Posts tonen met het label populisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label populisme. Alle posts tonen

dinsdag 21 april 2020

Wat zijn dat toch voor rare tijden dat kiezers gaan denken dat we uitgerekend zulke leiders nodig zouden hebben? Over Adolf Hitler, Donald Trump en Boris Johnson

De coronacrisis is zo ingrijpend dat er waarheden aan het licht komen die anders misschien voor velen nog lang verborgen waren gebleven.

Een zo'n waarheid is dat het niet verstandig is om populistische, rechts-extremistische politici aan de macht te brengen. Niet alleen omdat ze in allerlei opzichten een slecht beleid voeren, dat de bestaansonzekerheid voor de bevolking alleen maar nog groter maakt dan hij door het voorafgaande neoliberale beleid al was geworden.

Maar vooral ook omdat het narcisme van zulke leiders het hen onmogelijk maakt om adequaat te reageren op de voldongen feiten waar een ingrijpende crisis hen mee confronteert. Ze zijn zo vervuld van zichzelf dat ze begrenzingen van buitenaf, ook als dat de harde werkelijkheid is, niet goed kunnen accepteren.

Er is natuurlijk een belangrijke les uit het verleden: Adolf Hitler was niet in staat de harde waarheid te accepteren dat hij de oorlog ging verliezen. Nog steeds vervuld van zichzelf, trok hij zich terug, op het laatst in zijn Berlijnse bunker, om ten onder te gaan, maar wel met de bewuste opzet dat het gehele Duitse volk, dat hem immers "had verraden", in dat lot moest delen.

Hoe het verder afloopt met huidige narcistische leiders als Donald Trump en Boris Johnson weten we nog niet. Maar in aanleg zien we hier een soortgelijk patroon. Trump was door incompetentie en kwaadaardigheid toch al flink in het nauw gebracht. Zijn enige redding leek nog te zijn dat een goedlopende economie voor zijn herverkiezing zou zorgen. Daar was hij zo door geobsedeerd dat hij zijn ogen sloot voor de berichten over een zich ontwikkelende corona pandemie.

Waardoor het virus zich kon verspreiden en aan duizenden meer Amerikanen het leven heeft gekost dan nodig was geweest. Geconfronteerd met die harde waarheid kon de narcist Trump niet anders dan die waarheid zo extreem verdraaien dat het er op neerkwam dat hij als allereerste juist de gevaren onderkend zou hebben. Ging hij tot in februari door met het houden van zijn rally's? "I don't know  about rallies?". "Did I hold a rally?"

Dat was in antwoord op een vraag van journaliste Yamiche Alcindor, die hem ook vroeg of hij er niet mee zat dat mensen ziek waren geworden doordat hij het virus publiekelijk niet serieus had genomen. Het antwoord was wel heel ontluisterend:
And a lot of people love Trump. A lot of people love me. You see them all the time. I guess I am here for a reason, and for the best of my knowledge I won. And I think we are going to win again. I think we are going to win in a landslide.
Anders, maar net zo ontluisterend en verwoestend is wat er aan het licht komt over het abominabele optreden van Boris Johnson. Polly Toynbee schreef daar gisteren over, naar aanleiding van de berichten in de Sunday Times: Boris Johnson is the wrong man in the wrong job at the wrong time. Met als openingsalinea:
Everything unravels with almost indecent speed. After a brush with death, the prime minister is still recovering at Chequers when one of his many supportive newspapers drops a grenade straight down his Elizabethan chimney. No period of grace and convalescence: the Sunday Times didn’t even wait for him to stumble back to Downing Street before firing off its devastating attack on his cavalier incompetence over the coronavirus outbreak.
Wat zijn dat toch voor rare tijden dat kiezers gaan denken dat we uitgerekend zulke leiders nodig zouden hebben?

woensdag 29 januari 2020

Aanwijzingen voor het vermoeden dat de toename van bestaansonzekerheid een belangrijke oorzaak was van het toegenomen rechts-extremistisch populisme blijven komen.

Aanwijzingen voor het vermoeden dat de toename van bestaansonzekerheid een belangrijke oorzaak was van het toegenomen rechts-extremistisch populisme blijven komen. In The Great Recession and the Rise of Populism doet Evgenia Passari verslag van een analyse van veranderingen in werkloosheid en veranderingen in de aanhang van populistische partijen in 220 regio's in 26 Europese landen tussen 2000 en 2017. De volledige analyse is na te lezen in The European Trust Crisis and the Rise of Populism.

De uitkomst is in het onderstaande plaatje samen te vatten. Daarin worden die landen onderscheiden in Centrum (Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Zwitserland), Noord (Denemarken, Finland, IJsland, Ierland, Verenigd Koninkrijk), Oost (Bulgarije, Tsjechië, Estland, Hongarije, Polen, Roemenië, Slovakije, Slovenië) en Zuid (Cyprus, Griekenland, Italië, Portugal, Spanje).

Al met al zie je dat een toename van werkloosheid gepaard gaat met een toename van de aanhang van populistische partijen. Een werkloosheidstoename van een procent wordt gevolgd door een  groei van stemmen op populistische partijen van een procent. En we weten dat een toename van werkloosheid gepaard gaat met een toename van bestaansonzekerheid, niet alleen van hen die werkloos werden, maar ook van degenen die vrezen het te worden. Als het bestaan onzekerder wordt, als mensen zich onveiliger en bedreigd voelen, dan zijn ze vatbaarder voor populistische boodschappen.



Dat zou er aan kunnen liggen dat mensen door die grotere bestaansonzekerheid het vertrouwen verliezen in het politieke establishment, in hun parlement en in de instellingen van de Europese Unie. En dat blijkt uit analyses van de data van de European Social Survey over de periode tussen 2000 en 2014 ook precies het geval te zijn.

Dat het een met het ander samenhangt is plausibel als je bedenkt dat er in diezelfde periode geen verband was tussen de toename van werkloosheid en het interpersonele vertrouwen (het vertrouwen in andere mensen).

Interessant is dat toenames van werkloosheid ook gepaard gaan met een negatievere houding tegenover immigranten, maar dan specifiek in de zin dat de toename van immigranten wordt gezien als een economische bedreiging. Er is geen aanwijzing voor toenames van aanhang voor de populistische stelling dat immigranten een culturele bedreiging zouden vormen.

Wat betekent dit nu voor het beleid? Evgenia Passari is daar heel duidelijk over: ga niet mee met met dat culturele anti-immigranten frame, maar doe wat aan die bestaansonzekerheid. Voorkom werkloosheid door anticyclisch macro-economisch en fiscaal beleid:
If populism is entrenched in deeply rooted cultural differences, addressing it is a non-trivial endeavor. Our results, however, show that the rise in unemployment results in increased support for anti-establishment parties via the loss of trust in political institutions. Economic factors seem to be an important part of the populism story, and a key determinant of its recent pan-European electoral success. This presents an exceptional opportunity to address populism through the implementation of countercyclical macroeconomic and fiscal policies that will fight unemployment and foster growth.

donderdag 14 november 2019

Toegenomen bestaansonzekerheid hangt samen met toename steun voor rechts populisme - Nog meer aanwijzingen

De aanwijzingen dat de toename van bestaansonzekerheid een belangrijke oorzakelijke rol heeft gespeeld in de toename van rechts-extremistisch populisme stapelen zich op. Zie her het vorige bericht daarover: De toegenomen bestaansonzekerheid als oorzaak van toegenomen populisme - Meer aanwijzingen.

Er is nu de studie Economic Insecurity and the Rise of the Right bijgekomen. Een samenvatting ervan is te lezen op het blog van de London School of Economics: How economic insecurity encourages political activism and support for the right.

De onderzoekers gebruiken als maat voor bestaansonzekerheid de combinatie van door een individu ervaren afname of toename van financiële middelen en de tijd die sinds die verandering is verstreken. Hoe meer iemand financiële verslechteringen heeft meegemaakt en hoe recenter die hebben plaatsgevonden, hoe groter iemands bestaansonzekerheid.

Met gebruikmaking van data van de British Household Panel Survey en constant houdend voor wel of niet werkloos zijn, inkomen, opleiding, leeftijd en geslacht komen ze dan tot de conclusie dat een grotere bestaansonzekerheid de kans op een stem voor de Conservatieven vergrootte. De Conservatieven zijn zoals bekend rechts, maar je kunt hen sinds het extreme bezuinigingsbeleid dat ze nu al jaren voorstaan en hebben uitgevoerd wel extreemrechts noemen. De kans op een stem voor Labour werd door meer bestaansonzekerheid juist iets geringer.

Dat mag je wel een pervers proces noemen. Door met hun bezuinigen de bestaansonzekerheid van de kiezers te vergroten, hebben de Conservatieven bijgedragen aan hun succes bij verkiezingen. Kiezers kunnen worden verleid om tegen hun eigen belangen in te stemmen.

Ook blijkt dat toegenomen bestaansonzekerheid de steun voor het uittreden uit de Europese Unie (Brexit) vergrootte.

Voor Duitsland en de Verenigde Staten worden overeenkomstige resultaten gevonden: toename van bestaansonzekerheid maakte de kans op het stemmen voor de CSU/CDU en voor Donald Trump groter.

Opmerkelijk in de zin dat kiezers zo overduidelijk kunnen worden verleid tegen hun eigen belangen in te stemmen.

Maar ook opmerkelijk in de zin dat sociaaldemocratische politieke partijen zo kunnen falen in het aanbieden van een alternatieve economische politiek gericht op het bieden van bestaanszekerheid. En in het verdedigen van de verzorgingsstaat.

vrijdag 18 oktober 2019

De toegenomen bestaansonzekerheid als oorzaak van toegenomen populisme - Meer aanwijzingen

Er zijn meer aanwijzingen dat de opkomst van het populisme meer verklaard wordt door de toename van (economische) bestaansonzekerheid dan dat hij een gevolg zou zijn van een toename van gevoelens van cultureel bedreigd zijn (door vreemdelingen, buitenlanders, immigranten, moslims).

Dat wil zeggen, meer aanwijzingen dat die toegenomen gevoelens van culturele bedreiging niet op zichzelf staan, maar zelf ook weer hun bron hebben in de toegenomen bestaansonzekerheid. Zie hier het vorige bericht dat op deze kwestie inging: Populisme verklaard door 'economie" of door "cultuur"? Niet of-of, maar en-en.

Het gaat om de studie The cosmopolitan-parochial divide: changing patterns of party and electoral competition in the Netherlands and beyond, waarin Catherine E. de Vries tot de conclusie komt dat het Nederlandse kiezersvolk niet alleen kan worden onderscheiden op een links-rechts dimensie, maar daarnaast ook op een dimensie van kosmopolitisch en parochiaal.

Kosmopolitisch slaat dan op een positievere houding tegenover open grenzen en immigranten en tegenover verdere Europese integratie, terwijl parochiaal slaat op de daaraan tegengestelde standpunten. Dat dit een andere dimensie is dan links - rechts, blijkt eruit dat de linkse SP en de rechts PVV op deze dimensie allebei parochiaal zijn. (Het Forum voor democratie ontbreekt, doordat de gebruikte data niet verder gaan dan tot 2014.)

Maar wie zijn die meer parochiale kiezers? Is dat gevoel van zich bedreigd voelen door invloeden van buitenaf een kwestie van een op zichzelf staande culturele behoudzucht?

Nee, geenszins, want Catherine de Vries kan laten zien dat die parochiale kiezers en degenen met meer parochiale standpunten meer last hadden gehad van de Grote Financiële Crisis, zich uitend in werkloosheid of werkloos geweest zijn en/of in een achteruitgang van het gezinsinkomen. Het is wel degelijk een toename van bestaansonzekerheid die maakt dat mensen meer parochiale, en dus meer populistische, standpunten gaan innemen. Bestaansonzekerheid brengt mensen ertoe om zich van de wereld af te sluiten en om beducht te zijn voor "het vreemde" en "het andere".

Volgens die neoliberale fantasiewereld die vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw om zich heen greep, waren er meer onzekerheden nodig om de economie te laten bloeien. De zekerheden van de verzorgingsstaat waren te ver doorgeslagen. Alles moest "dynamischer' en "flexibeler".

De werkelijke economische, sociale en politieke ontwikkelingen die daarmee in gang werden gezet, vandaag de dag resulterende in populisme, rechts-extremisme en bedreigingen van de democratie, laten zien wat die fantasiewereld zoal heeft voortgebracht.

Zie voor meer achtergrond ook nog eens het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

dinsdag 23 juli 2019

Rechts-extremistisch populisme als verschijningsvorm van het statuscompetitiepatroon - aangewakkerd door bestaansonzekerheid

We leven in een tijd van rechts-extremistisch populisme en dus in een tijd waarin het statuscompetitiepatroon de kop opsteekt ten koste van het gemeenschapspatroon. Zie, uit 2017: We maken een tijd mee waarin het statuscompetitiepatroon gaat overheersen in het publieke domein.

Wat populisten gemeen hebben is dat ze bevreesd zijn dat 'het eigene", "het volk", de eigen cultuur, de traditie, bedreigd worden door "vreemden", oftewel de "kosmopolitische elite", die het bestaan van het eigene loochent, het "verraadt", oftewel de letterlijk vreemden, de etnisch of religieuze minderheden en in het bijzonder de migranten. Zie Wat de populisten werkelijk gemeen hebben. Mooie analyse van Jan-Werner Müller.

Het statuscompetitieve karakter van het populisme zit hem in dat rechts-extremistische wereldbeeld van een allesoverheersende statushiërarchie. Het eigene is niet alleen het vertrouwde, maar het is ook fundamenteel superieur aan het vreemde. Wat betekent dat van iedereen dient te worden vastgesteld of hij tot het eigene behoort of daar wel voldoende respect voor betoont of dat hij tot het vijandelijke kamp moet worden gerekend. Love us. Or go back to where you came from.

Door die nadruk op superioriteit heeft het populisme ook altijd een hang tot narcisme. Collectief narcisme, als het om de eigen groep gaat, en individueel narcisme, als een narcist door de populistische horde in het zadel wordt geholpen en vanuit die positie die horde aanvuurt en opzweept.

Het is dus ook niet toevallig dat populisten eigenlijk altijd een persoonlijkheidscultus vormen. En zo de narcistische leider bevestigen in zijn grandioze, maar meestal uiterst kwetsbare, zelfbeeld. Die de indruk weet te wekken dat hij er is voor zijn volgelingen, maar die alleen maar om zichzelf geeft. Een mooie omschrijving van dit patroon geeft Paul Rosenberg in Understanding our bully-in-chief: Donald Trump's "antisocial personality disorder" fits a pattern. En merk op hoe daar de link wordt gelegd met het statuscompetitiepatroon van het pesten onder adolescenten.

Het wordt steeds duidelijker dat het rechts-extremistisch populisme een voedingsbodem nodig heeft van economische bestaansonzekerheid. Zie mijn bericht van vorig jaar voor de empirische aanwijzingen in die richting: Door economische bestaansonzekerheid meer succes van rechts-extremistische partijen - Nieuwe aanwijzingen.

De meeste mensen zijn goed in staat en bereid tot gemeenschapsgedrag. Maar een toestand van veiligheid helpt daarbij. Als die veiligheid in gevaar komt, en het bestaan onzeker wordt, gaan we op zoek naar oplossingen in een wereld die we maar moeilijk doorgronden. En precies daar liggen de kansen voor de narcistische leider, die naast een schare van volgelingen ook altijd vijanden nodig heeft.

Zie over die rol van bestaansonzekerheid vandaag ook Dani Rodrik: What’s driving populism? Met afsluitend als overduidelijke les voor de politiek:
There is little debate here. Economic remedies to inequality and insecurity are paramount.

maandag 18 februari 2019

Taal van politieke leiders al ruim 100 jaar afnemend analytisch en toenemend zelfverzekerd - Over de opmars van het populisme

Ik ben 75 en merk bij mezelf dat ik de uitingen van politici, mondeling of schriftelijk, nog maar moeilijk kan verdragen. Oké, van de meeste politici. Ze geven maar heel beperkt de indruk dat ze goed over de zaken hebben nagedacht of zich uitgebreid door deskundigen hebben laten voorlichten. Desondanks slagen ze er goed in om zelfverzekerd en overtuigd van eigen gelijk over te komen.

Dat verontrust natuurlijk, want we leven in een ingewikkelde maatschappij en een ingewikkelde internationale orde en de gewone burger komt er maar weinig aan toe om zich daarin te verdiepen. Van politieke leiders zou je daarom verwachten dat ze dat wel hebben gedaan, dat ze er blijk van geven dat ze diepere inzichten hebben, daarvan ook de onzekerheden kennen en dat ze niet alleen maar de gewone burger naar de mond praten. En dat ze het ook tot hun taak rekenen om die gewone burger zo goed mogelijk voor te lichten. Al was het maar om uit te dragen dat meestal enige inspanning vereist is om tot gefundeerde oordelen te komen.

Als populisme er in ieder geval ook uit bestaat dat het de kiezers naar de mond praat (het is meer dan dat), dan lijkt het alsof populisme in de politiek hoogtij viert. Terugkijkend naar eerdere perioden in mijn politiek bewuste leven, dringt zich de indruk aan me op dat de politiek er qua verdieping op is achteruitgegaan.

Dat zou je natuurlijk als oude mannenpraat kunnen wegzetten. Maar volgens de nieuwe studie
Examining long-term trends in politics and culture through language of political leaders and cultural institutions zou er wel eens meer aan de hand kunnen zijn.

De onderzoekers, onder wie James W. Pennebaker, analyseerden grote hoeveelheden teksten, gesproken en geschreven, van politieke leiders uit de Angelsaksische wereld (Verenigde Staten, Groot Brittannië, Canada, Australië) over een periode van meer dan 200 jaar. Daarbij ging het om de communicatieve stijl, in het bijzonder om hoe analytisch die was en om hoe zelfverzekerd. 

Dat werd vastgesteld met het tekstanalyseprogramma Linguistic Inquiry and Word Count (LIWC). Die analytische stijl wordt gekenmerkt door meer gebruik van zelfstandige naamwoorden waarmee begrippen worden aangeduid en van voorzetsels die relaties tussen begrippen specificeren. Daartegenover staat de meer intuïtieve en persoonlijke stijl, met een grotere frequentie van persoonlijke voornaamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en voegwoorden. Net zo kan ook een meer zelfverzekerde stijl worden onderscheiden van een meer onzekere.

De resultaten van die analyse zijn samengevat in het plaatje. Bovenaan zie je de ontwikkeling van de scores voor de analytische stijl en onderaan die van de zelfverzekerde stijl (clout).

Wat meteen opvalt is dat de afname van de analytische stijl en de toename van de zelfverzekerde stijl ontwikkelingen zijn die al omstreeks 1900 begonnen. Het populisme, die vervelende combinatie van weinig analytisch en sterk zelfverzekerd, is al meer dan honderd jaar aan een opmars bezig. Een opmars die voorlopig is geculmineerd in de stijl van "President" Donald Trump.

En wat ik er dus ook uit opmaak is dat mijn indruk van de achteruitgang van de politiek niet alleen maar oude mannenpraat is. Alleen, die achteruitgang is al langer bezig dan vanaf de tijd dat ik, in de jaren 50 van de vorige eeuw, politiek bewust werd.

De onderzoekers herhaalden de analyse op meer algemeen-culturele teksten, zoals op de inhoud van romans, de ondertiteling van speelfilms en artikelen uit de New York Times. De resultaten daarvan doen vermoeden dat we hier te maken hebben met een specifiek politieke ontwikkeling.

vrijdag 3 augustus 2018

Zullen we weer terug kunnen keren op het pad van de vooruitgang?

De menselijke geschiedenis is er niet een van alleen maar vooruitgang. Neem nu die twee heel verstandige inzichten die na de Tweede Wereldoorlog om zich heen grepen: het belang van bestaanszekerheid en het belang van het tegengaan van te grote ongelijkheid. Inzichten die werden omgezet in wetgeving en internationale verdragen. Denk aan de sociale zekerheid van de verzorgingsstaat, aan de herverdeling door middel van sterk progressieve belastingheffing en aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948).

Dat waren ontwikkelingen die vooruitgang genoemd kunnen worden, omdat ze uitingen waren van het overheersen van de menselijke gemeenschapsintuïties over de daaraan tegengestelde intuïties van de statuscompetitie en de statushiërarchie.

Maar nu, in 2018, kun je niet anders dan concluderen dat er zo ongeveer sinds 1970 stappen zijn teruggezet. Het neo-liberale marktdenken greep om zich heen. Toenemende ongelijkheid zou geen probleem zijn. De verzorgingsstaat moest worden afgebroken, om mensen meer voor zichzelf te laten zorgen. Bestaansonzekerheid was juist goed, want zorgde immers voor de nodige prikkels om zich in te spannen.

En we zien de negatieve gevolgen om ons heen. Toenemende ongelijkheid lijkt een zichzelf versterkend proces. Bestaansonzekerheid neemt toe. De extreem rijken en de grote ondernemingen gebruiken hun middelen om de democratie en de media te beïnvloeden in een hun welgevallige richting. Het door de toegenomen bestaansonzekerheid gegroeide maatschappelijk ongenoegen wordt met succes omgebogen in vijandigheid ten opzichte van vreemdelingen, immigranten, vluchtelingen en uitkeringstrekkers.

Rechts-extremisme en populisme ("de anderen" zijn de boosdoeners) grijpen om zich heen. Narcisten aan de macht maken gebruik van de hen geboden kansen om de vrije pers en de democratische procedures van de scheiding der machten om zeep te helpen..

Van dag tot dag denk je: zullen de krachten van de democratie en de gelijke rechten, dus van de gemeenschapsintuïties, sterk genoeg zijn om de ontwikkelingen te keren? Zodat we weer terug kunnen keren op het pad van de vooruitgang?

woensdag 13 juni 2018

Alleen bij hogere werkloosheid voelden Witte Amerikanen zich in gemengde buurten meer bedreigd en stemden ze meer op Trump

Komt het populistisch rechts-extremistisch stemmen meer voort uit het zich (cultureel) bedreigd voelen door minderheden en vreemdelingen of meer uit gevoelens van economische bestaansonzekerheid?

Er zijn aanwijzingen dat dit niet een kwestie is van of-of, maar meer van en-en. Zie het bericht
Populisme verklaard door 'economie" of door "cultuur"? Niet of-of, maar en-en.

Het nieuwe onderzoek The Racial and Economic Context of Trump Support. Evidence for Threat, Identity, and Contact Effects in the 2016 Presidential Election geeft nu een aardig inzicht in de samenhang tussen de twee.

Daaruit komt namelijk naar voren dat Witte, non-Hispanic, Amerikanen bij de verkiezingen van 2016 meer op Trump stemden als ze in een meer etnisch gemengde buurt woonden, een buurt dus met grotere minderheden van Zwarten, Latino's en Aziaten. En dat lag eraan dat ze zichzelf meer een Witte identiteit toekenden.

Je kunt dat zo opvatten dat ze zich meer in hun identiteit bedreigd voelden en dus met een grotere kans op Trump stemden.
Maar dit was minder het geval als ze meer contact hadden met leden van die minderheden. Hoe meer van zulke contacten, hoe geringer de kans op een Trump-stem. Denk aan de contacthypothese.
Maar, en daar gaat het nu om, de onderzoekers keken ook naar de "contextuele variabele" van hoeveel buurtbewoners werkloos waren.

En toen bleek dat het verband tussen die etnische diversiteit en het stemmen op Trump alleen bestond in buurten met een hogere werkloosheid. Bij lage werkloosheid maakte die etnische diversiteit geen verschil meer.

En daarmee zie je de samenhang tussen de twee wel heel duidelijk naar boven komen. Die hogere werkloosheid in de buurt maakt dat mensen zich economisch onzekerder voelen. Zoekend naar een oorzaak voor die grotere onzekerheid valt hun oog in de meer diverse buurten op de aanwezigheid van de minderheden. Waardoor ook hun eigen Witte identiteit voor hen belangrijker werd.

En waardoor ze dus meer ontvankelijk werden voor de racistische retoriek van Presidentskandidaat Donald Trump.

Merk op hoe in deze samenhang de rol van economische bestaansonzekerheid cruciaal is. 

maandag 7 mei 2018

Populisme verklaard door 'economie" of door "cultuur"? Niet of-of, maar en-en

Update 1. Lees nu ook David Leonhardt: Yes, the Economy Helped Elect Trump.
Update 2. Lees nu ook Robert Reich: How To Stop Trump
Er valt veel voor te zeggen dat de opkomst van het rechts-extreme populisme is veroorzaakt door de toegenomen economische bestaansonzekerheid. Die op zijn beurt het gevolg was van in het verleden gemaakt politieke keuzes, beïnvloed door het om zich geen grijpende neoliberale denken van marktwerking en kleine overheid. Zie de berichten op dit blog achter het label bestaansonzekerheid, in het bijzonder het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

Toch kom je ook voorstanders tegen van een "culturele verklaring" voor de opkomst van het populisme. Door globalisering en immigratie zouden mensen zich niet zozeer hun economische, maar vooral in hun culturele zekerheden bedreigd zijn gaan voelen. En daardoor zou de culturele behoudzucht (Zwarte Piet, het volkslied, In Rotterdam spreken we Nederlands) en de vijandigheid tegen immigranten van populistische partijen voor vele zo aantrekkelijk zijn geworden.

Het Amerikaanse onderzoek Status threat, not economic hardship, explains the 2016 presidential vote lijkt enige onderbouwing te geven aan deze culturele verklaring. Het gaat om een panelonderzoek, waarin dezelfde mensen zowel in 2012 als in 2016 ondervraagd werden. Zo kon worden nagegaan of het verschuiven van het in 2012 stemmen op Obama naar het in 2016 stemmen op de populist Donald Trump meer werd verklaard door een toename van economische bestaansonzekerheid (inkomensachteruitgang, werkloos worden) dan wel door het zich meer in status bedreigd voelen (gemeten aan een toename in de Sociale Dominantie Oriëntatie en van een negatieve houding tegenover immigratie en internationale handel).

De analyses wijzen dan uit dat er geen verband was tussen de toename van economische bestaansonzekerheid en de verschuiving richting Trump, maar wel een verband met de toename van statusbedreiging. Dus toch "cultuur" en niet "economische bestaansonzekerheid"?

Dat staat nog te bezien. Want bestaansonzekerheid wordt door meer bepaald dan door de eigen inkomensachteruitgang en het zelf werkloos worden. Het gaat ook om baanonzekerheid. En het gaat om jouw inkomen en arbeidsmarktpositie in vergelijking met die van je ouders. Lees ook de reactie op het onderzoek van Andrew J. Cherlin gisteren in de New York Times: You Can’t Separate Money From Culture.

En we weten uit ander onderzoek dat bestaansonzekerheid samenhangt met een hogere score op de Sociale Dominantie Oriëntatie en met meer anti-immigrantensentiment. Het lijkt plausibel dat economische bestaansonzekerheid en statusbedreiging twee kanten zijn van dezelfde medaille. Niet of-of, maar en-en.

Wat ook weer niet wegneemt dat het met de economische verklaring zou zijn overeengekomen als die Amerikanen die inkomensachteruitgang of werkloosheid hadden meegemaakt, meer op Trump waren gaan stemmen.

vrijdag 26 januari 2018

Het draait om statuscompetitie en dominantie in het extreem-rechtse en populistische denken - van Hitler tot Jordan Peterson

Sociaalwetenschappelijk gezien zijn het nu zo in de belangstelling staande rechts-extremisme en populisme manieren van kijken naar de maatschappij waarin het patroon van statuscompetitie en sociale dominantie overheerst over het gemeenschapspatroon. Zie het eerdere bericht We maken een tijd mee waarin het statuscompetitiepatroon gaat overheersen in het publieke domein.

Beide patronen behoren tot het sociale repertoire van de menselijke natuur. In het sociale domein van vertrouwde anderen, van familie en vrienden, overheerst meestal het gemeenschapspatroon, het patroon dus van onderling vertrouwen, delen en samenwerken.

Maar in het publieke domein, dat van de maatschappij, is dat niet vanzelfsprekend het geval. Het kan daar ook de kant opgaan van wantrouwen, strijd en statuscompetitie, een patroon dat kan resulteren in (het streven naar) een stabiele statushiërarchie, waarin de ene groep de ander overheerst.

Het links-rechts onderscheid in de politiek loopt vrijwel parallel aan deze twee patronen. In het linkse denken overheerst het gemeenschapspatroon. In dat patroon telt iedereen mee, vandaar de instituties van de mensenrechten en de democratie, en krijgt de voorkeur voor delen en samenwerken vorm in de verzorgingsstaat.

In het rechtse en populistische denken is er altijd een fundamentele ongelijkheid tussen mensen. Het onderscheid namelijk tussen "de onzen" en "de anderen". De onzen, dat zijn het eigen volk, het gezonde volkslichaam, de "normale", hardwerkende Nederlanders en de anderen, dat zijn de vreemden, de immigranten, maar ook, binnen dat eigen volk: de klaplopers, de uitkeringstrekkers, de profiteurs. En die anderen dienen overheerst te worden, moeten hun plaats kennen en zo nodig "op hun plaats gezet". Zie Wat de populisten werkelijk gemeen hebben. Mooie analyse van Jan-Werner Müller, Is populisme de uitingsvorm van narcisme in het publieke domein? - Jan-Werner Müller over populisten (en technocraten!) en over het verband met de Sociale Dominantie Oriëntatie: PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme.

Een aardig inzicht in dat rechtse, statuscompetitieve denken krijg je als je kennis neemt van de gedachten van die Canadese hoogleraar Jordan Peterson, die door De Nederlandse Leeuw als prominent spreker was uitgenodigd. Zie hier de (merkwaardige) berichtgeving daarover in De Volkskrant: Jordan Peterson, de held van alt-right: 'Links moet inbinden, of we krijgen een catastrofe'.

Want die Jordan Peterson verdedigt de omarming van dat statuscompetitiepatroon als zaligmakend op een wel heel opmerkelijke manier. Volgens hem is de statushiërarchie het natuurlijke patroon, in de zin van het patroon dat de natuur ons voorschrijft. Wij zijn erop ingesteld om in een statushiërarchie te functioneren, net zoals kreeften dat zijn. Kreeften? Ja, dat is waar hij naar verwijst.
Update. Oeps! Link vergeten. Lees hier: Psychologist Jordan Peterson says lobsters help to explain why human hierarchies exist – do they?
En het is onvermijdelijk dat wij ons schikken naar dat natuurlijke patroon. Het is natuurlijk dat er winnaars, overheersers zijn en dat er verliezers zijn. Dat hoort zo. En het is heel verkeerd om je daartegen te verzetten. Vandaar de agressie tegen links, dat "moet inbinden". En vandaar de moeilijke verhouding die het rechtse denken heeft met de democratie.

Dat denken van Peterson is wel heel opvallend geheel in de lijn van hoe Hitler en zijn trawanten dachten. Daarin ging het om de strijd tussen volken en "rassen", met de Joden als de grote tegenstanders, die ook "moesten inbinden". Ik zocht nog even in mijn boekenkast en kwam terecht bij Het charisma van Adolf Hitler van Laurence Rees. Op p. 53 geeft Rees deze karakterisering van Hitlers Mein Kampf:
Het boek bevat inderdaad een coherente visie op de wereld - maar het is een afschuwwekkende visie. In Hitlers ogen leven we in een kil universum waar strijd de enige constante is. En als je deze strijd niet kunt winnen, verdien je het te sterven. Achter de keiharde strijd die volkeren leveren om de suprematie te veroveren, schuilt geen enkele moraal. 'Wie leven wil,' schreef Hitler, 'laat hem vechten, en wie in deze wereld van de eeuwige worsteling niet strijden wil, verdient het leven niet."
Het is een ijdele hoop gebleken dat we van dit soort denken voorgoed verlost zouden zijn.

maandag 20 november 2017

Toename van aanhang van populistische rechtse partijen hangt samen met toename van ervaren sociale daling

Waardoor is het succes van populistisch rechts-extremistische partijen in de laatste decennia zo toegenomen? We hebben gezien dat de toegenomen bestaansonzekerheid, onder meer als gevolg van gemaakte politieke keuzes, een belangrijke rol moet hebben gespeeld. Zie Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? voor een overzicht van onderzoek.

Er lijkt nu een stroom van onderzoek op gang te komen die met deze verklaring overeenkomt. Zo is er nu het onderzoek The politics of social status: economic and cultural roots of the populist right dat erop wijst dat de toename van mensen die zichzelf een lage sociale status toekennen (de zogenaamde subjectieve sociale status) een bijdrage heeft geleverd aan de toegenomen aanhang van populistisch rechtse partijen.

Allereerst: dat die aanhang is toegenomen, blijkt uit het plaatje hieronder.


Je ziet vanaf 1980 het gemiddelde percentage kiezers die een populistisch rechtse partij stemden in Europese democratische landen. En je ziet dus de toename van minder dan 2 procent in 1980 naar 12 procent in 2016.

Wat is hier gebeurd? De onderzoekers vermoedden dat een deel van de verklaring erin gelegen is dat mensen met meer "statusangst" meer geneigd zijn op populistisch rechts te stemmen en in lijn daarmee vijandiger staan tegenover immigranten en tegenover de heersende politici die in hun ogen beter voor zichzelf zorgen dan voor de gewone man. Die statusangst meten ze af aan die subjectieve sociale status, waarbij ze verwachten dat de angst voor sociale daling het grootst is bij de groep die zich net even boven de bodem bevindt.

Om dat te onderzoeken analyseerden ze de gegevens van het International Social Survey Program (ISSP). Die gegevens zijn beschikbaar over de jaren 1987, 1992, 1999, 2004, 2009 en 2014 voor het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Verenigde Staten, Australië, Polen, Zweden, Noorwegen, Slovenië, Tsjechië en Hongarije. Die subjectieve sociale status werd vastgesteld met de vraag "In onze maatschappij staan sommige groepen bovenaan en andere onderaan. Als u aan uzelf denkt, waar zou u zich plaatsen op een schaal van 1 tot 10?"

In het plaatje hieronder zie je, voor een van die landen (Denemarken), het verband afgebeeld tussen die subjectieve sociale status (horizontale as) en de kans om op een populistisch rechtse partij te stemmen (verticale as). Je ziet een grotere kans bij een lagere sociale status, met inderdaad de (kleine) kromming, die erop wijst dat die kans het grootst is even boven de allerlaagste sociale status. (Gecontroleerd werd voor beroep, opleiding, inkomen en werkend/werkloos.)


Er is dus inderdaad een verband tussen subjectieve sociale status (als proxy voor statusangst) en het sympathiseren met populistisch rechts.

Klopt het dan dat tussen 1987 en 2014 ook inderdaad de toename van mensen met een lage subjectieve sociale status verantwoordelijk kan worden gehouden voor het toegenomen succes van populistisch rechtse partijen?

Ja, daar zijn aanwijzingen voor. Want de onderzoekers laten zien dat in bijna alle twaalf landen de subjectieve sociale status van mannen zonder een hogere opleiding is afgenomen. Onder de lager- en middelbaar opgeleiden is er dus een proces geweest van ervaren sociale daling. Zie het plaatje hieronder.

De zwarte staafjes staan voor 1990 of daaromtrent en de grijze voor 2014. Hongarije (HU) is de uitzondering op het patroon.

maandag 13 november 2017

Dani Rodrik: Antwoord op populisme: nieuwe gezichten, niet besmet met het neoliberale marktfundamentalisme

Er is eigenlijk geen twijfel meer over mogelijk: de opkomst van populisme en rechts-extremisme is de uitkomst van de neoliberale politieke keuzes die in de afgelopen decennia zijn gemaakt. Die hebben op grote schaal de bestaansonzekerheid onder het gros van de bevolking aangewakkerd.

En we kennen de negatieve effecten daarvan op de gezondheid, het cognitieve functioneren, de bereidheid tot pro-sociaal gedrag en, last but not least, op politieke opvattingen. Toename van bestaansonzekerheid vergroot het anti-immigrantensentiment en de steun voor rechts-extremistische partijen. Bekijk de powerpoint in het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

Dat de oorzaken van deze rampzalige ontwikkeling in de politiek gelegen zijn, heeft het grote voordeel dat die politieke keuzes ook anders gemaakt kunnen worden. Als je een verkeerde weg bent ingeslagen, is het gelukkig meestal mogelijk om op je schreden terug te keren.

Dat is precies wat Dani Rodrik vandaag bepleit in How to Combat Populist Demagogues. De mainstream (neoliberale) politici hebben hun geloofwaardigheid verloren. Dat betekent dat nieuwe gezichten nodig zijn die niet besmet zijn met het marktfundamentalisme van hun voorgangers. Wat dat inhoudt?
a willingness to attack many of the establishment’s sacred cows – particularly the free rein given to financial institutions, the bias toward austerity policies, the jaundiced view of government’s role in the economy, the unhindered movement of capital around the world, and the fetishization of international trade.
Daar hoef je eigenlijk geen woord aan toe te voegen.

dinsdag 18 april 2017

Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen

De Verenigde Staten hebben met Donald Trump een president aan de macht die om verschillende redenen voor dat ambt ongeschikt is. In ieder geval een van die redenen is dat hij meestal niet weet waarover hij praat. Hij voerde campagne met een eenvoudig wereldbeeld, door Matthew Yglesias (Donald Trump’s big problem is he doesn’t know what he’s talking about) omschreven als
Trump’s basic worldview, as articulated on the campaign trail, was that all the major dilemmas of American public policy had easy solutions. The reason the problems had not been solved already was that America’s political leaders were too stupid, too corrupt, or too “politically correct” to solve them.
This is a reasonably widespread view of things among the mass public, but as Trump has been discovering since taking office, it’s not true.
Nu hij in de positie terecht is gekomen waarin hij niet kan volstaan met praten en tweeten, ontdekt hij dat de wereld anders en ingewikkelder in elkaar zit. Yglesias noemt drie in het oog springende voorbeelden van zulke ontdekkingen:
Als hij wat minder onsympathiek was geweest, zou je de naïviteit, die maakt dat hij meestal het standpunt inneemt van zijn laatste gesprekspartner, nog wel ontwapenend kunnen vinden.

Maar hoe dan ook, het is natuurlijk verbijsterend dat iemand die zo overduidelijk van niets weet door kiezers in het zadel kan worden gehesen.

Toch is dat verschijnsel niet uniek. Want ook in Europa, en dus ook in Nederland, hebben we leiders aan de macht die slecht geïnformeerd zijn over hoe je op een economische crisis moet reageren en over hoe je een muntunie moet organiseren. Vandaar dat ik verzuchtte dat we in Europa een sekte aan de macht hebben: Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af.

En in Groot-Brittannië hebben slecht geïnformeerde kiezers een regering aan de macht gebracht die met Brexit een beleid uitvoert dat niet kan waarmaken wat de Brexiteers beloofden en dat slecht voor het land zal uitpakken.

Als je bedenkt dat slecht geïnformeerde leiders zijn gekozen door slecht geïnformeerde kiezers, dan vraag je je af hoe het komt dat kiezers zo slecht geïnformeerd zijn.

En dan kom je onvermijdelijk terecht bij de rol van de media. Wat zich dan wel erg opdringt, is dat die hun werk slecht doen. De Brits-Amerikaanse journalist Harold Evans heeft het daarover in het interview dat vorige week verscheen: ‘Slechte journalisten hebben Trump groot gemaakt’:
Harold Evans wil op een warme lentemiddag praten over de beroerde staat van zijn vak. Slechte journalistiek, zegt hij, heeft Donald Trump groot gemaakt. Slechte journalistiek heeft de Brexit in gang gezet. „It stinks. De Angelsaksische journalistiek is gecorrumpeerd door geld en machtshonger. De pers dient een politiek doel, of het commerciële belang van de eigenaren. Het publieke belang is ondergeschikt gemaakt. Ik heb het zelf zien veranderen. Ik ben geen journalist geworden om rijk te worden.”
In dezelfde richting beklaagt de Engelse macro-econoom Simon Wren-Lewis zich al langer over de Britse media, de tabloids en de BBC. Hier lees je de laatste aflevering: When journalism becomes propaganda.

En, o ja, lees vooral ook Jesse Frederik over de "de alternatieve werkelijkheid waarin Nederlandse politici en journalisten zijn terechtgekomen" waarin Jeroen Dijsselbloem als de redder (in plaats van als de slager) van Griekenland wordt beschouwd: Als je nog steeds denkt dat Jeroen Dijsselbloem Griekenland heeft geholpen, lees dan dit.

Nu is het klagen over de media van alle tijden, maar misschien is er nu toch meer aan de hand. Want het is onderdeel van de neoliberale golf waarin we zijn terechtgekomen om te denken dat je de media kunt overlaten aan de commercie. De markt is overal goed voor en zal er dus ook wel voor zorgen dat de burgers goed worden geïnformeerd over het publieke domein.

Dat is een ernstige misvatting. Media overlaten aan de markt heeft in feite betekend dat de mediamagnaten het heft in handen hebben genomen. En die hebben hun eigen belangen.

En zijn zo machtig geworden dat ze niet alleen de berichtgeving en de politieke commentaren naar hun hand zetten, maar ook rechtstreeks de politici beïnvloeden.

En nog los daarvan, heeft de commercialisering van de media in de hand gewerkt dat er een omvangrijke amusementsindustrie kon ontstaan. Een bijkomend effect daarvan is dat de indruk wordt gewekt dat het ook helemaal niet nodig is om je goed te informeren. Wat weer de ruimte creëerde voor de populist die gemakkelijke oplossingen aandraagt en die de verpersoonlijking is van dat amusement en van de alternatieve feiten.

Aanwijzingen voor de invloed van amusementstelevisie op populistisch stemgedrag komen naar voren uit onderzoek waarover hier gerapporteerd wordt: People who watch entertainment TV are more likely to vote for populist politicians.
Update. Slechte geïnformeerdheid verhoogt niet alleen de kans op slecht geïnformeerde leiders maar meer in het algemeen ook de kans op sociale zeepbellen. Zie Sociale zeepbellen in economie en politiek.

woensdag 7 december 2016

Ligt er een psychologische stoornis (narcisme) ten grondslag aan populisme?

Het bericht van Chris Dillow vandaag (THE POPULIST PARADOX) is een mooie aanvulling en verdieping van het bericht Is populisme de uitingsvorm van narcisme in het publieke domein? eerder op dit blog.

Populisten zijn zo overtuigd van het eigen gelijk dat ze minachting hebben voor de democratische instituties van parlement, regering en rechters (en voor de wetenschap). Zo wordt in Engeland de Supreme Court aangevallen omdat dat hoogste rechtscollege heeft besloten dat de uittreding uit de Europese Gemeenschap aan het Parlement dient te worden voorgelegd, ondanks dat er een referendum is geweest.

Maar die instituties zijn er niet zomaar. Ze zorgen er voor dat besluitvorming in een pluralistische maatschappij rekening houdt met een diversiteit van meningen en inzichten. Chris haalt in dat verband een mooi citaat van Edmund Burke aan:
We are afraid to put men to live and trade each on his own private stock of reason; because we suspect that this stock in each man is small, and that the individuals would do better to avail themselves of the general bank and capital of nations and of ages (Par 145).
Ieder van ons op zijn eentje overziet meestal maar een stukje van het geheel en is bovendien vatbaar voor cognitieve dwalingen. Instituties zijn niet onfeilbaar, maar behelzen wel meer door de geschiedenis heen gecumuleerde diversiteit.

Waar komt dan die neiging van populisten vandaan om zo sterk op hun eigen gelijk te vertrouwen en democratische instituties en wetenschap te minachten?

Het antwoord ligt ook bij Chris in, jawel, de toename van narcisme. Als over de hele linie de neiging tot narcisme iets (of veel, voor mijn part) is toegenomen, en daar zijn aanwijzingen voor, dan merken we dat dubbelop in het publieke domein van de politiek. Want het is bij uitstek dat domein waar narcisten zich toe voelen aangetrokken.

Het is hun ideale werkterrein. In het domein van de persoonlijke relaties zijn narcisten kwetsbaarder, omdat ze moeilijker kunnen voorkomen dat anderen hen na verloop van tijd beter leren kennen. Maar communicatie via de media maakt het mogelijk om het publiek te manipuleren.

Kortom, populisme als uitingsvorm van narcisme in het publieke domein is niet alleen een politiek probleem, maar ook
an intellectual and, dare I say it psychological, disorder.
Misschien moeten we inderdaad de moed hebben om onder ogen zien dat er aan populisme een psychologische stoornis ten grondslag ligt.

maandag 7 november 2016

Goedbeschouwd kunnen we niet verbaasd zijn over de toename van narcisme en populisme in de politiek

Hoe de opkomst van het populisme, en van het narcisme waar het de uitingsvorm van is, te verklaren? 

Dat vraag je je natuurlijk af aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waarin Donald Trump, misschien de grootste narcist in de politiek na Adolf Hitler, een kans maakt om president te worden van het machtigste land ter wereld. Maar ook vraag je je dat af als je het slagveld van de Europese politiek overziet, de treurigstemmende toestand die door de maar voortdurende rampzalige bezuinigingspolitiek is voortgebracht. En dan hebben we het nog niet over wat zich aan de randen van ons continent afspeelt, in Turkije en Rusland.

Misschien moet je om een verklaring te vinden zowel kijken naar de aanbodkant als naar de vraagkant van de politieke markt.

Aan de aanbodkant zie je de opkomst van de narcisten die leider willen worden of het al zijn. Het zijn die politici die claimen als enige het ware volk te vertegenwoordigen. Die fantaseren over een volk dat hen bewondert en bewierookt. Die in de strijd om de volksgunst te winnen geen anderen naast zich, laat staan boven zich, kunnen verdragen. En die daarom bereid zijn de democratie de nek om te draaien als dat hen beter uitkomt.

Hoe kan het dat zich ineens zoveel narcisten in de politiek aandienen? Het publieke domein, dat van de politiek, de massamedia en de sociale media, lijkt het ideale werkterrein voor de narcist. Maar dat was het eerder ook al en verklaart dus niet de recente opkomst.

Kan het zijn dat het een gevolg is van de toename van narcistische trekken onder de gehele bevolking? Van het narcistische reservoir?

Er zijn aanwijzingen voor zulk een toename op grote schaal. Denk aan The Narcissism Epidemic van Twenge en Campbell. Als die toename er echt is geweest en als narcisten meer dan gemiddeld gemotiveerd zijn om in het publieke domein te opereren, dan kun je verwachten dat de effecten daarvan in dat publieke domein dubbelop waarneembaar zullen zijn.

Wie weet, zit daar iets in. Maar er is ook nog de vraagkant. De kant dus van de kiezers die hun stem uitbrengen.

Als je bedenkt dat narcisten die aan de macht willen komen, niet kieskeurig zijn wat de middelen aangaat om hun doel te bereiken, dan vraag je je af hoe kiezers daar dan over zullen oordelen.

Neem de lange lijsten met leugens waar Trump zich gedurende zijn campagne van heeft bediend. De meest recente opsomming daarvan die ik tegenkwam is hier te vinden: Trump has made almost 500 false claims in last 7 weeks: report. En kijk eens op de website Trump Lies. (En let even op de overeenkomsten met Hitler, die als motto had dat een leugen eerder wordt geloofd hoe groter hij is en hoe vaker hij herhaald wordt.)

Je zou toch denken dat kiezers niet gecharmeerd zijn van een politicus die alles bij elkaar liegt. Maar het bericht ‘Low information voters’ are a crucial part of Trump’s support vandaag in de Washington Post zet je dan aan het denken. Ik citeer daaruit:
Our research finds that Trump has attracted a disproportionate (and unprecedented) number of “low-information voters” to his campaign. Furthermore, these voters are more likely to respond to emotional appeals — whether about the economy, immigration, Muslims, racial relations, sexism, and even hostility to the first African American U.S. president, Barack Obama. They are the ideal constituency for a candidate like Trump.
We define low-information voters as those who do not know certain basic facts about government and lack what psychologists call a “need for cognition.” Those with a high need for cognition have a positive attitude toward tasks that require reasoning and effortful thinking and are, therefore, more likely to invest the time and resources to do so when evaluating complex issues. Those with a low need for cognition, on the other hand, find little reward in the collection and evaluation of new information when it comes to problem solving and the consideration of competing issue positions. They are more likely to rely on cognitive shortcuts, such as “experts” or other opinion leaders, for cues.
Dat wijst op de mogelijkheid van een toename van de groep van slecht geïnformeerde kiezers als een verklaring voor de toegenomen "vraag" naar liegende politici. De speelruimte voor narcistische leugenaars neemt natuurlijk toe als meer kiezers niet meer het verschil kunnen vaststellen tussen wat waar is en wat niet waar is.

Zou die groep van slecht geïnformeerde kiezers inderdaad zijn toegenomen? Ja, dat lijkt waarschijnlijk.

Want kiezers halen hun informatie oftewel uit de massamedia oftewel uit de sociale media. En de massamedia zijn vergaand vercommercialiseerd en daardoor veel meer gericht op amusement dan op informatie. In een democratie is goede informatieverstrekking een publiek goed en we weten dat een publiek goed niet door de markt tot stand komt.

Net zo weten we dat de sociale media onderhevig zijn aan het mechanisme dat iedereen, als hij al op zoek is, zoekt naar bevestiging van de eigen mening. Die confirmation bias verhindert dat mensen zich goed informeren, ondanks dat ze nooit eerder in de geschiedenis zo gemakkelijk toegang hadden tot een zo breed scala aan kennis en inzichten.

Het is juist andersom: doordat het vinden van bevestiging zo gemakkelijk is geworden, zien we polarisatie en extremisme toenemen. Zie dat mooie boek Going To Extremes van Cass Sunstein.

Goed beschouwd kunnen we dus eigenlijk niet verbaasd zijn over die toename van narcisme en populisme in de politiek.

donderdag 27 oktober 2016

Is populisme de uitingsvorm van narcisme in het publieke domein? - Jan-Werner Müller over populisten (en technocraten!)

Narcisme is een persoonlijkheidseigenschap die altijd wel in zekere mate in de populatie aanwezig is. Maar de kans dat die eigenschap tot uiting komt in gedrag, lijkt er van afhankelijk of een en ander zich afspeelt in het domein van de persoonlijke relaties dan wel in het publieke domein.

Verkerend in de sfeer van persoonlijke relaties kan het gedrag van narcisten vaak door anderen in toom worden gehouden. Als ze schade aanrichten, dan is dat als de relaties wisselend zijn. Door hun oppervlakkige charme weten ze gemakkelijk aandacht te trekken en relaties aan te gaan, maar na verloop van tijd krijgen anderen door wat voor vlees ze in de kuip hebben. Zo kunnen narcisten soms een spoor van slachtoffers achter zich laten.

Daartegenover is het publieke domein, dat van de onpersoonlijke relaties die zich vooral via de omweg van de media voltrekken, veel meer bij uitstek het werkterrein van de narcist. De narcist kan daar een nationale bekendheid worden, een celebrity, en zelfs aan de top belanden van statushiërarchieën in bedrijfsleven en politiek. Niet alleen door die eigenschap van oppervlakkige charme, maar vooral ook doordat hij anderen naast zich of boven zich zo slecht kan verdragen dat de motivatie om aan de top te komen grenzeloos is.

Dat de narcist bovenal dat publieke domein nodig heeft, verklaart precies dat het fenomeen van de narcistische leider de mensheidsgeschiedenis is binnengekomen met het ontstaan van de landbouwsamenlevingen en van de statushiërarchieën (keizerrijken, vorstendommen) die daarmee ruim baan kregen. Zie Waarom een staatsgod? Over statushiërarchie en narcisme.

Vandaag de dag hebben we te maken met een publiek domein dat sterk beheerst wordt door informatiestromen via de massamedia en de sociale media. En het lijkt alsof narcisten daardoor extra worden geprikkeld om in dat domein actief te worden. Ze leven er hun grandioze zelfbeeld uit en hun behoefte aan bewondering en bevestiging van dat zelfbeeld. Onderdeel van dat gedrag is de zucht tot belediging en vernedering van iedereen die hen daarbij in de weg staat.

Goed, zie voor meer daarover de berichten op dit blog over narcisme, zoals Foute leiders vergeleken. Over narcisten aan en op weg naar de macht. En over Geert Wilders, PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Donald Trump en andere narcisten in de politiek - en over waarom ze hun exposure moeten controleren.

Je komt natuurlijk gemakkelijk op de gedachte dat die grote rol van narcisten in de politiek zich slecht verdraagt met de democratie. Jan-Werner Müller, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Princeton en auteur van  What is Populism?, laat zich daarover uit in het interview dat Der Spiegel deze week met hem heeft ("Wer gehört zu uns?").
Jan-Werner Müller kwam op dit blog al in 2012 voorbij (zie Wat de populisten werkelijk gemeen hebben. Mooie analyse van Jan Werner Müller.)
Dat interview gaat over populisme, maar het wordt meteen duidelijk dat populisme en narcisme nauw verwant zijn. Müller:
Populisten sind in der Tendenz gefährlich für die Demokratie. Nicht notwendigerweise wegen ihrer Positionen: Über die richtige Flüchtlingspolitik kann man streiten. Populisten aber erheben den Anspruch, als einzige das wahre Volk zu vertreten. Mittwettbewerber um die Macht und alle Bürger, welche die Populisten nicht unterstützen, werden verteufelt. Das macht sie für Demokraten unwählbar.
Over de AfD (Alternative für Deutschland):
Jetzt aber behaupten führende Afd-Politiker, die übrigen Parteien bestünden aus Volksverrätern und Deutschland sei eine Kanzlerin-Diktatur. Diese totale moralische Disqualifizierung der politischen Gegners und der Anspruch das wahre deutsche Volk zu vertreten, machen die Afd populistisch und bedenklich.
En over Donald Trump:
Er sieht sich als Vertreter des echten amerikanischen Volkes. Das einzige, was zählt, (...), sei die Vereinigung des Volkes; um alle, die für ihn nicht dazugehören, braucht man sich nicht zu kümmern. Ausserdem ist es typisch für Populisten, das sie wie Trump nicht zugeben, dass sie verlieren können - stattdessen versuchen sie, das ganze politische System zu diskreditieren, indem sie ihren Anhängern suggerieren, Wahlen würden manipuliert.
En verderop in het interview wijst hij op de interessante overeenkomst tussen de technocratische en de populistische politicus:
Der Technokrat behauptet, es gibt nur eine vernunftige Lösung. Der Populist sagt, es gibt nur einen wahren Volkswillen. Beide sind Antipluralisten, für die ein demokratischer Austausch von Argumenten gar nicht stattfinden muss. Technokratie en Populismus bestärken sich gegenseitig - und zwischen beiden wird der Parlementarismus aufgerieben.
Kortom, lees dat interview! Je moet er wel even de papieren Der Spiegel voor kopen.

zondag 22 april 2012

Wat de populisten werkelijk gemeen hebben. Mooie analyse van Jan-Werner Müller

Jan-Werner Müller geeft een mooie analyse van de huidige populisten in Europa en Amerika. Zie de link onderaan dit bericht. Een lang, door mij vertaald, citaat:
Wat de populisten werkelijk gemeen hebben is de voorstelling van een moreel zuiver volkslichaam, waar vreemden van uit twee kanten schade aan toebrengen: aan de ene kant de corrupte of tenminste wereldvreemde ("abgehobenen") elites, aan de andere kant de letterlijk vreemden, dus de etnische of religieuze minderheden en in het bijzonder de migranten. Beide zouden weigeren loyaal te zijn aan de natie: De elites zijn deel van een kosmopolitische jetset, en de minderheden dragen altijd iets anders als het volk, bijvoorbeeld de islam, in hun hart. In Hongarije worden ze met de uitdrukking "fremdherzig" gestigmatiseerd. (...)
Populisten gaan altijd tot de dubbelslag over, tegen de links-liberale elites en illegale immigranten (een merkteken van Berlusconi's retoriek), tegen post-communistische elites en Roma, zoals de Jobbik in Hongarije, de Ataka in Bulgarije en de Groot-Roemenen in Boekarest. In de V.S. vormt de vermeende onheilige alliantie van de elite-Democraten van beide kusten en de zwarte onderklasse het vijandbeeld. In de Harvard-alumnus Barack Obama heeft zich deze alliantie zelfs gepersonifieerd - terwijl niemand kan bestrijden dat hij in 2008 de meeste stemmen kreeg, worden er onophoudelijk verdachtmakingen tegen hem in gebracht. Het heet dat hij toch Moslim is en de beweging van de "Birthers" is er van overtuigd dat Obama niet in de V.S. is geboren en daarom volgens Artikel 2 van de Amerikaanse grondwet ook geen president mag zijn.
Populisten worden niet alleen door politieke paranoia vervolgd - maar zonder het scenario van de bedreiging en het gevoel slachtoffer te worden van diegenen die er eigenlijk niet bij horen, bestaat er geen populisme. Voor zijn aanhangers is populisme bovenal een vraag van de identiteit. Ook zonder eurocrisis zou Marine Le Pen beweren dat de tegenstelling van natie en Europa de belangrijkste politieke strijd is van het ogenblik. En als Le Pen of Wilders waarden als vrijheid en emancipatie hoog houden, dan worden deze niet als liberaal-universalistisch begrepen, maar als deel van een nationaal zelfbeeld, waarin de vreemden - bovenal de moslims - niet mee kunnen delen. (...)
Het is juist dat populisten eenvoudige oplossingen voor ingewikkelde problemen aan te bieden hebben - maar hun succesvolste vereenvoudiging bestaat in de gedachte dat helder te bepalen is wat "het volk" is en hoe het vertegenwoordigd moet worden. Eigenlijk valt er bij de populisten niets te beraadslagen of te onderhandelen - tegen de authentieke volkswil valt niets in te brengen. Daarom is populisme niet slechts anti-liberaal, maar apolitiek. Burgers, zo benadrukte Hannah Ahrendt, zijn politiek gelijken, maar in hun ideeën verschillend; daarom moeten ze over het algemeen belang vreedzaam redetwisten, voor ze gemeenschappelijk kunnen handelen - als er echter over dat alles eigenlijk niet meer gepraat hoeft te worden, dan is het met de politiek afgelopen.
Dat populistische beroep op "het zuivere volkslichaam", de "authentieke volkswil" en bij ons op "Henk en Ingrid", dat verklaart die opvallende, gemeenschappelijke trek van al die populisten: hun verbale agressie, hun zucht tot beledigen. Tegenstanders zijn geen gelijkwaardige discussiepartners en dat moet voortdurend door beledigingen benadrukt worden.

De volgende stap is de fysieke intimidatie en het geweld. Het blijft van het grootste belang om die stap te voorkomen.
Populismus: Wir! Sind! Das! Volk! | Politik | ZEIT ONLINE:

'via Blog this'