Posts tonen met het label Peter Longerich. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Longerich. Alle posts tonen

dinsdag 12 november 2024

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 11 - Staatsgreep, maatschappijgreep, propaganda en desinformatie

Toen Hitler, het schoolvoorbeeld van de foute leider, op 30 januari 1933 tot kanselier werd benoemd, had hij slechts een derde van de kiezers achter zich. Hier het vorige bericht. Hij moest toen nog de macht delen met andere partijen. Maar hij zag dat als een stap op weg naar de alleenheerschappij. En geholpen door de economische omstandigheden, een fanatieke en gewelddadige achterban die het staatsapparaat binnendrong, en de zwakte van zijn tegenstanders, slaagde hij er binnen een half jaar in om de macht geheel naar zich toe te trekken. En dus de democratie af te schaffen.

Peter Longerich beschrijft dat proces bijna van dag tot dag in het hoofdstuk 'Machtsgreep' van zijn Hitler-biografie (p. 335- 400). De voltooiing ervan wordt op p. 392-3 als volgt samengevat:

In de zomer van 1933 was het proces van machtsconcentratie in handen van de regering, die inmiddels vergaand door de nazi’s werd gecontroleerd, afgesloten. Hitler en zijn kabinet hadden zich ontdaan van alle tegenstrevers en elke ruimte geliquideerd voor andersdenkenden die in een democratische rechtsstaat kunnen verhinderen dat een zittende regering haar macht misbruikt: door de afschaffing van de grondrechten en de opschorting van de grondwettelijke instituties met hun onvervreemdbare rechten, door de eliminatie van de partijen en de gelijkschakeling van organisaties en sociale verenigingen, door de uitschakeling van de onafhankelijke pers, door de verdrijving van kritische stemmen uit het culturele leven en door de vergaande beperking van de morele autoriteit van de kerken.

Achter dit proces stak een vernuftige strategie waarmee de partij en het regime de macht stapsgewijs naar zich toe trokken, zodat men in staat was telkens alle energie te concentreren op één of hooguit een beperkt aantal tegenstanders. In het beroemde citaat van Martin Niemöller, de initiatiefnemer van de ‘Bekennende Kerk’ die in 1937 verdween tijdens zijn gevangenschap in een concentratiekamp, wordt deze methode pijnlijk scherp omschreven: ‘Toen de nazi’s de communisten kwamen halen, heb ik gezwegen; ik was immers geen communist. Toen ze de so­ciaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen; ik was immers geen sociaaldemocraat.

Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik gezwegen; ik was immers geen vakbondsman. En toen ze mij kwamen halen, was er niemand meer om te protesteren.’ In het kader van deze afzonderlijke stappen ontwikkelde de nazitop een strategie waarin de uitoefening van geweld door partijactivisten op uiterst geraffineerde wijze werd gecombineerd met legale en vooral pseudolegale maatregelen. Het geraffineerde daaraan was dat het geweld dusdanig werd gedoseerd dat het telkens de beoogde doelstellingen bereikte, zonder dat het escaleerde en zich – afgezien van de linkse groepen in de samenleving – ook op andere groepen zou richten. Daardoor ook kregen de overheidsmaatregelen die door dit geweld werden uitgelokt een schijn van legaliteit. Zolang de uitoefening van geweld zorgvuldig gestuurd kon worden en zich binnen het formele kader van het ‘wettig gezag’ afspeelde, was het bondgenootschap met de conservatieven gewaarborgd.

In dit gecompliceerde systeem van sturing, dat op een voortdurende coördinatie tussen partijactivisten en het regime was aangewezen, speelde Hitler de centrale rol.

In feite hebben we hier niet alleen met een staatsgreep, maar vooral ook met een poging tot een 'maatschappijgreep' te maken. Want voor zijn uiteindelijke plannen, een oorlogseconomie tot stand brengen, veroveringsoorlogen voeren en Joden en andere "minderwaardigen" uitroeien, was het nodig dat het Duitse volk daarin wilde meegaan of in ieder geval niet dwars zou gaan liggen. En daarvoor moest een propaganda-apparaat opgetuigd worden. Longerich (p. 1162  ):

Wat telde was dat de buitenproportionele bewapening, de basis van zijn riskante buitenlandpolitiek, koste wat het kost doorgezet moest worden, en dat tegelijkertijd het Duitse volk samengesmeed moest worden tot een tot oorlog bereide, gesloten, raciaal homogene en prestatiegerichte ‘volksgemeenschap’. (...)

Overtuigd als hij vanaf het begin van zijn carrière was van de enorme kracht van de propaganda, eiste Hitler bovendien de leidende rol op in zowel de externe als de interne propaganda en oefende hij deze uit tot in de vormgeving van krantenkoppen en onderwerpen voor bioscoopjournaals.

Wat hebben we? Een staatsgreep, een maatschappijgreep en een propaganda-apparaat. Met als resultaat een foute leider die zichzelf in de positie heeft gebracht waarin hij zijn kwaadaardige obsessies kan uitleven. Met een volk dat in grote meerderheid geenszins die obsessies deelt, maar wel voldoende is bewerkt om het te laten gebeuren. Door waar dat maar kon, weg te kijken. Of willens en wetens, uit lijfsbehoud en omdat er nu eenmaal niets anders op zat. 

Hoe dat proces precies verliep, wordt door dezelfde Peter Longerich onderzocht en geanalyseerd in "Davon haben wir nichts gewusst!" Die Deutschen und die Judenverfolgung 1933-1945. Ik kocht het in 2014 in de mooie Buchladen zur schwankende Weltkugel (linke Fachbuchhandlung für Kritik und Alltag) aan de Kastanienallee in Prenzlauer Berg in Berlijn.

Hitler was in zijn toespraken altijd duidelijk geweest: hij was uit op de "Vernichtung" en later op het "ausrotten" van de Joden. Maar dat konden de Duitsers nog als retoriek opvatten, ook al omdat het letterlijk nemen daarvan het gewone mensenverstand te boven gaat. En toen in 1942 de daadwerkelijke deportaties naar de vernietigingskampen begonnen, de retoriek dus wel degelijk in daden werd omgezet, werd daar in de propaganda maar weinig gewag van gemaakt. Over het doel van die deportaties en het lot van de Joden werd zoveel mogelijk gezwegen. In het duidelijke besef dat er, zelfs na de vele jaren van propaganda, nog altijd een flinke afstand bestond tussen de kwaadaardige obsessies van hun Führer en wat de Duitse bevolking in grote meerderheid kon accepteren. 

Dat wijst op een vast element in dat fenomeen van de foute leider: het gegeven dat de foute leider zich altijd ver verwijdert van de opvattingen en de wensen van de grote meerderheid van de bevolking. Sociaalwetenschappelijk gezegd, bij die grote meerderheid is overwegend het gemeenschapspatroon geactiveerd. Daardoor heeft de foute leider altijd de voor hem gunstige economische omstandigheden nodig, dat wil zeggen een economisch beleid dat voor velen bestaansonzekerheid creëert. En daarboven op dus die staatsgreep, de maatschappijgreep en de propaganda.

Hoe zit het dan met de foute leiders van nu? Met Trump, met Wilders? Met Orbán? Met Poetin? 

En wat maakt het hedendaagse "informatielandschap" voor verschil? Waarin desinformatie een grote rol speelt, door de AIVD omschreven als het met kwade bedoelingen verspreiden van misleidende informatie? Met de intentie om geld te verdienen of de samenleving, democratie of volksgezondheid te schaden? Hier het vervolg.

dinsdag 5 november 2024

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 9 - Hoe bij Hitler het streven naar de alleenheerschappij een aanvang nam

Die drie-eenheid van zelfbewondering, vijandigheid en onveranderlijkheid van gedrag houdt ook in dat de foute leider altijd op zoek is naar bevestiging, zich dus afschermt van kritiek en tegenspraak en als dat een keer niet lukt, er agressief of met zelfbeklag op reageert. Hier het vorige bericht. Veel van het gedrag van foute leiders valt daarmee te verklaren.

Neem het gedrag dat we bij foute leiders al vroeg in hun politieke loopbaan zien, namelijk dat ze er voor terugdeinzen om in een politiek verband te functioneren waarin ze met anderen als hun gelijken moeten omgaan. Ook als het bereiken van  hun einddoel, de alleenheerschappij in de nationale staat, nog ver weg is, eisen ze al wel die alleenheerschappij op in de partij waarin hun aanhang georganiseerd is. Met anderen als gelijken overleggen en tot overeenstemming zien te komen, is van meet af aan onverdraaglijk. Want alles staat in het teken van het zoeken naar de bevestiging van die zelfbewondering.

We zien het ontstaan van dat gedrag goed gedocumenteerd bij Adolf Hitler, het schoolvoorbeeld van de foute leider. Nadat Hitler in 1920 zijn baantje bij het Duitse leger kwijtraakte, werd hij de belangrijkste propagandist van de net op gerichte NSDAP. Hij had bij zichzelf een redenaarstalent ontdekt, waarmee hij toehoorders kon vervoeren. In redevoeringen was hij in staat om zich ongeremd uit te leven in zijn wereldbeeld van vijandschap en ondervond hij het effect daarvan op de massa: de volledige overgave. De zelfbevestiging die hij zo nodig had, viel hem in de schoot. Zijn narcistische dromen leken volledig vervuld te kunnen worden.

In Peter Longerich's Hitler-biografie lees je hoe tijdgenoten van die redevoeringen verslag deden (p. 98-100):

De historicus Karl Alexander von Müller, die in 1919 mogelijk als eerste Hitlers retorische gaven had herkend, beschreef bijvoorbeeld een bijeenkomst (...) als volgt: 'Noch tijdens de oorlog, noch tijdens de revolutie was mij al bij het binnentreden zulk een gloedvolle damp van hypnotiserende, massale opwinding tegemoet gewaaid.' Men wachtte gespannen, en dan kwam de redenaar eindelijk op: 'Alles springt met Heil-geroep op. En dwars door de schreeuwende massa en de schreeuwende vaandels loopt de langverwachte met zijn gevolg in rasse schreden en met de rechterarm strak geheven naar het podium. Hij kwam vlak langs mij voorbij, en ik zag: dat was een ander mens dan degene die ik her en der in privéwoningen had ontmoet: de ingevallen bleke gelaatstrekken, als door een bezeten iezegrim samengebald, koude vlammen uit de uitpuilende ogen schietend, die links en rechst naar vijanden leken te spieden, om ze neer te sabelen. Was het de massa die hem deze raadselachtige kracht verleende? Stroomde deze van hem uit, naar hen?' (...)

'De man schreeuwde,' herinnerde Hitlers voormalige Feldwebel Max Amann zich na de Tweede Wereldoorlog de vroege toespraken van Hitler. 'Hij ging vreselijk tekeer, zoiets heb ik nog nooit gezien. Maar iedereen zei: "Die man meent het oprecht." Het zweet liep hem over het gezicht, hij was doordrenkt, het was ongelooflijk en dat had hem zijn aanzien bezorgd ...' Juist door deze excentrieke stijl, het bijna meelijwekkende, het ongeleide, de niet voorgekauwde en tegelijk hypnotiserende overdrijving, betekende voor zijn publiek klaarblijkelijk dat het met een uniek en authentiek man van doen had.

Voor Hitler zelf waren deze ervaringen van succes verlossend en bedwelmend. Hij had, bij gebrek aan enig persoonlijk sociaal leven, de Duitse militaire nederlaag van 2018, de Novemberrevolutie en de verregaande economische ineenstorting als een persoonlijke ramp ervaren. 

Anders dan de meeste van zijn tijdgenoten, die deze gebeurtenissen aan het relatief abstracte domein van 'de politiek' konden toeschrijven en hun eigen, persoonlijke leven ondanks de crisis in stand wisten te houden en zich zelfs in meer of mindere mate voor die crisis konden afschermen, ontbrak het Hitler aan enig persoonlijk vangnet. Terwijl veel van zijn toehoorders er ook onder de miserabele naoorlogse omstandigheden in slaagden verliefd te worden, te trouwen, kinderen te krijgen en het gezinsleven met al zijn ups en downs te ervaren, feesten te vieren en overleden dierbaren te betreuren, ervoer Hitler de nederlaag en de uitdaging van de revolutie in elke vezel van zijn lichaam als een diepe innerlijke verwonding en beschaming.

En er moesten wel vijanden zijn die voor die verwonding en beschaming verantwoordelijk waren:

Nee, voor hem was dit alles slechts draaglijk als hij de gebeurtenissen als één grote manipulatie kon zien. En hij meende de aanstichters ervan nu duidelijk te kunnen benoemen: de Joden en het socialisme waarvan ze  gebruik maakten. Tot deze weigering om de realiteit onder ogen te zien, behoorde ook het feit dat Hitler een grandioos perspectief ontwikkelde waarmee de ellendige werkelijkheid toegedekt kon worden: de utopie van een nationale, glorieuze en schitterende wederopstanding  Zo ontworstelde hij zich aan de lethargie en depressiviteit die hem in Pasewalk hadden overvallen.

Pasewalk was het militaire hospitaal waar hij vanaf 21 oktober 2018 aan verwondingen werd verzorgd en waar hij het bericht kreeg van de Duitse capitulatie.

Een en ander verheldert hoe ingrijpend het voor Hitler moet zijn geweest dat hij met zijn redevoeringen de massa in vervoering kon brengen. De oplossing van de verwonding en beschaming moest er wel uit bestaan dat juist hij de aangewezen persoon was om die utopie van de wederopstanding tot stand te brengen. De bevestiging van zijn zelfbewondering moet als een verlossing hebben gevoeld. Vanaf toen zag hij zichzelf als het centrum van de Duitse, ja, van de wereldgeschiedenis. 

En in dat zelfbeeld kon natuurlijk geen plaats zijn voor tegenspraak of kritiek of van het ongemak om met anderen als gelijken te moeten omgaan. Het streven naar de alleenheerschappij nam een aanvang. En de alleenheerschappij in de NSDAP was de eerste stap. Hier het vervolg.

dinsdag 22 oktober 2024

Een sociaalwetenschappelijk zicht op het fenomeen van de foute leider - 5 - Inzichten in het gedrag van de foute leider zouden algemeen verbreid moeten zijn

Over die drie-eenheid van zelfbewondering, vijandschap en onveranderlijkheid van gedrag bij de foute leider Adolf Hitler valt natuurlijk nog veel meer te zeggen. Hier het vorige bericht. Alleen al doordat we door het vele werk van historici en biografen zoveel over hem weten. Terwijl het voor tijdgenoten van Hitler door gebrek aan kennis nog lastig kon zijn om in te zien hoe fout en kwaadaardig deze foute leider was, waardoor ze passief toekeken of zelfs actief medeplichtig werden, kunnen we dat excuus van te weinig kennis nu niet meer laten gelden. 

Ik ging eerder in op het werk van historicus Ian Kershaw, toen ook al met het oogmerk om tot een sociaalwetenschappelijke analyse van het Hitler-bewind te komen. Zie alle berichten achter het label Hitler-bewind. En met de achterliggende gedachte dat er een rol is weggelegd voor de sociale wetenschap om te waarschuwen voor het fenomeen van de foute leider.

Nu heb ik de biografie Hitler van Peter Longerich uit 2015 in de kast staan, inclusief notenapparaat 1547 pagina's. En deel II: De jaren van ondergang 1939 - 1945 van de biografie Adolf Hitler van Volker Ullrich uit 2018, 775 pagina's. Beide liggen zo nu en dan opengeslagen op mijn bureau. Heel goed dat beide in het Nederlands vertaald zijn, maar ik heb de indruk dat ze weinig aandacht hebben gekregen.Terwijl de politieke actualiteit die aandacht juist heel nodig maakt.

Ik citeer nog even Peter Longerich in zijn laatste hoofdstuk Balans over de persoon Hitler en de onveranderlijkheid van zijn gedrag (p. 1156): 

Want Hitlers vroege levensgeschiedenis maakt een aantal persoonlijkheidskenmerken zichtbaar (en enigszins plausibel te verklaren) die voor zijn latere handelen van betekenis zijn: zijn emotionele onderontwikkeling en zijn onvermogen zich aan andere mensen te binden; het gebrek aan empathie en het op zichzelf zijn dat door de constructie van een 'openbaar zelf' werd gecompenseerd, verbonden met grootse plannen en hybride fantasieën; zijn overdreven angst voor controleverlies, die onder andere zichtbaar werd in zijn weigering zich te laten binden door structuren van welke aard ook; zijn enorme angst voor schaamte, die nederlagen onverdraaglijk maakte, waardoor hij op daadwerkelijke of vermeende bedreigingen reageerde met een overmaat aan agressie, tot aan vernietiging toe.

Het zijn karakteriseringen van het schoolvoorbeeld van de foute leider die tot de algemeen verbreide inzichten zouden moeten behoren. En die het daardoor gemakkelijker zouden maken om het gedrag van hedendaagse foute leiders te herkennen en te doorzien. 

In het vervolg dus meer over die hedendaagse foute leiders. Hier het vervolg.

zondag 18 september 2022

Een sociaalwetenschappelijk zicht op hoe Nederlanders reageerden op de Duitse Bezetting - 5. Over hoe het Duitse volk zelf niet in verzet kwam

De vraag waardoor niet meer Nederlanders gedurende de Duitse bezetting van 1940-1945 in verzet kwamen, in verzet tegen de Duitse terreurmaatregelen en de vervolging van Joodse landgenoten, heeft een algemenere strekking. Zie ook het vorige bericht.  

Want die bezetting, terreur en vervolging vormen een bijzonder geval van het vaker voorkomende verschijnsel van het collectief bedreigd zijn, waartegen een verdediging mogelijk zou zijn als maar genoeg mensen daaraan zouden meedoen. En dat laatste is dus vaak niet zo. Hoe komt dat?

Een ander geval is de situatie waarin de Duitsers zelf verkeerden gedurende de opkomst van Hitler in de jaren dertig en na het uitbreken van de oorlog, met de inval in Polen, in 1939. Hoewel de steun voor Hitler opliep, haalde hij bij de laatste Rijksdagverkiezing voor de machtsovername, op 5 maart 1933, geen meerderheid. En na de aanvankelijke economische (en militaire) successen werd het voor de Duitse bevolking al gauw duidelijk dat die succesvolle economie niet voor hun welzijn bedoeld was, maar voor het voeren van een roekeloze oorlog die slechts op een ramp kon uitlopen. 

Onder die oorlogseconomie en onder die oorlog had ook het Duitse volk zelf te lijden, dus nog afgezien van het leed dat aan anderen werd toegebracht. Er was weliswaar enig verzet en er waren een of twee mislukte aanslagen op Hitler. Maar ook toen de meeste Duitsers al wel door hadden gekregen dat ze zich door een narcistische fantast hadden laten begeesteren en dat het niet goed zou aflopen, bleven ze passief en zelfs apathisch en kwam er geen volksopstand.

Ik bladerde even door The Wages of Destruction van Adam Tooze, dat hier en hier al aan de orde kwam.  Nadat de militaire successen duidelijk tot het verleden behoorden en de geallieerde bombardementen op de Duitse steden waren begonnen, was er van die aanvankelijke begeestering weinig meer over. Tooze schrijft daarover (p. 602-3):

...the impact of the events of July 1943 (het bombardement op Hamburg) cannot be exaggerated. Even the most rabid adherents of the Third Reich could hardly deny that 'the end was nigh'. (...) Not surprisingly, as the news from Hamburg leaked, the Gestapo picked up reports of shock and dismay from across the country. (...) The SD noted that party members were no longer wearing their party badges in public and people were avoiding the Hitler salute wherever possible. Speer (Albert Speer) found that even party audiences no longer responded to his boasts about the triumphs of the armaments miracle. Amongst senior industrial leaders, the SD reported, there was no longer anyone who believed in the possibility of a German victory. To admit as much in public, however, was extremely dangerous.

Dat laatste slaat op de terreur van het bewind tegen de eigen bevolking. Een onafhankelijke rechtspraak bestond al lang niet meer. Tooze (p. 603):

The politcization of the judiciary, which had taken on ever more aggressive forms since the beginning of the war, was intensified. By 1943 the courts were issuing death penalties against Germans for defeatism and sabotage at the rate of a hundred a week. Even prominent businessmen were no longer immune. (...) In the autumn of 1943 two senior branch managers of the Deutsche Bank were arrested and executed for making defeatist remarks. A designated board member of the electricity giant RWE suffered the same fate...

Het is natuurlijk moeilijk om nog een goed beeld te krijgen van wat dit voor de Duitse bevolking betekende. Als je The German War. A Nation Under Arms, 1939-1945 van Nicholas Stargardt er op naslaat, dan lees je (p. 373-4):

Most ominously for a Security Service primed to prevent a repeat of the 1918 revolution, during the course of August 1943 it reported growing public dissent. When the Lord Mayor of Göttingen boarded a train from Hamburg, refugees spotted his golden Party badge and told him quitley that there would be a reckoning. A woman even held her sleeve up to his nose so that he could smell the stench of the smoke on her clothes. Party officals were so often abused and threatened in public, especially in cities which had recently been bombed, that in the late summer of 1943 many stopped wearing their uniforms and Party badges in public. (...) In Marburg, Lisa de Boor was thrilled: "'Everywhere in the streets, in the shops, at the station, people are talking to one another saying that it can't go on like this.' 

Ook lees je daar dat het onder de Duitse bevolking rond ging dat de bombardementen een wraakactie waren voor wat de Duitsers de Joden hadden aangedaan (p. 375):

As evacuees from northern and western Germany brought tales of horror they had endured to the unscathed south and east of the country, everywhere 'terror bombing' was ascribed to 'the Jewish retaliation'. Nazi propaganda had played its part in preparing this response by insisting that the Jewish lobby in London and Washingtom was behind the bombing in an attempt to exterminate the German nation. But the tenor of popular reasoning was now different: it was what the Germans had done to the Jews that had provoked them to use their power to bomb German cities.

Wat er meteen op wijst dat de bevolking behoorlijk goed op de hoogte was van de massamoord op de Joden. Denk ook aan Peter Longerichs "Davon haben wir nichts gewusst!". Die kennis drong zich nu natuurlijk op, maar dat zette ook nu niet aan tot verzet. Stargardt (p.380):

The regime could demand silence from the German people, but it could not alter the fact that the shared secret of the murder of the Jews had been broached openly across Germany and that such talk did not strenghten support for the regime. But it did not provoke real action either: dissent never progressed beyond the talk of regime change and a separate peace.

Het bleef dus bij woorden. De verschrikkingen gingen door. Tot uiteindelijk die narcistische fantast, waar ze al zo lang op waren uitgekeken, op 30 april 1945 in zijn Berlijnse bunker zelfmoord pleegde. Gedurende zijn leven kwam het Duitse volk niet in verzet.

Wat maakt dat collectief en massaal verzet tegen terreur en onderdrukking zo moeilijk van de grond komt? Wat hield de Nederlanders tegen gedurende de Duitse bezetting van 1940-1945? Wat hield de Duitsers zelf tegen, nadat ze doordrongen waren geraakt van de ware aard van het Hitler-bewind?

Het zijn vragen die ook nu nog, of weer, van groot belang zijn, in een tijd waarin het rechts-extremisme weer her en der de kop opsteekt. Wordt vervolgd. Hier het volgende bericht.

vrijdag 9 november 2018

Vandaag 80 jaar geleden - Nu, in 2018, is het zaak om de geschiedenis te kennen en er de lessen uit te leren.

Vandaag 80 jaar geleden was er in Duitsland in de nacht van 9 op 10 november de Reichspogromnacht, de nacht van het door het nationaalsocialistische bewind georganiseerde en aangestuurde geweld tegen Joodse burgers. Een goed overzicht van de gebeurtenissen geeft de Wikipedia-pagina Novemberpogrome 1938. 

In Nederland wordt die nacht nog vaak met Kristallnacht aangeduid. Dat is de naam die de nazi's er zelf aangaven en die slaat op de ingegooide etalageruiten van Joodse winkels.Omdat er nogal wat meer gebeurde dan dat er ruiten werden ingegooid, is in Duitsland nu al jaren de naam Pogromnacht in gebruik. Terecht.

Het is goed om je weer eens in die gebeurtenissen te verdiepen. Zeker in de tijd waarin we nu leven, met het opkomende rechts-extremisme.

Wat er toen gebeurde? Ik citeer uit de Wikipedia-pagina:
Dabei wurden vom 7. bis 13. November 1938 etwa 400 Menschen ermordet oder in den Suizid getrieben. Über 1.400 Synagogen, Betstuben und sonstige Versammlungsräume sowie tausende Geschäfte, Wohnungen und jüdische Friedhöfe wurden zerstört.[1] Ab dem 10. November wurden ungefähr 30.000 Juden in Konzentrationslagern inhaftiert, wo Hunderte ermordet wurden oder an den Haftfolgen starben.
Die Pogrome markieren den Übergang von der Diskriminierung der deutschen Juden seit 1933 zur systematischen Verfolgung, die knapp drei Jahre später in den Holocaust mündete..[2]
Door je er in te verdiepen, hoe moeilijk dat ook is, kun je een beetje tot je laten doordringen hoe zulke wandaden kunnen plaatsvinden. En hoe ze onderdeel kunnen zijn van een maatschappelijk proces met vreselijke uitkomsten.

Ik moest denken aan Albert Speer, tot het eind een van de naaste medewerkers van Hitler, die omdat hij na de oorlog schuld bekende, slechts tot 20 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Joachim Fest probeerde er in de gesprekken die hij met Speer voerde achter te komen hoe hij aan zulke vreselijke daden had kunnen meewerken. Hij vroeg bijvoorbeeld ook hoe hij in 1938 die Pogromnacht had ervaren. Zijn antwoord kwam er op neer dat hij het zich niet herinnerde:
Hij had een keer kunnen reconstrueren, zei hij, dat hij op de ochtend (...) na de Kristallnacht langs de synagoge in Fasanenstrasse moest zijn gekomen, in elk geval had die op zijn route gelegen. Maar met de beste wil van de wereld kon hij er verder niets over zeggen, verzekerde hij ons telkens weer.
Zie voor meer: Hoe kunnen gewone mensen tot zoiets komen? Het geval-Speer.

En ik sloeg ook nog dat indrukwekkende boek van Michael Wildt
er op na: Volksgemeinschaft als Selbstermächtigung. Gewalt gegen Juden in der deutschen Provinz 1919 - 1939, dat veel te weinig aandacht heeft gekregen. Wildt beschrijft hoe dat idee van de Volksgemeinschaft, waar "buitenstaanders" van werden uitgesloten, stap voor stap ingang vond en hoe dat proces gepaard ging met over het land verspreide geweldsincidenten. Met slachtoffers, daders en: toeschouwers. Die soms ingrepen, maar al te vaak alleen maar toekeken.

En dus pakte ik zopas ook nog weer eens "Davon haben wir nichts gewusst!" Die deutschen und die Judenverfolgung 1933 - 1945 van Peter Longerich uit de kast. Ook te weinig aandacht gekregen.

Longerich wijdt een hoofdstuk aan de Novemberpogrom. Hoewel er aanwijzingen zijn dat de grote meerderheid van de Duitse bevolking afwijzend stond tegenover de gebeurtenissen, was er al zoveel intimidatie dat er nauwelijks tegenacties en geen demonstraties plaats vonden. Longerich daarover (p. 123-124):
Die passive Hinnahme von Gewalt und Rechtlosigkeit durch die Bevölkerung wurde wiederum in der Propaganda als kollektive Zustimmung zu den Gewaltaktionen ausgegeben. Nun, da es dem Regime gelungen war, den Pogrom ohne massiven Widerstand der Bevölkerung durchzuführen, machte es in seiner öffentlichen Darstellung der Ereignisse die Bevölkerung zu Komplizen des gewalttätigen Anschlags auf die deutschen Juden.
Nu, in 2018, is het zaak om de geschiedenis te kennen en er de lessen uit te leren.

zaterdag 30 augustus 2014

"Davon haben wir nichts gewusst"- Over geweld en propaganda

In de mooie Buchladen zur schwankende Weltkugel (linke Fachbuchhandlung für Kritik und Alltag) aan de Kastanienallee in Prenzlauer Berg in Berlijn zag ik het boek 'Davon haben wir nichts gewusst!' Die deutschen und die Judenverfolgung 1933-1945 van Peter Longerich liggen. Ik herinnerde me vaag dat ik het ook al in Nederland had gezien. Bij Broese Boekverkopers in Utrecht? Ik wist het niet meer.

Toen had ik het nog laten liggen. Maar misschien doordat ik nu in Berlijn was, wist ik meteen dat ik het zou kopen.

Aan de dame achter de kassa vroeg ik of het pas verschenen was (het zat nog in plastic). Ze wist uit het hoofd te melden dat dit de tweede druk uit 2007 was, een jaar na de eerste druk. Dat klopte precies. Hoe lang zal dat dan geleden zijn geweest dat ik het heb zien liggen, vroeg ik me af. En waarom wist ik niet al zeven of acht jaar geleden af van het bestaan er van?

Hoe dan ook, ik vroeg in mijn beste Duits wat het boek in Duitsland teweeg had gebracht. Ze antwoordde iets in de trant van "Es gab so eine 'Diskussion'", waarbij ze met de vingers van haar beide handen aanhalingstekens nabootste, "aber es hat wenig geändert." En ze glimlachte wat schamper. Ik wist niet of en hoe ik dit gesprek zou kunnen voortzetten en begon over iets anders.

Ik lees dat boek nu en ben vandaag tot p.211 gekomen. Het beslaat ruim 300 bladzijden tekst, gevolgd door een notenapparaat van 200 bladzijden. Dat het lezen je de adem beneemt, komt vooral door dat je het gevoel krijgt nooit dichter te zijn geweest bij wat het voor gewone Duitsers moet hebben betekend om het Hitler-bewind mee te maken.

Longerich kan dat bereiken doordat hij alle partijkranten en reguliere, later ook gelijkgeschakelde, dagbladen heeft door geplozen die in die periode zijn verschenen. Aangevuld met allerlei andere bronnen, zoals de Gestapo-berichten over de "toestand in het land", bioscoopjournaals, dagboeken en brieven. Hij doet dat zeer uitgebreid en zorgvuldig.

En als je het volhoudt om door te lezen, dan krijg je het idee dat je benadert hoe het geweest moet zijn. En meteen realiseer je ook wat het belang is van niet alleen persvrijheid, maar ook vooral van internet en sociale media. Als je in een land voor je nieuws en informatie uitsluitend afhankelijk bent van het gedrukte woord en als er een ministerie van Propaganda is dat gedetailleerd voorschrijft wat wel (en hoe) geschreven mag worden en wat niet, ja, dan kan er heel veel grondig misgaan.

Ik besteed er later meer aandacht aan. Maar nu al vast een korte aantekening. Hoe kan het dat het vernederen, vervolgen, uitdrijven en uitmoorden van een gehele bevolkingsgroep in een land kan gebeuren? Terwijl, zoals Longerich aannemelijk maakt, een groot deel of zelfs de meerderheid van de bevolking daar niet achter staat. Waarom komt dat deel van de bevolking niet in opstand? Ze hadden het toch tegen kunnen houden.

De voorlopige balans opmakend, denk ik dat de verklaring ligt in geweld en propaganda. Hitler moet intuïtief geweten hebben dat hij zijn obsessieve haat tegen de Joden alleen dan in daden zou kunnen laten omzetten als hij zijn giftige boodschap vergezeld liet gaan van geweld en intimidatie. En dat is de agressie van de narcist tegen alles wat hem in de weg staat. Die niet alleen in zijn redevoeringen naar buiten kwam, maar vooral ook in de straten, waar zijn aanhangers huis hielden. Vrijwel iedere potentiële tegenstander van dit schrikbewind moet door en door geïntimideerd zijn geweest.

Daar boven op kwam de propaganda. Maar niet in de zin dat propagandaminister Goebbels er zo goed in slaagde om het antisemitisme verder onder de bevolking te verspreiden. Waarschijnlijk veel meer door de volstrekte beheersing van de informatiestromen. Als de knokploegen van de SA, geregisseerd van bovenaf, weer overal in het land, in de steden en de dorpen, Joden uit hun huizen haalden en in elkaar sloegen en synagogen en Joodse winkels in brand staken, dan werd er nauwkeurig voor gezorgd dat daarover alleen in de lokale pers werd bericht. De landelijke bladen werd verboden er over te schrijven.

Zodat niemand een totaalindruk van al dat geweld kon krijgen. Longerich (p.128):
So aber hatte der Pogrom zwar auf örtlicher Ebene für jedermann sichtbar stattgefunden, blieb aber in seinen nationalen Ausmassen nur in Umrissen erkennbar.
Iedereen kon blijven denken dat elke gebeurtenis een lokaal incident was. En kon blijven hopen dat alles wel weer zou overwaaien. Goebbels had wel door dat hij niet van elke Duitser een Jodenhater kon maken. Maar hij wist ook hoe hij de potentiële tegenstanders indolent en passief kon maken.

En natuurlijk hoe hij ze kon intimideren.

Propaganda en geweld. Het is goed om daar ook nu nog bij stil te staan.