Posts tonen met het label Philip Zimbardo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Philip Zimbardo. Alle posts tonen

donderdag 27 juni 2019

Heeft de sociologische theorie een blinde vlek voor kwaadaardigheid? - Hoe kan de sociologie een maatschappelijk belangrijker vak worden? - deel 12

Update. Zie nu ook deel 13 van deze reeks berichten: De belichaming van de innerlijk tegenstrijdige menselijke sociale natuur.
Er zijn goede redenen om te vermoeden dat de menselijke sociale natuur ambivalent is tussen enerzijds het gemeenschapspatroon en anderzijds het statuscompetitiepatroon. Zie Statushiërarchie en gemeenschap: de innerlijk tegenstrijdige ("flexibele") sociale menselijke natuur. En de evolutionaire achtergrond daarvan. Zoals in eerdere berichten van deze reeks uiteengezet (zie hier het vorige bericht), zou die ambivalentie wel eens een belangrijk ingrediënt kunnen zijn voor een maatschappelijk belangrijker vak sociologie.

Ik wees er al op dat je die ambivalente sociale natuur niet zult aantreffen in de inleidingen tot het vak sociologie, noch in de sociologie tijdschriften. En dat zulks er mee te maken heeft dat de sociologie zich altijd verre heeft gehouden van de evolutietheorie en dus van de gedachte dat er een menselijke sociale natuur bestaat waar je je in je vak iets van zou moeten aantrekken. Het vak heeft nog altijd te lijden van het Social Science Standard Model. zoals dat in 1994 zo fraai werd gekenschetst door Steven Pinker in zijn The Language Instinct. 

Dat ontbreken van een, empirisch gefundeerde, karakterisering van de menselijke sociale natuur maakt dat het vak sociologie er moeite mee heeft om expliciet uit te gaan van veronderstellingen over wat mensen willen en kunnen. Met als gevolg dat het vak tekort schiet in het formuleren van een te prefereren toestand (het gemeenschapsevenwicht). Boven die andere toestand, die van het statuscompetitie-evenwicht.

Ik bedacht me dat een en ander ook inhoudt dat de sociologische theorie daardoor een blinde vlek heeft voor de kwaadaardige kant van de menselijke natuur, zoals die tot uiting komt in het statuscompetitiegedrag. Zie nog eens De sociale verschijningsvormen van de statuscompetitie en de statushiërarchie om van die kwaadaardigheid een indruk te krijgen.

Want neem nu de differential association theory, die Edwin H. Sutherland voor en na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde (zie hier een fraai overzichtsartikel) en die in de sociologie nog steeds een belangrijke rol speelt.

Daarin gaat het over de verklaring van criminaliteit, dus over een categorie gedrag die niet door de sociologie zelf, maar door de wetgeving van een land wordt onderscheiden. Er is niet een sociologische theorie waarin een rol is weggelegd voor kwaadaardigheid.

Ik denk ook even aan dat lijvige boek Foundations of Social Theory van James S. Coleman. Als je dat van begin tot eind bestudeert, wat ik ooit gedaan heb, dan kom je nergens een analyse tegen van de kwaadaardige kanten van het menselijk gedrag.

Let wel, er zijn wel degelijk sociologen, of sociaal-psychologen, die zich met kwaadaardig gedrag hebben beziggehouden. Je denkt al gauw aan Philip Zimbardo van het Stanford Prison Experiment. (Lees Rutger Bregman daarover.) Maar ook aan Roy F. Baumeister (Evil: Inside Human Violence and Cruelty) en Ervin Staub (The Roots of Evil: The Origins of Genocide and Other Group Violence).

Maar het gaat erom dat de sociologische theorie zich niet uitlaat over een menselijke sociale natuur waar ook kwaadaardigheid deel van uitmaakt. Voor kwaadaardigheid heeft het vak een blinde vlek.

En dat gaat ten koste van de maatschappelijke belangrijkheid van het vak.

donderdag 21 februari 2013

Over de verklaring van gruwelijk gedrag - Stanley Milgram en Philip Zimbardo

"Charles" reageerde eergisteren op het bericht Moreel besef en de "fallacy of misplaced concreteness": opvoeders en God, dat handelt over het grotendeels onbewuste ontstaansproces van morele intuïties (vergelijkbaar met het aanleren van taal) en onze neiging om een concrete oorzaak voor ons moreel besef aan te wijzen. En daarmee de fout van de misplaatste concreetheid (fallacy of misplaced concreteness) te maken. In dat bericht ging het over opvoeding en God als zulke concretere oorzaken. "Charles" schreef:
Ontdek dit blog zojuist terwijl ik met een half oog naar Schindler's List kijk. Ik ken de film al en die maakt me niet vrolijk.
Vanwaar het ontbreken van moreel besef bij Duitse officieren en soldaten. Van Duitse krijgsgevangenen in Engelse kampem weten we dat Duitse soldaten het doden (moorden) vrij snel 'onder de knie hadden'. Ze leken er verrassend weinig moeite mee te hebben.
Bestaat er wetenschappelijk onderzoek over dit onderwerp.
(Ik had net Het Misverstand Opvoeding van Harris weer eens ter hand genomen).
Of er wetenschappelijk onderzoek over dit onderwerp bestaat? Wat kan ik daar op antwoorden?

Eerst maar over die verwijzing naar Het Misverstand Opvoeding van Judith Rich Harris. Dat boek maakt duidelijk dat kinderen vooral worden beïnvloed door wat ze buiten de sfeer van het eigen gezin observeren en meemaken. En veel minder door wat hun ouders hen vertellen en leren. Vergelijk mijn berichten over de mythe van de opvoedbaarheid. Dat betekent dat het dus veel uitmaakt voor hoe een kind zich sociaal en moreel ontwikkelt, hoe die sociale omgeving buiten het gezin er uit ziet. Heerst daar geen morele gemeenschap, maar een toestand van anonimiteit of zelfs een toestand van statuscompetitie, dan is er weinig kans op een gunstige sociale en morele ontwikkeling. En dus is het morele kompas op volwassen leeftijd, dat ons beïnvloedt via de emoties van goed en kwaad, maar zwak aanwezig. En dat betekent weer dat de drempel die ons moet tegenhouden om gruwelijkheden te verrichten, laag is.

Deze verklaring voor gruwelijk gedrag, voor het moorden en afslachten van medemensen, is een toepassing van de evolutionaire theorie van de socialisering oftewel de theorie van de levensloop-strategie. Deze verklaring wijst er op dat de aard van de sociale omgeving waarin mensen opgroeien de kans op het plegen van dit soort misdaden verhoogt.

Uiteraard is er de aanvullende verklaring die oorzaken zoekt in de omstandigheden waaronder mensen handelen. Ook als bij iemand die morele drempel lager is, dan wil dat nog niet zeggen dat hij of zij voortdurend gruwelijkheden begaat. Deze verklaring wordt daarom ook wel situationeel genoemd. Wat zijn de kenmerken van situaties waarin mensen er toe worden gebracht om vreselijke dingen te doen? Onderzoekers die daar een antwoord op hebben proberen te geven, zijn Stanley Milgram en Philip Zimbardo.

Stanley Milgram voerde in de jaren 60 van de vorige eeuw zijn bekend geworden gehoorzaamheidsexperimenten uit. Onder het mom van het gezag van de wetenschap bleek hij in staat om mensen er toe brengen om anderen zelfs in extreme mate te pijnigen. Althans, de proefpersonen werden in de waan gebracht dat ze de pijn, elektrische schokken, ook echt aan iemand toedienden. Kenmerkend voor de situatie was dat het mensen gemakkelijk werd gemaakt om de verantwoordelijkheid voor hun daden bij iemand anders neer te leggen. Over de interpretatie van de uitkomsten van deze experimenten is veel te doen geweest. Lees daarover de behoorlijk goede wikipedia-tekst waar ik hierboven naar link.

Het andere bekende onderzoek is het Stanford Prison Experiment dat Philip Zimbardo in de jaren 70 van de vorig eeuw uitvoerde. Hij simuleerde een gevangenis door studenten de rollen van gevangen en cipiers te laten spelen. Dat experiment liep volledig uit de hand omdat de cipiers overgingen tot martelingen en de gevangenen daarin leken te berusten en zelfs hun medegevangenen die er tegen in opstand kwamen koeioneerden. Na zes dagen moest het experiment worden afgebroken om nog grotere ongelukken te voorkomen. Zimbardo zelf geraakte in gewetensnood omdat hij zichzelf verweet te lang te hebben gewacht met ingrijpen. Pas decennia later was hij in staat om er uitvoerig over te schrijven, in zijn in 2007 verschenen boek The Lucifer Effect. How Good People Turn Evil. Zie ook de website van het boek.

Wat er nu precies valt te leren van dat Stanford Prison Experiment, weet ik eerlijk gezegd nog niet zo goed. Ik heb dat boek in mijn kast staan, maar ben tot nu toe eigenlijk niet verder gekomen dan de eerste alinea, waarin Zimbardo schrijft:
I wish I could say that writing this book was a labor of love; it was not that for a single moment of the two years it took to complete. First of all, it was emotionally painful to review all of the videotapes from the Stanford Prison Experiment (SPE) and to read over and over the typescripts prepared from them. Time had dimmed my memory of the extent of creative evil in which many of the guards engaged, the extent of the suffering of many of the prisoners, and the extent of my passivity in allowing the abuses to continue for as long as I did - an evil of inaction.
Ik ben wel hevig geïnteresseerd en vind dat ik me er in behoor te verdiepen. Maar tot nu toe schuif ik het voor me uit. Datzelfde doe ik met dat boek Soldaten. Over vechten, doden en sterven, waar "Charles" naar verwijst en dat ook in mijn kast staat.  Je wilt de dagen ook nog wel wat plezierig door komen. Mocht ik nog een keer moed vatten, dan volgen er aanvullende berichten.