Posts tonen met het label Joseph Stiglitz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joseph Stiglitz. Alle posts tonen

woensdag 21 augustus 2024

Joseph Stiglitz over wat nodig is voor de overgang naar een nieuw gemeenschapstijdperk - 3 . Van een economische naar een sociaalwetenschappelijke aanpak.

Zoals gezegd, zie het vorige bericht, Stiglitz is econoom,  maar niet van het soort dat de vraag naar wat een goede maatschappij is, reduceert tot de vraag hoe je de perfecte markt het beste benadert. We zagen al dat aan de drie eisen die hij aan een goede maatschappij stelt, het morele gemeenschapsbeginsel van het iedereen-telt-mee ten grondslag ligt. Dat beginsel valt sociaalwetenschappelijk te onderbouwen. Denk aan Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen. 

Dat die onderbouwing gemaakt kan worden, betekent dat dat beginsel wijd verbreid zal zijn in wat mensen denken en voelen over wat een goede maatschappij is. Het is niet altijd even expliciet, maar mensen herkennen het, cognitief en emotioneel, als ze er mee in aanraking komen. 

Neem nu de toespraken op de Democratische Conventie in Chicago die deze dagen plaatsvindt. En de enthousiaste reacties in de zaal. Neem de toespraak van Barack Obama, waarin wel heel duidelijk dat morele beginsel verwoord wordt, evenals het contrast met het tegengestelde, statuscompetitieve beginsel van het ieder-voor-zich van Trump en de Republikeinen. Zack Beauchamp staat er bij stil op Vox (What Barack Obama’s DNC speech was actually about). Die toespraak was meer dan alleen van partijpolitieke betekenis:

It was a philosophical brief in defense of liberalism, a kind of first-principles moral argument that no other major convention speaker offered.

Liberal, in this context, does not refer to the term’s use in partisan American politics. It refers instead to the centuries-old philosophical tradition that sees politics as fundamentally oriented around the values of freedom and equality. Government, for liberals, exists to enable people to live according to their own vision for their lives; it has no business telling people what god to worship or giving certain groups of people more rights than others. (...)

Like many, Obama sees Trump’s divisive political style as opposed to liberalism’s core principle of equality: that all citizens deserve to be treated equally, each free to pursue a good life in the way they see fit (as long as they don’t hurt others in doing so).

Trump, Obama says, draws an elemental distinction “between the real Americans, who of course support [Trump], and the outsiders who don’t.” And that Trump and his allies believe “one group’s gain is another group’s loss,” and that “freedom means the powerful can do pretty much whatever they please.”

De hele toespraak is hier te volgen.

Terug naar Joseph Stiglitz. Die zich dus als progressieve (liberal) econoom afvraagt aan welke eisen de goede maatschappij hoort te voldoen. En die constateert dat hij niet (meer) tevreden is met de standaard economische aanpak, die van 'het marktfalen". In die aanpak vertrek je in elke analyse vanuit de overtuiging dat de markt de beste oplossing zou zijn voor welk probleem dan ook en ga je vervolgens op zoek naar omstandigheden waaronder die oplossing niet werkt. Die zoektocht leidt dan naar vormen van marktfalen, zoals het bestaan van externaliteiten, van publieke goederen, natuurlijke monopolies en informatie asymmetrie. Zie ook Het misverstand dat in "de economie" alles draait om concurrentie. 

En als zo'n vorm van marktfalen is gevonden, moet vervolgens de beste oplossing gevonden worden. Die houdt eigenlijk altijd in dat de overheid iets moet doen: wetgeving of zelfs overheidsproductie. Maar daarbij zijn economen graag terughoudend, want ze zijn er dan snel bij oom ook allerlei vormen van "overheidsfalen", zoals bureaucratie en stemmenruil (logrolling), aan te wijzen.

Stiglitz zegt daarover dat hij die aanpak in het verleden veel heeft gebruikt, maar dat hij er nu zijn bedenkingen bij heeft:

But I have come to realize that in many contexts, other, non-market institutional arrangements—including governments—have worked very well. Indeed, so well that I have been convinced that we shouldn't necessarily give priority to markets. This is especially the case in certain sectors—education, health, caring for the aged, and more broadly, the growing “care” part of our economy. (...)

When we go beyond textbook economics and think about the actual functioning of the
market economy—the inequalities that it generates, the exploitation by the tobacco and
food industries, the devastation to the environment, the opioid and financial crises, the
depressions and recessions, and so forth—we see a world in which markets exhibit
deep flaws and have severe limitations. We have a mindset that even though the market
fails in all of these respects, an economy based solely on for-profit firms maximizing
shareholder value should still be our paradigm. I find that a bit paradoxical. We’ve put
markets on a pedestal that they don’t deserve; perhaps it’s time to remove them from
that pedestal.

We need to take a more open approach to institutional arrangements. We should ask
ourselves: What institutional arrangements really work? And if they’re not working, how
do we reform them to make them work better?

I acknowledge that designing institutions is difficult. And what we're calling for here, a
change in the system, is particularly difficult because it means changes in many of the
pieces all at the same time.

Kortom, als we een goede maatschappij vorm willen geven, dan moeten we dat veel meer met een open mind doen dan economen gewend zijn. Daar komt bij dat wij mensen niet alleen onze samenleving vorm geven, maar dat wij ook zelf door de samenleving gevormd worden. Als we de samenleving vormen naar het model van de markt, waarin het ieder-voor-zich geldt, dan gaan wij ook dat ieder-voor-zich als richtinggevend omarmen. En daarmee verdwijnt het iedereen-telt-mee als grondslag voor delen en samenwerking, naar de achtergrond. Denk weer aan de Dual Mode-theorie.

If our economic system encourages people to be selfish and greedy and amply rewards those who behave that way, more people will be selfish and greedy.

If more institutions are based on cooperation, we are more likely to wind up with more
cooperative people.

In feite maakt de econoom Stiglitz daarmee de overstap naar een sociaalwetenschappelijke aanpak van wat een goede maatschappij is. Een aanpak dus waarin mensen geneigd kunnen zijn tot statuscompetitiegedrag van ieder-voor-zich, maar ook tot het gemeenschapsgedrag van iedereen-telt-mee. Met het inzicht dat een gemeenschapstoestand waarin iedereen meetelt voor mensen beter uitpakt.

vrijdag 16 augustus 2024

Joseph Stiglitz over wat nodig is voor de overgang naar een nieuw gemeenschapstijdperk - 2

Hoe zou volgens Joseph Stiglitz de post-neoliberale maatschappij er uitzien en wat is nodig om die "goede maatschappij" tot stand te brengen. Hier het vorige bericht. We volgen zijn uiteenzetting in het Working paper How Neoliberalism Failed, and What a Better Society Could Look Like, maar je vindt een uitvoeriger uiteenzetting in zijn nieuwste boek The Road to Freedom. Economics and the Good Society. (De Nederlandse vertaling De weg naar vrijheid. Economie en de goede samenleving ligt al in de boekhandel.) 

Stiglitz is econoom en ontving in 2001 de Nobelprijs voor economie. Maar hij is een "linkse", "progressieve", "sociaaldemocratische" econoom, dus een econoom die de vraag wat een goede maatschappij is, niet afdoet met te verwijzen naar de voordelen van het marktmechanisme. We kwamen hem eerder tegen in Globalization has not always been well managed - Joseph Stiglitz over globalisering en de eurocrisis, in Joseph Stiglitz: de drie grootste economische mythen van dit moment en in Een diepzinnige beschouwing over de economische crisis.

Een en ander moet wel betekenen dat hij een gezichtspunt inneemt waarin het marktmechanisme niet meer dan een middel is om een toestand te bereiken die als een goede maatschappij kan worden beschouwd. Sociaalwetenschappelijk gezien denk je dan aan een toestand die in de buurt komt van het gemeenschapsevenwicht. In hoeverre komt wat Stiglitz te berde brengt, zonder die sociaalwetenschappelijke literatuur te kennen, met die toestand overeen? We weten dat de kern van die gemeenschapstoestand erin ligt dat iedereen hoort mee te tellen. 

En die kern treffen we meteen aan in de eerste eis die Stiglitz noemt waaraan die goede maatschappij moet voldoen: de inperking van machtsongelijkheid. Machtsongelijkheid is immers zowel een resultante van de activiteit van het statuscompetitiepatroon als een oorzaak daarvan. Die inperking houdt het voeren van een concurrentiebeleid in, dus het zodanig reguleren van de markt dat machtsvorming wordt beperkt. Denk aan antikartelwetgeving. En hij houdt in dat inkomens- en vermogensongelijkheid wordt beperkt door progressieve belastingheffing. Wat er dan nog aan machtsongelijkheid overblijft, wordt ingeperkt door te zorgen voor tegengestelde machtsvorming (countervailing powers), zoals door sterke vakbonden en door het terugdringen van de invloed van het Grote Geld op de politiek.

Evenzeer treffen we hem aan in de tweede eis: in een goede maatschappij zien we het grote belang in van samenwerking, van collectieve actie. Dat kan samenwerking zijn tussen private actoren, zoals in de vorm van vakbonden, collectieve rechtszaken en non-profit organisaties en vrijwilligersverenigingen. Maar de belangrijkste vorm van samenwerking is natuurlijk de democratische overheid. Waarin iedereen meetelt in verkiezingen en in wat met wetgeving en beleid beoogd wordt. Die natuurlijk op allerlei manieren nodig is omdat de markt daar nu eenmaal niet op is ingericht. Dus zijn collectieve voorzieningen op de gebieden van sociale zekerheid en sociale bescherming essentieel in een goede maatschappij. Evenals regulering van de financiële markten, om financiële crises te voorkomen, die vooral de zwakkeren treffen. En dus was juist het tegenovergestelde een essentieel element van dat neoliberale tijdperk: dring de democratische overheid zo ver mogelijk terug.

En dan is er de eis van een macro-economisch stabiliteitsbeleid dat de bestrijding van inflatie niet ten koste laat gaan van de toename van werkloosheid. Anders gezegd, dat de overheid voor de stabiliteit van de economie niet uitsluitend vertrouwt op het rentebeleid van de onafhankelijke centrale bank, maar inziet dat ten behoeve van het iedereen-telt-mee ook prijsinterventies en publieke vorming van buffervoorraden nodig kunnen zijn.Meer in het algemeen zou je zeggen dat er in een goede maatschappij er een overheid is die zich tot taak stelt om volledige werkgelegenheid te creëren en in stand te houden. In een maatschappij waarin mensen voor hun inkomen afhankelijk zijn van hun arbeid, moet iedereen die arbeid kunnen vinden. 

Er valt natuurlijk veel meer te zeggen over wat een goede maatschappij is. Maar als je een econoom vraagt die zich laat leiden door het iedereen-telt-mee, dan kom je dus als eerste uit op deze drie eisen. Meer in het vervolgbericht.

maandag 12 augustus 2024

Joseph Stiglitz over wat nodig is voor de overgang naar een nieuw gemeenschapstijdperk - 1

Veel, zo niet alle, van de politieke, economische en sociale verwikkelingen waarin we met zijn allen verzeild zijn geraakt, vallen te begrijpen als oftewel de laatste stuiptrekkingen van het neoliberale tijdperk oftewel als de eerste tekenen van wat voor ons ligt. Want we leven in de overgangsperiode van het afscheid van het neoliberalisme en de aankondiging van, ja, van wat?

Sociaalwetenschappelijk gezien is het niet zo moeilijk om daar zicht op te krijgen. De innerlijk tegenstrijdige menselijke sociale natuur zet onvermijdelijk op het macroniveau van nationale staten en de internationale verhoudingen een dynamica in werking van enerzijds bewegingen in de richting van het gemeenschapsevenwicht en anderzijds bewegingen in de richting van het statuscompetitie-evenwicht. Dat ligt eraan dat er op dat niveau altijd problemen zijn met sociale informatie, dat wil zeggen de gebrekkige informatie die mensen hebben over elkaars gedrag. Nog ervan afgezien dat sommigen er belang bij kunnen hebben om bewust misleiding en desinformatie te verspreiden.

De resultante daarvan is doorgaans een wirwar van aan elkaar tegengestelde bewegingen, maar er kunnen ook groepsniveaus en tijdperken zijn waarin een beweging in één richting overheerst. Zo zagen we na de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog een duidelijke beweging in de richting van het gemeenschapsevenwicht, van "de gemeenschap georganiseerd in de staat". Maar die werd in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw gevolgd door de tegengestelde beweging van het neoliberalisme, waarmee het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon als richtlijn werd verlaten ten gunste van het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon.

Maar ook daar kwam een eind aan, waardoor we ons nu bevinden in de overgangsfase naar een nieuw gemeenschapstijdperk. In zo'n overgang is het niet altijd meteen duidelijk waar we vandaan komen en waar we heen gaan. De wirwar van dagelijkse gebeurtenissen onttrekken het zicht op de grote lijn van wat er aan de hand is. Er is dus behoefte aan een inventarisatie, aan wat de Duitsers zo fraai een Bestandsaufnahme noemen. 

En precies aan die behoefte komt het pas verschenen How Neoliberalism Failed, and What a Better Society Could Look Like van Joseph E. Stiglitz voor een groot deel tegemoet.

Het neoliberalisme was gebaseerd op een vrijheidsbegrip dat werd verbonden met de meer politieke dan economische doctrine van de perfecte markt en perfecte competitie. Daarin gaat het om een abstract model waarin geheel van machtsongelijkheid wordt afgezien, waarvan de werkelijke maatschappij als een zo goed mogelijke benadering zou moeten worden vormgegeven. In dat model zou dus volledige vrijheid bestaan. 

Maar door het als politieke vuistregel te hanteren, ontstaat de verleiding om de ("nog") bestaande machtsverschillen als minder belangrijk over het hoofd te zien. Waardoor het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon onschuldig gaat ogen en het moreel luchtledige politieke en economische denken ruim baan krijgt. Mogelijk gemaakt door de politieke omarming van het economische mensbeeld waarin het sociaalwetenschappelijke inzicht van de innerlijk tegenstrijdige menselijke sociale natuur geheel ontbreekt. Waardoor noch kon worden geprofiteerd van de gunstige werking van het gemeenschapspatroon, noch de ongunstige werking van het statuscompetitiepatroon kon worden tegengegaan. 

Dat de politici zo in de ban raakten van dat neoliberalisme valt er enerzijds uit te verklaren dat het vak economie het leek aan te bevelen en dat dat vak een groot prestige had. Het eerste klopte niet of slechts gedeeltelijk en dat grote prestige was onverdiend. Maar anderzijds waren er degenen die, geleid door hun statuscompetitiepatroon, meenden dat ze beter af zouden zijn met die neoliberale politiek en die met hun hoge inkomens de rechtse denktanks financierden die de politici beïnvloedden. Als jij verwacht dat jij in het ieder-voor-zich van de statuscompetitie zult kunnen zegevieren en de overtuiging hebt dat die overwinning dan ook gerechtvaardigd is, dan zul je er alles aan doen om te voorkomen dat het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon politiek voet aan de grond krijgt. 

Als dat alles zo is, dan valt te verwachten dat die neoliberale politiek "succesvol" is in de zin dat degenen die het al goed hebben er nog beter uitkomen, anders gezegd, dat de inkomens- en vermogensongelijkheid toenemen. Sociaalwetenschappelijk gezegd, dat het statuscompetitie-evenwicht (een stabiele statushiërarchie) dichterbij wordt gebracht. Ter illustratie; dat is een toestand waarin erfenissen slechts licht worden belast en waarin dus de rijken hun vermogens aan hun kinderen kunnen doorgeven. Waardoor in Nederland zo'n 40 procent van de particuliere vermogens afkomstig is van erfenissen. Rijkdom neemt dan van de ene op de andere generatie alleen maar toe (Babyboomers laten honderden miljarden aan erfenissen na – en de ongelijkheid is al zo groot.)

Maar diezelfde politiek faalt natuurlijk volledig in het perspectief van het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon. Terug naar Joseph Stiglitz: wat valt er over dat falen zoal te zeggen? Die toename van ongelijkheid dus. En daarmee gepaard gaande, de toename van de monopolisering, want als machtsuitoefening niet gereguleerd wordt, dan ontstaan machtsmonopolies. Waardoor ook de economische groei, de groei dus van al datgene waar iedereen van zou kunnen profiteren, afneemt. Toename van ongelijkheid en economische groei gaan niet samen op. 

En waardoor de bestaansonzekerheid aan de onderkant van de hiërarchie toeneemt. Het ieder-voor-zich betekent immers dat de sociale zekerheid en de sociale bescherming doelbewust beperkt worden. Want in dat statuscompetitiemensbeeld is iedereen een potentiële profiteur en fraudeur. Iedereen die aan de onderkant is beland, dient zoveel mogelijk aan zijn lot te worden overgelaten. 

Kortom, het ieder-voor-zich creëert een mistroostige samenleving, waarin, zoals in Nederland, de hoogste welvaartsgroep acht tot negen jaar langer leeft dan de laagste. En waarin zoals in de Verenigde Staten zelfs de gemiddelde levensverwachting daalt (Deaths of Despair and the Future of Capitalism). 

In Nederland steeg de gemiddelde levensverwachting van 71,4 jaar in 1950 naar 82,1 jaar in 2019. Daarna was er een daling tot 81,4 jaar in 2021, naar ik aanneem door de coronapandemie, waarna hij weer toenam tot 81,8 jaar in 2023. Het coronaverlies was vorig jaar dus nog niet goedgemaakt. Mij valt in de CBS-grafiek op dat de toename het sterkst was tot rond 1980 en daarna wat begon af te vlakken. Voor wat het waard is: rond 1980 nam het neoliberale tijdperk van het ieder-voor-zich een aanvang.

Wat moet er gebeuren om aan die mistroostige wereld een einde te maken? Om de overgang naar een nieuw gemeenschapstijdperk in gang te zetten? In het volgende bericht gaan we na wat Joseph Stiglitz daarover te zeggen heeft. Hier het vervolg.

maandag 10 mei 2021

Waarom de eigendomsrechten van de fabrikanten van COVID-19 vaccins buiten werking moeten worden gesteld - Over markt (ieder voor zich) en overheid (iedereen telt mee)

Update. Het verandert op zich niets aan de argumenten voor buitenwerkingstelling van de intellectuele eigendomsrechten op de COVID-19 vaccins van de grote farmacieconcerns, maar het werpt wel een licht op hun onderliggende motieven: Pfizer sluist miljardenwinst weg via Nederland. Als je al zoveel mogelijk probeert om zo weinig mogelijk belastingen te betalen en daarmee aan de publieke zaak bij te dragen, dan zul je er ook niet voor terugdeinzen om je monopoliepositie te gebruiken. En daarmee riskeren dat de coronapandemie langer duurt en meer slachtoffers vraagt.

Hoe krijgen we zo gauw mogelijk zoveel mogelijk mensen wereldwijd gevaccineerd tegen COVID-19? De noodzaak daartoe is groot, want niemand is veilig voor het virus zolang niet iedereen veilig is. Om de verspreiding van het virus wereldwijd te stoppen, zijn er zo'n 10 tot 15 miljard doses nodig, terwijl er tot eind april in totaal nog maar 1,2 miljard waren geproduceerd.

Moeten we daarvoor niet de intellectuele eigendomsrechten op de technologie en de kennis van de fabrikanten van de vaccins, zoals Pfizer en Moderna, tijdelijk buiten werking stellen, zodat ook andere fabrikanten die daartoe in staat zijn de productie ter hand kunnen nemen? Joseph Stiglitz en Lori Wallach beantwoorden die vraag bevestigend: Will Corporate Greed Prolong the Pandemic? 

En zij niet alleen. De regering-Biden maakte dit op 5 mei tot zijn beleid. De Europese Unie heeft het in overweging genomen, maar Merkel heeft na een telefonisch overleg met een CEO van een grote farmaceutische onderneming laten weten dat zij tegen is.

Stiglitz en Wallach zetten op 6 mei de argumenten op een rij. (Met een zekere waarschijnlijkheid dat die al eerder de regering-Biden hadden bereikt.) De fabrikanten hebben enerzijds laten weten dat die buitenwerkingstelling onnodig is, omdat de huidige regeling genoeg flexibiliteit geeft om hun kennis over te dragen. Maar anderzijds waarschuwen ze dat prikkels voor toekomstig onderzoek zouden worden weggenomen en dat hun winsten zouden afnemen. Dat laatste zou kunnen kloppen, want na de bekendmaking van de Biden-regering liepen de aandelen van de grote fabrikanten sterk in waarde terug. Buitenwerkingstellen zou dus wel degelijk effect hebben op de productie.

Na de HIV/AIDS epidemie zijn de landen van de Wereld Handels Organisatie (WTO) overeengekomen dat ze patenten moeten kunnen negeren om als dat nodig is voldoende essentiële geneesmiddelen te kunnen laten produceren. Als dit ook van toepassing zou worden verklaard op de productie van COVID-19 vaccins, dan zouden de fabrikanten inderdaad hun monopolierechten verliezen. Maar dat zou niet verhinderen dat ze voor de overdracht van kennis en technologie gecompenseerd worden. Alleen zouden ze in de onderhandelingen daarover minder sterk staan dan wanneer alle rechten bij hen berusten. Waardoor hun winsten wat lager zouden uitvallen dan ze nu doen, wat natuurlijk in deze noodsituatie ook precies de bedoeling is. Stiglitz en Wallach:

The COVID-19 vaccines have been developed by scientists from all over the world, thanks to basic science supported by numerous governments. It is only proper that the people of the world should reap the benefits. This is a matter of morality and self-interest. We must not let drug companies put profits ahead of lives.

Een mooi voorbeeld van een kwestie waarin de juiste grens moet worden gezocht tussen wat we aan de markt kunnen overlaten (ieder-voor-zich) en waar we als overheid (wij met zijn allen) dienen in te grijpen. 

En waarin dus onvermijdelijk de morele gemeenschapsintuïtie van het iedereen telt mee ("a matter of morality") een rol speelt.

vrijdag 8 mei 2020

Zullen we ook op wereldniveau in staat zijn tot zelforganisatie? Een cruciale periode in de mensheidsgeschiedenis

We zitten nog midden in de corona pandemie en zijn onzeker hoe lang die nog zal duren. Maar de mate waarin hij ingrijpt in wat we dachten dat vanzelfsprekend was, is al wel duidelijk. Dat maakt dat we ons gaan afvragen of er nog wel een weg terug zal zijn naar wat we gewend waren. Anders gezegd, welke lessen zullen we moeten trekken? En zullen we in staat zijn om naar die lessen te gaan handelen?
Die vragen dringen zich te meer op doordat we ook nog eens te maken hebben met de eveneens wereldwijde, door ons toedoen gecreëerde, klimaatcrisis, die nauwelijks minder acuut is en uiteindelijk nog veel ingrijpender dreigt te gaan worden. (Lees The Uninhabitable Earth. Life After Warming van David Wallace-Wells). En niet te vergeten met het gegeven dat er genoeg kernwapens door mensenhanden zijn vervaardigd om een nucleaire winter en een massa-extinctie te veroorzaken.
Dat alles terwijl we er de wereldwijde extreme ongelijkheid in rijkdom en macht heerst waarop de neoliberale ideologische en politieke revolutie van omstreeks 1980 is uitgelopen. (Lees The Great Divide van Joseph Stiglitz.) Diezelfde revolutie die ook op zo grote schaal de bestaansonzekerheid onder de bevolking heeft vergroot, daarmee de voedingsbodem creërend voor het populistisch rechts-extremisme.
Je kunt moeilijk anders dan concluderen dat we zijn beland in een cruciale periode van de mensheidsgeschiedenis. Of we daar succesvol doorheen komen, zal niet alleen van de aard en omvang van die uitdagingen afhangen, maar ook van wat wij met zijn allen aankunnen en weten te bewerkstelligen. Want er zal een gezamenlijke en gecoördineerde inspanning nodig zijn, op landen- en op internationaal niveau, om de juiste lessen te vinden en uit te voeren. De oplossing zal niet komen van "het vrije spel van maatschappelijke krachten", dat immers integendeel juist de problemen heeft veroorzaakt.
Als er inderdaad een grootscheepse gezamenlijke aanpak nodig is, zullen we dan daartoe in staat zijn? Maakt onze ambivalente sociale natuur, onze geneigdheid tot rekening houden met elkaar en tot onderlinge samenwerking (wij-met-zijn-allen), maar daartegenover ook tot egoïsme en onderlinge competitie (ieder-voor-zich), het waarschijnlijk dat we samen oplossingen vinden en die samen in daden weten om te zetten? Of zal het ieder-voor-zich overheersen en moeten we de toekomst somber inzien?
Om daar zicht op te krijgen is het goed om onder ogen te zien wat die ambivalente sociale natuur ons tot nu toe in de mensheidsgeschiedenis heeft gebracht. Dat wij-met-zijn-allen verwierven we door een natuurlijk en cultureel selectieproces gedurende de lange periode dat we, als egalitaire jagers-verzamelaars, voor overleving en reproductie op samenwerking en delen waren aangewezen. Een belangrijk element van die samenwerking was het onderdrukken van de geneigdheid tot statuscompetitie, die voor primaten kenmerkend is en die we van de gemeenschappelijke voorouder van mensachtigen en chimpansees hadden meegekregen. Die onderdrukking bestond uit de ontwikkeling van onze morele intuïties van eerlijk delen en rechtvaardigheid. Maar ook uit de aandrang tot het verontwaardigd en zo nodig agressief reageren op het bazig en egoïstisch gedrag dat de samenwerking in gevaar bracht. Denk aan Richard Wranghams The Goodness Paradox. The Strange Relationship Between Virtue and Violence in Human Evolution.
Het wij-met-zijn-allen, samen met het onderdrukken van het ieder-voor-zich, was een succesvolle strategie toen we nog in kleine groepen van onderlinge vertrouwdheid samenleefden, omringd door naburige groepen waarmee we ook vertrouwd waren, zoals door uithuwelijkingsrelaties (Christopher Boehm, Moral Origins, The Evolution of Virtue, Altruism, and Shame, 2012; Douglas P. Fry, Beyond War. The Human Potential for Peace, 2007; Sarah Blaffer Hrdy, Mothers and Others. The Evolutionary Origins of Mutual Understanding, 2009). Dat alles veranderde radicaal met de overgang naar de landbouwsamenlevingen, waarin de statuscompetitie veel minder goed kon worden onderdrukt. En waarin dus de grote ongelijkheid van de elkaar beconcurrerende vorstendommen en de standenmaatschappijen ontstonden (Menelaos Apostolou, Implications of the Neolithic Revolution for Male-Male Competition and Violent Conflict, Mankind Quarterly, 58 (2017): 208-228).
Maar tegelijk bleven die morele gemeenschapsintuïties van wij-met-zijn-allen aanwezig en waar de omstandigheden daar gunstig voor waren, werden die omgezet in nieuwe vormen van samenwerken en delen. Omdat die zich meestal afspeelden onder de radar van het centrale bestuur van de vorstendommen, kregen ze later, toen ze sociaalwetenschappelijk werden "ontdekt", bekendheid als vormen van zelfbestuur of zelforganisatie (self-governance). Het ging om boeren die gemeenschappelijke weidegronden beheerden en periodiek individueel gebruikte percelen herverdeelden, gezamenlijk irrigatiestelsels aanlegden en beheerden en om vissers die gezamenlijk visgronden beheerden. In alle gevallen gaat het om het in onderling overleg en zonder centraal gezag gebruiken en in stand houden van natuurlijke hulpbronnen. Elinor Ostrom maakte er haar levenswerk van om die zelforganisatie intensief te bestuderen en ontving daarvoor in 2009 de Nobelprijs voor economie (Governing the Commons, 1990).
Van de inzichten die dat opleverde, springt eruit dat zelforganisatie succesvol is als de leden er van doordrongen zijn dat hun onderlinge afhankelijkheid cruciaal is voor hun bestaan. En dat ze dat ook van elkaar weten. Dat brengt een hoge informatiedichtheid met zich mee, in de zin dat bij iedereen voortdurend bekend is welk gedrag van elkaar verwacht wordt (de regels) en het onderlinge vertrouwen heerst dat iedereen zich meestal aan die regels houdt. Plus het onderlinge vertrouwen dat er bij een overtreding door anderen iets van gezegd wordt. Wat weer tot gevolg heeft dat zulke overtredingen weinig zullen voorkomen. Die informatiedichtheid is er vooral bij een grote mate van onderlinge vertrouwdheid, die er weer is bij langdurige relaties, vaak over generaties heen. 

Nu we, in de eenentwintigste eeuw, met de corona crisis en de klimaatcrisis, geconfronteerd worden met het gegeven dat we ook als wereldbevolking in hoge mate afhankelijk van elkaar zijn, is het de grote vraag of we ook op dat niveau in staat zullen zijn tot zelforganisatie. Zullen onze morele gemeenschapsintuïties van het wij-met-zijn-allen ook nu krachtig genoeg zijn? En vooral ook, zullen we er voldoende vertrouwen in hebben dat ze bij anderen krachtig genoeg zijn? Nu we te maken hebben met her en der de kop opstekend rechtsextremisme en met narcistische leiders die allebei juist staan voor het ieder-voor-zich?

Voorwaar een cruciale periode in de mensheidsgeschiedenis.

vrijdag 23 december 2016

Is groei BBP een noodzakelijke voorwaarde voor groei Brede Welvaart?

Een korte notitie naar aanleiding van de reacties op de deze week gepresenteerde Brede Welvaartsindicator van de Universiteit Utrecht en de Rabobank. Zie het bericht Miezerig herstel? Zelfs helemaal geen herstel, volgens Breed Welvaartsbegrip.

De discussie over de vraag of je onze echte welvaart wel goed meet met het Bruto Binnenlands Product (BBP), dat wil zeggen de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en diensten gedurende een jaar, is natuurlijk al ouder. Denk even aan het rapport Mismeasuring Our Lives. Why GDP Doesn't Add Up van Joseph Stiglitz, Amartya Sen en Jean-Paul Fitoussi, dat in 2010 in opdracht van Sarkozy werd opgesteld.

Maar de discussie begon al in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. In 1967 was er The Costs of Economic Growth van E.J. Mishan en in 1977 Social Limits To Growth van Fred Hirsch. Interessante en baanbrekende boeken, die desondanks veel te weinig aandacht hebben gekregen.

De discussie draait er niet alleen om dat de echte menselijke welvaart niet alleen in eenvoudige zin breder is dan de economische welvaart gemeten in het BBP, maar dat de tweede ook ten koste kan gaan van de eerste. Dat is het thema van de tegenstrijdigheid tussen enerzijds "sociale welvaart" (kort gezegd, welvaart die ontstaat door het hebben van persoonlijke relaties waarin mensen “om elkaar geven”) en anderzijds economische welvaart (kort gezegd, welvaart die in geld is uit te drukken).

Over die tegenstrijdigheid schreef Karl Polanyi al in 1944 The Great Transformation, ook zo'n boek dat lang te weinig aandacht kreeg.

En ik deed in 2003, in alle bescheidenheid, mijn best met Geld en 'de rest'. Over uitzwerming, teloorgang van gemeenschap en de noodzaak van gemeenschapsbeleid.

Maar nu over de reacties op dat Brede Welvaartsbegrip. Want die laten zien dat die mogelijke tegenstrijdigheid tussen sociale welvaart en economische welvaart nog altijd niet tot iedereen is doorgedrongen.

Een voorbeeld: Peter van Mulligen van het CBS twitterde dat hij de groei van het BBP zag als een noodzakelijke voorwaarde voor groei van de brede welvaart. Anders gezegd, sociale welvaart is een mooie toevoeging aan de economische welvaart, maar kan daar nooit mee in strijd zijn. En hij verduidelijkte dat in een volgende tweet met "meer welvaart zonder BBP-groei vind ik moeilijk voor te stellen".

Ik antwoordde met "als mensen in hun vrije tijd minder consumeren en meer voor elkaar doen, dan BBP lager en welvaart hoger". Als poging om die tegenstrijdigheid in een tweet onder woorden te brengen. Want consumptie telt wel mee in het BBP, maar gewoon iets voor elkaar doen niet.

Waarop Hans Stegeman, die mede de Brede Welvaartsindex samenstelde, reageerde met "en dat zit exact in de bredere welvaartsindicator naast andere zaken".

Soms is ook of zelfs op twitter iets te verduidelijken. Peter van Mulligen heeft nog niet gereageerd.

woensdag 20 april 2016

Joseph Stiglitz: De eurozone is het probleem

Het zou prettig zijn als iedereen die er in Europa in het economische beleid toe doet hier even kennis van zou nemen. Iemand twitterde dat hij graag in de positie zou zijn om het gedwongen aan Duitse economen en politici toe te dienen.

Het gaat om de presentatie die Joseph Stiglitz (zie hier meer over hem) vorige week onder de titel Europe Can Do Better gaf voor het Europäisches Gespräch van de Hans Böckler Stiftung in Düsseldorf. Update. De presentatie vond plaats in Brussel.

Hier is de link naar de 50 powerpointdia's: Europe Can Do Better.

Alles zou ondertussen wel bekend moeten zijn. Maar helaas. De wereld lijkt anders in elkaar te zitten.

Bij wijze van ultrakorte samenvatting deze weergave van dia nummer 47 (in mijn vertaling):

De crisis in Europa is zelfgemaakt


Hij was niet veroorzaakt door een natuurramp


Hij was veroorzaakt door de besluiten van Europa en zijn leiders

Door wat ze deden
Door wat ze nalieten te doen 

Ze creëerden de voorwaarden die de crisis lieten gebeuren

Ze reageerden op een manier die de crisis verergerde

dinsdag 5 januari 2016

In wat voor wereld leven wij? Over gemeenschapsondersteuning en ideologie

In de tijd van het jaar waarin je met je familie en
vrienden de beste wensen uitwisselt, is er soms ineens ruimte om je vragen te stellen waar je anders niet aan toekomt. Voor mij was dat de vraag in wat voor wereld wij eigenlijk leven.
Dat kwam ook doordat ik het mooie boek Human Race. 10 Centuries of Change on Earth van Ian Mortimer op mijn leestafel had liggen.
Zo begint mijn nieuwe blog op Sociaalweb. Lees hier verder: In wat voor wereld leven wij? Over gemeenschapsondersteuning en ideologie.

woensdag 7 oktober 2015

Floreren/gedijen als grondslag voor breed welvaartsbegrip?

Vandaag is in de Tweede Kamer de constituerende vergadering van de tijdelijke commissie Breed welvaartsbegrip. Die commissie moet gaan uitzoeken of het bruto binnenlands product (BBP) wel voldoet als maatstaf voor onze welvaart. En of het niet nodig is om aanvullende indicatoren standaard op te nemen en te betrekken bij het politieke debat en de beleidsontwikkeling.

Het eenvoudige idee achter die vraag is dat het in het BBP om alles draait waar geld bij te pas komt en dat daardoor veel zaken die ons welbevinden beïnvloeden buiten de boot vallen. Om de gedachten te bepalen: als ik een vriend help met een klus, als een normale vriendendienst, dan is dat slecht voor het BBP. Als hij een klusbedrijf had ingehuurd, dan was er een economische transactie geweest in plaats van een vriendendienst, en die had wel mee geteld in het BBP.

Anders gezegd, onze welvaart, gemeten in het BBP, neemt toe als wij minder om niet voor elkaar doen en in plaats daarvan meer uitgeven aan commerciële dienstverlening. Vermarkting heet dat. De grote waarde van het iets voor elkaar doen en het welbevinden dat daaruit voortvloeit, dat telt niet mee in het BBP. Denk dan even aan alle berichten op dit blog over het verband tussen sociale contacten (en pro-sociaal gedrag) en ons welbevinden en onze gezondheid.

Het is in feite nog erger, want als wij als gevolg van een gebrek aan sociale contacten eenzaam en ziek worden, dan doen we een beroep op de gezondheidszorg, waardoor het BBP stijgt. Goed voor onze welvaart dus. Ja, dat is bizar. Dat er ook zoiets als sociale welvaart bestaat, nee, daarvan is in het BBP niets bekend.

Maar in de Tweede Kamer is er terughoudendheid, want vooralsnog mag de commissie alleen aan het werk met fase 1 van het beoogde onderzoek. In die fase gaat het om de vraag of het BBP nog wel voldoet. Vervolgfasen zouden er uit bestaan dat onderzocht wordt welke aanvullende maatstaven en indicatoren eventueel gebruikt en/of ontwikkeld zouden moeten worden. Zie de brief van het presidium van de TK met het onderzoeksvoorstel.

Kennelijk bestaat er bij een groot deel van de Tweede Kamer flinke tegenzin en willen die Kamerleden maar het liefst zo gauw mogelijk tot het besluit komen dat het BBP als maatstaf voldoende is en dat nader onderzoek overbodig is.

Er zijn allerlei goede redenen om eens goed na te denken over dat BBP als enige maatstaf voor welvaart. Sterker, er is al veel over nagedacht. Neem het lijvige en doorwrochte Report by the Commission on theMeasurement of EconomicPerformance and Social Progress (pdf) van Stiglitz, Sen en Fitoussi en een keur van deskundigen, dat in 2009 in opdracht van de toenmalige Franse president Sarkozy werd uitgebracht. Het had voor hand gelegen dat de commissie als opdracht had gekregen om dit rapport als uitgangspunt te nemen, om op die wijze meteen aan de vervolgfasen te kunnen beginnen. Eerder vandaag wees Merijn Knibbe in een tweet op het belang van dit rapport.

Trouwens, het idee dat je zou kunnen besluiten dat het BBP voldoet zonder kennis te hebben genomen van aanvullende maatstaven en criteria, is nogal eigenaardig. Zonder te weten wat je mist, neem je dan het besluit dat wat je hebt voldoet.

Een ontwikkeling die sterk bij deze discussie aansluit, is de opkomst van de positieve psychologie. Terwijl de psychologie er tot nu toe vooral op gericht is om psychische afwijkingen als depressie en angststoornissen te behandelen, bestudeert de positieve psychologie de tegengestelde pool, die van het menselijk floreren en gedijen. Het gaat dan om de vraag of je kunt bepalen wat dat precies is en wat je kunt doen om het te bevorderen.

Een interessante studie in die richting is Flourishing Across Europe: Application of a New Conceptual Framework for Defining Well-Being van Felicia Huppert en Timothy So. Zij ontwikkelen een operationalisering van floreren/gedijen door van de bekende en algemeen aanvaarde criteria voor depressie en angststoornissen de tegenpolen te bepalen. Langs die weg komen ze tot een lijst van 10 aspecten van floreren/gedijen:
  • gevoel van competentie
  • emotionele stabiliteit
  • geëngageerd zijn
  • gevoel van zinvolheid
  • optimistisch zijn
  • positieve gevoelens hebben
  • positieve relaties hebben
  • veerkrachtig zijn
  • zelfvertrouwen hebben
  • je vitaal voelen
Vervolgens vinden ze in bestaand onderzoek, de European Social Survey, indicatoren voor elk van deze aspecten. Dat onderzoek is uitgevoerd in 23 Europese landen. En dan komen allerlei interessante inzichten naar voren. Zoals dat het geheel van deze 10 aspecten bepaald niet gevangen wordt door de ene vraag naar de tevredenheid met het leven. Het heeft dus zin om breder te kijken dan naar een algemeen oordeel.

Maar wat vooral opvalt is dat naast de economische welvaart (dat BBP), zaken van belang zijn voor de mate van floreren/gedijen als: minder inkomensongelijkheid, meer sociale zekerheid (verzorgingsstaat!), goede toegang tot de gezondheidszorg en lage werkloosheid.

En dat pleit er wel degelijk voor om een bredere welvaartsmaatstaf te hanteren dan het BBP. Hopelijk komt de commissie Breed welvaartsbegrip er aan toe om zich hierop te bezinnen.
Update. Zie ook het vervolgbericht: Hoe is het om te floreren en goed te gedijen? En hoeveel mensen floreren/gedijen?

maandag 29 juni 2015

Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af (met vier links)

In het Europese economische beleid is al jaren een sekte aan de macht. Die een economisch fout beleid als zaligmakend aan iedereen wil opleggen en niet meer in staat is om van zijn fouten te leren. Zie eerder dit jaar mijn bericht In het Europese economische beleid is nog steeds een sekte aan de macht. En volg de linken daarin naar eerdere berichten.

(Update. Als je het wat overdreven mocht vinden om de kring van Europese machthebbers een sekte te noemen, lees dan ook even dit interview in Time met de grote Joseph Stiglitz. Hij spreekt van "a kind of criminal responsibility for causing a major recession" in Griekenland door het IMF, de Europese Commissie en de ECB.)

Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af. En dat laatste is er nu aan de hand. Het is om er moedeloos van te worden. Dat wil zeggen op die momenten dat je je niet kwaad maakt over de incompetentie die regeert.

Gelukkig zijn er goede analyses en commentaren, waar ik, in mijn moedeloosheid en kwaadheid, weinig meer aan toe kan voegen. Daarom volsta ik in dit bericht met een aantal verwijzingen.

Eerst maar de link naar dit uitstekende bericht van de Duitse econoom Heiner Flassbeck, altijd lezenswaard: Referendum in Griechenland: Ist es richtig, die Entscheidung zum Volk zurückzutragen? Een citaat:
Nun fällt auseinander, was auseinanderfallen muss: Eine Währungsunion nämlich, die vom ersten Tage an von offenkundigem Merkantilismus des größten Mitgliedslandes bedroht war und im Zeitverlauf von ihm zerfressen wurde. Als im Gefolge der globalen Finanzkrise den deutschen Merkantilisten auch noch die Macht in die Hände gespült wurde, ihren absurden wirtschaftspolitischen Ansatz in Form staatlicher Austeritätspolitik und Lohnsenkung in den Defizitländern mit Gewalt durchzudrücken, war das Ende absehbar. Dass die von Anfang an unhaltbare Statik der Währungsunion am Fall Griechenland offen zu Tage tritt, ist eher Zufall.
Dan de link naar dit bericht van Robert Waldmann, die er terecht op wijst dat de Griekse regering in de "onderhandelingen" met de leden van die sekte waar ik het hier boven over had, eigenlijk zijn verkiezingsbeloften al geheel had ingeleverd. Ze hadden zich in feite al overgegeven. Maar de sekte wilde nog meer. Als je zo overtuigd bent van je eigen gelijk en als je denkt oppermachtig te zijn, dan wil je je tegenstander vernederen. En dat was het moment dat de Grieken hun referendum aankondigden. Geheel terecht, zoals ook Paul Krugman beklemtoonde: Europe’s Moment of Truth. Update. En zie nu ook Greece Over the Brink.

Maar hoe is eigenlijk de Griekse crisis begonnen? Met de grote kapitaalstromen die na de introductie van de euro naar het land op gang kwamen vanuit de West-Europese banken. Die gingen niet naar de Griekse overheid, maar naar de private sector, de bedrijven en de huishoudens. Hoe dat in zijn werk ging en wat er gebeurde nadat in 2008 de financiële crisis uitbrak, dat is uitgezocht door de Waarheidscommissie voor de Publieke Schulden, die is ingesteld door de voorzitter van het Griekse parlement. Hier kun je het (voorlopige) verslag lezen (in Nederlandse vertaling) dat de voorzitter van die Waarheidscommissie, de Belgische deskundige op het gebied van overheidsschulden, Éric Toussaint, uitbracht aan het Griekse parlement. Onthutsende informatie, waar nog veel te weinig aandacht voor is geweest.

Tenslotte naar Georg Diez op Spiegel online over Merkels Propagandamaschine. Over de angstwekkende hetze in de Duitse pers tegen Griekenland. En over de media die zo aanschurken tegen de sekte die aan de macht is, dat van een objectieve en eerlijke berichtgeving geen sprake meer is. Niet alleen in Duitsland trouwens. Dat is misschien nog het meest verontrustend, dat we een zo weinig kritische pers hebben.

vrijdag 7 november 2014

Globalization has not always been well managed - Joseph Stiglitz over globalisering en de eurocrisis

Wat was de centrale boodschap van de WRR-lezing The Future of Globalization door Joseph Stglitz gistermiddag in een stampvolle zaal van Diligentia Theater in Den Haag?


Die valt al af te leiden uit een van de eerste dia's, die je hierboven ziet. Door globalisering zijn landen veel sterker van elkaar en elkaars gedrag afhankelijk geworden. En uit de economische leerboeken leren we dat door onderlinge afhankelijkheden externaliteiten ontstaan. En om die op te lossen is meestal meer nodig dan vrijblijvend onderling overleg en onderhandelingen. Er zijn nieuwe instituties nodig waarin alle betrokken landen zich vertegenwoordigd voelen, om de onderlinge problemen op te lossen en de wereldwijde ontwikkelingen in goede banen te leiden.

Anders gezegd, net zo als op het niveau van de landen zelf, kun je er niet mee volstaan te denken dat alles vanzelf goed komt. Dus door de markt maar zijn werk te laten doen. Door zoveel mogelijk te dereguleren en door kapitaalsstromen zo weinig mogelijk in de weg te leggen, ontstaat niet een breed gedeelde economische welvaart.

Concreter: zo nu en dan overleg tussen de G20 (19 grote landen en de EU) is onvoldoende om de globalisering te temmen, dat wil zeggen, om er voor te zorgen dat welvaart niet alleen tot stand komt, maar ook eerlijk verdeeld wordt. Daarom pleitte Stiglitz voor een meer geïnstitutionaliseerde governance onder de vleugels van de Verenigde Naties.

Dat is wel een heel korte, veel te korte, samenvatting. Aan de hand van deze onderliggende problemen (zie boven) hield Stiglitz een breed uitwaaierend betoog, met veel concrete voorbeelden. Gelukkig is de lezing vanaf vanavond in zijn geheel te bekijken op het YouTube-kanaal van de WRR. Neem er even de tijd voor.

Ik bedacht dat het betoog eigenlijk onderdeel is van een breder betoog over het belang en de noodzaak van centrale en democratisch gelegitimeerde sturing. Want dat beginnen we na tientallen jaren van geloof in het sprookje van het neoliberalisme zo langzamerhand wel in te zien. Niet alleen op het internationale niveau is het duidelijk geworden dat vrijhandel en ongebreidelde financialisering niet als vanzelf de uitkomsten genereren die we willen. Ook nationaal is de tijd gekomen voor bezinning op de overschatting van wat de markt kan en de onderwaardering van het belang van centrale sturing.

De eurocrisis kwam ook nog even langs. Arnout Boot sloot af met de vraag aan Stiglitz wat hij zou adviseren aan de Europese politici, als hij ook rekening zou moeten houden met de politieke obstakels. Hij doelde uiteraard op de halsstarrige en economisch domme opstelling van Duitsland.

Stiglitz had helemaal gelijk toen hij zich van die voorwaarde niets aantrok. Hij pleitte voor invoering van eurobonds en voor andere maatregelen om de bij de invoering van de euro bedoelde convergentie dichterbij te brengen. In plaats van de treurig makende divergentie die we zien. Kortom, doe wat economisch gezien verstandig is.

Maar ik vond die vraag van Arnout Boot wel frappant. Hij leek mij te staan voor de algemener heersende onderdanigheid, zeker ook in Nederland, tegenover de economische onzin van de Duitse opstelling. En onzin moet je bestrijden, ook als hij met veel aplomb en vertoon van zelfverzekerdheid en gewichtigheid wordt gebracht.

Maar het is hoopgevend dat we na Thomas Piketty nu ook Joseph Stiglitz in ons land zo uitgebreid aan het woord hebben gelaten. Misschien begint de politiek iets door te krijgen van dat bredere betoog over markt en centrale sturing. Update. Vanavond in Nieuwsuur een interview met Piketty en met Stiglitz. Tweede update. En zie hier het interview bij RTL met Stiglitz.

Net zo hoopgevend is trouwens dat Paul Krugman op diens uitnodiging op bezoek is geweest bij Shinzo Abe, de premier van Japan. Om hem te adviseren over wat te doen om de Japanse economie weer op de rails te krijgen. Na de economische stagnatie waar het land nu al tientallen jaren onder te lijden heeft. Er is daar meer overheidsstimulering nodig. En dus alsjeblieft niet nu de omzetbelasting verhogen.

Interessant dat de Japanners inzien dat ze bij iemand als Krugman te rade moeten gaan. Misschien mogen we nog meemaken dat de Europeanen dat ook inzien. Laat Juncker hem uitnodigen.

Dat zou een grote vooruitgang zijn vergeleken met vorig jaar, toen Ollie Rehn, die toen eurocommissaris was en een groot voorstander van de bezuinigingspolitiek, onderzoek dat er op wees dat de negatieve effecten daarvan veel groter waren dan verwacht, "not helpful" vond. Dat is nog eens een manier om om te gaan met een weerlegging van je overtuiging.

donderdag 6 november 2014

Vanmiddag naar WRR-lezing Joseph Stiglitz: The Future of Globalization

Vanmiddag ga ik naar de WRR-lezing The Future of Globalization door Joseph Stiglitz. Misschien krijgt dit evenement minder aandacht in de media dan Thomas Piketty gisteren kreeg, die de Tweede Kamer toesprak en een lezing gaf in Paradiso. Maar het is even belangrijk, zo niet belangrijker.

Nobelprijswinnaar Stiglitz is op dit blog verschillende malen voorbijgekomen. Zie de berichten achter het label met zijn naam. De lezing vanmiddag zal gaan over de kansen en bedreigingen van de economische globalisering. Zijn laatste boek daarover is Making Globalization Work. Ik moet toegeven dat ik dat nog niet heb gelezen. (Zoals ik ook moet toegeven dat ik Piketty's Capital in the Twenty-First Century nog niet uit heb. Maar dat zouden misschien meer mensen moeten toegeven.)

Stiglitz schreef o.a. ook, samen met Bruce Greenwald, Creating a Learning Society: A New Approach to Growth, Development, and Social Progress.

En over de grote gevaren van de extreem toegenomen ongelijkheid in de Verenigde Staten The Price of Inequality: How Today's Divided Society Endangers Our Future.

En samen met Amartya Sen en Jean-Paul Fitoussi het belangrijke Report by the Commission on the Measurement of Economic Performance and Social Progress (pdf). En zo zou je nog even kunnen doorgaan.

Maar hij was ook de man die al in 2010 in Freefall: America, Free Markets, and the Sinking of the World Economy de oorzaken en de gevolgen van de financiële crisis van 2008 en de daardoor teweeggebrachte recessie analyseerde. Zo indringend dat er daarna eigenlijk niet zo veel aan is toegevoegd. Ik gaf er in 2012 een gastcollege over aan Groningse sociologiestudenten. Zie hier de powerpointdia's. Lees ook nog eens mijn bericht Een diepzinnige beschouwing over de economische crisis.

En hij was een van de vele, en niet de minste, economen die het Europese bezuinigingsbeleid bekritiseerden. Ik citeer uit het bericht Na de bezuinigingszeepbel - Joseph E. Stiglitz (en Paul Krugman) van mei 2012, maar nu niet minder actueel:

Joseph Stiglitz nog maar eens over wat Europa zichzelf aandoet. De financiële elite blijft het mantra van de bezuinigingen als oplossing voor alle kwalen herhalen. In mijn vertaling:
Het is wat vreemd om die gewichtigdoenerij te horen van diegenen die, aan het roer van de centrale banken, ministeries van financiën en particuliere banken, het globale financiële systeem aan de rand van de afgrond hebben gebracht - en de huidige puinhoop hebben gecreëerd. Erger, zelden wordt uitgelegd hoe de cirkel vierkant te maken. Hoe kan het vertrouwen worden hersteld als de crisiseconomieën in een recessie terecht komen? Hoe kan groei weer gestimuleerd worden als bezuinigingen vrijwel zeker een verdere afname van de totale vraag veroorzaken en de productie en de werkgelegenheid nog verder doen dalen?
Dit zouden we zo langzamerhand moeten weten: markten zijn aan zichzelf overgelaten niet stabiel. Niet alleen genereren ze herhaaldelijk destabiliserende zeepbellen, maar, als de vraag inzakt, komen er krachten in het spel die de neergang versterken. Werkloosheid en de vrees dat die zich zal verspreiden drijft de lonen, inkomens en de consumptie naar beneden - en dus de totale vraag. (...) Landen die een begrotingsevenwicht opgelegd hebben gekregen, zijn gedwongen om hun uitgaven terug te brengen terwijl de belastingopbrengsten dalen - een automatische destabilisator die Europa nonchalant lijkt te omarmen.
Er zijn alternatieve strategieën. Sommige landen, zoals Duitsland, hebben de ruimte om hun overheidsuitgaven in te zetten. Investeringen zouden de lange termijn-groei bevorderen, met positieve effecten voor de rest van Europa. Een al lang bekend principe is dat een evenwichtige expansie van belastingen en uitgaven de economie stimuleert; als het programma goed wordt ontworpen (hogere belastingen aan de top, gecombineerd met uitgaven voor onderwijs), dan kan de toename van het nationale product en de werkgelegenheid aanzienlijk zijn.
Europa als geheel doet het niet slecht; de verhouding tussen schulden en bruto nationaal product steekt gunstig af bij die van de V.S. (...) De les is duidelijk: het geheel is meer dan de som van zijn delen. Als Europa - in het bijzonder de Europese Centrale Bank - meer zou lenen en de opbrengsten zou uitlenen, zouden de kosten van het financieren van de Europese schulden afnemen, waardoor ruimte ontstaat voor het soort bestedingen dat groei en werkgelegenheid bevorderen. (...)
Europa's obsessie met bezuinigingen is het resultaat van een verkeerde diagnose van zijn problemen. Griekenland gaf te veel uit, Maar Spanje en Italie hadden voor de crisis begrotingsoverschotten  en een lage schuldquote. (...)
De gevolgen van Europa's bezuinigingswedloop zullen langdurend en waarschijnlijk ernstig zijn. Als de euro overleeft, zal dat gebeuren ten koste van hoge werkloosheid en enorm lijden, vooral in de crisislanden. (...) er is geen voorbeeld van een grote economie - en Europa is de grootste van de wereld - die hersteld is als gevolg van bezuinigingen.
Als resultaat wordt het meest waardevolle bezit van een land, zijn menselijk kapitaal, verspild en zelfs vernietigd. Jonge mensen die langdurig geen fatsoenlijke baan hebben - en de jeugdwerkloosheid benadert of overschrijdt in sommige landen de 50 procent, en is sinds 2008 onaanvaardbaar hoog geweest - raken vervreemd. Als ze uiteindelijk werk vinden, zal dat voor een veel lager loon zijn. Normaliter is het jong zijn een periode waarin vaardigheden worden opgebouwd; nu is het een periode waarin ze wegkwijnen.
Zoveel economieën zijn kwetsbaar voor natuurrampen - aardbevingen, overstromingen, typhoons,  orkanen, tsunami's - dat het toevoegen van een door mensen gemaakte ramp des te tragischer is. Maar dat is wat Europa aan het doen is. Zeker, de welbewuste onwetendheid van zijn leiders van de lessen van het verleden is misdadig.
De pijn die Europa, in het bijzonder zijn armen en jongeren, lijdt is niet noodzakelijk. Gelukkig is er een alternatief. Maar nog langer wachten met het aangrijpen daarvan zal zeer kostbaar zijn. De tijd raakt op.
Maar vanmiddag dus naar de WRR-lezing. Later daarover meer. Update. Zie Globalization has not always been well managed - Joseph Stiglitz over globalisering en de eurocrisis