd staat, moet heel letterlijk worden genomen. Remmingen, in de zin van wat moreel juist is of van wat waarheid is, ontbreken. Integendeel, in het narcistische, statuscompetitieve wereldbeeld wordt het "zich bevrijd hebben" van de moraal en van de wetenschap gevierd. Het streven naar de ultieme veiligheid van het onderdrukt of zelfs geëlimineerd hebben van de vijanden, mag niets in de weg worden gelegd.

Zeker, het is een naargeestig wereldbeeld en het is een naargeestig beeld als de maatschappij er zo uitziet of die kant lijkt op te drijven. Maar het is precies die naargeestigheid die zich aan je opdringt als je naar vroegere of hedendaagse manifestaties er van kijkt. 

In het nog niet zo verre verleden was er de huiveringwekkende naargeestigheid van nazi-Duitsland en de Holocaust. Waarin het "Jodendom" als vijand was uitgekozen en moest worden geëlimineerd. Waarin werkelijk alles instrumenteel was aan dat einddoel. Met een moreel vacuüm, dat met verering van de Leider, propaganda, wereldvreemde fantasieën en leugens werd opgevuld. 

Tegenwoordig herkennen we een variant van diezelfde naargeestigheid in het statuscompetitieve wereldbeeld van het populistische rechts-extremisme. Waarin "het eigen volk" aan de macht behoort te zijn en waarin dus degenen die het iedereen-telt-mee van de democratie verdedigen de vijanden zijn. Waarin mensenrechtenverdragen behoren te worden opgezegd, want niet iedereen heeft dezelfde rechten. Waarin vluchtelingen en asielzoekers horen te worden geweerd. Waarin "wij", de machtigen en de rijken en de overheersers, ons niet laten dwingen om mee te betalen aan de collectieve voorzieningen en de sociale zekerheid. Waarin de armen en kwetsbaren hun plaats behoren te kennen.

En waarin we "onze" overtuigingen in een culture war aan iedereen moeten kunnen opleggen. Waarin we niet gehinderd mogen worden door morele beperkingen. Dus zelfverrijking en corruptie. 

Noch door de beperkingen van wetenschap en waarheid. Dus de beeldvorming, de samenzweringstheorieën, de desinformatie en de leugens en de klimaatontkenning.

De rechts-extremistische flank van het Nederlandse politieke landschap. De nasty Party van de Conservatieven in Groot-Brittannië. De Republikeinen in de Verenigde Staten. De Bolsonaristas in Brazilië. De AfD en de Reichsbürger in Duitsland. Orbán en zijn aanhangers in Hongarije. En Poetin en de kring om hem heen in Rusland. Een naargeestig tableau.

maandag 17 oktober 2022

Over de laatste stuiptrekkingen van het neoliberalisme in Groot-Brittannië - Sektegedrag en incompetentie

De neoliberale fantasiewereld, die in de jaren 70 en 80 de politici en de kiezers in zijn greep kreeg, botst tegen de harde realiteit. Dat is de korte overgangstijd waarin we leven. Zie hier het vorige bericht.

Die botsing is er in de eerste plaats doordat het beeld van economische deskundigheid dat de neoliberalen zo bekwaam wisten op te houden, slechts schijn blijkt te zijn. Ik zocht even op hoe J. Bradford DeLong dat samenvattend beschrijft in zijn pas verschenen Slouching Towards Utopia. An Economic History of the Twentieth Century (p. 461):

The world began to take the neoliberal turn in the 1970s. The turn was all but complete by 2000. Noeliberalsim in its various forms had ascended, and was providing the world's political-economy governance default presumptions and practices. 

This ascent is a puzzle. The neoliberal turn had failed to deliver higher investment, greater entrepreneurship, faster productivity growth, or the restoration of middle-class wage and income growth. The new policies had delivered massively greater income and wealth inequality. What was the appeal?

Ja, hoe kon dat economische beleid zo populair worden? Wat was de aantrekkingskracht? 

The neoliberal order hung on because it took credit for victory in the Cold War, because it took credit for making sure the undeserved didn't get anything they did not deserve, and because the powerful used their megaphones to loudly and repeatedly tell others that they deserved the credit for whatever they claimed neoliberal policies had achieved. And so the hand that had been dealt was played out.

Het leek dat na de val van het communisme "het kapitalisme" had gezegevierd en dat het enige alternatief nog het neoliberalisme was. Maar ook bleek dat er achter die schijn van economische deskundigheid de banale ideologie schuilging dat de rijken hun rijkdom verdiend hebben en dat de armen maar moeten proberen om zelf ook rijk te worden. Het neoliberale economisch denken bleek weinig meer te zijn dan de uitingsvorm van het statuscompetitieve wereldbeeld van ieder-voor-zich. Het wereldbeeld dat zo verleidelijk wordt als je tot de rijken en machtigen bent gaan behoren. Dat is de tweede botsing met de harde realiteit.

En dan is er nog de derde botsing. Door de in gang gezette toename van ongelijkheid en bestaansonzekerheid voor iedereen die niet rijk en machtig is, kregen rechts-extremistische populisten de wind in de zeilen. Waardoor de democratie, de uitingsvorm van het gemeenschapswereldbeeld van iedereen-telt-mee, werd bedreigd. Dat is de harde politieke realiteit: neoliberalisme voert vroeg of laat, maar vooral opvallend vroeg, naar de afgrond van het fascisme. De afgrond van de onderdrukking van alles wat zwak is en wat anders en dus een vijand is. De afgrond dus van het statuscompetitiepatroon.

De vraag is nu hoe die drie botsingen met de realiteit voor wat volgt zullen uitpakken. In de Verenigde Staten zagen we dat een door de media, het Grote Geld en door Poetin in het zadel geholpen rechts-extremistische populist werd weggestemd. Hoewel een ooit respectabele politieke partij, de Republikeinen, een gevaar voor de democratie is geworden, lijkt enig vertrouwen op een goede afloop gerechtvaardigd.

In Groot-Brittannië kunnen we de afloop nu van dag tot dag, ja, bijna van uur tot uur, volgen. Ten tijde van het vorige bericht was de onhoudbaar geworden Boris Johnson al opgevolgd door Lizz Truss, die samen met haar minister van Financiën Kwasi Kwarteng een extreem neoliberaal beleid in het vooruitzicht stelde. Het werd gekenmerkt als het product van de wensdromen van de rechtse denktanks waar die twee uit zijn voortgekomen. Belastingverlagingen voor de rijken en de grote ondernemingen en verdere verschraling van de sociale en publieke voorzieningen. 

Dat werd gepresenteerd als middel om de economische groei aan te zwengelen. Die inderdaad in Groot-Brittannië al lange tijd opvallend stagneert. Deels door Brexit, maar juist ook door het in het verleden gevoerde neoliberale beleid en de bezuinigingen op de overheidsuitgaven. Nog meer van hetzelfde als voorgestelde oplossing. Diane Coyle, auteur van het vorig jaar verschenen Cogs and Monsters: What Economics Is, and What It Should Be schreef daarover op Project Syndicate:

Few would disagree with Truss and Kwarteng’s diagnosis of the UK’s economic challenges. The current confluence of global crises has exposed the country’s chronically low growth rate and flat-lining productivity. But their proposed remedy – cutting taxes for the rich and undoing economic regulations, thereby unleashing innovation and investment – turned out to be a harder sell. Even financial-market traders (hardly statist left-wingers) do not believe in Truss’s vision of a twenty-first-century Hayekian utopia.(...)

Considering that the UK economy is still less productive than its peers after decades of tax cuts and deregulation, the idea that lowering tax for the wealthy would act as a supply-side stimulus struck most people as wishful thinking at best. 

Gevolg door een betoog dat we nu in een tijd leven waarin we, naast de klassieke overheidstaken, juist een grotere en actieve overheid nodig hebben.

In short, an economy undergoing major structural shifts requires a forward-looking economic strategy. Just as the 1960s-era approach of subsidizing selected “winners” survived well past its expiration date, so has the tax-cutting and deregulatory approach of the past 40 years. Today’s knowledge economy requires an innovative state to provide a long-term framework for investment and set the rules of the game. Unless Truss and Kwarteng stop living in the past, the prospects for the UK economy on their watch look bleak.

Anders gezegd, we hebben te maken met de laatste stuiptrekkingen van het neoliberalisme. Met de ogen dicht doorgaan op de eenmaal ingeslagen weg. Sektegedrag. Incompetentie. Economisch onhoudbaar. Maar ook politiek onhoudbaar. Simon Wren-Lewis liet fraai zien hoe ver die stuiptrekkingen verwijderd zijn van wat Britse kiezers, ook de Conservatieve, wenselijk achten. 

Geen wonder dus dat ook deze regering en dit beleid moeilijk zijn te handhaven. Eerst werd die verlaging van de inkomstenbelasting voor de rijken teruggedraaid. Maar dat was niet voldoende. Truss moest haar minister van Financiën vragen om af te treden, hoewel ze dit programma samen met hem had opgesteld. Ze kon weinig anders dan hem laten opvolgen door Jeremy Hunt, die vandaag vrijwel alle aangekondigde maatregelen terugdraaide. In een wanhopige poging om nog te redden wat er te redden valt.

Je zou denken dat het tijd wordt voor nieuwe verkiezingen. Volgens de opiniepeilingen zouden de Conservatieven electoraal worden weggevaagd, ten gunste van Labour. Maar die verkiezingen kunnen nog een paar jaar gerekt worden. Zeer benieuwd hoe de Conservatieven denken dit te kunnen oplossen. Ze zijn, net zo als de Republikeinen in de Verenigde Staten, volledig de weg kwijtgeraakt.

donderdag 10 februari 2022

De neoliberaal gemotiveerde toename van bestaansonzekerheid, de niet in goede banen geleide globalisering, groeiende ongelijkheid en de opkomst van het rechts-extremisme

Update. Ook Dean Baker besteedt nu aandacht aan het essay van Thomas B. Edsall: The big lie of the elites. Hij betoogt dat de globalisering door de elites bewust zo is vorm gegeven dat de laagopgeleiden en de lage inkomens moesten concurreren met de werknemers van de lage lonen landen. Waardoor de arbeidskosten konden worden verlaagd ten gunste van de winsten. Met als gevolg de groeiende bestaansonzekerheid die de rechts-extremisten de wind in de zeilen gaf. Dat had niet zo gehoeven. Maar de laagopgeleiden werd voorgehouden dat dit nu eenmaal de werking van de markt was en dat er niets tegen te doen was. Het is het verhaal van de afgelopen tientallen jaren.

Dean Baker schreef het boek Rigged:How Globalization and the Rules of the Modern Economy Were Structured to Make the Rich Richer, met als strekking:

There has been an enormous upward redistribution of income in the United States in the last four decades. In his most recent book, Baker shows that this upward redistribution was not the result of globalization and the natural workings of the market. Rather it was the result of conscious policies that were designed to put downward pressure on the wages of ordinary workers while protecting and enhancing the incomes of those at the top. Baker explains how rules on trade, patents, copyrights, corporate governance, and macroeconomic policy were rigged to make income flow upward.

 

We weten al hoe de door de neoliberale politiek gemotiveerde toename van bestaansonzekerheid heeft bijgedragen aan de opkomst van rechts-extremisme in de politiek. En we weten ook dat bestaansonzekerheid om meer gaat dan alleen armoede. Ook mensen boven het armoedeniveau die wel vrezen voor sociale daling, voelen zich in hun bestaan bedreigd en zijn vatbaar voor rechts-extremisme. Zie het onderzoek dat ik besprak in: 

Daar is ondertussen nog meer onderzoek bijgekomen en dat alles valt niet meer over het hoofd te zien. Gisteren besteedde Thomas B. Edsall, columnist van de New York Times, er volop aandacht aan in het essay Status Anxiety Is Blowing Wind Into Trump’s Sails. 

Uit een van de nieuwe studies die Edsall noemt, Beyond Populism: The Psychology of Status-Seeking and Extreme Political Discontent komt duidelijk naar voren hoe toename van bestaansonzekerheid het statuscompetitieve wereldbeeld aanwakkert, waarin de verklaring voor de ontstane problemen wordt gezocht in het bestaan van vijandige groeperingen, de elite en de immigranten. Waar rechts-extremistische politici maar al te graag op inspelen. Het herinnert eraan dat rechts-extremisme niets anders is dan een uitingsvorm van het statuscompetitiepatroon. Ook leggen de auteurs de nadruk op het verband met groeiende ongelijkheid, waarvan we wisten dat die de statuscompetitie aanwakkert.

Edsall besteedt ook aandacht aan de achterliggende oorzaak van die toename van bestaansonzekerheid, die we eerder tegenkwamen als de globalisering die niet in goede banen werd geleid. In de Verenigde Staten verdwenen vooral in de industrie banen door nieuwe handelsverdragen, terwijl weinig tot niets werd gedaan om de negatieve gevolgen daarvan op te vangen. De markt zou de overgangsproblemen vanzelf wel oplossen. Dat verklaart waarom Trump vooral stemmen kreeg in de regio's die het sterkt getroffen werden.

Toevallig staat Brad DeLong vandaag stil bij die achterliggende oorzaken en wel aan de hand van een net verschenen boek van de hand van "the thoughtful ex-neoliberal economist Glenn Hubbard", die voorzitter was van de Raad van Economische Adviseurs onder president George W. Bush. Deze ex-neoliberaal kijkt er met spijt en misschien wel schuldgevoel op terug hoe neoliberale regeringen de slachtoffers van hun beleid aan hun lot overlieten. Met grote gevolgen.

donderdag 3 februari 2022

Meer aanwijzingen dat de politiek gemotiveerde vermindering van bestaanszekerheid het rechts-extremisme heeft aangewakkerd - en daarmee de democratie in gevaar heeft gebracht

Er is al het nodige onderzoek gedaan naar het verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme. In het bericht Aanwijzingen voor het vermoeden dat de toename van bestaansonzekerheid een belangrijke oorzaak was van het toegenomen rechts-extremistisch populisme blijven komen van twee jaar geleden besteedde ik aandacht aan een toen net verschenen studie. Het ging daarin om een analyse van veranderingen in werkloosheid en veranderingen in de aanhang van populistische partijen in 220 regio's in 26 Europese landen tussen 2000 en 2017. Daaruit bleek dat een werkloosheidstoename van een procent wordt gevolgd door een groei van stemmen op populistische partijen van een procent. 

Een toename van werkloosheid verhoogt natuurlijk de bestaansonzekerheid. Allereerst voor degenen die werkloos zijn geworden, omdat hun inkomen achteruitgaat, maar ook omdat ze onzeker worden over de toekomst. Maar ook de (nog) werkenden zullen er last van hebben, omdat hun angst om ook werkloos te worden erdoor zal toenemen.

Dat wijst er al op dat het wenselijk kan zijn om bestaansonzekerheid directer te meten, met vragen over hoe onzeker mensen zich voelen. Dat laatste gebeurt in de nieuwe studie What’s Work Got to Do with It? How Precarity Influences Radical Party Support in France and the Netherlands, met André Krouwel van de Vrije Universiteit Amsterdam als een van de auteurs. Een samenvatting van hun onderzoek geven de auteurs hier: Uncovering the missing link between precarity and populist voting. 

De onderzoekers onderscheiden bestaansonzekerheid, die zij precariteit noemen, in twee dimensies: onzekerheid over het behoud van de baan en de onzekerheid binnen de huidige baan. De eerste wordt gemeten met vragen over de vrees op korte termijn te zullen worden ontslagen en de vrees om in aantal uren achteruit te zullen gaan. En de onzekerheid binnen de huidige baan met vragen over het wel of niet doorbetaald krijgen bij uitval, over de mate van zelfbeschikking in het werk, over de moeilijkheid om werk en privé te combineren en over de tevredenheid met het loon. 

Het blijkt dan dat zowel in Frankrijk als in Nederland in 2017 de mate van bestaansonzekerheid samenhangt met het stemmen op een rechts-extremistische partij (Front National in Frankrijk en de PVV in Nederland). En samenhangt met het minder stemmen op een van de gevestigde middenpartijen. (Bedenk dat er ook niet-stemmers waren.)

Onzekerheid binnen de huidige baan hing in beide landen samen met een twee tot drie keer grotere kans op zowel het stemmen op een rechts-extremistische partij als op een populistisch-linkse partij (La France insoumise in Frankrijk en de SP in Nederland). 

Terwijl de onzekerheid over het behoud van de baan samenhing met een grotere kans op het stemmen op een rechts-extremistische partij. In Frankrijk was die kans 7,5 maal zo groot.

Deze resultaten wijzen er dus op dat het neoliberale beleid van flexibilisering van de arbeidsmarkt en de daarmee in verband staande achteruitgang van de kwaliteit van het werk via de daardoor toegenomen bestaansonzekerheid de kiezers naar de politieke flanken heeft geduwd, in het bijzonder naar de rechts-extremistische flank. 

Kennelijk werden de gevestigde middenpartijen, waartoe ook de sociaaldemocraten werden gerekend, verantwoordelijk gehouden voor die toegenomen bestaansonzekerheid. En werden oplossingen bij de politieke flanken gezocht. Bij links voor het terugdraaien van die flexibilisering en bij rechts voor een chauvinistische Eigen Volk eerst - politiek.

Dit alles kan niet verrassend zijn. Bestaanszekerheid is voor mensen van het allergrootste belang.  Verreweg de meeste mensen zijn niet in staat om die in hun eentje voor elkaar te krijgen. En ze hebben inzicht in de rol die de overheid kan spelen om bestaanszekerheid voor zijn burgers te verschaffen. Als politieke partijen aan de macht zijn die een beleid voeren om die bestaanszekerheid juist te verminderen, met de misplaatste rechtvaardiging dat zulks nodig zou zijn voor "de economie", dan worden die partijen afgestraft. 

Wat rest is de bange vraag of de democratie tegen deze ontwikkeling bestand zal blijken te zijn.

vrijdag 7 januari 2022

Een fraaie, concrete representatie van de algemene samenhang tussen bestaansonzekerheid en ontvankelijkheid voor rechts-extremisme

Een algemeen sociaalwetenschappelijk inzicht dat op dit blog vaak langs is gekomen, houdt in dat mensen zich door bestaansonzekerheid onveilig gaan voelen en dat een gevoel van onveiligheid het statuscompetitiepatroon aanwakkert, waardoor de kans op het stemmen op een rechts-extremistische partij toeneemt. 

Rechts-extremistische partijen  haken namelijk in op die onveiligheidsgevoelens door mensen een eenvoudige, doch onjuiste, verklaring voor te houden: er zijn "vijanden" (van het volk, van onze cultuur) die de problemen hebben veroorzaakt en de enige oplossing is om die vijanden het land uit te sturen ("te deporteren"), voor "tribunalen te dagen", hen hun mensenrechten te ontnemen en uiteindelijk hen "te elimineren". De wereld is pas weer veilig als die vijanden worden onderdrukt, gevangengezet of gewoon niet meer bestaan. Zie onder meer de berichten Het gemeenschapswereldbeeld en het statuscompetitieve wereldbeeld in de politiek - En in de strijd om de democratie en Door economische bestaansonzekerheid meer succes van rechts-extremistische partijen - Nieuwe aanwijzingen.

Nu zijn al onze algemene inzichten, juist ook de wetenschappelijke, abstraheringen van de werkelijkheid. Sterker, al onze taaluitingen zijn abstracties. Ze gaan altijd over een veelheid aan unieke gevallen waaraan overeenkomstige kenmerken vallen waar te nemen.

Maar soms tref je zo een uniek geval dat onwaarschijnlijk precies dat algemene inzicht presenteert. Dat bedacht ik me toen iemand op Twitter reageerde op het bericht dat Johan Derksen bij Op1 had bekend dat hij op Forum voor Democratie had gestemd en dat hij dat nu zag als de zwartste bladzijde in zijn leven, als de grootste fout die hij had kunnen maken. "Baudet is een op hol geslagen idioot, die braltaal uitslaat, een heel gevaarlijke man." 

Dat was inderdaad een opmerkelijke gebeurtenis, niet zozeer omdat Derksen zijn fout inzag, maar meer omdat je je afvraagt hoe hij die fout ooit had kunnen maken. 

Maar daar kwam een reactie op van David Michels (@DaveRMichels) die beschreef hoe hij ook ooit ontvankelijk was geweest voor rechts-extremisme, in zijn geval dat van Wilders' PVV, maar dat hij tijdig van dat pad was teruggekeerd. Wat hij dan in een reeks tweets beschrijft, is een wel heel fraaie, concrete representatie van dat bovengenoemde algemene sociaalwetenschappelijke inzicht. Om dat te laten zien, neem ik ze hieronder integraal over. David Michels aan het woord:

Er moet me even iets van het hart: Ik zag vroeger ook iets in de PVV en ben echt dankbaar dat ik steeds meer ben op gaan schuiven naar het redelijke voordat Baudet naar voren kwam. Iedereen kan op dat pad belanden, echt iedereen. Het is goed als mensen een uitweg zien.

Soms, als je leven kut is, is het fijn als iemand jou vertelt dat het de schuld is van een ander. Dat er iemand is die jou het leven zuur maakt. Dat je niet voor jezelf hoeft te denken. Maar wat veel fijner is, is toch wel voor jezelf blijven denken.

Dan ga je zien dat, hoewel je problemen niet veroorzaakt worden door jezelf, er geen denkbeeldige vijand is. Dat er geen complotten zijn of dat immigranten ons alles afpakken. Dan kan je je verdiepen in wat er wel fout gaat. Beleid.

De vijanden die de PVV en FvD verzinnen lijken een hele makkelijke uitweg voor hele moeilijke problemen. Maar het is geen uitweg, echt niet. Ze lossen geen problemen op. Ze bieden geen echte uitweg.

Problemen die je nu ervaart in het leven, misschien is het armoede, onzekerheid voor je baan, bang je huis kwijt te raken, dat zijn problemen die tot stand komen door beleid. Niet door complotten van geheime organisaties of door immigranten.
 
En ik weet echt hoe veel simpeler het is om gewoon te blijven geloven in die denkbeeldige vijanden. Je leven is zwaar, dat weet ik. Echt. Maar als je echt verbetering wilt, moet je er voor werken. Verdiep je in de lokale politiek. En stem tijdens de #gemeenteraadsverkiezingen
 
Daar valt weinig aan toe te voegen. Een uit het leven gegrepen representatie van dat algemene sociaalwetenschappelijke verband tussen bestaansonzekerheid en de ontvankelijkheid voor rechts-extremisme.
 
En natuurlijk van de mogelijkheid tot zelfinzicht.

donderdag 18 november 2021

We zijn nu in de ontwikkeling van het hedendaagse rechts-extremisme in een fase aanbeland van intimidatie en bedreiging. En dus moeten we het hebben over de lessen uit het verleden.

De toename van bestaansonzekerheid, die door de neoliberale politiek van de afgelopen veertig jaar bewust werd nagestreefd, heeft met een welhaast ijzeren wetmatigheid het rechts-extremisme voortgebracht. Als je de sociale zekerheid en de publieke voorzieningen afbreekt, door deregulering van de arbeidsmarkt de baanonzekerheid en armoede onder werkenden vergroot, de volkshuisvesting inlevert voor een "woningmarkt" en de zorg aan de markt uitlevert, kortom het iedereen-telt-mee inlevert voor het ieder-voor-zich, dan duw je mensen in onzekere en onveilige leefomstandigheden. 

En gevoelens van onveiligheid maken mensen ontvankelijk voor het rechts-extremistische en dus statuscompetitieve wereldbeeld, waarin vijandbeelden worden aangewakkerd en waarin anderen horen te worden geïntimideerd en onderdrukt en uiteindelijk, als tegenkrachten ontbreken, fysiek worden geëlimineerd. Het fundamentele menselijk streven naar veiligheid kan in een onveilige wereld zeer kwaadaardige vormen aannemen.

We zijn nu in de ontwikkeling van het hedendaagse rechts-extremisme in een fase aanbeland van intimidatie en bedreiging. In ons land intimideerde een Tweede Kamerlid van het rechts-extremistische Forum voor Democratie een collega van een andere partij ("Uw tijd komt nog wel, er komen tribunalen."). De voorzitter had het Kamerlid kunnen schorsen, maar deed dat niet.

In de Verenigde Staten zette een rechts-extremistisch lid van de Republikeinse fractie in het Huis van Afgevaardigden een filmpje op Twitter met een animatie waarin hij zijn Democratische collega Alexandria Ocasio-Cortez om het leven bracht en president Biden met zwaarden bedreigde. Gisteren werd een motie van de Democraten, met steun van slechts twee Republikeinen, aangenomen waarin zijn gedrag werd afgekeurd en waarin hem zijn commissielidmaatschappen werden ontnomen.

En in Nederland waarschuwde Pieter-Jaap Aalbersberg, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), voor opkomend rechts-terrorisme onder jongeren. Er zijn jongeren die het "accelerationisme" aanhangen. Dat is

een beweging op de verborgen delen van het internet, waarbij mensen elkaar wereldwijd ontmoeten. De aanhangers verheerlijken en rechtvaardigen terroristisch geweld om versneld een rassenoorlog te ontketenen. Zij willen chaos creëren. Ze willen de zittende leiding overnemen, en ik noem het maar even een blanke, etnische staat realiseren. Dus de klassieke patronen van nationaal-socialistisch denken. (RTL Nieuws, 26 oktober)

We zijn kortom in een tijd terechtgekomen waarin we de lessen van de recente geschiedenis ter harte zouden moeten nemen. 

Vandaar dat ik op dit blog, waarmee ik in 2011 begon, een flink aantal berichten heb gewijd aan de opkomst van het nationaalsocialisme in het Duitsland van de jaren dertig van de vorige eeuw, die uitliep op het Hitler-bewind, de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. En waarin ik stilstond bij de lessen die daaruit zijn te leren. Dat zijn in totaal 32 berichten achter het label Hitler-bewind, waarvan het eerste verscheen op 20 september 2011 en het laatste op 5 juni 2021. Volg de link.

vrijdag 3 september 2021

Naïviteit in de sociale wetenschappen: de blinde vlek voor menselijke kwaadaardigheid

In de nieuwe studie Psychometric Analysis of a Postulated Set of Evolved Human Motives komen de onderzoekers met een evolutionair-theoretisch onderbouwd antwoord op de vraag naar wat mensen drijft, naar wat hun motivaties zijn. 

Redenerend vanuit het gegeven dat mensen zoals alle levende wezens erop geselecteerd zijn om te overleven en zich voort te planten, komen ze tot een lijst van 15 motieven, die direct of meer indirect daarmee in verband staan. Voor elk motief bedachten ze een aantal uitspraken, waarop deelnemers aan het onderzoek konden antwoorden met eens of oneens. Na verschillende factoranalyses van die antwoorden, bleven er uiteindelijk deze 14 motieven over (met de bijbehorende uitspraken; schuif de balk aan de rechterkant van de tabel helemaal naar beneden om de tekst eronder door te kunnen lezen):

Reduced Human Motives Scale*.

MotiveQItemPercent agree/strongly agree
LustQ2I like to experiment with different sexual positions50
Q4The sheer pleasure of sex is one of life's great rewards61
Q7I hope I'll still be having sex regularly when I get old61
HungerQ15I really enjoy every bite of what I eat63
Q17Throughout the day, I am always looking forward to the next meal42
Q19I enjoy shopping for food59
FearQ31I could easily stand up to someone if they threatened me58
Q35I would never go skydiving63
Q37I enjoy going on roller coasters36
DisgustQ43I would be disgusted to find mold on some food I was eating75
Q44Smelling milk that has gone off makes me nauseous58
Q50I always keep my kitchen free from any germs61
AttractQ52I like to dress provocatively13
Q56My friends would say I'm a flirt23
Q59I like to hang out where I might meet desirable partners14
LoveQ62I am happiest when I am with a person I love74
Q64I'd rather spend time with my partner than do anything else57
Q69Finding your ideal life partner is the best thing that can happen to you69
NurtureQ71The smile of a child is one of the most beautiful things on the planet73
Q72Being a parent is the most important role one can play in life68
Q73Doing the little things that are needed to make sure a child is safe and secure give me satisfaction75
HoardQ85I always like to keep plenty of spare items around just in case I need them62
Q86I feel secure when I'm surrounded by stuff that might come in handy60
Q87I'm always buying things that I don't really need28
CreateQ94I constantly make small improvements to the things I own49
Q97I would like to build my own house52
Q100I like coming up with new inventions34
AffiliateQ103I spend a lot of time keeping in contact with my friends37
Q104I can't say I know a lot of people43
Q106I prefer to work in a team37
StatusQ111Much of what I do is designed to improve my social position14
Q113Holding a well-respected position in society is important to me26
Q118I enjoy showing off things that tell people I'm important20
JusticeQ121I would scold anyone who was inconsiderate to others56
Q122I get angry when I see someone take advantage of others85
Q127I am not afraid to stand up for the right thing79
CuriosityQ131It would be a great thrill to discover something no one has ever known before76
Q133I get a lot of pleasure from discovering how things work65
Q134I am fascinated by going to places I haven't visited before76
PlayQ145I've always enjoyed play acting25
Q147I love to learn new skills72
Q150I enjoy contemplating new ideas74

De hele lijst is interessant, maar het gaat mij nu in het bijzonder om het statusmotief. Want de aard van de drie uitspraken waarmee dat motief is geoperationaliseerd, bevestigt weer eens dat sociale wetenschappers een blinde vlek hebben voor de kwaadaardige kant van de menselijke sociale natuur. Er is in hun evolutionaire aanpak, die op zichzelf waardering verdient, geen plaats voor de innerlijke tegenstrijdigheid tussen gemeenschapsgedrag (het Affiliate motief) en statuscompetitiegedrag (het Status motief). 

Daardoor kiezen ze voor drie wel heel onschuldige operationaliseringen van dat statusmotief. Als ze zich het belang hadden gerealiseerd van de aard van de sociale omgeving, dan hadden ze er oog voor gehad dat het voor wat mensen nastreven uitmaakt of die omgeving veilig of onveilig is. In een veilige omgeving vertonen mensen gemakkelijk gemeenschapsgedrag, dus gedrag dat geleid wordt door het Affiliate motief. 

Maar de sociale omgeving kan ook onveilig zijn en dan wordt het statusmotief getriggerd. Want die onveiligheid is er doordat anderen in je sociale omgeving het niet goed met jou voorhebben en precies dat statuscompetitiegedrag vertonen. Dan moet je je verdedigen. En dat kan een veel kwaadaardiger motief inhouden dan je positie willen verbeteren, gerespecteerd willen worden of indruk willen maken. 

Als anderen erop uit zijn om jou te overheersen, of als je denkt dat dat zo is, en je wilt daar niet in berusten, dan moet je je agressieve en krachtdadige kant laten zien. Dat gaat het niet meer om het onschuldige streven naar status, maar om een statusstrijd. Lees nog eens wat ik over de Dual Mode-theorie schrijf in Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen.

Natuurlijk is er in de sociale wetenschappen wel oog voor die statusstrijd en voor de daarbij horende kwaadaardigheid. Denk aan het onderzoek naar de twee wereldbeelden van het rechtsextremisme, het beeld van de gevaarlijke wereld en dat van de wereld als een amorele jungle. Daaruit blijkt de agressieve kant van de menselijke sociale natuur, die de kop kan opsteken als het erom gaat om zo hoog mogelijk in de statushiërarchie terecht te komen. Altijd ten koste van anderen.

Maar als sociale wetenschappers zich meer in het algemeen bezig houden met de aard van de menselijke sociale natuur, met wat mensen drijft, zoals in deze studie, dan vervallen ze in een wereldvreemde naïviteit. Zelfs ook als ze wel degelijk oog hebben voor de evolutionaire achtergrond.

Ik blijf me daarover verbazen.

woensdag 1 september 2021

Democratie bedreigd door toegenomen ongelijkheid en het Grote Geld - Deel 4 van De mensheidsgeschiedenis in drie stappen

We zijn in een fase van de mensheidsgeschiedenis aangekomen waarin we met twee grote uitdagingen worden geconfronteerd. Zo besloot deel 3 van deze reeks (De Vos, 2021). De eerste is die van de onderlinge verhoudingen: zullen we de democratie weten te handhaven, de institutionele vormgeving van onze oeroude morele gemeenschapsintuïties van het iedereen telt mee? En de tweede is die van onze verhouding tot de aarde, die een afgeleide is van onze verhouding tot volgende generaties. Als dat iedereen telt mee ook de volgende generaties omvat, dan staan we voor de opgave om Moeder Aarde zo door te geven dat ook voor hen een leven mogelijk is.

Zo begint deel 4 van De mensheidsgeschiedenis in drie stappen, waarin het gaat over de bedreigingen van de democratie door de toegenomen ongelijkheid en het Grote Geld. Lees verder op Civis Mundi Digitaal #113.

Lees hier Deel 5.

woensdag 30 juni 2021

Over de gemeenschap georganiseerd in de staat, het mislukte neoliberale experiment en de twee grote uitdagingen van nu - Deel 3 van de mensheidsgeschiedenis in drie stappen

Deel 3 van In deze cruciale periode hebben we de democratie nodig. Maar die wordt bedreigd. De mensheidsgeschiedenis in drie stappen is verschenen in Civis Mundi Digitaal #111. 

Over de gemeenschap georganiseerd in de staat, het mislukte neoliberale experiment en de twee grote uitdagingen van nu. Lees hier verder.

Volg hier de link naar Deel 1.

En hier de link naar Deel 2.

En volg hier de link naar Deel 4.

dinsdag 27 april 2021

Met een statuscompetitief wereldbeeld vind je dat anderen horen te worden onderdrukt, door hen burgerrechten te onthouden of door middel van fysiek geweld - Twee nieuwe studies

Bericht voor degenen die dit blog via email abonnement volgen (Follow by email): als ik het goed begrijp wordt deze mogelijkheid in juli opgeheven. Ik kan daar helaas niets aan veranderen. Probeer een andere manier te vinden om dit blog te blijven volgen.

Twee nieuwe studies vergroten ons inzicht in de gevolgen van het omarmen van een statuscompetitief wereldbeeld.

We zagen eerder dat je dat statuscompetitieve wereldbeeld in het sociaalwetenschappelijk onderzoek in twee varianten tegenkomt, de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) en het Right-Wing Authoritarianism (RWA). 

Als je hoog scoort op de SDO, dan ben je gefascineerd door de gedachte dat de samenleving een statushiërarchie is van groepen en door de innerlijke behoefte om jezelf en je groepsgenoten (het eigen volk) aan de top daarvan te zien. Je bent het dan opvallend veel eens met uitspraken als: Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen, Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere en Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen.

Met een hoge RWA-score gaat het om het onderschrijven en aanhangen van traditionele normen en waarden, het je zelf daaraan onderwerpen en het opleggen ervan aan anderen, als het moet met geweld. Je RWA-score is hoger als je het meer eens bent met uitspraken als: Our country desperately needs a mighty leader who will do what has to be done to destroy the radical new ways and sinfulness that are ruining us, The only way our country can get through the crisis ahead is to get back to our traditional values, put some tough leaders in power, and silence the troublemakers spreading bad ideas en It is always better to trust the judgement of the proper authorities in government and religion than to listen to the noisy rabble-rousers in our society who are trying to create doubt in people's minds.

In beide constructen tref je het beeld aan van een vijandige wereld, waarin de eigen groep wordt bedreigd door anderen en waarin de eigen groep, of de sterke leider, moet zorgen voor verdediging tegen bedreigingen en het onder de duim houden van vijanden.

Het is bekend dat het aanhangen van een statuscompetitief wereldbeeld stressverhogend is, slecht is voor je gezondheid en je levensduur verkort. Ook hangt het samen met een grotere kans op het stemmen op een rechtsextremistische partij. Toch komt het onder mensen (veel) voor, als een reactie op of aanpassing aan een echt of vermeend vijandige wereld. Als het in een groep of samenleving overheerst, dan heerst er een statuscompetitie-evenwicht. En we kennen de aanwijzingen dat mensen beter af zouden zijn als ze zich zouden bevinden in het gemeenschapsevenwicht, waarin mensen elkaar bijstaan en dus elkaar vertrouwen.

Omdat we in een tijd leven waarin de strijd tussen het statuscompetitiewereldbeeld en het gemeenschapswereldbeeld opvallend manifest is, is er ook in het sociaalwetenschappelijk onderzoek veel aandacht voor de gevolgen van het ene dan wel het andere wereldbeeld. Neem nu die twee nieuwe studies.

In de studie What reduces support for civil liberties: Authoritarianism, national identity, and perceived threat gaat het over het verband tussen RWA en de houding tegenover burgerrechten. Het is maar een klein onderzoekje, uitgevoerd in Tsjechië met een online vragenlijst. Er komt kort samengevat uit dat mensen die meer dat RWA-wereldbeeld aanhangen, meer bedreigingen menen waar te nemen (minderheden die misbruik maken van sociale voorzieningen en het Tsjechische culturele leven bedreigen) en daardoor minder moeite hebben met het maken van inbreuk op burgerrechten (zoals door etnisch profileren). Anders gezegd, door een statuscompetitief wereldbeeld verdwijnt de morele gemeenschapsintuïtie van het iedereen telt mee, dus van gelijke rechten, uit zicht.

De andere studie (Supporting social hierarchy is associated with White police officers’ use of force) werd uitgevoerd in de Verenigde Staten laat voor witte politieagenten van drie steden zien dat het hoger scoren op de SDO gepaard gaat met het vaker gebruiken van fysiek geweld in interacties met burgers. Hoe meer je de wereld ziet als vijandig, hoe meer je op je hoede bent en hoe meer je van je machtspositie gebruik maakt om de ander te bedwingen. 

Met een statuscompetitief wereldbeeld vind je dat anderen horen te worden onderdrukt, door hen burgerrechten te onthouden of door middel van fysiek geweld.