Posts tonen met het label leiderschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leiderschap. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2022

Het onderscheid tussen goed en fout leiderschap is helder en herkenbaar. Maar op tijd inzien dat iemand een foute leider is, is nog iets anders

In menselijke samenlevingen kunnen goede en foute leiders aan de macht komen. Het verschil tussen die twee wordt sociaalwetenschappelijk wel aangeduid als het verschil tussen leiderschap op basis van dominantie en leiderschap op basis van prestige. Zie bijvoorbeeld Dominance, prestige, and the role of leveling in human social hierarchy and equality van Joey T. Cheng. 

In het geval van dominantie gaat het om een "leider" die aan de macht is op basis van overheersing en onderdrukking. Hij is altijd uit op eigen gewin, maar wordt toch vooral gemotiveerd door het streven naar de machtsuitoefening zelf. In termen van de Dual Mode-theorie: hij is geheel in de ban van het statuscompetitiepatroon. Zijn wereldbeeld is dat van fundamentele onveiligheid en alomtegenwoordige vijandigheid. De enige "oplossing" die hij ziet, is dat hij ten koste van alles aan de macht moet blijven en dat kan alleen door onderdrukking en zo nodig "uitschakelen" en "vernietigen" van mogelijke tegenstrevers. En in dat wereldbeeld is altijd iedereen een mogelijke tegenstrever. Zo iemand is eigenlijk niet een "leider" (vandaar die aanhalingstekens), maar een tiran. Of een foute leider.

Een goede leider is niet uit op overheersing, maar op het dienen van de belangen van degenen waarover hij leiding geeft. Die hem tot leider hebben gekozen, zoals in een democratie. Op basis van eigenschappen die mensen in hem of haar waarderen. Vandaar "prestige". Dat hij niet overheerst, komt erin tot uiting dat hij zich onderwerpt aan eerlijke en vrije verkiezingen en de uitslag daarvan accepteert ook als die voor hem een nederlaag is. In het geval van leiderschap op basis van prestige verkeren kiezers en gekozene in de toestand van het gemeenschapspatroon, in het patroon van wij-met-zijn-allen en iedereen-telt-mee.

Dat onderscheid tussen goed en fout valt helder en herkenbaar te omschrijven. Zie bijvoorbeeld ook Ethical Leaders vs Tyrannical Leaders. Maar in concrete gevallen is niet altijd meteen gemakkelijk vast te stellen of een leider of iemand die leiderschap ambieert, goed of fout is of zal blijken te zijn.

Neem nu Vladimir Poetin, de president van Rusland. Daarvan hebben we nu wel door dat hij een foute leider is. Maar dat was niet altijd zo. In 2007 werd hij door Time nog verkozen tot Person of the Year. In het interview naar aanleiding daarvan verklaarde hij toen nog dat hij "natuurlijk niet" de ambitie had om Oekraïne in te lijven:

TIME: Do you think Ukraine will ever again become part of Russia?

PUTIN: Of course not. We don't want it. We do not want to include anyone into Russia again because for us it would only bring an additional economic burden. We want to realize our national competitive advantage in the world economy. We can only speak of economic integration. It's quite useless to try to force upon anyone new state structures without the will of the relevant people. In the modern world, it's not even necessary. Look at Europe, where national borders are no longer as important as they used to be.

Of dat gemeend was of niet, dat zullen we wel nooit weten. Volgens Tatiana Stanovaya werd vanaf 2012 duidelijk dat we hier met een ideologisch gemotiveerde, foute leider te maken hebben:

Up until 2012, the Putin regime had little need for grandiose political ideology. Its main goal was for Russia to become as developed as the West, but in its own way. Those goals began changing in 2012, when Putin returned to the presidency. The rokirovka (as his role swap with Medvedev is known) sparked a backlash from the elite and parts of the public. To consolidate power anew, Putin repositioned himself as a dyed-in-the-wool conservative stressing the importance of “spiritual bonds” and traditional values that were lacking in the decadent West. In 2014, as Russia’s leaders contended with growing international isolation in the wake of the war in Ukraine, they began selling this new ideological model across the world. Since the beginning of Putin’s fourth term in 2018, the concept of “Putinism” has emerged, which many observers regard as synonymous with this ideology.

Dat we een foute leider niet altijd meteen als zodanig herkennen, blijkt er ook uit dat Adolf Hitler nog in 1938 door datzelfde Time tot, toen nog, Man of the Year werd uitgeroepen. En in 2016 Donald Trump.

dinsdag 13 augustus 2019

De behoefte aan een sterke man en het wereldbeeld van vijandigheid tussen groepen

Mensen hebben ten behoeve van hun functioneren in het sociale en maatschappelijke leven twee fundamentele gedragspatronen tot hun beschikking: het gemeenschapspatroon en het statuscompetitiepatroon.

Die twee patronen hebben allebei hun eigen sociaal wereldbeeld. Als het gemeenschapspatroon op de voorgrond staat, zie je anderen als goedwillend en dus de wereld als veilig. Staat daarentegen het statuscompetitiepatroon vooraan, dan zijn anderen tegenstrevers en vijanden en is de wereld er een van strijd en onveiligheid.

Tegen die achtergrond is het boeiend om kennis te nemen van de studie Dominant Leaders and the Political Psychology of Followership. Want daarin geven de auteurs een overzicht van het recente onderzoek naar waar de behoefte aan dominante leiders (de "sterke man"), die tegenwoordig zo opvallend aanwezig is, vandaan komt.

Volgens ouder onderzoek, denk aan Adorno's autoritaire persoonlijkheid (The Authoritarian Personality uit 1950), zou de behoefte aan een sterke man samenhangen met een bepaalde, stabiele persoonlijkheid.

In tegenstelling daarmee ontwikkelen de auteurs op basis van recenter onderzoek hun adaptive followership theory of preferences for dominant leaders, waarin die behoefte veel meer flexibel en instrumenteel van aard is en waarin bepaalde omstandigheden veel mensen er toe kunnen bewegen om volgeling van een sterke man te worden.

Wat is er voor nodig om als "sterke man" gezien te worden? In de tegenwoordige maatschappij, waarin we leiders of potentiële leiders niet persoonlijk kennen, gaan we af op uiterlijke kenmerken en op politieke standpunten. Onderzoek laat zien dat mensen een leider meer als dominant beoordelen als hij (meestal een hij) masculiene gelaatstrekken heeft, een lagere stem heeft, assertief is en op eigen belang gericht en in politiek opzicht meer rechts-extreme standpunten verkondigt. Anderen vrees aanjagen en intimideren en pleiten voor strenge straffen voor criminelen, dat zijn signalen dat je te maken hebt met een dominante leider, een sterke man.

En de behoefte aan zo'n sterke man blijkt sterk toe te nemen als er sprake is van conflict, van strijd met andere, vijandige, groepen. Dat kan om een echt conflict gaan, maar het kan ook zijn dat een sterke man die aan de macht wil komen, tegenstellingen opblaast en conflicten en vijanden creëert. Hij kan er dan in slagen om mensen tot zijn volgelingen te maken die denken dat hij als enige de gevaren kan afwenden.

De kans op slagen is groter als bij die volgelingen meer het wereldbeeld kan worden opgewekt van alomtegenwoordigheid van gevaar en strijd. Van strijd tussen groepen die elkaar naar het leven staan.. Het wereldbeeld van de statuscompetitie. Zoals we dat al zagen in de Sociale Dominantie Oriëntatie. Zie nog eens het bericht De twee wereldbeelden van het rechts-extremisme: de wereld is gevaarlijk en/of de wereld is een amorele jungle.

Want het blijkt dat die Sociale Dominantie Oriëntatie, het de wereld waarnemen als een strijdtoneel tussen groepen, een betere voorspeller is van de behoefte aan een sterke man dan het voldoen aan de kenmerken van Adorno's autoritaire persoonlijkheid.

En de mate waarin mensen dat wereldbeeld van strijd en conflict aanhangen, kan sterk wisselen. Het kan worden aangewakkerd door terroristische aanslagen, maar ook door economische instabiliteit. Vandaar dat verband tussen economische ongelijkheid en bestaansonzekerheid met groepsvijandigheid en rechts-extremisme.

En vandaar het grote belang van een verzorgingsstaat, die tegemoetkomt aan de behoefte aan bestaanszekerheid. Die daardoor de kans verkleint op zo'n wereldbeeld van strijd en conflict en daarmee de behoefte aan een sterke man.

Waardevolle inzichten om wat er zich in deze tijd in de wereld afspeelt beter te begrijpen.

vrijdag 18 augustus 2017

Sociaalwetenschappelijk zicht op intimiderend en narcistisch leiderschap - en dus op Donald Trump

Update. Lees nu ook The Appeal of the Primate Leader: Human Evolution and Donald Trump van Max Beilby op Darwinian Bussiness. En Can evolutionary psychology and personality theory explain Trump’s popular appeal? van Christian Jarrett op Research Digest.
Doordat we nu wel, en in de jaren 30 van de vorige eeuw nog niet, te rade kunnen gaan bij de sociale wetenschappen, zijn we nu beter in staat om het zo sterk opkomende rechts-extremisme en de oorzaken daarvan te begrijpen. Zie ook het vorige bericht: Sociaalwetenschappelijk onderzoek dat helpt om het verschijnsel-Trump beter te begrijpen.

Een boeiende bijdrage in dat verband is Dan P. McAdams' analyse van het leiderschap van Trump: The Appeal of the Primal Leader: Human Evolutionand Donald J. Trump. Daarover zo meteen meer.

Diezelfde McAdams schreef vorig jaar in de juni-aflevering van The Atlantic deze vooruitziende analyse: The Mind of Donald Trump. Uitgaande van Trumps persoonlijkheidseigenschappen komt hij tot deze "voorspelling" van wat zijn presidentschap zou gaan betekenen:
In sum, Donald Trump’s basic personality traits suggest a presidency that could be highly combustible. One possible yield is an energetic, activist president who has a less than cordial relationship with the truth. He could be a daring and ruthlessly aggressive decision maker who desperately desires to create the strongest, tallest, shiniest, and most awesome result—and who never thinks twice about the collateral damage he will leave behind. Tough. Bellicose. Threatening. Explosive.
Er zijn wel eens voorspellingen geweest die slechter uitkwamen.

En hij besluit zijn analyse met:
Who, really, is Donald Trump? What’s behind the actor’s mask? I can discern little more than narcissistic motivations and a complementary personal narrative about winning at any cost. It is as if Trump has invested so much of himself in developing and refining his socially dominant role that he has nothing left over to create a meaningful story for his life, or for the nation. It is always Donald Trump playing Donald Trump, fighting to win, but never knowing why.
Maar nu terug naar dat recente artikel over Trumps leiderschap. Daarin gaat het over de twee soorten leiderschap die we in het menselijk sociale en maatschappelijk leven kennen: dat van het prestige en dat van het intimideren en domineren.

Het leiderschap op basis van prestige behoort bij wat ik de sociale vorm van de morele gemeenschap noemde (Over de coöperatieve zorg voor kinderen in de evolutie van zoogdieren en van mensen). Die menselijke gemeenschap is gebaseerd op egalitaire verhoudingen, op samenwerking en op overdracht van kennis en informatie (cultuur dus). Dat laatste opent de weg voor een vorm van leiderschap, want de een weet meer dan de ander en is dus een belangrijker bron van expertise en wijsheid.

Zo iemand krijgt prestige toegekend door anderen. Hijzelf kan dat niet opeisen, laat staan afdwingen. Maar belangrijker: daartoe is hij (of zij) ook helemaal niet gemotiveerd. Want alles staat in het teken van het gemeenschappelijke belang en het bewaren van de harmonie.

Daartegenover staat het leiderschap op basis van dominantie. We zitten dan in de sociale vorm van de statushiërarchie. Zie ook Statushiërarchie en gemeenschap: de innerlijk tegenstrijdige ("flexibele") sociale menselijke natuur. En de evolutionaire achtergrond daarvan.

Voor het karakteriseren van het dominantieleiderschap grijpt McAdams terug op het eerste boek van Frans de Waal (Chimpanzee Politics), waarin De Waal de statushiërarchie en de strijd om status in de groep chimpansees in Burgers Dierenpark beschrijft. Het is de evolutionair oudste vorm van leiderschap, die echter bij mensen nog gemakkelijk de kop kan opsteken.

En dat laatste is het geval als het om de persoon Trump gaat en om wat hij nastreeft. Kortheidshalve citeer ik maar even McAdams:
Like the alpha male of a chimpanzee colony, Trump leads (and inspires) through intimidation, bluster, and threat, and through the establishment of short-term, opportunistic relationships with other high-status agents. Whereas domain-specific expertise confers status in the prestige paradigm, dominant leaders derogate expertise in order to establish a direct, authoritarian connection to their constituency. Trump’s leadership style derives readily from his personality makeup, which entails a combustible temperament mixture of high extraversion and low agreeableness, a motivational agenda centered on extreme narcissism, and an internalized life story that tracks the exploits of an intrepid warrior who must forever fight to win in a Hobbesian world of carnage.
En daar is eigenlijk het meeste wel mee gezegd. Het zou goed zijn als journalisten in hun berichtgeving over de strapatsen van Trump wat meer blijk gaven van inzicht in het soort leiderschap waar we hier mee te maken hebben.

Dat geldt trouwens algemener. Trump is een extreem geval van leiderschapsgedrag dat we natuurlijk veel meer om ons heen zien.

donderdag 11 februari 2016

Machtige leiders falen als ze moeten samenwerken - En over waarom dat zo is

We kennen de gevaren van macht en leiderschap. Onderzoek laat zien dat mensen die op een machtspositie terecht komen, de kans lopen om hoogmoedig te worden, om op anderen neer te kijken, om krediet voor prestaties van anderen te claimen, om egoïstischer te worden, om zich onbeschofter te gaan gedragen en anderen niet te laten uitpraten en om zich minder van de opvattingen van anderen aan te trekken.

Die opsomming van negatieve gevolgen van leiderschap vind je in de studie Failure at the top: How power undermines collaborative performance. Dat is allemaal al erg genoeg, denk je dan. Maar dit onderzoek gaat over de vraag of leiders wel in staat zijn om onderling samen te werken.

Dat is een belangrijke vraag, omdat in onze maatschappij een goede samenwerking tussen leiders in politiek, organisaties en bedrijfsleven nogal belangrijk lijkt. Om zaken van algemeen belang goed te regelen is veel overleg en samenwerking nodig tussen degenen die in de verschillende maatschappelijke sectoren machtsposities bekleden. Om nog maar niet te spreken over de noodzaak van overleg en samenwerking tussen leiders van nationale staten, zoals in de eurozone (!) en in de internationale politiek.

Welnu, de uitkomst van dit onderzoek stemt niet vrolijk. De onderzoekers vergeleken de kwaliteit van de samenwerking tussen groepen van leiders en groepen van niet-leiders. Dat deden ze zowel in het laboratorium, waar ze macht en leiderschap manipuleerden, als in een real-life setting, waarin echte leiders samenwerkten en werden vergeleken met echte niet-leiders.

De uitkomsten zijn eenduidig. Als machtigen onderling moeten samenwerken, is de uitkomst slechter, zowel wat creativiteit betreft als de kans op het bereiken van overeenstemming.

En dat ligt er aan dat leiders meer onderling bezig zijn met statuscompetitie (Wie is hier nu de machtigste?) en ruziemaken en minder informatie delen en minder taakgericht bezig zijn.

Kortom, als je machtige leiders bij elkaar zet, dan is de kans klein dat ze er iets van bakken. En ach, is dat niet wat we maar al te vaak zien gebeuren?

Voor een deel zal dit er ook aan liggen dat narcisten een grotere kans hebben om op leiderschapsposities terecht te komen. En we weten dat narcisten niet uitblinken in het vermogen tot samenwerking. Zie Hoe komt het dat we zoveel last hebben van narcistische leiders? en Zijn narcisten goed in verwerven van leiderschap en slecht in uitoefenen daarvan?

Maar omdat de leiderschapsposities in het laboratorium willekeurig werden toegewezen, is dat dus niet de volledige verklaring. Nee, het lijkt vooral te liggen aan dat sociale proces van statuscompetitie, waaraan leiders zich overgeven als ze onder elkaar zijn. Dat blijkt er ook uit dat leiders als ze in hun eentje een taak moeten uitvoeren, juist opvallend creatief zijn.

Nee, we mogen blij zijn als onze machtige leiders het er in onderling overleg en onderhandeling het er zo nu en dan goed van af brengen.

dinsdag 2 februari 2016

Donald Trump en andere narcisten in de politiek - en over waarom ze hun exposure moeten controleren

Donald Trump, vastgoedmagnaat, mediapersoonlijkheid en sinds juni vorig jaar Republikeins presidentskandidaat , heeft, tegen de opiniepeilingen in, niet de voorverkiezingen in Iowa gewonnen. Nu kun je bij alle Republikeinse kandidaten grote bedenkingen hebben, maar Trump maakte het wel het bontst. Zijn gedrag op televisie en in de debatten maakte overduidelijk dat we weer eens met een narcist te maken hebben die de arena van de politiek ontdekt heeft, waarin hij als grote overwinnaar uit de bus zal komen.

Psychologen die zich over dat gedrag gebogen hebben, komen tot de conclusie dat Trump het schoolvoorbeeld is van de narcist. Videoclips blijken als onderwijsmateriaal te worden gebruikt in workshops. Zie A Neuroscientist Explains: Trump Has a Mental Disorder That Makes Him a Dangerous World Leader.

Narcisme kun je omschrijven als
de neiging tot een grandioos en overdreven positief zelfbeeld, gepaard met een negatieve kijk op anderen. Narcisten zijn extreem ijdel, zoeken aandacht en bewondering, voelen zich superieur, claimen gezag en privileges en ze zijn exhibitionistisch, opschepperig en manipulatief.
Zie verder De donkere drie: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme. Die eigenschappen brengen de narcist er toe om een leiderschapspositie na te streven, want hij (meestal een hij) zou het niet kunnen verdragen om naar anderen te moeten luisteren of anderen naast zich te dulden. Vandaar bijvoorbeeld dat die andere narcistische politicus, onze Geert Wilders, alleen in een politiek partij kan functioneren waarin hij alleenheerser is. Zie Foute leiders vergeleken. Over narcisten aan en op weg naar de macht. En over Geert Wilders.

Hoewel narcisten er dus naar streven om een leiderschapspositie in te nemen, weten we dat ze slechte leiders zijn. Ze kunnen slecht tegen kritiek, kunnen niet luisteren, hebben een gebrek aan empathie, zijn weinig bereid en in staat tot samenwerking en hebben een gewetenloze zucht tot overwinnen.

Hoe komt het dat narcisten er dan toch vaak in slagen om op leiderschapsposities terecht te komen? Dat zou er aan kunnen liggen dat ze vaak een oppervlakkige charme hebben die veel mensen aantrekt. Waar mensen pas door heen kijken als ze de persoon beter kennen en langer hebben meegemaakt.

Narcisten blijken dan ook de grootste kans op succes te hebben als ze in staat zijn om de mate waarin wij hen leren kennen, hun exposure, te manipuleren. Vandaar dat narcisten die aan de macht komen ook altijd dictatoriale neigingen hebben, die o.a. ook inhouden dat ze de media willen beïnvloeden. Denk aan Erdogan in Turkije en aan Poetin in Rusland. En natuurlijk aan Hitler.

We weten natuurlijk nog niet hoe het verder gaat met Trump en die Amerikaanse voorverkiezingen. Maar het lijkt er nu op dat Trump te weinig doorheeft dat hij zijn kansen verspeelt als de Amerikaanse kiezers hem te vaak zien. Hij geniet zo van de aandacht die hij krijgt, dat hij niet in staat is om zijn exposure te controleren. Daardoor is hij al vele keren door de mand gevallen en hebben kiezers doorgekregen met wat voor iemand ze te maken hebben.

maandag 31 augustus 2015

Het biologische proces van statuscompetitie en leiderschap - over testosteron en cortisol

Dat wij in een competitiemaatschappij leven, met veel meer statuscompetitie dan in onze Paleo Sociale Omgeving, blijkt ook uit onderzoek naar de biologische aspecten van statusverwerving en dus van maatschappelijke ongelijkheid. Te denken valt aan de rol van testosteron en cortisol.

Hoewel de concentraties van deze twee hormonen door veranderingen in de omgeving kunnen fluctueren, zijn er ook stabiele verschillen tussen mensen. We weten dat mensen met een hogere concentratie testosteron meer uit zijn op het uitoefenen van macht, agressiever en competitiever reageren op een bedreiging van hun positie, minder gauw angstig zijn en meer risico's nemen. Helpen deze eigenschappen bij het bereiken van een hogere status in een maatschappij als die waarin wij leven?

Ja, nieuw onderzoek, The Interaction of Testosterone and Cortisol Is Associated with Attained Status in Male Executives, geeft daarvoor aanwijzingen. De onderzoekers laten zien dat Amerikaanse bestuurders met een hoger testosterongehalte een hogere statuspositie hadden, gemeten aan het aantal ondergeschikten.

Maar, dat bleek alleen het geval als hun cortisolniveau laag was. Cortisol is het "stress-response" hormoon. Het compenseert het verlies van energie in een stressvolle situatie, waarop we met vluchten of vechten reageren.

Een vermoeden van de onderzoekers is dat cortisol rechtstreeks het gedragseffect van testosteron tegengaat, zodanig dat bij een hoog cortisolniveau de stressbeheersing domineert over het streven naar status. Je zou dan teveel met jezelf bezig zijn om ook nog te proberen om anderen de loef af te steken in de statuscompetitie.

Maar het zou ook kunnen zijn dat een hoog cortisolniveau staat voor sowieso een verhoogde stressreactiviteit, waardoor de voor de statusstrijd benodigde koelbloedigheid ontbreekt.

Hoe dan ook, hoewel dit maar een klein onderzoekje is, het ging om een groep van 78 bestuurders, laat het wel zien dat de combinatie van hoog-testosteron en laag-cortisol een gedragspatroon met zich meebrengt dat sterk overeenkomt met het stereotype van de leider: uit op macht, niet bang, koelbloedig, zakelijk en agressief. Dat dat stereotype bestaat, betekent dat testosteron een belangrijke rol speelt in de leiderschapsselectie in onze maatschappij.

Misschien zouden we beter af zijn als cortisol in die selectie een grotere rol zou spelen. Want, zo redeneren de onderzoekers, als een hoog cortisolniveau het testosteron-gedrag het zwijgen oplegt, dan kunnen andere leiderschapskwaliteiten een kans krijgen, zoals competentie en teamvaardigheden. En daar zal toch vaak meer behoefte aan zijn.

Maar helaas, in een competitiemaatschappij lukt het ons niet zo goed om het testosteron-gedrag in toom te houden.

vrijdag 12 december 2014

Hoe komt het dat we zoveel last hebben van narcistische leiders?

Als je het nieuws een beetje volgt, dan kun je zomaar op het idee komen dat we in de wereld van bedrijfsleven, overheid en politiek veel last hebben van narcistische leiders. Anders gezegd: het lijkt wel alsof narcisten een grotere kans hebben om leider te worden, maar slecht functioneren als ze eenmaal die positie hebben verworven.

Eerder onderzoek wees al uit dat narcisten in groepsdiscussies gemakkelijk als leider naar voren komen. Naar het oordeel van de andere groepsleden en van onafhankelijke waarnemers. Zie het bericht Zijn narcisten goed in verwerven van leiderschap en slecht in uitoefenen daarvan?

Nu is er nieuw onderzoek dat hier meer inzicht in verschaft. Zie The Leader Ship is Sinking: A Temporal Investigation of Narcissistic Leadership (betaalpoort). Het blijkt namelijk dat narcisten in groepen van mensen die elkaar nog niet goed kennen, en waar geen leiders zijn aangewezen, door de andere groepsleden meer als leiders worden gezien en meer leiderschapskwaliteiten krijgen toegedicht. Dat laatste slaat op het zogenaamde transformationele leiderschap, dat er o.a. uit bestaat dat je een visie hebt op wat er moet gebeuren en dat je mensen weet te inspireren en te motiveren.

Maar na verloop van tijd verandert dat beeld volledig. Mensen leren elkaar beter kennen en de andere groepsleden krijgen door wat voor vlees ze in de kuip hebben. Visie, inspiratie en motivatie blijven belangrijk voor de oordelen over wie leiderschapskwaliteiten heeft. Alleen: narcisten worden steeds minder gezien als dragers van die kwaliteiten.

Het blijkt dus dat narcisten goed in staat zijn om zulke kwaliteiten voor te wenden in situaties waarin mensen nog weinig ervaring met hen hebben. Ze zijn daartoe ook gemotiveerd, omdat een leiderschapspositie hen de kans geeft om macht over anderen uit te oefenen en daar zijn ze op uit. Die ervaring leidt er dan vervolgens toe dat ze door de mand vallen. Naar hun daden te oordelen, blijken ze namelijk aan egoïsme, arrogantie, zelfoverschatting en een gebrek aan empathie te lijden.

De onderzoekers herhaalden hun onderzoek met mensen die elkaar al wel kenden. En toen bleek dat narcisten al vanaf het begin door de andere groepsleden niet als leiders werden gezien. De eerder opgedane ervaringen waren al voldoende om door te hebben dat ze slechte leiders zouden zijn.

Kortom, de kans dat narcisten leider worden en leider blijven is het grootst bij een vlottende samenstelling van de groep of de organisatie. Of wanneer ze zelf op tijd van organisatie wisselen. Lijken die voorwaarden niet een beetje op de omstandigheden die we in ons bedrijfsleven, ons openbaar bestuur en onze politiek kunnen waarnemen? Dat zou dan verklaren waarom je zomaar op dat idee komt waarmee ik dit bericht begon.

maandag 22 oktober 2012

Zijn narcisten goed in verwerven van leiderschap en slecht in uitoefenen daarvan?

Naar aanleiding van deze serie berichten over de nationale statushiërarchie van het Hitler-bewind:

Tot de laatste man. Duitsland 1944-1945
Anatomie van zelfvernietiging
Het Hitler-bewind sociaalwetenschappelijk bekeken
Het Hitler-bewind sociaalwetenschappelijk bekeken: de persoon
Hoe ontstond de nationale statushiërarchie van het Hitler-bewind?
Lessen uit de nationale statushiërarchie van het Hitler-bewind
Van narcistische mislukkeling tot leider van nationale statushiërarchie
Hoe kunnen gewone mensen tot zoiets komen? Het geval-Speer,

vroegen psychologiestudenten van de Universiteit van Amsterdam of ik voor hen een lezing zou willen geven over "het functioneren van psychopaten in de samenleving".

Na wat overleg is daar de titel "Hoe komen foute leiders aan de macht?" uitgekomen. Waarbij "fout" staat voor psychopathisch en/of narcistisch en/of Machiavellistisch. De lezing is op 8 november en ik ben vast wat research aan het doen.

Ik herinnerde me de stelling dat narcisten wel heel goed zijn in het verkrijgen van leiderschapsposities, maar tegelijk slecht in het uitoefenen daarvan. En ik vroeg me af of onderzoek aanwijzingen daar voor verschaft. En ja, dat eerste is inderdaad het geval. In het artikel Leader Emergence: The Case of the Narcisssistic Leader (fulltext achter de poort) laten de onderzoekers zien dat proefpersonen die hoog hadden gescoord op een narcisme-vragenlijst (de NPI), in groepsdiscussies meer als leider naar voren kwamen. Dat laatste naar het oordeel van de andere groepsleden en van deskundige waarnemers. (Beide zonder op de hoogte te zijn van die narcisme-scores.) Daarbij werd gecontroleerd voor persoonlijkheid (de Big Five) en voor sociabiliteit.

Het was vooral de machtscomponent van narcisme die voorspellend was voor het naar voren komen als leider. Die component bestaat uit (het eens zijn met) uitspraken als "Ik heb een natuurlijk talent om mensen te beïnvloeden" en "Ik heb een sterke wil om macht uit te oefenen". Terwijl de exhibitionisme-component juist niet voorspellend was, met (het eens zijn met) uitspraken als "ik houd er echt van om in het middelpunt van de belangstelling te staan" en "Als ik de kans krijg probeer ik indruk op anderen te maken". Het is dus niet de behoefte aan aandacht, maar de wil tot macht, die narcisten naar het leiderschap brengt.

Hoewel de narcisten dus meer als leiders optraden, presteerden ze niet beter dan anderen. De onderzoekers noemen andere studies die laten zien dat narcistische leiders slecht presteren als het gaat om interpersoonlijke verhoudingen. In het overzichtsartikel Narcissistic Leaders. The Incredible Pros, the Inevitable Cons noemt Maccoby als slechte eigenschappen van narcistische leiders:
  • slecht tegen kritiek kunnen
  • slecht kunnen luisteren
  • gebrek aan empathisch vermogen
  • weinig hulpvaardig en weinig bereid om hulp te accepteren
  • een gewetenloze zucht tot overwinnen
Daar staan twee "sterke" eigenschappen tegenover: "visie" hebben en het vermogen hebben om volgelingen aan te trekken. Maar deze beide eigenschappen zijn heel gevaarlijk in combinatie met die vijf slechte.